Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:7843

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
31-12-2013
Datum publicatie
29-04-2014
Zaaknummer
C/16/358378 / KG ZA 13-955
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

KG. Geschil tussen apothekersgroep en Achmea c.s. over contract.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GZR-Updates.nl 2014-0156

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/358378 / KG ZA 13-955

Vonnis in kort geding van 31 december 2013

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser sub 1],

gevestigd te [vestigingsplaats],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser sub 2],

gevestigd te [vestigingsplaats],

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser sub 3],

gevestigd te [vestigingsplaats],

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser sub 4],

gevestigd te [vestigingsplaats],

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser sub 5],

gevestigd te [vestigingsplaats],

6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser sub 6],

gevestigd te [vestigingsplaats],

7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser sub 7],

gevestigd te [vestigingsplaats],

8. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser sub 8],

gevestigd te [vestigingsplaats],

9. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser sub 9],

gevestigd te [vestigingsplaats],

eiseressen,

advocaat mr. K. van Berloo te Zeist,

tegen

1. naamloze vennootschap

ZILVEREN KRUIS ACHMEA ZORGVERZEKERINGEN NV,

statutair gevestigd te Utrecht en kantoorhoudende te Leiden,

2. naamloze vennootschap

OZF ACHMEA ZORGVERZEKERINGEN NV,

statutair gevestigd te Utrecht en kantoorhoudende te Hengelo,

3. naamloze vennootschap

INTERPOLIS ZORGVERZEKERINGEN NV,

statutair gevestigd te Utrecht en kantoorhoudende te Leiden,

4. naamloze vennootschap

FBTO ZORGVERZEKERINGEN NV,

statutair gevestigd te Utrecht en kantoorhoudende te Leeuwarden,

5. naamloze vennootschap

AGIS ZORGVERZEKERINGEN NV,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Amersfoort,

6. de naamloze vennootschap

AVÉRO ACHMEA ZORGVERZEKERINGEN NV,

statutair gevestigd te Utrecht en kantoorhoudende te Leiden,

7. de naamloze vennootschap

ACHMEA ZORGVERZEKERINGEN NV,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Leiden,

8. de naamloze vennootschap

AGIS ZIEKTEKOSTENVERZEKERINGEN NV,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Amersfoort,

9. de besloten vennootschap

NEDASCO BV,

statutair gevestigd te Amersfoort,

10. de besloten vennootschap

IAK VERZEKERINGEN BV,

statutair gevestigd te Eindhoven,

11. de besloten vennootschap

AEVITAE BV,

statutair gevestigd te Eindhoven,

12. de commanditaire vennootschap

TURIEN & CO., h.o.d.n. TURIEN & CO ASSURADEUREN,

statutair gevestigd te Alkmaar,

13. de besloten vennootschap

KETTLITZ WULFSE VERZEKERINGEN BV,

statutair gevestigd te Nieuwegein,

14. de besloten vennootschap

VPZ ASSURADEUREN BV,

statutair gevestigd te Heerlen,

gedaagden,

advocaat mr. T.R.M. van Helmond te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eisers c.s.] en Achmea c.s. genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding10 december 2013 met producties, genummerd 1 tot en met 14;

  • -

    de akte overlegging producties, genummerd 15 tot en met 24, tevens akte houdende wijziging en vermeerdering van eis, van de zijde van [eisers c.s.];

  • -

    de akte houdende overlegging producties, genummerd 1 tot en met 41, van de zijde van Achmea c.s.;

  • -

    de bij faxbericht van 19 december 2013 ingediende producties, genummerd 25 tot en met 32, van de zijde van [eisers c.s.];

  • -

    de mondelinge behandeling gehouden op 20 december 2013;

  • -

    de pleitnota van de zijde van [eisers c.s.];

  • -

    de pleitnota van de zijde van Achmea c.s..

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eisers c.s.] exploiteert ieder afzonderlijk een apotheek. Zij sluit met zorgverzekeraars overeenkomsten om aan patiënten farmaceutische zorg te kunnen verlenen voor rekening van hun zorgverzekeraar. Declaraties van de apotheek worden bij verzekerden met een naturapolis door de zorgverzekeraar rechtstreeks aan de apotheek uitbetaald.

2.2.

De heer [A] (hierna: de heer [A]) is, met uitzondering van [eiser sub 9], (indirect) bestuurder en indirect aandeelhouder van [eisers c.s.] Iedere vennootschap heeft een eigen beherend apotheker.

2.3.

Achmea c.s. is een zorgverzekeraar die ten behoeve van haar verzekerden zorg inkoopt bij zorgaanbieders. Achmea c.s. sluit met deze zorgaanbieders overeenkomsten teneinde in natura zorg te doen verlenen aan haar verzekerden.

2.4.

In 2013 is tussen [eiser sub 8], eiser 8, en Achmea c.s. een geschil ontstaan. Dit geschil heeft betrekking op door [eiser sub 8], volgens Achmea c.s. onrechtmatig, ingediende declaraties voor een apotheekbereiding, [geneesmiddel], en aflevering in een weekdoseerverpakking. Achmea c.s. stelt hierdoor schade te hebben geleden. Bij dagvaarding van 27 juni 2013 is in het kader van voornoemd geschil door Achmea c.s. bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, een bodemprocedure jegens de heer [A] en [eiser sub 8] aanhangig gemaakt.

2.5.

Bij brief van 31 mei 2013 heeft Achmea c.s. aan de heer [A] onder meer bericht dat zij aan hem en evenmin aan één van zijn apotheken een Farmacie Basisovereenkomst zal aanbieden voor de jaren 2014-2015. In het verlengde daarvan heeft Achmea c.s. haar verzekerden, die het geneesmiddel [geneesmiddel] gebruiken, aangeschreven met de mededeling dat zij dat geneesmiddel niet meer zal vergoeden. Dit bericht heeft zij eveneens weergegeven op haar website.

2.6.

Bij brief van 7 juni 2013 heeft [eisers c.s.] gereageerd en Achmea c.s. gesommeerd om haar voor de jaren 2014-2015 alsnog een Farmacie Basisovereenkomst aan te bieden.

2.7.

Bij brief van 27 juni 2013 heeft Achmea c.s. [eisers c.s.] bericht geen gehoor te zullen geven aan bovengenoemde sommatie en [eisers c.s.] geen contract voor volgende jaren aan te bieden.

2.8.

[eisers c.s.] en Achmea c.s. zijn voor het jaar 2014 voor de hulpmiddelenzorg vier contracten aangegaan. Te weten voor de levering van verbandmiddelen, diabetestestmaterialen, incontinentieproducten en drinkvoeding.

2.9.

Bij brief van 29 november 2013 heeft [eisers c.s.] Achmea c.s. wederom gesommeerd om met haar Farmacie Basisovereenkomst aan te gaan. Hierbij heeft zij aangeboden [geneesmiddel] niet meer te leveren aan verzekerden van Achmea c.s.

3 Het geschil

3.1.

[eisers c.s.] vordert, na vermeerdering van eis, samengevat - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

Primair

I. Achmea c.s. te verplichten om [eisers c.s.], zonder dat [eisers c.s.] gehouden is de levering van [geneesmiddel] aan Achmea c.s. verzekerden in 2014 te staken, alsnog voor de jaren 2014-2015 een Farmacie basiscontract aan te bieden, althans op een objectieve, transparante en non-discriminatoire wijze een overeenkomst farmaceutische zorg voor de jaren 2014-2015 aan te bieden;

II. Achmea c.s. te verbieden om andere zorgaanbieders en/of haar verzekerden aan te schrijven met betrekking tot de contractering van en de farmaceutische zorgverlening door [eisers c.s.] in 2014 en 2015 en beperking van de vergoeding van door [eisers c.s.] geleverde farmaceutische zorg, met uitzondering van berichtgeving omtrent beperking van de vergoeding door Achmea c.s. van [geneesmiddel] zoals eerder al door Achmea c.s. is bericht aan haar verzekerden;

III. Achmea c.s. te gebieden een nauwkeurige schriftelijke opgave van de navolgende gegevens voorzien van deugdelijke bewijsstukken, aan [eisers c.s.] te doen toekomen, bestaande uit naam, adres, telefoonnummer en e-mailadres van al degenen die Achmea c.s. heeft aangeschreven of anderszins benaderd met betrekking tot het niet sluiten van een overeenkomst met [eisers c.s.];

IV. Achmea c.s. te veroordelen tot het verzenden van een rectificatie (conform punt IV van het petitum) aan haar verzekerden die een brief van Achmea c.s. met begeleidend overschrijvingsformulier hebben gehad, alsmede publicatie in een landelijk dagblad;

V. Achmea c.s. te veroordelen tot het verzenden van een rectificatie (conform punt V van het petitum) aan alle artsen die een bericht of soortgelijke mondelinge mededeling van Achmea c.s. hebben ontvangen in de lijn van het bericht van de heer [B];

VI. Achmea c.s. te veroordelen tot het verzenden van een rectificatie (conform punt VI van het petitum) aan de overige verzekerden en de andere zorgaanbieders die zij heeft aangeschreven of anderszins benaderd met betrekking tot het niet sluiten van een overeenkomst met [eisers c.s.], alsmede publicatie in een landelijk dagblad;

VII. vorenstaande op straffe van een dwangsom;

Subsidiair

VIII. Achmea c.s. te verplichten om [eisers c.s.] alsnog voor de jaren 2014-2015 een Farmacie basiscontract aan te bieden, zoals zij voorgaande jaren altijd heeft gedaan, althans op objectieve, transparante en non-discriminatoire wijze een overeenkomst farmaceutische zorg voor de jaren 2014-2015 aan te bieden, onder de voorwaarde dat [eisers c.s.] gehouden zijn de levering van [geneesmiddel] aan Achmea c.s. verzekerden in 2014 te staken tot het moment dat in de bodemprocedure tussen Achmea c.s. en [eisers c.s.] is beslist ten aanzien van de toelaatbaarheid van de verstrekkingen van [geneesmiddel] aan de verzekerden van Achmea c.s.;

Meer subsidiair

IX. Achmea c.s. te verplichten om [eisers c.s.], met uitzondering van [eiser sub 8], alsnog voor de jaren 2014-2015 aan te bieden, zoals zij voorgaande jaren altijd heeft gedaan, althans op objectieve, transparante en non-discriminatoire wijze een overeenkomst farmaceutische zorg voor de jaren 2014-2015 aan te bieden, al dan niet onder de voorwaarde dat [eisers c.s.] gehouden zijn de levering van [geneesmiddel] aan Achmea c.s. verzekerden in 2014 te staken tot het moment dat in de bodemprocedure tussen Achmea c.s. en [eisers c.s.] is beslist ten aanzien van de toelaatbaarheid van de verstrekkingen van [geneesmiddel] aan de verzekerden van Achmea c.s., al dan niet met de verplichting om in de tussenliggende periode in alle redelijkheid te onderhandelen met [eiser sub 8] omtrent de totstandkoming van een Farmacie basiscontract voor de jaren 2014-2015;

Nog meer subsidiair

X. Achmea c.s. te verplichten om met [eisers c.s.] in alle redelijkheid te onderhandelen omtrent de totstandkoming van een Farmacie basiscontract voor de jaren 2014-2015;

Uiterst subsidiair

XI. een zodanige voorziening te treffen die de voorzieningenrechter in goede justitie juist acht;

Primair, subsidiair en meer subsidiair etc.

XII. Achmea c.s. te veroordelen in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente;

XIII. Achmea c.s. te veroordelen in de nakosten.

3.2.

Achmea c.s. voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering met veroordeling van [eisers c.s.] in de proceskosten en de nakosten, beiden vermeerderd met de wettelijke rente.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[eisers c.s.] legt - samengevat - aan haar vordering ten grondslag dat Achmea c.s., nu zij weigert met [eisers c.s.] een nieuwe Farmacie Basisovereenkomst aan te gaan, handelt in strijd met de redelijkheid en billijkheid. Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid kan een verzekeraar verplicht zijn om een zorgaanbieder met wie zij een langdurige contractuele relatie heeft ook voor volgende jaren een contract aan te bieden. Een dergelijke relatie als de onderhavige kan in beginsel dan ook niet zomaar worden opgezegd, tenzij sprake is van zwaarwegende gronden. De door Achmea c.s. aanwezig geachte zwaarwegende grond - onrechtmatig declareren en verstrekking van [geneesmiddel] - staat niet vast en is bovendien weggenomen door het aanbod van [eisers c.s.] om [geneesmiddel] niet meer aan te bieden aan verzekerden van Achmea c.s. Bovendien is het conflict ter zake de levering van [geneesmiddel] en de declaraties daaromtrent een conflict tussen [eiser sub 8] c.q. de heer [A] en Achmea c.s. en niet tussen de groep [eisers c.s.] en Achmea c.s. Een contract met Achmea c.s. is essentieel voor het voortbestaan van [eisers c.s.] Geen contract betekent haar faillissement. [eisers c.s.] is immers bijna volledig afhankelijk van de contracten met verzekeraars. Er is geen potentiele andere verzekeraar om het verlies aan inkomsten op te vullen en voorts zijn er weinig andere mogelijkheden om inkomsten te genereren dan het leveren van farmaceutische zorg- en dienstverlening.

4.2.

Achmea c.s. voert daartegen allereerst aan dat [eisers c.s.] niet-ontvankelijk is in haar vordering nu [eisers c.s.] vanaf 1 januari 2012 niet meer de contractspartij is van Achmea c.s. Dat is de heer [A] en hij is geen eiser in deze procedure. Voorts is [eiser sub 9], eiser 9, geen bestaande contractspartij van Achmea c.s., maar een nieuwe zorgaanbieder. Achmea c.s. wenst met haar geen contract aan te gaan omdat zij voldoende apotheken in de regio heeft gecontracteerd om aan haar zorgplicht te kunnen voldoen. Verder voert Achmea c.s. aan dat zij geen contract wil sluiten met [eisers c.s.] dan wel de heer [A] omdat de heer [A] en [eiser sub 8] voor ongeveer € 2 mio aan onrechtmatige declaraties hebben ingediend. Dat [eisers c.s.] c.q. de heer [A] zich niet heeft gehouden aan de voorwaarden die gelden voor het indienen van declaraties is een voldoende zwaarwegende grond om tot beëindiging van de contractuele relatie met de heer [A] over te gaan dan wel om geen nieuwe contractuele relatie met [eisers c.s.] aan te gaan. Bovendien is het uitgangspunt bij contractering contractsvrijheid die slechts in bijzondere omstandigheden kan worden beperkt. Achmea c.s. voert aan dat zij - voor zover nodig - rekening heeft gehouden met de gerechtvaardigde belangen van [eisers c.s.]

4.3.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

Ontvankelijkheid [eisers c.s.]

4.4.

Achmea c.s. voert aan dat [eisers c.s.] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard omdat vanaf 1 januari 2012 de contractant de heer [A] is en niet [eisers c.s.] [eisers c.s.] stelt daartegenover onder meer dat het contract net als de voorgaande jaren is aangegaan met [eisers c.s.] als groep en niet met de heer [A] in persoon. Dit blijkt uit de opgenomen AGB-code [nummer]. Dit is een verwijzing naar een groep apotheken, eisers 1 tot en met 8. De heer [A] heeft zijn eigen AGB-code 02-078565. Beide partijen stellen dat een en ander blijkt uit de gegevens die zijn opgenomen in het contract onder het kopje ‘De apotheker’.

4.5.

In het door partijen bedoelde kopje ‘De apotheker’ staat het volgende:

‘[A]

[adres]

[woonplaats]

[nummer]’

Deze aanhef bestaat uit drie losstaande elementen. De tenaamstelling betreft de persoon de heer [A]. Het adres behoort toe aan [eiser sub 3], eiser 3. De AGB-code [nummer] ziet op een groep van ‘koepelleden’, eisers 1 tot en met 8. Dit betekent dat thans onduidelijk is met wie Achmea c.s. heeft gecontracteerd. In ieder geval is de stelling van Achmea c.s. dat zij een contract is aangegaan met de heer [A] niet houdbaar tegen de hiervoor geschetste achtergrond. Daar komt bij dat Achmea c.s. geen reden heeft genoemd waarom zij per 1 januari 2012 ineens niet meer met de groep, maar in plaats daarvan met de heer [A] heeft gecontracteerd, zoals zij stelt. Dat maakt dat in deze procedure het ervoor dient te worden gehouden dat [eisers c.s.] mogelijk contractspartij is van Achmea c.s., zodat [eisers c.s.] ontvankelijk is in haar vordering.

Spoedeisend belang

4.6.

Het spoedeisend belang is volgens [eisers c.s.] gelegen in het feit dat de continuïteit van de ondernemingen van de verschillende apotheken in het geding is bij de weigering om met haar een nieuw contract aan te gaan. De vrees bestaat dat zij failliet zal gaan. Achmea c.s. heeft de omvang van het gestelde verlies aan omzet betwist. Dat sprake zal zijn van een geringere omzet en minder winst, staat echter vast. Daarmee is het spoedeisend belang van [eisers c.s.] gegeven.

Plicht tot onderhandelen dan wel contracteren?

4.7.

Achmea c.s. heeft ter zitting verklaard dat voor haar het springende punt om geen (nieuw) contract met [eisers c.s.] aan te gaan, is de door haar gestelde onzorgvuldigheid in het declaratiegedrag van [eisers c.s.] Achmea c.s. heeft ter zitting verklaard dat, indien van deze onzorgvuldigheid geen sprake was, met [eisers c.s.] dan wel de heer [A] wel een nieuw contract zou zijn aangegaan. Dat maakt dat in deze procedure de vraag voorligt of de door Achmea c.s. gestelde onzorgvuldigheid voldoende aannemelijk is. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in het kader van deze kortgedingprocedure voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter zal oordelen dat sprake is van een onzorgvuldigheid in het declaratiegedrag van [eiser sub 8] en dat dit een voldoende zwaarwegende grond oplevert voor Achmea c.s. om geen (nieuw) contract aan te gaan met [eiser sub 8] dan wel de heer [A]. Vorenstaand oordeel volgt uit de - op zichzelf niet betwiste - onderzoeksbevindingen van Achmea c.s. met name de onverklaarbaar grote verschillen in percentages tussen [eisers c.s.] en overige apothekers. Immers, in het ‘Bezoekverslag Materiële Controle Achmea divisie Zorg & Gezondheid’ (productie 7 van de zijde van Achmea c.s.) is het volgende opgenomen:

“57% procent van uw receptregels zijn verstrekt als weekterhandstelling.

Het hoge percentage aan weekterhandstellingen is bij [eiser sub 8] om verschillende redenen hoger dan het landelijk gemiddelde van 33%.

67% van de weekterhandstellingen wordt voorgeschreven door een onbekende voorschrijver.

De weekterhandstellingen stijgen vanaf 2010 met een percentage van wel 379%.”

Verder heeft Achmea c.s. onbetwist aangevoerd dat van alle afleveringen 78% [geneesmiddel] betrof. Uit deze gegevens blijkt afdoende dat sprake is van een afwijkend declaratiepatroon van [eiser sub 8]. [eisers c.s.] heeft voornoemde onderzoeksbevindingen niet, althans onvoldoende gemotiveerd, betwist. Evenmin heeft zij een afdoende verklaring gegeven voor de grote verschillen in percentages.

4.8.

Verder is voldoende aannemelijk dat de heer [A] de drijvende kracht is achter de ‘[naam]-groep’. De heer [A] is (indirect) bestuurder en indirect aandeelhouder van [eisers c.s.], met uitzondering van [eiser sub 9]. De feitelijke leiding en zeggenschap is in handen van de heer [A], althans [eisers c.s.] heeft zulks niet betwist. Dat betekent dat niet onaannemelijk is dat [geneesmiddel] door middel van andere apotheken zal worden gedeclareerd, zoals door Achmea c.s. is aangevoerd. Bovendien is door [eisers c.s.] onvoldoende gemotiveerd betwist dat zij reeds eerder op deze manier gebruik heeft gemaakt van haar groepsstructuur. Ook de stelling van Achmea c.s. dat onvoldoende duidelijk is wat de feitelijke betrokkenheid is van alle [eisers c.s.] in de bereiding en de weekterhandstelling van [geneesmiddel], is door [eisers c.s.] onvoldoende gemotiveerd betwist. Dit betekent dat de onderlinge verwevenheid van de verschillende [naam] ertoe leidt dat de zwaarwegende grond van Achmea c.s. om niet tot contractering met [eiser sub 8] over te gaan, ook van toepassing is op de overige [naam]. Van [eiser sub 9] was de heer [A] indirect bestuurder en aandeelhouder. Sinds 12 december 2013 is zijn vrouw de bestuurder van deze apotheek. Gelet op deze verwevenheid geldt het vorenstaande evenzeer voor [eiser sub 9].

4.9.

Vorenstaande leidt ertoe dat Achmea c.s. naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet gehouden is een (nieuw) contract met [eisers c.s.] aan te gaan dan wel om daarover onderhandelingen te voeren. Een belangenafweging doet aan het vorenstaande niet af. Dit mede gelet op de ernst van de zwaarwegende reden en het gebrek aan deugdelijke onderbouwing van onder meer de stelling dat [eisers c.s.] failliet zou gaan indien zij geen nieuw contract aangeboden krijgt.

4.10.

Gelet op het bovenstaande zullen de vorderingen die als uitgangspunt hebben dat Achmea c.s. op enigerlei wijze wordt verplicht tot het aangaan van een contract met [eisers c.s.] althans daartoe in onderhandeling te treden, zijnde de vorderingen onder I, VIII, IX en X worden afgewezen. Daaraan is inherent dat de primaire vordering onder II tot en met VII en de vordering onder XI eveneens zal worden afgewezen.

Proceskosten

4.11.

[eisers c.s.] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Achmea c.s. worden begroot op:

- griffierecht € 589,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.405,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal als onbetwist en als hierna genoemd worden toegewezen.

4.12.

De gevorderde nakosten en wettelijke rente daarover zullen op de in het dictum weergegeven wijze worden begroot.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eisers c.s.] hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van Achmea c.s. tot op heden begroot op € 1.405,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de achtste dag na dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt [eisers c.s.], hoofdelijk onder de voorwaarde dat zij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door Achmea c.s. volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 131,00 aan salaris advocaat, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving,

te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Verschoof en in het openbaar uitgesproken op 31 december 2013.1

1 type: IL (4303)coll: