Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:7191

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
16-12-2013
Datum publicatie
03-01-2014
Zaaknummer
2539879
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding arbeidsovereenkomst na geweigerde ontslagvergunning wegens reorganisatie. Methode De Blécourt? Reflexwerking Beleidsregels Ontslagtaak UWV (uitwisselbare functies, afspiegelingsbeginsel). Voormalige ondergeschikte is in de nieuwe functie benoemd. De nieuwe functie verschilt niet in relevante mate van de oude functie.

De werkgever heeft in beginsel de vrijheid om voor een nieuwe functie de meest geschikte kandidaat te selecteren, maar hij moet zijn besluit dan wel goed toelichten, er mag geen sprake zijn van willekeur. Die toelichting heeft hij niet gegeven. Bijvoorbeeld geen verslagen van functioneringsgesprekken van beide werknemers overgelegd, of een assessment afgenomen. Werknemer heeft jarenlang naar tevredenheid als leidinggevende gefunctioneerd. Hij heeft ook commerciële kwaliteiten.

Afwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2014-0003

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 2539879 UE VERZ 13-815 PK 4082

Beschikking van 16 december 2013

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AXA Stenman Nederland B.V.,

gevestigd te Veenendaal,

verder ook te noemen AXA,

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. R.W.J. Beerens,

tegen:

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

verder ook te noemen [verweerder],

verwerende partij,

gemachtigde: mr. J.C. Bender.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift, ontvangen op 15 november 2013

  • -

    het verweerschrift

  • -

    de mondelinge behandeling van 9 december 2013.

1.2.

Hierna is uitspraak bepaald.

2 De feiten

2.1.

AXA is een bedrijf dat onderdeel is van een concern, AXA Stenman Group. Er zijn vestigingen in Nederland, Polen en Frankrijk. AXA legt zich toe op de productie van en de handel in hang- en sluitwerk (Raam- en Deur Componenten, RDC), en fietsonderdelen (Bicycle Components, BC). AXA te Veenendaal telde in juni 2013 160 werknemers.

2.2.

[verweerder] is op 16 augustus 2004 in dienst getreden bij AXA in de functie van Manager Productontwikkeling. De arbeidsovereenkomst geldt voor onbepaalde duur. Het laatstelijk verdiende loon bedraagt € 7.619,-- bruto per maand exclusief 8% vakantiebijslag. [verweerder] is geboren op 30 augustus 1955, en is thans derhalve 58 jaar oud.

2.3.

Tot 2009 was [verweerder] verantwoordelijk voor de productontwikkelingsprojecten van zowel raam- en deurcomponenten als fietsonderdelen. In 2009 is deze afdeling gesplitst. [verweerder] kreeg de functie Product Development Manager BC (fietsonderdelen), [B] kreeg de functie Manager Productontwikkeling RDC (raam- en deurcomponenten). [A] (hierna: [A]) was onder [verweerder] werkzaam als Senior Productontwerper BC.

2.4.

In het kader van een reorganisatie heeft AXA op 26 juni 2013 voor 47 werknemers een ontslagvergunning aangevraagd bij het UWV, met als onderbouwing dat de functie van deze werknemers is komen te vervallen. Bij deze aanvraag was een organigram gevoegd van de toenmalige en de nieuwe situatie. Daaruit blijkt dat de functies Product Development Manager BC en die van Manager Productontwikkeling RDC vervallen, en dat er onder andere een tweetal nieuwe functies zijn gecreëerd, nl. Manager Innovation BC (fietsonderdelen) en die van Manager Innovation RDC (raam- en deurcomponenten). Ook de functie van [A], Senior Productontwerper BC, kwam te vervallen.

2.5.

In de ontslagaanvraag voor [verweerder] is gesteld dat zijn functie van Manager Product Development BC een unieke functie is, zodat toepassing van het afspiegelingsbeginsel niet aan de orde is.

Het UWV heeft alle ontslagaanvragen toegewezen, met uitzondering van die voor [verweerder], omdat AXA "niet (heeft) onderbouwd of stukken (heeft) overgelegd waaruit blijkt dat werknemer niet herplaatsbaar is op deze nieuwe functie. Nu de functiebeschrijvingen slechts op enkele punten verschillen vinden wij het aannemelijk dat de werknemer, rekening houdend met de korte inwerkperiode, de nieuwe functie van manager innovation BC kan vervullen".

2.6.

Op 5 juli 2013, dus voorafgaand aan de ontslagaanvragen, heeft de directeur van AXA bekendgemaakt dat [A] is aangesteld als Manager Innovation BC en dat [verweerder] "will leave the company".

[B] is aangesteld als Manager Innovation RDC.

Op verzoek van AXA is [verweerder] vanaf eind september 2013 niet meer op het werk verschenen. Het loon wordt wel doorbetaald.

2.7.

Met FNV Bondgenoten en CNV Vakmensen is een Sociaal Plan overeengekomen, welke plan onder meer voorziet in een financiële tegemoetkoming aan ontslagen werknemers conform de kantonrechtersformule, waarbij C = 0,5.

3 Het verzoek en de grondslag daarvan

3.1.

AXA verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerder] op zo kort mogelijke termijn te ontbinden zonder toekenning van een vergoeding, althans onder toekenning van een vergoeding als bedoeld in het Sociaal Plan.

Zij voert daartoe het volgende aan.

Het UWV heeft de toestemming om de arbeidsovereenkomst met [verweerder] op te zeggen op verkeerde gronden geweigerd. Op grond van de Beleidsregels Ontslagtaak UWV (hoofdstuk 20, §4 onder b) heeft de werkgever bij herplaatsing van medewerkers in een nieuwe functie immers de vrijheid om de in zijn ogen meest geschikte kandidaat te selecteren. Aldus heeft zij [A], en niet [verweerder], voor de functie van Manager Innovation BC geselecteerd.

Deze keuze is ingegeven, naast de lengte van het dienstverband van [A] (hij is in dienst sinds 1 oktober 1998, [verweerder] sinds 16 augustus 2004), door de omstandigheid dat [A] beter dan [verweerder] voldoet aan het functieprofiel van de nieuwe functie. Met name de door [A] gedemonstreerde vaardigheden om samen te werken binnen een team en vaardigheden om de verbinding te leggen tussen commercie en innovatie, maakt hem in de ogen van AXA de ideale kandidaat voor deze functie. Meer specifiek: [A] is meer dan [verweerder] de gewenste teamspeler, hetgeen op meerdere fronten van belang is.

3.2.

In de eerste plaats dient de Manager Innovation BC als onderdeel van het team leiding te geven aan de medewerkers van de afdeling. De afdeling bestaat meer dan voorheen uit een team van vakvolwassen specialisten op verschillende disciplines, te weten productontwikkeling, productmarketing en productindustrialisatie. Dit vraagt om een rol die meer meewerkend/coachend is. En moet voldoende ruimte zijn voor de eigen inbreng van deze specialisten. Deze wijze van leidinggeven is aldus een andere dan die welke [verweerder] ten toon heeft gespreid; de kans op conflicten met vakvolwassen teamleden lijkt aanzienlijk. [A] is daarentegen goed in staat om een dergelijke rol te vervullen.

Hiernaast is samenwerking van groot belang binnen het managementteam van de Business Line BC. De Manager Innovation BC maakt deel uit van dit team. Een goede samenwerking en afstemming tussen commercie, marketing en innovatie is cruciaal voor het bedrijf. Er moet sprake zijn van een onderling vertrouwen en wederzijds respect. [verweerder] heeft een dergelijke status (nog) niet verworven. Naar de mening van AXA heeft [A] vertrouwen en respect binnen het team en is hij goed in staat om de gewenste verbinding te leggen tussen commercie en innovatie, waardoor de kans op mogelijke conflicten geminimaliseerd lijkt.

4 Het verweer

4.1.

[verweerder] verzoekt het ontbindingverzoek af te wijzen. Hij voert daartoe het volgende aan.

Gelet op de onderbouwing van het ontbindingsverzoek komt in deze zaak reflexwerking toe aan de Beleidsregels Ontslagtaak UWV.

Primair stelt [verweerder] dat de bedrijfseconomische noodzaak op zijn zachtst gezegd summier is onderbouwd, nu alleen wordt verwezen naar de stukken van de UWV-procedure. Op zijn beurt verwijst hij naar hetgeen hij in de UWV-procedure heeft aangevoerd, namelijk dat de bedrijfseconomische noodzaak tot beëindiging van het dienstverband niet aannemelijk is gemaakt.

Volgens [verweerder] is de nieuwe functie Manager Innovation BC uitwisselbaar met de vervallen functie Manager Product Development BC. [verweerder] verwijst daartoe naar de functieomschrijvingen van beide functies. De nieuwe functie kent slechts twee ondergeschikte aandachtsgebieden meer (productmanagement en industrialisatie), en één minder (het aansturen van de afdeling in Frankrijk). Met productmanagement heeft [verweerder] ervaring: heeft jarenlang met productmanagers samengewerkt. Hetzelfde geldt voor industrialisatie: hij heeft bij zijn vorige werkgever jarenlang als Hoofd afdeling constructie leiding gegeven aan een fabriek.

4.2.

Subsidiair voert [verweerder] aan dat de functie van [B] (Manager Productontwikkeling RDC) uitwisselbaar is met zijn oorspronkelijke functie van Manager Product Development BC. Tot 2009 heeft [verweerder] leiding gegeven aan een afdeling die zich zowel met BC (fietsonderdelen) als met RDC (raam- en deurcomponenten) bezighield. Volgens [verweerder] heeft het er de schijn van dat AXA de functiebenaming Manager Productontwikkeling BC/Manager Product Development RDC gebruikt om het afspiegelingsbeginsel te omzeilen.

Na een zeer korte inwerktijd zou [verweerder] in staat zijn de functie van [B] over te nemen.

Indien tussen hem en [B] zou zijn afgespiegeld, zou volgens de daarvoor geldende criteria [B] voor afvloeiing in aanmerking komen, en niet [verweerder].

4.3.

Meer subsidiair voert [verweerder] aan, dat AXA haar beslissing om [A] voor de functie van Manager Innovation BC in aanmerking te brengen in plaats van [verweerder] onvoldoende gemotiveerd heeft toegelicht. Volgens [verweerder] heeft AXA voorts niet toegelicht waarom zij voor deze functiewijzigingen heeft gekozen. De functiewijzigingen komen volgens hem neer op de zgn. stoelendans (methode De Blécourt). Het door AXA gehanteerde selectiesysteem dient zo inzichtelijk en objectief mogelijk te zijn. Daarvan is in dit geval geen sprake. [verweerder] is niet eens in de gelegenheid gesteld om naar de "nieuwe" functie te solliciteren. Dat [A] meer aan de functievereisten voldoet is onvoldoende gemotiveerd. Om de geschiktheid objectief te bepalen, had AXA een extern assessment bureau in moeten schakelen, hetgeen zij heeft nagelaten. Volgens [verweerder] heeft hij van AXA gewoonweg geen faire kans gekregen om zijn loopbaan in de organisatie voort te zetten.

Met betrekking tot zijn commerciële vaardigheden wijst [verweerder] nog op een e-mailbericht van 27 juni 2013 van de directeur[C], waarin deze onder meer schrijft dat [verweerder] de hand heeft gehad in veel echte innovatie, dat hij ervoor heeft gezorgd dat AXA over een mooi pakket fietsverlichting beschikt dat zeer concurrerend is, niet alleen qua prestaties en vormgeving maar ook qua productiekosten, dat hij projecten heeft geleid met toeleveranciers in het Verre Oosten en elders, en dat hij heeft laten zien over de nodige commerciële vaardigheden te beschikken.

5 De beoordeling

5.1.

Met partijen is de kantonrechter van oordeel dat gelet op de aangevoerde ontbindingsgrond in dit geval reflexwerking toekomt aan de Beleidsregels Ontslagtaak UWV.

Naar het oordeel van de kantonrechter is AXA onvoldoende gemotiveerd ingegaan op het verweer van [verweerder], dat de nieuwe functie Manager Innovation BC niet in relevante mate verschilt van de oude functie Product Development Manager BC. AXA is nauwelijks ingegaan op hetgeen [verweerder] daarover in de UWV-procedure en in deze ontbindingsprocedure naar voren heeft gebracht.

5.2.

Hetzelfde geldt voor de stelling van [verweerder], dat AXA haar beslissing om [A] voor de functie van Manager Innovation BC in aanmerking te brengen onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt. De kantonrechter neemt hierbij in aanmerking dat de Beleidsregels Ontslagtaak UWV (hoofdstuk 20, §4 onder c) bepalen dat de werkgever in beginsel de ruimte heeft om de in zijn ogen meest geschikte kandidaten selecteren, maar dat daarbij wel verlangd mag worden dat hij zijn besluit goed toelicht en dat geen sprake is van willekeur. In deze ontbindingsprocedure heeft AXA volstaan met haar stellingen te herhalen, maar gelet op het door [verweerder] gevoerde verweer in de UWV-procedure en in deze procedure had het op haar weg gelegen dit verweer nader met stukken te onderbouwen: bijvoorbeeld door verslagen van functioneringsgesprekken en/of beoordelingsgesprekken van [A] en [verweerder] over te leggen waaruit zou kunnen blijken dat [A] (inderdaad) de beste kandidaat was. Ook had zij beide kandidaten bij een extern bureau een assessment kunnen laten afnemen. De kantonrechter neemt hierbij in aanmerking dat [verweerder] een jarenlange ervaring heeft in een leidinggevende functie met betrekking tot productontwikkeling (zowel bij zijn vorige werkgever als bij AXA), dat AXA heeft erkend dat hij steeds naar behoren heeft gefunctioneerd en dat uit eerder genoemd e-mailbericht van de directeur blijkt dat hij over goede commerciële vaardigheden beschikt.

5.3.

Ter zitting heeft AXA nog aangevoerd dat de functie van Manager Innovation BC niet passend zou zijn vanwege het lagere salaris van € 4.500,-- bruto per maand, maar de kantonrechter gaat daaraan voorbij. Ter zitting heeft [verweerder] naar voren gebracht dat dit gegeven nieuw voor hem is, en dat dit bedrag (toevallig) overeenstemt met het loon van [A] in diens vorige functie. Uit niets blijkt dat dit bedrag berust op een (in het kader van de reorganisatie vastgestelde) waardering van de functie, in plaats van op het toenmalige salarisniveau van [A].

5.4.

De kantonrechter zal in het midden laten of sprake is van uitwisselbaarheid met de functie Manager Innovation RDC (voor welke functie [B] in aanmerking is gebracht). AXA heeft onvoldoende weersproken dat deze functie niet passend zou zijn voor [verweerder]. Zij had haar keuze om [B] en niet [verweerder] voor deze functie in aanmerking te brengen daarom gemotiveerd dienen toe te lichten. Zij heeft echter volstaan met enkele algemene opmerkingen. Voor het overige verwijst de kantonrechter naar hetgeen hij met betrekking tot de keuze voor [A] in het voorgaande heeft overwogen.

5.5.

De slotsom is dat het ontbindingverzoek niet toewijsbaar is.

5.6.

Gelet op de rechtsverhouding tussen partijen zullen de proceskosten worden gecompenseerd.

6 De beslissing

De kantonrechter:

- wijst het verzoek af;

- compenseert de proceskosten in die zin, dat partijen de eigen kosten dragen.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Krepel, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 16 december 2013.