Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:7322

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
03-12-2013
Datum publicatie
19-12-2013
Zaaknummer
357552 KG / ZA 13-917
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek eiseres, om de al dan niet heimelijk opgenomen (camera)beelden te vertonen in een uitzending van Tros Opgelicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling civielrecht

Handelskamer

Zittingsplaats Utrecht

zaaknummer / rolnummer: 357552 KG / ZA 13-917

Vonnis in kort geding van 3 december 2013

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. H.L. Thiescheffer, te Leeuwarden,

tegen

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

TROS

gevestigd te Hilversum,

gedaagde,

advocaat mr. H.A.J.M. van Kaam te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Tros genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 28 november 2013;

  • -

    de fax van 2 december 2013 van Tros met producties;

  • -

    de mondelinge behandeling op 3 december 2013;

  • -

    de pleitnota van [eiseres];

  • -

    de pleitnota van Tros.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

1.3.

In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 3 december 2013 vonnis uitgesproken. Het onderstaande vormt hiervan de nadere schriftelijke uitwerking en is op 17 december 2013 opgemaakt.

2 De feiten

2.1.

Op 19 november 2013 zijn van [eiseres] beeld- en geluidsopnames gemaakt door een cameraploeg van Tros, nadat zij een café-restaurant in Laren, Noord-Holland, had verlaten. Zij was door Tros onder een voorwendsel naar dat café-restaurant gelokt met het doel van [eiseres] een reactie te vernemen op uitlatingen van derden, inhoudend (kort gezegd) dat zij bij die derden lichtvaardig schulden maakt en deze niet aflost, een en ander in het kader van een door haar in Friesland gedreven horeca-onderneming.

2.2.

Bij brief van 19 november 2013 heeft de advocaat van [eiseres] Tros gesommeerd om op geen enkele wijze het opgenomen beeld- en geluidsmateriaal te openbaren, kopiëren en verveelvoudigen.

2.3.

Tros is voornemens delen van voormelde opnames uit te zenden op 3 december 2013 in haar televisieprogramma Tros Opgelicht?!

2.4.

De advocaat van [eiseres] heeft de Tros verzocht af te zien van het uitzenden van beelden waarop [eiseres], al dan niet herkenbaar, te zien zal zijn. De Tros heeft dit verzoek afgewezen.

3 Het geschil en de standpunten

3.1.

[eiseres] vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om Tros:

  1. met onmiddellijke ingang te verbieden om de door haar al dan niet heimelijk opgenomen (camera)beelden dan wel bij derden verkregen (camera)beelden op welke wijze dan ook uit te zenden op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250.000,- per overtreding van dit verbod;

  2. met onmiddellijke ingang te verbieden zich op welke wijze dan ook zowel onder eigen naam als onder een andere naam op onjuiste, negatieve wijze uit te laten over [eiseres] op verbeurte van een dwangsom van € 250.000,- per overtreding van dit verbod;

  3. te veroordelen in de kosten van de procedure.

3.2.

[eiseres] is van mening dat de aan haar toekomende grondrechten, te weten haar recht op bescherming van eer of goede naam of het recht op privacy zoals gewaarborgd in artikel 8 EVRM, alsmede haar portretrecht, zwaarder wegen dan het aan Tros toekomende recht op vrijheid van meningsuiting. Volgens [eiseres] is de wijze waarop Tros te werk is gegaan onrechtmatig nu Tros haar niet op een normale wijze de gelegenheid heeft gegeven zich te verweren, zowel op 19 november 2013 als voorafgaande aan de opnames, maar gebruik heeft gemaakt van een overvaltechniek. Na de opnames was [eiseres] geestelijk niet meer in staat haar kant van het verhaal aan Tros toe te lichten. Volgens [eiseres] zijn de in de uitzending over haar gedane uitlatingen bovendien niet juist en heeft uitzending van beelden waarop zij herkenbaar in beeld is tot gevolg dat zij en haar gezin zich dienen te beraden omtrent een mogelijke verhuizing uit [woonplaats].

3.3.

Tros voert verweer, met conclusie tot afwijzing van de vordering en tot veroordeling van [eiseres] in de (na)kosten. Zij voert aan dat dat zij zich in haar programma Tros Opgelicht?! kritisch, informerend en waarschuwend moet kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken. Van een dergelijke misstand is hier sprake, aldus Tros, gezien de verklaringen van talrijke gedupeerden van [eiseres], die erop duiden dat zij steeds verplichtingen aangaat waarvan zij bij voorbaat weet dat zij die niet kan nakomen. Zij leeft op veel te grote voet en maakt jegens haar gedupeerden gewiekst gebruik van haar charme. Zij verzwijgt jegens de gedupeerden dat zij de aangegane verplichtingen niet kan nakomen, door onder meer te verzwijgen dat zij in 2004 failliet is verklaard, welk faillissement in 2009 wegens gebrek aan baten is opgeheven, waarna de toenmalige schulden van [eiseres] (ruim € 200.000,-, gemaakt in het kader van haar voormalige onderneming te Dordrecht) bleven voortbestaan. Na dat faillissement heeft zij onder de naam van haar echtgenoot (waar zij zich voordien van haar eigen naam bediende) haar horeca-onderneming in Friesland gestart, met de naam Hooizolder, welke onderneming zij tot begin 2013 heeft gevoerd. Op 5 november 2013 is zij wederom in staat van faillissement verklaard, aldus - telkens - Tros. Tros heeft producties in geding gebracht ter staving van haar stellingen rond de (lichtvaardig aangegane) schulden. Volgens Tros betreffen dit de volgende openstaande schulden:

  • -

    aan het echtpaar [A] in verband met een door hen aan [eiseres] verstrekte lening op 16 maart 2009 ad € 44.400,- en een aan dat echtpaar verschuldigde boetesom wegens de ontbinding van een koopovereenkomst van een onroerend goed, een totaalschuld van € 104.000,-;dit bedrag diende vanaf 31 maart 2009 te worden afgelost met € 250,- per maand en vanaf 31 maart 2012 met € 1.135,- per maand, in welke aflossingsverplichting per november 2012 een achterstand bestond van € 8.180,-, bij een toenmalige restanthoofdsom van € 91.400,-

  • -

    aan de verhuurder van het pand waarin de horeca-onderneming werd gedreven (de Stichting Aldfears Erf), de achterstallige huur van september 2012 tot en met 31 maart 2013, toen de huur eindigde: € 2.083,33 per maand

  • -

    aan slagerij [B] d.d. 29 juli 2012, € 170,-

  • -

    aan slagerij [C] d.d. 24 juli 2012, € 563,15

  • -

    aan cateraar ESB Catering en Verhuur d.d. 23 juni 2012, € 600,-

  • -

    aan cateraar [K] van 18 juli 2012 tot en met 12 december 2012, € 3.677,82

  • -

    aan horecaverhuurder [I] d.d. 16 juli 2012, € 208,25

  • -

    aan horecaverhuurder NB Service Horeca d.d. 19 april 2012, € 2.063,46

  • -

    aan tentenverhuurder [D] d.d. 14 mei 2012, € 4.427,22

  • -

    aan leverancier Muta Textiles d.d. 11 juli 2012, € 678,90

  • -

    aan leverancier [E], van 11 juli 2012 tot en met 27 december 2012, € 1.436,18

  • -

    aan leverancier [J] d.d. 9 en 14 november 2012, € 473,84

  • -

    aan [G], ter zake van een door hem op 31 juli 2012 aan [eiseres] verstrekte lening ad€ 50.000,-; deze lening heeft [G] kunnen verstrekken door de genoemde som zijnerzijds van een derde te lenen, in het kader waarvan hij die derde een hypotheek op zijn woonhuis heeft verstrekt; [eiseres] lost niet aan [G] af, waardoor deze niet aan zijn schudeiser kan aflossen en de laatstgenoemde met executoriale verkoop van [G] woonhuis dreigt

  • -

    aan keukenleverancier[L], over de periode van 26 maart tot en met 31 mei 2012, € 20.545,35

  • -

    aan [H] Holding B.V. in verband met aan [eiseres] voorgeschoten advocatenkosten d.d. 1 augustus 2012, € 7.090,89.

3.4

Voorts stelt Tros dat in het programma van 3 december 2013 een aantal gedupeerden hun verhaal zullen vertellen. Het verhaal zal op een zakelijke, neutrale toon worden getoond. Er zullen tevens beelden worden getoond van de confrontatie. De beelden laten met name zien dat [eiseres] zeer afwijkend reageert en verwijst naar haar echtgenoot. Daarnaast worden quotes getoond van de reactie van [eiseres] op het moment dat zij wel ingaat op de vragen van de verslaggever. Er wordt door de redactie niet gesteld dat er sprake is van oplichting.

4 De beoordeling

4.1.

De spoedeisendheid van de zaak is in voldoende gebleken nu Tros tijdens de mondelinge behandeling heeft medegedeeld voornemens te zijn beeldmateriaal van [eiseres] op dinsdagavond 3 december 2013 in het programma Tros Opgelicht?! te zullen uitzenden.

4.2.

De vorderingen van [eiseres] houden in beginsel een beperking in van het in artikel 10 lid 1 EVRM neergelegde grondrecht van Tros op vrijheid van meningsuiting. Een dergelijk recht kan slechts worden beperkt indien dit bij de wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij wet is voorzien is sprake wanneer het voorgenomen gebruik van de in geding zijnde camerabeelden door Tros onrechtmatig is in de zin van artikel 6:162 BW. Er is in dat geval sprake van een botsing van twee, ieder voor zich hoogwaardige, belangen: aan de ene kant het belang van [eiseres] dat de door haar gestelde (privacy)belangen niet (onnodig) in een televisie-uitzending worden geschonden, aan de andere kant het belang van Tros dat zij zich in het openbaar kritisch en waarschuwend mag uitlaten over het handelen van personen om eventuele misstanden die de samenleving raken in dat verband aan de kaak te kunnen stellen. Het antwoord op de vraag welk van de beide rechten in het onderhavige geval zwaarder weegt, moet worden gevonden door een afweging van alle ter zake dienende omstandigheden van het geval. Eenzelfde belangenafweging dient te worden gemaakt indien een beroep wordt gedaan op het portretrecht van artikel 21 Aw.

4.3.

Tros heeft in dat verband haar onder 3.3 omschreven stelling ingenomen. [eiseres] heeft zich met name beroepen op de wijze waarop de opnamen zijn gemaakt en de als gevolg van de uitzending voor haar privésfeer te vrezen gevolgen. Ten aanzien van de stelling dat zij - herhaaldelijk - lichtvaardig schulden maakt, wetend dat zij die niet zal kunnen aflossen, is zij slechts op een beperkt aantal van de door Tros aangehaalde schulden ingegaan.

4.4.

De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat Tros het door haar geschetste beeld dat van [eiseres] herhaaldelijk (te) lichtvaardig verplichtingen aangaat waarvan zij weet dat zij die niet waar kan maken en waarmee zij derden (ernstig) dupeert op voldoende wijze van een feitelijke onderbouwing heeft voorzien. [eiseres] heeft tijdens de mondelinge behandeling ten aanzien van de door Tros aangevoerde schulden voor het overgrote deel niet betwist dat er sprake is van openstaande vorderingen. Weliswaar heeft zij wel de omvang van een aantal vorderingen betwist, maar deze betwisting heeft zij op geen enkele wijze onderbouwd. Daarnaast heeft Tros onweersproken gesteld dat [eiseres] reeds aanmerkelijke schulden had op het moment (begin 2012) waarop zij startte met haar Friese horeca-onderneming en dat zij die schulden niet heeft gemeld aan degenen die van toen af aan haar schuldeiser werden. Juist daarom ontstaat het beeld van iemand die ‘te’ lichtvaardig verplichtingen aangaat. Het betoog van [eiseres], dat de vorderingen ‘normale’ ondernemersschulden betreffen noopt voorshands niet tot bijstelling van dat beeld. Zij is die nieuwe schulden immers aangegaan terwijl er nog aanmerkelijke schulden van oude schuldeisers open stonden en terwijl - zoals ter zitting is gebleken - zij ten behoeve van haar Friese horeca-onderneming niet beschikte over bancaire kredietfaciliteiten of over een eigen financiële buffer, zodat de nieuwe schulden (nog afgezien van de oude) eerst afgelost konden worden indien de Friese horeca-onderneming daartoe voldoende omzet zou genereren. Dat keukenleverancier[L], zoals [eiseres] stelt, zich van dit risico bewust was en daarmee heeft ingestemd, is door haar niet (voldoende) aannemelijk gemaakt, evenmin als haar stelling dat [H] Holding B.V. de (ten behoeve van [eiseres] gemaakte) advocatenkosten ad € 7.090,89 als eigen kosten op zich zou hebben genomen, zonder dat [eiseres] die aan [H] Holding B.V. behoefde te vergoeden.

4.5.

De voorzieningenrechter is voorts voorshands van oordeel dat Tros aan [eiseres] voldoende gelegenheid heeft geboden om te reageren op haar bevindingen, nu vast staat dat er voor de dag van de in geding zijnde opnamen reeds contact is geweest tussen Tros en [eiseres] echtgenoot (als haar belangenbehartiger), waarbij Tros [eiseres] of haar echtgenoot in de gelegenheid heeft gesteld haar visie te geven omtrent die bevindingen, hetgeen aan de zijde van [eiseres] is geweigerd. De voorzieningenrechter acht het voorstelbaar dat [eiseres] tijdens de onverwachte confrontatie met Tros’ cameraploeg op 19 november 2013 niet direct ten volle gebruik heeft kunnen maken van de mogelijkheid tot het geven van een weerwoord, doch dat leidt hier niet tot een ander oordeel, nu haar nadien een nadere gelegenheid is geboden om te reageren. Dat zij, naar zij stelt, hiertoe geestelijk niet in staat was, baat haar evenmin, nu zij ook via haar advocaat of bij monde van haar echtgenoot (mondeling of schriftelijk) had kunnen reageren.

4.6.

[eiseres] heeft tot slot nog aangevoerd dat de gewraakte uitzending er waarschijnlijk toe zal leiden dat zij en haar gezin zullen moeten verhuizen. Vaststaat dat de persoonlijke levenssfeer van [eiseres] met de voorgenomen uitzending in het geding is. Gelet evenwel op het door de Tros gestelde doel en de strekking van het programma alsmede de hiervoor besproken inhoud over het item over [eiseres], acht de voorzieningenrechter het door [eiseres] gestelde belang niet van zodanig gewicht dat de voormelde belangenafweging met zich brengt dat Tros de beelden van [eiseres] niet mag uitzenden. Daarbij telt mee hetgeen Tros heeft gesteld omtrent de wijze waarop het onderwerp rond [eiseres] in de gewraakte uitzending zal worden gepresenteerd, zoals onder 3.4 weergegeven. Het gevorderde zal worden afgewezen.

4.7.

Al het voorgaande leidt tot het oordeel dat de onder 4.2 omschreven belangenafweging niet in het voordeel van [eiseres] uitvalt, zodat haar vordering niet toewijsbaar is. Dit oordeel van de voorzieningenrechter laat onverlet dat [eiseres] na de gewraakte uitzending alsnog schadevergoeding en/of rectificatie kan vorderen, indien zij van mening is dat de inhoud en vorm van de uitzending jegens haar onrechtmatig is.

4.8.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Tros worden begroot op:

- griffierecht €  589,00

- salaris advocaat 904,00

Totaal €  1.493,00

4.9.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1

wijst de vorderingen af,

5.2

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van Tros tot op heden begroot op € 1.493,00,

5.3

veroordeelt [eiseres] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiseres] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.4

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Steenbergen en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2013.