Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ7259

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
22-03-2013
Datum publicatie
17-04-2013
Zaaknummer
16/712110-11 [P]
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2014:7846, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een overval op een geldloper, is medeplichtig aan meerdere bankovervallen en een poging tot een bankoverval. Ook had verdachte een busje pepperspray en een geluiddemper voor een vuurwapen voorhanden. Bij de bankovervallen is gebruik gemaakt van vuurwapens waarmee geldlopers en anderen zijn bedreigd om de overvallen te plegen, de vlucht mogelijk te maken en het bezit van de gestolen geldbedragen te verzekeren.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaar passend en noodzakelijk is. Tevens zijn alle vorderingen van de benadeelde partijen geheel toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

parketnummer: 16/712110-11 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 22 maart 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1978] te [geboorteplaats],

wonende te [adres], [woonplaats],

Gedetineerd te P.I. Midden Holland, Huis van Bewaring De Geniepoort te Alphen aan den Rijn,

raadsman mr. T. Nieuwburg, advocaat te Amsterdam.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzittingen van 28 december 2012 en 8 maart 2013, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is op 26 september 2012 aangepast overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering. Deze tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: Samen met anderen op 19 december 2011 in Amersfoort een geldtransportauto van Brinks Nederland B.V. heeft overvallen, waarbij gebruik is gemaakt van een vuurwapen.

Feit 2:

Primair: Samen met anderen op 4 oktober 2011 een bank in Amsterdam heeft overvallen, waarbij gebruik is gemaakt van een vuurwapen;

Subsidiair: Middelen of inlichtingen heeft verschaft en/of behulpzaam is geweest bij het primaire feit door een zender ter beschikking te stellen en/of te plaatsen boven het geldluik waardoor gesprekken konden worden afgeluisterd.

Feit 3:

Primair: Samen met anderen heeft geprobeerd op 24 mei 2011 een bank in Driebergen-Rijsenburg te overvallen, waarbij gebruik is gemaakt van een vuurwapen en kraaienpoten;

Subsidiair: Middelen of inlichtingen heeft verschaft en/of behulpzaam is geweest bij het primaire feit door kraaienpoten te vervaardigen/ter beschikking te stellen/te leveren die vanuit de vluchtauto op het wegdek zijn gegooid en/of door telefonisch instructies te geven en/of informatie te delen met de overvallers.

Feit 4:

Primair: Samen met anderen op 21 maart 2011 een ontploffing teweeg heeft gebracht bij een afstortkluis/pinautomaat in Lelystad waardoor gemeen gevaar te duchten was voor die afstortkluis/pinautomaat en de aangrenzende ruimtes en een bedrag heeft gestolen van ongeveer 24.910 euro van Rabobank Flevoland, waarbij gebruik is gemaakt van een vuurwapen en kraaienpoten;

Subsidiair: Gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft of behulpzaam is geweest bij het primaire feit door kraaienpoten te vervaardigen en/of ter beschikking te stellen en/of te leveren, welke vanuit een vluchtauto door de daders op het wegdek zijn gegooid.

Feit 5 en 6: een busje pepperspray en een geluiddemper voor een vuurwapen voorhanden heeft gehad.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder feit 1, feit 2, 3 en 4 primair en 5 en 6 ten laste gelegde feiten heeft gepleegd en baseert zich daarbij op de nader omschreven gronden en bewijsmiddelen in het ter terechtzitting overgelegde schriftelijk requisitoir.

De officier van justitie stelt voorop dat de verdenking tegen verdachte is begonnen met de kraaienpoten, die bij verschillende gewapende overvallen op de weg zijn gestrooid om de politie op afstand te houden, waarop het DNA van verdachte is aangetroffen. De kraaienpoten bleken bovendien uit één en hetzelfde productieproces te komen. Voor een goede beoordeling van de individuele zaken en de daarin opgenomen bewijsmiddelen is het zinvol om ook naar het strafdossier in zijn geheel te kijken om de vele kleinere en grotere parallellen tussen de zaken te zien en mee te wegen. Dit is ook noodzakelijk om de verklaringen van verdachte, die een jaar lang voornamelijk heeft gezwegen, op waarde te kunnen schatten. Het waarheids- en waarschijnlijkheidsgehalte van de onlangs door verdachte afgelegde verklaringen omtrent het aantreffen van zijn DNA op de kraaienpoten en op de zender, dient te worden beschouwd met het gehele dossier in het achterhoofd.

Ten aanzien van feit 1 is de officier van justitie van mening dat de later afgelegde verklaringen van de getuigen ongeloofwaardig zijn, gelet op de weerleggingen door verbalisanten en de CIE-officier van justitie. Bovendien zou het wel erg toevallig zijn dat door alle drie de getuigen dezelfde persoon wordt aangewezen. Hij is van mening dat de bewijswaarde van de herkenningen overeind blijft.

Ten aanzien van feit 2 is de officier van justitie van mening dat de alternatieve lezing van het DNA-spoor niet aannemelijk is. Er zou buitengewoon veel toeval nodig zijn om deze match te verklaren.

Ten aanzien van feit 3 blijkt de verklaring van verdachte, dat hij de kraaienpoten aan de CIE zou hebben laten zien en aangeboden maar deze later weer terug heeft gebracht, niet te kloppen. De CIE-officier van justitie heeft dit onderzocht en gebleken is dat geen informant kraaienpoten aan de CIE heeft laten zien of aangeboden.

Ten aanzien van feit 4 is wederom een match met het DNA van verdachte aangetroffen op de kraaienpoten. Bovendien zoekt verdachte ’s ochtends vroeg al gericht op internet naar de plofkraak in Lelystad.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten en heeft geconcludeerd dat verdachte van die feiten dient te worden vrijgesproken. Voor wat betreft de feiten 5 en 6 refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde feit heeft de verdediging – zakelijk weergegeven – het volgende naar voren gebracht. De getuigen [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3] zijn ter terechtzitting gehoord. De gebroeders [getuige 3] herkennen verdachte niet ter terechtzitting en trekken daarmee hun eerdere verklaring met betrekking tot de herkenning van verdachte in. Getuige [getuige 1] kan verdachte niet met zekerheid herkennen en nuanceert daarmee zijn eerdere verklaring met betrekking tot de herkenning van verdachte. Dat maakt dat de fotoherkenningen buiten beschouwing moeten worden gelaten bij de bewijsvoering. Wanneer de rechtbank deze verklaringen wel gebruikt, is de vraag of de getuigen verdachte hebben gezien of wellicht zijn broer of[A].

De moker, waarop het DNA van verdachte is aangetroffen, is een verplaatsbaar voorwerp. Bovendien is deze moker niet in verband gebracht met de gepleegde overval.

De telecom-informatie kan belastend worden uitgelegd. Verdachte heeft echter verklaard dat hij op dat moment niet de gebruiker van die telefoon was, maar een direct familielid. Hij wil daar verder geen verklaring over afleggen.

Verder heeft het observatieteam gezegd dat verdachte uit de Audi is gestapt. Dit is echter niet op de beelden te zien. De beelden zijn van een slechte kwaliteit. De officier van justitie hamert op de modus operandi bij de verschillende overvallen. De verdediging is echter van mening dat die kernmerken – gestolen scooter, gestolen auto – niet dusdanig specifiek zijn dat zij aan verdachte zijn te linken, dan wel aan de personen waar verdachte aan gelinkt wordt. Ditzelfde geldt voor de kraaienpoten. Deze komen de laatste tijd veelvuldig voor, maar dit maakt verdachte geen medepleger, medeplichtige of voorbereider van deze overval.

De verdediging wijst voor wat betreft de overige feiten op de in het ter terechtzitting overgelegde schriftelijk pleidooi omschreven gronden. Kort samengevat komt dit op het volgende neer.

Met betrekking tot feit 2 heeft de verdediging het volgende aangevoerd. De persoon die de zender heeft geplaatst heeft geen motorjas gedragen, terwijl in het proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 1] hier wel over gesproken wordt. De verdediging verzoekt de aannames en inkleuringen van verbalisant [verbalisant 1] niet voor het bewijs te gebruiken. Verder is het DNA van verdachte aangetroffen op de zender. Dit is niet ontstaan tijdens het plaatsen van de zender want die persoon droeg handschoenen. Het betreft een verplaatsbaar voorwerp en niet uitgesloten kan worden dat iemand anders dan verdachte de zender aan de achterzijde van de Rabobank heeft neergelegd. Bovendien heeft verdachte verklaard dat hij handelt in dit soort goederen, hetgeen hij ook bij de belastingdienst heeft opgegeven en is bevestigd door getuige [getuige 4]van [bedrijf]. De DNA-hit is onvoldoende om te kunnen vaststellen dat verdachte op de plaats delict is geweest. Er is tevens een fotoconfrontatie geweest met een getuige die heeft verklaard dat er een man bij de zender heeft gestaan. Er heeft geen herkenning van verdachte plaats gevonden.

Met betrekking tot feit 3 heeft de verdediging het volgende betoogd. Er is wederom uitsluitend een DNA-hit geweest op een verplaatsbaar voorwerp, namelijk een kraaienpoot afkomstig uit een sporttas die is aangetroffen in de vluchtauto. Niet is uit te sluiten dat een ander of anderen de kraaienpoten in een tas hebben gestopt en vervolgens door die ander of anderen in de auto zijn gelegd.

Verder stelt de verdediging zich op het standpunt dat, ook indien wel wordt uitgegaan van de op basis van de telecom-informatie vastgestelde aanwezigheid van verdachte in de nabijheid of ter plaatse of in de dagen voorafgaande aan de overval, die aanwezigheid als zodanig niet dwingt tot de daaraan door het openbaar ministerie ten laste gelegde duiding.

Ook in de ontmoeting die op 24 mei 2011 rond 14.00 uur heeft plaatsgevonden kan naar het oordeel van de verdediging geen voor de bewijslevering bruikbaar gewicht worden toegekend. Tot slot maakt de verdediging uit het gevoerde OVC-gesprek niet op dat het zou gaan over het vermoedelijk weggooien/verbranden van kraaienpoten.

Met betrekking tot feit 4 is aangevoerd dat het ook bij dit feit gaat om een DNA-hit op een verplaatsbaar voorwerp, namelijk een kraaienpoot. Wederom is niet uit te sluiten dat een ander of anderen de kraaienpoten in een tas hebben gestopt en vervolgens door die ander of anderen uit de auto zijn gegooid. Verdachte heeft een verklaring afgelegd over het zoeken op het internet en in de telecomgegevens zijn geen redengevende omstandigheden om de betrokkenheid van verdachte aan te nemen.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht feit 1, de feiten 2, 3 en 4 telkens subsidiair en de feiten 5 en 6 wettig en overtuigend bewezen en komt tot haar oordeel op grond van de volgende feiten en omstandigheden.

Het bewijs ten aanzien van de feiten 1, 2, 3, en 4

Amersfoort 19 december 2011

Aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij op 19 december 2011 samen met[slachtoffer 2] dienst had als geldloper bij Brinks geldtransport en dat hij onder andere de opdracht had om in Amersfoort, bij de geldautomaat van de SNS-bank, gelegen op de hoek van de Van Randwijcklaan en de Cabralstraat de geldautomaat bij te vullen. Aangever liep met de koffer met sealbags naar de zijdeur en zag twee personen vanuit de trappenhal naar beneden komen. De eerste man droeg een donkerkleurige jas met een puntvormige capuchon van dezelfde kleur. Hij had zijn gezicht tot aan zijn ogen bedekt met een soort donkerkleurige sjaal. Aangever wilde vluchten en liep naar de zijdeur van de auto en gooide de koffer naar binnen. Aangever wilde naar binnen springen maar zag en voelde toen dat de dader met de donkere jas hem vastpakte en naar buiten trok. Hij zag dat die man een vuurwapen droeg. Die man schreeuwde: “Op je knieën” en “geef die plug”. Aangever heeft de koffer losgelaten. Aangever ging op zijn knieën zitten en voelde dat de dader zijn pistool in zijn rug duwde. Hij zag dat die dader een soort slaande beweging maakte met dat pistool in zijn hand. Die dader bleef roepen: “geef me de plug, geef me de plug, ik schiet je dood”. Aangever heeft de plug aan de man met het pistool gegeven. Aangever hoorde dat die dader met dat pistool ook riep: “Maak open, maak open”. Aangever keek op en zag dat de dader het pistool op[slachtoffer 2], die achter het stuur zat, richtte. Aangever zag later dat de koffer open was en de vijf sealbags waren weggenomen.

Getuige[slachtoffer 2]zag dat [slachtoffer 1] achteruit werd getrokken, op de grond werd gegooid en dat één van de overvallers een pistool op hem richtte.[slachtoffer 2] kon niet alles verstaan wat er werd geroepen, maar heeft wel gehoord dat er is geroepen dat [slachtoffer 1] die dingen open moest maken en ik maak je dood en “Maak de koffer open, geef me de stekker, geef me de stekker." Vervolgens werd [slachtoffer 2] bedreigd met het vuurwapen. [slachtoffer 2] heeft van zijn kant de actie verricht om te zorgen dat de geldkoffer kon worden geopend. De daders hebben de geldkoffer geopend en de inhoud meegenomen. In de koffer zaten vijf sealbags.

De manager veiligheidszaken bij Brinks Nederland heeft verklaard dat het geleden schadebedrag 260.000 euro bedraagt.

Getuige [getuige 2] heeft op 19 december 2011 verklaard dat hij samen met [getuige 1] rond liep in de wijk. Aan het begin van de middag zagen zij twee Marokkanen met een motorscooter tegenover de flat waar de pinautomaat van de SNS zit. Eén van de jongens sprak hem aan. Daarna gingen de jongens ergens anders staan. Getuige [getuige 2] zag één van die jongens aan de voorkant onder het afdak van de flat staan. Er stond ook steeds een wit bestelbusje met een vrouw erin. Op een gegeven moment zag getuige [getuige 2] een geldauto aan komen rijden. Hij en [getuige 1] zijn doorgelopen naar de Magelhaenstraat. Ze stonden daar een paar minuten toen ze opeens twee Marokkanen op hun motorscooter de bocht om zagen komen rijden. De twee hadden nu hun gezicht bedekt met een zwarte sjaal of zo iets.

Tijdens een fotoconfrontatie op 17 januari 2012 verklaarde de getuige [getuige 2]: “Ja, ik weet het zeker, nummer 2 herken ik. Dit is de man waarover ik sprak in mijn verklaring. Dit is de man die mij aansprak. Dit is hem zonder enige twijfel”. “Ik herken hem aan zijn bolle gezicht en die dag was hij bovenop wat kaler”. Dit was de foto van verdachte.

Getuige [getuige 1] heeft op 19 december 2011 verklaard dat hij ’s morgens een motorscooter heeft zien rijden. Hij zag een vriend van hem, [getuige 2], en liep naar hem toe en zag dat de motorscooter op het trottoir stond geparkeerd. Ze zijn samen nog twee keer langs de scooter gelopen en werden daarbij steeds bekeken door één en dezelfde jongen die onder een afdak stond, tegenover de SNS-bank. Later werden zij aangesproken door deze jongen en had getuige [getuige 1] wat woorden met hem.

Op een gegeven moment zag getuige [getuige 1] samen met getuige [getuige 2] een Brinks geldauto aan komen rijden. Ze liepen weer terug naar de Magelhaenstraat. Enkele minuten later zagen ze dat de motorscooter de straat in kwam rijden. Ze hadden hun gezicht bedekt met een shawl en een capuchon over hun hoofd.

Tijdens een fotoconfrontatie op 17 januari 2012 verklaarde de getuige [getuige 1]: “Ik zeg nummer 6. Dat komt mij zo bats boem bekend voor. Kan niet anders. Het is echt de persoon waarmee ik die dag heb gesproken”. Dit was de foto van verdachte.

Getuige [getuige 3] heeft op 22 december 2011 verklaard dat hij naar aanleiding van een bericht van zijn broer [getuige 2] op 19 december 2011 naar huis is gekomen. Hij is een rondje gaan rijden en zag bij twee flats verderop bij de pinautomaat vandaan twee Marokkaanse jongens staan onder de overkapping en vlakbij hen een motorscooter. Hij zag dat de Marokkaanse jongens hun jas helemaal tot half voor hun gezicht hadden dicht gemaakt en dat ze een gebreid mutsje met een klepje tot bijna voor hun ogen droegen. Getuige [getuige 3] is doorgereden, maar later weer terug gelopen. Hij heeft ze aangesproken en gevraagd wat ze aan het doen waren. Een van de jongens liep weg en de ander zei: “Je hoeft niet bang te zijn dat we hier gaan inbreken want dat doen we niet. We wachten op iets en dan zijn we weer weg”. Getuige [getuige 3] is toen weer doorgelopen.

Tijdens een fotoconfrontatie op 17 januari 2012 verklaarde de getuige [getuige 3]: “Ik zeg jou eerlijk, nummer 8 is het 100 miljoen procent zeker. Ik heb met deze persoon gesproken. Echt heel zeker, ik heb met hem gepraat, ik weet het zeker 100%. Dit is de persoon waarover ik het heb in mijn getuigenverklaring”. Dit was de foto van verdachte.

Driebergen-Rijsenburg 24 mei 2011

Aangeefster[slachtoffer 3]heeft verklaard dat zij op 24 mei 2011 Brinks aan zag komen rijden. Zij is vervolgens naar het waardegebied gelopen. Zij opende het luik en zag de achterzijde van de auto van Brinks. Zij hoorde een harde klap en nog één. Ze zag dat de wand waar de deur zich bevond bewoog. Zij hoorde nog drie of vier harde knallen en hoorde dat er iemand binnen kwam. Hij had onder meer een zwarte zonnebril op met doorlopend montuur en zwarte glazen. De man had een zwart pistool in zijn handen. Die persoon begon te schreeuwen: “Geef mij de zakken dit is echt”. Zij hoorde de persoon zeggen: “geld, geld of andere zaken”. Ze zag dat de man het wapen steeds op haar richtte. Zij liepen gezamenlijk naar de safetylocker en aangeefster voerde de code in. Zij zei: “Wil je blijven wachten, want het duurt 10 minuten”. De persoon is met grote passen weggelopen.

Verbalisant [verbalisant 5]heeft verklaard dat hij ter plaatse twee personen zag wegrennen. Gezien het feit dat de twee voornoemde mannen op korte afstand van de plaats delict, te weten de genoemde Rabobank, wegrenden, de op de rijbaan stilstaande geldauto, de daar dichtbij stilstaande Renault personenauto en geen andere personen die zich verdacht gedroegen, heeft verbalisant deze rennende mannen als verdachten aangemerkt. Hij is achter de verdachten aangegaan.

Verbalisant [verbalisant 5] zag dat de verdachten naar een Volkswagen, type Golf, zwart, voorzien van het kenteken 40-ND-J? liepen. Verbalisant heeft zijn dienstwapen getrokken en, toen verdachten niet uit de auto kwamen, de rechter voorband lek geschoten.

Verbalisant[verbalisant 6]heeft verklaard dat hij de vluchtauto, een zwarte Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] met een lege rechter voorband heeft aangetroffen. Op de achterbank stond een grote sporttas, waarin zelf gemaakte kraaienpoten lagen.

Verbalisanten [verbalisant 7]en [verbalisant 8]reden op 24 mei 2011 over Nijendal te Driebergen-Rijsenburg. Zij hebben meerdere kraaienpoten aangetroffen in de buurt van de plek waar zojuist de overval had plaatsgevonden.

De kraaienpoten aangetroffen in de sporttas in de vluchtauto zijn voorzien van SIN AADP0807NL. Op twee van de aangetroffen kraaienpoten in de sporttas is een volledig DNA profiel opgesteld. Dit DNA-profiel matchte met het profiel van verdachte, met de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig persoon matcht met dit DNA-profiel kleiner is dan één op één miljard.

Door het observatieteam is waargenomen dat verdachte omstreeks 14.00 uur contact had met een man. Zij liepen een rondje door de wijk, waarbij verdachte drukke armbewegingen maakte. De man is door verbalisant [verbalisant 2] herkend als [medeverdachte 1]. Voor de bank op de stoep, op de plek waar de aanrijding met de daders heeft plaatsgevonden, lagen delen van een zwarte zonnebril . Deze werden voor nader onderzoek voorzien van SIN AADI2332NL. De neusvleugels van de bril zijn bemonsterd. Van de bemonstering van de neusvleugels is een DNA-profiel verkregen. Via de DNA-databank is bij vergelijking een match gevonden met het DNA-profiel van[medeverdachte 1]. Dit betekent dat de kans kleiner is dan één op één miljard dat dit DNA-profiel matcht met een willekeurige andere persoon.

In de vluchtauto, type Golf voorzien van kenteken [kenteken] zijn onder meer een bomberjack en Nike schoenen aangetroffen voorzien van SIN AADP0813NL en SIN AADP0809NL. Er is een vergelijkend DNA-onderzoek gedaan met een onder meer een referentiemonster van [medeverdachte 1]. Bij zowel de bemonstering van de Nike schoen en de bemonstering van het linkermanchet van het bomberjack (onvolledig DNA-hoofdprofiel) kan het celmateriaal afkomstig zijn van [medeverdachte 1] met een kans kleiner dan één op één miljard dat het DNA-profiel matcht met een ander willekeurig persoon.

Amsterdam 4 oktober 2011

Aangeefster [getuige 9] heeft verklaard dat zij zich op 4 oktober 2011 bevond op het hoofdkantoor van de Rabobank te Amsterdam. Via de alarmcentrale kregen zij een melding binnen van een overval op het filiaal van de Rabobank op het Buikslotermeerplein te Amsterdam. Zij hebben via het interne camerasysteem meegekeken. Voor het filiaal stonden twee mannen met een rode brommer. Eén van de mannen had een soort handmatige heipaal in zijn handen. Op dat moment stond Brinks waardetransport aan de achterzijde van het gebouw te laden en lossen. Zij zag dat de man die achterop zat naar de waarde toegangsdeur liep en met dat ding met een enorme klap de deur in sloeg. Op dat moment stonden daar twee collega’s binnen te laden en te lossen met Brinks. Zij zag dat ze in totaal zeven waardezakken pakten. De buit die de overvallers hebben weggenomen bedraagt 525.000 euro.

Getuige [slachtoffer 4]was op 4 oktober 2011 met haar collega[slachtoffer 5], na een telefoontje van Brinks, naar de achterzijde van het gebouw gelopen naar de ruimte waar het geld wordt uitgeruild. Terwijl zij bezig waren met de geldruil, hoorde zij een harde knal. Zij zag een man die naar hen toe rende en zij hoorde hem dwingend en gehaast roepen: “is dit geld?”. Zij hoorde hem dit drie keer roepen. Zij zag dat hij zeven zakken oppakte en er mee weg liep. Zij hoorde hem dwingend zeggen “Liggen!”. Zij zag vervolgens een andere onbekende man aan het einde van de gang.

Getuige [slachtoffer 5] heeft verklaard dat hij met getuige [slachtoffer 4] aan het einde van de gang voor het luik stond. Hij hoorde een paar klappen en toen kwam die man binnengerend. Hij had een soort stormram bij zich en gooide dat gelijk richting de kluis aan de voorzijde in de waarderuimte. De man riep iets van “geld geld”. Of iets van “overval, overval”. De overvaller zag de zakken liggen en vroeg “is dat geld?”. Hij pakte de zakken en liep ermee naar de voorzijde. Hij riep hen toe dat ze moesten gaan liggen. Later kwam er een tweede man om te helpen met geld in te pakken.

Getuige [slachtoffer 7] bevond zich achter in het kantoortje van het Rabobank filiaal. Zij hoorde een harde knal en nog een. Zij zag een jongen staan en hoorde hem roepen tegen iedereen die zich in de ruimte bevond: “Ga liggen! Ga liggen!”.

Getuige [slachtoffer 8] bevond zich achter de balie in het Rabobank filiaal. Hij zag twee mannen van een scooter afstappen en dat de bestuurder met een stootram de waardedeur beukte, die open ging. De bijrijder liep in zijn richting. Hij schreeuwde: “Ga liggen!”.

Getuige[slachtoffer 6]was in de bankhal aan het internetten. Hij zag twee mannen snel de bank binnen komen. Hij hoorde een harde klap en een man zei: “Blijf zitten”.

Getuige [slachtoffer 9] was tevens in de hal aan het internetbankieren. Zij zag twee mannen binnen komen. Zij zag de eerste man met een zwart ding de deur bij de geldautomaten inrammen. De deur was meteen open. De tweede man bleef staan en zij hoorde hem schreeuwen “blijf zitten”.

Door verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] is een onderzoek ingesteld op de plaats van de overval. Aan de achterzijde van de Rabobank zagen zij boven de sluisdeur ten behoeve van de overdracht van geldkoffers een zwart kastje met de tekst “power vox 150”. Dit is een zeer krachtige zender tot 2 km waar gesprekken en geluiden mee zijn af te luisteren op afstand middels een ontvanger. Het is noodzakelijk om binnen een straal van enkele honderden meters te staan om goed mee te kunnen luisteren. De microfoon/zender is overgedragen aan de forensische opsporing ten behoeve van een DNA- en dactylopisch onderzoek voorzien van SIN AADC2284NL.

De bemonstering van het object voorzien van SIN AADC2284NL is voorzien van SIN AADN4282NL. Door het NFI is vastgesteld dat het celmateriaal in de bemonstering AADN4282NL#01 van de zender afkomstig kan zijn van verdachte. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.

Lelystad 21 maart 2011

[benadeelde 1] heeft namens Coöperatieve Rabobank Flevoland aangifte gedaan van diefstal. Aangever werd gebeld op 21 maart 2011 door de alarmcentrale. De centralist zei dat een alarm was afgegaan bij de geldautomaat op het Bataviaplein. Aangever is naar Bataviastad te Lelystad gereden. Hij zag direct dat de voorzijde van de geldautomaat was weggesmolten. Hij zag dat het volledige plafond van de ruimte was ingestort. Aan de achterzijde van de sealbagautomaat zag aangever een gat in de kluis waar gemakkelijk een hand naar binnen kon. De gehele achtergevel was ingestort. Deze ruimte grenst aan de achterzijde van de winkel Levi’s. Aangever kon onder het ingestorte plafond de winkel van Levi’s inkijken.

Uit de e-mail van aangever Strijkert d.d. 31 maart 2011 blijkt dat zich in de sealbagautomaat 24 stortingen van 13 klanten bevonden. De buit was 24.910 euro.

Er zijn aangiftes gedaan van vernieling door[benadeelde 2] namens de eigenaar van Bataviastad ,[benadeelde 3]namens de Levi Store en [benadeelde 4] namens O’Neill .

Getuige [getuige 8], werkzaam als beveiliger, had op 21 maart 2011 dienst. Hij zag op de camerabeelden een auto met gedoofde lichten bij de slagboom van Bataviastad. Bij het inzoomen bleek het om een donkere auto te gaan voorzien van het kenteken [kenteken]. Het was ongeveer half drie (02.30 uur) toen hij zag dat de slagboom van P5 stuk was. Op de foto’s is te zien dat de slagboom eerder die nacht nog intact was.

Verbalisanten [verbalisant 9](brigadier van politie) en[verbalisant 10]hoofdagent van politie) hebben naar aanleiding van de melding bij het politiebureau hun onopvallende dienstvoertuig gepakt en hebben een donkerkleurige Audi A6 met kenteken [kenteken] gevolgd. Zij zagen dat er kleine voorwerpen uit de Audi op het wegdek werden gegooid. Dit betroffen zogenaamde kraaienpoten. Een persoon voorzien van een donkerkleurige bivakmuts ging half buiten de auto hangen. Deze persoon hield een op een volautomatisch vuurwapen gelijkend voorwerp in beide handen, en bracht de loop daarvan in hun richting. De verbalisanten hebben de achtervolging toen onderbroken. Zij hebben de kraaienpoten veilig gesteld en later overgedragen aan de medewerker van Forensische opsporing.

Door het NFI is een explosievenonderzoek gedaan. Bij een interpretatie wordt weergegeven dat bij het ontbreken van een deel van de wand van de stortkluis en de onregelmatige vormen van de randen van het gat eerder zijn te verwachten na een detonatie, dan na een deflagratie. Bij detonatie is de ontploffende stof veelal springstof. De waarnemingen passen goed bij de hypothese dat de schade is veroorzaakt door een detonatie en minder goed bij de hypothese dat de schade is veroorzaakt door een deflagratie. In het methanolextract van de aanslag op de metaalplaat is met HPLC-MS pentaerythritoltetranitraat (= PETN, pentriet) aangetoond. Dit is een bekende springstof, waarbij het noodzakelijk is om een slagpijpje te gebruiken om PETN tot ontploffing te brengen. Voor springstof anders dan PETN zijn geen aanwijzingen.

Uit het onderzoek van de plaats delict is gebleken dat de slagboom niet meer vast zat aan de kast waarop deze vast had gezeten. Tevens bleek dat achter de toegangspoort een deels uitgebrande rode auto stond. De rechtbank acht op grond van die omstandigheid zeer waarschijnlijk dat de toegang tot Bataviastad is verschaft door met de achterzijde van de auto de poort te rammen. Bij de deur naast de pinautomaat was een rode lak zichtbaar en daar lag ook een achterlichtunit van een auto. Gelet op die omstandigheid acht de rechtbank waarschijnlijk dat de daders de deur vernield hebben door met de auto tegen de deur te rijden.

De kraaienpoten zijn voorzien van SIN AAAN2608NL en SIN AAAN2609NL . Uit het onvolledige DNA-mengprofiel van het celmateriaal in de bemonstering AAAN2608NL#02 van een kraaienpoot is een combinatie van DNA-kenmerken afgeleid van minimaal één (mannelijke) persoon. Het DNA-profiel van verdachte matcht met deze combinatie van afgeleide DNA-kenmerken. Dit betekent dat verdachte donor kan zijn van een deel van het celmateriaal. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met deze combinatie van afgeleide DNA-kenmerken is kleiner dan één op één miljard.

De laptop die bij een doorzoeking bij verdachte in beslag is genomen is onderzocht. Aan de hand van de internetgeschiedenis is te zien dat op 21 maart 2011 om 07.40.13 uur de webpagina nl.ask.com is geraadpleegd. De zoekvraag was “Laatste nieuws Lelystad”. Om 07.40.52 uur werd deze zoekvraag via google.nl gesteld. Verder werden die dag en 22, 25 en 26 maart 2011 nog verschillende websites bezocht, welke betrekking hebben op Lelystad, dan wel de overval.

Genoemde bewijsmiddelen worden, ook in hun onderdelen, slechts gebruikt tot bewijs van het feit waarop zij blijkens hun inhoud in het bijzonder betrekking hebben.

Bewijsoverwegingen

De rechtbank overweegt ten aanzien van feit 1 het volgende. De getuigen [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3] hebben kort na de overval bij de politie verklaringen afgelegd over wat zij hebben gezien. Zij hebben verklaard over de scooter waarop de twee vermomde personen direct na de overval zijn weggereden. Toen [getuige 1] en [getuige 2] voorafgaande aan de overval aandacht voor deze scooter toonden, werden zij bekeken door een persoon die tegenover de SNS-bank onder een afdakje stond. Zij zijn ook door deze persoon aangesproken. Ook getuige [getuige 3] heeft een persoon gesproken die vlakbij de motorscooter onder een afdakje stond. Alle drie de getuigen hebben onafhankelijk van elkaar verdachte aangewezen als de persoon die zij daar hebben gezien en gesproken. Gelet op de manier waarop over de herkenningen is geverbaliseerd, en gelet op de inhoud van de hiervoor weergegeven verklaringen, heeft de rechtbank geen enkele reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van die herkenningen.

De getuige [getuige 3] heeft op een later moment een verklaring afgelegd dat hij bij zijn verhoor ruzie had met de verbalisanten en bij de fotoherkenning daarom maar iemand heeft aangewezen om er van af te zijn. De verbalisanten zijn hierover gehoord bij de rechter-commissaris en daar blijkt niets van een ruzieachtige sfeer tijdens het verhoor. De rechtbank acht die verklaring van de getuige die hij later heeft afgelegd dan ook niet geloofwaardig.

De getuigen [getuige 2] en [getuige 1] komen op een later moment met de verklaring dat zij eerder dan de fotoherkenning op het politiebureau, twee mannen aan de deur hebben gehad die foto’s aan hen getoond hebben. Dit waren volgens hen mannen van de CIE. Zij geven beiden aan dat het tonen van die foto’s van invloed geweest kan zijn op de fotoherkenning op 17 januari 2012 bij de politie. De CIE-officier van justitie mr. G. van der Zee heeft in zijn brieven van 3 december 2012 en 25 januari 2013 aangegeven dat er geen personen van de CIE bij deze getuigen aan de deur zijn geweest. De rechtbank acht ook de latere verklaringen van deze getuigen dan ook niet geloofwaardig. De rechtbank acht daarbij ook van belang dat [getuige 2] en [getuige 1] dezelfde persoon, zijnde verdachte, hebben aangewezen als de persoon die [getuige 3] heeft aangewezen.

Gelet op het weergegeven bewijs, en zonder aannemelijk geworden verklaring van verdachte over zijn aanwezigheid ter plaatse, kan het niet anders dan dat verdachte medepleger van deze overval is geweest.

Ten aanzien van feit 3 overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank stelt op basis van het weergegeven bewijs vast dat er bij de overval voor de overvallers veel mis is gegaan. Eén van de overvallers,[medeverdachte 1], heeft zeer kort na de overval een ontmoeting gehad met verdachte. Er wordt gesproken tussen verdachte en deze dader, waarbij verdachte drukke armbewegingen maakt. Uit het bewijs blijkt voorts dat er tijdens de vlucht gebruik is gemaakt van kraaienpoten. Op één van de kraaienpoten is het DNA van verdachte aangetroffen. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de omstandigheid dat één van de daders van de overval contact heeft gezocht met verdachte, het niet anders kan dan dat verdachte wist dat de kraaienpoot zou worden gebruikt bij het plegen van deze overval. De rechtbank is van oordeel dat de bewijsmiddelen voldoende wettig en overtuigend zijn, maar ook de bewijsmiddelen voor feit 1 en 2 dragen bij aan dit feit. De feitelijke gang van zaken bij die overvallen in Amersfoort en Amsterdam vertonen belangrijke overeenkomsten. Naar het oordeel van de rechtbank is verdachte medeplichtig aan deze overval.

De rechtbank is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat verdachte telefonisch bepaalde instructies aan de daders heeft gegeven, omdat met onvoldoende mate van waarschijnlijkheid is komen vast te staan dat het betreffende nummer in gebruik was bij verdachte. Verdachte zal van dit onderdeel van de tenlastelegging dan ook worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 2 overweegt de rechtbank het volgende. Op de zender die geplaatst was boven het geldluik, is celmateriaal van verdachte aangetroffen. De rechtbank acht ook van belang dat er sprake was van een zelfde modus operandi als bij de overval in en Driebergen-Rijsenburg, waarvan de rechtbank de betrokkenheid van verdachte reeds heeft vastgesteld. De bewijsmiddelen voor dit feit zijn voldoende wettig en overtuigend, maar ook de bewijsmiddelen voor feit 1 en 3 dragen bij aan dit feit. De rechtbank is van oordeel dat verdachte medeplichtig is aan deze overval.

Tot slot overweegt de rechtbank ten aanzien van feit 4 als volgt. Tijdens de vlucht na de overval zijn er kraaienpoten op de weg gegooid. Op kraaienpoten is celmateriaal van verdachte aangetroffen. Bovendien blijkt uit de internetgeschiedenis van de computer van verdachte dat hij de ochtend na de overval als eerste specifiek nieuws zoekt over de overval. Daaruit concludeert de rechtbank dat verdachte moet hebben geweten dat de overval die nacht zou plaatsvinden, waarbij deze kraaienpoten zouden worden gebruikt. De rechtbank is van oordeel dat verdachte medeplichtig is aan deze overval.

De rechtbank stelt vast dat het gaat om vier overvallen binnen betrekkelijk korte termijn, waarbij in alle vier de gevallen sporen zijn gevonden die leiden naar verdachte. Verdachte heeft ten aanzien van alle belastende punten telkens een bepaalde alternatieve verklaring gegeven. De rechtbank heeft de mogelijkheid in overweging genomen dat deze verklaringen steeds waar zijn en deze sporen desondanks zijn gevonden bij het onderzoek naar – in drie gevallen - telkens een overval tijdens of kort na een overdacht van geld door een geldloper. De rechtbank acht die kans zodanig klein dat de door verdachte gegeven verklaringen voor de sporen als hoogst onwaarschijnlijk terzijde moeten worden geschoven.

Verder acht de rechtbank van belang dat er bij alle overvallen sprake is van een bepaalde professionaliteit en wetenschap hoe de geldoverdrachten en afdrachten bij de bank werken. Verder is er, met name bij de zaken in Amersfoort, Amsterdam en Driebergen-Rijsenburg sprake van een overeenkomstige modus operandi. Er wordt toegeslagen op het moment van overdracht tussen een waardetransport en een bank en er wordt gebruik gemaakt van gestolen scooters en auto’s. In Amsterdam en Driebergen-Rijsenburg wordt gebruik gemaakt van een stormram. In de zaak in Driebergen-Rijsenburg, maar ook in de zaak in Lelystad, wordt tevens gebruik gemaakt van kraaienpoten.

Feiten 5 en 6

Verdachte heeft voor het voorhanden hebben van de pepperspray en de geluiddemper een bekennende verklaring afgelegd. De verdediging heeft met betrekking tot deze feiten zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, zodat de rechtbank met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering voor wat deze feiten betreft zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen.

- de bekennende verklaring van verdachte ;

- proces-verbaal van bevindingen van[verbalisant 11]

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Feit 1

op 19 december 2011 te Amersfoort tezamen en in vereniging met een ander of anderen op de openbare wegen (de Van Randwijcklaan en de Cabralstraat), met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen vijf zogeheten sealbags, inhoudende een geldbedrag van ongeveer 260.000 euro toebehorende aan Brinks Nederland B.V., welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- met een shawl voor het gezicht en met een capuchon op het hoofd die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft benaderd, en

- die [slachtoffer 1] heeft vastgepakt, en

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] heeft gericht, en

- tegen die [slachtoffer 1] geschreeuwd, althans gezegd: "Op je knieën" en "Geef die plug" en "Geef me de plug, geef me de plug, ik schiet je dood." en "Maak de koffer open, geef me de stekker, geef me de stekker.", en

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen de rug van die [slachtoffer 1] heeft geduwd, en

- een slaande beweging met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in de richting van die [slachtoffer 1] heeft gemaakt;

Feit 2

Subsidiair

Meer personen op 04 oktober 2011 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening hebben weggenomen zeven waardezakken, inhoudende een geldbedrag van ongeveer 525.000 euro toebehorende aan de Rabobank,welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en[slachtoffer 7] en[slachtoffer 8] en[slachtoffer 6]en [slachtoffer 9], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat de dader(s)

- met een zogenaamde stormram een toegangsdeur naar de waarderuimte hebben opengebroken, en

- tegen die [slachtoffer 7] en die [slachtoffer 8]en die[slachtoffer 6] en die [slachtoffer 9] hebben geroepen, althans gezegd: "Ga liggen, ga liggen" en "Blijf zitten", en

- in de waarderuimte tegen die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 5]meermalen hebben geroepen, althans gezegd: "Is dit geld?" en "Geld, geld" en "Overval, overval" en "Ga liggen", en

- een zogenaamde stormram in de richting van een kluis in de waarderuimte hebben gegooid,

tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, omstreeks de periode van 01 september 2011 tot en met 04 oktober 2011 te Amsterdam of elders in Nederland opzettelijk middelen heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk een zender ter beschikking te stellen of te leveren, welke zender op een richel, althans op de gevel, boven het geldluik van de waarderuimte is geplaatst waardoor gesprekken en geluiden op afstand - middels een ontvanger - afgeluisterd kunnen worden;

Feit 3

Subsidiair

[medeverdachte 1] en een of meer mededaders op 24 mei 2011 te Driebergen-Rijsenburg, gemeente Utrechtse Heuvelrug, tezamen en in vereniging, ter uitvoering van het door voornoemde [medeverdachte 1] en diens mededaders voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen geld, toebehorende aan waardetransport Brinks of de Rabobank, en daarbij die voorgenomen diefstal te laten te laten vergezellen van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] gepleegd met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden gemakkelijk te maken

hebbende voornoemde [medeverdachte 1] en/of diens mededader(s)

opzettelijk

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, gericht gehouden op voornoemde[slachtoffer 3], en

- een binnendeur van de Rabobank welke leidt naar een ruimte waar een geldautomaat staat en alwaar de overdracht van het geldtransport plaatsvindt geramd en opengebroken en vernield, en

- vervolgens een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, gericht gehouden op voornoemde [slachtoffer 3], en

- "Geef mij de zakken, dit is echt" en "Geld, geld of andere zaken", geroepen, althans gezegd, en

- zogenaamde kraaienpoten op de weg Nijendal te Driebergen gegooid,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid,

tot het plegen van welk voorgenomen misdrijf hij, verdachte, omstreeks de periode van 01 januari 2011 tot en met 24 mei 2011 te Driebergen-Rijsenburg of elders in Nederland opzettelijk middelen heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk

- zogenaamde kraaienpoten ter beschikking te stellen en te leveren aan voornoemde [medeverdachte 1] en diens mededader(s) welke vanuit een vluchtauto door voornoemde [medeverdachte 1] of diens mededader(s) op het wegdek zijn gegooid;

Feit 4

Subsidiair

A.

meer personen op 21 maart 2011 te Lelystad tezamen en in vereniging opzettelijk een ontploffing teweeg hebben gebracht, immers hebben de daders toen aldaar opzettelijk een hoeveelheid springstof, te weten: pentaerythritoltetranitraat (= pentriet, PETN), op de achterzijde van een afstortkluis geplaatst en die hoeveelheid springstof vervolgens met een slagpijpje tot ontsteking gebracht, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die afstortkluis en pinautomaat en de ruimte waarin die afstortkluis en pinautomaat zich bevonden en aangrenzende en nabij die ruimte gelegen panden, waaronder het winkelpand van de "Levi's Store", te duchten was;

en

B.

meer personen op 21 maart 2011, te Lelystad, tezamen en in vereniging, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een afstortkluis hebben weggenomen een geldbedrag van ongeveer 24.910 euro, toebehorende aan klanten van de Rabobank, waarbij de daders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en het weg te nemen geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak, verbreking door

- die slagboom te vernielen, en

- met een personenauto de toegangspoort van winkelcentrum Bataviastad te rammen

en vernielen, en

- met een personenauto de toegangsdeur van een ruimte, waarin zich een afstortkluis en pinautomaat bevinden, te rammen en vernielen, en

- een hoeveelheid springstof, te weten: pentaerythritoltetranitraat (= pentriet, PETN), op de achterzijde van die afstortkluis te plaatsen en die hoeveelheid springstof vervolgens met een slagpijpje, tot ontsteking te brengen,

en welke diefstal werd gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [verbalisant 9] (brigadier van politie) en [verbalisant 10]hoofdagent van politie), gepleegd met het oogmerk om het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat de dader(s)

- vanuit een personenauto merk Audi zogenaamde kraaienpoten op het wegdek hebben gegooid, terwijl die [verbalisant 9]en [verbalisant 10] als respectievelijk bestuurder en bijrijder van een onopvallend dienstvoertuig die Audi achtervolgden, en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [verbalisant 9] en die [verbalisant 10] hebben gericht gehouden,

tot het plegen van welke misdrijven A en B hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 01 januari 2011 tot en met 21 maart 2011 te Lelystad of elders in Nederland opzettelijk middelen heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk zogenaamde kraaienpoten ter beschikking te stellen en te leveren, welke vanuit een vluchtauto door de dader(s) op het wegdek zijn gegooid;

Feit 5

hij op 20 maart 2012 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen, een busje pepperspray merk Pro-Tect, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met een weerloosmakende of traanverwekkende stof van de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft gehad;

Feit 6

hij op 20 maart 2012 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen, een wapen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, categorie I, onder 3, te weten een geluiddemper voor een vuurwapen, voorhanden heeft gehad.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezen verklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Feit 1:

diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen;

Feit 2 subsidiair:

medeplichtigheid aan diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Feit 3 subsidiair:

medeplichtigheid aan poging tot diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf de vlucht mogelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Feit 4 subsidiair:

medeplichtigheid aan opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;

en

medeplichtigheid aan diefstal, gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Feit 5:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

Feit 6:

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaar, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat er vrijspraak dient te volgen voor de feiten 1 tot en met 4. Met betrekking tot feiten 5 en 6 refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een overval op een geldloper, is medeplichtig aan meerdere bankovervallen en een poging tot een bankoverval. Ook had verdachte een busje pepperspray en een geluiddemper voor een vuurwapen voorhanden. Bij de bankovervallen is gebruik gemaakt van vuurwapens waarmee geldlopers en anderen zijn bedreigd om de overvallen te plegen, de vlucht mogelijk te maken en het bezit van de gestolen geldbedragen te verzekeren. Bij de overval in Lelystad was bovendien sprake van aanzienlijke materiële schade. Dergelijke feiten zorgen voor veel maatschappelijke onrust en veroorzaken gevoelens van onveiligheid. Voor de slachtoffers is dit een bijzonder traumatische ervaring geweest en de gebeurtenissen kunnen nog lange tijd voor angstgevoelens zorgen. Dit blijkt ook uit het dossier en de ter terechtzitting voorgehouden slachtofferverklaringen. Verdachte heeft hier geen rekening mee gehouden en meer belang gehecht aan een mogelijke buit. Het heeft hem er in ieder geval niet van weerhouden om snel aan geld te komen, of middelen te leveren waardoor deze overvallen gepleegd konden worden. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op het uittreksel Justitiële Documentatie van verdachte d.d. 14 december 2012 van 21 pagina’s. Daaruit blijkt dat verdachte zich eerder schuldig heeft gemaakt aan hetzelfde soort feiten waarbij gevangenisstraffen van aanzienlijke duur zijn opgelegd.

De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat de ernst van de feiten en de persoon van de verdachte het opleggen van een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt.

De rechtbank zal een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd, nu zij voor de feiten 2, 3 en 4, in tegenstelling tot de officier van justitie, niet het medeplegen maar de medeplichtigheid van verdachte wettig en overtuigend bewezen acht.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaar passend en noodzakelijk is. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht zal in mindering worden gebracht bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf.

7 De benadeelde partij

Feit 1

- De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert € 1.700,- immateriële schadevergoeding;

- De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert € 2.000,- immateriële schadevergoeding;

- De benadeelde partij Brinks Nederland B.V. vordert een schadevergoeding van

€ 260.000,- voor geleden materiële schade, bestaande uit de waarde van de vijf gestolen sealbags.

De rechtbank is van oordeel dat bovengenoemde schades een rechtstreeks gevolg zijn van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte hoofdelijk aansprakelijk voor die schade.

De gevorderde bedragen zijn voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vorderingen zullen worden toegewezen en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf het moment van ontstaan van de schade tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de betreffende benadeelde partij te betalen.

Met betrekking tot de toegekende vorderingen van de benadeelde partijen zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

Feit 2

- De benadeelde partij [slachtoffer 4] vordert € 1.200,- immateriële schadevergoeding;

- De benadeelde partij [slachtoffer 5] vordert € 1.700,- immateriële schadevergoeding;

- De benadeelde partij [slachtoffer 7]vordert immateriële schadevergoeding;

- De benadeelde partij Coöperatieve Rabobank U.A. vordert een vergoeding van € 526.025,43 voor geleden materiële schade, bestaande uit de waarde van de zeven gestolen sealbags, het schilderwerk en de reparatie van de toegangsdeur.

De rechtbank is van oordeel dat bovengenoemde schades een rechtstreeks gevolg zijn van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte hoofdelijk aansprakelijk voor die schade.

De gevorderde bedragen zijn voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vorderingen zullen worden toegewezen en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf het moment van ontstaan van de schade tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank bepaalt dat, voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de betreffende benadeelde partij te betalen.

Met betrekking tot de toegekende vorderingen van de benadeelde partijen zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

Feit 3

De benadeelde partij [slachtoffer 3] vordert € 3.000,- immateriële schadevergoeding.

De rechtbank is van oordeel dat bovengenoemde schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte hoofdelijk aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering zal worden toegewezen en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf het moment van ontstaan van de schade tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank bepaalt dat, voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen.

Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

Feit 4

- De benadeelde partij [verbalisant 9] vordert € 500,- immateriële schadevergoeding;

- De benadeelde partij[verbalisant 10]vordert € 500,- immateriële schadevergoeding;

- De benadeelde partij Batavia Stad Outlet Shopping B.V. vordert een vergoeding van € 5.000,- betreffende geleden materiële schade, bestaande uit het eigen risico van de verzekering;

- De benadeelde partij Rabobank Flevoland vordert een vergoeding van € 167.515,- betreffende geleden materiële schade, bestaande uit bouwkosten, electrotechnische installatie, directiekosten, overige kosten en bijkomende kosten.

De rechtbank is van oordeel dat bovengenoemde schades een rechtstreeks gevolg zijn van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte hoofdelijk aansprakelijk voor die schade.

De gevorderde bedragen zijn voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vorderingen zullen worden toegewezen en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf het moment van ontstaan van de schade tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de betreffende benadeelde partij te betalen.

Met betrekking tot de toegekende vorderingen van de benadeelde partijen zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f, 45, 48, 57, 157, 312 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 55 Wet wapens en munitie zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder feit 2, 3 en 4 telkens primair ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Feit 1: diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen;

Feit 2 subsidiair: medeplichtigheid aan diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Feit 3 subsidiair: medeplichtigheid aan poging diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf de vlucht mogelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Feit 4 subsidiair: medeplichtigheid aan opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;

en

medeplichtigheid aan diefstal, gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Feit 5: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

Feit 6: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 10 jaar;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de volgende benadeelde partijen

Feit 1

* [slachtoffer 2], € 1.700,- ter zake van immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 19 december 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;

* [slachtoffer 1], € 2.000,- ter zake van immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 19 december 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;

* Brinks Nederland B.V., € 260.000,- ter zake van materiële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 19 december 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;

Feit 2

* [slachtoffer 4] € 1.200,- ter zake van immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 4 oktober 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;

* [slachtoffer 5] € 1.700,- ter zake van immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 4 oktober 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;

* [slachtoffer 7] € 1.200,- ter zake van immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 4 oktober 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;

* Coöperatieve Rabobank U.A, € 526.025,43 ter zake van materiële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 4 oktober 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;

Feit 3

* [slachtoffer 3] € 3.000,- ter zake van immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 24 mei 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;

Feit 4

* [verbalisant 9] € 500,- ter zake van immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 21 maart 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;

* [verbalisant 10] € 500,- ter zake van immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 21 maart 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;

* Batavia Stad Outlet Shoping B.V. € 5.000,- ter zake van materiële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 21 maart 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;

* Rabobank Flevoland € 167.515,- ter zake van materiële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 21 maart 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de voornoemde benadeelde partijen tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat, voor zover dit/deze bedrag(en) door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit/deze bedrag(en) aan de betreffende benadeelde partij(en) te betalen.

Schadevergoedingsmaatregelen

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen slachtoffers de daarbij vermelde bedragen te betalen, bij niet betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

Feit 1

- benadeelde partij [slachtoffer 2], € 1.700,-, 27 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [slachtoffer 1], € 2.000,-, 30 dagen hechtenis,

- benadeelde partij Brink’s Nederland B.V., € 260.000,-, 365 dagen hechtenis,

Feit 2

- benadeelde partij[slachtoffer 4] € 1.200,-, 22 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [slachtoffer 5] € 1.700,-, 27 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [slachtoffer 7] € 1.200,-, 22 dagen hechtenis,

- benadeelde partij Coöperatieve Rabobank U.A, € 526.025,43, 365 dagen hechtenis,

Feit 3

- benadeelde partij [slachtoffer 3] € 3.000,-, 40 dagen hechtenis,

Feit 4

- benadeelde partij [verbalisant 9] € 500,-, 10 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [verbalisant 10] € 500,-, 10 dagen hechtenis,

- benadeelde partij Batavia Stad Outlet Shoping B.V. € 5.000,-, 60 dagen hechtenis,

- benadeelde partij Rabobank Flevoland € 167.515,-, 365 dagen hechtenis,

met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat, voor zover dit/deze bedragen door één of meer mededaders zijn betaald, verdachte niet gehouden is dit/deze bedrag(en) aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Krol, voorzitter, mr. R.P. den Otter en mr. C.S.K. Fung Fen Chung, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.E. Braam-van Toll, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 22 maart 2013.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

(zaak 1)

hij op of omstreeks 19 december 2011 te Amersfoort, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op de openbare weg(en) (de Randwijcklaan en/of de Cabralstraat), met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen vijf, althans één of meer, zogeheten sealbag(s), inhoudende een geldbedrag van ongeveer 260.000 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Brinks Nederland B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van zogeheten sealbag(s), inhoudende een geldbedrag van ongeveer 260.000 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Brinks Nederland B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- met een shawl voor het gezicht en/of met een capuchon en/of een bivakmuts op het hoofd die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben benaderd, en/of

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben vastgepakt, en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan/op/in de richting van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben getoond en/of gericht, en/of

- tegen die [slachtoffer 1] geschreeuwd, althans gezegd: "Op je knieën" en/of "Geef die plug" en/of "Geef me de plug, geef me de plug, ik schiet je dood." en/of "Maak de koffer open, geef me de stekker, geef me de stekker.", althans (telkens) woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in/tegen de rug van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geduwd, en/of

- een slaande beweging met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, naar/in de richting van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gemaakt;

art 317 lid 1 en lid 3 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

Primair

(zaak 2)

hij op of omstreeks 04 oktober 2011 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen zeven, althans één of meer sealbag(s)/waardezak(ken), inhoudende een geldbedrag van ongeveer 525.000 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Rabobank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of

gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 9], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van zeven, althans een of meer sealbag(s)/(waarde)zak(ken), inhoudende een geldbedrag van ongeveer 525.000 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Rabobank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- met een zogenaamde bonk/stormram een (toegangs)deur naar de waarderuimte heeft/hebben geramd en/of opengebroken en/of vernield, en/of

- tegen die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] en/of die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 9] heeft/hebben geroepen, althans gezegd: "Ga liggen, ga liggen" en/of "Blijf zitten", althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking, en/of

-een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, aan die

[slachtoffer 6] heeft/hebben getoond, en/of

-(in de waarderuimte) tegen die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] (meermalen) heeft/hebben geroepen, althans gezegd: "Is dit geld?" en/of "Geld, geld" en/of "Overval, overval" en/of "Ga liggen", althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking, en/of

-een zogenaamde bonk/stormram in de richting van een kluis in de waarderuimte

heeft/hebben gegooid;

art 317 lid 1 en lid 3 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

(zaak 2)

[medeverdachte 2]en/of een of meer perso(o)n(en) op of omstreeks 04 oktober 2011 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen zeven, althans één of meer sealbag(s)/waardezak(ken), inhoudende een geldbedrag van ongeveer 525.000 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Rabobank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan voornoemde[medeverdachte 2]en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 9], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een)

andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van zeven, althans een of meer sealbag(s)/(waarde)zak(ken), inhoudende een geldbedrag van ongeveer 525.000 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Rabobank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan voornoemde [medeverdachte 2] en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat voornoemde [medeverdachte 2] en/of zijn mededader(s)

- met een zogenaamde bonk/stormram een (toegangs)deur naar de waarderuimte heeft/hebben geramd en/of opengebroken en/of vernield, en/of

- tegen die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] en/of die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 9] heeft/hebben geroepen, althans gezegd: "Ga liggen, ga liggen" en/of "Blijf zitten", althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking, en/of

-een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer 6] heeft/hebben getoond, en/of

-(in de waarderuimte) tegen die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] (meermalen) heeft/hebben geroepen, althans gezegd: "Is dit geld?" en/of "Geld, geld" en/of "Overval, overval" en/of "Ga liggen", althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking, en/of

-een zogenaamde bonk/stormram in de richting van een kluis in de waarderuimte

heeft/hebben gegooid,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 01 september 2011 tot en met 04 oktober 2011 te Amsterdam en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk een zender ter beschikking te stellen en/of te leveren, welke zender op een richel, althans op de gevel, boven het geldluik/doorgeefluik van de waarderuimte is geplaatst en/of die zender aldaar te plaatsen (waardoor gesprekken en/of geluiden op afstand -middels een ontvanger- afgeluisterd kunnen worden);

art 317 lid 1 en lid 3 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3.

Primair

(zaak 3)

hij op of omstreeks 24 mei 2011 te Driebergen-Rijsenburg, gemeente Utrechtse Heuvelrug, althans in het arrondissement Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan waardetransport Brinks en/of de Rabobank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die (voorgenomen) diefstal te laten voorafgaan en/of te laten vergezellen en/of te laten volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] te plegen/gepleegd met het oogmerk om die (voorgenomen) diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of (een) aan andere deelnemer(s)

van dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] te dwingen tot de afgifte van goederen en/of geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan waardetransport Brinks en/of de Rabobank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), als volgt heeft/hebben gehandeld:

hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) opzettelijk

-een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, gericht (gehouden) op voornoemde [slachtoffer 3], en/of

-een (binnen)deur van de Rabobank (welke leidt naar een ruimte waar een geldautomaat staat en/of alwaar de overdracht van het geldtransport plaatsvindt) geramd en/of opengebroken en/of vernield, en/of

-(vervolgens) een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, gericht (gehouden) op voornoemde [slachtoffer 3], en/of

-"Geef mij de zakken, dit is echt" en/of "Geld, geld of andere zaken", althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking, geroepen, althans gezegd, en/of

-een of meer zogenaamde kraaienpo(o)t(en) op de weg (Nijendal te Driebergen) gegooid/geworpen,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

(zaak 3)

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer mededader(s) op of omstreeks 24 mei 2011 te Driebergen-Rijsenburg, gemeente Utrechtse Heuvelrug, althans in het arrondissement Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door voornoemde [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3]en/of diens mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan waardetransport Brinks en/of de Rabobank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan voornoemde [medeverdachte 1]

en/of [medeverdachte 3] en/of diens mededader(s), en daarbij die (voorgenomen) diefstal te laten voorafgaan en/of te laten vergezellen en/of te laten volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] te plegen/gepleegd met het oogmerk om die (voorgenomen) diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of (een) aan andere deelnemer(s) van dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] te dwingen tot de afgifte van goederen en/of geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan waardetransport Brinks en/of de Rabobank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan voornoemde [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of diens mededader(s), als volgt heeft/hebben gehandeld:

hebbende voornoemde [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of diens mededader(s)

opzettelijk

-een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, gericht (gehouden) op voornoemde [slachtoffer 3], en/of

-een (binnen)deur van de Rabobank (welke leidt naar een ruimte waar een geldautomaat staat en/of alwaar de overdracht van het geldtransport plaatsvindt) geramd en/of opengebroken en/of vernield, en/of

-(vervolgens) een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, gericht (gehouden) op voornoemde [slachtoffer 3], en/of

-"Geef mij de zakken, dit is echt" en/of "Geld, geld of andere zaken", althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking, geroepen, althans gezegd, en/of

- een of meer zogenaamde kraaienpo(o)t(en) op de weg (Nijendal te Driebergen)

gegooid/geworpen,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid,

tot en/of bij het plegen van welk voorgenomen misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 01 januari 2011 tot en met 24 mei 2011 te Driebergen-Rijsenburg en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk

- een of meer zogenaamde kraaienpo(o)t(en) te vervaardigen en/of ter beschikking te stellen en/of te leveren aan voornoemde [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of diens mededader(s) (welke vanuit een (vlucht)auto door voornoemde [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of diens mededader(s) op het wegdek zijn gegooid/geworpen), en/of

- door telefonisch -middels een of meer telefoongesprek(ken) en/of sms-bericht(en)- instructie(s) te geven aan en/of informatie te delen met voornoemde [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of diens mededader(s);

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

4.

Primair

(zaak 4)

A.

hij op of omstreeks 21 maart 2011 te Lelystad, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht, immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk een hoeveelheid springstof, te weten: pentaerythritoltetranitraat (= pentriet, PETN), althans een hoeveelheid springstof, op de wand/achterzijde van een afstortkluis geplaatst/bevestigd en/of die hoeveelheid springstof (vervolgens) met een slagpijpje, althans middels de

inwerking van een slag en/of schok en/of stoot en/of wrijving, tot ontsteking gebracht,

terwijl daarvan gemeen gevaar voor die afstortkluis en/of pinautomaat en/of de ruimte waarin die afstorkluis en/of pinautomaat zich bevond(en) en/of aangrenzende en/of nabij die ruimte gelegen panden, waaronder het winkelpand van de "Levi's Store", in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;

en/of

B.

hij op of omstreeks 21 maart 2011, te Lelystad, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een afstortkluis heeft weggenomen (ongeveer) 24.910 euro, althans een (groot) geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Rabobank Flevoland en/of een of meer klant(en) van de Rabobank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming door

-met een personenauto de slagboom van het parkeerterrein te rammen en/of vernielen, althans die slagboom te forceren en/of vernielen, en/of

-met een personenauto de toegangspoort van winkelcentrum Bataviastad te rammen

en/of vernielen, en/of

-met een personenauto de toegangsdeur van een ruimte, waarin zich een afstortkluis en/of pinautomaat bevinden, te rammen en/of vernielen, en/of

-een hoeveelheid springstof, te weten: pentaerythritoltetranitraat (= pentriet, PETN), althans een hoeveelheid springstof, op de wand/achterzijde van die afstortkluis te plaatsen/bevestigen en/of die hoeveelheid springstof (vervolgens) met een slagpijpje, althans middels de inwerking van een slag en/of schok en/of stoot en/of wrijving, tot ontsteking te brengen,

en/of welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [verbalisant 9] (brigadier van politie) en/of [verbalisant 10]hoofdagent van politie), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)

-vanuit een personenauto (merk Audi) een of meer zogenaamde kraaienpo(o)ten op het wegdek heeft/hebben gegooid/geworpen, terwijl die [verbalisant 9] en/of [verbalisant 10] (als respectievelijk bestuurder en/of bijrijder van een [onopvallend] dienstvoertuig) die Audi achtervolgden, en/of

-een (vol-automatisch) vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [verbalisant 9] en/of die [verbalisant 10] heeft/hebben gericht (gehouden);

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

(zaak 4)

A.

een of meer perso(o)n(en) op of omstreeks 21 maart 2011 te Lelystad, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht, immers heeft/hebben de dader(s) toen aldaar opzettelijk

een hoeveelheid springstof, te weten: pentaerythritoltetranitraat (= pentriet, PETN), althans een hoeveelheid springstof, op de wand/achterzijde van een afstortkluis geplaatst/bevestigd en/of die hoeveelheid springstof (vervolgens) met een slagpijpje, althans middels de

inwerking van een slag en/of schok en/of stoot en/of wrijving, tot ontsteking gebracht,

terwijl daarvan gemeen gevaar voor die afstortkluis en/of pinautomaat en/of de ruimte waarin die afstorkluis en/of pinautomaat zich bevond(en) en/of aangrenzende en/of nabij die ruimte gelegen panden, waaronder het winkelpand van de "Levi's Store", in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;

en/of

B.

een of meer perso(o)n(en) op of omstreeks 21 maart 2011, te Lelystad, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een afstortkluis heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer 24.910 euro, althans een (groot) geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Rabobank Flevoland en/of een of meer klant(en) van de Rabobank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan de dader(s), waarbij de dader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming door

-met een personenauto de slagboom van het parkeerterrein te rammen en/of vernielen, althans die slagboom te forceren en/of vernielen, en/of

-met een personenauto de toegangspoort van winkelcentrum Bataviastad te rammen

en/of vernielen, en/of

-met een personenauto de toegangsdeur van een ruimte, waarin zich een afstortkluis en/of pinautomaat bevinden, te rammen en/of vernielen, en/of

-een hoeveelheid springstof, te weten: pentaerythritoltetranitraat (= pentriet, PETN), althans een hoeveelheid springstof, op de wand/achterzijde van die afstortkluis te plaatsen/bevestigen en/of die hoeveelheid springstof (vervolgens) met een slagpijpje, althans middels de inwerking van een slag en/of schok en/of stoot en/of wrijving, tot ontsteking te brengen,

en/of welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [verbalisant 9] (brigadier van politie) en/of [verbalisant 10]hoofdagent van politie), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat de dader(s)

-vanuit een personenauto (merk Audi) een of meer zogenaamde kraaienpo(o)ten op het wegdek heeft/hebben gegooid/geworpen, terwijl die [verbalisant 9] en/of [verbalisant 10] (als respectievelijk bestuurder en/of bijrijder van een [onopvallend] dienstvoertuig) die Audi achtervolgden, en/of

-een (vol-automatisch) vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [verbalisant 9] en/of die [verbalisant 10] heeft/hebben gericht (gehouden),

tot en/of bij het plegen van welke misdrijven (A en/of B) hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 01 januari 2011 tot en met 21 maart 2011 te Lelystad en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk

- een of meer zogenaamde kraaienpo(o)t(en) te vervaardigen en/of ter beschikking te stellen en/of te leveren, welke vanuit een (vlucht)auto door de dader(s) op het wegdek zijn gegooid/geworpen;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

5.

(zaak 5)

hij op of omstreeks 20 maart 2012 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een busje pepperspray (merk Pro-Tect), zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met (een) giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende stof(fen) van de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

6.

(zaak 5)

hij op of omstreeks 20 maart 2012 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een wapen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, categorie I, onder 3, te weten een geluiddemper voor een vuurwapen, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 13 lid 1 Wet wapens en munitie