Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:8004

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
31-12-2013
Datum publicatie
28-01-2015
Zaaknummer
16-701769-13
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

7 maanden gevangenisstraf m.a. voor 7 feiten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/701769-13

Vonnis van de meervoudige kamer van 31 december 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1980] te [geboorteplaats] (Joegoslavië)

thans verblijvende in HvB Wolvenplein te Utrecht

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 17 december 2013. Verdachte is verschenen met zijn raadsvrouw mr. R.E.H. Jager, advocaat te [plaats].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat de verdachte en zijn raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De (gewijzigde) tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: op 10 augustus 2013 te [plaats] heeft geprobeerd om in vereniging goederen weg te nemen;

Feit 2: op 10 september 2013 te [plaats] in vereniging uit een bestelbus goederen heeft weggenomen door middel van braak;

Feit 3: op 28 augustus 2013 te [plaats] in vereniging uit een bestelbus goederen heeft weggenomen door middel van braak;

Feit 4: Primair: in de periode van 30 augustus 2013 tot en met 5 september 2013 te [plaats] in vereniging uit een personenauto goederen heeft weggenomen;

Subsidiair: op 24 september 2013 te [plaats] in vereniging goederen heeft geheeld;

Meer subsidiair: op 24 september 2013 te [plaats] een laptoptas heeft verduisterd.

Feit 5: in de periode van 31 mei 2013 tot en met 1 juli 2013 te [plaats] een aantal goederen heeft vernield;

Feit 6: op 30 oktober 2013 te [plaats] twee ambtenaren heeft beledigd;

Feit 7: op 24 september 2013 te [plaats] een neppistool voorhanden heeft gehad;

Feit 8: in de periode van 1 augustus 2013 tot en met 24 september 2013 te [plaats] een hond de nodige zorg heeft onthouden.

3 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de aan hem onder 1 en 4, primair en subsidiair, ten laste gelegde feiten heeft begaan en zij heeft gevorderd om verdachte van die feiten vrij te spreken. De officier van justitie acht wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 2, 3, 4, meer subsidiair, 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde feiten heeft begaan en baseert zich daarbij op zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich met betrekking tot het onder 1 en 4, primair en subsidiair, ten laste gelegde feiten moet worden vrijgesproken overeenkomstig het standpunt van de officier van justitie. Met betrekking tot feiten feit 7 en 8 heeft de raadvrouw zich eveneens op het standpunt gesteld dat verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Zij heeft dit onderbouwd door te stellen dat het aangetroffen vuurwapen kapot was en volledig uit elkaar lag en daardoor geen sprekende gelijkenis meer vertoonde met een echt vuurwapen. Het voorwerp was daardoor niet voor bedreiging of afdreiging geschikt. Ten aanzien van feit 8 heeft zij gesteld dat er onvoldoende bewijs is ten aanzien van de ten laste gelegde verwaarlozing van de hond, mede nu er geen verklaring ligt van een deskundige. Ten aanzien van de onder 2, 3, 4, meer subsidiair, 5 en 6 ten laste gelegde feiten heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, gelet op de bekennende verklaring van verdachte ten aanzien van deze feiten.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Vrijspraak

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat de onder 1 en 4, primair en subsidiair, ten laste gelegde feiten niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. De rechtbank zal verdachte van voornoemde feiten dan ook vrijspreken.

4.3.2

Bewijs

Aangezien verdachte de onder 2, 3, 4, meer subsidiair, 5 en 6 ten laste gelegde feiten heeft bekend en de verdediging geen vrijspraak heeft bepleit, volstaat de rechtbank, met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de bewijsmiddelen.

De rechtbank acht bovengenoemde ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen gelet op:

feit 2

- de aangifte van [aangever 1] namens Siers Leiding en Montageprojecten1

- het proces-verbaal van observatie d.d. 10 september 20132

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting3


feit 3

- de aangifte van [aangever 2]4

- het proces-verbaal van observatie d.d. 28 augustus 20135

- de bekennende verklaring van verdachte ter zitting6

feit 4, meer subsidiair,

- het proces-verbaal van binnentreden woning7

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting8

feit 5

- de aangifte van [aangever 3]9

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting10


feit 6

- de aangiftes van [aangever 4]11 en [aangever 5]12

- het proces-verbaal van bevindingen13

- de bekennende verklaring van verdachte ter zitting14

4.3.3

Bewijsmiddelen

feit 7

In de woning van verdachte aan de [adres] te [plaats] is een imitatie vuurwapen aangetroffen.15

Er zijn foto’s gemaakt van het aangetroffen imitatie vuurwapen.16

Het complete voorwerp, nabootsing van een pistool (categorie I sub 7), vertoont voor wat betreft zijn vorm en afmeting een sprekende gelijkenis met echt bestaande vuurwapens en is derhalve voor be- en afdreiging geschikt.17

feit 8

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben verklaard dat zij op 24 september 2013 in de woning van verdachte in [plaats] waren. Bij binnentreding van de woning, roken de verbalisanten een enorme stank die afkomstig was uit de keukenruimte. Vanuit de entreehal zagen de verbalisanten dat de keuken behoorlijk was vervuild en vol stond van hondenpoep en urine. Ook zagen zij dat er meerdere kleine vliegjes rondvlogen in de keuken. Zij hoorden van collega’s dat zij de hond in de keuken hadden aangetroffen en dat de deuren van de keuken waren afgesloten. De verbalisanten zagen verder dat de hond er zeer mager uitzag en niet goed was verzorgd. Zij zagen dat de nagels van de hond zeer lang waren. De verbalisanten zagen in de woning geen voer of hok beschikbaar voor de hond. Al met al zagen zij dat de hond in een zeer zorgelijke staat verkeerde. Zij konden zowel in de keuken als in de gehele woning ook geen bench vinden die de hond eventueel zou toebehoren.18

Er zijn foto’s gemaakt van de hond en de woning.19

Verbalisant [verbalisant 3] heeft telefonisch contact gehad met de buurvrouw van de vriendin van verdachte. Zij heeft aan de verbalisant verklaard dat zij verdachte al zeker vijf maanden in het bezit is van de hond. Zij heeft verder verklaard dat de hond altijd in de flat van verdachte zat en dat zij al drie maanden geleden de hond in de flat van verdachte heeft gezien en dat de hond toen al verwaarloosd was. Zij had gezien dat de hond toen al de hele keuken onder gepoept en geplast had. Zij zag ook dat de hond geen water en eten had.20

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij de verantwoordelijkheid over de hond heeft en dat deze aan zijn zorg is toevertrouwd.21

4.3.4

Bewijsoverwegingen

feit 7

De rechtbank komt, gelet op de bovenstaande bewijsmiddelen, tot het oordeel dat verdachte het ten laste gelegde heeft gepleegd. De rechtbank overweegt dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat het aangetroffen nepvuurwapen een sprekende gelijkenis vertoonde met een pistool. Het enkele feit dat het in onderdelen is aangetroffen, maakt niet dat het, na in elkaar zetten, geen gelijkenis zou vertonen. Het verweer van de raadsvrouw dat het aangetroffen vuurwapen zo kapot zou zijn dat die gelijkenis er niet meer zou zijn, verwerpt de rechtbank nu niet aannemelijk is geworden dat de losse onderdelen zoals beschreven in het proces-verbaal niet in elkaar gezet kunnen worden.

feit 8

De rechtbank is van oordeel dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd. De hond was sterk vermagerd, had geen voer of water, had lange nagels en werd gehouden in een smerige keuken met uitwerpselen op de vloer. Dit blijkt zowel uit de beschrijving van de verbalisant die in de woning de hond aantreft, maar ook uit de foto’s die daarvan zijn gemaakt en de verklaring van de getuige. Gelet op de vastgestelde uiterlijke kenmerken van verwaarlozing, is geen deskundigenverklaring nodig. Het desbetreffende verweer wordt dan ook verworpen. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat de hond aan zijn zorg was toevertrouwd.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de onder 4. vervatte bewijsmiddelen bewezen dat

2.

hij op 10 september 2013 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een bestelbus, merk Ford Transit, met het kenteken [kenteken] heeft weggenomen een buigmachine toebehorende aan Siers Leiding en

Montageprojecten, waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door het inslaan van een achterruit en een ruit in de schuifdeur van voornoemde bestelbus;

3.

hij op 28 augustus 2013 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een bestelbus van het merk Volkswagen Transporter, met het kenteken [kenteken] heeft weggenomen 14 steeksleutels en drie slijpmachines en een boormachine en een zaag en twee zaagmachines en een radio en een schroefmachine, toebehorende aan [aangever 2], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door het forceren van het slot in de (linker)achterdeur van de auto;

4.

Meer subsidiair

hij op 24 september 2013 te [plaats], opzettelijk een laptoptas, toebehorende aan Ned Air, welk goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten vinding, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

5.

hij in de periode van 31 mei 2013 tot en met 1 juni 2013 te [plaats], opzettelijk en wederrechtelijk de electriciteitssnoeren van een TV en radio en open haard en KPN-kastje en de rechter leuning van een bank, toebehorende aan [aangever 3], heeft vernield.

6.

hij op 30 oktober 2013 te [plaats], opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten [aangever 4] en [aangever 5], gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Ga je moeder neuken" en "houd je kankerbek" en "ga maar op mijn pik zitten" en "donderstraal op" en "koekenbakker" en "heb je stront in je oren" en "kankerhoer" en "houd je kankerbek" en "die prostituee hier" en "gek wijf" en/of "dom wijf" en "varken dat je bent" en "bloedhonden" en "kankervolk”;

7.

hij op 24 september 2013 te [plaats], een wapen van categorie I onder 7°, te weten een nabootsing van een pistool, dat door zijn vorm, afmetingen en kleur een sprekende gelijkenis vertoonde met een pistool, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

8.

hij op tijdstippen in de periode van 1 augustus 2013 tot en met 24 september 2013, te [plaats], als houder van een of meer dieren, te weten een hond, aan dat dier de

nodige verzorging heeft onthouden, immers heeft verdachte (telkens) (gedurende

langere tijd) de hond alleen zonder voer en water en hok in een gesloten

(keuken)ruimte achtergelaten;

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezen verklaarde levert de navolgende strafbare feiten op:

feit 2, 3

Telkens diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

feit 4 Meer subsidiair

Verduistering;

feit 5

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, meermalen gepleegd;

feit 6

Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;

feit 7

Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

feit 8

Gedraging in strijd met het voorschrift in artikel 37 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.

7 De strafbaarheid van verdachte

7.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de strafmaat op het standpunt gesteld dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden opgelegd gelijk aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten tot het moment van de uitspraak. Daarnaast kan er naar de mening van de raadsvrouw een voorwaardelijke gevangenisstraf worden opgelegd, zonder dat daarbij bijzondere voorwaarden worden opgelegd en een werkstraf.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft samen met een mededader ingebroken in twee bedrijfsauto’s en daarbij spullen weggenomen. Verdachte heeft kennelijk geen oog gehad voor het leed dat hij daarmee bij anderen kan aanrichten en heeft alleen gedacht aan zijn eigen financiële gewin. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan verduistering. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een nepvuurwapen. Het voorhanden hebben van dergelijke wapens levert een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen op. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan verduistering.

Naast bovengenoemde delicten heeft verdachte uit boosheid nog allerlei goederen van zijn (ex)vriendin vernield. Dit is een vervelend feit en brengt schade met zich mee. Ook heeft verdachte twee verbalisanten minutenlang uitgescholden. De verdachte heeft hiermee het respect en het gezag ten aanzien van de ambtenaren die een publieke taak verrichten ondermijnd. Ook heeft hij hen in hun goede eer en naam aangetast door hen met kwetsende woorden uit te schelden. Als laatste heeft verdachte een hond, die aan zijn zorg was toevertrouwd, de nodige zorg onthouden.

Wat de persoon van de verdachte betreft, heeft de rechtbank rekening gehouden met een hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 6 november 2013, waaruit volgt dat verdachte eerder is veroordeeld voor vermogensdelicten en een ISD-maatregel opgelegd heeft gekregen. Daarnaast heeft de rechtbank kennis genomen van het rapport van Reclassering Nederland van R. Brouwer van 16 december 2013, waarin wordt geadviseerd om aan verdachte een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf op te leggen met daarbij als bijzondere voorwaarden een meldplicht en ambulante behandeling. De rechtbank zal bovenstaande bij haar oordeel betrekken.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat de eis van de officier van justitie passend en geboden is. De rechtbank zal aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen van zeven maanden met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. De rechtbank ziet geen aanleiding om een voorwaardelijke straf op te leggen al dan niet in combinatie met bijzondere voorwaarden, nu ter zitting is gebleken dat de intrinsieke motivatie om aan zijn problemen te werken bij verdachte ontbreekt. Voor een werkstraf is naar het oordeel van de rechtbank geen ruimte omdat daarvoor de feiten te ernstig zijn, zulks in combinatie met het strafblad en de persoon van de verdachte.

8 De benadeelde partijen (feit 6)

De benadeelde partijen [aangever 4] en [aangever 5] hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 51f van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van hun vorderingen.

De benadeelde partijen vorderen beide een bedrag van € 100,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De officier van justitie heeft integrale toewijzing gevorderd van de vorderingen van de benadeelde partijen, vermeerderd met de wettelijke rente en met daarbij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsvrouw heeft geen verweer gevoerd.

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. De rechtbank zal de gevorderde schade in zijn geheel toewijzen, omdat deze voldoende is onderbouwd en niet is weersproken. Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen. De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen vanaf 30 oktober 2013.

De verdachte zal worden verwezen in de tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten, die worden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f, 57, 266, 267, 310, 311, 321, 350 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, artikel 55 van de Wet wapens en munitie en artikel 121 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 1 en 4, primair en subsidiair, ten laste gelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 2, 3

Telkens diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

feit 4 Meer subsidiair

Verduistering;

feit 5

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, meermalen gepleegd;

feit 6

Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;

feit 7

Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

feit 8

Gedraging in strijd met het voorschrift in artikel 37 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 7 maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Benadeelde partijen (feit 6)

[aangever 4]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangever 4] van een bedrag van € 100,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, te berekenen vanaf 30 oktober 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van [aangever 4],

€ 100,00 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 2 dagen hechtenis;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

[aangever 5]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangever 5] van een bedrag van

€ 100,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, te berekenen vanaf 30 oktober 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van [aangever 5],

€ 100,00 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 2 dagen hechtenis;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Messer, voorzitter, mrs. P.J.M. Mol en G.A. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van der Meulen, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 31 december 2013.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

hij op of omstreeks 10 augustus 2013 te [plaats], althans in het arrondissement

Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf

om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen geld en/of goederen,

geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 6], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, als volgt heeft

gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn

mededader(s) het erf behorende bij de boerderij van die [aangever 6] opgereden

en/of (vervolgens) deuren van schuren en/of stallen op dat erf geopend, zijnde

de uitvoering van dat misdrijf niet voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 10 september 2013 te [plaats], in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een bestelbus, merk Ford

Transit, met het kenteken [kenteken] heeft weggenomen een buigmachine, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Siers Leiding en

Montageprojecten, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en /

of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de

toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het

weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door

het inslaan van een achterruit en/of een ruit in de schuifdeur van voornoemde

bestelbus;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 28 augustus 2013 te [plaats], in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een bestelbus van het merk

Volkswagen Transporter, met het kenteken [kenteken] heeft weggenomen 14

steeksleutels en/of drie slijpmachines en/of een boormachine en/of een zaag

en/of twee zaagmachines en/of een radio en/of een schroefmachine, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij

verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren)

onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door het forceren van het slot

in de (linker)achterdeur van de auto;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

4.

Primair

hij in of omstreeks de periode van 30 augustus 2013 tot en met 5 september

2013 te [plaats], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

in / uit een personenauto, Volkswagen Transporter (met het kenteken [kenteken]),

heeft weggenomen een zwarte aktetas inhoudende een laptop en/of een USB-stick

en/of een acculader en/of een accu en/of een slijpmachine en/of een

ratelsleutel en/of een beeld- geluiddrager T-Mobile Huawei E352 Hsp, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 7] en/of Ned Air in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op 24 september 2013 te [plaats], in elk geval in Nederland, tezamen en

in vereniging met een ander, althans alleen, een zwarte aktetas en/of een

USB-stick (met daarop de naam NedAir) heeft verworven, voorhanden heeft gehad

en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader ten tijde van het

verwerven of het voorhanden krijgen van deze aktetas en/of USB-stick wist(en)

dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

Meer subsidiair

hij op of omstreeks 24 september 2013 te [plaats], in elk geval in Nederland, opzettelijk een laptoptas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Ned Air, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten vinding, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeeigend.

art. 321 Wetboek van Strafrecht

5.

hij in of omstreeks de periode van 31 mei 2013 tot en met 1 juni 2013 te

[plaats], althans in het arrondissement Midden-Nederland, opzettelijk en

wederrechtelijk (de) electriciteitssnoer(en) van een TV en/of radio en/of open

haard en/of KPN-kastje en/of de (rechter) leuning van een bank, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 3], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en / of beschadigd en /

of onbruikbaar gemaakt;

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op of omstreeks 30 oktober 2013 te [plaats], althans in het

arrondissement Midden-Nederland, opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en),

te weten [aangever 4] en/of [aangever 5], gedurende en / of ter zake van de

rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens / dier tegenwoordigheid

mondeling heeft toegevoegd de woorden "Ga je moeder neuken" en/of "houd je

kankerbek" en/of "ga maar op mijn pik zitten" en/of "donderstraal op" en/of

"koekenbakker" en/of "heb je stront in je oren" en/of "kankerhoer" en/of "houd

je kankerbek" en/of "die prostituee hier" en/of "gek wijf" en/of "dom wijf"

en/of "varken dat je bent" en/of "bloedhonden" en/of "kankervolk", althans

woorden van gelijke beledigende aard en / of strekking;

art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 267 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

7.

hij op of omstreeks 24 september 2013 te [plaats], althans in het

arrondissement Midden-Nederland, (een) wapen(s) van categorie I onder 7°, te

weten (een) nabootsing van een pistool, dat/die door zijn/hun vorm, afmetingen

en kleur een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) pistool, voorhanden

heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 13 lid 1 Wet wapens en munitie

8.

hij op tijdstippen in of omstreeksde periode van 1 augustus 2013 tot en met 24

september 2013, te [plaats], althans in het arrondissement Midden-Nederland,

als houder van een of meer dieren, te weten een hond, aan dat/die dier(en) de

nodige verzorging heeft onthouden, immers heeft verdachte (telkens) (gedurende

langere tijd) de hond alleen zonder voer en/of water en/of hok in een gesloten

(keuken)ruimte achtergelaten;

art 37 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren

1 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] namens de benadeelde Siers Leiding en Montageprojecten, opgenomen op pagina 71/72 van het proces-verbaal dossiernummer PL0940 2013096196, in de wettelijke vorm opgemaakt en doorgenummerd van 1 tot en met 573.

2 Proces-verbaal van stelselmatige observatie d.d. 10 september 2013, opgenomen op pagina 68 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

3 de verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 17 december 2013

4 Proces-verbaal van aangifte (met bijlagen) van [aangever 2], opgenomen op pagina 48-52 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

5 Proces-verbaal van stelselmatige observatie d.d. 28 augustus 2013, opgenomen op pagina 42 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

6 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 17 december 2013.

7 Proces-verbaal binnentreden woning, opgenomen op pagina 96 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

8 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 17 december 2013.

9 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 3], opgenomen op pagina 3/4 van het proces-verbaal dossiernummer PL0940 2013120690, in de wettelijke vorm opgemaakt en doorgenummerd van 1 tot en met 7.

10 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 17 december 2013

11 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 4], opgenomen op pagina 3 van het proces-verbaal dossiernummer PL0940 2013248789, in de wettelijke vorm opgemaakt en doorgenummerd van 1 tot en met 13.

12 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 5], opgenomen op pagina 5 van het onder voetnoot 11 genoemde proces-verbaal.

13 Proces-verbaal van bevindingen, opgenomen op pagina 7/8 van het onder voetnoot 11 genoemde proces-verbaal.

14 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 17 december 2013.

15 Proces-verbaal van bevindingen, opgenomen op pagina 101 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

16 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, opgenomen op pagina 308-311 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

17 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, opgenomen op pagina 302/303 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

18 Proces-verbaal van bevindingen, opgenomen op pagina 3 van het proces-verbaal dossiernummer PL0940 2013214428, in de wettelijke vorm opgemaakt en doorgenummerd van 1 tot en met 13.

19 Proces-verbaal van bevindingen, opgenomen op pagina 5-9 van h et onder voetnoot 18 genoemde proces-verbaal.

20 Proces-verbaal van bevindingen, opgenomen op pagina 10 van het onder voetnoot 18 genoemde proces-verbaal.

21 De verklaring van verdachte ter zitting d.d. 17 december 2013.