Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:7847

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
18-11-2013
Datum publicatie
02-05-2014
Zaaknummer
16-661797-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

veroordeling ter zake woning inbraak en heling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

parketnummer: 16/661797-13 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 18 november 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte ]

geboren op [1992]te [geboorteplaats] (Litouwen)

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Midden Holland, Huis van Bewaring Haarlem

Raadsman mr. S.J. Daniels, advocaat te Utrecht

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 4 november 2013, waarbij de officier van justitie, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: dat verdachte samen met anderen op 10 augustus 2013 heeft ingebroken in een woning en daarbij goederen heeft weggenomen uit die woning;

feit 2: dat verdachte samen met anderen op 29 juli 2013 een laptop uit een woning heeft weggenomen, dan wel in de periode van 29 juli 2013 tot en met 10 augustus 2013 een laptop heeft geheeld.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de hem onder 1 en 2 subsidiair ten laste gelegde feiten heeft gepleegd en baseert zich daarbij op de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen.

De officier van justitie acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 primair ten laste gelegde feit heeft begaan, verdachte dient daarvan vrijgesproken te worden.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de onder 1 en 2 primair en subsidiair ten laste gelegde feiten.

De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat het dossier onvoldoende aanwijzingen bevat waaruit volgt dat verdachte op enigerlei wijze bij de onder 1 en 2 primair ten laste gelegde inbraken betrokken is. Voorts kon verdachte - ten aanzien van het onder 2 subsidiair ten laste gelegde - niet weten dat de Apple Macbook welke zich in de tas bevond die verdachte en zijn medeverdachte kort voor hun aanhouding hadden gevonden, van diefstal afkomstig was. Verdachte dient derhalve vrijgesproken te worden van de hem ten laste gelegde feiten.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

vrijspraak

De rechtbank is, met de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 primair ten laste gelegde feit. De rechtbank is van oordeel dat het dossier daartoe onvoldoende aanknopingspunten biedt.

De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van het onder 2 primair ten laste gelegde feit.

4.3.2

feiten en omstandigheden

De door de rechtbank aangeduide bewijsmiddelen verwijzen naar de doorlopende paginanummers van het proces-verbaal van einddossier nummer Pl0940/2013198495 en zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij de wet gestelde eisen.

Feit 1

Aangever[aangever 1] reed samen met zijn vrouw op 10 augustus 2013 omstreeks 12.00 uur weg bij zijn woning aan [adres] te Amersfoort en zag bij het wegrijden dat een witte Skoda met een buitenlands kenteken hem tegemoet reed. Bij thuiskomst, omstreeks 12.40 uur, zag hij dat zijn balkondeur op een kier stond. Hij hoorde zijn vrouw schreeuwen dat er meerdere mensen van het balkon afsprongen en dat er één de dijk opliep.

Thuis constateerde [aangever 1] dat de balkondeur op de eerste verdieping open was gewrikt en dat een raamhefboompje van een raam in de woonkamer was vernield. [aangever 1] zag dat er goederen van hem, zijn vrouw en zijn kinderen waren weggenomen, waaronder: tien horloges, waarvan één een geel Breitling horloge, drie Ipods, flesjes parfum, fles wodka, videocamera, fototoestel, MP4 speler, Ipad, twee laptops, een schoudertas met laptop en Ipad, twee spelcomputers, een fles champagne en een fles wijn.1

I.D. [aangever 2], echtgenote van aangever [aangever 1] zag bij het wegrijden bij haar woning op zaterdag 10 augustus 2013 omstreeks 12.00 uur dat er een witte Skoda met een buitenlands kenteken, dat met een “S” begon, door de straat reed. Bij thuiskomst zag zij dat er twee mannen op het balkon stonden. Zij zag dat de mannen via het balkon van de buren op de grond sprongen. Één van de mannen rende de dijk op en liet iets vallen, later bleek dit een walkie talkie te zijn. De man die de dijk op rende was een blanke jongen van 18 tot 20 jaar, met een normaal slank postuur en donkerblond stekel haar. 2

Op 10 augustus 2013 omstreeks 12.04 kwam er bij de meldkamer van de politie een melding binnen dat er een witte Skoda Octavia met drie inzittenden was gezien op de Gaardendreef in Amersfoort, kenteken[kenteken]. De auto zou bij woningen stoppen, waarbij personen achterom zouden lopen. Één van de inzittenden, een jongen van omstreeks 19-24 jaar met kort blond haar, zou richting een woning gelopen zijn. De [adres] ligt in de directe omgeving van de Gaardendreef.3

Kort na de inbraak had de politie telefonisch contact met [aangever 1] die zei dat hij achter een jongen aanreed die bij hem had ingebroken. De jongen keek om zich heen en telefoneerde. Op aanwijzing van [aangever 1] werd vervolgens bij het tankstation Neerduist aan de A1 bij Amersfoort een jongen met donkerblond haar aangehouden. (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1]. Bij de aangehouden verdachte werden onder andere een geel Breitling horloge, een Nintendo DS kaartje en een Ipod aangetroffen, welke goederen door [aangever 1] werden herkend als zijnde zijn eigendom, dan wel het eigendom van zijn dochter.4

Kort na de inbraak zagen verbalisanten in Amersfoort een witte Skoda Octavia met het kenteken [kenteken] rijden. De auto reed naar het tankstation Neerduist langs de A1 bij Amersfoort. Nadat de Skoda gestopt was werden de twee inzittenden aangehouden. De rechtbank begrijpt: [verdachte ] en [medeverdachte 2].5

Op de achterbank van voornoemde Skoda werd een aktetas aangetroffen. In de aktetas bevonden zich twee laptops en twee Ipads, welke door [aangever 1] werden herkend als zijnde zijn eigendom. Voorts werd in de Skoda een schroevendraaier met een geel handvat aangetroffen. .6

[aangever 2] heeft verklaard dat één van de daders van de inbraak bij het wegrennen een walkie talkie verloor, welke walkie talkie zij heeft overhandigd aan de verbalisant.7

In voornoemde Skoda werd eveneens een portofoon met oplader aangetroffen.8 De aangetroffen oplader blijkt geschikt voor een tweetal portofoons. De in de Skoda aangetroffen portofoon met oplader en de door [aangever 2] overhandigde portofoon zijn alle drie van hetzelfde merk en beschikken alle drie over hetzelfde serienummer.9

Uit vergelijkend werktuigsporenonderzoek volgt dat de aangetroffen braaksporen op de balkondeur van [aangever 1] waarschijnlijk veroorzaakt zijn door de in de Skoda aangetroffen schroevendraaier.10

Verdachten [medeverdachte 2] en [verdachte ] hebben verklaard dat zij samen in de witte Skoda Octavia reden.11

Verdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij in Amersfoort was op het moment dat hij werd aangehouden.12

Feit 2:

[aangever 3] heeft aangifte gedaan van diefstal van haar laptop, wit, merk Apple.13

In de kofferbak van voornoemde Skoda Octavia werd een witte Apple Macbook aangetroffen.14 Voornoemde Macbook bleek het eigendom [aangever 3]15

Bewijsoverwegingen

De rechtbank overweegt dat uit het vorenstaande volgt dat de witte Skoda waarin de (mede)verdachte(n) [verdachte ] en[medeverdachte 2] werden aangehouden, dezelfde auto was als de auto die getuigen en aangevers [aangever 1] en [aangever 2], kort voor de inbraak in de straat en/of buurt hebben zien rondrijden en dat (mede)verdachte Lenciauskas op dat moment de derde inzittende was.

De rechtbank acht, gelet op het vorenstaande en gelet op de korte tijd tussen de inbraak en de aanhouding van de (mede)verdachte(n), de verklaring van verdachte dat hij samen met zijn medeverdachte[medeverdachte 2] de tas - welke aangetroffen is in de auto waarin zij reden - in het gras of een greppel bij het benzinestation waar zij naar toe gereden waren hadden gevonden, ongeloofwaardig.

De rechtbank acht, gelet op voornoemde feiten en omstandigheden, wettig en overtuigend bewezen dat verdachten hebben ingebroken in de woning van [aangever 1] en daaruit spullen hebben weggenomen en voorts dat zij een laptop hebben geheeld.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

feit 1

op 10 augustus 2013 te Amersfoort, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning gelegen aan [adres], heeft weggenomen tien horloges en vier I-pods en twee I-pads en een videocamera en een fototoestel en een mp4-speler en drie laptops en twee Nintendo-spelcomputers en flesjes parfum en flessen alcoholische drank, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1] en/of[aangever 2] en/of gezinsleden van die [aangever 1] en/of die [aangever 2], waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft / hebben verschaft door braak, te weten het openbreken van een balkondeur van die woning en het vernielen van een raamhefboompje van een raam van die woning;

feit 2 subsidiair

op 10 augustus 2013 te Amersfoort, tezamen en in vereniging met anderen, een laptop-computer, merk Apple, kleur wit, voorhanden heeft gehad terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die laptop-computer redelijkerwijs hadden moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid

5.1

De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

- feit 1: diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

- feit 2 subsidiair: medeplegen van schuldheling;

5.2

De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen:

- een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, met aftrek van het voorarrest.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft de verdediging verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, te weten zijn beurs en studie, en de strafmaat te beperken tot de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachten schuldig gemaakt aan een woninginbraak, waarbij zij een groot aantal goederen hebben weggenomen. Verdachten zijn daarbij brutaal en met een zekere professionaliteit te werk gegaan: zij hebben eerst in de betreffende woonwijk rondgereden tot zij een geschikte woning vonden en hebben vervolgens op klaarlichte dag hun slag geslagen. Voorts waren zij voorzien van portofoons om zodoende kennelijk met elkaar in contact te blijven zonder gebruik te hoeven maken van hun mobiele telefoons. Daarnaast hebben zij zich schuldig gemaakt aan de heling van een laptop.

Ter zitting heeft verdachte geen aannemelijke reden voor zijn aanwezigheid in Nederland kunnen geven. De rechtbank overweegt dat, gelet op de uiterlijke verschijningsvorm, het handelen van verdachte en zijn medeverdachten kennelijk slechts één doel betreft: het plegen van strafbare feiten slechts en alleen voor eigen financieel gewin.

Woninginbraken zorgen voor gevoelens van onrust en onveiligheid bij de slachtoffers en in de maatschappij. Verdachte is daar medeverantwoordelijk voor. Voorts veroorzaken dergelijke feiten overlast en financiële schade bij de betrokkenen. Verdachte heeft zich daar niet om bekommerd en heeft slechts gehandeld uit winstbejag.

Uit het strafblad van verdachte volgt dat hij in Nederland niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf zoals door de officier van justitie is geëist passend en geboden. De rechtbank ziet, gelet op de mate van professionaliteit en de brutaliteit waarmee de woninginbraak is uitgevoerd, geen aanknopingspunten – ook niet in de persoonlijke omstandigheden van verdachte - voor een andere of lichtere sanctie.

7 Het beslag

7.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft de verbeurdverklaring gevorderd van de op de beslaglijst onder 1, 3 en 5 genoemde voorwerpen. Voorts heeft de officier van justitie de teruggave aan de rechthebbende gevorderd van de op de beslaglijst onder 2, 4 en 6 tot en met 19 genoemde voorwerpen.

7.2

het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen standpunt ingenomen met betrekking tot de in beslag genomen voorwerpen.

7.3

Het standpunt van de rechtbank

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring. Gebleken is dat deze voorwerpen aan verdachte toebehoren en het onder 1 ten laste gelegde feit is begaan of voorbereid met behulp van deze voorwerpen.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan de rechthebbende.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 47, 57, 311 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 2 primair ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

- feit 1: diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

- feit 2 subsidiair: medeplegen van schuldheling;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verklaart verbeurd de voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd: 1, 3 en 5;

- gelast de teruggave aan de rechthebbende van de voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd: 2, 4, 6 t/m 19;

Voorlopige hechtenis

Heft het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van de opgelegde vrijheidsstraf.

Dit vonnis is gewezen mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, mr. N.E.M. Kranenbroek en

mr. J.A. Schuman, rechters, in tegenwoordigheid van G. van Engelenburg, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 18 november 2013.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

hij op of omstreeks 10 augustus 2013 te Amersfoort, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uiteen woning (gelegen aan [adres]) heeft weggenomen tien een of meer, horloge(s) en/of vier, althans een of meer, I-pod(s) en/of twee, althans een, I-pad(s) en/of een videocamera en/of een fototoestel en/of een mp4-speler en/of drie, althans een of meer, laptop(s) en/of twee, althans een, Nintendo-spelcomputer(s) en/of een of meer flesje(s) parfum en/of een of meer fles(sen) alcoholische drank, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of gezinsleden van die [aangever 1] en/of die [aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door braak en/of verbreking (te weten het openbreken, althans verbreken van een {balkon}deur van die woning en/of het verbreken, althans vernielen, van een raamhefboompje van een raam van die woning);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2. Primair

hij op of omstreeks 29 juli 2013 te Weesp, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een woning (gelegen aan de Lobbrich Boudgerslaan 34) heeft weggenomen een laptop-computer (merk Apple, kleur wit, inclusief oplader), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van inklimming (te weten door via een openstaand raam die woning te betreden, althans door via een openstaand raam die laptop-computer uit die woning weg te nemen)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 29 juli 2013 tot en met 10 augustus 2013 te Weesp en/of te Amersfoort, althans in het arrondissement Midden-Nederland, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een laptop-computer (merk Apple, kleur wit) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die laptop-computer wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 417 Wetboek van Strafrecht

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

1 Proces-verbaal van aangifte van[aangever 1], met bijlagen, pagina 9 t/m 11.

2 Proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 2], pagina 26 en 27.

3 Proces-verbaal van bevindingen pagina 31.

4 Proces-verbaal van bevindingen pagina 34 en 35.

5 Proces-verbaal van bevindingen pagina 38 t/m 40.

6 Proces-verbaal van bevindingen pagina 44.

7 Proces-verbaal van bevindingen pagina 44.

8 Proces-verbaal van bevindingen pagina 50.

9 Proces-verbaal van bevindingen pagina 52.

10 Proces-verbaal afdeling werktuigsporen, pagina 59 t/m 61.

11 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte ], pagina 126 en 127; proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2], pagina 151.

12 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], pagina 92.

13 Proces-verbaal van aangifte [aangever 3], pagina 24 en 25.

14 Proces-verbaal van bevindingen pagina 50 en 51.

15 Proces-verbaal van bevindingen pagina 67; bewijs van ontvangst, pagina 174; proces-verbaal van bevindingen nummer PL0940-2013179414-45, opgemaakt in de wettelijke vorm door R. Petersen d.d. 29 oktober 2013.