Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:7691

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
10-12-2013
Datum publicatie
10-02-2014
Zaaknummer
16/700449-13 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot inbraak, een voltooide inbraak, een poging diefstal in vereniging (de plofkraak), witwassen en deelname aan een criminele organisatie die gedurende langere tijd onder meer bedrijfsinbraken in een deel van het land plant en uitvoert. De inbraken zijn op geraffineerde en professionele manier uitgevoerd, waarbij veel schade is aangericht. De gevaarzetting bij de mislukte plofkraak was groot. Bij de voltooide inbraak is een grote ravage aangericht en voor een groot bedrag aan goederen en geld buit gemaakt.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 (zes) jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/700449-13 (P)

vonnis van de meervoudige strafkamer van 10 december 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1977] in [geboorteplaats],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres] in [woonplaats],

gedetineerd in het Huis van Bewaring te Nieuwegein.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 13 september 2013, 25 november 2013 en 26 november 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de advocaat, mr. H.J. Veen, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is, zoals gewijzigd en (deels) toegestaan door de rechtbank, als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenkingen komen er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: op 7 mei 2012 geld en goederen heeft gestolen door middel van braak bij de [supermarkt]

in [vestigingsplaats];

Feit 2: op 10 juni 2013 geld en goederen heeft gestolen door middel van braak bij de [bedrijf 1] in [vestigingsplaats];

Feit 3 primair: op 21 oktober 2010 een Makita Boormachine heeft gestolen in Lelystad

Feit 3 subsidiair: van 21 oktober 2010 tot en met 10 juni 2013 een Makita Boormachine heeft geheeld in Lelystad;

Feit 4: van 1 januari 2012 tot en met 10 juni 2013 in Utrecht 30.708,23 euro heeft witgewassen;

Feit 5: van 1 januari 2012 tot en met 10 juni 2013 in Utrecht lid is geweest van een criminele organisatie;

Feit 6: op 22 maart 2013 in Odijk heeft geprobeerd geld te stelen bij de [bank] of het op 22 maart 2013 in Odijk in brand steken van een auto;

Feit 7: van 1 maart 2013 tot en met 22 maart 2013 voorbereidingshandelingen heeft uitgevoerd om geld te stelen bij de [bank] in [vestigingsplaats];

Feit 8: op 24 mei 2013 heeft geprobeerd in te breken bij de [winkel].

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van feit 1 en feit 3. Voor de overige feiten is de officier van justitie van mening dat deze bewezen kunnen worden verklaard en wijst hierbij op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen. De officier heeft een schriftelijk requisitoir overgelegd.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van alle feiten een vrijspraak bepleit en wijst hierbij op het volgende.

Ten aanzien van feit 1 volgt de verdediging de conclusie tot vrijspraak van de officier van justitie.

Ten aanzien van feit 2 is de verdediging van mening dat niet kan worden bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de inbraak bij de [bedrijf 1]. De herkenning door verbalisanten van zijn cliënt en een medeverdachte op de camerabeelden is niet betrouwbaar. Er zijn geen observatieverslagen waaruit blijkt dat zijn cliënt bij de [bedrijf 1] is geweest. Uit de OVC-gesprekken kan hooguit worden afgeleid dat zijn cliënt het niet heeft gedaan en op enig moment naar [woonplaats] waar hij woont, is gegaan. Cliënt is aangehouden in een Volkswagen Golf. De officier van justitie constateert dat het een soortgelijke auto moet zijn geweest die bij de [bedrijf 1] heeft gereden. Die conclusie kan niet zonder meer worden getrokken. Daarnaast kan niet de conclusie worden getrokken uit het feit dat de politie natte kleding heeft aangetroffen, dat de natte kleding hoort bij de inbrekers daar zij bij vertrek uit [bedrijf 1] door water heen zouden zijn gelopen. De verdediging merkt op dat in map 3 onderzoek 09 Odijk Forensische Opsporing op pagina 61 wordt geverbaliseerd dat men geen idee heeft hoe de inbrekers zijn vertrokken. Er kan dus ook niet worden vastgesteld dat de aangetroffen natte kleding afkomstig moet zijn van de vlucht na de inbraak. Op de natte kleding is daarnaast ook geen gruis aangetroffen wat moet duiden op het open slijpen van een kluis. Er zijn ook geen andere bijzonderheden aangetroffen waardoor de conclusie kan worden getrokken dat de natte kleding te maken heeft met de inbraak bij [bedrijf 1]. Ander technisch bewijs is er niet. Het onderzoek van schoensporen en andere sporen heeft niets opgeleverd.

Ten aanzien van feit 3 volgt de verdediging de conclusie tot vrijspraak van de officier van justitie.

Ten aanzien van feit 4 is de verdediging van mening dat niet is voldaan aan de vereisten voor deelname aan een criminele organisatie. Ten aanzien van het ‘oogmerk’ noemt de officier van justitie dat de feiten die zijn opgenomen in het dossier op zichzelf genomen allemaal strafbare feiten zijn waaruit het oogmerk zou blijken. Echter zijn dit geen strafbare feiten die aan zijn cliënt worden verweten. Ten aanzien van de duurzame samenwerking wijst de officier van justitie op de OVC gesprekken in de Seat. Deze gesprekken vinden hun aanvang op 12 mei 2013 en lopen door tot het moment van aanhouding, op 10 juni 2013. Echter gaat de tenlastelegging over een periode die daarvoor plaatsvindt. In de periode waarin de OVC-gesprekken zijn opgenomen, vinden slechts 2 strafbare feiten plaats waarvan zijn cliënt wordt verdacht, namelijk de inbraak bij de [bedrijf 1] en de poging tot inbraak bij de [winkel]. Dus is er ook geen sprake van duurzaamheid.

Ten aanzien van feit 5 voert de verdediging aan dat de berekening niet klopt. Er zijn pinbetalingen en uitbetalingen van de verzekering geweest die niet zijn opgenomen in de kasopstelling.

Ten aanzien van feiten 6 en 7 is de verdediging van mening dat het enige bewijsmiddel dat wordt aangevoerd een SMS-je is naar aanleiding van een uitzending op Bureau Hengeveld. Dit is echter onvoldoende herleidbaar naar het delict. Daarnaast kan uit het OVC-gesprek over de handschoen niet worden afgeleid dat cliënt daadwerkelijk aanwezig was ten tijde van het plegen van het strafbare feit. Ten aanzien van de voorbereidende handelingen is de verdediging van mening dat dit niet kan worden vastgesteld. De Seat zou meerdere malen voorafgaand aan het incident op het adres van cliënt aanwezig zijn, maar de straatnamen die daarbij worden genoemd zijn niet het adres waar cliënt woont. Derhalve kan niet worden vastgesteld dat cliënt zich schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen. Ten aanzien van de stemherkenningen is de verdediging van mening dat hiermee behoedzaam moet worden omgegaan. De verdediging wijst daarbij op de uitspraken van de rechtbank Rotterdam (BB4476) en de rechtbank Maastricht (B07576). Verbalisanten zijn geen wetenschappelijk onderlegde deskundigen ten aanzien van het herkennen van stemmen. De stemherkenningen dienen daarom te worden ondersteund door andere bewijsmiddelen, maar daarvan is in het onderhavige dossier geen sprake.

Ten aanzien van feit 8 pleit de verdediging voor vrijspraak omdat er geen enkel bewijs is dat cliënt aan de gesprekken heeft deelgenomen en evenmin dat hij bij dit strafbare feit betrokken zou zijn geweest. Opnieuw moet behoedzaam met de stemherkenning worden omgegaan. En al zou uit de gesprekken kunnen worden afgeleid dat de gesprekken over een planning van een inbraak gaan en dat zijn cliënt aan die gesprekken heeft deelgenomen, dan is er geen enkel bewijsmiddel dat erop wijst dat de poging inbraak daadwerkelijk door een van de deelnemers aan de gesprekken is gepleegd.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraak van feit 1, feit 3 primair, feit 3 subsidiair en feit 7

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feit 1, feit 3 primair, en feit 3 subsidiair heeft gepleegd. Wat betreft feit 7 is de rechtbank van oordeel dat dit verdachte van nagenoeg de gehele verfeitelijking moet worden vrijgesproken. Alleen het rondrijden c.q de voorverkenning te Odijk kan bewezen worden, doch alleen deze feitelijkheid is onvoldoende om het onder feit 7 tenlastegelegde feit bewezen te verklaren. De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor deze feiten en spreekt verdachte daarvan vrij.

De rechtbank acht de feiten 2, 4, 5, 6 en 8 wettig en overtuigend bewezen en overweegt daartoe het volgende.1

Feit 2: [bedrijf 1] in [vestigingsplaats]

Bewijsmiddelen

Op 10 juni 2013 komt [aangever 1] namens [bedrijf 1] aangifte doen van een inbraak bij [bedrijf 1] in [vestigingsplaats].2 Hij heeft gezien dat de telefoon/internet kabel doorgesneden of gezaagd is en dat kluizen zijn opengebroken. Er is een geldbedrag van € 41.610,- weggenomen en daarnaast nog laptops, zonnebrillen, een tas, een nietmachine en scharen.3 In de onderzoeken 09Fris en 09Odijk is een bevel afgegeven om een baken te plaatsen onder de Seat Ibiza met het kenteken [kenteken], die op naam staat van medeverdachte [medeverdachte 1]. Uit de bakengegevens blijkt dat de Seat op 9 juni 2013 zich tussen 23:52 uur en 23:57 uur bevindt in de directe nabijheid van de [bedrijf 1].4 De auto rijdt daar gedurende circa vijf minuten rond en staat stil op (deels niet doorgaande) wegen, ruim een uur voordat de inbraak plaatsvindt.5 In het kader van de onderzoeken 09Fris en 09Odijk zijn in de periode van 7 mei 2013 tot en met 10 juni 2013 tevens gesprekken afgeluisterd in de Seat Ibiza met het kenteken [kenteken]. In de auto vindt op 9 juni 2013 omstreeks 23:39 uur een gesprek plaats waarbij wordt gezegd: ‘posten, posten, of niet [medeverdachte 2], posten Golf 5. Doe je lichten uit’.6 Uit tapgesprekken blijkt dat op 10 juni 2013 een gesprek in de Seat plaatsvindt waarbij verdachte aan medeverdachte [medeverdachte 1] vraagt waar zijn bivakmuts is.7 Kort daarna, om 00:05 uur wordt de Seat door de politie gecontroleerd en blijkt verdachte achter het stuur te zitten.8 Op camerabeelden is te zien dat rond 1:06 uur een Volkswagen Golf 5 op en neer rijdt in de omgeving van de [bedrijf 1].9 Ook is te zien dat om 1:03 uur een persoon om het hek boven de sloot klimt en naar de zijdeur van de [bedrijf 1] loopt. Iets later, om 1:34 uur komen drie personen aanrennen die dezelfde route nemen als de personen (de rechtbank leest: de persoon) die om het hek heen klom. Er zijn ook camerabeelden bekeken over wat er binnen bij [bedrijf 1] is gebeurd. Hierop is te zien dat sprake is van rokende wolken, stukken die wegspringen en vonken die in de lucht vliegen. Gezien wordt dat om 03.59 uur een persoon achter de bar loopt, voordat om 04.18 uur op de laatste camera’s die nog niet zijn vernield op zwart gaan.10

De verbalisanten die op 12 juni 2013 bij de [bedrijf 1] ter plaatse komen zien de open geslepen kluis staan met daarvoor op de grond een donkere vochtige plek.11 Ook wordt gezien dat lege kassalades op de grond liggen en dat in een afgesloten kassalade van [bedrijf 1b] een gat van ongeveer 20x20 centimeter was gemaakt en dat er rondom dit gat en in de lade water lag en dat de lade geen inhoud meer bevatte.12

Medeverdachte [medeverdachte 2] wordt door de verbalisanten geconfronteerd met het feit dat hij in de ochtend van 10 juni 2013 met verdachte in een Volkswagen Golf reed vlak voordat ze zijn aangehouden. Verder wordt medeverdachte [medeverdachte 2] ermee geconfronteerd dat gezien is dat zij iemand hebben afgezet bij een grijze Seat. Hij verklaart dat dit mogelijk is.13

Om 06:15 wordt medeverdachte [medeverdachte 1] aangehouden terwijl hij in de Seat rijdt en in die auto wordt natte kleding en een geldbedrag van € 10.940 aangetroffen.14 Hiertussen zitten natte bankbiljetten met brandgaten en zwart gerafelde zijkanten. Ook zit er gruis op de bankbiljetten.15

Om 7:50 uur wordt in de bosjes op de Peetersdreef verdachte aangetroffen. Hij blijkt

€ 835,00 bij zich te hebben16 en in de directe omgeving wordt nog eens € 335,00 aangetroffen.17 Gelijktijdig wordt iets verderop medeverdachte [medeverdachte 2] in de bosjes aangetroffen. Hij heeft plastic zakjes met geld bij zich en in de omgeving waar hij zich had verstopt wordt ook geld gevonden. Dit alles met in totaal een waarde van € 10.600,00. Een deel van deze briefjes was gedeeltelijk verbrand.18 In de biljetten zaten kleine brandgaatjes, vermoedelijk ontstaan door een vonkenregen. De biljetten waren vochtig.19

Uit een aanvullend proces-verbaal blijkt dat een voor de politie ambtshalve bekende man, [naam] verklaart dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] van auto wisselen als ze op pad gaan en dan een donkergroene Volkswagen Golf 5 gebruiken. Hij verklaart daarnaast dat ze vaak op woensdag- en donderdagnacht voorverkenningen doen en dan in de nacht van zaterdag op zondag daadwerkelijk gaan inbreken. Tussen 4:00 uur en 7:00 uur in de ochtend wordt op een vast adres de buit verdeeld.20 Deze verklaring vindt bevestiging in de bakengegevens van de Golf, waaruit blijkt dat deze op 20 en 27 februari 2013 in de nacht (op een woensdag) bij de [bedrijf 1] is geweest en ook exact een week voor de inbraak, op 3 juni 2013 om 1:47 uur, dus ook op hetzelfde tijdstip. Een week later wordt de daadwerkelijke inbraak gepleegd.

Uit de OVC-gesprekken blijkt tevens dat besproken wordt op welke momenten het best kan worden “gewerkt”, afhankelijk van hoeveel cash omzet nog in het bedrijf aanwezig is.

Bewijsoverweging

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de aanwezigheid van de Seat voor de inbraak, verdachte die als bestuurder is gezien, het tijdsverloop in de nacht van 9 op 10 juni 2013 in combinatie met de inhoud van de OVC-gesprekken, het samen met medeverdachte [medeverdachte 2] aantreffen van verdachte, het bij medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] aangetroffen natte en beschadigde geld, het gedrag van verdachte bij de aanhouding en de door [naam] genoemde werkwijze van verdachte en zijn medeverdachten, het niet anders kan zijn dan dat de inbraak is gepleegd door verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]. Het geld dat bij hen is aangetroffen is naar het oordeel van de rechtbank afkomstig van de inbraak bij de [bedrijf 1]. Daarnaast past de manier van inbreken bij de werkwijze van de verdachten. Wat op de camerabeelden te zien is, sluit dit bepaald niet uit. De verdachten hebben de kans gehad het geld te verdelen en de andere gestolen spullen te verbergen. Dat niet is ingebroken van zaterdag op zondag maar van zondag op maandag is niet in strijd met de werkwijze van verdachte en zijn medeverdachten nu het een horeca-gelegenheid betreft die ook op zondagavond open was en de omzet van die avond nog in de kassa zou zitten. De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het strafbare feit heeft gepleegd.

Feit 5: witwassen

Ten aanzien van verdachte is een eenvoudige kasopstelling opgesteld. In deze methode worden de totale contante uitgaven afgezet tegen de beschikbare legale contante gelden. Indien de totale contante uitgaven groter zijn dan de beschikbare legale contante gelden, is er dus sprake van onbekende contante ontvangsten. Op grond van deze kasopstelling is het volgende gebleken.

Door de Belastingdienst zijn gegevens verstrekt omtrent de inkomsten van verdachte. Hieruit komt naar voren dat verdachte een éénmanszaak heeft gehad maar dat hiervan geen winst- en omzetgegevens van beschikbaar zijn. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hiermee door hem geen geld is verdiend. Verdachte ontvangt per maand zorgtoeslag.21

De onderzoeksperiode is gesteld van 3 januari 2012 tot en met de datum waarop verdachte is aangehouden, namelijk 10 juni 2013. De vordering wijziging tenlastelegging op dit punt (de periode in plaats van alleen de datum 10 juni) heeft de rechtbank toegestaan gelet op het verband met feit 4, de criminele organisatie, waaruit de rechtbank de bedoeling van de officier van justitie heeft afgeleid dat het om dezelfde periode gaat.

Door verdachte is een bedrag van € 8.750,00 contant betaald voor de aankoop van een Volkswagen Passat en € 6.400,00 voor de aankoop van een Audi A3. Daarnaast heeft verdachte auto’s gehuurd bij verhuurbedrijf Multirent voor een bedrag van € 1.439,00 en bij Car4Rent voor een bedrag van € 2.258,20.

In totaal is er door verdachte gedurende de onderzoeksperiode aan brandstof een bedrag van € 3.211,52 contant betaald.22

Bij navraag bij het CJIB bleek dat door verdachte bij staande houdingen in totaal € 985,00 contant aan boeten zijn betaald.23

In totaal heeft verdachte een bedrag van € 18.864,51 contant bij de bank gestort.24

De rechtbank stelt vast dat het bovenstaande leidt tot een bedrag van € 35.708,23.25

Verdachte heeft ter zitting verklaard – zij het niet onderbouwd - dat de bedragen van inkomsten en uitgaven niet kloppen. Hij heeft het hierbij over enkele duizenden euro’s. De rechtbank acht het niet onaannemelijk dat de bedragen die door de politie (soms deels op basis van hypothesen) zijn berekend, niet alle helemaal juist zijn, dat wil zeggen zowel aan de lage kant als aan de hoge kant zouden kunnen zijn.

Nu de rechtbank, zoals uit de bewijsmiddelen opgesomd in de andere ten laste gelegde feiten blijkt, wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan een aantal inbraken waarbij veel contant geld is buitgemaakt, en heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, terwijl er geen legale bron van inkomsten aannemelijk is geworden die het bezit van grote bedragen contant geld kunnen verklaren, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat het betreffende geld van misdrijf afkomstig is en dat verdachte dat wist. Aldus heeft hij zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een groot geldbedrag door de afkomst van illegale inkomsten te verhullen.

Feit 6: plofkraak Odijk

Bewijsmiddelen

Op 22 maart 2013 doet [aangever 2] aangifte van een poging tot het doen van een plofkraak bij de [bank] aan [adres] in [vestigingsplaats]. Hij ziet voor de betaalautomaat een auto staan vol blusschuim.26 De verbalisanten die ter plaatse komen, zien om 06.10 uur dat er op de Singel, waarover zij komen aanrijden, over de gehele weg zogenoemde kraaienpoten liggen. Dit zijn pvc-buisjes waar zwarte schroeven in zijn gedraaid. Op één van die buisjes zien zij een handschoen liggen. Zowel de handschoen als de kraaienpoten stellen zij veilig om te laten onderzoeken.27 Het spoor dat wordt aangetroffen in de werkhandschoen krijgt het nummer AAFU2117NL.28 Dit spoor wordt door het NFI gesplitst in een bemonstering van de handpalmzijde (AAFU2117NL#01) van de binnenzijde en van de handrugzijde binnenzijde (AAFU2117NL#02) van de werkhandschoen. Uit onderzoek van het NFI blijkt dat de bemonstering AAFU2117NL#02 van de werkhandschoen celmateriaal bevat dat afkomstig kan zijn van medeverdachte [medeverdachte 1], met een berekende frequentie of DNA-matchkans van kleiner dan 1 op 1 miljard.29

Er is op 7 februari 2013 in het onderzoek 09Fris een baken geplaatst in de Seat Ibiza met kenteken [kenteken] waar [medeverdachte 1] gebruikt van maakt.30 Uit deze gegevens blijkt dat de Seat zich op 13 maart 2013 meermalen heeft bevonden op de plek waar de poging tot het doen van de plofkraak is voorgevallen. .31

De Seat is volgens de bakengegevens voor en na 13 maart 2013 niet in Odijk geweest.32

Uit vergelijking van de bakengegevens met het telefoonverkeer van telefoonnummers die bij de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] in gebruik zijn blijkt dat er sms-contacten zijn tussen verdachte en [medeverdachte 1] en dat de auto van [medeverdachte 1] direct na die contacten vervolgens op 12 en 13 maart 2013 laat op de avond wordt uitgepeild op bij de [adres], op de hoek van de [adres] (nummer [nummer]).

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat zij op 22 maart 2013 rond 5:30 uur haar krantenwijk liep en een zwarte auto en twee bromfietsen zag staan op [adres] bij de [bank]. Het ging om vier jongens waarvan er één met een kabel naar de pinautomaat liep. Ze hoorde de jongens naar elkaar schreeuwen. Vervolgens zijn ze op de scooters weer weggereden en ze zag dat de auto in brand stond.33 Ook getuige [getuige 2]34 en [getuige 3]35 verklaren dat zij rond 5:30 een viertal jongens zien op [adres] die iets doen bij de pinautomaat waarna een auto in brand vliegt en de jongens er op 2 scooters vandoor gaan. Getuige [getuige 3] ziet dat een van de jongens iets in de auto gooide via de linkervoorportier en dat de auto daarna meteen fel begon te branden.

In de periode van 7 mei 2013 tot en met 10 juni 2013 is tevens afluisterapparatuur geplaatst in de Seat, waarbij de stemmen worden herkend van medeverdachte [medeverdachte 1]36 en verdachte .37 De stemherkenningen vinden plaats door verbalisant [verbalisant 1] die tientallen uren aan opgenomen gesprekken die hebben plaatsgevonden in de Seat heeft afgeluisterd. Vervolgens heeft hij de verdachten na hun aanhouding gehoord op het politiebureau ten aanzien van de strafbare feiten. Op grond hiervan heeft stemherkenning plaats kunnen vinden. Op 2 juni 2013 vindt een gesprek plaats tussen medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1]) en verdachte (hierna: [verdachte]) waar het volgende wordt gezegd:

[medeverdachte 1]: van wie is die handschoen die is gevallen? Bij die O.

[verdachte]: ja wou ik nog zeggen

[medeverdachte 1]: he?

[verdachte]: wou ik nog zeggen

[medeverdachte 1]: niet van mij, zo’n tuinhandschoen?

[verdachte]: Die had één van euh, jullie aan

[medeverdachte 1]: ikke niet vriend, ik had die zwarte

[verdachte]: Wel, wel één van jullie had die aan

[medeverdachte 1]: ik zeg ikke niet toch

[verdachte]: reserve misschien

[medeverdachte 1]: nee

[verdachte]: ook niet?

[medeverdachte 1]: van die zwarte van dun

[verdachte]: He?

[medeverdachte 1]: ik had die zwarte van dun, handschoen was meegenomen vriend

[verdachte]: anders waren ze allang geweest. Sporen hadden gevonden. Die waren toch van Mimie?

[medeverdachte 1]: Die handschoenen?

[verdachte]: ja, had ze toch? Weet je niet meer, iemand had ze

[medeverdachte 1]: ikke niet

[verdachte]: jawel jongen, zijn die.38

Op 31 mei 2013 vindt in de Seat een ander gesprek plaats tussen medeverdachte [medeverdachte 1] en een onbekende man (hierna: O):

[medeverdachte 1]: kanker plofkraak was gisteren op Bureau Hengeveld

O: Ja ik heb hem gezien he sa, olelele, ik wist gelijk hij was van de buren he sa.

[medeverdachte 1]: daarom

O: ja maar olelele, ik wist gelijk waren jongens van de buurt he vriend

[medeverdachte 1]:….(fluistert)

O: nee joh gek, heb je hem ook…nee joh, hoeveel heb je der gepakt?

[medeverdachte 1]: niks gepakt

O: nee joh gek

[medeverdachte 1]: …ging niet af

O: je moet de inhoud van die gas weten hé vriend

[medeverdachte 1]: Explosieven, ik heb bommen thuis hé vriend.39

Verbalisanten verklaren dat de Volkswagen Golf met het kenteken [kenteken] midden op de rijbaan stond en volledig was uitgebrand. Uit de camerabeelden is gebleken dat de auto vlak voor de geldautomaat stond, toen deze in brand vloog en daar vier minuten heeft gebrand voordat de auto uit zichzelf van de gevel weg rolde. De geldautomaat maakt deel uit van een winkel en boven de winkel bevinden zich woningen.40

Bewijsoverweging

Het uitlezen van het baken sluit niet uit dat verdachte is opgehaald in de Seat omdat de plaatsbepaling vlakbij het huis van de vriendin van verdachte is. Hier woonde verdachte toen nog.

Over de stemherkenning door verbalisant [verbalisant 1] uit het aangehaalde OVC-gesprek oordeelt de rechtbank als volgt. Verbalisant [verbalisant 1] heeft blijkens zijn proces-verbaal van bevindingen41 vele gesprekken beluisterd. Daarin heeft verdachte vaak met andere verdachten gesproken, onder wie de medeverdachten in deze zaak zoals [medeverdachte 1]. In een gesprek werd duidelijk dat de auto waarin verdachte zat werd gecontroleerd door de politie. Verder heeft hij de verdachte zelf verhoord. Ten slotte heeft hij een telefoongesprek beluisterd tussen verdachte en een schade-expert. Een deel van deze gesprekken (zijnde het verhoor verdachte, het gesprek met de schade-expert en de controle door politie) zijn ook beluisterd door verbalisant [verbalisant 2] en deze komt tot dezelfde bevinding als [verbalisant 1].42 De rechtbank acht de stemherkenning gelet op de feiten en omstandigheden waaronder ze tot stand zijn gekomen betrouwbaar. De rechtbank gaat er daarbij vanuit dat gegeven deze feiten en omstandigheden het ontbreken van een speciale deskundigheid op het gebied van stemherkenning niet afdoet aan de betrouwbaarheid van de bevindingen. De rechtbank zal deze bevindingen bezigen tot bewijs.

Uit het eerste aangehaalde OVC-gesprek leidt de rechtbank af dat verdachte gezien heeft wie welke handschoenen heeft aan gehad. Uit deze gegevens in samenhang met het DNA-spoor van medeverdachte [medeverdachte 1] oordeelt de rechtbank dat het niet anders kan dat verdachte aanwezig is geweest bij de poging tot plofkraak. Gelet op de rol die op basis van het hele dossier aan verdachte kan worden toegeschreven oordeelt de rechtbank dat hier sprake is geweest van medeplegen.

De rechtbank is van oordeel dat het feit wettig en overtuigend bewezen dient te worden verklaard, zij het dat de rechtbank de verfeitelijkingen “die auto in brand gestoken en/of

meerdere kraaienpoten in de directe nabijheid van de geldautomaat gegooid” niet kenschetst als geweld of bedreiging met geweld tegen een of meer personen. Van het onderdeel geweld en bedreiging met geweld zal de rechtbank vrijspreken zodat een diefstal in vereniging resteert. Nu de rechtbank van de vordering wijziging tenlastelegging “en/of brandstichting” alleen de of-variant heeft toegestaan, komt de rechtbank niet aan bespreking van het subsidiair toe.

Feit 8: [winkel] in [vestigingsplaats]

Bewijsmiddelen

Op 28 mei 2013 doet [aangever 3] namens [bedrijf 2], aangifte van een poging tot inbraak bij de [winkel] in [vestigingsplaats].43 Hij verklaart dat hij op 24 mei 2013 werkzaamheden had verricht aan het dak van de [winkel] en het dak in goede en onbeschadigde toestand had achtergelaten. Op 28 mei 2013 in de ochtend werd hij gebeld door een medewerker van de [winkel] die hem vertelde dat er was geprobeerd om in te breken via het dak. Hij zag dat in het midden van het dak een gat was gesneden in het bitumen en het isolatiemateriaal. Het dakbeschot, bestaande uit beton was zichtbaar.44

In de onderzoeken 09Fris en 09Odijk is een bevel afgegeven om een baken te plaatsen onder de Seat Ibiza met het kenteken [kenteken], die op naam staat van medeverdachte [medeverdachte 1]. Uit de bakengegevens blijkt dat de Seat Ibiza op 25 mei 2013 tussen 22:39 uur en 22:52 uur stil heeft gestaan naast de plaats delict, later die avond bij de woning van medeverdachte [medeverdachte 2] aan de [adres] in [woonplaats], vervolgens tussen 23.54 uur en 00:19 uur weer op de plaats delict en vervolgens weer bij de woning van medeverdachte [medeverdachte 2], tussen 00:55 uur en 1:58 uur weer op de plaats delict, daarna weer bij de woning van medeverdachte [medeverdachte 2] en ten slotte gedurende lange tijd weer in de nabijheid van plaats delict van 1:58 uur en 4:00 uur.45

In het kader van de onderzoeken 09Fris en 09Odijk zijn in de periode van 7 mei 2013 tot en met 10 juni 2013 gesprekken afgeluisterd in de Seat Ibiza met het kenteken [kenteken]. In de nacht van 25 mei 2013 op 26 mei 2013 vinden in de Seat gesprekken plaats tussen personen die door de verbalisant worden herkend. De verbalisant herkent in de onderstaande gesprekken de stemmen van [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1])46, verdachte (hierna: [verdachte])47, [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2])48 en een onbekende persoon.

Rond 22:41 uur, als de Seat volgens de hierboven genoemde bakengegevens stilstaat bij de plaats delict vindt het volgende gesprek plaats:

[medeverdachte 1]: Hier achter is metro toch?....twee hoog, nee toch?

[verdachte]: Nee is blik boven jongen

[medeverdachte 1]: ….twee hoog bijna of niet? He?

[verdachte]: twee hoog

……………….....

[medeverdachte 1]: Hoeveel ramen van hier had je hier geteld?

[verdachte]: elf…

[medeverdachte 1] achter die [winkel] zeg maar?49

Rond 22:43 vindt het volgende gesprek plaats:

[verdachte]: hij is zeker te doen ja, maar waar klimmen? Binnen achter de mac?

[medeverdachte 1]: daar klimmen ja

…………………

[medeverdachte 1]: drillen, slijpen, waar gooien we die? In een andere tuin? Nee he?

…………………

[verdachte]: daar kan je klimmen.

[medeverdachte 1]: ik heb hier altijd geklommen.

…………………

[medeverdachte 1]: deze ingang zien wij zelf. Die andere ingang moet in de gaten gehouden worden. Hij heeft twee uitkijk, één ingang daar, één ingang daar die houden we zelf in de gaten. Misschien wil [naam] met [medeverdachte 2] d’r op? Moeten we eerst aan [medeverdachte 2] vragen.50

Rond 22:46 uur vindt het volgende gesprek plaats:

[verdachte]: Bossie, kijken of het hek

[medeverdachte 1]: ja

[verdachte]: knipt die hek, precies tussen de bosjes he?

[medeverdachte 1]: ja

[verdachte]: dus dat is perfect

[medeverdachte 1]: voorkant of zijkant?

[verdachte]: hier moeten we alleen gat knippen voor die hek51

In een bijlage bij een aanvullend proces-verbaal van bevindingen wordt geconcludeerd door de heer [A], senior medewerker Schade- en Klachtenafhandeling van [naam], dat een hek is vernield in de periode dat de poging tot inbraak plaats heeft gevonden . De verbalisant beschrijft waar dit hek zich bevindt en concludeert dat dit het hek zou kunnen zijn waarover in het opgenomen gesprek wordt gepraat omdat vanaf die plaats goed zicht is op de [winkel].52

Rond 23:37 uur, wanneer de Seat zich volgens de bakengegevens bevindt bij de woning van medeverdachte [medeverdachte 2], wordt gezegd:

[medeverdachte 1]: We gaan die [winkel] doen53

Rond 23:58 uur, wanneer de Seat zich volgens de bakengegevens bij de [winkel] bevindt, wordt gezegd:

[medeverdachte 1]: Na deze [winkel] moet mijn maag openen. Gelijk honger.

Rond 00:58 uur, wanneer de Seat zich volgens de bakengegevens bij de [winkel] bevindt, wordt gezegd:

[medeverdachte 1]: hoe laat komen schoonmakers daar?

[verdachte]: ja, ze gaan zo weg denk ik

[medeverdachte 2]: welke schoonmakers?

…………….

[medeverdachte 1]: Hier, hier, zie je? Precies opening, daar heb ik voor jou gat gemaakt.

……………..

[medeverdachte 1]: [winkel]

…………….

[medeverdachte 2]: zit je daar goed in de bosjes [medeverdachte 1]?

[verdachte]: ja, heb ik je laten zien net toch?

[medeverdachte 2]: laat je niet gezien worden daar he (…)54

Bewijsoverweging

De rechtbank komt voor wat de stemherkenning aangaat op dezelfde gronden als overwogen bij feit 6 tot de conclusie dat die betrouwbaar is. De rechtbank zal deze bevindingen bezigen tot bewijs.

De rechtbank is van oordeel dat er, gezien de hierboven genoemde bewijsmiddelen, geen andere conclusie kan volgen dan dat verdachte één van de deelnemers aan de gesprekken is geweest en dat deze gesprekken gingen over de planning en uitvoering van een inbraak bij de [winkel] via het dak op diezelfde avond. Nu er daadwerkelijk een poging is geweest in een periode waarin deze gesprekken vielen, is de rechtbank van oordeel dat deze poging dezelfde avond/nacht is gepleegd door de deelnemers aan de gesprekken. De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen.

Feit 4: deelname criminele organisatie

Algemene criteria

Om te kunnen vaststellen of verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie dient de rechtbank te bezien of sprake is geweest van een samenwerkingsverband, waarin de deelnemers in een zekere duurzame onderlinge samenwerking participeerden. Vervolgens dient de rechtbank vast te stellen of verdachte tot dit samenwerkingsverband behoorde, daar een aandeel in heeft gehad dan wel de criminele organisatie heeft ondersteund met gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie.

Zekere duurzaamheid

De rechtbank is van oordeel dat de OVC-gesprekken weliswaar van beperkte duur waren, maar dat hieruit blijkt dat de verdachten al veel langere tijd met elkaar en in wisselende samenstellingen inbraken voorbereiden en plegen. Zij zijn hiervoor vaak ’s nachts door het hele land op pad. Uit het dossier blijkt dat is vastgesteld dat zij ook in 2012 vele malen ’s nachts tezamen onderweg waren. Het is zonder meer aannemelijk dat dit voor hetzelfde doel was, namelijk het inbreken of het voorbereiden van inbraken. Verdachte en een of meer medeverdachten gebruikten daarbij een TomTom waarin veel adressen zijn ingevoerd waar (later) bedrijfsinbraken hebben plaatsgevonden.55

Daarnaast zijn drie van de verdachten in maart 2012 gezamenlijk veroordeeld voor een bedrijfsinbraak die gepleegd was op 18 december 2011. Hieruit leidt de rechtbank af dat het begintijdstip van de periode welke door de officier van justitie op 1 januari 2012 is gesteld, niet onbegrijpelijk is.

De rechtbank stelt vast dat er wel degelijk sprake is geweest van een duurzame onderlinge samenwerking.

Samenwerkingsverband en structuur

Ten aanzien van het bestaan van een duurzaam gestructureerd samenwerkingsverband, is de rechtbank van oordeel dat deze blijkt uit de OVC-gesprekken. Er is een bepaalde rolverdeling56 voor en tijdens de inbraak. Er vinden voorverkenningen plaats,57 waarbij gekeken wordt naar de locatie, de beveiliging, de binnenkant van het object wordt bestudeerd voorafgaand aan de inbraak, het soort dak wordt besproken, de plaats van meterkasten, camera’s en elektra worden besproken, er worden ‘weggetjes’ gemaakt op het dak om op de meest gunstige plek in het pand uit te komen, het materiaalgebruik wordt besproken,58 welk inbrekerswerktuig gebruikt gaat worden59 en er wordt een afweging gemaakt wanneer welke inbraak een zo hoog mogelijke buit op zal leveren. Er worden duidelijke afspraken gemaakt over welke personen deel mogen nemen aan de feiten, welke rol deze personen vervullen60 en de vergoedingen die zij hiervoor krijgen.61 Illustratief in dit verband zijn de volgende gesprekken.

Uit een gesprek tussen [medeverdachte 1] (hierna:[medeverdachte 1]) en [verdachte] (hierna: [verdachte]):62

[medeverdachte 1]: Ja sommige klussen moeten wij ook gewoon het dak gaan, ik en hij, jij moet gewoon uitkijk, je weet toch, en dan ruilen we dan ga ik wel uitkijken voor die klussen, voor die kluis je weet toch, gewoon zo vriend, goeie klus voor ons drieën vriend, je weet toch, ik vertrouw jou weet je, ga ik eerst op de uitkijk , dan ga ik op de uitkijk

En uit een gesprek tussen [medeverdachte 1], [verdachte] en [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2]):63

[medeverdachte 2]: Hij weet ook af en toe klusjes, niet omdat weet je, normaal de laatste tijd ik werk met hem. Ik weet hoe dat gaat allemaal. Hij is goeie jongen, hij weet ook klusjes

[verdachte]: Wie gaat uitkijk dan?

[medeverdachte 2]: Hij

[verdachte]: Is goed

En uit een gesprek tussen [medeverdachte 1], [verdachte] en een onbekende derde (hierna: Nnman):64

Nnman: Hoeveel geef jij mij?

[verdachte]: (…) ik geef jou vijftien procent jongen, is goed toch?

Nnman: Daarom zeg ik met zijn drieën ok, kijk dan kunnen we …

[verdachte]: wat vier man delen kan niet jongen , wat wij doen, wij doen alle risico

Uit de gesprekken komt duidelijk het beeld naar voren dat het verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] zijn die de regels bepalen en de vergoedingen bepalen naar de hoogte van de risico’s.65 Dit blijkt ook uit het volgende gesprek.

[verdachte]: ik ben zesendertig jaar vriend, ik ben geen twintigjarige eh persoon, ik ken ze allemaal. Jij komt net kijken. Vroeger waren mensen begonnen met stelen met geld verdienen was ik als eerst vooraan.

………..

[verdachte]: Iedereen heb ziekte, luister ik heb alleen tegen jou over die uitkijk dat jij moet ingewerkt worden. Kijk als ik tegen jou zeg je moet ingewerkt worden dan weet je waar ik het over heb, als ik tegen jou zeg wat heb ik aan jou dan heb ik niks aan jou. Dus ik zeg jij moet ingewerkt worden, elke verschillende situatie is verschillend. Dus elke situatie moet je aanpassen, dus als ik zeg zo daar is zo , daar is zo en daar is moet je meewerken, dat is zo, begrijp je.

……….

Dan ga je niet denken het zal wel wat het is serieus dus dan zeg ik [medeverdachte 1] dan ga je [medeverdachte 1] volgen, begrijp je wat ik bedoel en dan klikt het en dan begrijp jij het, en na een paar keer ben je ingewerkt, dan weet je precies waar het op staat.

………..

[verdachte]: Wie [medeverdachte 1] meeneemt is zijn verantwoordelijk tegen mij. Dus wie [medeverdachte 1] mee neem is verantwoordelijk tegen mij. Dus hij is verantwoordelijk wie hij meeneemt tegenover mij begrijp je dat niet nee

………..

[verdachte]: elke klus is verschillend qua situaties, de andere is makkelijk om uitkijk, de andere is moeilijk om uitkijk. De andere is heel moeilijk om uitkijk snap je , de ander is heel makkelijk om uitkijk, dat ligt aan de situatie hoe het zit. Kijk als jullie klussen die bosjes, weiland heel makkelijk, kijk je gaat hier, je ziet alles. Maar de industrie met camera met bomen met alles is moeilijk, dus je moet gewoon daar een plekje vinden en als je die plek niet vindt moet je ergens op een bedrijf op een dak.

Maar ook medeverdachte [medeverdachte 2] geeft speelt geen onbelangrijke rol in de organisatie, blijkt uit een gesprek tussen onbekende mannen (NN7 en NNman) in de Seat Ibiza:66

NN7: [medeverdachte 2] gaf mijn garantieklusjes. Bouwmarkten tuincentrums. Ik heb met hem zeker 20 a 25 tuincentrums achter elkaar gepakt. Niet overal veel geld.

NNman: [medeverdachte 2] is harde jongen.

NN7: Harde werker.

Er wordt afgesproken dat ze in nieuwe modellen van de automerken Citroën, Peugeot en Ford moeten gaan rijden, omdat ze dan minder opvallen. Uit een gesprek tussen verdachte, en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]:67

‘Geen Golfjes, geen Polootjes, want “met die andere auto word je elke keer aangehouden”.

Dan weer wordt afgesproken om een auto te huren blijkt uit een gesprek in de auto tussen verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en een onbekende derde. Er wordt afgesproken om de auto die op naam van de vriendin staat na 15 dagen te wisselen.68

Daarnaast worden concrete plannen gemaakt om inbraken te plegen. Zo wordt gesproken over inbreken bij onder meer verschillende Aldi supermarkten,69 een huis waar geld, althans “sowieso (…) goud (…) anders horloge, Rolex, Breitlings, sowieso (..) paar ton’ te halen zouden zijn ,70, alsmede de Welcoop, de tuin en de Aldi, hetgeen blijkt uit een gesprek tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2]:71

[verdachte]: Luister dus zaterdag gaan we naar die Welcoop, zondag gaan we naar die tuin en maandag gaan we naar die Aldi, die dagen zijn vast.

[medeverdachte 2]: Die staan vast

[verdachte]: Deze drie dagen als deze vorderen, hebben we goeie …ntv, als alles lukt dan kennen we beetje pauze.

Hetzelfde geldt voor de [winkel] en de Jumbo.72

Er wordt tevens gesproken over het witwassen van het geld en wat je tegen de politie moet zeggen wanneer je met zoveel geld op zak wordt aangehouden.73 Uit een gesprek tussen verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] blijkt dat medeverdachte [verdachte] cash geld voor medeverdachte [medeverdachte 2] wisselt:74

[verdachte]: heb je alles weggebracht?

[medeverdachte 2]: ja man

[verdachte]: ook die zakje geld ook?

[medeverdachte 2]: vergeten

[verdachte]: Heb je nog een zakje?

[medeverdachte 1]: vergeten

[verdachte]: ik ga deze gelijk wisselen, geef mij jou zakje ga ik wisselen geef

[medeverdachte 2]: nee, ik, ik

[verdachte]: heb je deze toch bij je

[medeverdachte 1]: laat hem wisselen voor je

[verdachte]: ik wissel voor jou

[medeverdachte 2]: wholla, ik heb echt veel cash, moer, gek, alles in één keer

Het feit dat er in samenstelling van de groep wordt gewijzigd en dat hierover afspraken worden gemaakt in combinatie met al het bovenstaande zorgt ervoor dat de rechtbank van mening is dat sprake is van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband.

Oogmerk

Dat het oogmerk van het samenwerkingsverband het plegen van diefstallen en witwassen is, behoeft geen betoog, nu aan dat oogmerk blijkens de respectievelijke zaaksdossiers veelvuldig uitvoering is gegeven.

Deelname

Naar het oordeel van de rechtbank vloeit uit het feit dat een persoon aantoonbaar betrokken is bij één of meerdere door de organisatie gepleegde misdrijven –die zich kenmerken door een hoge mate van coördinatie en samenwerking bij de uitvoering- voort, dat deze persoon als deelnemer aan de organisatie kan worden aangemerkt. Hij heeft dan immers actief aan de verwezenlijking van het doel van de organisatie bijgedragen. Uit die actieve bijdrage vloeit eveneens voort dat hij op de hoogte is van het oogmerk van de organisatie, temeer nu ten aanzien van meerdere van de verdachten die deelneming aan de criminele organisatie wordt verweten de betrokkenheid bij méérdere gepleegde feiten bewezen is verklaard. Voor verdachte geldt temeer dat uit de hierboven genoemde OVC-gesprekken is gebleken dat hij een speciale rol binnen de organisatie bekleedt. De andere verdachten moeten aan hem verantwoording afleggen. Verdachte is degene die de mensen inwerkt en bepaalt welke klus op welke dag gedaan wordt. De rechtbank is van oordeel dat verdachte een aanzienlijke rol binnen de organisatie heeft.

Voor verdachte geldt dat de rechtbank ten aanzien van hem wettig en overtuigend bewezen acht dat hij heeft deelgenomen aan meerdere binnen het criminele samenwerkingsverband gepleegde misdrijven. Derhalve heeft hij samen met anderen deelgenomen aan een criminele organisatie. Gelet op voornoemde data waarbinnen het samenwerkingsverband actief is geweest, komt de rechtbank ten aanzien van verdachte tot een bewezenverklaring van de hem ten laste gelegde periode.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte ten aanzien van:

Feit 2

op 10 juni 2013 te Nieuwegein, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit het bedrijf [bedrijf 1] (waaronder valt: [bedrijf 1a] en [bedrijf 1b]) heeft weggenomen

- een geldbedrag en

- drie laptops (merk acer) en

- zonnebrillen en een nietmachine en scharen en een tas,

toebehorende aan voornoemd bedrijf, waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak, te weten het verbreken van ramen en deuren en een rolhek en een camerasysteem en het forceren van alarmkabels en kluizen.

Feit 4

in de periode van 1 januari 2012 tot en met 10 juni 2013 te Utrecht en telkens in een of meer plaatsen in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

- diefstallen met braak/verbreking/inklimming en

- witwassen

Feit 5

in de periode van 1 januari 2012 tot en met 10 juni 2013 te Utrecht van een voorwerp, te weten een groot geldbedrag de herkomst heeft verborgen, terwijl hij wist dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit een of meerdere misdrijven.

Feit 6

op omstreeks 22 maart 2013 te Odijk, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen geldbedragen toebehorende aan [bank] bank, dat hij ter uitvoering daarvan

- een personenauto achteruit tegen, althans in de directe nabijheid van een geldautomaat aangezet en/of

- een kabel bij de geldautomaat aangebracht en/of

- die auto in brand gestoken en/of

- meerdere kraaienpoten in de directe nabijheid van de geldautomaat gegooid,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.

Feit 8

hij in de periode van 24 mei 2013 tot en met 28 mei 2013, in Utrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een winkel ([winkel]) weg te nemen geld en/of goederen van hun gading, toebehorende aan [winkel], en zich daarbij de toegang tot die winkel te verschaffen door middel van braak, tezamen en in vereniging met anderen, als volgt heeft gehandeld:

zijnde en hebbende hij, verdachte, en zijn mededaders

- de directe omgeving van de [winkel] (meermalen) bezocht en in de gaten gehouden en

- een hek opengeknipt en

- het dak van de winkel en/of andere winkels opgeklommen en

- een gat in het bitumen en isolatie van het dak van de [winkel] geknipt/gesneden

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar als

Feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zich heeft gebracht door middel van braak;

Feit 4: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

Feit 5: witwassen;

Feit 6: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen;

Feit 8: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zich heeft gebracht door middel van braak.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaar met aftrek van voorarrest.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot inbraak, een voltooide inbraak, een poging diefstal in vereniging (de plofkraak), witwassen en deelname aan een criminele organisatie die gedurende langere tijd onder meer bedrijfsinbraken in een deel van het land plant en uitvoert. De inbraken zijn op geraffineerde en professionele manier uitgevoerd, waarbij veel schade is aangericht. De gevaarzetting bij de mislukte plofkraak was groot. Bij de voltooide inbraak is een grote ravage aangericht en voor een groot bedrag aan goederen en geld buit gemaakt. Verdachte heeft met deze delicten te kennen gegeven geen enkel respect voor het eigendom van anderen te hebben en zijn eigen materiële belangen boven die van anderen te stellen. Feiten, zoals door verdachte gepleegd, hebben een grote impact op de getroffen eigenaren en het personeel van de bedrijven en brengen gevoelens van onveiligheid teweeg in de samenleving.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernst van de feiten en de hoeveelheid daarvan, een langdurige en onvoorwaardelijke gevangenisstraf gerechtvaardigd is, uit oogpunt van genoegdoening aan de slachtoffers en de samenleving, alsook uit oogpunt van generale en speciale preventie.

In de persoon van verdachte heeft de rechtbank geen enkele reden voor matiging van de straf gevonden. Verdachte heeft een zeer aanzienlijk strafblad en is veroordeeld voor soortgelijke vermogensdelicten. Laatstelijk is hij tot een gevangenisstraf veroordeeld op 28 maart 2012, voor een poging tot diefstal met braak. Het strafblad van verdachte werkt dan ook strafverzwarend.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 6 jaar met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht gerechtvaardigd. Deze straf is hoger dan de eis van de officier van justitie omdat die onvoldoende rekening heeft gehouden met de leidende rol van verdachte in de criminele organisatie. Dit blijkt volgens de rechtbank onder meer uit het feit dat er hem verantwoording afgelegd moet worden, hij mensen inwerkt, de rolverdeling bepaalt en de dagen waarop welke inbraken gepleegd zullen worden.

9 Het beslag

Onder verdachte is een geldbedrag van € 1179,- in beslag genomen.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht het geld verbeurd te verklaren in verband met het feit dat het geld door misdrijf is verkregen.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht het geld terug te geven aan cliënt.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

Verbeurdverklaring

De rechtbank zal het geldbedrag van € 1179,- verbeurd verklaren.

10 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [supermarkt] in [vestigingsplaats] heeft een vordering benadeelde partij ingediend van een bedrag ter hoogte van € 28.697,19 bestaande uit materiële schade.

10.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van het feit waarvoor de vordering benadeelde partij is ingediend en is van mening dat de vordering derhalve afgewezen dient te worden.

10.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit en is van mening dat de vordering derhalve dient te worden afgewezen.

10.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de vordering van benadeelde partij [supermarkt] in [vestigingsplaats] niet-ontvankelijk verklaren, nu verdachte wordt vrijgesproken van het betreffende feit en de schade hierdoor niet aan verdachte is toe te rekenen.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 45, 57, 140, 310, 311 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

12 Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

De rechtbank is van oordeel dat de feiten 1, 3 primair en subsidiair en feit 7 niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard en spreekt verdachte hiervan vrij.

Bewezenverklaring

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op hetgeen zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld.

Strafbaarheid

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

- Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 (zes) jaar;

- Bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering kan worden gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verbeurdverklaren van de in beslag genomen € 1179,-

Benadeelde partij

- verklaart de vordering benadeelde partij van de [supermarkt] in [vestigingsplaats] niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze vordering bij de burgerlijke rechter aangebracht kan worden.

Dit vonnis is gewezen door

mr. P.W.G de Beer, voorzitter,

mrs. P.J. Mol en G.A. Bos, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S. Capitano, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 december 2013.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

hij op of omstreeks 7 mei 2012 te Annen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een supermarkt (de [supermarkt]) heeft weggenomen een geldbedrag (ongeveer 22.500 euro) en/of scheermesjes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan supermarkt [supermarkt], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) een gat in het dak van de supermarkt gemaakt en/of de kluis en/of een kantoordeur geforceerd/verbroken;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 10 juni 2013 te Nieuwegein, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit het bedrijf [bedrijf 1] (waaronder valt: [bedrijf 1a] en [bedrijf 1b]) heeft weggenomen

- ( een) geldbedrag(en) (van in totaal ongeveer 41.910,58 euro) en/of

- drie laptops (merk acer) en/of

- zonnebrillen en/of een nietmachine en/of scharen en/of een tas,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemd bedrijf, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, te weten het verbreken/forceren van ramen en/of deuren en/of een rolhek en/of een camerasysteem en/of het verbreken/forceren van alarmkabels en/of (een of meerdere) klui(s)(zen);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

Primair

hij in of omstreeks 21 oktober 2010 te Lelystad, althans in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een bedrijfspand heeft weggenomen een Makita Boormachine (A709), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 3] B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming te weten het openknippen/forceren van containers;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 21 oktober 2010 tot en met 10 juni 2013 te Lelystad en/of te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, een Makita boormachine (A709) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die boormachine wist, althans redelijkerwijze had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 10 juni 2013 te Utrecht en/of (telkens) in een of meer plaatsen in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

- diefstallen met braak/verbreking/inklimming en/of

- diefstallen met geweld en/of

- witwassen en/of

- het voorhanden hebben van vuurwapens/explosieven en/of

- opzet/schuldheling;

art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 10 juni 2013 te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, althans in Nederland, van een voorwerp, te weten een geldbedrag van in totaal ongeveer 35.708,23 euro, in elk geval een groot geldbedrag,

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op voornoemd voorwerp was, terwijl hij wist dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit een of meerdere misdrij(f)(v)(en);

art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

6.

hij op of omstreeks 22 maart 2013 te Odijk, althans in het arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen geldbedragen, geheel of ten dele toebehorende aan [bank] bank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen politieambtenaren en/of andere personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

- een personenauto achteruit tegen, althans in de directe nabijheid van een geldautomaat aangezet en/of

- een slang/kabel bij de geldautomaat aangebracht en/of verbinding gemaakt tussen die geldautomaat en die auto en/of

- een brandend voorwerp in die personenauto gegooid en/of die auto in brand gestoken, althans met open vuur in aanraking gebracht en/of

- ( meerdere) kraaienpoten in de directe nabijheid van de geldautomaat gegooid,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

en/of

hij op of omstreeks 22 maart 2013 te Odijk, althans in het arrondissement

Midde-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht (in een auto), immers heeft / hebben verdachte en / of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk

- een personenauto achteruit tegen, althans in de directe nabijheid van een geldautomaat aangezet en/of

- een slang/kabel bij de geldautomaat aangebracht en/of verbinding gemaakt tussen die geldautomaat en die auto en/of

- een brandend voorwerp in die personenauto gegooid en/of die auto in brand gestoken, althans met open vuur in aanraking gebracht,

ten gevolge waarvan die auto geheel of gedeeltelijk is / zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen (te weten de in de directe nabijbeheid bevindende geldautomaat en/of (ABNbank) gebouwen/of aanpalende woningen), in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen (te weten: een of meerdere bewoners van de direct aangrenzende woning(en) te duchten was;;

art 157 Wetboek van Strafrecht;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

7.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2013 tot en met 22 maart 2013, te Utrecht en/of te Odijk en/of een of meer andere plaatsen in Nederland, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter

voorbereiding van het misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen geld geheel of ten dele toebehorende aan een bank (gelegen aan de [adres] te [vestigingsplaats]) in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen de politie en/of medewerkers van die bank en/of getuigen en/of andere personen te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of (een) aan andere deelnemer(s) van dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren

- personenauto('s) en/of telefoon(s) voorhanden heeft/hebben gehad (ten behoeve van de 'voorverkenning') en/of

- driemaal, althans een of meerdere keren, naar Odijk zijn gegaan en/of aldaar hebben rondgereden en/of aldaar in de straat De Meent, althans in de directe nabijheid daarvan, enige tijd stil hebben gestaan en/of de omgeving en/of de vluchtroute hebben 'afgelegd en/of voorverkend' en/of

- zwarte kleding en/of (bivak)mutsen hebben aangeschaft en/of hebben verkregen en/of voorhanden hebben gehad en/of

- twee scooters hebben gekocht/geregeld/voorhanden gehad (voor de vlucht) en/of over de aanschaf daarvan overleg hebben gevoerd en/of

- een (personen)auto hebben gestolen, althans voorhanden hebben gekregen (om als 'kraak'auto te gebruiken) en/of

- overleg hebben gevoerd over het te plegen misdrijf en/of de rolverdeling daarbij;

artt 46 jo 47 jo 312 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

8.

hij in of omstreeks de periode van 24 mei 2013 tot en met 28 mei 2013, althans

in het arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een winkel ([winkel]) weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [winkel], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die winkel te verschaffen en / of die / dat weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading onder zijn / hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of valse sleutel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s)

- de directe omgeving van de [winkel] (meermalen) bezocht en/of in de gaten gehouden en/of

- een hek opengeknipt en/of geforceerd en/of

- het dak van de winkel en/of andere winkels opgeklommen en/of

- een gat in het bitumen en/of isolatie van het dak van de [winkel] geknipt/gesneden en/of

- een (vlucht) scooter hebben klaargezet

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal zich bevindende in 09Fris12, map II, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Pagina 1 019 van het proces-verbaal nr. PL0960 2013127878-1 van map 5 09Odijk, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

3 Pagina 1 020 van het proces-verbaal genoemd onder voetnoot 2.

4 Pagina 1 071 van het proces-verbaal nr. 20130620.1620.ambt van map 5 09Odijk, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

5 Pagina 1 065 van het proces-verbaal nr. 130812.1259.ANPR 02PBKB van map 5 09Odijk in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

6 Pagina 19 135, map 09FRIS12, proces-verbaal nr. 201307161100.vh, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren inhoudende het verhoor van verdachte met aanhaling van en verwijzing naar OVC-file 2541.

7 Pagina 1 290 van het proces-verbaal nr. 2013063959.140SR onder verwijzing naar OVC file 2549 in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

8 Pagina 1070 van het proces-verbaal nr. 20130627.1149.pvb van map 5 09Odijk, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

9 Pagina 1 046 van het proces-verbaal nr. 20130618.10.46 van map 5 09Odijk, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

10 Pagina 1 048 en 1 049 van het proces-verbaal genoemd in voetnoot 9.

11 Pagina 1 043 van het proces-verbaal nr. 20130620.1625 van map 5 09Odijk, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

12 Pagina 1 041 van het proces-verbaal nr. 20130618.10.46 09Odijk, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

13 Verhoor verdachte d.d. 17 juli 2013.

14 Pagina 1 071 van het proces-verbaal nr. 20130620.1620.ambt van map 5 09Odijk, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

15 Pagina 1 063 van het proces-verbaal nr. 130611.1100.AMB van map 5 09Odijk, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

16 Pagina 1 055 van het proces-verbaal nr. PL0910 2013089674-9 van map 5 09Odijk, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

17 Pagina 1 057 van het proces-verbaal nr. PL0910 2013089674-6 van map 5 09Odijk, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

18 Pagina 1 061 van het proces-verbaal nr. PL0910 2013089674-11 van map 5 09Odijk, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

19 Pagina 1 160 van het proces-verbaal PL0981 2013089674-24 in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

20 Pagina 17 van het proces-verbaal nr. PL09102013119950-2, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

21 Pagina 5 van het proces-verbaal deelonderzoek witwassen nr. 20130917.1127, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

22 Pagina 6 van het proces-verbaal genoemd onder voetnoot 15.

23 Pagina 6 van het proces-verbaal genoemd onder voetnoot 15.

24 Pagina 6 van het proces-verbaal genoemd onder voetnoot 15.

25 Pagina 7 van het proces-verbaal genoemd onder voetnoot 15.

26 Proces-verbaal nr. PL0920 2013063959-1 (map 5 09Odijk), pagina 873.

27 Proces-verbaal nr. PL0950 2013063959-4 (map 5 09Odijk), pagina 879.

28 Proces-verbaal sporenonderzoek nr. PL0981 2013063959-6 (map 5 Odijk), pagina 962.

29 NFI-rapportage onderzoek naar biologische sporen (map 5 09 Odijk), pagina 968.

30 Pagina 888 van het proces-verbaal nr 20130402.1302 in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

31 Pagina 891 van het proces-verbaal nr. 1306051500.amb (map 5 09Odijk), in combinatie met pagina 910 van het proces-verbaal nr. 201307111300.ambt in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

32 Pagina 888 en 889 van het proces-verbaal nr 20130402.1302 in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

33 Proces-verbaal verhoor getuige nr. PL0920 2013063959-5 (map 5 09Odijk), pagina 941.

34 Proces-verbaal verhoor getuige nr. PL0920 2013063959-9 (map 5 09Odijk), pagina 943.

35 Proces-verbaal verhoor getuige nr. PL0920 2013063959-10 (map 5 09Odijk), pagina 945.

36 Pagina 860 van het proces-verbaal nr. 1305290945.AMB van map 4 09Odijk, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

37 Pagina 48 van het proces-verbaal nr. 1306061435.AMB van map 1 09Odijk, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

38 Proces-verbaal nr. 1307241555.AMB (map 5 09Odijk), pagina 913.

39 Proces-verbaal nr. 1308151445.AMB (map 5 09Odijk), pagina 932.

40 Proces-verbaal nr. 2013-063959, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, niet doorgenummerd.

41 Pagina 48 tot en met 50 van het proces-verbaal nr. 1306061435.AMB in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

42 Pagina 51 tot en met 53 van het proces-verbaal nr 1308250900.AMB, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

43 Pagina 980 van het proces-verbaal PL0910 2013117531-1 van 09Odijk.

44 Pagina 981 van het proces-verbaal onder voetnoot 48.

45 Pagina 991 van het proces-verbaal bevindingen bakengegevens van 09Odijk.

46 Pagina 860 van het proces-verbaal nr. 1305290945.AMB van map 4 09Odijk, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

47 Pagina 48 van het proces-verbaal nr. 1306061435.AMB van map 1 09Odijk, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

48 Pagina 63 van het proces-verbaal nr. 1306061440.AMB van map 1 09Odijk, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

49 Pagina 994 van het proces-verbaal nr. 1308071320.AMB van map 5 09Odijk, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

50 Pagina 994 van het proces-verbaal genoemd onder voetnoot 48.

51 Pagina 995 van het proces-verbaal genoemd onder voetnoot 48.

52 Proces-verbaal nr. 1311221620.AMB, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, niet doorgenummerd.

53 Pagina 996 van het proces-verbaal genoemd onder voetnoot 48.

54 Pagina 1 004 van het proces-verbaal genoemd onder voetnoot 48.

55 Pagina 1 288 van het proces-verbaal nr. 2013063959.140SR van map 6 09Odijk, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

56 Pagina 1480 gesprekken 290 en 291 en pagina 1485 gesprek 339, pagina 1500 en pagina 1501 van het proces-verbaal nr. 201310071300.AMB map 6 09Odijk, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

57 Pagina 1482 gesprek 306, pagina 1483 en pagina 1484 gesprek 307 map 6 09Odijk van het proces-verbaal 201310071300. AMB, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

58 Pagina 1520, 1523 en 1524 van het proces-verbaal nr. 1310081440.AMB map 6 09 Odijk, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

59 Pagina 1484 gesprek 309 en pagina 1495 tot en met 1497 gesprek 550, van het proces-verbaal nr 1310081440.AMB map 6 09 Odijk, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

60 Pagina 1525 van het proces verbaal nr 1310081440.AMB map 6 09Odijk in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

61 Pagina 1532 van het proces-verbaal nr 1310081440.AMB map 6 09Odijk in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

62 Pagina 1480 van het proces-verbaal 201310071300. AMB, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

63 Pagina 1485 van het proces-verbaal 201310071300. AMB, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

64 Pagina 1519 van het proces-verbaal nr 1310081440.AMB map 6 09Odijk in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

65 Pagina 1500 en 1501 van het proces-verbaal 201310071300. AMB, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

66 Pagina 1507 van het proces-verbaal nr. 13010081418.AMB, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

67 Pagina 1495 van het proces-verbaal 201310071300. AMB, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

68 Pagina 1494 gesprek 547 van het proces-verbaal 201310071300. AMB, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

69 Pagina 1499 van het proces-verbaal 201310071300. AMB, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

70 Pagina 1532 van het proces-verbaal nr 1310081440.AMB, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

71 Pagina 1497 gesprek 550 van het proces-verbaal 201310071300. AMB, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren

72 Pagina 1536 van het proces-verbaal nr 1310081440.AMB, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

73 Pagina 1500 van het proces-verbaal 201310071300. AMB, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren

74 Pagina 1490 van het proces-verbaal 201310071300. AMB, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren