Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ6771

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
02-04-2013
Datum publicatie
10-04-2013
Zaaknummer
16-656629-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling medeplegen woninginbraak. Bewuste en nauwe samenwerking. Verdachte was ervan op de hoogte dat een woninginbraak zou worden gepleegd, hem is van te voren een rol toebedeeld in de taakverdeling en hij zou geld krijgen voor het vervullen van die rol. Daarnaast heeft hij na het wegnemen van de kluis geholpen deze naar zijn auto te dragen en in te laden.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

parketnummer: 16-656629-12

vonnis van de meervoudige strafkamer van 2 april 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1977] te [geboorteplaats] (Marokko)

wonende te [woonplaats]

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Nieuwegein te Nieuwegein

raadsman mr. W.C. den Daas, advocaat te Utrecht

1 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 19 maart 2013, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 25 december 2012 te Utrecht samen met anderen (primair) heeft ingebroken in een woning en daarbij een kluis met 16.000 euro heeft gestolen, dan wel (subsidiair) dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan heling van die kluis met inhoud.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen reden is voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem primair ten laste gelegde feit heeft begaan. Hij baseert zich hierbij op de aangifte van [benadeelde], op de getuigenverklaring van [getuige], op de verklaringen die door verdachte zijn afgelegd en op de onderzoeksresultaten naar DNA en werktuigsporen.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde, nu niet bewezen kan worden dat sprake was van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en diegenen die de inbraak hebben gepleegd en evenmin van een gezamenlijke uitvoering. Daarnaast zijn de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte] naar het oordeel van de raadsman niet betrouwbaar genoeg om voor het bewijs te gebruiken.

Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsman geen verweer gevoerd.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt over het ten laste gelegde feit het volgende .

De aangeefster [benadeelde] heeft verklaard dat zij haar woning aan de [adres] te [woonplaats] op 25 december 2012 om 15.15 uur afgesloten achter heeft gelaten. Diezelfde dag, omstreeks 22.05 uur, was het raam rechts naast de voordeur vernield, evenals het ruitje in de voordeur. Daarnaast was het hout van de slaapkamerdeur op de eerste verdieping gedeeltelijk versplinterd. De kluis in de slaapkamer was weg. De inhoud van de kluis bestond uit een geldbedrag van totaal ongeveer € 16.000,-.

De getuige [getuige] heeft verklaard dat hij op 25 december 2012 omstreeks 19.40 uur ter hoogte van de kruising van de Da Costakade met de Anna Maria van Schurmanstraat drie onbekende mannen zag lopen. Twee van deze mannen droegen iets zwaars. De mannen liepen in de richting van een auto die, vanaf de Da Costakade gezien, ongeveer vijftien meter verder in de Anna Maria van Schurmanstraat geparkeerd stond. Ze legden het grote, zware object in die auto. Het kenteken van de auto was [kenteken]. De Skoda Fabia, voorzien van dat kenteken, reed daarna de Croeselaan op in de richting van de Jaarbeurs.

Verbalisant [verbalisant] zag op 25 december 2012 omstreeks 19.49 uur een Skoda, type Fabia, voorzien van het kenteken [kenteken]. In de auto werd een kluis aangetroffen. Aangeefster [benadeelde] heeft deze kluis als haar eigendom herkend en heeft de kluis geopend met een sleutel en cijfercode.

Verdachte heeft verklaard dat hem op 25 december 2012 gevraagd werd om vervoer te regelen voor een kluis. Hij zou daar geld voor krijgen. Conform de instructies die hem werden gegeven, is hij met zijn auto, een Skoda Fabia met kenteken [kenteken], naar de Da Costakade te Utrecht gereden. Hij is daar bij zijn auto blijven staan, terwijl anderen een woning binnen gingen. Toen zij even later terug kwamen met een kluis, heeft hij hen een klein stukje geholpen met het dragen van de kluis, vanaf de hoek van de straat tot aan zijn auto. Vervolgens heeft hij geholpen met het inladen van de kluis in zijn auto.

bewijsoverweging

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman, dat geen sprake was van het medeplegen door verdachte van de primair ten laste gelegde diefstal met braak. Uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen volgt dat verdachte op de hoogte was van het feit dat een woninginbraak zou worden gepleegd, dat hem van te voren een rol is toebedeeld in de taakverdeling en dat hij geld zou krijgen voor het vervullen van die rol. Daarnaast heeft verdachte na het wegnemen van de kluis geholpen deze naar zijn auto te dragen en in te laden. Op basis hiervan stelt de rechtbank vast dat sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en de andere pleger(s) van het delict, zodat het primair ten laste gelegde medeplegen van diefstal met braak wettig en overtuigend bewezen is.

Nu de rechtbank voor het bewijs geen gebruik maakt van de door de medeverdachte [medeverdachte] afgelegde verklaringen, behoeft het verweer van de verdediging dat betrekking heeft op deze verklaringen geen bespreking.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Primair:

op 25 december 2012 te Utrecht, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een kluis met inhoud, te weten een geldbedrag van ongeveer 16.000 Euro, geheel toebehorende aan [benadeelde], waarbij verdachte en zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak op meerdere ruiten van die woning.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van omstandigheden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, met aftrek van voorarrest.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van oordeel dat kan worden volstaan met een gevangenisstraf die gelijk is aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft met anderen een inbraak gepleegd in een woning waarbij een kluis met een aanzienlijk geldbedrag is weggenomen. Woninginbraken zorgen voor veel overlast en schade en maken een inbreuk op de privacy van bewoners. Het is voor hen vaak bijzonder onaangenaam om te leven met de wetenschap dat een vreemde in hun woning is geweest en hun persoonlijke bezittingen heeft doorzocht. Daarnaast versterken woninginbraken gevoelens van onveiligheid in de samenleving. De rechtbank tilt hierom zwaar aan dit feit.

Op grond van de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting is voor een inbraak in een woning, wanneer sprake is van recidive, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 5 maanden in beginsel passend.

De rechtbank heeft wat betreft de persoon van verdachte kennisgenomen van het uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 12 februari 2013, waaruit blijkt dat verdachte al meerdere malen eerder is veroordeeld voor vergelijkbare delicten. Dit heeft hem er niet van weerhouden opnieuw een dergelijk strafbaar feit te plegen.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 5 maanden passend en geboden is.

De tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, zal op de op te leggen straf in mindering worden gebracht.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde] vordert een schadevergoeding van € 286,20, te vermeerderen met de wettelijke rente, ten titel van materiële schade.

7.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van oordeel dat de vordering dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 250,- euro, in verband met door het slachtoffer geleden immateriële schade, die naar zijn mening voldoende is onderbouwd. Voorts dient te wettelijke rente te worden vergoed en dient te schadevergoedingsmaatregel te worden opgelegd.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu de gevorderde materiële schade niet voldoende is onderbouwd. Nu de grondslag van de vordering deze gestelde materiële schade is, kan de vordering niet op de grondslag van immateriële schade worden toegewezen, aldus de raadsman.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

De benadeelde partij heeft haar vordering toegelicht ter terechtzitting, waarbij zij heeft aangegeven schade te hebben geleden als gevolg van gederfde vakantievreugde. Hoewel de vordering is ingediend ten titel van materiële schade, begrijpt de rechtbank uit deze toelichting dat de benadeelde partij feitelijk vergoeding van immateriële schade vordert. De rechtbank acht het op grond van de gestelde feiten aannemelijk dat immateriële schade is geleden en zal, mede in aanmerking genomen de aard ervan, zelf de omvang hiervan schatten op een bedrag van € 250,-. De rechtbank zal de vordering in zoverre toewijzen en zal de vordering voor het overige niet-ontvankelijk verklaren. De rechtbank zal verder, voor zover de vordering wordt toegewezen, bepalen dat het bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het tijdstip waarop het feit werd gepleegd, nu de schade direct hierna is geleden, en zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 Het beslag

De rechtbank zal, zoals door de officier van justitie is gevorderd, de teruggave aan verdachte gelasten van de onder hem in beslag genomen auto, een Skoda Fabia met het kenteken [kenteken]. De rechtbank zal verder de teruggave aan verdachte gelasten van de onder hem in beslag genomen mobiele telefoon, nu dit voorwerp niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9.1 10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 maanden;

- beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden;

Benadeelde partij

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde] van € 250,-, geheel ter zake van immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 25 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde] € 250,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente, berekend vanaf 25 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 5 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen mobiele telefoon, merk Nokia, kleur zwart;

- gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen auto, merk Skoda, type Fabia, kenteken [kenteken].

Dit vonnis is gewezen door mr. C.A.M. van Straalen, voorzitter, mr. G. Perrick en mr. J.P.H. van Driel van Wageningen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. de Meulder, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 2 april 2013.

De oudste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mee te ondertekenen.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat

Primair:

hij op of omstreeks 25 december 2012 te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een kluis met inhoud (te weten een geldbedrag van ongeveer 16.000 Euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak op en/of verbreking van één of meerdere ruit(en) van die woning;

Subsidiair:

hij op of omstreeks 25 december 2012 te Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een kluis met inhoud heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van deze kluis wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.