Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:7844

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
12-09-2013
Datum publicatie
01-05-2014
Zaaknummer
16/800236-12 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich ten aanzien van het slachtoffer gedurende een periode van ruim tweeënhalf jaar schuldig gemaakt aan mensenhandel (1 juli 2009 tot en met 1 oktober 2012 te Utrecht, Groningen en Bulgarije). De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van drie jaar en de betaling van een schadevergoeding van € 205.000,00 aan het slachtoffer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/800236-12 (P)

vonnis van de meervoudige strafkamer van 12 september 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Bulgarije) op [1984],

gedetineerd in de P.I. Nieuwegein, Huis van Bewaring locatie Nieuwegein te Nieuwegein.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 29 augustus 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de advocaat, mr. V.A. Vitanov, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is op de zitting nader omschreven.

De tenlastelegging is, zoals nader omschreven, als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

zich in de periode van 1 juli 2009 tot en met 1 oktober 2012 schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel door [slachtoffer] te dwingen om in de prostitutie te (blijven) werken, door het aanwerven en medenemen van die [slachtoffer] vanuit Bulgarije naar Nederland, door opzettelijk voordeel te trekken uit de opbrengsten uit haar prostitutiewerk en door haar te dwingen hem te bevoordelen uit die opbrengsten.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en baseert zich daarbij op de verklaringen en aangifte van [slachtoffer] (hierna te noemen: [slachtoffer]). Deze verklaringen worden ondersteund door de verklaringen van de getuigen [getuige 1] (voorheen geheten [X], hierna telkens aan te duiden als: [getuige 1]) en [getuige 2] (hierna: [getuige 2]). Voorts worden de verklaringen van [slachtoffer] ondersteund door de verklaring van verdachte zelf, de tapgesprekken, de skypehistorie en de moneytransfers via Western Union.

De officier van justitie acht alle aan verdachte ten laste gelegde gedragingen wettig en overtuigend bewezen en is van mening dat deze gedragingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm kunnen worden aangemerkt als te zijn gericht op het een ander zich beschikbaar laten stellen voor prostitutiewerkzaamheden en uitbuiting. Voorts kan worden bewezen dat verdachte [slachtoffer] heeft bewogen de opbrengst van haar prostitutiewerkzaamheden aan hem af te dragen en dat hij opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de prostitutiewerkzaamheden.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het hem ten laste gelegde feit heeft begaan en verzoekt de rechtbank dan ook verdachte daarvan vrij te spreken. De verdediging heeft daartoe het volgende aangevoerd.

De verdediging stelt allereerst dat (nog afgezien van de betwisting van de ten laste gelegde feiten) onvoldoende bewijs voorhanden is, nu alle informatie afkomstig is van één enkele bron, te weten [slachtoffer] zelf. De getuigen [getuige 2] en [getuige 1] hebben hun informatie immers van haar vernomen.

Voorts heeft de verdediging de betrouwbaarheid van de getuige [getuige 1] betwist, in welk verband de verdediging stelt dat [slachtoffer] en [getuige 1] bevriend zijn en dat zij voorafgaand aan het verhoor van [getuige 1] bij de rechter-commissaris contact met elkaar hebben gehad. De raadsman heeft er verder op gewezen dat [getuige 1] niet is beëdigd door de rechter-commissaris, ondanks zijn verzoek daartoe.

Daarnaast heeft de verdediging de ten laste gelegde handelingen betwist.

Verdachte ontkent dat hij [slachtoffer] heeft gedwongen om in de prostitutie te werken en ontkent tevens dat hij uit de verdiensten van [slachtoffer] voordeel heeft getrokken. Voorts ontkent verdachte dat hij [slachtoffer] door dwang of geweld heeft gedwongen danwel heeft bewogen hem te bevoordelen uit de opbrengsten van haar seksuele handelingen met derden. Verdachte heeft nooit geld van [slachtoffer] ontvangen anders dan voor gezamenlijke doeleinden en uitgaven, zoals bijvoorbeeld vakanties. Verdachte heeft maximaal € 4.500,00 via Western Union van [slachtoffer] ontvangen.

Met betrekking tot de vermeende mishandelingen van [slachtoffer] heeft de verdediging naar voren gebracht dat de getuige [getuige 1] nooit blauwe plekken bij haar heeft gezien en de getuige [getuige 2] ook niet.

Er is geen sprake geweest van misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht. Verdachte had een intieme relatie met [slachtoffer] en heeft enkel getracht haar te helpen bij haar werkzaamheden als prostituee. Zij is vrijwillig naar Nederland gekomen met de bedoeling om in de prostitutie te gaan werken, teneinde haar schulden in Bulgarije af te betalen en die zij ook heeft afbetaald na aanvang met haar werkzaamheden in Nederland.

Verdachte ontkent dat hij heeft gedreigd de ouders van [slachtoffer] op de hoogte te stellen van haar prostitutiewerkzaamheden. Verdachte stelt dat hij vrij zeker weet dat de moeder van [slachtoffer] op de hoogte is van haar werkzaamheden als prostituee. Verdachte heeft geen misbruik gemaakt van enige kwetsbare positie van [slachtoffer].

Mocht al de conclusie getrokken worden dat verdachte bepaalde dwangmiddelen heeft gebruikt, dan kan uit alle feiten en omstandigheden worden vastgesteld dat [slachtoffer] redelijkerwijs een andere keuze heeft gehad. Zij had te allen tijde de keuze en de mogelijkheid om naar Bulgarije terug te keren. Zij is op geen enkele wijze door verdachte gedwongen om in Nederland te blijven, maar heeft daar zelf voor gekozen.

De verdediging is van mening dat de beperkte bemoeienis van verdachte met de werkzaamheden van [slachtoffer], zoals het helpen zoeken naar woonruimte of het helpen met administratieve werkzaamheden, niet de conclusie rechtvaardigt dat sprake is van uitbuiting als bedoeld in artikel 273f lid 1 sub 1 van het Wetboek van Strafrecht (WvSr) en verwijst in dit verband naar een arrest van het Gerechtshof Leeuwarden van 29 mei 2012.

Verdachte heeft [slachtoffer] evenmin aangeworven of meegenomen naar Nederland, als bedoeld in artikel 273f lid 1 sub 3 WvSr. Zij is immers zelfstandig en vrijwillig naar Nederland gekomen om prostitutiewerkzaamheden te verrichten.

Ook het voordeel trekken uit uitbuiting als bedoeld in artikel 273f lid 1 sub 6 WvSr is niet te bewijzen. Van belang daarvoor is dat het opzet gericht moet zijn op het voordeel trekken en dat degene die voordeel trekt weet of behoort te weten dat van uitbuiting sprake is. Verdachte heeft slechts getracht om [slachtoffer] te helpen met haar huisvesting en met de start van haar werkzaamheden in de prostitutie. Er was geen enkel opzet, ook niet in voorwaardelijke zin, op het profijt trekken door verdachte.

Voorts kan niet gesteld worden dat verdachte [slachtoffer] heeft gedwongen dan wel bewogen hem te bevoordelen uit de opbrengsten van haar prostitutiewerkzaamheden als bedoeld in artikel 273f lid 1 sub 9. [slachtoffer] heeft tijdelijk in het levensonderhoud van verdachte voorzien, maar daar stond tegenover dat verdachte voor haar zorgde. Zij hadden immers een relatie met elkaar.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Vaststelling van de feiten

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.1

[slachtoffer] is op 13 september 2012 als getuige gehoord. Zij heeft bij die gelegenheid onder meer het volgende verklaard.

Zij had in Bulgarije kredieten afgesloten voor een bedrag van ongeveer 40.000 euro en zocht naar mogelijkheden om deze kredieten af te lossen.

Haar toenmalige vriend [A] heeft haar verteld dat hij haar in contact zou brengen met een vriend die wel werk voor haar had.2

Zij heeft die betreffende vriend vervolgens ontmoet in een bar in Bulgarije. Deze vriend, van wie zij later zegt dat het [verdachte] is3, (verder te noemen verdachte) vertelde haar dat ze 12 uur per dag als prostituee zou moeten werken. Hij vertelde haar verder dat ze voor 15 minuten 50 euro moet vragen en voor 1 uur 150 euro. Hij zei dat ze achter het raam moest werken, dat ze moest glimlachen zodat ze goed zou bevallen en dat ze niet mocht zitten maar moest staan4. Na 2 of 3 dagen begon verdachte haar te bellen en wekte hij de indruk dat hij haar leuk vond. Hij bleef aandringen en schonk haar veel aandacht. Ook toen hij was terug gegaan naar Nederland bleef hij haar bellen en sms-jes sturen. Hij vroeg haar om naar Nederland te komen en zij besloot om een week bij hem in Nederland op bezoek te gaan.5

Verdachte had haar in Bulgarije verteld dat hij een relatie met haar wilde, dat ze het werk misschien maar een jaar hoefde te doen en dat hij daarna andere dingen voor haar in gedachten had.6

Zij is vervolgens in november 2009 met het vliegtuig naar Nederland gekomen. Zij werd van het vliegveld opgehaald door verdachte en zij zijn met de trein naar Groningen gegaan.

In Groningen heeft verdachte haar laten zien waar de prostituees werkten.

Verdachte vertelde haar hoe ze haar werk moest doen, dat ze rechtop moest staan en moest glimlachen. Ook kocht hij gel, papier en condooms voor haar en vertelde hij haar wat de prijzen waren voor de verschillende handelingen.7

Na 5 of 6 dagen bracht verdachte haar in contact met een Serviër die de voor het werk benodigde documenten voor haar regelde.8

Zij woonde met verdachte in een huurwoning, samen met nog een stel. Aanvankelijk betaalden zij en die andere vrouw samen de huur van die woning, later betaalde zij de huur in haar eentje. Verdachte regelde de betaling van de huur.

Verdachte had haar in Bulgarije verteld dat zij de helft van haar verdiende geld aan hem moest geven, omdat hij haar naar Nederland zou laten komen en een woning en werkplek voor haar zou regelen. Al op de tweede dag dat zij in Groningen werkte, zei hij dat hij al het door haar verdiende geld wilde hebben. Hij zou het bedrag voor de aflossing van haar schulden naar haar ouders sturen en de rest zou hij zelf houden, omdat zij samen waren.

Verdachte nam het geld in. Als zij wat nodig had, kon ze dat krijgen.9

Zij had geen andere keus dan het geld aan hem te geven; ze zat in Nederland en kende niemand behalve verdachte.

Zij heeft 30.000 euro voor een woning van verdachte in [woonplaats] (Bulgarije) betaald. Deze woning stond op naam van de zus van verdachte. Zij maakte iedere maand geld over via Western Union of betaalde haar moeder als zij naar Bulgarije ging. Zij kreeg dit geld van verdachte als er geld overgemaakt moest worden.

Zij heeft van eind 2009 tot juni 2010 in Groningen gewerkt. Vanaf juni 2010 heeft zij in Utrecht gewerkt.10

Zij heeft vanaf het begin van haar werkzaamheden, eind 2009, tot aan het moment dat verdachte terug ging naar Bulgarije, in september 2011, al haar inkomsten aan verdachte afgedragen. Verdachte hield haar via telefoongesprekken in de gaten en als zij thuis kwam, pakte hij haar geld af. Wanneer hij vond dat zij te weinig had verdiend, sloeg en schopte hij haar. Wanneer zij één of meer dagen niet kon werken, werd hij boos.11

Nadat verdachte in september 2011 teruggekeerd was naar Bulgarije heeft zij nog maandelijks geld aan verdachte afgedragen. Hij kwam tot december 2011 elke maand naar Nederland om geld op te halen. Daarna kwam één van zijn vrienden het geld halen of zij stuurde geld via Western Union. Ze bleef hem maandelijks geld geven omdat ze bang was dat hij haar ouders en de vader van haar kind zou vertellen wat voor werk ze deed, zodat ze haar kind kwijt zou raken.12 Zij betaalde elke maand in principe 10.000 euro aan verdachte; het maximale bedrag dat hij over de grens mocht meenemen.

Op 5 november 2012 heeft [slachtoffer] aangifte gedaan tegen verdachte. In haar aangifte heeft zij aanvullend verklaard dat zij nog steeds geld aan verdachte geeft omdat zij bang is dat hij haar ouders en haar ex-man vertelt dat zij in de prostitutie werkt.13

Zij heeft ook verklaard dat zij door verdachte is geslagen, geschopt en geduwd als hij vond dat zij te weinig had verdiend.14 Dat is begonnen toen zij in de zomer van 2010 in Utrecht werkzaam was. Hij wilde iedere dag 1000 euro van haar hebben.

Ook in Utrecht hield verdachte haar in de gaten. Als zij haar telefoon niet opnam als hij belde, kwam hij bij haar langs om te zien wat zij aan het doen was. Hij gaf haar het gevoel dat ze niet weg kon15. Zij zijn naar Utrecht gegaan omdat verdachte had gehoord dat je in Utrecht meer kon verdienen.

Nadat verdachte in september 2011 naar Bulgarije was vertrokken, wilde hij 10.000 euro per maand van [slachtoffer]. Hij controleerde niet meer hoelang [slachtoffer] werkte.16

Op 22 november 2012 heeft [slachtoffer] aan aanvullende verklaring afgelegd. Zij heeft bij die gelegenheid onder meer verklaard dat zij samen met verdachte naar Utrecht is gereden. Verdachte had van te voren contact gehad met vrienden van hem, die hem hadden verteld dat zij zelf naar het verhuurbedrijf voor een werkplek moest gaan. Zij is het kantoor van het verhuurbedrijf binnen gegaan. Verdachte stond buiten te wachten.17

[slachtoffer] heeft voorts verklaard dat als zij ruzie had met verdachte hij altijd haar papieren afpakte.18

Daarnaast heeft [slachtoffer] verklaard dat zij vanaf december 2011 tot maart/april 2012 ongeveer 15.000 euro via Westerrn Union heeft overgemaakt op naam van verdachte, ene [B], een vriend van verdachte, en op naam van de vader van verdachte.19

Voorts heeft zij vijf auto’s voor verdachte betaald, te weten drie Mercedessen, een BMW en een Golf.20

De getuige [getuige 1] heeft verklaard dat zij met [slachtoffer] in huis heeft gewoond in Utrecht.

Verdachte bepaalde waar en wanneer [slachtoffer] werkte. Ze heeft gezien dat [slachtoffer] moest blijven werken tot ze 1000 euro had verdiend.21

Zij heeft gezien dat verdachte boos werd als [slachtoffer] geen 1000 euro per dag verdiende en dat hij tegen muren en deuren sloeg en schreeuwde. Zij heeft ruzies tussen [slachtoffer] en verdachte gezien en ze heeft gezien dat verdachte [slachtoffer] bij de haren pakte.22

Ze heeft ook gezien dat [slachtoffer] haar verdiende geld aan verdachte gaf.

Verdachte verzamelde het geld en bracht dit naar Bulgarije. Dit deed hij met de auto. Verdachte kocht met het geld van [slachtoffer] auto’s en ook twee appartementen in Bulgarije.

[slachtoffer] vond het niet goed dat ze al haar geld aan verdachte moest geven.

Als verdachte naar Bulgarije ging, nam hij 10.000 euro mee. [getuige 1] heeft dit zowel van verdachte als van [slachtoffer] gehoord. Ook heeft zij gezien dat verdachte het geld telde en zijn spullen pakte om naar Bulgarije te gaan.23

Verdachte bepaalde dat [slachtoffer] moest werken. Hij controleerde haar via de telefoon. Hij belde haar dan en vroeg hoeveel ze had verdiend.24

De getuige [getuige 2] heeft verklaard dat [slachtoffer] veelvuldig contact onderhield met verdachte, ook nadat de relatie met hem was geëindigd. Zij deed dit uit angst om zo te bereiken dat verdachte niet aan haar familie zou vertellen wat haar werkzaamheden waren. Ook wilde ze zo voorkomen dat verdachte contact met haar ex-man zou opnemen omdat ze bang was dat haar zoon haar dan afgepakt zou worden. [getuige 2] heeft voorts verklaard dat [slachtoffer] geld stuurde naar verdachte in Bulgarije en dat zij geld voor verdachte meegaf een ene [C]. Dat was in juli/augustus 2012.25

[slachtoffer] moest altijd op maandag geld overmaken naar Bulgarije. Ze maakte gebruik van Western Union. [getuige 2] heeft ook een keer voor [slachtoffer] geld overgemaakt naar Bulgarije.26

Getuige [getuige 2] heeft verder verklaard dat verdachte de angst van [slachtoffer] gebruikte voor zijn eigen doelen. Hij dreigde de ouders en de ex-man van [slachtoffer] te vertellen dat ze als prostituee werkte.27

Verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer] in 2009 heeft leren kennen in Bulgarije en dat zij hem om hulp heeft gevraagd om in Nederland te komen werken. Hij heeft haar geld gestuurd voor een vliegticket waarmee zij naar Nederland kon komen.28

Hij heeft [slachtoffer] van het vliegveld gehaald en zij zijn met de trein naar Groningen gegaan. Zij zijn daar gaan wonen in de woning die hij van zijn ex-vrouw kon overnemen. Hij heeft haar in contact gebracht met de Serviër die de documenten en een werkplek voor haar kon regelen.29 [slachtoffer] betaalde de huur van de woning in Groningen.

Zij verdiende 600 tot 1000 euro per dag. [slachtoffer] heeft in de kosten van zijn levensonderhoud voorzien. Hij had zelf geen eigen inkomsten.30 Ook betaalde [slachtoffer] zijn fitnessabonnement en zijn telefoonabonnement. Verder betaalde [slachtoffer] alle excursies in het buitenland, zoals vakanties en de reizen naar Bulgarije. [slachtoffer] stuurde ook geld naar Bulgarije als ze wilde dat hij naar Nederland kwam. Zij reisden dan ook wel samen terug naar Bulgarije omdat ze meer geld de grens over konden meenemen als ze met zijn tweeën waren.31

Verdachte heeft [slachtoffer] naar haar werk gebracht en ook weer opgehaald.32

De getuige [getuige 1] is op 20 augustus 2013 als getuige gehoord bij de rechter-commissaris. Zij heeft verklaard dat zij heeft gezien dat [slachtoffer] in haar bijzijn al haar verdiende geld aan verdachte gaf. Verdachte telde het geld drie keer per dag. Als hij dan geld miste, dan maakte hij ruzie.33

[slachtoffer] mocht van verdachte niet eerder naar huis komen dan dat zij 1000 euro had verdiend. [getuige 1] heeft gezien dat verdachte [slachtoffer] mishandelde. Hij pakte haar bij de haren, schopte [slachtoffer] en sleurde haar over de grond. De reden van de ruzies was altijd dezelfde.34

De getuige [getuige 2] is ook bij de rechter-commissaris gehoord. Hij heeft aldaar verklaard dat [slachtoffer] hem had gevraagd om geld over te maken naar Bulgarije. Dat had te maken met een leaseauto van verdachte. Zij had [getuige 2] geld gegeven en hij stortte dat op zijn rekening en maakte vervolgens het geld over. Ook heeft [slachtoffer] geld aan ene [C] gegeven in opdracht van verdachte. Ook heeft [getuige 2] een keer geld overgemaakt via Western Union ten name van verdachte.35

Uit een overzicht van Western Union Benelux M.T. Limited blijkt dat [slachtoffer] op 2 december 2011, 23 januari 2012, 24 april 2012, 1 mei 2012, 7 mei 2012 en 29 augustus 2012 geldbedragen naar verdachte in Bulgarije heeft overgemaakt, tot een totaalbedrag van 4.687,40.36

4.3.2.

Bewijsoverwegingen

De betrouwbaarheid van de getuige [getuige 1]

De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de verklaringen van [getuige 1] en acht de verklaringen van [getuige 1] dan ook betrouwbaar. Haar verklaringen zijn consequent en worden op meerdere punten bevestigd door ander bewijs.

Ten aanzien van artikel 273f eerste lid sub 1

Bij de beoordeling of sprake is van mensenhandel zoals bedoeld in artikel 273f eerste lid sub 1 WvSr wordt gekeken naar drie elementen, te weten 1) een aantal handelingen, 2) een aantal dwangmiddelen en 3) het oogmerk van uitbuiting. Een bewezenverklaring van mensenhandel ingevolge artikel 237f eerste lid sub 1 WvSr kan volgen indien verdachte [slachtoffer] met het oogmerk van uitbuiting door gebruik van dwangmiddelen heeft overgebracht, gehuisvest, opgenomen en/of vervoerd (zijnde de handelingen).

De dwangmiddelen

Allereerst dient te worden vastgesteld of verdachte gebruik heeft gemaakt van middelen in de zin van artikel 237f lid 1 sub 1 WvSr. Daarbij is van belang dat, zodra het hanteren van een van deze middelen bewezen wordt verklaard, de (eventuele) instemming van aangeefster met de uitbuitingssituatie niet meer relevant is.

De rechtbank acht op grond van de hierboven opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte gebruik heeft gemaakt van het middel ‘misbruik van een kwetsbare positie’ en acht bewezen dat verdachte de intentie had om [slachtoffer] met het door hem ingezette middel te bewegen zich beschikbaar te (blijven) stellen voor het verrichten van seksuele handelingen met derden tegen betaling.

[slachtoffer] werkte voor verdachte in de prostitutie. Hij heeft haar overgehaald om naar Nederland te komen teneinde prostitutiewerkzaamheden te verrichten, wetende dat zij een aanzienlijke schuld had en naar werk zocht om die af te lossen en wetende dat zij hier niemand kende. Hij heeft [slachtoffer] de financiële middelen verstrekt om haar ticket naar Nederland te bekostigen en heeft haar ondergebracht in een woning. Hij nam het door haar met het prostitutiewerk verdiende geld in. Verdachte dwong en bewoog [slachtoffer] ertoe het werk te blijven doen door – wetende dat zij verliefd op hem was en wetende dat zij niet wilde dat haar ouders en ex-man van de aard van haar werkzaamheden op de hoogte zouden raken – haar te controleren, haar te pushen haar werkzaamheden voort te zetten, een minimum aan inkomsten van haar te eisen, te dreigen aan haar ouders en ex-man bekend te maken wat de aard van haar werkzaamheden in Nederland was, waardoor bij aangeefster de vrees bestond dat zij door haar familie verstoten zou worden en het contact met haar kind zou verliezen, en door geweld tegen haar te gebruiken. Zodoende heeft verdachte [slachtoffer] in een van hem afhankelijke positie geplaatst, waar hij vervolgens gebruik van heeft gemaakt.

De handelingen

Voorts dient te worden vastgesteld welke handelingen als bedoeld in artikel 273f lid 1 sub 1 van het Wetboek van Strafrecht verdachte heeft verricht.

Op grond van de onder 4.3.1. genoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank bewezen dat verdachte [slachtoffer] heeft overgebracht, gehuisvest en vervoerd.

(Het oogmerk van) uitbuiting

Vervolgens dient te worden vastgesteld of verdachte het oogmerk had van uitbuiting in de zin van artikel 273f eerste lid, sub 1 WvSr. Het oogmerk van uitbuiting is in het onderhavige geval gelegen in het verkrijgen van financieel gewin.

De rechtbank stelt vast dat verdachte financieel gewin heeft gehad van de prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer]. [slachtoffer] heeft verklaard dat zij vrijwel al haar verdiende geld aan verdachte heeft afgedragen. Verdachte had in de ten laste gelegde periode zelf geen inkomsten en heeft erkend dat hij zijn levensonderhoud heeft gefinancierd met de prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer].

De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte niet alleen het oogmerk van uitbuiting had toen hij de hiervoor genoemde handelingen verrichtte, maar dat hij [slachtoffer] ook feitelijk uitbuitte. Zij kon immers niet beschikken over haar eigen verdiensten, nu er door verdachte misbruik gemaakt werd van een kwetsbare positie en hij haar dwong tot afgifte van haar inkomsten.

Deze situatie kan, in tegenstelling tot hetgeen de verdediging heeft aangevoerd, gezien de bewezen verklaarde feitelijkheden en dwangmiddelen, niet worden aangemerkt als een normale gezamenlijke huishouding, waarbij de vrouw kostwinner is.

Ten aanzien van artikel 273f eerste lid sub 3
Ten aanzien van de ten laste gelegde grensoverschrijdende mensenhandel als bedoeld in artikel 273f eerste lid sub 3 van het Wetboek van Strafrecht verwijst de rechtbank naar de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen. Verdachte heeft [slachtoffer] vanuit Bulgarije naar Nederland laten komen wetende dat zij in Nederland in de prostitutie zou gaan werken. Reeds daarmee kan de rechtbank tot een bewezenverklaring van dit onderdeel komen.

Ten aanzien van artikel 273f eerste lid sub 6 en 9

Voor een bewezenverklaring van deze onderdelen dient bewezen te worden dat verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer], alsmede dat verdachte door het hanteren van de dwangmiddelen haar heeft gedwongen of bewogen hem te bevoordelen uit de opbrengsten van dat prostitutiewerk.

De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer] het door haar door middel van prostitutiewerk ontvangen geld grotendeels heeft afgestaan aan verdachte. Gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor omtrent de dwangmiddelen en uitbuiting heeft overwogen, acht de rechtbank ook deze onderdelen wettig en overtuigend bewezen.

De conclusie

Gelet op voornoemde feiten, omstandigheden en overwegingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte op tijdstippen in de periode van 1 juli 2009 tot en met 1 oktober 2012 te Utrecht en Groningen en Bulgarije

  • -

    een ander, te weten de Bulgaarse [slachtoffer] door misbruik van een kwetsbare positie heeft overgebracht en gehuisvest en vervoerd, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer] en

  • -

    die [slachtoffer] heeft aangeworven met het oogmerk die [slachtoffer] in een ander land ertoe te brengen zichzelf beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor derden tegen betaling en

  • -

    opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die [slachtoffer] en

  • -

    die [slachtoffer] door dwang en geweld en een andere feitelijkheid en door bedreiging met een andere feitelijkheid en door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer]’s, seksuele handelingen met of voor derden,

immers heeft verdachte toen aldaar:

  • -

    die [slachtoffer] meermalen geslagen en geschopt en geduwd en aan de haren getrokken en gedreigd de ouders van die [slachtoffer] en de vader van het kind van die [slachtoffer] in te lichten dat zij, [slachtoffer], prostitutiewerkzaamheden verrichtte en

  • -

    die [slachtoffer] emotioneel van hem, verdachte, afhankelijk gemaakt en een liefdesrelatie met die [slachtoffer] aangegaan en

  • -

    het geld voor de vlucht van Bulgarije naar Nederland aan die [slachtoffer] betaald en die [slachtoffer] bij aankomst in Nederland van het vliegveld gehaald en vervolgens die [slachtoffer] in een woning ondergebracht en

  • -

    voor die [slachtoffer] werkplekken/cabines geregeld waar zij als prostituee kon werken en die [slachtoffer] in contact gebracht met één of meer personen die voor die [slachtoffer] zaken regelden waardoor die [slachtoffer] in de prostitutie kon gaan werken en

  • -

    die [slachtoffer] als prostituee laten werken en toegezien op een minimum aan werktijden en inkomsten van die [slachtoffer] als prostituee en die [slachtoffer] verder in de gaten gehouden en aldus de keuze-/bewegingsvrijheid van die [slachtoffer] als prostituee ingeperkt en

  • -

    het door die [slachtoffer] met/in de prostitutie verdiende geld geheel of gedeeltelijk onder zich genomen/gehouden en door die [slachtoffer] aan hem, verdachte, doen afstaan en/of doen afdragen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als:

Mensenhandel.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar, met aftrek van voorarrest.

Verder heeft de officier van justitie gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] wordt toegewezen tot een bedrag van € 415.800,00 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair aangevoerd dat verdachte van het ten laste gelegde feit dient te worden vrijgesproken.

Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring mocht komen, heeft de verdediging er op gewezen dat het in casu om één slachtoffer gaat, dat verdachte geen relevante documentatie heeft en dat in de richtlijnen in dat geval een gevangenisstraf van 10 maanden gehanteerd wordt.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich ten aanzien van het slachtoffer [slachtoffer] gedurende een periode van ruim tweeënhalf jaar schuldig gemaakt aan mensenhandel.

Het slachtoffer wilde aanvankelijk vrijwillig in de prostitutie in Nederland werkzaam zijn, omdat zij hier veel geld kon verdienen, waarmee zij haar schulden in Bulgarije kon voldoen. Nadat zij hierover met verdachte had gesproken, heeft zij besloten naar Nederland te komen. Verdachte heeft haar ticket naar Nederland betaald, heeft voor haar in Nederland een werkplek en onderdak geregeld en heeft haar er toe aangezet om meer te werken dan zij zelf wilde en heeft haar ook gecontroleerd. [slachtoffer] moest aanvankelijk de helft, maar al vanaf haar tweede werkdag al haar verdiensten aan verdachte afdragen. Verdachte dreigde de ouders van [slachtoffer] en de vader van haar kind in te lichten over de aard van haar werkzaamheden in Nederland, als zij niet aan zijn eisen voldeed.

Juist nu het gaat om prostitutiewerkzaamheden heeft verdachte met zijn handelen een grote inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer. Dat zij aanvankelijk vrijwillig in de prostitutie is gaan werken, doet daaraan slechts in beperkte mate af. Immers de omstandigheden waarin het slachtoffer heeft gewerkt zijn niet dezelfde omstandigheden waarin een mondige prostituee werkzaam dient te zijn.

Verdachte heeft zich geen enkele rekenschap gegeven van de mogelijke gevolgen voor het slachtoffer van zijn handelen. Hij heeft enkel zijn eigen financiële gewin voor ogen gehad.

Verdachte leidde in Nederland een luxe leven. Hij liet zich door het slachtoffer onderhouden en reed in grote dure auto’s, die met het geld van het slachtoffer waren gekocht. Zelfs nadat hem te verstaan was gegeven dat hij niet in Nederland mocht zijn en hij was teruggekeerd naar Bulgarije, liet hij de verdiensten van het slachtoffer aan hem overmaken of liet hij haar geld vanuit Nederland naar Bulgarije meenemen door hem bevriende personen.

Verdachte heeft geen enkel inzicht getoond in het kwalijke van zijn gedrag.

Het beeld dat verdachte van de gebeurtenissen en van zichzelf schetst staat in schril contrast tot hetgeen de rechtbank bewezen acht en tot wat het slachtoffer heeft moeten doorstaan. De rechtbank neemt verdachte dit bijzonder kwalijk.

De rechtbank heeft gelet op een Uittreksel Justitiële Documentatie van verdachte d.d. 25 juli 2013 waaruit blijkt dat hij niet eerder ter zake van soortgelijke misdrijven als thans bewezen is verklaard is veroordeeld.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden aanleiding bestaat aan verdachte een vrijheidsstraf op te leggen van na te melden duur.

9 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces en vordert een schadevergoeding van € 433.800,00, bestaande uit € 408.800,00 aan materiële schade en

€ 25.000,00 aan immateriële schade. De rechtbank heeft, na herberekening geconstateerd dat, indien de rekenwijze van de benadeelde partij wordt gevolgd, de materiële schade

€ 410.800,00 bedraagt, zodat de totale vordering een bedrag van € 435.800,00 betreft. De rechtbank leest de vordering aldus dat het laatstgenoemde wordt gevorderd.

De officier van justitie heeft toewijzing gevorderd van een bedrag van € 415.800,00, bestaande uit een bedrag van € 410.800,00 aan materiële schadevergoeding en € 5.000,00 aan immateriële schadevergoeding, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft aangevoerd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering nu deze niet eenvoudig van aard is.

De verdediging heeft voorts aangevoerd dat de benadeelde partij niet heeft kunnen aantonen dat zij het opgevoerde bedrag aan inkomstenderving ook daadwerkelijk heeft verdiend en dat verdachte elke maand een bedrag van € 10.000,00 euro bij haar heeft opgehaald.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde feit schade heeft geleden. Deze schade ziet met name op inkomstenderving uit haar prostitutiewerkzaamheden. De rechtbank kan echter de exacte hoogte van de geleden schade niet vaststellen nu niet duidelijk is geworden hoeveel de benadeelde partij heeft verdiend, hoeveel daarvan is besteed aan aflossing van haar schulden in Bulgarije, levensonderhoud, vakanties en dergelijke en hoeveel daarvan zij heeft afgedragen aan verdachte. De rechtbank zal zich daarom beperken tot het toekennen van een voorschot op een eventueel later te ontvangen schadevergoeding.

De rechtbank acht een schadevergoeding wegens inkomensderving van € 200.00,00 billijk en zal de vordering ten aanzien van de materiële schade tot dat bedrag toekennen.

De immateriële schade zal tot een bedrag van € 5.000,00 worden toegewezen, zodat de vordering benadeelde partij tot een totaalbedrag van € 205.000,00 wordt toegewezen. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering en bepalen dat zij zich voor dat deel kan wenden tot de burgerlijke rechter.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

De rechtbank zal in het belang van de benadeelde partij als extra waarborg voor betaling van de geleden schade tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opleggen. Deze maatregel zal echter, gelet op het restitutierisico dat de Nederlandse Staat loopt bij oplegging van de schademaatregel slechts worden toegewezen tot een bedrag van € 50.000,00.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f en 273f van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11 Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid

Verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Mensenhandel

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van DRIE (3) jaren.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Benadeelde partij

Wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 205.000,00 (zegge tweehonderdenvijfduizend euro).

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 50.000,00 (zegge vijftigduizend euro) te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 285 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen, met dien verstande dat indien verdachte heeft voldaan aan zijn betalingsverplichting aan de Nederlandse Staat daarmee zijn betalingsverplichting aan [slachtoffer] uitsluitend ten aanzien van dat deel van de toegekende vordering komt te vervallen.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige gedeelte niet ontvankelijk in haar vordering.

Dit vonnis is gewezen door

mr. G. Perrick, voorzitter,

mrs. C.A.M. van Straalen en E.M. de Stigter, rechters,

in tegenwoordigheid van H.J. Nieboer, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 september 2013.

Mrs. G. Perrick en C.A.M. van Straalen zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE : De tenlastelegging (na wijziging)

Aan genoemde verdachte wordt ten laste gelegd dat

Hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2009 tot en met 1 oktober 2012 te Utrecht en/of Groningen en/of (elders) in Nederland en/of Bulgarije

- een ander, te weten de Bulgaarse [slachtoffer]door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen en/of vervoerd, met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer] en/of

Art. 273 F lid 1 onder 1

- die [slachtoffer] heeft aangeworven en/of medegenomen met het oogmerk die [slachtoffer] in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van (een) seksuele handeling(en) met of voor (een) derde(n) tegen betaling en/of

Art. 273 F lid 1 onder 3

- opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer] en/of

Art. 273 F lid 1 onder 6

- die [slachtoffer] door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of verdachtes mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer]’s, seksuele handeling(en) met of voor derde(n)

Art. 273 F lid 9

immers heeft verdachte toen aldaar:

- die [slachtoffer] één of meermalen geslagen en/of geschopt en/of geduwd en/of aan de haren getrokken en/of gedreigd die [slachtoffer] in elkaar te slaan en/of dreigende/agressieve taal tegen die [slachtoffer] gebezigd en/of gedreigd de ouders van die [slachtoffer] en/of de vader van het kind van die [slachtoffer] zou inlichten dat zij, [slachtoffer], prostitutiewerkzaamheden verrichtte en/of

- die [slachtoffer] (emotioneel) van hem, verdachte, afhankelijk gemaakt en/of een liefdesrelatie met die [slachtoffer] aangegaan en/of

- die [slachtoffer] vanuit Bulgarije naar/in Nederland overgebracht/vervoerd of laten overbrengen/vervoeren en/of het geld voor de vlucht van Bulgarije naar Nederland aan die [slachtoffer] betaald en/of geleend en/of die [slachtoffer] bij aankomst in Nederland van het vliegveld gehaald en/of (vervolgens) die [slachtoffer] in een woning ondergebracht of laten onderbrengen, althans voor die [slachtoffer] woonruimte/onderdak geregeld of laten regelen en/of

- voor die [slachtoffer] een) werkplek(ken)/cabine(s) geregeld en/of laten regelen waar zij als prostituee kon werken en/of die [slachtoffer] in contact gebracht met één of meer personen die voor die [slachtoffer] zaken regelden waardoor die [slachtoffer] in de prostitutie kon (gaan) werken en/of

- die [slachtoffer] als prostituee laten werken en/of toegezien of laten toezien op (een minimum aan) (de) werktijd(en) en/of inkomsten van die [slachtoffer] als prostituee en/of die [slachtoffer] (verder) in de gaten gehouden of in de gaten laten houden en/of (aldus) de keuze-/bewegingsvrijheid van die [slachtoffer] als prostituee ingeperkt of laten inperken en/of

- ( het) door die [slachtoffer] met/in de prostitutie verdiend geld geheel of gedeeltelijk onder zich genomen/gehouden en/of door die [slachtoffer] aan hem, verdachte, doen afstaan en/of doen afdragen en/of die [slachtoffer] (aldus) in een (verder) van hem, verdachte, afhankelijke positie gebracht/gehouden;

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende proces-verbaal met onderzoeksnummer 26122253Z en proces-verbaal nummer 30-335568, bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als getuige, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 123

3 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer], in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 146

4 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als getuige, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 123-124

5 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als getuige, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 124

6 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als getuige, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 125

7 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als getuige, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 126

8 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als getuige, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 126

9 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als getuige, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 127

10 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als getuige, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 156

11 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als getuige, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 131

12 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als getuige, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 130

13 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als aangeefster, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 147

14 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als aangeefster, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 151

15 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als aangeefster, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 153

16 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als aangeefster, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 159

17 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als aangeefster, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 165

18 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als aangeefster, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 167

19 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als aangeefster, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 171

20 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als aangeefster, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 176

21 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1], in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 232

22 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1], in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 233 en 234

23 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1], in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 236

24 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1], in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 239

25 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2], in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 246

26 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2], in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 248 en 249

27 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2], in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 250

28 verklaring van verdachte, afgelegd ter ter terechtzitting van 29 augustus 2013

29 verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 29 augustus 2013

30 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 289

31 Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 29 augustus 2013

32 Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 29 augustus 2013

33 Verklaring van getuige [getuige 1], afgelegd bij de rechter-commissaris, pag. 2

34 Verklaring van getuige [getuige 1], afgelegd bij de rechter-commissaris, pag. 3

35 Verklaring van getuige [getuige 2], afgelegd bij de rechter-commissaris, pag.3

36 PV verstrekking gevorderde gegevens m.b.t. moneytransfers middels Western Union, pag. 489-494