Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ0326

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
24-01-2013
Datum publicatie
01-02-2013
Zaaknummer
16/656366-12, 16/655689-12 tul, 13/651691-10 tul [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling in verband met diefstal in vereniging door middel van braak bij twee maneges.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

parketnummers: 16/656366-12, 16/655689-12 tul, 13/651691-10 tul [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 24 januari 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1992] te [geboorteplaats] (Colombia)

wonende te [woonplaats]

gedetineerd: PI Utrecht, HvB Wolvenplein te Utrecht

raadsvrouw mr. W. Monster, advocaat te Amsterdam

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 10 januari 2013, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter terechtzitting zijn ook de vorderingen tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermelde parketnummers.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1. op 9 april 2012 te Abcoude bij een manege heeft ingebroken en een kluis met daarin een geldbedrag heeft weggenomen;

2. op 16 april 2012 te Zuid-Beijerland, samen met anderen, bij een manege heeft ingebroken en een kassa heeft weggenomen.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich niet uitgelaten over de ten laste gelegde feiten.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Feit 1

De rechtbank acht feit 1 wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de terechtzitting van 10 januari 2013;

- de aangifte van [aangever 1] namens de Rijvereniging en Ponyclub De Slotruiters ;

- de verklaring van [A] tijdens de terechtzitting van 10 januari 2013.

De rechtbank vult de tenlastelegging van feit1 aan met de woorden (na “althans in Nederland,”): “tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,”. De rechtbank merkt het ontbreken van deze woorden aan als een kennelijke misslag, nu de feitelijke omschrijving van de tenlastelegging wèl het medeplegen omschrijft, ook uit de verklaringen in het dossier blijkt dat de inbraak door meerdere personen is gepleegd en verdachte ter terechtzitting (nogmaals) heeft bevestigd dat hij de inbraak samen met een ander heeft gepleegd. De tenlastelegging luidt met de aanvulling als volgt:

hij op of omstreeks 09 april 2012 te Abcoude, gemeente De Ronde Venen, althans

in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk

van wederrechtelijke toeëigening in / uit een pand (te weten een kantine van een

manege) heeft weggenomen een kluis (met daarin ongeveer 5.000 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Manege RV en PC de Slotruiters in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en/of de/het weg en/of inklimming, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) een deur van die kantine verbroken/geforceerd en/of (binnen) met enig(e) breekvoorwerp(en) de kluis van de muur gebroken/geforceerd;

Feit 2

Feit 2 acht de rechtbank eveneens wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de terechtzitting van 10 januari 2013;

- de aangifte van [aangever 2] namens Manege De Mustang ;

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 09 april 2012 te Abcoude, gemeente De Ronde Venen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pand (te weten een kantine van een manege) heeft weggenomen een kluis (met daarin ruim 3.000 euro), toebehorende aan Manege RV en PC de Slotruiters, waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak, immers hebben verdachte en/of zijn mededader een deur van die kantine geforceerd en (binnen) met enige breekvoorwerpen de kluis van de muur gebroken;

2.

op 16 april 2012 te Zuid-Beijerland, gemeente Korendijk, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pand (te weten een kantine van een manege) heeft weggenomen een kassa, toebehorende aan Manege de Mustang, waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft, immers hebben verdachte en/of zijn mededader een deur van die kantine geforceerd en (twee)binnendeuren verbroken.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op:

1.

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

2.

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot het plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Met betrekking tot de strafbaarheid van verdachte, overweegt de rechtbank als volgt.

Bij de stukken van het dossier bevindt zich een Pro Justitia rapport d.d. 19 december 2012 van rapporteur dr. A.L. van Bemmel, psychiater. Deze concludeert dat verdachte persoonskenmerken vertoont die onder de definitie van een antisociale persoonlijkheidsstoornis vallen. Deze persoonlijkheidsstoornis speelt bij zijn functioneren in het algemeen een rol. De delicten heeft hij echter welbewust gepland en uitgevoerd, hij beschikte over de capaciteiten om de reikwijdte van zijn handelen te overzien met het besef dat wat hij gedaan heeft niet goed is en strafbaar. De antisociale persoonlijkheids-stoornis heeft niet zodanig doorgewerkt in het delictgedrag dat verdachte in het geheel of gedeeltelijk niet verantwoordelijk kan worden gesteld voor het plegen daarvan.

De rapporteur adviseert de rechtbank om verdachte als volledig toerekeningsvatbaar te beschouwen.

De rechtbank neemt de voormelde conclusies over.

Nu uit de rapportage of anderszins niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit, is verdachte strafbaar.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht zoals verwoord in het reclasseringsadvies van 21 december 2012 van het Leger des Heils, Jeugdzorg & Reclassering.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat in het onderhavige geval geen sprake is van frequente recidive maar van recidive en dat de eis van de officier van justitie derhalve veel te hoog is. Voorts heeft de verdediging verzocht om verdachte een kans te geven, nu ook de reclassering bereid is hem nog een kans heeft gegeven. In dat verband heeft de raadsvrouw er op gewezen dat wanneer de rechtbank overgaat tot het opleggen van verplicht reclasseringscontact, Exodus Den Bosch met verdachte een intakegesprek zal houden en - bij gebleken geschiktheid van verdachte -daar redelijk snel een woonplek beschikbaar zal zijn.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee inbraken in vereniging gepleegd in telkens een manege. Aan het plegen van inbraken tilt de rechtbank zwaar. Inbraken veroorzaken niet alleen de nodige materiële schade, maar leiden ook tot veel ergernis en ongemak. In het geval van de onderhavige inbraken was er bovendien levende have (paarden en pony’s) aanwezig, die voor de eigenaren en de vereniging een grote (emotionele en economische) waarde vertegenwoordigen. Verdachte is bovendien bij de keuze van zijn objecten zeer berekenend te werk gegaan, zo bleek uit zijn verklaring ter terechtzitting, omdat hij bewust op internet is gaan zoeken naar maneges, vanwege hun afgelegen ligging en beperkte beveiliging.

Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van 29 november 2012 volgt dat verdachte eerder meermalen voor vermogensdelicten is veroordeeld, laatstelijk op 6 augustus 2012 tot 88 dagen gevangenisstraf waarvan 14 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren ter zake van een soortgelijke poging inbraak bij een manege. Dit feit is gepleegd op een dag tussen de pleegdata (9 en 16 april 2012) van de thans bewezen verklaarde feiten in. Daarmee is artikel 63 Sr van toepassing. Verdachte is echter zelf degenen die destijds geen openheid van zaken heeft gegeven, waardoor onderstaande feiten pas later aan het licht kwamen en niet gelijktijdig met dat andere feit konden worden berecht. Om die reden zal de rechtbank aan artikel 63 Sr in de onderhavige zaak geen strafmatigende werking toekennen.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op het reclasseringsadvies van 21 december 2012 en het e-mailbericht van 7 januari 2013 van reclasseringswerker L. van den Heuvel. Geadviseerd wordt om verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met daarbij de volgende bijzondere voorwaarden: een meldingsgebod, een behandel-verplichting (bij een forensische polikliniek), deelname aan een gedragsinterventie (cognitieve vaardigheidstraining) en andere voorwaarden het gedrag van verdachte betreffende, zoals een zinvolle en structurele dagbesteding in de vorm van werk of scholing. Uit genoemd e-mailbericht blijkt dat wanneer de rechtbank overgaat tot het opleggen van reclasseringstoezicht, er met verdachte een intakegesprek met Exodus Den Bosch gehouden gaat worden.

De rechtbank zal voorts in positieve zin rekening houden met de gemotiveerde indruk die verdachte ter terechtzitting heeft gemaakt om daadwerkelijk een verandering in zijn leven teweeg te gaan brengen en daarbij hulp te accepteren.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden noodzakelijk is. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie, ook al is in het onderhavige geval, zoals de verdediging terecht heeft opgemerkt, geen sprake van frequente recidive als genoemd in de Oriëntatiepunten voor straftoemeting en LOVS-afspraken van oktober 2012. Wel ziet de rechtbank aanleiding een deel van de gevangenisstraf, te weten 4 maanden, voorwaardelijk op te leggen. Deze voorwaardelijke straf maakt een verplichte begeleiding door de reclassering mogelijk, zoals aangegeven in voormeld rapport van 21 december 2012. Met deze voorwaardelijke straf wordt ook beoogd verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij RV en PC De Slotruiters vordert een schadevergoeding van € 2.285,- aan materiële kosten en

€ 4.500,- aan immateriële kosten voor feit 1.

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade ten bedrage van € 2.285,- een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is in zoverre voldoende aannemelijk gemaakt zodat dit gedeelte zal worden toegewezen.

Voor wat betreft de immateriële schade vordert de benadeelde partij een bedrag van

€ 4.500,- zijnde een bedrag van € 100,- per lid voor in totaal 45 leden, gelet op de impact die de inbraak op die leden heeft gehad.

De rechtbank is van oordeel dat dat dit deel van de vordering dient te worden afgewezen omdat het zowel feitelijk als juridisch onvoldoende onderbouwd is.

Met betrekking tot het toewijsbare deel van de vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

8 De vorderingen tot tenuitvoerlegging

16/655689-12 tul

De officier van justitie heeft op 25 oktober 2012 gevorderd dat de voorwaardelijke straf van 14 dagen gevangenisstraf die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van 6 augustus 2012 ten uitvoer zal worden gelegd, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een of meer strafbare feiten, zoals ten laste gelegd in de dagvaarding met parketnummer 16/655689-12.

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de afwijzing van zijn vordering gevraagd.

De rechtbank stelt vast dat de bewezen feiten nog voor de oplegging van de proeftijd hebben plaatsgevonden.

De officier van justitie dient derhalve in de vordering tot tenuitvoerlegging niet-ontvankelijk te worden verklaard.

13/651691-10 tul

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke straf van één maand gevangenisstraf die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van 25 november 2012 ten uitvoer zal worden gelegd, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een of meer strafbare feiten, zoals ten laste gelegd in de dagvaarding met parketnummer 16/655689-12.

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie gevraagd de bijzondere voorwaarden te laten vervallen en de algemene voorwaarde te laten doorlopen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd, welke proeftijd bij vonnis van deze rechtbank van 6 augustus 2012 met één jaar was verlengd, schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop kan de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen. De rechtbank zal hiertoe niet besluiten mede gelet op haar oordeel in de hoofdzaak met parketnummer 16/655689-12. De rechtbank acht voortzetting van de proeftijd met handhaving van de algemene voorwaarde op zijn plaats. De bijzondere voorwaarden zal de rechtbank laten vervallen.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten opleveren:

1. Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

2. Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot het plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd enige bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens het Leger des Heils, Jeugdzorg en Reclassering;

* dat verdachte zich binnen een week na vrijlating moet melden bij de reclassering van het Leger des Heils, Jeugdzorg en Reclassering (Zeehaenkade 30 te Utrecht, telefoon: 088-0901000). Hierna moet verdachte zich blijven melden zo frequent en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;

* dat verdachte wordt verplicht om mee te werken aan diagnostiek en behandeling bij een forensische polikliniek in de plaats waar hij zich gaat vestigen, zulks ter beoordeling van de reclassering;

* dat verdachte wordt verplicht om deel te nemen aan de gedragsinterventie Cognitieve vaardigheidstraining (CoVa);

* dat verdachte wordt verplicht om de volgende bijkomende bijzondere voorwaarde na te leven en zich te houden aan de opdracht van de reclassering die in het kader van het toezicht op de naleving van deze voorwaarde noodzakelijk zijn: zinvolle en structurele dagbesteding;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarde;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partij

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij RV en PC De Slotruiters van

€ 2.285,- , ter zake van materiële schade, en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 9 april 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, en wijst de vordering voor het overige af;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen.

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer RV en PC De Slotruiters, € 2.285,- te betalen, bij niet betaling te vervangen door 32 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Vordering tenuitvoerlegging 16/655689-12

- verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak onder parketnummer 16/655689-12;

Vordering tenuitvoerlegging 13/651691-10

- wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af;

- bepaalt dat de gestelde bijzondere voorwaarden komen te vervallen en handhaaft de algemene voorwaarde dat veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.E. Somsen, voorzitter, mr. E.A. Messer en mr. J.P.W. Helmonds, rechters, in tegenwoordigheid van A. Heijboer, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 24 januari 2013.

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mee te ondertekenen.