Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:7441

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
23-12-2013
Datum publicatie
24-12-2013
Zaaknummer
16/661423-13 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich in de periode van november 2012 tot en met april 2013 meermalen schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met een meisje, die ten tijde van de gepleegde feiten slechts 7 jaar oud was. Naast het plegen van ontuchtige handelingen, heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het zich toegang verschaffen tot een grote hoeveelheid kinderpornografische afbeeldingen.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 10 (tien) maanden, waarvan 6 (zes) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/661423-13 (P)

vonnis van de meervoudige strafkamer van 23 december 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1950],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres] te[woonplaats].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 december 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de advocaat, mr. C.M. Bast, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: in de periode van 1 april 2011 tot en met 22 april 2013 ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer], geboren op [2005];

Feit 2: in de periode van 1 januari 2009 tot en met 22 april 2013 kinderporno in zijn bezit heeft gehad, dan wel zich daartoe toegang heeft verschaft, terwijl hij van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

Feit 3: in de periode van 1 januari 2009 tot en met 22 april 2013 virtuele kinderporno in zijn bezit heeft gehad, dan wel zich daartoe toegang heeft verschaft, terwijl hij van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

Feit 4: in de periode van 2 januari 2013 tot en met 22 april 2013 dierenporno in bezit heeft gehad, terwijl hij van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd feit 1, 2 en 3 wettig en overtuigend bewezen te verklaren. Wat betreft feit 2 en 3 heeft de officier van justitie wel gevorderd verdachte vrij spreken van het maken van een gewoonte van die feiten. Ten aanzien van feit 4 heeft de officier van justitie gevorderd verdachte hiervan integraal vrij te spreken, aangezien er gelet op de kleine hoeveelheid afbeeldingen van dierenporno, die ook niet goed passen in het geheel van aangetroffen afbeeldingen, sprake kan zijn van bijvangst.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van feit 1 heeft de verdediging betoogd dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte de vagina van aangeefster heeft betast of over de vagina heeft gestreeld of gewreven. Daartoe heeft de verdediging aangevoerd dat de vagina het inwendig deel van het vrouwelijke geslachtsorgaan betreft en uit het dossier niet blijkt dat verdachte dit deel heeft aangeraakt. Voor zover de rechtbank ten aanzien van feit 1 tot een bewezenverklaring komt, heeft de verdediging betoogd dat deze dient te worden beperkt tot de periode van december 2012 tot en met 12 april 2013.

Met betrekking tot feit 2 heeft de verdediging bepleit dat verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken, aangezien deze afbeeldingen op een niet voor verdachte toegankelijke locatie stonden.

De verdediging heeft voorts naar voren gebracht dat feit 3 niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Naar de mening van de verdediging zijn de ten laste gelegde afbeeldingen, tekeningen en animaties niet aan te merken als realistisch en vallen zij derhalve niet onder artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht. Daarnaast heeft de verdediging betoogd dat een aantal afbeeldingen en animaties in de map ‘lost files’, een voor de verdachte niet toegankelijke locatie, zijn aangetroffen.

Ten aanzien van feit 4 heeft de verdediging aangevoerd dat de ten laste gelegde foto’s van dierenporno niet voor verdachte inzichtelijk waren omdat ze in een ‘verborgen map’ stonden. Op grond hiervan heeft de verdediging verzocht verdachte eveneens vrij te spreken van feit 4.

4.3

Het oordeel van de rechtbank1

4.3.1

Het bewijs ten aanzien van feit 1

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 ten laste gelegde heeft begaan op grond van het navolgende.

Op 22 april 2013 is door [aangever] aangifte tegen verdachte gedaan namens de benadeelde [slachtoffer], geboren op [2005] en wonende te [woonplaats].2 [aangever] heeft verklaard dat zijn dochter [slachtoffer] (hierna te noemen [slachtoffer]) hem heeft verteld dat verdachte aan haar plassertje heeft gezeten.3

Op dinsdag 23 april 2013 heeft een studioverhoor plaatsgevonden met [slachtoffer]. [slachtoffer] heeft verklaard dat [verdachte], haar buurman, (de rechtbank begrijpt: verdachte) steeds over haar plassertje wreef en dat zij dat niet fijn vond.4 De laatste keer dat hij dat bij haar deed was op vrijdag twee weken daarvoor (de rechtbank begrijpt: op 12 april 2013). Hij deed toen zijn hand in haar broek en begon over haar plassertje te wrijven.5 Dat was bij [A] thuis. [A] woont op de [adres] in [woonplaats].6 [slachtoffer] heeft verder verklaard dat [verdachte] ook vorig jaar over haar plassertje heeft gewreven. Dat was op een avond dat [verdachte] haar een boek had voorgelezen dat ze in 2012 van Sinterklaas had gehad. [verdachte] heeft haar toen naar bed gebracht en over haar plassertje gewreven. Dat gebeurde bij haar thuis.7 [slachtoffer] heeft verklaard dat het, voor zover zij het zich kan herinneren, drie keer is gebeurd.8

[B], de oudere zus van [slachtoffer], heeft verklaard dat [slachtoffer] tegen haar heeft gezegd dat [verdachte] steeds aan haar plassertje zat. [slachtoffer] vertelde haar dat ergens in november 2012, net voor Sinterklaas.9

Verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer] met zijn vingers heeft betast bij haar geslachtsdeel, de venusheuvel. Dat is meerdere keren gebeurd.10 Verdachte heeft voorts verklaard dat hij zijn hand op haar schaamlippen heeft gehad en dat hij zijn hand heen en weer heeft bewogen.11 Verdachte heeft verder verklaard dat hij het zichzelf verwijt dat hij aan [slachtoffer] geslachtsdeel heeft gezeten.12 Daarnaast heeft verdachte verklaard dat [slachtoffer] in haar verklaring, zoals zij die heeft afgelegd bij de politie, niet heeft gelogen.13 Het betasten heeft plaatsgevonden op [adres] en [adres] in [woonplaats].14

Nadere bewijsoverweging ten aanzien van feit 1

Voor zover de verdediging heeft betoogd dat de ‘vagina’, zoals is ten laste gelegd, slechts ziet op het inwendig deel van het vrouwelijk geslachtsorgaan en dat niet kan worden bewezenverklaard dat verdachte dit deel van het lichaam van [slachtoffer] heeft aangeraakt, verwerpt de rechtbank dit verweer. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het begrip ‘vagina’ – naast de technisch-anatomische definitie – in het normale spraakgebruik ook de betekenis van het vrouwelijke geslachtsorgaan als geheel, daaronder mede begrepen het uitwendige gedeelte. Nu [slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte aan haar plassertje heeft gezeten en verdachte zelf heeft verklaard dat hij aan [slachtoffer] geslachtsdeel heeft gezeten en de schaamlippen van [slachtoffer] heeft betast, is de rechtbank van oordeel dat ook dit gedeelte van het onder feit 1 tenlastegelegde bewezen kan worden verklaard.

4.3.2

Ten aanzien van feit 2, 3 en 4

Vaststaande feiten en omstandigheden

Op 24 april 2013 is bij een onderzoek in de woning van verdachte in Veenendaal onder andere een PC (merk Medion) en een externe harde schijf (merk Toshiba) in beslag genomen.15 De aangetroffen bestanden op deze gegevensdragers zijn door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], beiden gecertificeerde zedenrechercheurs, bekeken.16 Nadat alle grafische bestanden (waaronder ook virtuele porno en dierenporno) waren bekeken, werd geconstateerd dat op de externe harde schijf 3112 kinderpornografische afbeeldingen stonden.17 Deze afbeeldingen betreffen foto’s.18 Verbalisanten hebben beschreven wat op deze aangetroffen afbeeldingen is te zien19 en hebben ten aanzien van de bovengenoemde afbeeldingen een collectiescan verricht, waarin is beschreven welke elementen en seksuele gedragingen in het totaal aan kinderpornografisch materiaal zichtbaar zijn. In deze collectiescan is aangegeven dat dit betreft:

- het oraal en het anaal penetreren met de penis van het lichaam van een minderjarige en

- het oraal penetreren van het lichaam van een persoon door een minderjarige met de penis en

- het betasten en het aanraken van de geslachtsdelen van een minderjarige met een vinger/hand en met een voorwerp en

- het geheel of gedeeltelijk naakt poseren door een minderjarige, waarbij sprake is van make up en/of een onnatuurlijke omgeving en/of een striptease-act/houding en/of door het camerastandpunt en/of de onnatuurlijke houding de nadruk op geslachtsdelen/borsten en billen ligt.20

De rechtbank stelt op basis van de beschrijvingen en de bevindingen van de verbalisanten vast dat de genoemde afbeeldingen, zoals deze ook zijn tenlastegelegd onder feit 2, een kinderpornografisch karakter hebben.

Door de verbalisanten is verder geconstateerd dat de 3112 afbeeldingen weliswaar de classificatie ‘accessible’ hebben, maar dat zij alle in verborgen mappen zijn aangetroffen en dus niet zonder meer inzichtelijk zijn voor de gebruiker van de computer.21

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat er op zijn computer iets aangetroffen zou kunnen worden wat betrekking heeft op 3D-porno, als zijnde dat er iets met kinderen gebeurt. Verdachte heeft verklaard dat hij dat op verschillende momenten heeft binnengehaald, ernaar heeft gekeken en het heeft weggegooid.22

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij een 3D-televisie had gekocht. Vanaf eind 2012 zocht verdachte op internet naar 3D-filmpjes. Verdachte heeft de filmpjes bekeken. Verdachte heeft verklaard dat hij toen ook wel eens kinderporno heeft bekeken. Deze kinderpornografische afbeeldingen kwamen mee met de filmpjes die verdachte zocht. De afbeeldingen betroffen zowel virtuele afbeeldingen als foto’s van echte kinderen. Verdachte heeft verklaard dat hij dacht dat dit eind 2012 plaatsvond. Verder heeft verdachte verklaard dat het zou kunnen dat de afbeeldingen zijn opgeslagen.23

Vrijspraak ten aanzien van feit 3

Onder de reikwijdte van de strafbepaling van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht vallen ook realistische afbeeldingen van niet-bestaande kinderen in de zin dat de afbeelding niet van echt is te onderscheiden (HR 12 maart 2013, LJN: BY9719). Van de onder feit 3 tenlastegelegde afbeeldingen en animaties (al deze bestanden hebben betrekking op virtuele porno) zijn afdrukken opgenomen in een mapje dat los van het dossier door de officier van justitie wordt bewaard. De rechtbank heeft van de inhoud daarvan kennisgenomen. De afdrukken die door de rechtbank zijn waargenomen, zijn niet als realistisch in die zin aan te merken. De daarop afgebeelde personen zijn geen echte kinderen en voor de gemiddelde kijker (ook voor kinderen) zal aanstonds blijken dat het gaat om gemanipuleerde afbeeldingen. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat verdachte van feit 3 dient te worden vrijgesproken.

Nadere bewijsoverweging ten aanzien van feit 2 en 4

De rechtbank stelt vast dat de onder feit 2 en feit 4 genoemde afbeeldingen de classificatie ‘accessible’ hadden, maar dat al deze afbeeldingen in zogenaamde verborgen mappen stonden en daardoor niet zonder meer inzichtelijk waren. In het proces-verbaal van politie wordt gerelateerd dat dergelijke bestanden alleen benaderbaar zijn wanneer de instellingen zodanig worden aangepast dat deze verborgen bestanden en mappen zichtbaar worden weergegeven. Van een dergelijke aanpassing van de instellingen was op de inbeslaggenomen computer en externe harde schijf geen sprake.24 Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is niet aannemelijk geworden dat verdachte wist hoe hij deze bestanden weer zichtbaar moest maken.

Daar komt bij dat de rechtbank niet uitsluit dat de afbeeldingen die op verdachtes externe harde schijf in verborgen mappen zijn aangetroffen daarop bij het maken van een (algemene) back-up zijn terechtgekomen zonder dat verdachte zich daarvan bewust is geweest. Aanwijzingen daarvoor kunnen worden ontleend aan het feit dat vrijwel alle bestanden de creatiedatum 2 januari 2013 hadden en er in het proces-verbaal van onderzoek van de digitale gegevensdrager wordt gesproken over “een back-up set, welke is gemaakt op 02/01/2013 te 00.45.34 uur en is afgesloten op 02/01/2013 te 06.45.33 uur”. Bovendien betreft het overgrote merendeel van de aangetroffen kinderpornografische bestanden afbeeldingen van postzegelformaat.25

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden bewezenverklaard dat verdachte het opzet heeft gehad (ook niet in voorwaardelijke vorm) op het in bezit hebben van de afbeeldingen genoemd in feit 2 en 4. Evenmin is komen vast te staan dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het verspreiden, openlijk tentoonstellen, vervaardigen, invoeren, doorvoeren of uitvoeren van de tenlastegelegde afbeeldingen. De rechtbank zal verdachte daarom van deze bestanddelen vrijspreken.

Vrijspraak ten aanzien van feit 4

Aangezien – gelet op het voorgaande – niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte ten aanzien van de onder feit 4 ten laste gelegde afbeeldingen (kort samengevat: dierenporno) opzet op het bezit daarvan heeft gehad, en evenmin is vast komen te staan dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het verspreiden, openlijk tentoonstellen, vervaardigen, invoeren, doorvoeren of uitvoeren van deze afbeeldingen dient verdachte integraal van feit 4 te worden vrijgesproken.

Bewijsoverweging ten aanzien van ‘toegang verschaffen’, feit 2

Naar het oordeel van de rechtbank is wel komen vast te staan dat verdachte (ten minste voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het zich toegang verschaffen tot de onder feit 2 tenlastegelegde kinderporno. De rechtbank leidt dit af uit het volgende.

Verdachte heeft tegenover de politie verklaard dat hij vanaf eind december 2012 op verschillende momenten op internet op zoek is gegaan naar zogenaamde 3D-porno ‘als zijnde dat er iets met kinderen gebeurt’. Verdachte is hierbij naar eigen zeggen ook gestuit op echte kinderporno. Verdachte was derhalve bekend met het feit dat bij het zoeken naar de virtuele porno hij kon stuiten op (niet virtuele) kinderpornografie. Dit heeft verdachte er echter niet van weerhouden om, zoals hij ook zelf heeft verklaard, zich meermalen de toegang tot voornoemde 3D-porno te verschaffen. Gelet op de grote hoeveelheid kinderpornografische afbeeldingen die in verborgen mappen op verdachtes externe harde schijf is aangetroffen, acht de rechtbank het niet aannemelijk dat verdachte deze afbeeldingen door een eenmalige handeling, samen met een virtuele 3D-pornofilm, bij toeval heeft bekeken. De rechtbank gaat dan ook niet uit van de mogelijkheid dat sprake is van een eenmalige ‘bijvangst’. Verdachte heeft met zijn handelen in ieder geval willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij zich toegang zou verschaffen tot kinderporno als ten laste gelegd onder feit 2. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich door middel van een geautomatiseerd werk de toegang heeft verschaft tot deze kinderpornografische afbeeldingen. Dat de rechtbank tot de conclusie komt dat verdachte geen opzet heeft gehad op het bezit van deze bestanden doet daar niet aan af.
Van het tenlastegelegde gewoonte maken van dit misdrijf zal verdachte worden vrijgesproken.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de onder 4 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

op tijdstippen in de periode van 1 november 2012 tot en met 12 april 2013 te Veenendaal, met [slachtoffer], geboren op [2005], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande in het ontuchtig betasten van en wrijven over de ontblote vagina en schaamstreek;

2.

op tijdstippen in de periode van 1 december 2012 tot en met 22 april 2013 te Veenendaal zich tot een groot aantal afbeeldingen, door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

- het oraal en/of anaal penetreren (met de penis) van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en/of

- het oraal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (met de penis) en/of

- het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt (met (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) en/of

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt, waarbij deze personen opgemaakt zijn en/of poseren in een omgeving en/of in (een)(erotisch getinte) houding(en) op een wijze die niet bij hun leeftijd passen en/of waarbij deze personen zich vervolgens in opeenvolgende afbeeldingen van hun kleding ontdoen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de uitsnede van de afbeeldingen nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

Feit 1: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelen plegen, meermalen gepleegd;

Feit 2: zich met gebruikmaking van een geautomatiseerd werk de toegang verschaffen tot een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, meermalen gepleegd.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem onder 1, 2 en 3 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De officier van justitie heeft verzocht daarbij de volgende bijzondere voorwaarden op te leggen: een meldplicht, een verbod om direct of indirect contact op te nemen met [slachtoffer] en een locatieverbod voor de woonverblijven van [slachtoffer] en voor de straten [adres] en [adres] met uitzondering van het noodzakelijk functioneel gebruik van deze straten door verdachte.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit om bij het opleggen van een eventuele straf rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Het door de officier van justitie gevorderde locatieverbod acht de verdediging onredelijk belastend voor verdachte.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich in de periode van november 2012 tot en met april 2013 meermalen schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met [slachtoffer], die ten tijde van de gepleegde feiten slechts 7 jaar oud was. Door verdachte is de lichamelijke integriteit van [slachtoffer] op een ingrijpende manier geschonden. Hierdoor heeft verdachte de normale en gezonde seksuele ontwikkeling, waar ieder kind recht op heeft, doorkruist. Het is een feit van algemene bekendheid dat dit vaak langdurige en ernstige schade kan toebrengen aan de geestelijke gezondheid van het slachtoffer. Ook in dit geval. Uit de slachtofferverklaring blijkt dat [slachtoffer] als gevolg van het handelen van verdachte traumagerelateerde klachten heeft ontwikkeld, waarvoor zij is behandeld bij het Psychotraumateam. [slachtoffer] heeft angst voor herhaling en voor het tegenkomen van verdachte. Daarnaast is haar vertrouwen in anderen beschadigd, wat een negatieve invloed kan hebben op haar toekomstige relaties. Tussen verdachte en het gezin van [slachtoffer] bestond een hechte band. Verdachte heeft misbruik gemaakt van het vertrouwen dat hij kreeg en heeft dit vertrouwen op een ernstige wijze geschaad.

Naast het plegen van ontuchtige handelingen, heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het zich toegang verschaffen tot een grote hoeveelheid kinderpornografische afbeeldingen. Kinderporno is bijzonder ongewenst, met name omdat bij de vervaardiging ervan kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Verdachte moet mede verantwoordelijk worden gehouden voor genoemd seksueel misbruik van kinderen, omdat hij, door zich de toegang tot kinderporno te verschaffen, heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag ernaar. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen degenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen, maar zeker ook degenen die naar kinderporno op zoek gaan.

Bij de bepaling van de strafmaat heeft de rechtbank acht geslagen op het aantal afbeeldingen dat verdachte in bezit had, de leeftijd van de kinderen op de plaatjes en de aard van de handelingen waartoe de kinderen zijn gedwongen. In het voordeel van verdachte neemt de rechtbank mee dat het overgrote deel van de afbeeldingen bestond uit zogenoemde thumbnails (afbeeldingen van postzegelformaat). De rechtbank betrekt bij haar beoordeling in het nadeel van verdachte dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan twee verschillende zedendelicten, te weten het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige en het zich de toegang verschaffen tot kinderporno. De rechtbank vindt deze combinatie van strafbare feiten erg zorgelijk en ziet hierin in het bijzonder de reden om over te gaan tot de oplegging van een (deels) onvoorwaardelijke straf van na te melden duur. Voorts neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte onvoldoende zelfinzicht toont en naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende verantwoordelijkheid neemt voor zijn handelen.

De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 23 oktober 2013, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke delicten met politie en justitie in aanraking is geweest.

De rechtbank heeft ten aanzien van de persoon van verdachte daarnaast acht geslagen op het de verdachte betreffend psychiatrische rapport van dhr. M.H. Diawara, psychiater, van 16 juli 2013. In dit rapport wordt geconcludeerd dat bij verdachte geen sprake is van een ziekelijke stoornis of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Naar het oordeel van de onderzoeker kan verdachte als volledig toerekeningsvatbaar worden beschouwd. Aangezien wel sprake is van onvoldoende zelfinzicht en een inadequate coping wordt geadviseerd als bijzondere voorwaarde op te nemen dat verdachte zich ambulant zal laten behandelen bij een forensische psychiatrische polikliniek.

Voorts heeft de rechtbank gelet op een reclasseringsadvies van Reclassering Nederland d.d. 24 juni 2013. De reclassering schat het recidiverisico in als laag. De reclassering adviseert om aan verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een verplicht reclasseringscontact, een behandelverplichting, een contactverbod met [slachtoffer] en een locatieverbod betreffende [adres] en [adres] te [woonplaats].

De rechtbank neemt deze conclusies en het advies over en maakt deze tot de hare. De rechtbank zal de door de reclassering voorgestelde bijzondere voorwaarden aan verdachte opleggen. Ten aanzien van het locatieverbod zal de rechtbank de bijzondere voorwaarde aldus wijzigen dat verdachte zich gedurende de proeftijd niet mag begeven op dat gedeelte van de straat [adres] waaraan de nummers [nummer] tot en met [nummer] gelegen zijn. Een verdergaande beperking van verdachtes bewegingsvrijheid acht de rechtbank onredelijk belastend.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen kan naar het oordeel van de rechtbank niet met een andere straf worden volstaan dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf. Aangezien de rechtbank zich mede ten doel stelt dat de recidivekans zoveel mogelijk wordt beperkt en dat de verdachte wordt begeleid en behandeld, zal de rechtbank een deel van de straf voorwaardelijk opleggen en daaraan de bovengenoemde bijzondere voorwaarden verbinden. Het voorwaardelijk gedeelte dient daarnaast als zogenaamde stok achter de deur, opdat verdachte zich niet nogmaals aan dergelijke feiten schuldig zal maken.

Door de officier van justitie is gevorderd aan verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. De rechtbank is, alles afwegend, van oordeel dat aanleiding bestaat om van deze eis ten gunste van verdachte af te wijken. De rechtbank heeft daarbij met name gelet op het feit dat minder is bewezenverklaard dan door de officier is gevorderd en dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen. De rechtbank zal aan verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Daarbij zal de rechtbank de eerdergenoemde bijzondere voorwaarden opleggen en – anders dan door de officier van justitie is gevorderd – in het belang van het slachtoffer een proeftijd gelasten voor de duur van 3 jaren.

9 Het beslag

9.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen computer en harde schijf te onttrekken aan het verkeer.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de in beslag genomen computer en harde schijf terug te geven aan verdachte, aangezien verdachte volgens de verdediging dient te worden vrijgesproken van de feiten 2, 3 en 4.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Gebleken is dat feit 2 is begaan met betrekking tot deze voorwerpen. De rechtbank zal dan ook besluiten tot onttrekking aan het verkeer van deze voorwerpen.

10 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

10.1

De inhoud van de vordering

De vordering strekt tot vergoeding van geleden schade ten gevolge van het onder 1 ten laste gelegde feit, te weten een totaalbedrag van € 5.646,93 ter zake van materiële en immateriële schade. Daarnaast behelst de vordering een contactverbod met [slachtoffer] en een locatieverbod voor de gemeente Veenendaal gedurende twee jaren na vrijlating van verdachte.

10.2

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij wat de immateriële schade betreft toe te wijzen tot een bedrag van € 3000,- en voor het overige de gevorderde materiële schade integraal toe te wijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

10.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat de vordering tot vergoeding van de immateriële schade sterk dient te worden gematigd. Ten aanzien van de materiële schade heeft de verdediging betoogd dat dit geen schade is die [slachtoffer] zelf betreft, zodat de vordering ten aanzien van dit deel niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Voorts heeft de verdediging verzocht de benadeelde partij niet ontvankelijk te verklaren wat betreft het gevorderde plaats- en contactverbod. Daartoe heeft de verdediging aangevoerd dat zonder toelichting niet valt in te zien welke door [slachtoffer] geleden schade zou worden hersteld door het opleggen van een plaats- en contactverbod.

10.4

Het oordeel van de rechtbank

Namens de benadeelde partij, [slachtoffer], is overeenkomstig artikel 51f van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering.

De rechtbank is op grond van de beschikbare stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting van oordeel dat het gevorderde schadebedrag betreffende smartengeld, groot

€ 4.000,00, in deze strafprocedure kan worden toegewezen tot een bedrag van € 1.000,00. Verdachte kan tot dit bedrag aansprakelijk worden gehouden voor de gevolgen die de benadeelde partij van het bewezenverklaarde heeft ondervonden. Voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2013 (deze datum valt halverwege de bewezen verklaarde periode). Voor het overige levert de behandeling van de gevorderde immateriële schade naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafproces op en acht de rechtbank de benadeelde partij daarin niet-ontvankelijk. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De door de benadeelde partij gevorderde materiële schade is naar het oordeel van de rechtbank aan te merken als kosten die de wettelijke vertegenwoordigers van [slachtoffer] ten behoeve van hun kind hebben gemaakt en die als verplaatste schade als bedoeld in artikel 6:107 van het Burgerlijk Wetboek voor vergoeding in aanmerking zou kunnen komen. Aangezien het hier gaat om een vordering van de wettelijk vertegenwoordigers uit eigen hoofde en niet om een vordering van het slachtoffer zelf, staat de omstandigheid dat de wettelijk vertegenwoordigers bij een misdrijf als het onderhavige geen slachtoffer zijn in de zin van de artikelen 51a e.v. van het Wetboek van Strafvordering in de weg aan de ontvankelijkheid van de vordering in zoverre. Dat betekent dat de wettelijk vertegenwoordigers van het slachtoffer in de onderhavige strafprocedure niet kunnen worden ontvangen in dat deel van de vordering. De rechtbank zal de benadeelde partij daarin niet-ontvankelijk verklaren. Dit betekent niet dat de verdachte niet aansprakelijk zou zijn voor de door de wettelijk vertegenwoordigers in zoverre gestelde schade, maar dat het aan de burgerlijke rechter is om die aansprakelijkheid vast te stellen.

Gelet op de door de rechtbank aan verdachte op te leggen bijzondere voorwaarden, en wat zij daaromtrent hiervoor heeft overwogen, zal de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van de vordering tot oplegging van een contact- en locatieverbod niet-ontvankelijk verklaren. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de benadeelde partij ten aanzien van dit deel van de vordering onvoldoende procesbelang.

Verdachte zal worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 36b, 36c, 36f, 57, 240b en 247 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen.

12 Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Feit 1: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelen plegen, meermalen gepleegd;

Feit 2: zich met gebruikmaking van een geautomatiseerd werk de toegang verschaffen tot een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 10 (tien) maanden, waarvan 6 (zes) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* omdat verdachte geen medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd (een van) de bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich op schriftelijk/telefonisch verzoek van de reclassering zal melden bij de reclassering en zich voorts zal melden zolang en zo frequent de reclassering dit noodzakelijk acht;

* dat verdachte zich zal laten behandelen bij een forensisch psychiatrisch behandelcentrum, waarbij hij zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

* dat verdachte op geen enkele wijze – direct of indirect, actief of passief – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer];

* dat verdachte zich niet zal bevinden op dat gedeelte van de straat [adres] te [woonplaats], waaraan de huisnummers [nummer] tot en met [nummer] gelegen zijn;

- geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten: één computer, merk Medion (goednummer 13-2381-001) en één externe harddisk, merk Toshiba (goednummer 13-2381-002);

Benadeelde partij

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer], wonende te Veenendaal, van € 1000,00 ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 1 februari 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], € 1000,00 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 20 dagen hechtenis,

met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

- verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dit deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

Voorlopige hechtenis

- heft op, met ingang van heden, de schorsing van de voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Maanen, voorzitter, mr. I.P.H.M. Severeijns en mr. R.G.A. Beaujean, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. van Reenen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 december 2013.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2011

tot en met 22 april 2013 te Veenendaal, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, met [slachtoffer], geboren op [2005], die toen de

leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer

ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande in het ontuchtig betasten

en/of strelen en/of wrijven van/over de (ontblote) vagina en/of schaamstreek;

art 247 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009

tot en met 22 april 2013 te Veenendaal, in elk geval in Nederland, één of

meermalen (telkens) een (groot aantal) afbeelding(en), te weten 3112 foto('s)

en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en) heeft

verspreid en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd

en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad

(in de periode van 1 januari 2010 tot en met 22 april 2013) heeft aangeboden

en/of verworven en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk

en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn,

waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog

niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het oraal en/of anaal penetreren (met de penis) van het lichaam van een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het oraal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon

die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (met de penis

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een persoon die

kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt (met (een)

vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die

kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij

deze perso(o)n(en) opgemaakt is/zijn en/of poseert/poseren in een omgeving

en/of in (een)(erotisch getinte) houding(en)

(op een wijze) die niet bij haar/hun leeftijd past/passen

en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende

afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen

en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de

uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote)

geslachtsdelen en/of borsten (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar

seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

______________________________________________________

MEDEDELINGEN:

De officier van justitie deelt mede dat een representatieve collectie van

bovengenoemde afbeeldingen/filmfragmenten (pagina 35 - 38 fotomap voor ovj) is

samengesteld, maar ter voorkoming van strafbare feiten en verdere

verspreiding van bovengenoemd materiaal, niet in het dossier zijn gevoegd en

ook niet in afschrift zullen worden verstrekt. De officier van justitie zal

deze collectie als stuk van overtuiging op de terechtzitting aanwezig hebben

en aan de rechtbank overleggen. Voorafgaand aan de terechtzitting kan inzage

in genoemd materiaal verleend worden op afspraak met de officier van justitie.

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 240b lid 2 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009

tot en met 22 april 2013 te Veenendaal, in elk geval in Nederland, één of

meermalen (telkens) een (groot aantal) afbeelding(en), te weten 28

afbeeldingen van een soort stripverhaal (pagina 1 - 8 fotomap voor ovj) en/of

175 computeranimaties (pagina 9 - 30 fotomap ovj) en/of 32 getekende manga

achtige tekeningen (pagina 31 - 34 fotomap ovj) en/of (een) gegevensdrager(s)

bevattende (een) afbeelding(en) heeft

verspreid en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd

en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad

(in de periode van 1 januari 2010 tot en met 22 april 2013) heeft aangeboden

en/of verworven en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk

en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn,

waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog

niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het oraal en/of vaginaal penetreren (met de penis) van het lichaam van een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het oraal penetreren (met de penis) door een persoon die kennelijk de leeftijd

van 18 jaar nog niet heeft bereikt (met de penis)

en/of

betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een (ander) persoon door een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt (met

(een) vinger(s)/hand)

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

______________________________________________________

MEDEDELINGEN:

De officier van justitie deelt mede dat een representatieve collectie van

bovengenoemde afbeeldingen/filmfragmenten is samengesteld, maar ter voorkoming

van strafbare feiten en verdere

verspreiding van bovengenoemd materiaal, niet in het dossier zijn gevoegd en

ook niet in afschrift zullen worden verstrekt. De officier van justitie zal

deze collectie als stuk van overtuiging op de terechtzitting aanwezig hebben

en aan de rechtbank overleggen. Voorafgaand aan de terechtzitting kan inzage

in genoemd materiaal verleend worden op afspraak met de officier van justitie.

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 240b lid 2 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 januari 2013

tot en met 22 april 2013 te Veenendaal, in elk geval in Nederland, één of

meermalen (telkens) een (groot aantal) afbeelding(en), te weten 26 foto('s)

en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en) heeft

verspreid en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd

en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of in bezit gehad,

terwijl op die afbeelding(en) (een) ontuchtige handeling zichtbaar is/zijn,

waarbij (telkens) een mens en een dier, was betrokken of schijnbaar was

betrokken

welke voornoemde ontuchtige handeling - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het door een dier (paard en/of hond) vaginaal penetreren van het lichaam van

een volwassen persoon

en/of

het door een volwassen persoon likken en/of in de mond nemen van de

geslachtsdelen van een dier (paard en/of hond)

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

______________________________________________________

MEDEDELINGEN:

De officier van justitie deelt mede dat een representatieve collectie van

bovengenoemde afbeeldingen/filmfragmenten is samengesteld, maar ter voorkoming

van strafbare feiten en verdere

verspreiding van bovengenoemd materiaal, niet in het dossier zijn gevoegd en

ook niet in afschrift zullen worden verstrekt. De officier van justitie zal

deze collectie als stuk van overtuiging op de terechtzitting aanwezig hebben

en aan de rechtbank overleggen. Voorafgaand aan de terechtzitting kan inzage

in genoemd materiaal verleend worden op afspraak met de officier van justitie.

art 254a lid 1 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende proces-verbaal, nummer PL0981 2013088384, bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering (pagina 1 tot en met 133). Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Het proces-verbaal van aangifte, pagina 25.

3 Het proces-verbaal van aangifte, pagina 27.

4 Het proces-verbaal van bevindingen, studioverhoor [slachtoffer], pagina 41.

5 Het proces-verbaal van bevindingen, studioverhoor [slachtoffer], pagina 42.

6 Het proces-verbaal van bevindingen, studioverhoor [slachtoffer], pagina 43.

7 Het proces-verbaal van bevindingen, studioverhoor [slachtoffer], pagina 44.

8 Het proces-verbaal van bevindingen, studioverhoor [slachtoffer], pagina 45.

9 Het proces-verbaal van bevindingen, studioverhoor [B], pagina 52.

10 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, pagina 63.

11 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, pagina 77.

12 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, pagina 65.

13 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, pagina 82.

14 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, pagina 64.

15 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 56.

16 Het proces-verbaal onderzoek in beslag genomen goed, pagina 98.

17 Het proces-verbaal onderzoek in beslag genomen goed, pagina 103.

18 Bijlage III en IIIA bij het proces-verbaal onderzoek in beslag genomen goed, pagina 113.

19 Het proces-verbaal onderzoek in beslag genomen goed, pagina 104.

20 Bijlage II bij het proces-verbaal onderzoek in beslag genomen goed, pagina 109 tot en met 111.

21 Het proces-verbaal onderzoek in beslag genomen goed, pagina 103.

22 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, pagina 80.

23 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 9 december 2013.

24 Het proces-verbaal onderzoek digitale gegevensdrager, pagina 92.

25 Het proces-verbaal onderzoek digitale gegevensdrager, pagina 90 en 91 en het proces-verbaal onderzoek in beslag genomen goed, pagina 103 en 104.