Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ4737

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
25-02-2013
Datum publicatie
19-03-2013
Zaaknummer
16-655941-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak. Vraagtekens bij de verklaringen van aangever. Zonder nadere ondersteuning van die verklaringen met ander solide bewijs kan het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

parketnummer: 16/655941-12

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 25 februari 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1982] te [geboorteplaats] (Suriname),

wonende te [adres], [woonplaats].

Raadsman mr. J.J.D. van Doleweerd, advocaat te Amersfoort.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 11 februari 2013. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. J.J.D. van Doleweerd, advocaat te Amersfoort.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 13 juni 2012 in Utrecht al dan niet samen met anderen [benadeelde] heeft beroofd.

3. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het aan hem ten laste gelegde feit heeft begaan. Er is geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en diens medeverdachten. Verdachte dient om die reden van het aan hem ten laste gelegde feit te worden vrijgesproken, aldus de officier van justitie.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is eveneens van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het aan verdachte ten laste gelegde feit. Hiertoe heeft de raadsman primair aangevoerd dat verdachte telkens consistent heeft verklaard. De aangifte en verklaringen van aangever [benadeelde] daarentegen zijn onvoldoende betrouwbaar om daaraan enige bewijswaarde toe te kunnen kennen. Om die reden dient de verklaring van aangever [benadeelde] van het bewijs te worden uitgesloten, hetgeen tot gevolg heeft dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs overblijft om tot een bewezenverklaring van het aan verdachte ten laste gelegde feit te kunnen komen.

Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat geen bewijs in het dossier aanwezig is waaruit blijkt dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en diens medeverdachten.

De raadsman heeft gelet op het bovenstaande verzocht verdachte vrij te spreken.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is, met de verdediging, van oordeel dat er diverse vraagtekens geplaatst moeten worden bij de inhoud van de aangifte en de verklaringen van aangever [benadeelde]. Dat er in de auto hennep is aangetroffen en dat er vals geld is aangetroffen, wijst er minstgenomen op dat [benadeelde] niet helemaal overeenkomstig de waarheid heeft verklaard. De rechtbank moet dan ook met grote behoedzaamheid omgaan met zijn verklaring. Zonder nadere ondersteuning van die verklaringen met ander solide bewijs kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het aan hem ten laste gelegde feit. Dat een telefoon van aangever [benadeelde] uit de auto van verdachte is gegooid, is onvoldoende om vast te kunnen stellen dat de ten laste gelegde gedraging heeft plaatsgevonden. De rechtbank acht, gelet op het voorgaande niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het aan hem onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan en zal hem dan ook van dit feit vrijspreken.

5 De benadeelde partij

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ingenomen over de vordering van benadeelde partij [benadeelde].

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht de vordering van benadeelde partij [benadeelde] af te wijzen.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

De benadeelde partij [benadeelde] vordert een schadevergoeding van € 710,00, bestaande uit materiële en immateriële schade, voor het ten laste gelegde feit.

Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

6 Het beslag

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de onder verdachte in beslag genomen goederen aan hem te retourneren.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van het beslag geen opmerkingen.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan verdachte, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen.

7 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het aan hem ten laste gelegde feit;

Benadeelde partij

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt verdachte en de benadeelde partij [benadeelde] ieder in de eigen kosten;

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van de voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd 1, 2, 3 en 4.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P. den Otter, voorzitter, mrs. C.S.K. Fung Fen Chung en V. van Dam, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.P. Stapel, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 25 februari 2013.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

hij op of omstreeks 13 juni 2012 te Utrecht, althans in het arrondissement

Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen drie mobiele

telefoons (type Blackberry en/of een Nokia C5) en/of een simkaart en/of een

hoeveelheid geld , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of

gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen voornoemde [benadeelde],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk

te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een)

andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of diens

mededader, terwijl voornoemde [benadeelde] in een rijdende auto zat, dreigend een

vuurwapen heeft/hebben getoond en/of daarbij dreigend de woorden heeft/hebben

toegevoegd "hoeveel geld heb je bij je" en/of "geef je geld en haal je zakken

leeg", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of voornoemde

[benadeelde] uit een auto heeft/hebben getrokken en/of (vervolgens) dreigend de

woorden heeft/hebben toegevoegd "ga weg of ik schiet je op je Joemapampam",

althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht