Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ7207

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
10-04-2013
Datum publicatie
15-04-2013
Zaaknummer
C/16/322756 / HA ZA 12-627
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek om rectificatie. Na reactie wederpartij is het verzoek ingetrokken. Wederpartij verzoekt om een proceskostenveroordeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2013/247

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/322756 / HA ZA 12-627

Vonnis van 10 april 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ELEMENT MATERIALS TECHNOLOGY AMSTERDAM BV,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. C.J.M. van Veenendaal te Culemborg,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BALLAST NEDAM IPM BV,

gevestigd te Leerdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. P.C. Tennekes te Utrecht.

Partijen zullen hierna Element en Ballast Nedam genoemd worden.

1. De feiten

1.1. Bij brief van 1 maart 2013 heeft mr. Van Veenendaal namens Element aan de rechtbank verzocht om verbetering van het op 27 februari 2013 in deze zaak gewezen vonnis.

1.2. De rechtbank heeft Ballast Nedam in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. Bij brief van 12 maart 2013 heeft mr. Tennekes namens Ballast Nedam aan de rechtbank verzocht het verzoek af te wijzen.

1.3. Bij brief van 18 maart 2013 heeft mr. Van Veenendaal aan de rechtbank meegedeeld dat zijn brief van 1 maart 2013 berust op een verkeerde lezing van het vonnis van 27 februari 2013. Mr. Van Veenendaal heeft hierbij verzocht om zijn brief van 1 maart 2013 als niet geschreven aan te merken.

1.4. Mr. Tennekes heeft zich in zijn brief van 26 maart 2013 verzet tegen de intrekking van het verzoek tot herstel van het vonnis. Hiertoe heeft mr. Tennekes aangevoerd dat hij op het moment dat het verzoek om herstel werd ingetrokken inmiddels al een bespreking met zijn cliënt (Ballast Nedam) had gevoerd en een verweer had geschreven en ingediend. Ballast Nedam wil daarom een kostenvergoeding, aldus mr. Tennekes.

1.5. Mr. Van Veenendaal heeft in zijn reactie van 2 april 2013 - voor zover hier van belang - aangegeven dat er geen juridische grondslag is voor het verzoek om een kosten-vergoeding.

2. De beoordeling

2.1. De rechtbank is van oordeel dat het verzoek van mr. Tennekes moet worden aangemerkt als een verzoek om Element te veroordelen in de zogenoemde nakosten.

2.2. Naar het oordeel van de rechtbank heeft mr. Tennekes door het indienen van voormelde brief van 12 maart 2013 in voldoende mate aangetoond dat hij na afloop van de onderhavige procedure, waarin op 27 februari 2013 vonnis is gewezen, kosten heeft moeten maken, die verband houden met de processuele opstelling van Element, althans haar gemachtigde.

2.3. Weliswaar spreekt artikel 237 lid 4 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (ver-der: Rv) over een verzoek van de partij in het voordeel van wie een kostenveroordeling is uitgesproken, maar een redelijke uitleg van dit artikel brengt in de omstandigheden van dit geval met zich mee dat de nakosten, waarvan Ballast Nedam betaling vordert, voor ver-goeding in aanmerking komen. Deze nakosten zullen op de in het dictum weergegeven wijze worden begroot.

2.4. De verwijzing naar artikel 31 lid 4 Rv kan Element niet baten, nu thans niet langer de vraag voorligt of het vonnis al dan niet verbeterd dient te worden, maar de vraag of mr. Tennekes recht heeft op nakosten. De eveneens in de brief van mr. Van Veenendaal opgenomen stelling dat ook mr. Tennekes het vonnis van 27 februari 2013 onjuist heeft gelezen, behoeft ten slotte geen nadere bespreking, aangezien mr. Tennekes niet heeft verzocht om rectificatie van het vonnis.

3. De beslissing

De rechtbank

veroordeelt Element, onder de voorwaarde dat zij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door Ballast Nedam volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 131,00 aan salaris advocaat,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.M. Staal en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2013.