Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:7590

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
30-12-2013
Datum publicatie
14-01-2014
Zaaknummer
16-655473-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak voor ontucht (mede bestaande uit seksueel binnendringen) met een minderjarig meisje.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/655473-12 (P)

vonnis van de meervoudige strafkamer van 30 december 2013.

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres], [postcode] [woonplaats].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 17 oktober 2013 en 16 december 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de advocaat, mr. R.D.A. van Boom, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Primair: ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, met [slachtoffer], die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet de leeftijd van zestien jaren had bereikt;

Subsidiair: ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer], die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet de leeftijd van zestien jaren had bereikt.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan en verzoekt de rechtbank om verdachte daarvan vrij te spreken. Naast de verklaring van aangeefster is er geen aanvullend bewijs dat verdachte bij aangeefster seksueel zou zijn binnengedrongen.

De officier van justitie acht wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan. De officier van justitie baseert zich daarbij, naast de verklaring van aangeefster, op de verklaringen van getuige [getuige] en verdachte, waaruit kan worden afgeleid dat verdachte in de kamer is geweest waar aangeefster sliep. De verklaring van aangeefster wordt bovendien ondersteund door technisch bewijs, te weten de door het NFI opgemaakt DNA-rapporten.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde en verzoekt de rechtbank om verdachte daarom integraal vrij te spreken. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat de verklaring van aangeefster, gelet op de twijfels die in deze verklaring voorkomen en gelet op de persoon van aangeefster, met grote behoedzaamheid moet worden bekeken. Temeer nu door getuige [getuige] is verklaard dat verdachte weliswaar op de kamer van aangeefster is geweest, maar geen ontuchtige handelingen heeft gepleegd. Naar de mening van de verdediging is er geen reden om aan deze verklaring van getuige [getuige] te twijfelen.

Het enige steunbewijs voor de verklaring van aangeefster betreft de DNA-rapporten. Uit deze rapporten kan echter niet worden geconcludeerd dat verdachte de donor is van het aangetroffen DNA. Voorts kan niet worden vastgesteld, mede gelet op de geringe hoeveelheid DNA-materiaal, hoe dit DNA op de bh en de borst van aangeefster is terecht gekomen.

De verdediging is daarom van mening dat niet kan worden bewezen dat verdachte de ten laste gelegde ontuchtige handelingen met [slachtoffer] heeft gepleegd.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Hoewel naast de verklaring van aangeefster steunbewijs kan worden gevonden in het DNA-bewijs, acht de rechtbank, alles afwegende, het bewijs niet zodanig dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het ten laste gelegde begaan heeft. Om die reden zal verdachte van het primair en subsidiair ten laste gelegde dienen te worden vrijgesproken.

5 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

5.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen tot een bedrag van € 500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De officier van justitie heeft gevorderd de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren.

5.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht verdachte van het ten laste gelegde vrij te spreken. Ten aanzien van de vordering benadeelde partij heeft de verdediging geen expliciet verweer gevoerd.

5.3

Het oordeel van de rechtbank

De benadeelde partij[slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 1.250,- ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de executiekosten en de wettelijke rente.

Verdachte is vrijgesproken van de feiten waaruit de schade zou zijn ontstaan. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

6 Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrijvan het primair en subsidiair ten laste gelegde;

Benadeelde partij

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- bepaalt dat verdachte en de benadeelde partij [slachtoffer] ieder de eigen kosten dragen;

Voorlopige hechtenis

- heft op het – reeds geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.A.M. van Straalen , voorzitter, mr. J.P.W. Helmonds en mr. J.F. Haeck, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. van Reenen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 december 2013.

Mrs. Van Straalen en Haeck zijn buiten staat om dit vonnis te ondertekenen.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

Primair

hij op of omstreeks 09 september 2011 te Soesterberg, gemeente Soest,, althans

in het arrondissement Utrecht, met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2]

[geboortedatum 2], die de leeftijd van twaalf, maar nog niet die van zestien jaren bereikt,

buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd die hebben bestaan uit of

mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers

heeft hij, verdachte

(terwijl die [slachtoffer] in bed lag)

- die [slachtoffer] (onder haar BH) bij haar (rechter) borst betast en/of

- een of meer van, zijn, verdachtes vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer]

geduwd en/of gebracht;

art 245 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op of omstreeks 09 september 2011 te Soesterberg, gemeente Soest,, althans

in het arrondissement Utrecht, met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2]

[geboortedatum 2], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten

echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande in het

ontuchtig (terwijl die [slachtoffer] op een bed lag)

- ( onder de BH) betasten van de (rechter)borst van die [slachtoffer] en/of

- het betasten van de vagina en/of de schaamlippen van die [slachtoffer];

art 247 Wetboek van Strafrecht