Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ6763

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
02-04-2013
Datum publicatie
10-04-2013
Zaaknummer
16-656630-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak inbraak/heling. Geen bewijs voor wederrechtelijke toe-eigening van een kluis. Evenmin kan worden vastgesteld dat verdachte feitelijke zeggenschap heeft gehad over de kluis, zodat het verwerven of voorhanden hebben daarvan niet bewezen kan worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

parketnummers: 16-656630-12

vonnis van de meervoudige strafkamer van 2 april 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1969] te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats]

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Utrecht, locatie Wolvenplein te Utrecht

raadsman mr. D.C. Vlielander, advocaat te Utrecht

1 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 19 maart 2013, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 25 december 2012 te Utrecht samen met anderen (primair) heeft ingebroken in een woning en daarbij een kluis met 16.000 euro heeft gestolen, dan wel (subsidiair) dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan heling van die kluis met inhoud.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen reden is voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie en de verdediging stellen zich op het standpunt dat verdachte dient te worden vrijgesproken, nu niet bewezen kan worden dat hij het primair of het subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan.

4.2 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte het hem ten laste gelegde feit heeft begaan en overweegt daartoe het volgende.

Verdachte is op 25 december 2012 in Utrecht aangetroffen in een auto, terwijl in de kofferruimte van die auto een kluis met contant geld werd aangetroffen, die kort daarvoor was gestolen uit een woning aan de [adres] te [woonplaats]. De rechtbank stelt vast dat er, gelet op deze omstandigheden, voldoende redenen waren om over te gaan tot de aanhouding en inverzekeringstelling van verdachte. Gezien de uit deze omstandigheden voortvloeiende ernstige bezwaren tegen verdachte, is verdachte vervolgens op goede gronden in bewaring gesteld en is nadien zijn gevangenhouding bevolen.

De rechtbank heeft echter niet kunnen vaststellen dat verdachte de in de auto aangetroffen kluis uit de hiervoor genoemde woning heeft weggenomen, zodat niet bewezen kan worden dat hij zich deze kluis wederrechtelijk heeft toegeëigend.

De rechtbank heeft voorts niet kunnen vaststellen dat verdachte feitelijke zeggenschap heeft gehad over de kluis, zodat evenmin bewezen kan worden dat verdachte deze kluis heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen.

Ten slotte heeft de rechtbank niet kunnen vaststellen dat sprake was van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en anderen die zich aan de primair en subsidiair ten laste gelegde feiten hebben schuldig gemaakt, zodat evenmin bewezen kan worden dat verdachte tezamen met anderen de primair ten laste gelegde diefstal dan wel de subsidiair ten laste gelegde heling heeft begaan.

Gelet hierop zal de rechtbank verdachte vrijspreken van zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde.

5 De benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde] vordert een schadevergoeding van € 286,20, te vermeerderen met de wettelijke rente, ten titel van materiële schade.

5.1 Het oordeel van de rechtbank

Nu verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht evenmin wordt toegepast, zal de rechtbank de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

6 Het beslag

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de onder hem in beslag genomen mobiele telefoons, nu deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer.

7 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het ten laste gelegde feit;

Benadeelde partij

- Verklaart de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk;

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen mobiele telefoon, merk Nokia, kleur zwart;

- gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen mobiele telefoon, merk Nokia, kleur bruin.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.A.M. van Straalen, voorzitter, mr. G. Perrick en mr. J.P.H. van Driel van Wageningen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. de Meulder, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 2 april 2013.

De oudste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mee te ondertekenen.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat

Primair:

hij op of omstreeks 25 december 2012 te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een kluis met inhoud (te weten een geldbedrag van ongeveer 16.000 Euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak op en/of verbreking van één of meerdere ruit(en) van die woning;

Subsidiair:

hij op of omstreeks 25 december 2012 te Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een kluis met inhoud heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van deze kluis wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.