Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ4143

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
14-03-2013
Datum publicatie
14-03-2013
Zaaknummer
16/655427-12 en 09/900949-10 (P)
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2014:1530, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Cel en tbs na gijzeling, misbruik en mishandeling dove vrouw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummers: 16/655427-12 en 09/900949-10 (P)

vonnis van de meervoudige strafkamer van 14 maart 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1992],

gedetineerd in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum Vught

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 februari 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman, mr. J.C. Hesen, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: samen met een ander [slachtoffer] van haar vrijheid heeft beroofd, en haar daarbij zodanig te mishandelen dat dit feit zwaar lichamelijk letsel tot gevolg heeft gehad;

Feit 2 primair: gedurende een langere periode meerdere malen [slachtoffer] heeft verkracht;

Feit 2 subsidiair: gedurende een langere periode meerdere malen [slachtoffer], van wie verdachte wist dat zij een weerloze vrouw was, heeft verkracht;

Feit 3A: samen met een ander [slachtoffer] meerdere malen zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, onder meer door haar zodanig te slaan dat zij een gebroken jukboog en onderkaak heeft opgelopen;

Feit 3B: samen met een ander [slachtoffer] meerdere malen heeft mishandeld, onder meer door haar met een fles te slaan, door aan haar vingers te trekken en door gloeiende voorwerpen tegen haar lichaam te houden;

Feit 4: samen met een ander [slachtoffer] hebben gedwongen tot het dulden van seksuele handelingen door een ander.

3. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Waardering van het bewijs

4.1 Feiten en omstandigheden

Aanleiding

Op 1 november 2011 is aangifte gedaan van vermissing van een vrouw genaamd [slachtoffer], geboren op [1979] te Denemarken.

De historische gegevens van de mobiele telefoon van [slachtoffer] laten zien dat zij zich op 1 november 2011 van Utrecht naar [woonplaats] heeft begeven.

Op 16 februari 2012 werd in een woning aan de [adres] te [woonplaats] een vrouw aangetroffen, welke vrouw leek op de foto van de vermiste [slachtoffer]. Zij had letsel.

Na aankomst van deze vrouw op de spoedeisende hulp van het Universitair Medisch Centrum Utrecht is door verbalisant [verbalisant] bevestigd dat deze vrouw de vermiste [slachtoffer] betreft.

Tijdens het eerste verhoor van [slachtoffer] op de spoedeisende hulp heeft zij het over twee mannen: [medeverdachte] en [verdachte] die haar van haar vrijheid hebben beroofd en haar hebben mishandeld.

Op het adres [adres] te [woonplaats] stonden ingeschreven [medeverdachte], geboren op [1971] te [geboorteplaats] en [verdachte], geboren op [1992] te [geboorteplaats].

Bij het tonen van foto’s van voornoemde verdachten noemde [slachtoffer] de man op de foto van [verdachte] ‘de kleine man’ en de man op de foto van [medeverdachte] ‘de lange man’.

Verklaring [slachtoffer]

Wederrechtelijke vrijheidsberoving

[slachtoffer] heeft verklaard dat ze met de lange man naar een woning is gegaan. Toen ze daar aankwam, was de kleine man daar ook. Ze had gezegd dat ze één dag wilde blijven. De mannen zeiden echter dat ze vijf dagen moest blijven en hielden haar uiteindelijk veel langer dan een maand gevangen. De eerste avond dat ze in de woning verbleef, werd ze al door de lange man geslagen. De eerste dag was ze daardoor al tegen haar wil in de woning. Ze gaf daarom de volgende dag aan dat zij weg wilde, maar dat mocht niet. Ze kon niet zelf weg gaan, omdat de achterdeur op slot zat. De sleutel zat in de zak van de lange man. De voordeur was afgesloten met hout. Ze heeft verklaard dat ze heel graag weg wilde. Misschien kon het soms, maar ze durfde niet. De mannen hadden veel macht, aldus [slachtoffer]. Eén keer is ze met de lange man in de tuin geweest, terwijl deze niet afgesloten was. Ze durfde echter niet weg. De lange man had een wapen bij zich, tuingereedschap, waarmee hij haar kon slaan. Ze heeft verklaard dat beide mannen gelijkwaardig waren. Geen van de twee was dominant. Ze werkten samen. Ze was ook voor allebei bang. Ze heeft tegen de lange man gezegd: “Ik wil weg, ik vind het niet leuk, ik wil niet meer blijven”, dat soort dingen.

In het begin heeft ze nog wel geprobeerd om weg te komen, maar later heeft ze dit opgegeven, omdat de mannen haar sloegen. Ook heeft ze verklaard dat ze haar hadden gedreigd te vermoorden, allebei de mannen . De lange man maakte daarbij een schietend gebaar en ging met zijn vinger langs zijn hals. [slachtoffer] heeft verklaard dat het haar niet lukte om te bellen, omdat zij doof is en dus niet kan horen. Bovendien heeft ze haar mobiele telefoon op een gegeven moment niet meer gezien. Ze denkt dat deze is afgepakt door de lange man. Het grootste gedeelte van de tijd moest ze in de slaapkamer van de lange man verblijven. Ze kwam alleen in de woonkamer, als haar daarvoor toestemming werd gegeven. De slaapkamer van de lange man kon ook op slot. De lange man had daar de sleutel van. Toen ze een keer naar de wc moest, bleek de slaapkamerdeur op slot te zitten. De ramen op de slaapkamer waren meestal wel open. Je kon daar door naar buiten, maar dat durfde ze niet. Ze was bang omdat ze niet wist of de mannen thuis waren of niet.

Op een briefje aan een vriend van de lange man heeft ze een keer iets geschreven van: “Ik ben opgesloten, ik mag niet naar buiten, ik hoop op hulp”. Op die manier had ze geprobeerd hulp van hem te vragen. Ze wilde vrij. Toen de lange man dat briefje vervolgens onder ogen kreeg, heeft hij haar geslagen.

Als er iemand aankwam, moest ze stil of zachtjes zijn. De lange man dacht dan dat het misschien politie was. Ze mocht niet voor het raam gaan staan. Toen ze dat voorzichtig wel een keer deed en ze een vrouw langs zag lopen, wilde ze om hulp vragen. Ze was echter hartstikke bang en durfde niet te kloppen of gebaren te maken. De vrouw had gevraagd waarom er geschreeuw uit de woning kwam. Er werd toen gezegd dat er niets aan de hand was. [slachtoffer] heeft verklaard dat ze soms schreeuwde van de pijn, maar dat ze later haar mond dicht probeerde te houden als ze werd geslagen. Ze mocht niet schreeuwen of geluid maken.

Over de omstandigheden waaronder ze in de woning verbleef, heeft [slachtoffer] verder verklaard dat ze een keer poep moest eten, alsmede de inhoud van de asbak. Ze kreeg veel patat te eten en geen groente. Alleen slecht eten. De mannen hebben haar verder gedwongen alcohol te drinken. De lange man zei dan: “Kom op, zuipen, zuipen”. Ze moest snel drinken, met als gevolg dat ze dronken werd. Ze wist dan niet meer precies wat ze deed. Allebei de mannen hebben haar gedwongen alcohol te drinken. Daarnaast dwong de lange man haar pillen te slikken, die hij zelf nam om kalm te blijven. Op de verpakking van de pillen had ze gelezen dat zij niet in combinatie met alcohol mochten worden gebruikt. Ze heeft verklaard dat ze soms niet meer kon denken door de medicatie en dat het is voorgekomen dat ze lange tijd ‘out’ is geweest.

Verder werd haar soms verboden kleding te dragen. Van allebei de mannen mocht ze dit niet. Ze mocht niet haar eigen kleding dragen, alleen de kleding van de mannen, waaronder een badjas. Haar eigen kleding was ze kwijt. De mannen hadden haar kledingstukken verstopt.

Ze moest het huis schoonmaken en daartoe onder meer de grond likken. Ook moest ze koken. In bad mocht ze alleen als de lange man dat zei.

Mishandeling

De lange en de kleine man hebben haar allebei geslagen. Ze hebben haar onder meer geslagen op haar ribben. Haar longen deden toen zoveel pijn, dat zij dacht dat haar ribben gebroken waren. Ze weet niet wie haar de gebroken kaak heeft bezorgd, omdat ze toen sliep. Het is in januari 2012 gebeurd. Ze denkt dat de kleine man het heeft gedaan. Toen ze een keer net wakker was, heeft de kleine man haar ook op haar kaak geslagen. Ze heeft zelf tanden uit haar gebit gehaald, omdat ze los zaten. Voorheen zaten ze niet los. Ook heeft ze vier of vijfmaal blauwe plekken gehad rond haar ogen. Ze heeft evenmin gemerkt dat haar jukbeen was gebroken, maar ze voelde daar wel pijn. Ze denkt dat ze daar met de stok is geslagen. Ze hebben haar ook met blik en veger tegen haar nek geslagen, aldus [slachtoffer]. Dit deed zoveel pijn dat ze op dat moment dacht dat ze dood zou gaan.

Op haar linkerborst hebben ze een roze ding gezet waarmee ze pompten om haar borsten groter te krijgen. Dat deed veel pijn. Ze hebben dat meerdere keren gedaan. Haar vingers zijn door de lange man omgebogen en de andere kant op gedraaid. Bovendien heeft de lange man haar met glas op haar neus geslagen. Hij deed dit met een lege fles. De fles ging vervolgens kapot, waarna hij haar nogmaals hiermee sloeg. Dit had een bloeding tot gevolg. De kleine man heeft haar met zijn vuisten in haar buik en haar zij geslagen. Ook is ze door hem met een stok en een bezem geslagen. De kleine man kon harder slaan dan de lange man, aldus [slachtoffer].

[slachtoffer] heeft verder verklaard dat de kleine en de lange man ook samen zo hard tegen haar zij sloegen, dat ze tegen de muur viel. Ze hielden haar vast, sloegen dan tegen haar, trokken aan haar en draaiden haar rond. Ze deden dit met z’n tweeën.

De lange man heeft bovendien geprobeerd haar te wurgen. Hij heeft een broek om haar nek gedaan en daaraan getrokken. Ook heeft hij zijn beide handen een keer zo strak tegen haar keel gedrukt, dat ze geen lucht meer kreeg. Ten slotte had ze soms wondjes op haar lichaam, bijvoorbeeld door shag of eten of frituur. Ze denkt dat de mannen die ook hebben veroorzaakt.

Verkrachting

[slachtoffer] heeft verklaard dat ze af en toe seks heeft gehad met de kleine man. Het gebeurde ongeveer tweemaal per maand. Ze vond het niet lekker, omdat hij haar sloeg. Ze heeft verklaard dat ze de kleine man moest aftrekken en dat hij dan met zijn penis in haar vagina ging. Hij schreef haar op een briefje: “Wanneer ik seks wil, ga ik je roepen”. Ook schreef hij haar: “Ik wil seks met jou wanneer ik wil”. De kleine man heeft haar gedwongen tot de seks, aldus [slachtoffer]. Ze deed het, omdat ze dacht dat er anders iets zou gebeuren, dat hij haar zou slaan.

Aanranding

In de periode dat ze in de woning verbleef, heeft ze ook een keer seks gehad met een andere man die in de woning was. De lange man had haar gezegd dat ze seks moest hebben met hem. Ze heeft daarmee ingestemd, omdat ze bang was dat ze anders geslagen zou worden.

Overige bewijsmiddelen

Wederrechtelijke vrijheidsberoving

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in de periode vanaf 1 november 2011 tot aan zijn aanhouding regelmatig in de woning aan de [adres] te [woonplaats] verbleef en dat [slachtoffer] daar ook was.

Getuige [getuige 1], bewoner van [adres] te [woonplaats], heeft verklaard dat zijn vrouw eind november 2011 een vrouw in de grote slaapkamer van de woning van [medeverdachte] had zien staan. Toen zij zag dat zijn vrouw keek, dook zij weg alsof zij betrapt wilde worden.

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij kerstavond 2011 in de woning van [verdachte] en [medeverdachte] was. Rond 03:00 uur ’s nachts kwam een vrouw, gekleed in een shirtje en een broekje, de kamer in. Ze vroeg wat te eten, waarop [medeverdachte] zei dat ze naar boven moest gaan. Ze zag er slecht uit.

Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat als hij gedurende het najaar van 2011 in de woning van [medeverdachte] binnen kwam, gelijk de achterdeur op slot ging. De deur zat ook op slot als hij aankwam. Hij vond het niet prettig dat de deur telkens op slot ging. Getuige [getuige 3] heeft voorts verklaard dat [slachtoffer] met hem heeft gecommuniceerd door een papiertje te schrijven. Daar stond in dat ze weg wou. Hij vermoedt dat ze hem mee naar boven heeft genomen om dat aan hem duidelijk te maken.

Getuige [getuige 4] heeft verklaard dat ze vanaf januari 2012 regelmatig in de woning van [medeverdachte] en [verdachte] verbleef. [slachtoffer] zat altijd op haar kamer. Een keer gaf [medeverdachte] de sleutel van de slaapkamer aan [verdachte] toen hij wegging.

[slachtoffer] heeft verklaard dat ze met de lange en de kleine man communiceerde door briefjes te schrijven. Een aantal van die briefjes heeft ze bewaard. Bij een doorzoeking in de woning zijn briefjes aangetroffen die mogelijk als communicatiemiddel hebben gediend tussen [slachtoffer], [medeverdachte] en [verdachte]. De briefjes met handgeschreven teksten zijn onderworpen aan een handschriftenonderzoek waarbij de aangetroffen teksten in drie groepen zijn ingedeeld. Daaruit is allereerst naar voren gekomen dat het veel waarschijnlijker is dat één van die groepen teksten door [medeverdachte] is geschreven dan door een willekeurige andere persoon. Ten aanzien van een andere groep teksten is geconcludeerd dat het waarschijnlijker is dat deze door [verdachte] zijn geschreven dan door een willekeurige andere persoon. Voor betreft de derde groep teksten wordt geconcludeerd dat geen overeenkomsten tussen het handschrift in deze groep en het referentiemateriaal van één van de verdachten is aangetroffen. De deskundige merkt wel op dat het voor de hand ligt dat aangeefster de schrijver van dit deel van het onderzochte materiaal is, maar er was geen referentiemateriaal beschikbaar om dat te verifiëren.

Op grond hiervan en op grond van de overige inhoud van het dossier is het aannemelijk dat

-onder meer- de volgende communicatie via de briefjes heeft plaatsgevonden:

Verdachte [medeverdachte] heeft geschreven: “Je moet niet bang zijn, ik bepaal wat gebeurt, ok.”

Verdachte [verdachte]heeft geschreven: ‘Wil je hier of wil je iets waar niemand om je geeft, wil je gaan?” [slachtoffer] reageert hierop met: “Ja”, waarop [verdachte] schrijft: “Krijg de kanker, verwend nest”.

Verder heeft verdachte [verdachte] geschreven: “Wil je weg?”, waarop [slachtoffer] heeft geantwoord: “Ja, naar huis”. Verdachte [verdachte] heeft hierop gereageerd met: “Blijf hier”.

[slachtoffer] heeft in een ander briefje geschreven: “Ik ben normaal niet meer, ik ben slaaf geworden”, waarop verdachte [verdachte], heeft gereageerd met de tekst: “Jij bek houden”. Ook is in de woning een briefje aangetroffen van verdachte [verdachte], met de tekst: “Jij moet je plek verdienen”, waarop [slachtoffer] heeft geantwoord: “Ik moet vrij verdienen”. Verdachte [verdachte] heeft ook geschreven: “Als ik boos word, maak ik je gewoon kapot, maar ik ben rustig….” , en ook heeft hij een briefje geschreven met de tekst: “Kom maak klaar, maak me niet boos, je hoef niks te doen, ik doe het werk, gek!”.

Beide verdachten hebben verklaard dat zij door middel van briefjes met [slachtoffer] communiceerden. Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij laatst genoemd briefje heeft geschreven.

Tijdens een doorzoeking in de woning zijn diverse verpakkingen van pillen aangetroffen. Het ging om Oxazepam en Temazepam op naam van [medeverdachte]. De verstrekkingslijsten van de apotheek laten zien dat de verstrekking van deze medicijnen aan [medeverdachte] vanaf oktober 2011 met 157% is toegenomen. Temazepam en Oxzazepam hebben een slaapverwekkende, spierverslappende en rustgevende werking. De comatische toestand en het vele slapen waarover [slachtoffer] verklaart in haar aangifte kan verklaard worden door het toegediend krijgen van deze medicijnen. Het rapport van het NFI met betrekking tot het toxicologisch onderzoek naar het haar van [slachtoffer] laat zien dat voornoemde medicijnen in drie haarsegmenten van [slachtoffer] zijn aangetroffen hetgeen duidt op het gebruik van deze medicijnen gedurende in ieder geval de ten laste gelegde periode. Op de geneesmiddelenlijst van [slachtoffer] van haar tijd bij Altrecht staan voornoemde medicijnen niet vermeld.

Mishandeling

Buurtbewoner [Getuige 6] heeft verklaard dat hij eind november 2011 bij het voorbijgaan langs het huis van [medeverdachte] geluiden hoorde als “goh, oh nee, au”, en meer van dat soort kreten. Het klonk als iemand die echt in nood was en pijn had. Hij had de indruk dat de vrouw die hij hoorde daar tegen haar zin was en mishandeld werd. Hij kon dat horen aan de intonatie van haar stem. De weken daarna hoorde hij nog vaak geluiden van gebonk uit de woning komen, alsof ergens tegenaan werd geschopt.

De dochter van [Getuige 6], [Getuige 7], heeft verklaard dat zij in november 2011 een vrouw heel hard had horen kreunen in de woning van [medeverdachte]. Het was een kreunend geluid van de pijn. Het leek op gillen. Ze had het idee dat een vrouw werd mishandeld.

De bewoner van [adres], getuige [getuige 5], heeft verklaard dat hij veel overlast heeft van de bewoners van nummer [adres]. Hij heeft onder meer geluiden van martelingen en pijn gehoord. Hij hoorde dit in december 2011. Het waren geluiden van een meisje. Hij hoorde geschreeuw van de pijn, niet van genot.

Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat hij heeft gezien dat [slachtoffer] blauwe plekken had op haar wang en kin toen zij in de woning van [medeverdachte] verbleef.

Getuige [getuige 4] heeft verklaard dat zij [slachtoffer] één of twee keer in de woning heeft gezien. Zij zag er dun en bleek uit en ze had een wond op haar gezicht. Het was een bult.

Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat [slachtoffer] een blauwe plek had op haar jukbeen. Toen hij in haar mond keek, was het helemaal kapot.

Verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer] heeft horen schreeuwen in de slaapkamer van [medeverdachte]. Hij had het vermoeden dat zij schreeuwde van de pijn. Ook heeft hij verklaard dat het hem was opgevallen dat de onderkant van de kaak van [slachtoffer] dik was.

De begeleidster van Altrecht, waar [slachtoffer] verbleef voordat zij naar de woning in [woonplaats] ging, heeft verklaard dat ze bij [slachtoffer] tijdens haar verblijf in Altrecht geen brandwonden heeft gezien. Zij deelde tevens mee dat [slachtoffer] niet bekend was met automutilatie.

Op de spoedeisende hulp van het UMCU is op 16 februari 2012 bij [slachtoffer] een ernstig verplaatste fractuur van de onderkaak links met verlies van hoektand en snijtand links onder, alsmede een verplaatste fractuur van het jukbeen en jukboog links geconstateerd.

Deskundige van het NFI de heer D. Botter, forensisch arts, heeft op CT-scanbeelden die op 16 februari 2012 van [slachtoffer] zijn gemaakt, breuken in het neusbeen geconstateerd, meerdere breuken in de linker jukboog, een breuk in de bodem van de linker oogkas en een breuk in de onderkaak. Botter heeft ten overstaan van de rechter-commissaris verklaard dat het toebrengen van dergelijke letsel in het gelaat gepaard moet zijn gegaan met een enorme zwelling en een behoorlijk bloedverlies. Verder heeft Botter in zijn rapport vermeld dat op foto’s is te zien dat sprake is van asymmetrie van het gelaat. Verder zijn op de foto’s zwellingen in het gezicht bij de kin te zien, huidlittekens bij beide wenkbrauwen, op de neus, de rechterwang, de huid van de bovenlip en de linkeronderarm, alsmede huidverkleuringen op de rechterschouder, rug en linkerflank, op haar rechterbovenarm, linkerpols, linkerhand en linkervoetzool. De behandelend arts dr. Nurmohamed heeft verklaard dat op het lichaam van [slachtoffer] bovendien circa twintig wondjes zijn geconstateerd met een doorsnede van ongeveer één centimeter.

Deskundige Botter heeft geconcludeerd dat de vele huidafwijkingen aan de romp meest waarschijnlijk door thermische geweldinwerking zijn veroorzaakt, zoals door het contact met een gloeiende sigaret of een ander rond gloeiend voorwerp.

Prof. Dr. R.R.M. Bos van het UMCG heeft de breuken in het gelaat nader beoordeeld. Hij heeft verklaard dat de fractuurgenezing zich bevindt in een stadium dat waarschijnlijk minimaal 10 dagen oud is. Ook spreekt hij over een verbrijzelingsbreuk van de linker jukboog, van waarschijnlijk minimaal 10 dagen oud. Hij concludeert dat sprake lijkt te zijn van een forse krachtinwerking door een hard stomp voorwerp. Daarbij merkt hij op dat een enkelvoudige fractuur, waarvan in het onderhavige geval sprake is, alleen wordt gezien bij krachtige impact.

Ter terechtzitting heeft hij een en ander verder toegelicht. Ten aanzien van de onderkaaksbreuk heeft hij nog verklaard dat een dergelijke breuk bijna nooit enkelvoudig voorkomt, zoals thans het geval, en dat de onderhavige breuk derhalve moet zijn veroorzaakt door een hele forse tik. Verder is het volgens hem niet aannemelijk dat de verschillende breuken in het gelaat op één en hetzelfde moment zijn ontstaan. Waarschijnlijk heeft meervoudig geweld plaatsgevonden, om de drie afzonderlijke breuken te kunnen veroorzaken. Het feit dat de breuk van de jukboog een verbrijzelingsbreuk betreft, is een aanwijzing voor de hoge impact die daarop moet zijn uitgeoefend. Waarschijnlijk zijn de breuken toegebracht door klappen met een hard stomp voorwerp, aldus de deskundige. Daarnaast moeten de klappen met een hoge snelheid gepaard zijn gegaan. Het ontstaan van een enkelvoudige breuk ten gevolge van vallen, is niet waarschijnlijk. Mocht dat wel het geval zijn geweest, dan moet het gaan om een val met een hoge snelheid en dan moet het slachtoffer ten gevolge van de val tegen een hard voorwerp terecht zijn gekomen. Verder heeft de deskundige verklaard dat het waarschijnlijk is dat het slachtoffer haar tanden ten gevolge van de klap die tot de onderkaaksbreuk heeft geleid is verloren, aangezien verse tandkassen waren te zien in het desbetreffende gebied.

Op 17 februari 2012 is [slachtoffer] geopereerd door drs. L.J. Koppendraaier, waarbij is geconstateerd dat het gebroken jukbeen in de verplaatste toestand is vastgegroeid. Bij controle op 19 maart 2012 is dat nogmaals bevestigd. Ook de onderkaaksfractuur kon door de tijdsduur tussen het ontstaan en de behandeling van deze fractuur, niet in de anatomische stand hersteld worden.

Deskundige Botter heeft in zijn rapport geconcludeerd dat de vertraging tussen het ontstaan van de botbreuken en de noodzakelijke kaakchirurgische behandeling de oorzaak is van de gebleken slechte fractuurgenezing waardoor blijvende klachten te verwachten zijn. Ook de behandelend arts dr. Nurmohamed heeft verklaard dat indien [slachtoffer] direct na het ontstaan van het letsel was behandeld, het mogelijk was geweest het jukbeen te opereren. Nu was het daarvoor te laat.

Bij de doorzoeking van de woning aan de [adres] te [woonplaats] is onder meer een gebroken houten stok en een borstvergroter gevonden.

Verkrachting

Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij seks heeft gehad met [slachtoffer].

In de woning is ook een briefje gevonden met de tekst: “Maar ga niet slapen, wat gaan we doen, geen saai slaapfeestje. Dit briefje behoort tot de groep waarvan het waarschijnlijker is dat de tekst van [verdachte] afkomstig is dan van een willekeurige andere persoon.

Aanranding

Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat [medeverdachte] hem op een gegeven moment heeft gevraagd of hij [slachtoffer] wilde neuken. Daarop pakte [slachtoffer] zijn hand en nam hem mee naar boven. Hij zag het als een serieus voorstel van [medeverdachte]. Hij meende wat hij zei. Hij wist dat door zijn blik, aldus [getuige 3]. Hij kreeg daarop een condoom toegeschoven van [verdachte]. Hij heeft toen daadwerkelijk seks met [slachtoffer] gehad.

In de woning is ook een briefje gevonden met de tekst: “Je hebt seks met hem zoals hij wil”. Dit briefje behoort tot de groep waarvan het veel waarschijnlijker is dat de tekst van [medeverdachte] afkomstig is dan van een willekeurige andere persoon.

4.2 Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan. Voor wat betreft feit 1 kan volgens hem echter niet worden bewezen dat [slachtoffer] wederrechtelijk naar de woning is gebracht. Van dit deel van de tenlastelegging moet verdachte daarom worden vrijgesproken.

Voor wat betreft het zwaar lichamelijk letsel als gevolg van de wederrechtelijke vrijheidsberoving, dient volgens de officier van justitie te worden doorgehaald ‘onder meer een gebroken neusbeen, meerdere breuken in (verbrijzeling van) de linker jukboog, een breuk in de bodem van de linkeroogkas, een breuk in de onderkaak, verlies van tanden, meerdere (blijvende) littekens op het lichaam’. Het veroorzaken van dit letsel valt in de visie van de officier van justitie onder de bewezenverklaring van feit 3A.

Voor wat betreft feit 2 is de officier van justitie van mening dat het primair ten laste gelegde bewezen kan worden. In dit kader kan volgens hem echter niet worden bewezen dat ook verdachte [slachtoffer] heeft gedwongen/opgedragen medicijnen in te nemen. Ook van dit onderdeel van de tenlastelegging dient verdachte daarom te worden vrijgesproken.

De officier van justitie heeft zich gebaseerd op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen en is daarbij uitgegaan van de betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer].

4.3 Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft ontkend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan hetgeen hem ten laste is gelegd. De raadsman heeft -kort gezegd- gewezen op het feit dat de beschuldigingen jegens verdachte uitsluitend berusten op de verklaring van [slachtoffer] en dat zich onvoldoende bewijs in het dossier bevindt waarmee deze verklaring wordt ondersteund. Volgens jurisprudentie van de Hoge Raad moet het betwiste gedeelte van een getuigenverklaring voldoende steun vinden in overig bewijsmateriaal en dat is in deze zaak niet het geval. Bovendien heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de verklaringen van [slachtoffer] onvoldoende betrouwbaar zijn om als fundament te dienen voor een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten. Dat de verklaringen onbetrouwbaar zijn hangt allereerst samen met de persoon van [slachtoffer]. Zij is lijdende aan een stoornis van de geestvermogens in de zin van schizofrenie, ze wordt gezien als paranoïde type en heeft last van hallucinaties. Zij heeft zelf ook verklaard in de woning stemmen te hebben gehoord en beelden te hebben gezien die er niet waren. Zij heeft altijd al veel drugs gebruikt en in de woning gebruikte zij daarnaast alcohol en medicatie. Zij heeft verklaard dat ze door de medicatie soms niet kon denken en door de drugs snel dingen vergeet. Daarbij komt dat voorafgaand aan haar verblijf in de woning al sprake was van ernstige zelfverwaarlozing en dat zij zich prostitueerde om in haar levensonderhoud te voorzien. Voor zover de rechtbank al kan komen tot een bewezenverklaring van de verweten strafbare gedragingen, heeft de raadsman zich ten slotte op het standpunt gesteld dat verdachte niet als medepleger kan worden aangemerkt, nu geen sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking. Hij is dan ook van mening dat verdachte moet worden vrijgesproken van alle aan hem ten laste gelegde feiten.

4.4 Het oordeel van de rechtbank

Betrouwbaarheid verklaring [slachtoffer]

De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer] betrouwbaar is. De verhoren zijn met veel behoedzaamheid afgenomen, hetgeen blijkt uit de langdurigheid ervan, de nauwkeurig voorbereide vraagstelling en de begeleiding onderwijl van [slachtoffer] door gedragsdeskundigen. De waarborgen waarmee de verhoren aldus zijn omgeven, dragen bij aan de betrouwbare uitkomst ervan, te weten een gedetailleerde weergave door [slachtoffer] van hetgeen zich in de woning heeft afgespeeld. Zij is hierin consistent. Bovendien is de verklaring die [slachtoffer] heeft afgelegd direct nadat zij is aangetroffen in de woning, op essentiële punten gelijk aan haar verklaring tijdens haar verhoor door de rechter-commissaris een jaar later. Dit gegeven laat zien dat [slachtoffer] over een goed geheugen beschikt. Behandelaars van Altrecht hebben ook aangegeven, dat zij een goed denkvermogen heeft, een duidelijk tijdsbesef en geen verstandelijke beperking. Dat [slachtoffer] lijdende is aan een psychische stoornis, doet in dit geval niet af aan haar betrouwbaarheid. Niet gebleken is dat haar verklaring op enigerlei wijze is ingegeven door hallucinaties. Daarbij komt dat de verklaring van [slachtoffer] steun vindt in diverse andere bewijsmiddelen.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de verklaring van [slachtoffer] als uitgangspunt nemen bij haar bewijsoverwegingen.

Feit 1

De rechtbank is van oordeel dat op basis van de redengevende feiten en omstandigheden die in voornoemde bewijsmiddelen zijn vervat, wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 ten laste gelegde feit.

[slachtoffer] is door de verdachten van haar vrijheid beroofd, doordat zij gedurende drie en een halve maand in een woning moest verblijven, waar zij zich niet vrijelijk kon bewegen. Zij verbleef het grootste gedeelte van de tijd op de slaapkamer van medeverdachte [medeverdachte] en moest toestemming vragen om naar beneden te mogen. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] hielden [slachtoffer] eveneens van haar vrijheid beroofd door haar zodanig onder invloed van alcohol en pillen te laten verkeren, dat zij lange tijd buiten bewustzijn raakte, dan wel niet meer wist wat zij deed. Aan de hand van de verklaring van [slachtoffer], in samenhang bezien met het aantreffen van de lege pillendoosjes op naam van [medeverdachte], de toename van de verstrekte hoeveelheid Oxazepam en Temazepam aan [medeverdachte] in de desbetreffende periode en de bevindingen in het rapport van het NFI met betrekking tot het haaronderzoek, kan worden vastgesteld dat [slachtoffer] in de woning gedwongen is de pillen, die op haar een verlammende werking hadden, in te nemen. Dat [slachtoffer] mogelijk ook is blootgesteld aan sedatieven in de periode voordat zij in de woning verbleef, doet hier niet aan af.

[slachtoffer] meteen de eerste avond al is geslagen, is voor haar van meet af aan een gewelddadige en bedreigende sfeer ontstaan. Dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] tot het uitoefenen van geweld in staat bleken, maakt ook dat ten aanzien van de geuite bedreigingen kan worden gezegd dat deze van dien aard waren en onder zodanige omstandigheden geschied dat bij [slachtoffer] redelijke vrees kon ontstaan dat aan de dreigementen daadwerkelijk uitvoering zou worden gegeven. De angst daarvoor vormt een onderdeel van de gecreëerde vrijheidsberoving.

Voor vrijheidsberoving is niet vereist dat iemand wordt vastgehouden in een afgesloten ruimte. Het voortdurend in de nabijheid van een slachtoffer verblijven, zodat het wordt belemmerd een pand te verlaten, kan onder omstandigheden ook vrijheidsberoving opleveren. Alhoewel het in het onderhavige geval voorkwam dat het slot van de woning ontgrendeld was, dan wel dat sleutels zich los in de woning bevonden, acht de rechtbank het aannemelijk dat het voor [slachtoffer] feitelijk onmogelijk was de woning te verlaten. Indien de woning ontgrendeld was, bevond zich immers altijd één van de verdachten in de buurt van [slachtoffer] en van hun aanwezigheid ging een grote dominantie en dreiging uit. Ook het feit dat zij enkele malen alleen in de woning heeft verbleven, maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat geen sprake was van vrijheidsberoving. Door haar doofheid en spraakgebrek was zij immers in haar waarnemingen of verdachten echt weg waren en in haar vluchtmogelijkheden beperkt. Zij kon niet zelfstandig door de vaste telefoon praten en omdat haar mobiele telefoon haar was ontnomen, was sms-verkeer niet mogelijk. Verder hoorde zij niet of verdachten op een gegeven moment weer thuis waren gekomen.

De wederrechtelijkheid van de vrijheidsberoving volgt uit het feit dat een en ander tegen de wil van [slachtoffer] plaatsvond. De eerste dag, na de eerste tekenen van geweld, heeft zij al aangegeven, dat zij weg wilde. Niet alleen op briefjes aan verdachten, maar ook aan een derde, [getuige 3], heeft zij uitdrukkelijk geschreven dat zij weg wil. De mannen hebben dit haar echter verboden. Dat zij tegen haar zin in de woning verbleef, volgt ook uit het briefje waarin zij schrijft ‘dat ze vrij moet verdienen’. Ze voelde zich als een slaaf in de woning. Zij mocht bovendien niet zelf bepalen wat zij at en welke kleding zij droeg en het slikken van pillen en drinken van alcohol ging onder dwang. Zij moest dit van de verdachten doen. De erbarmelijke omstandigheden waaronder [slachtoffer] in de woning is aangetroffen, ondersteunen de onvrijwilligheid. Haar lichaam had vele verwondingen en in het ziekenhuis is ernstig letsel bij haar geconstateerd dat juridisch te kenschetsen is als zwaar lichamelijk letsel. Het vormt het ondersteunende bewijs voor de mishandelingen die zij in de woning heeft ondergaan. Gelet op de letsels moet sprake zijn geweest van ernstige geweldsuitoefening op [slachtoffer]. De letsels moeten volgens de deskundigen ook gepaard zijn gegaan met een fors bloedverlies, zodat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] hiervan op de hoogte moeten zijn geweest. Zelf hebben verdachten ook verklaard dat zij letsel in het gezicht van [slachtoffer] hebben waargenomen. Desondanks hebben zij [slachtoffer] niet in de gelegenheid gesteld naar een arts te gaan en zodoende hebben zij haar adequate medische behandeling onthouden. Het letsel is daardoor verergerd en haar gelaat kan daardoor niet meer in de anatomische stand worden hersteld.

De wijze waarop [slachtoffer] van haar vrijheid is beroofd heeft dan ook tot gevolg gehad dat zij zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Vastgesteld kan worden dat [slachtoffer] dit letsel niet had op het moment dat zij in de woning kwam en dat het letsel in de woning is ontstaan.

Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] hebben opzettelijk gehandeld. De rechtbank is van oordeel dat de aard van de letsels hierop wijst. Gelet op hetgeen deskundigen hierover hebben verklaard, acht de rechtbank het niet aannemelijk dat de letsels zijn veroorzaakt door één val of meerdere valpartijen.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat [slachtoffer] ook wederrechtelijk naar de woning in [woonplaats] is gebracht. Zij heeft uitdrukkelijk verklaard dat zij vrijwillig naar de woning is gegaan, en dat de sfeer pas is omgeslagen nadat zij daar eenmaal binnen was. Van dit onderdeel van de tenlastelegging zal de rechtbank verdachte dan ook vrijspreken.

De rechtbank is voorts van oordeel dat van het zwaar lichamelijk letsel dat dit feit ten gevolge heeft gehad niet dient te worden vrijgesproken zoals door de officier van justitie is voorgesteld, nu zich ook voor deze onderdelen van de tenlastelegging voldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier bevindt.

Feit 2 primair

De rechtbank is van oordeel dat op basis van de redengevende feiten en omstandigheden die in voornoemde bewijsmiddelen zijn vervat, wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair onder 2 ten laste gelegde feit.

Vastgesteld kan worden dat verdachte door geweld en door bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van seksuele handelingen, waaronder het binnendringen van het lichaam. [slachtoffer] bevond zich in een situatie van vrijheidsberoving, zodat alleen al op die grond van vrijwilligheid geen sprake kon zijn. Dit betreft een andere feitelijkheid waardoor zij gedwongen werd tot het ondergaan van de seksuele handelingen. Door de bedreigende, vrijheidsbenemende situatie die verdachte tezamen met zijn medeverdachte [medeverdachte] in de woning had gecreëerd, was de vrees van [slachtoffer] dat verdachte geweld zou toepassen indien zij zou weigeren, gerechtvaardigd. De hele situatie waarin [slachtoffer] verkeerde, maakte het voor haar eigenlijk onmogelijk zich aan de handelingen van verdachte te onttrekken. [slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte haar ook daadwerkelijk heeft geslagen tijdens de seks, hetgeen maakte dat zij de seks tegen haar zin onderging.

De rechtbank is van oordeel dat kan worden vastgesteld verdachte meermalen seks heeft gehad met [slachtoffer]. Het briefje van de hand van verdachte met de tekst “wanneer ik seks wil ga ik je roepen”en met “ik wil seks met jou wanneer ik wil”, duidt erop dat de seks met enige regelmaat voorkwam en vormt dan ook ondersteunend bewijs voor de verklaring van [slachtoffer] op dit punt.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de seksuele handelingen van verdachte met [slachtoffer] mede hieruit hebben bestaan dat verdachte zich door [slachtoffer] heeft laten pijpen. De rechtbank acht evenmin wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer] heeft gedwongen pillen tot zich te nemen. [slachtoffer] heeft hier niet over verklaard en er bevindt zich ook geen ander bewijsmiddel in het dossier waaruit dit kan worden afgeleid. De rechtbank zal verdachte daarom van deze onderdelen van de tenlastelegging vrijspreken.

Nu de rechtbank het primair onder 2 ten laste gelegde bewezen acht, komt zij aan de beoordeling van het subsidiair ten laste gelegde feit niet toe.

Feit 3

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de redengevende feiten en omstandigheden die in voornoemde bewijsmiddelen zijn vervat eveneens wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan zowel de zware mishandeling, zoals ten laste gelegd onder feit 3A, als aan de mishandeling, zoals neergelegd onder feit 3B, beiden meermalen gepleegd.

A

Na het aantreffen van [slachtoffer] in de woning is een aantal ernstige verwondingen bij haar geconstateerd, waarvan door deskundigen is gezegd dat deze niet meer geheel hersteld kunnen worden. Het betreft blijvend letsel. De letsels hebben het aangezicht van [slachtoffer] blijvend veranderd. Ook het verlies van haar tanden zal blijvend zijn. De rechtbank is dan ook van oordeel dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel. De rechtbank is verder van oordeel dat kan worden vastgesteld dat het letsel door verdachte en medeverdachte [medeverdachte] is toegebracht. Dit volgt allereerst uit de verklaring van [slachtoffer]. Zij heeft verklaard dat zij door verdachte en medeverdachte [medeverdachte] is geslagen met harde voorwerpen, waaronder een stok. Een kapotte stok is in de woning ook aangetroffen. Daarnaast is ze geslagen met vuisten. Ook buurtbewoners verklaren dat zij geluiden uit de woning hebben gehoord die passen bij mishandelingen. De deskundigen hebben verklaard dat meervoudige krachtige geweldsinwerking nodig is, om de aangetroffen letsels te kunnen veroorzaken. Gesproken wordt over typische mishandelingstrauma’s. De deskundigen houden de theoretische mogelijkheid open dat [slachtoffer] met hoge snelheid is gevallen en daarbij tegen een hard voorwerp is gekomen, maar daarbij wordt wel de kanttekening geplaatst dat het heel toevallig is als [slachtoffer] meerdere keren op die wijze van de trap is gevallen en daarbij telkens andere letsels aan haar gezicht heeft overgehouden, zonder dat zij daarbij andere breuken in het lichaam heeft opgelopen. De rechtbank acht dit scenario dan ook niet aannemelijk.

De rechtbank is van oordeel dat uit de omstandigheid dat de letsels alleen kunnen zijn ontstaan door krachtige geweldsinwerkingen, kan worden afgeleid dat verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte] de letsels opzettelijk hebben toegebracht. Zij moeten hebben beseft dat het met een dergelijke kracht inslaan op iemand zwaar lichamelijk letsel tot gevolg zou hebben, zeker als de krachtsinwerking is gericht op een kwetsbaar onderdeel van het lichaam, zoals het gezicht. Het opzet van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] was daarmee gericht op het gevolg, te weten het zwaar lichamelijke letsel.

Aangezien de verwondingen moeten zijn toegebracht door meervoudige krachtsinwerking, kan worden vastgesteld dat dit feit meermalen is gepleegd. Dit past ook bij de verklaring van [slachtoffer].

B

Op het lichaam van [slachtoffer] zijn eveneens verwondingen aangetroffen, die passen bij de mishandelingen zoals omschreven onder [slachtoffer] heeft ook uitdrukkelijk over deze mishandelingen verklaard. Het betreffen meerdere typen verwondingen, die door verschillende handelingen zijn toegebracht. Ook ten aanzien van dit feit kan daarom worden vastgesteld dat het meermalen is gepleegd. Verder heeft [slachtoffer] verklaard dat zij hier veel pijn aan over heeft gehouden. Buurtbewoners verklaren ook over geluiden die passen bij het hebben van pijn. Dat het opzet van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] op het toebrengen van pijn of letsel was gericht, volgt alleen al uit de handelingen die zij hebben verricht.

Zoals in het kader van feit 1 reeds overwogen hebben verdachte en medeverdachte [medeverdachte] [slachtoffer] voor een goede behandeling van haar letsel medische zorg onthouden.

De rechtbank is van oordeel dat zich onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier bevindt voor het steken met een mes in de borst. [slachtoffer] zelf heeft hierover geen duidelijke verklaring afgelegd. Alleen haar vader en zus verklaren hier uitdrukkelijk over, maar dit betreffen verklaringen uit de tweede hand. Verder is geen letsel op het lichaam van [slachtoffer] beschreven door een arts dat op het eerste gezicht zou kunnen passen bij deze vorm van geweldsuitoefening.

Feit 4

De rechtbank is ten slotte van oordeel dat op grond van de redengevende feiten en omstandigheden die in voornoemde bewijsmiddelen zijn vervat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 4. Hetgeen [slachtoffer] over dit feit heeft verklaard, wordt door [getuige 3] als getuige bevestigd. Bovendien wordt een en ander bevestigd door het briefje met de tekst: “hij wil seks met jou, doe als wat hij vraagt, doe of je het wil”, van de hand van medeverdachte [medeverdachte]. Verdachte zat erbij toen medeverdachte [medeverdachte] dit briefje aan [slachtoffer] gaf en schoof [getuige 3] vervolgens een condoom toe.

Dat een en ander onder dwang heeft plaatsgevonden, volgt alleen al uit de tekst van voornoemd briefje. Daarbij hebben de omstandigheden waaronder [slachtoffer] in de woning verbleef eraan bijgedragen dat zij niet in vrijheid haar wil kon bepalen en zij zich gedwongen voelde op het verzoek van medeverdachte [medeverdachte] in te gaan. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] hebben [slachtoffer] aldus door hun gewelddadige handelingen en hun bedreigingen in de context van de wederrechtelijke vrijheidsberoving gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen door [getuige 3].

Medeplegen

De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van de feiten 1, 3 en 4 kan worden vastgesteld dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] deze tezamen en in vereniging hebben gepleegd. [slachtoffer] heeft verklaard dat beiden, in ieder geval een deel van de tijd, in de woning verbleven en zij stonden daar allebei ook ingeschreven. Zij hadden daar allebei evenveel macht over haar en waren gelijkwaardig in hun houding naar haar toe. Ze hebben haar allebei bedreigd en mishandeld. De diverse verwondingen hebben zij allebei kunnen waarnemen, hetgeen betekent dat zij ook allebei moeten hebben geweten als de ander [slachtoffer] letsel had toegebracht. Ook volgt uit de verklaring van [slachtoffer] dat de mannen haar tezamen hebben mishandeld. De één hield haar vast, terwijl de ander haar sloeg. Daarnaast draaiden ze haar samen rond. Ze deden dit met z’n tweeën. Typerend is ook dat medeverdachte [medeverdachte] de sleutel van zijn slaapkamer aan verdachte gaf op het moment dat hij de woning verliet. Dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] op elkaar waren ingespeeld, volgt ook uit het feit dat verdachte aan [getuige 3] een condoom toeschoof, nadat [getuige 3] door medeverdachte [medeverdachte] was aangezet om samen met [slachtoffer] naar boven te gaan om daar seks te hebben.

Gelet op het voorgaande kan worden vastgesteld dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking.

Meerdaadse samenloop

Onder feit 1 is zwaar lichamelijk letsel ten laste gelegd als gevolg van de wederrechtelijke vrijheidsberoving en daarmee als strafverzwarende omstandigheid. Onder feit 3A is een groot deel van ditzelfde letsel ten laste gelegd als onderdeel van zware mishandeling. De rechtbank is van oordeel dat hierbij sprake is van meerdaadse samenloop. De betreffende feitelijkheden zijn weliswaar nauw met elkaar verweven en overeenstemmend wat betreft tijd en plaats, maar de delictsomschrijvingen van de feiten 1 en 3A beschermen (deels) een ander rechtsbelang. De rechtbank zal hiermee rekening houden bij de strafoplegging.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

in de periode van 1 november 2011 tot en met 16 februari 2012 te [woonplaats], gemeente Nijkerk,

tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd,

immers heeft hij, verdachte, en zijn mededader opzettelijk wederrechtelijk

- die [slachtoffer] tegen haar wil langdurig in een woning te [woonplaats] gehouden en

opgesloten door de deuren van die woning af te sluiten en die [slachtoffer] te verbieden die woning te verlaten en door de sleutels van die woning voor die [slachtoffer] te verbergen, althans

haar de sleutels van die woning te onthouden, en

- die [slachtoffer] in een slaapkamer in die woning opgesloten en die [slachtoffer] verboden die slaapkamer te verlaten,

- de mobiele telefoon van die [slachtoffer] afgenomen, en

- die [slachtoffer] veelvuldig mishandeld, onder meer door haar te slaan, en

- die [slachtoffer] meermalen bedreigd met de dood en/of zware mishandeling, onder

meer door een mes te tonen en door een schietgebaar te maken en een

gebaar langs de hals te maken,

- die [slachtoffer] meermalen gedwongen om medicijnen, te weten Oxazepam

en Temazepam in te nemen en die [slachtoffer] meermalen gedwongen om veel

alcoholhoudende drank te drinken, door welke kalmerende/slaapverwekkende/versuffende/spierverslappende medicijnen en

alcoholhoudende drank en door een combinatie van die medicijnen en

alcoholhoudende drank die [slachtoffer] regelmatig in een staat van verminderd

bewustzijn terecht kwam, en

- die [slachtoffer] meermalen opgedragen zonder kleren te zijn en haar slechts

een badjas gegeven en belet haar eigen kleding te dragen, en

- die [slachtoffer] meermalen gedwongen huishoudelijk werk te

verrichten en te koken

- die [slachtoffer] gedwongen poep te eten en de inhoud van een asbak

te eten en de grond te likken en

- die [slachtoffer] verboden te schreeuwen, en

- die [slachtoffer] belet te eten en te drinken wat zij wilde, en

- die [slachtoffer] belet in bad te gaan wanneer zij wilde,

en

- die [slachtoffer] belet medische behandeling te zoeken voor haar

verwondingen, en

- aldus een dreigende sfeer gecreëerd en in stand gehouden waardoor die

[slachtoffer] werd belet zich vrijelijk te bewegen en te gaan en staan

waar zij wilde,

welk feit zwaar lichamelijk letsel (onder meer een gebroken neusbeen, meerdere

breuken in (verbrijzeling van) de linker jukboog, een breuk in de bodem van de

linkeroogkas, een breuk in de onderkaak, een slechte fractuurgenezing van

voornoemde breuken, verlies van tanden, meerdere (blijvende) littekens op het

lichaam en asymmetrie van het gelaat) bij die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;

2.

Primair

op meer tijdstippen in de periode van 01 november 2011tot en met 16 februari 2012

te [woonplaats], gemeente Nijkerk,

telkens door geweld en een andere feitelijkheid en door bedreiging

met geweld, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die hebben bestaan uit of mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam,

immers heeft hij

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht, en

- zich laten aftrekken door die [slachtoffer],

en bestaande dat geweld, die feitelijkheid en bedreiging met geweld hierin dat

- hij samen met een ander die [slachtoffer] van haar vrijheid heeft beroofd, en

- hij die [slachtoffer] meermalen, zowel voor als tijdens de seks heeft

geslagen/gestompt op haar hoofd en/of lichaam, en

- hij die [slachtoffer] heeft gezegd of geschreven: "wanneer ik seks wil ga ik je

roepen" en "ik wil seks met jou, wanneer ik wil", althans woorden van

gelijke aard/strekking;

3.

A.

op meer tijdstippen in de periode van 01 november 2011 tot en met 16 februari 2012

te [woonplaats], gemeente Nijkerk, tezamen en in vereniging met een ander, [slachtoffer],

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (onder meer een gebroken neusbeen,

meerdere breuken in (verbrijzeling van) de linker jukboog, een breuk in de

bodem van de linkeroogkas, een breuk in de onderkaak en verlies van tanden),

heeft toegebracht, door haar opzettelijk met de vuisten en of met een voorwerp tegen

het gezicht te slaan;

en

B.

op meer tijdstippen in de periode van 01 november 2011 tot en met 16 februari 2012

te [woonplaats], gemeente Nijkerk, tezamen en in vereniging met een ander, telkens

opzettelijk mishandelend [slachtoffer] met de handen en vuisten tegen het

lichaam heeft geslagen en haar met een (kapotte) fles en een stok en andere voorwerpen heeft geslagen en aan haar vingers heeft getrokken en een borstpomp op haar borsten heeft gezet en een broek om haar keel heeft gebonden en strak getrokken en haar keel heeft

dichtgeknepen en brandende sigaretten, althans gloeiende voorwerpen, tegen haar lichaam heeft gedrukt/gehouden en haar medische verzorging heeft onthouden, waardoor voornoemde [slachtoffer] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

4.

in de periode van 1 november 2011 tot en met 16 februari 2012 te [woonplaats], gemeente Nijkerk, tezamen en in vereniging met een ander,

door geweld en een andere feitelijkheid en door bedreiging met geweld, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen door [getuige 3], immers heeft die

[getuige 3] zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht,

en bestaande dat geweld, die feitelijkheid en bedreiging met geweld hierin dat verdachte en zijn mededader

- die [slachtoffer] in hun woning en slaapkamer van haar vrijheid hebben beroofd, en

- die [slachtoffer] meermalen hebben mishandeld, waardoor een dreigende sfeer was ontstaan, en

- die [slachtoffer] hebben opgedragen seks te hebben met [getuige 3], en

- die [getuige 3] een condoom hebben gegeven.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6. De strafbaarheid van het feit

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar als:

Feit 1: medeplegen van opzettelijk iemand van de vrijheid beroven terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft

Feit 2 primair: verkrachting, meermalen gepleegd

Feit 3: medeplegen van zware mishandeling en medeplegen van mishandeling, telkens meermalen gepleegd

Feit 4: feitelijke aanranding van de eerbaarheid, gepleegd door twee verenigde personen

7. De strafbaarheid van verdachte

Met betrekking tot de strafbaarheid van verdachte overweegt de rechtbank als volgt.

Bij de stukken van het dossier bevindt zich een pro justitie rapport d.d. 20 mei 2012 van drs. G.J.W. Pol, psycholoog.

Genoemde deskundige komt op grond van zijn onderzoeken met betrekking tot de persoon van de verdachte tot de conclusie dat verdachte lijdende is aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van zwakbegaafdheid en een anti-sociale persoonlijkheidsstoornis en aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens in de zin van cannabisafhankelijkheid. Volgens de deskundige mag worden aangenomen dat dit ten tijde van de ten laste gelegde feiten, voor zover bewezen, ook het geval was. De gedragskeuzes en gedragingen van verdachte kunnen hieruit ook deels verklaard worden.

Gezien de duur van de periode van de ten laste gelegde feiten mag ervan worden uitgegaan dat verdachte de hem ten laste gelegde feiten grotendeels willens en wetens heeft gepleegd, maar aan de andere kant mag worden aangenomen dat hij voor een klein deel ook tot de feiten is gekomen omdat hij, in verlengde van de bij hem bestaande anti-sociale persoonlijkheidsstoornis, minder goed in staat is geweest zijn seksuele en agressieve impulsen te controleren en hij door zijn egocentrische perspectief, zijn gebrekkig empathisch vermogen en zijn lacunaire gewetensfunctie, behorend tot zijn anti-sociale persoonlijkheidsstoornis, minder goed in staat is geweest zich in het slachtoffer in te leven en wellicht ook door zijn vrij beperkte intelligentie minder goed in staat is geweest de gevolgen van zijn handelen te overzien.

In geval van een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten, heeft de deskundige gelet op het voorgaande als advies gegeven verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren.

Psychiater drs. A.C. Bruijns heeft eveneens getracht een pro justitie rapportage over verdachte op te maken, maar verdachte heeft geweigerd aan het psychiatrische onderzoek zijn medewerking te verlenen. Gelet hierop heeft de psychiater zich ook niet kunnen uitlaten over de mate van toerekeningsvatbaarheid van verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat het rapport van psycholoog drs. Pol van voldoende motivatie is voorzien om als uitgangspunt te nemen voor haar oordeel omtrent de toerekeningsvatbaarheid van verdachte en zij neemt de conclusie van de psycholoog dan ook over en volgt dit advies.

Gelet op het voorgaande kunnen de feiten in licht verminderde mate aan verdachte worden toegerekend, zodat hij, zij het in licht verminderde mate, strafbaar is voor zijn daden.

8. Motivering van de straffen en maatregelen

8.1. De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht en met oplegging van de maatregel TBS met dwangverpleging.

8.2. Het standpunt van de verdediging

Voor zover de rechtbank tot een bewezenverklaring zal komen, heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat verdachte slechts een kleine rol in het geheel heeft gespeeld. Het verschil tussen de rol van verdachte enerzijds en die van medeverdachte [medeverdachte] anderzijds, komt volgens de raadsman onvoldoende in de eis van de officier van justitie tot uitdrukking.

De raadsman heeft zich voorts verzet tegen de oplegging van de maatregel TBS met dwangverpleging. Nu de deskundigen het daarover niet eens zijn, ligt aan de eis tot oplegging van deze zeer ingrijpende maatregel een te wankele basis ten grondslag. Volgens de raadsman bestaat er bovendien geen kans op recidive en zijn er mogelijkheden verdachte op alternatieve wijze te behandelen. Daartoe is verdachte ook gemotiveerd.

8.3. Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en maatregel en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Voor wat betreft de ernst van de feiten houdt de rechtbank allereerst rekening met het feit dat de wijze waarop verdachte en medeverdachte [medeverdachte] [slachtoffer] in hun woning van haar vrijheid hebben beroofd, één van de meest vreselijke wijzen van vrijheidsberoving betreft die men zich kan voorstellen. De weergave van de feiten lijkt op een script van een horror-film, maar het is gedurende een periode van drie en een halve maand de realiteit geweest voor een kwetsbare, dove vrouw. De wijze waarop zij is aangetroffen door de politie, is veelzeggend voor de omstandigheden waarin zij al die tijd heeft moeten leven. Ze lag weggedrukt tussen de matrassen en volledig onder het dekbed. Niet alleen het bed, maar de gehele slaapkamer was zeer onhygiënisch. De woning lag vol troep, waaronder lege flessen bier, verpakkingen van pillen, waaronder doosjes van viagrapillen, vieze lakens en kleding, alsmede seksartikelen. [slachtoffer] had een gezwollen gezicht en zag er sterk vermagerd uit. Op haar lichaam waren veel blauwe plekken, verwondingen en littekens te zien. In het ziekenhuis bleek zij te lijden aan zeer ernstig letsel in het gelaat. Ze is vernederd en mishandeld en vrijwel dagelijks seksueel misbruikt. Ze kreeg – deels gedwongen - veel drugs, alcohol en sedatieven. Zij heeft naar haar eigen beleving bijna vier maanden als slaaf moeten leven. De rechtbank acht deze typering begrijpelijk.

Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] hebben op ernstige wijze misbruik gemaakt van de kwetsbare positie waarin [slachtoffer] verkeerde vanwege haar problematische achtergrond, haar bestaan als prostituee, haar drugsverslaving en haar doofheid. Ze hebben dagelijks een zeer grote inbreuk gemaakt op haar lichamelijke integriteit en door hun handelen hebben ze niet alleen bij de familie van [slachtoffer], maar ook in de hele samenleving, een ernstige schok teweeg gebracht.

Alhoewel verdachte minder vaak in de woning was dan medeverdachte [medeverdachte] en hij minder frequent seksueel contact heeft gehad met [slachtoffer], had ook hij veel macht over haar en heeft ook hij een grote rol gespeeld bij de gepleegde strafbare feiten. In de ogen van [slachtoffer] waren de twee mannen gelijkwaardig. Verdachte wist net zo goed als medeverdachte [medeverdachte] wat er gaande was en hij is zeer gewelddadig naar [slachtoffer] geweest. [slachtoffer] heeft zelfs uitdrukkelijk verklaard dat verdachte degene was die haar het hardste sloeg.

Verdachte heeft voor het voorgaande op geen enkele wijze verantwoordelijkheid getoond, noch heeft hij blijk gegeven van enige vorm van berouw. Hij ontkent zijn eigen bijdrage en zegt er niets van gemerkt te hebben wat medeverdachte [medeverdachte] heeft gedaan. De rechtbank is van oordeel dat deze houding van verdachte laat zien dat hij alle realiteitszin kwijt is en dat hij bij zijn handelen uitsluitend aan zijn eigen genot heeft gedacht.

Door hun handelen hebben verdachten zich gedurende drie en een halve maand vrijwel continu schuldig gemaakt aan enkele zeer ernstige misdrijven uit het Wetboek van Strafrecht. Zij hebben daarbij aangetoond geen enkele respect te hebben voor de lichamelijke integriteit van hun slachtoffer. De rechtbank rekent dat verdachte zeer zwaar aan en is dan ook van oordeel dat verdachte zwaar gestraft moet worden.

Voor wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank allereerst rekening gehouden met de justitiële documentatie van verdachte d.d. 18 april 2012. Deze laat zien dat verdachte eerder is veroordeeld voor gewelddadig gedrag waarbij de rechter de maatregel PIJ voorwaardelijk heeft opgelegd. In de proeftijd van deze maatregel heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan de feiten waarvoor hij thans terecht staat. Kennelijk is van deze voorwaardelijke veroordeling onvoldoende waarschuwing voor hem uitgegaan en is verdachte verdergegaan met het plegen van zeer ernstig strafbaar gedrag . De rechtbank houdt hiermee rekening bij haar oordeelsvorming over de kans op recidive. Voorts houdt de rechtbank rekening met het feit dat de klinische behandeling die verdachte in het kader van de voorwaardelijk opgelegde maatregel PIJ moest volgen niet is geslaagd doordat verdachte onvoldoende gemotiveerd was, hij zijn afspraken niet nakwam en zich onder andere agressief en dreigend gedroeg naar personeel.

Over verdachte is thans een aantal rapportages en adviezen uitgebracht. Zoals hiervoor met betrekking tot de strafbaarheid van verdachte weergegeven heeft psycholoog drs. Pol geadviseerd verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren en neemt de rechtbank dit advies over.

De psycholoog heeft verder uiteengezet dat hij het recidiverisico als onverminderd aanwezig acht, gelet op de vooralsnog onveranderde psychopathologie, de omstandigheid dat verdachte vaker tot gewelddadig delictgedrag is gekomen en het hem in belangrijke mate ontbreekt aan zelfreflecterend vermogen en gevoelens van spijt. De kans op delictgedrag lijkt met name verhoogd, indien sociaal maatschappelijke stabiliteit blijft ontbreken en hij overmatig middelen blijft gebruiken. Teneinde de kans op recidive te verminderen is volgens de psycholoog behandeling nodig gericht op de bij verdachte aanwezige ernstige persoonlijkheidsstoornis, met daarin onder andere psycho-educatie en impulshantering en ook aandacht voor middelengebruik en functioneren in sociaal maatschappelijk opzicht.

Vanwege gebrek aan motivatie bij verdachte, is een klinische behandeling niet haalbaar. Omdat bij verdachte alleen sprake is van enige motivatie voor ambulante behandeling, heeft de psycholoog aanvankelijk een ambulante behandeling in het kader van een bijzondere voorwaarde bij een deels voorwaardelijke op te leggen straf geadviseerd.

Centrum Maliebaan heeft vervolgens een advies d.d. 13 juni 2012 uitgebracht en daarin staat opgenomen dat het IFZ heeft laten weten dat er geen passende behandelplek voor verdachte bestaat in het kader van bijzondere voorwaarden. De reclassering heeft voorts aangegeven uitsluitend vertrouwen te hebben in een langdurig en intensief klinisch traject, waarbij gefaseerde terugkeer in de maatschappij noodzakelijk is.

Psycholoog drs. Pol heeft naar aanleiding van het advies van de reclassering aanvullend gerapporteerd in de brief d.d. 6 november 2012. Daarin heeft hij vastgesteld dat zijn eerder uitgebrachte advies niet realiseerbaar blijkt. Nu wel verband bestaat tussen de stoornis van verdachte en de ten laste gelegde feiten en langdurige intensieve behandeling noodzakelijk is voor het tot een aanvaardbaar niveau terugbrengen van het recidiverisico van verdachte, heeft hij zijn advies in die zin aangepast dat hij thans heeft geconcludeerd dat de maatregel TBS met dwangverpleging wellicht de enige manier is om de veiligheid van de maatschappij voldoende te waarborgen.

Psychiater Bruijns heeft zich in zijn tweede brief d.d. 5 november 2012 opnieuw onthouden van een advies omdat hij verdachte nauwelijks heeft gesproken. Wel is hij van mening dat behandeling in het kader van een PIJ of in het kader van een TBS tot de mogelijkheden behoort. Hij uit wel zijn serieuze twijfels over het nut van een behandeling in het kader van de jeugdhulpverlening, van welke aard of setting dan ook.

Gelet op het voorgaande, en in aanmerking nemende de ernst van de feiten, is de rechtbank evenals voornoemde deskundige van oordeel dat oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling noodzakelijk is.

Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat voldaan wordt aan de eisen die de wet daaraan stelt, te weten:

- bij verdachte bestond ten tijde van het plegen van de feiten een gebrekkige ontwikkeling en een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens;

- voor elk van de onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde misdrijven is een gevangenisstraf van vier jaren of meer gesteld;

- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist die maatregel.

De rechtbank acht, gelet op de ernst van de problematiek en het gevaar dat verdachte voor anderen oplevert, voorts dwangverpleging noodzakelijk.

De rechtbank overweegt voorts dat de maatregel van terbeschikkingstelling zal worden opgelegd terzake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De totale duur van de maatregel kan daarom een periode van vier jaar te boven gaan.

Daarnaast acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren noodzakelijk. Bij de bepaling van de duur van die straf heeft de rechtbank acht geslagen op de impact die de gepleegde feiten op het slachtoffer en de samenleving hebben gehad.

Gelet op de beperktere rol in het geheel ten opzichte van medeverdachte [medeverdachte], welke rol met name beperkter is door een veel lagere frequentie van seksueel contact met [slachtoffer], legt de rechtbank verdachte een kortere gevangenisstraf op. Bij dit verschil heeft de rechtbank rekening gehouden met het feit dat verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar is voor zijn daden, terwijl de daden aan medeverdachte [medeverdachte] in verminderde mate kunnen worden toegerekend.

De rechtbank heeft ten slotte rekening gehouden met het feit dat een deel van de uitvoeringshandelingen van de feiten 1 en 3A en alle feiten tezamen een meerdaadse samenloop inhouden.

De rechtbank legt daarmee een gevangenisstraf van langere duur op dan de officier van justitie heeft geëist. De rechtbank is van oordeel dat de bewezenverklaarde feiten dusdanig ernstig zijn dat een gevangenisstraf van deze duur gerechtvaardigd is. Met een kortere gevangenisstraf wordt onvoldoende recht gedaan aan het grote leed dat verdachte teweeg heeft gebracht.

9. Het beslag

Onder verdachte zijn de voorwerpen in beslag genomen die staan vermeld op de lijst inbeslaggenomen voorwerpen d.d. 19 februari 2013.

Teruggave

De rechtbank zal de teruggave gelasten aan verdachte van alle voorwerpen zoals vermeld op de lijst inbeslaggenomen voorwerpen, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen en verdachte redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

10. Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De behandeling van de vordering van [slachtoffer] levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van de hiervoor bewezen geachte feiten rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op het gevorderde bedrag van € 30.000,- bestaande uit immateriële schade en de wettelijke rente over de periode 25 december 2011 tot en met 28 februari 2013 berekend op een bedrag van € 1.218,-, derhalve op een totaalbedrag van € 31.218,-- (eenendertig duizend tweehonderd en achttien euro). De vordering kan dan ook worden toegewezen, het geheel te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 1 maart 2013 tot het moment van volledige voldoening.

De verdachte is op de voet van artikelen 6:6 e.v. BW niet tot vergoeding gehouden indien en voor zover het toegewezen bedrag reeds door zijn mededader is voldaan.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opgelegd.

11. Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling

Bij de stukken bevindt zich de op 9 juli 2012 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht in de zaak met parketnummer 09/900949-10, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis d.d. 31 augustus 2012 van de rechtbank ’s-Gravenhage, waarbij verdachte is veroordeeld tot de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen voor een periode van twee jaren, met bevel dat van deze straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een tot 14 september 2013 bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Tevens bevindt zich bij de stukken een mededeling voorwaardelijke veroordeling aan verdachte d.d. 27 september 2011.

Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis. De rechtbank ziet echter aanleiding de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde maatregel af te wijzen, nu de oplegging van deze maatregel niet opportuun is in combinatie met de thans op te leggen straf en maatregel.

12. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f, 37a, 47, 57, 242, 246, 248, 282, 300 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

13. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Feit 1: medeplegen van opzettelijk iemand van de vrijheid beroven terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft

Feit 2 primair: verkrachting, meermalen gepleegd

Feit 3: medeplegen van zware mishandeling en medeplegen van mishandeling, telkens meermalen gepleegd

Feit 4: feitelijke aanranding van de eerbaarheid, gepleegd door twee verenigde personen

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van zeven jaren.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering (en in voorlopige hechtenis) is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege wordt verpleegd.

Het beslag

Gelast de teruggave aan verdachte van alle voorwerpen zoals vermeld op de lijst inbeslaggenomen voorwerpen d.d. 19 februari 2013.

De vordering van de benadeelde partij

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 31.218,-- (eenendertig duizend tweehonderd en achttien euro), te vermeerderen met de wettelijke rente, te berekenen vanaf 1 maart 2013.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 31.218,-- (eenendertig duizend tweehonderd en achttien euro) te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen vanaf 1 maart 2013 te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt de betalingsverplichting door hechtenis van 191 dagen vervangen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

De vordering tenuitvoerlegging

Wijst af de vordering tenuitvoerlegging van de bij genoemd vonnis van 31 augustus 2012 opgelegde voorwaardelijke straf.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Maanen, voorzitter, mrs. P.W.G. de Beer en P.L.C.M. Ficq, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.W.M. Maase-Raedts, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 maart 2013.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 november 2011 tot en met 16 februari

2012 te Utrecht en/of te Amersfoort en/of te [woonplaats], gemeente Nijkerk,

althans in het arrondissement Utrecht en/of het arrondissement Arnhem,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk

[slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd

gehouden,

immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader opzettelijk wederrechtelijk

- die [slachtoffer] naar een woning aan de [adres] gebracht en/of laten komen,

- die [slachtoffer] tegen haar wil (langdurig) in die woning gehouden en/of

opgesloten (gehouden) door de deuren van die woning af te sluiten en/of

afgesloten te houden en/of die [slachtoffer] te verbieden die woning te verlaten

en/of door de sleutels van die woning voor die [slachtoffer] te verbergen, althans

haar de sleutels van die woning te onthouden, en/of

- die [slachtoffer] (meermalen) in een slaapkamer (in die woning) opgesloten/gehouden

en/of die [slachtoffer] verboden die slaapkamer te verlaten,

- de (mobiele) telefoon van die [slachtoffer] afgenomen, en/of

- die [slachtoffer] (aldaar) (veelvuldig, althans meermalen) mishandeld, onder meer

door haar te slaan, en/of

- die [slachtoffer] (meermalen) bedreigd met de dood en/of zware mishandeling, onder

meer door een mes te tonen en/of door een schietgebaar te maken en/of een

gebaar langs de hals te maken,

- die [slachtoffer] (meermalen) gedwongen/opgedragen om medicijnen (te weten Oxazepam

en Temazepam), althans

kalmerende/slaapverwekkende/versuffende/spierverslappende medicijnen, in te

nemen en/of die [slachtoffer] (meermalen) gedwongen/opgedragen om (veel)

alcoholhoudende drank te drinken, althans (veel) alcoholhoudende drank

gegeven, door welke

(kalmerende/slaapverwekkende/versuffende/spierverslappende) medicijnen en/of

alcoholhoudende drank en/of door een combinatie van die medicijnen en

alcoholhoudende drank die [slachtoffer] regelmatig in een staat van verminderd

bewustzijn terecht kwam, en/of

- die [slachtoffer] (meermalen) opgedragen zonder kleren te zijn en/of haar (slechts)

een badjas gegeven en/of belet haar eigen kleding te dragen, en/of

- die [slachtoffer] (meermalen) gedwongen/opgedragen huishoudelijk werk te

verrichten en/of te koken

- die [slachtoffer] gedwongen/opgedragen poep te eten en/of de inhoud van een asbak

te eten en/of de grond te likken en/of

- die [slachtoffer] verboden te schreeuwen/ veel geluid te maken, en/of

- die [slachtoffer] belet/belemmerd te eten en/of te drinken wat zij wilde, en/of

- die [slachtoffer] belet/belemmerd in bad te gaan/ te douchen wanneer zij wilde,

en/of

- die [slachtoffer] belet/belemmerd (medische) behandeling te zoeken voor haar

verwondingen, en/of

- (aldus) een dreigende sfeer gecreëerd en in stand gehouden waardoor die

[slachtoffer] werd belet/belemmerd zich vrijelijk te bewegen en/of te gaan en staan

waar zij wilde,

welk feit zwaar lichamelijk letsel (onder meer een gebroken neusbeen, meerdere

breuken in (verbrijzeling van) de linker jukboog, een breuk in de bodem van de

linkeroogkas, een breuk in de onderkaak, een slechte fractuurgenezing van

voornoemde breuken, verlies van tanden, meerdere (blijvende) littekens op het

lichaam en asymmetrie van het gelaat) bij die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;

2.

Primair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 november 2011

tot en met 16 februari 2012 te [woonplaats], gemeente Nijkerk, althans in het

arrondissement Arnhem,

(telkens) door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging

met geweld en/of een andere feitelijkheid, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het

ondergaan van handelingen die hebben bestaan uit of mede hebben bestaan uit

het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij (telkens),

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht, en/of

- zich laten pijpen door die [slachtoffer], en/of

- zich laten aftrekken door die [slachtoffer], en/of

en bestaande dat geweld/die feitelijkheid en/of bedreiging met geweld en/of

een andere feitelijkheid hierin dat

- hij (samen met een ander, althans alleen) die [slachtoffer] van haar vrijheid

heeft beroofd en/of beroofd gehouden, althans wist dat zij van haar vrijheid

was beroofd en/of beroofd gehouden, en/of

- hij die [slachtoffer] (meermalen, zowel voor als tijdens de seks) heeft

geslagen/gestompt op haar hoofd en/of lichaam, en/of

- die [slachtoffer] (meermalen) gedwongen/opgedragen om medicijnen (te weten

Oxazepam en Temazepam), althans

kalmerende/slaapverwekkende/versuffende/spierverslappende medicijnen, in te

nemen en/of die [slachtoffer] (meermalen) gedwongen/opgedragen om (veel)

alcoholhoudende drank te drinken, althans (veel) alcoholhoudende drank

gegeven, door welke

(kalmerende/slaapverwekkende/versuffende/spierverslappende) medicijnen en/of

alcoholhoudende drank en/of door een combinatie van die medicijnen en

alcoholhoudende drank die [slachtoffer] regelmatig in een staat van verminderd

bewustzijn terecht kwam, en/of

- hij die [slachtoffer] heeft gezegd of geschreven: "wanneer ik seks wil ga ik je

roepen" en/of "ik wil seks met jou, wanneer ik wil", althans woorden van

gelijke aard/strekking;

Subsidiair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 november 2011

tot en met 16 februari 2012 te [woonplaats], gemeente Nijkerk, althans in het

arrondissement Arnhem,

met [slachtoffer], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] (telkens) in staat

van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde,

dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van

haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was haar

wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te

bieden,

(telkens) een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestonden uit of mede

bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],

immers heeft hij (telkens)

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht, en/of

- zich laten pijpen door die [slachtoffer], en/of

- zich laten aftrekken door die [slachtoffer];

3.

A.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 november 2011

tot en met 16 februari 2012 te [woonplaats], gemeente Nijkerk, tezamen en in

vereniging met anderen of een ander, althans alleen, [slachtoffer],

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (onder meer een gebroken neusbeen,

meerdere breuken in (verbrijzeling van) de linker jukboog, een breuk in de

bodem van de linkeroogkas, een breuk in de onderkaak en verlies van tanden),

heeft toegebracht, door haar opzettelijk (één of meerdere malen) met de

vuisten en/of met de handen en/of met (een) voorwerp(en) tegen het gezicht,

althans het hoofd, te slaan;

en/of

B.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks 01 november 2011 tot en met 16

februari 2012 te [woonplaats], gemeente Nijkerk,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens)

opzettelijk mishandelend [slachtoffer] met de handen en/of vuisten tegen het

lichaam heeft geslagen en/of heeft geschopt en/of haar met een (kapotte) fles

en/of een stok en/of andere voorwerpen heeft geslagen en/of aan haar vingers

heeft getrokken en/of met een mes, althans een puntig voorwerp, in haar borst

heeft gestoken en/of een borstpomp op haar borsten heeft gezet en/of een

broek om haar keel heeft gebonden en strak getrokken en/of haar keel heeft

dichtgeknepen en/of brandende sigaretten, althans gloeiende voorwerpen,

op/tegen haar lichaam heeft gedrukt/gehouden en/of haar medische verzorging

heeft onthouden of belet medische verzorging te zoeken,

waardoor voornoemde [slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

4.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2011

tot en met 16 februari 2012 te [woonplaats], gemeente Nijkerk, althans in het

arrondissement Arnhem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen,

door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld

en/of een andere feitelijkheid, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen of

dulden van ontuchtige handelingen met/door [getuige 3], immers heeft die

[getuige 3] zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht,

en bestaande dat geweld/die feitelijkheid en/of bedreiging met geweld en/of

een andere feitelijkheid hierin dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer] in zijn/hun woning (en/of slaapkamer) van haar vrijheid

heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, en/of

- die [slachtoffer] meermalen heeft/hebben mishandeld, waardoor een dreigende sfeer

was ontstaan, en/of

- die [slachtoffer] hebben opgedragen/aangezet seks te hebben met [getuige 3], en/of

- die [getuige 3] een condoom heeft/hebben gegeven.