Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:7821

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
22-11-2013
Datum publicatie
16-04-2014
Zaaknummer
16-661767-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

diefstal met geweld

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/661767-13 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 22 november 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te[geboorteplaats 1] op [geboortedatum],

gedetineerd in het Huis van Bewaring Nieuwegein te Nieuwegein.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 8 november 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de advocaat, mr. A. Boumanjal, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 15 juni 2013 tot en met 16 juni 2013 te Amersfoort samen met anderen een woninginbraak heeft gepleegd;

feit 2 primair: op 10 juli 2013 te Amersfoort met geweld de mobiele telefoon van [slachtoffer 1] heeft gestolen;

subsidiair: [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht;

meer subsidiair: [slachtoffer 1] heeft mishandeld;

feit 3: op 10 juli 2013 te Amersfoort met geweld de schoudertas van [slachtoffer 2]heeft gestolen;

feit 4: op 31 maart 2013 te Amersfoort tezamen en in vereniging met anderen, met geweld, goederen heeft gestolen toebehorende aan[slachtoffer 3] en/of tezamen en in vereniging met anderen die [slachtoffer 3] heeft afgeperst.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan en baseert zich daarbij op het volgende. Ten aanzien van feit 1 baseert de officier van justitie zich op de aangifte van [aangever], het resultaat van DNA-onderzoek en de verklaring van verdachte. Ten aanzien van feit 2 primair en feit 3 baseert de officier van justitie zich op de aangiften van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], de verklaringen van andere getuigen en de verklaring van verdachte. Ten aanzien van feit 4 baseert de officier van justitie zich op de verklaringen van aangever, de getuigenverklaring van [getuige 1] en de verklaring van verdachte.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van feit 1 aangevoerd dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte de woninginbraak heeft gepleegd gelet op de bekennende verklaring van verdachte en het aangetroffen bloedspoor van verdachte op de plaats delict. De raadsman heeft aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat verdachte de woninginbraak samen met anderen heeft gepleegd. Verdachte dient van dit onderdeel van de tenlastelegging te worden vrijgesproken.

De raadsman heeft ten aanzien van feit 2 primair, subsidiair en meer subsidiair aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat het geweld tegen aangever [slachtoffer 1] zou hebben bestaan uit het steken met een mes. Verdachte ontkent ten stelligste in het bezit te zijn geweest van een mes, laat staan dat hij dit mes tegen [slachtoffer 1] heeft gebruikt. De verdachte heeft verklaard dat hij een vulpen in zijn hand had. De raadman voert aan dat aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ter zitting hebben verklaard dat zij niet daadwerkelijk een mes in de hand van verdachte hebben gezien, maar slechts een zwart voorwerp, gelijkend op een handvat van een mes. Tevens heeft de raadsman aangevoerd dat de verwonding van [slachtoffer 1] niet op een steekwond leek maar op een verwonding ontstaan door te slaan met een relatief stomp voorwerp. De raadsman is tevens van mening dat –gelet op de verklaring van verdachte en de getuigenverklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ter terechtzitting- niet kan worden bewezen dat verdachte de schouderband van de schoudertas van [slachtoffer 2] heeft doorgesneden met een mes.

De raadsman heeft ten aanzien van de onder feit 2 primair ten laste gelegde diefstal van de telefoon aangevoerd dat de telefoon mede toebehoorde aan verdachte zodat de wegnemingshandeling niet wederrechtelijk is geweest.

De raadsman heeft ten aanzien van de onder feit 2 primair ten laste gelegde diefstal van de telefoon en onder feit 3 ten laste gelegde diefstal van de schoudertas aangevoerd dat verdachte niet de intentie had om de goederen te stelen. Hij heeft deze goederen ook weer teruggegeven aan aangevers. De raadsman is van mening dat de diefstal van de tas en de telefoon niet kan worden bewezen nu het oogmerk van toe-eigening ontbreekt. De raadsman verzoekt de rechtbank om verdachte vrij te spreken van feit 2 primair, subsidiair en feit 3. De raadsman is van mening dat verdachte slechts kan worden veroordeeld voor feit 2 meer subsidiair, maar dat hij vrijgesproken dient te worden van het steken met een mes.

De raadsman heeft ten aanzien van feit 4 vrijspraak bepleit. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat zich onvoldoende betrouwbare bewijsmiddelen in het dossier bevinden die tot een veroordeling van verdachte kunnen leiden.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Vrijspraak (feit 4)

De rechtbank acht, evenals de verdediging doch anders dan de officier van justitie, niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 4 ten laste gelegde feit heeft begaan.

Uit de getuigenverklaringen en uit de verklaringen van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] blijkt dat verdachte samen met anderen op 31 maart 2013 van plan was om drugs te kopen bij aangever. Voorts blijkt dat aangever op de afgesproken plek aanwezig was. Uit de verklaringen in het dossier blijkt dat er na de ontmoeting met aangever bolletjes cocaïne en heroïne en een mobiele telefoon van aangever aanwezig waren in de woning van [A], een kennis van verdachten.

Hoewel uit het dossier volgt dat verdachte samen met anderen een ontmoeting heeft gehad met aangever en er zich kennelijk iets heeft afgespeeld tijdens deze ontmoeting kan -mede gelet op het feit dat aangever wisselend heeft verklaard en onvoldoende openheid van zaken heeft gegeven- niet precies worden vastgesteld wat er is gebeurd en hoe dit vervolgens dient te worden gekwalificeerd. Evenmin is komen vast te staan wat verdachtes aandeel hierin is geweest. De rechtbank spreekt verdachte derhalve vrij van hetgeen hem ten laste is gelegd onder feit 4.

4.3.2

Partiële vrijspraak (feit 1)

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de woninginbraak tezamen en in vereniging met een ander of anderen heeft gepleegd. De rechtbank overweegt daartoe dat zich in het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevinden waaruit volgt dat verdachte samen met anderen in de woning aanwezig was. De rechtbank zal verdachte dan ook partieel vrijspreken van dat onderdeel van de tenlastelegging.

4.3.3

Bewijs

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feit 1, feit 2 primair en feit 3 heeft begaan. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.1

Ten aanzien van feit 1

Aangever [aangever]heeft, mede namens[slachtoffer 4] verklaard dat er tussen zaterdag 15 juni 2013 omstreeks 17.30 uur en zondag 16 juni 2013 omstreeks 00.10 uur is ingebroken in de woning aan de [adres] te Amersfoort. Aangever zag dat de ruit van de keukendeur aan de onderzijde was vernield door met een onbekend werktuig te wrikken in de sponning van de ruit. Aangever zag dat hierdoor een gat was ontstaan waardoor de dader(s) de woning is/zijn binnengekomen.2 Aangever zag dat diverse kasten in de woonkamer en de slaapkamer waren doorzocht. Uit de woning zijn weggenomen een horloge, een fototoestel, polsbanden, een tondeuse, een tas, ringen, een swarovski hanger, Marokkaanse bankbiljetten voor een bedrag van 2000 Dirham en eurobiljetten ter waarde van € 90,-. 3

Uit het proces-verbaal van sporenonderzoek blijkt dat er op de buitenzijde van de lade van de kast in de slaapkamer een bloedspoor is aangetroffen. Dit bloedspoor is veiliggesteld en voorzien van het zegel met nummer AAGF5606NL.4

Uit het DNA-onderzoek is gebleken dat het sporenmateriaal met de indentiteitszegel AAGF5606NL#1 afkomstig kan zijn van verdachte. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon overeenkomt met het DNA-profiel van verdachte dat is opgenomen in de DNA-databank is kleiner dan één op één miljard.5

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de woninginbraak heeft gepleegd op 15 juni 2013.6

Ten aanzien van feit 2 primair en feit 3

Aangeefster [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij een relatie had met [verdachte], geboren op [geboortedatum], zijnde verdachte.7 Op 10 juli 2013 was aangever samen met haar vriendin [slachtoffer 2] bij een speeltuintje in Amersfoort. Verdachte was daar ook. Aangever zag ineens dat verdachte een mes op zijn keel zette. Het was een soort keukenmes. Aangever hoorde dat verdachte iets zei in de trant van: “Ik ga dood”.8 Aangever had haar telefoon in haar shirt ter hoogte van haar linkerborst. Aangever had een oordopje vanuit de telefoon in haar oor zitten. Aangever zag dat verdachte het snoer van het oordopje doorsneed en haar telefoon pakte. Nadat hij haar telefoon had gepakt zag aangever dat verdachte een steekbeweging maakte met de hand waar hij het mes nog in vast had. Aangever zag dat hij de beweging maakte in de richting van haar linkerbovenbeen. Aangever voelde gelijk dat verdachte haar had geraakt. Aangever kent de pijn omdat zij in het verleden vaker is gestoken. 9

Van het letsel is een foto gemaakt en bij de aangifte gevoegd.10

Aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij op 10 juli 2013 samen met haar vriendin [slachtoffer 1]op het fietspad Azoren in Amersfoort stond. Zij zag opeens dat verdachte een mes in zijn hand had. Aangever zag dat het mes een zwart handvat had en ongeveer twintig (20) centimeter lang was. Zij zag dat het lemmet iets krom liep in een scherpe punt. Zij zag dat verdachte het handvat omklemd had in zijn vuist, waarbij het einde van het handvat bij zijn duim was en het lemmet van het mes aan de zijde van zijn pink was. Aangever zag dat verdachte het mes bij zijn nek hield met de punt tegen zijn nek, zodat het mes recht in zijn nek zou gaan als hij doordrukte. Aangever zag dat verdachte zijn arm en hand waarmee hij het mes vasthield opeens naar beneden deed. Aangever hoorde opeens [slachtoffer 1]in paniek roepen: “[slachtoffer 2], rijden rijden hij heeft me gestoken”. Aangever zag en voelde dat verdachte haar schoudertas vastpakte bij de schouderband. Aangever voelde dat verdachte met kracht aan de schouderband van haar tas rukte. Aangever zag op dat moment opeens het mes wat hij nog steeds in zijn andere hand had, voor haar langs komen. Aangever voelde dat zij de tas niet meer droeg en dat verdachte haar tas vast had.11

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de telefoon aan aangever [slachtoffer 1] heeft afgepakt omdat er foto’s stonden op de telefoon die hem kunnen schaden. Verdachte heeft verder verklaard dat hij de tas van aangever [slachtoffer 2] heeft afgepakt. In de tas van aangever [slachtoffer 2] zat een telefoon waarop eveneens foto’s van verdachte stonden.12

Aanvullende bewijsoverweging

De raadsman heeft aangevoerd dat de telefoon van aangever [slachtoffer 1] mede aan zijn cliënt zou toebehoren. Nu de verdachte zelf noch aangever [slachtoffer 1] dit hebben verklaard gaat de rechtbank uit van hun verklaringen, inhoudende dat de telefoon van aangever [slachtoffer 1] is.

De raadsman heeft verder aangevoerd dat verdachte niet het oogmerk heeft gehad om de telefoon van aangever [slachtoffer 1] en de schoudertas van aangever [slachtoffer 2] toe te eigenen.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman en overweegt als volgt.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte de telefoon van aangever [slachtoffer 1] en de schoudertas van aangever [slachtoffer 2] met geweld heeft weggenomen. Verdachte heeft hierover verklaard dat hij de telefoon heeft weggepakt omdat er foto’s op de telefoon stonden die hem konden schaden. Verdachte heeft verder verklaard dat er in de tas van aangever [slachtoffer 2] een telefoon zat waarop eveneens foto’s van verdachte stonden.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich door de goederen weg te nemen de heerschappij over eens anders goed heeft verschaft. Daarmee is voldaan aan het bestanddeel oogmerk van toe-eigening. Het enkele feit dat verdachte de telefoon en de tas na drie dagen heeft terug gegeven aan de aangevers doet hier niet aan af. De rechtbank leidt bovendien het oogmerk af van verdachtes intentie om foto’s en andere bestanden zonder toestemming van aangever van de telefoons te verwijderen.

Ten aanzien van het verweer of verdachte een mes in zijn handen had, merkt de rechtbank op dat beide aangevers direct na het incident zowel tegen de politie als tegen een aanwezige getuige een mes hebben genoemd. Dat ze later – ter zitting – niet meer precies weten wat ze hebben gezien doet hier niets aan af.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

in de periode van 15 juni 2013 tot en met 16 juni 2013 te Amersfoort met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan het perceel [adres],

heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden en een fotocamera en een hoeveelheid geld en een tondeuse toebehorende aan [aangever], in elk geval aan een ander dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

2.

Primair

op 10 juli 2013 te Amersfoort met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft

weggenomen een mobiele telefoon toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte,

- het draad van de hoofdtelefoon van die [slachtoffer 1] doorsneed met een mes en vervolgens

- de telefoon van die [slachtoffer 1] wegpakte (uit de BH) van die [slachtoffer 1] en vervolgens

- met een mes stak in het bovenbeen van die [slachtoffer 1];

3.

op 10 juli 2013 te Amersfoort met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een schoudertas toebehorende aan [slachtoffer 2], welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 2] gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte,

- de schoudertas van die [slachtoffer 2] vastpakte en vervolgens

- hard rukte aan de schoudertas van die [slachtoffer 2].

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

feit 1: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

feit 2 primair en feit 3: telkens, diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken;

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden met aftrek van voorarrest.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van feit 2 primair, subsidiair, feit 3 en feit 4.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan drie vermogensdelicten. Verdachte heeft een woninginbraak gepleegd waarbij verdachte schade heeft toegebracht aan de woning van de slachtoffers, de kamers in de woning overhoop heeft gehaald, hun kostbare goederen heeft weggenomen en bovenal de slachtoffers heeft beroofd van hun veiligheidsgevoel in hun woning.

Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal met geweld van de telefoon van zijn vriendin en diefstal met geweld van een tas toebehorende aan een bekende van verdachte. Verdachte heeft, nadat zijn vriendin de relatie had verbroken, de telefoon van zijn vriendin weggenomen om zijn gegevens hiervan af te kunnen halen. Verdachte heeft haar hierbij met een mes in haar bovenbeen gestoken, waarbij het slachtoffer een lichte verwonding heeft opgelopen. Verdachte heeft vervolgens de schoudertas van een bekende, die bij het voorval met zijn vriendin aanwezig was, van haar nek gerukt en weggenomen, omdat hij van mening was dat er in de tas een telefoon zat waarop eveneens zijn gegevens stonden.

Verdachte heeft met de bewezen verklaarde feiten aangetoond geen respect te hebben voor de eigendommen van een ander en het gebruik van geweld jegens personen niet te schuwen.

Zelfs niet mensen die hem zo na staan, zoals aangever [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2].

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 27 september 2013, waaruit volgt dat verdachte meermalen is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, waaronder overwegend vermogensdelicten.

- een verdachte betreffend rapport van Victas d.d. 24 juli 2013, opgemaakt door N. de Leeuw, reclasseringswerker, inhoudende het advies om aan verdachte een (on)voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

Gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank oplegging van een gevangenisstraf van 10 maanden, met aftrek van voorarrest, passend en geboden.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden en gelet op het feit dat de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt dan de officier van justitie, aanleiding bestaat om bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd.

9 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 8243,31, waarvan € 4743,31 aan materiële schade en € 3500,00 aan immateriële schade gevoegd in het strafproces ter zake feit 1.

9.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ten aanzien van de benadeelde partij geconcludeerd tot gedeeltelijke toewijzing van de materiële schade tot een bedrag van € 1493,31 en matiging van de immateriële schade tot een bedrag van € 1000,00. De officier van justitie verzoekt de rechtbank verdachte te veroordelen tot betaling van bovenstaande bedragen aan de benadeelde partij met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de wettelijke rente. De officier van justitie is van mening dat de telefoonkosten van € 50,00, de kosten voor het treffen van maatregelen van € 3200,00 en de overige immateriële schade niet eenvoudig van aard zijn en verzoekt de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van deze kosten niet-ontvankelijk te verklaren.

9.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat de vordering van de benadeelde partij een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De verdediging heeft de rechtbank verzocht de benadeelde partij derhalve niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering.

9.3.

Het oordeel van de rechtbank

De behandeling van de vordering van [slachtoffer 4] levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op.

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade tot een bedrag van € 1469,41 en de immateriële schade tot een bedrag van € 300,00 een rechtstreeks gevolg is van het bewezen geachte onder feit 1 en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is tot die bedragen voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering in zoverre zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke berekend vanaf 15 juni 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

De door de benadeelde partij [slachtoffer 4] gevorderde schade ten aanzien van de telefoonkosten van € 50,00, de kosten voor antidepressiva van € 23,90, de getroffen veiligheidsmaatregelen ter waarde van € 3200,00 en de overige immateriële schade acht de rechtbank onvoldoende aannemelijk, mede gelet op de niet toereikende onderbouwing van de gevorderde bedragen. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom voor dat deel niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering. De benadeelde partij kan desgewenst zijn vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f, 57, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11 Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

Verklaart het onder feit 4 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bewezenverklaring

Verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1, feit 2 en feit 3 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

feit 1: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

feit 2 primair en feit 3: telkens, diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken;

Strafoplegging

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 10 maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Benadeelde partij

[slachtoffer 4] (feit 1)

Wijst de vordering van [slachtoffer 4] toe tot een bedrag van € 1769,41 (zegge zeventienhonderd negenenzestig euro eenenveertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 15 juni 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 4] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van[slachtoffer 4] € 1769,41 (zegge zeventienhonderd negenenzestig euro eenenveertig cent) aan de Staat te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 15 juni 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 35 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.W.G. de Beer, voorzitter, mrs. P.P.C.M. Waarts en J.M.L. van Mulbregt, rechters, in tegenwoordigheid van drs. E.M.S. Arduin, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 november 2013.

BIJLAGE: De tenlastelegging

1.

hij in of omstreeks de periode van 15 juni 2013 tot en met 16 juni 2013 te

Amersfoort, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in / uit een woning, gelegen aan het perceel [adres],

heeft/hebben weggenomen een hoeveelheid sieraden en/of een fotocamera en/of

een hoeveelheid geld en/of een tondeuse, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [aangever], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

2.

Primair

hij op of omstreeks 10 juli 2013 te Amersfoort, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft

weggenomen een (mobiele) (internet) telefoon, in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld

en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk

te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk

geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte,

- het draad van de hoofdtelefoon van die [slachtoffer 1] doorsnee met een mes, in elk

geval met een scherp voorwerp, en/of (vervolgens)

- de telefoon van die [slachtoffer 1] wegpakte (uit de BH) van die [slachtoffer 1] en/of

(vervolgens)

-mes een mes, in elk geval met een scherp voorwerp, stak in het bovenbeen

van die [slachtoffer 1] ;

Subsidiair

hij op of omstreeks 10 juli 2013 te Amersfoort, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf

om aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met

dat opzet (met kracht) met een mes, in elk geval met een scherp voorwerp,

heeft gestoken in het bovenbeen van die [slachtoffer 1], zijnde de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet voltooid;

Meer subsidiair

hij op of omstreeks 10 juli 2013 te Amersfoort, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, opzettelijk mishandelend [slachtoffer 1] mes een mes, in elk

geval met een scherp voorwerp, heeft gestoken in het bovenbeen, waardoor

voornoemde [slachtoffer 1] letsel heeft bekomen en / of pijn heeft ondervonden;

3.

hij op of omstreeks 10 juli 2013 te Amersfoort, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft

weggenomen een (schouder)tas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of

gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk

te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk

geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte,

- de (schouder)tas van die [slachtoffer 2] vastpakte en/of (vervolgens)

- ( hard) rukte aan de (schouder)tas van die [slachtoffer 2] en/of (vervolgens)

- de (schouder)band van de (schouder)tas doorsnee met een mes, in elk geval

met een scherp voorwerp;

4.

(gevoegde zaak 16/661.361-13))

hij op of omstreeks 31 maart 2013 te Amersfoort, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen één of meerdere

bolletje(s) cocaine en/of heroine en/of (een pakje) sigaretten en/of twee, in

elk geval één of meerdere (mobiele) telefoon(s) (merk: iPhone en/of

Blackberry), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of

gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3], gepleegd

met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere

deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij

het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging

met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) tegen

voornoemde [slachtoffer 3] heeft/hebben gezegd:"geef drugs" en/of "nu lopen" en/of

"ga in de auto zitten" en/of "anders steek ik je neer" en/of (toen voornoemde

[slachtoffer 3] in de auto zat) "haal nu alles wat je in je zak hebt leeg" en/of

(toen voornoemde [slachtoffer 3] zei dat hij dat niet wilde),"ik steek je neer" en/of

(daarbij) een mes, althans een op een mes gelijkend voorwerp, heeft/hebben

getoond;

(Artikel 312 Wetboek van Strafrecht)

en/of

hij op of omstreeks 31 maart 2013 te Amersfoort, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van één of meerdere bolletje(s)

cocaine en/of heroine en/of (een pakje) sigaretten en/of twee, in elk geval

één of meerdere (mobiele) telefoon(s) (merk:iPhone en/of Blackberry), althans

goederen, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 3], althans benadeelde, in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met

geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) tegen

voornoemde [slachtoffer 3] heeft/hebben gezegd:"geef drugs" en/of "nu lopen" en/of

"ga in de auto zitten" en/of "anders steek ik je neer" en/of (toen voornoemde

[slachtoffer 3] in de auto zat) "haal nu alles wat je in je zak hebt leeg" en/of

(toen voornoemde [slachtoffer 3] zei dat hij dat niet wilde) "ik steek je neer" en/of

(daarbij) een mes, althans een op een mes gelijkend voorwerp, heeft/hebben

getoond.

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van aangifte nr. PL0940 2013133020-1, blz. 6 van het proces-verbaal nr. PL0940/2013133020/2013154222/2013154228.

3 Proces-verbaal van aangifte nr. PL0940 2013133020-1, blz. 7 van het proces-verbaal nr. PL0940/2013133020/2013154222/2013154228.

4 Proces-verbaal van sporenonderzoek PL0981 2013133020-3, blz. 15 van het proces-verbaal nr. PL0940/2013133020/2013154222/2013154228.

5 Het geschrift inhoudende een rapport van het NFI d.d. 1 juli 2013, blz. 19-21 van het proces-verbaal nr. PL0940/2013133020/2013154222/2013154228.

6 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 november 2013.

7 Proces-verbaal van aangifte nr. PL0940-2013154222-1, blz. 22 van het proces-verbaal nr. PL0940/2013133020/2013154222/2013154228.

8 Proces-verbaal van aangifte nr. PL0940-2013154222-1, blz. 23 van het proces-verbaal nr. PL0940/2013133020/2013154222/2013154228.

9 Proces-verbaal van aangifte nr. PL0940-2013154222-1, blz. 23 van het proces-verbaal nr. PL0940/2013133020/2013154222/2013154228.

10 Foto van het letsel, blz. 26 van het proces-verbaal nr. PL0940/2013133020/2013154222/2013154228.

11 Proces-verbaal van aangifte nr. PL0940-2013154228-1, blz. 30 van het proces-verbaal nr. PL0940/2013133020/2013154222/2013154228.

12 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 november 2013.