Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:7093

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
03-09-2013
Datum publicatie
16-12-2013
Zaaknummer
16-656324-12; 16-661145-13; 16-661344-13; 16-661619-13 en 16-661692-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte veroordeeld voor diefstal met geweld, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, diefstal en diefstal in vereniging tot een gevangenisstraf van 5 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Sr en een voorwaardelijke ISD maatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummers: 16/656324-12; 16/661145-13 (ter terechtzitting gevoegd); 16/661344-13 (ter terechtzitting gevoegd); 16/661619-13 (ter terechtzitting gevoegd) en 16/661692-13 (ter terechtzitting gevoegd) (P)

Datum uitspraak: 3 september 2013

Vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak gewezen in de gevoegde zaken tegen:

[verdachte] ,

geboren op[geboortedatum] te[geboorteplaats] (Nederlandse Antillen),

p/a: [adres 1], [postcode] [woonplaats],

thans preventief gedetineerd in P.I. Nieuwegein, Huis van Bewaring, locatie Nieuwegein.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 20 augustus 2013. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. M. Hoekzema, advocaat te Utrecht.

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is op de terechtzitting gewijzigd.

De tenlastelegging is, met wijziging, als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Ten aanzien van parketnummer 16/656324-12

op 28 september 2012 te Utrecht een diefstal met geweld heeft gepleegd;

Ten aanzien van parketnummer 16/661145-13

op 6 februari 2013 te Utrecht [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht dan wel met het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel;

Ten aanzien van parketnummer 16/661344-13

op 6 april 2013 te Utrecht een fiets heeft gestolen;

Ten aanzien van parketnummer 16/661619-13

Feit 1, primair:

In of omstreeks de periode van 6 juni 2013 tot en met 14 juni 2013 te Utrecht een fiets heeft gestolen;

Feit 1, subsidiair:

op 14 juni 2013 te Utrecht die fiets heeft geheeld;

Feit 2, primair:

in of omstreeks de periode van 6 juni 2013 tot en met 7 juni 2013 te Utrecht een OV-chipkaart heeft gestolen;

Feit 2, subsidiair:

in of omstreeks de periode van 6 juni 2013 tot en met 14 juni 2013 te Utrecht die OV-chipkaart heeft geheeld.

Ten aanzien van parketnummer 16/661692-13

op 23 juni 2013 te Utrecht samen met een ander een fiets heeft gestolen.

3 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Ten aanzien van parketnummer 16/656324-12

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de diefstal met geweld heeft gepleegd. Hij baseert zich daarbij op de aangifte van[slachtoffer 3], de aangifte van [slachtoffer 2] en het proces-verbaal van bevindingen, waaruit blijkt dat de ketting van de aangever [slachtoffer 2] vernield is.

Ten aanzien van parketnummer 16/661145-13

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht dan wel met het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Hij baseert zich daarbij op de aangifte van [slachtoffer 1] en de getuigenverklaring van [getuige 1].

Ten aanzien van parketnummer 16/661344-13

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de fiets heeft gestolen. Hij baseert zich daarbij op de aangifte van [benadeelde 2], de getuigenverklaring van [getuige 2] en de tegenstrijdige verklaringen van verdachte bij politie op 6 april 2013 en de rechter-commissaris op 8 april 2013.

Ten aanzien van parketnummer 16/661692-13

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met een ander de fiets heeft gestolen. Hij baseert zich daarbij op de getuigenverklaringen van [getuige 3] en [getuige 4] en op de foto’s op de bladzijdes 50 en 51 van het dossier.

Ten aanzien van parketnummer 16/661619-13

De officier van justitie acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de fiets heeft gestolen dan wel deze heeft geheeld. De officier van justitie acht eveneens niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de OV-chipkaart heeft gestolen dan wel geheeld. Derhalve verzoekt de officier van justitie de rechtbank de verdachte vrij te spreken van de bij parketnummer 16/661619-13 onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van parketnummer 16/656324-12

Met de officier van justitie is de verdediging van mening dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte de diefstal met geweld heeft gepleegd. De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van parketnummer 16/661145-13

De verdediging is van mening dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht dan wel met het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, zodat verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken. De verdediging voert daartoe aan dat verdachte het mes langs zijn lichaam heeft gehouden en niet met het mes heeft gewezen, dat het uitspreken van de woorden ‘zie je wel, jij staat bovenaan de lijst’ objectief gezien niet als een bedreiging is op te vatten en dat de beveiliger, gezien de voorgeschiedenis van verdachte, kon weten dat de woorden niet als een bedreiging bedoeld waren.

Ten aanzien van parketnummer 16/661344-13

De verdediging is van mening dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte de fiets heeft gestolen, zodat verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken. De verdediging voert daartoe aan dat het moeilijk is vast te stellen of de fiets van de aangeefster dezelfde fiets betreft als de fiets waarmee verdachte is aangetroffen.

Ten aanzien van parketnummer 16/661692-13

De verdediging is van mening dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte samen met een ander de fiets heeft gestolen, zodat verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken. De verdediging voert daartoe aan dat er geen aangifte is gedaan van de diefstal van een fiets, dat er op de fiets geen braaksporen zijn aangetroffen en dat geen verbroken slot is gevonden.

Ten aanzien van parketnummer 16/661619-13

Met de officier van justitie is de verdediging van mening dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte de fiets heeft gestolen dan wel deze heeft geheeld. Met de officier is van justitie is de verdediging eveneens van mening dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte de OV-chipkaart heeft gestolen dan wel deze heeft geheeld. De verdachte dient dan ook van de bij parketnummer 16/661619-13 onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten te worden vrijgesproken.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Vrijspraak

De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier voorhanden is om tot een bewezenverklaring van bij parketnummer 16/661619-13 onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten te kunnen komen. De rechtbank zal verdachte daarom van deze feiten vrijspreken.

4.3.2

Feiten en omstandigheden

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.1

Ten aanzien van parketnummer 16/656324-12

Aangever [slachtoffer 3], werkzaam als beveiliger op het Groot Winkelcentrum Overvecht te Utrecht, zag op 28 september 2012 in de Albert Heijn aan de Roelantdreef 41 te Utrecht dat op de ondergoedafdeling een man een verpakking met twee onderbroeken uit de verkoopstelling pakte en deze onder zijn broek stopte. Vervolgens zag [slachtoffer 3] dat de man ook een busje gasvulling en een pak met aanstekers pakte en deze in zijn jaszak stopte. De man passeerde de kassa’s zonder deze goederen af te rekenen. [slachtoffer 3] heeft de man aangehouden en meegenomen naar een kantoor op eerste verdieping.2 De man haalde daar de weggenomen goederen uit zijn kleding.3 De man rende vervolgens opeens het kantoor uit. Buiten de Albert Heijn kon [slachtoffer 3] samen met twee andere medewerkers van de Albert Heijn de man vastpakken.4 Eén van deze medewerkers was [slachtoffer 2].5 De man probeerde [slachtoffer 3] te slaan en zich hardhandig los te rukken.6 De man trok ook hard aan een halsketting die [slachtoffer 2] om zijn nek had, waardoor [slachtoffer 2] hardhandig met zijn hoofd naar beneden werd getrokken en de halsketting stuk ging.7 Nadat verbalisant [verbalisant 1] ter plaatse kwam, heeft hij waargenomen dat de ketting van [slachtoffer 2] vernield was.8 De man werd door [slachtoffer 3] overgedragen aan verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2]. De man bleek te zijn [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen).9

Gelet op de hierboven genoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 28 september 2012 twee onderbroeken, een aansteker en een verpakking gasnavulling heeft gestolen bij de Albert Heijn en dat die diefstal werd gevolgd van geweld tegen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2], welk geweld bestond uit het door verdachte maken van slaande bewegingen in de richting van [slachtoffer 3], het door verdachte rukken in een richting tegenovergesteld aan waar [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] hem wilde voeren en het door verdachte met kracht trekken aan de halsketting van [slachtoffer 2].

Ten aanzien van parketnummer 16/661145-13

Aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij zich op woensdag 6 februari 2013 in de hoedanigheid van beveiligingsmedewerker bevond in [naam]. [naam] is een opvanghuis voor verslaafden en is gelegen in [adres 2] te Utrecht.10 [slachtoffer 1] zag omstreeks 13.50 uur [verdachte] lopen in de richting van de toiletten. [slachtoffer 1] besloot samen met collega [getuige 1] naar de toiletten te gaan. De toiletdeur ging open en [verdachte] stond in de deuropening van het toilet. [verdachte] hield in zijn rechterhand een mes vast. [verdachte] zei: ‘Zie je wel, jij staat bovenaan de lijst.’ [verdachte] wees met zijn linkerhand naar een lijst, welke aan de muur in de gang hing.11

Getuige [getuige 1] heeft gezien dat [verdachte] in de richting van aangever [slachtoffer 1] riep: ‘Jij staat bovenaan mijn lijstje.’ [verdachte] keek hierbij in de richting van aangever [slachtoffer 1]. [getuige 1] heeft verder gezien dat [verdachte] in zijn rechterhand een mes had. [verdachte] zette zijn woorden kracht bij, door zijn linkerhand in de lucht te steken en deze op de muur te houden. Op deze wijze gaf hij de hoogte van het lijstje aan.12

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij in de deuropening van het toilet stond, met zijn mes in zijn rechterhand. Dit mes was opengeklapt. Op dat moment heeft verdachte gezegd: ‘Jij staat bovenaan de lijst.’13

Nadere bewijsoverweging

Gelet op de hierboven genoemde bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd. De rechtbank is van oordeel dat verdachte met het uiten van de woorden ‘zie je wel, jij staat bovenaan de lijst’, terwijl hij met een mes in de deuropening stond, aangever heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht. Ook het feit dat aangever vanuit zijn functie op de hoogte zou zijn van de voorgeschiedenis van verdachte, doet niet af aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van parketnummer 16/661344-13

Aangeefster [benadeelde 2] heeft verklaard dat zij op vrijdag 5 april 2013, omstreeks 8.30 uur, haar fiets heeft geplaatst in een fietsenrek aan de Spinozaweg te Utrecht. De fiets stond op slot door middel van een kettingslot en een hangslot. Het voorwiel van de fiets stond vast aan het fietsenrek door middel van het voornoemde hangslot. Op zondag 7 april 2013, omstreeks 09.00 uur, zag aangeefster dat haar fiets niet meer stond op de plaats waar ze deze fiets had achtergelaten. Alleen het voorwiel van de fiets van aangeefster stond nog vast aan het fietsenrek met het kettingslot.14

Getuige [getuige 2] heeft op 6 april 2013, omstreeks 15.30 uur, gezien dat een man aan kwam fietsen met een wiel van een fiets onder zijn arm en dat de man stopte bij de fietsenrekken die staan ter hoogte van de Spinozaweg 24 te Utrecht. Bij een gestalde fiets draaide de man de moeren van het voorwiel van deze fiets los. Het voorwiel van de gestalde fiets zat met een kettingslot aan het fietsenrek vast. De man haalde de fiets van het voorwiel af en monteerde het door hem meegebrachte wiel onder de fiets. De man fietste richting de Joseph Haydnlaan, terwijl hij aan de hand de fiets uit het fietsenrek met zich meevoerde. [getuige 2] belde de politie en zag vervolgens dat de man werd aangehouden door de politie.15

Verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] zagen ter hoogte van de Leidseweg te Utrecht een persoon fietsen. Deze persoon nam een fiets mee in zijn hand. Verbalisanten [verbalisant 3] en[verbalisant 4] hielden de man staande. Via de portofoon vernamen de verbalisanten dat volgens de getuige de aangehouden man de verdachte van de diefstal betrof. De man bleek te zijn [verdachte].16

Gelet op de hierboven genoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 6 april 2013 een fiets heeft gestolen.

Ten aanzien van parketnummer 16/661692-13

Getuige [getuige 4] reed op 23 juni 2013, omstreeks 12.30 uur samen met getuige [getuige 3] over het trottoir van de Croeselaan, ter hoogte van café de Korenbeurs. [getuige 4] zag dat ter hoogte van café De Korenbeurs een negroïde man hard op een fietsslot sloeg met een voorwerp dat in een gele plastic tas was verpakt.17 [getuige 4] waarschuwde [getuige 3]. Zowel [getuige 4] als [getuige 3] heeft waargenomen dat de man samen met een vrouw wegfietste in de richting van de Van Zijstweg. De vrouw droeg een lichtgekleurde pet.18 De negroïde man droeg een witte broek.19

Verbalisanten[verbalisant 5] en [verbalisant 6] vernamen op 23 juni 2013 via de meldkamer dat twee verdachten van een fietsendiefstal op de gestolen fiets wegreden richting de Croeselaan. De verdachten waren volgens de melding beiden negroïde en één van de verdachten droeg een lichtgekleurde pet. Op de Voorsterbeeklaan zagen verbalisanten[verbalisant 5] en [verbalisant 6] twee negroïde personen op een fiets rijden. De verdachte met de lichte pet zat achterop.20 De persoon die op de fiets trapte, had een lichtkleurige broek aan en droeg een donkere muts over zijn hoofd.21 Na een korte achtervolging zag verbalisant[verbalisant 5] op de Balijelaan, ter hoogte van de Jekerstraat een negroïde vrouw lopen, die een licht petje vasthield in haar hand.22 Verbalisanten[verbalisant 5] en [verbalisant 6] herkenden de vrouw als de persoon die achterop de fiets had gezeten.23 De vrouw bleek te zijn [medeverdachte].24 Verbalisant [verbalisant 6] zag onder één van de voertuigen in de richting van de Merwekade een negroïde man liggen met een zwart mutsje op zijn hoofd. Deze man bleek te zijn [verdachte].25

Verbalisanten[verbalisant 7] en [verbalisant 8] bevonden zich op 23 juni 2013 op de Croeselaan te Utrecht. Ter hoogte van perceel 89 en 91, naast horecagelegenheid ‘De Korenbeurs’ troffen zij een geel plastic tasje aan. In het tasje zat een baksteen. Om het tasje lagen diverse afgebroken stukken plastic. Op de Balijelaan, ter hoogte van perceel 79, zagen verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 8] een zwarte fiets voorzien van het merk Hollandia. De fiets stond niet goed in het fietsenrek gestald en was niet afgesloten door middel van een slot.26

Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat zij op 23 juni 2013 bij café De Korenbeurs op[verdachte] wachtte. [medeverdachte] droeg die dag onder andere een wit/groen petje. [medeverdachte] hoorde een klap en wist toen dat [verdachte] een fiets aan het stelen was. [medeverdachte] is bij [verdachte] achterop de fiets gesprongen. [verdachte] heeft op een gegeven moment de fiets in een fietsenrek geparkeerd. Terwijl [medeverdachte] door een politieagent werd aangehouden, zag zij [verdachte] onder een auto liggen. [verdachte] is vervolgens ook aangehouden.27

Gelet op de hierboven genoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 23 juni 2013 samen met een ander een fiets heeft gestolen.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de onder 4. vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

Ten aanzien van parketnummer 16/656324-12

op 28 september 2012 te Utrecht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (uit een supermarkt gevestigd aan de Roelantdreef 41) heeft weggenomen een of meer onderbroeken en een aansteker en een verpakking gasnavulling, geheel toebehorende aan supermarkt Albert Heijn, welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen [slachtoffer 3] (beveiligingsmedewerker van het winkelcentrum waar die Albert Heijn gevestigd is) en[slachtoffer 2] (medewerker van supermarkt Albert Heijn), gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te

maken, welk geweld hierin bestond dat (nadat die [slachtoffer 3] hem, verdachte, had aangehouden en nadat hij, verdachte, na te zijn weggerend door die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 2] was vastgepakt teneinde te voorkomen dat hij, verdachte, opnieuw zou wegrennen)

- een of meer slaande bewegingen heeft gemaakt in de richting van die [slachtoffer 3], en

- heeft gerukt in een richting tegenovergesteld aan waar die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 2] hem, verdachte, wilde voeren, en

- ( met kracht) heeft getrokken aan de halsketting van die [slachtoffer 2] zodat die [slachtoffer 2] met zijn hoofd naar beneden werd getrokken.

Ten aanzien van parketnummer 16/661145-13

op 6 februari 2013 te Utrecht, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] een mes getoond en (daarbij) dreigend de woorden toegevoegd :"Zie je wel, jij staat bovenaan de lijst".

Ten aanzien van parketnummer 16/661344-13

op 6 april 2013 te Utrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (op de Spinozaweg gestald staande) fiets, geheel toebehorende aan [benadeelde 2], waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door verbreking (te weten het demonteren van het wiel van die fiets waarmee die fiets door middel van een kettingslot aan een fietsenhek was vast gemaakt);

Ten aanzien van parketnummer 16/661692-13

op 23 juni 2013 te Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets (merk: Hollandia), geheel of ten dele toebehorende aan een tot nu toe onbekend gebleven persoon, waarbij verdachte en zijn mededader het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking, hebbende hij, verdachte, met een baksteen, op het slot van deze fiets geslagen.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op:

Ten aanzien van parketnummer 16/656324-12

diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken;

Ten aanzien van parketnummer 16/661145-13

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

Ten aanzien van parketnummer 16/661344-13

diefstal;

Ten aanzien van parketnummer 16/661692-13

diefstal door twee of meer verenigde personen.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders, verder te noemen ISD, voor de duur van twee jaar.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouwe heeft aangevoerd van mening te zijn dat een (voorwaardelijke) ISD-maatregel thans nog niet aan de orde is, nu er nog alternatieven zijn in de vorm van een klinische behandeling en verdachte gemotiveerd is voor voornoemde klinische behandeling. Verder heeft de raadsvrouwe opgemerkt dat de totstandkoming van het ISD-advies zeer bedenkelijk is, nu het advies is opgemaakt na een zeer kort gesprek met verdachte op 25 juli 2013 en het advies verschillende onwaarheden bevat.

De verdediging verzoekt de rechtbank aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die gelijk is aan de duur van het voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft drie vermogensdelicten gepleegd, te weten een diefstal, een diefstal met geweld en een diefstal samen met een ander. Uit de handelingen van verdachte blijkt dat verdachte weinig respect toont voor andere mensen en hun eigendommen. Bovendien veroorzaakt verdachte door het plegen van dit soort strafbare feiten veel overlast en angst.

Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Het slachtoffer voelde zich hierdoor angstig en was geschrokken. Verdachte heeft op geen enkel moment stil gestaan bij de gevolgen van zijn handelen op het slachtoffer.

Blijkens het Uittreksel justitiële documentatie van 1 augustus 2013 is verdachte veelvuldig veroordeeld voor voornamelijk vermogensdelicten, onder meer tot vrijheidsbenemende straffen. Daarnaast heeft de Meervoudige Strafkamer in de rechtbank te Utrecht in september 2006 aan verdachte de ISD-maatregel opgelegd.

Verder heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

  • -

    Het reclasseringsadvies van 13 augustus 2013 van de heer L. Scheffers en de verklaring van de heer L. Scheffers ter terechtzitting van 20 augustus 2013. De heer Scheffers acht het recidiverisico hoog. Verdachte onttrekt zich aan het reclasseringstoezicht en staat niet open voor hulpverlening. Verdachte is niet gemotiveerd om aan zijn problemen te werken, waardoor eerdere hulpverlening niet van de grond is gekomen. Bij een eerder vonnis moest verdachte zich in het kader van een bijzondere voorwaarde laten opnemen. Deze opname is niet gerealiseerd, omdat verdachte hiervoor niet te motiveren was. In 2013 werd verdachte de kans geboden om alsnog een klinisch traject in te gaan met hulp van het GAVO van Victas. Verdachte raakte echter wederom gedetineerd omdat hij een delict had gepleegd. Verdachte is een langdurig verslaafde man, die in forse mate zowel soft- als harddrugs gebruikt. Gezien het blijven recidiveren van verdachte in delictgedrag, adviseert de reclassering om aan verdachte de ISD-maatregel op te leggen.

  • -

    De verklaring van mevrouw T. Breukink, begeleider van verdachte vanuit Victas, ter terechtzitting van 20 augustus 2013. Naar de mening van mevrouw Breukink is de motivatie van verdachte voor een klinische behandeling de afgelopen maanden toegenomen. Mevrouw Breukink acht de kans van slagen van een behandeling in een vrijwillig kader of in het kader van een bijzondere voorwaarde groter dan van een behandeling vanuit de ISD-maatregel. Verdachte kan vanaf 4 september 2013 worden opgenomen door Triple-Ex voor een klinische behandeling.

Gelet op voornoemde documentatie, in samenhang bezien met de informatie uit het rapport van Victas, is voldaan aan de wettelijke vereisten die op grond van artikel 38m Wetboek van Strafrecht aan de oplegging van de ISD-maatregel worden gesteld. Verdachte is in de periode van vijf jaren voorafgaand aan de bewezen verklaarde feiten van 28 september 2012, 6 februari 2013, 6 april 2013 en 23 juni 2013 ten minste driemaal onherroepelijk veroordeeld tot vrijheidsnemende of beperkende straffen, welke straffen volgens voornoemd uittreksel ook ten uitvoer zijn gelegd voorafgaand aan de bovengenoemde strafbare feiten. De bewezen verklaarde feiten zijn misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten.

Voorts dient er ernstig rekening mee te worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan. Gezien het voorgaande voldoet verdachte aan de formele criteria voor het opleggen van een ISD-maatregel.

De rechtbank is echter, ondanks de bevindingen van de reclassering, van oordeel dat het onvoorwaardelijk opleggen van de maatregel tot plaatsing van de verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders op dit moment niet wenselijk en noodzakelijk is. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard gemotiveerd te zijn voor een klinische behandeling bij Triple-Ex of een soortgelijke instelling. T. Breukink heeft bovendien ter terechtzitting van 20 augustus 2013 verklaard dat zij de kans van slagen van een behandeling in een vrijwillig kader of in het kader van een bijzondere voorwaarde groter acht dan van een behandeling vanuit de ISD-maatregel.

Wel acht de rechtbank de oplegging van een voorwaardelijke ISD-maatregel passend en geboden. De rechtbank acht de voorwaarden die aan een voorwaardelijke ISD-maatregel zullen worden verbonden, waaronder een klinische opname bij Triple-Ex, voldoende waarborg om verdachte er van te weerhouden zich aan strafbare feiten schuldig te maken en om verdachte te bewegen mee te werken aan toezicht, begeleiding en behandeling.

Gezien de ernst van de feiten en het feit dat er sprake is van recidive, acht de rechtbank eveneens, naast de voorwaardelijke ISD-maatregel, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een passende strafmodaliteit voor de bewezenverklaarde feiten.

9 Het beslag

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vordert de verbeurdverklaring van het mes behorende bij parketnummer 16/661145-13.


De officier van justitie vordert de teruggave van de OV-chipkaart behorende bij parketnummer 16/661619-13 aan de rechthebbende, te weten [benadeelde 3].

De officier van justitie vordert de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de fiets behorende bij parketnummer 16/661619-13 en de fiets behorende bij parketnummer 16/661692-13.

De officier van justitie vordert de vernietiging van de baksteen behorende bij parketnummer 16/661692-13.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging neemt geen standpunt in ten aanzien van het beslag.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

Het inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten het mes behorende bij parketnummer 16/661145-13, is vatbaar voor verbeurdverklaring, aangezien met behulp van dit voorwerp, dat aan verdachte toebehoort, het bewezenverklaarde is begaan. Voornoemd voorwerp zal daarom verbeurd worden verklaard.

De rechtbank gelast de teruggave van de OV-chipkaart behorende bij parketnummer 16/661619-13 aan[benadeelde 3], omdat deze redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

De rechtbank gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de fiets behorende bij parketnummer 16/661619-13 en de fiets behorende bij parketnummer 16/661692-13.

De rechtbank gelast de vernietiging van de baksteen behorende bij parketnummer 16/661692-13.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 38m, 38n, 47, 57, 285, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak:

Verklaart de onder parketnummer 16/661619-13 ten laste gelegde feiten niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bewezenverklaring

Verklaart bewezen dat verdachte de onder parketnummers 16/656324-12, 16/661344-13, 16/661145-13 en 16/661692-13 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder parketnummers 16/656324-12, 16/661344-13, 16/661145-13 en 16/661692-13 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid

Verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Ten aanzien van parketnummer 16/656324-12

diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken;

Ten aanzien van parketnummer 16/661145-13

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

Ten aanzien van parketnummer 16/661344-13

diefstal;

Ten aanzien van parketnummer 16/661692-13

diefstal door twee of meer verenigde personen.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vijf maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Maatregel

Gelast de plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders met een proeftijd van twee jaar.

Bepaalt dat deze maatregel niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechtbank de tenuitvoerlegging gelast. De rechtbank kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte zich niet aan de volgende voorwaarden houdt.

- Stelt als algemene voorwaarden dat de verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

- Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat verdachte zich op de dag nadat het onderhavige vonnis onherroepelijk is geworden meldt bij Victas, afdeling reclassering, Tolsteegsingel 2A te Utrecht. Hierna moet verdachte zich blijven melden zo dikwijls en zolang als deze reclasseringsinstelling dit gedurende de proeftijd nodig acht;

2. dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen hem gegeven door of namens deze reclasseringsinstelling.

3. dat verdachte meewerkt aan een indicatiestelling door het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP);

4. dat verdachte zich laat opnemen en behandelen in een inrichting voor klinische behandeling, te weten Triple-Ex of een soortgelijke instelling, indien een indicatiestelling wordt afgegeven, zolang die instelling en/of Victas dat noodzakelijk en wenselijk achten. Verdachte zal zich houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar en/of Victas worden gegeven.

Geeft aan genoemde instelling opdracht veroordeelde bij de naleving van die voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Ten aanzien van het beslag

Verklaart verbeurd het mes behorende bij parketnummer 16/661145-13.

Gelast de teruggave aan[benadeelde 3] van de OV-chipkaart behorende bij parketnummer 16/661619-13.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de fiets behorende bij parketnummer 16/661619-13 en de fiets behorende bij parketnummer 16/661692-13.

Gelast de vernietiging van de baksteen behorende bij parketnummer 16/661692-13.

Ten aanzien van de voorlopige hechtenis

Heft het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van de opgelegde vrijheidsstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.S.K. Fung Fen Chung, voorzitter, mrs. P.W.G. de Beer en P.P.C.M. Waarts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. van de Kraats, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 3 september 2013.

Mr. P.P.C.M. Waarts is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: de tenlastelegging

Parketnummer 16/656324-12

hij op of omstreeks 28 september 2012 te Utrecht, althans in het arrondissement

Utrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (in/uit een

supermarkt gevestigd aan de Roelantdreef 41) heeft weggenomen een of meer

boxershort(s), althans onderbroek(en), en/of een aansteker en/of een

verpakking gasnavulling, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan supermarkt Albert Heijn, in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld

en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3]

(beveiligingsmedewerker van het winkelcentrum waar die Albert Heijn gevestigd

is) en/of [slachtoffer 2] (medewerker van supermarkt Albert Heijn), gepleegd met

het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en /

of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te

maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en / of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

(nadat die [slachtoffer 3] hem, verdachte, had aangehouden en/of nadat hij, verdachte na

te zijn weggerend door die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 2] was vastgepakt en/of was

vastgegrepen teneinde te voorkomen dat hij, verdachte, opnieuw zou wegrennen)

- een of meer slaande bewegingen heeft gemaakt in de richting van die [slachtoffer 3]

en/of

- heeft gerukt en/of getrokken in een richting tegenovergesteld aan waar die

[slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 2] hem, verdachte, wilde voeren, en/of

- ( met kracht) heeft getrokken aan de halsketting van die [slachtoffer 2] zodat die

[slachtoffer 2] met zijn hoofd naar beneden werd getrokken en/of gedwongen.

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Parketnummer 16/661145-13

hij op of omstreeks 06 februari 2013 te Utrecht, althans in het arrondissement

Utrecht, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde

[slachtoffer 1] een mes getoond en/of (daarbij) dreigend de woorden toegevoegd :"Zie je

wel, jij staat bovenaan de lijst", althans woorden van gelijke dreigende aard

of strekking.

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Parketnummer 16/661344-13

hij op of omstreeks 06 april 2013 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft

weggenomen een (op/aan de Spinozaweg gestald staande) [bijna complete] fiets,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij

verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en / of

de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door braak

en/of verbreking (te weten het demonteren van het wiel van die fiets waarmee

die fiets door middel van een kettingslot aan een fietsenhek was vastgemaakt)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Parketnummer 16/661619-13

1.

Primair

dat hij in of omstreeks de periode 6 juni 2013 tot en met 14 juni 2013 te

Utrecht, in ieder geval in het arrondissement Midden-Nederland met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (dames)fiets

(merk: Locomotif; kleur: donkerblauw), in ieder geval een goed, geheel of ten

dele toebehorend aan (een) ander(en) dan aan hem, verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

dat hij op of omstreeks 14 juni 2013 te Utrecht, in ieder geval in het

arrondissement Midden-Nederland, een (dames)fiets (merk: Locomotif; kleur:

donkerblauw), heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven en/of het voorhanden

krijgen van de fiets wist, althans rederlijkerwijs had moeten vermoeden,

dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

art 417bis Wetboek van strafrecht

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

2.

Primair

dat hij in of omstreeks de periode van 6 juni 2013 tot en met 7 juni 2013 te

Utrecht, in ieder geval in het arrondissement Midden-Nederland met het oogmerk

van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een OV-chipkaart, in ieder

geval een goed, geheel of ten dele toebehorend aan[benadeelde 3], in ieder geval

aan (een) ander(en) dan aan hem, verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

dat hij in of omstreeks de periode 6 juni 2013 tot en met 14 juni 2013 te

Utrecht, in ieder geval in het arrondissement Midden-Nederland, opzettelijk

een OV-chipkaart, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorend aan

[benadeelde 3], in elk geval aan (een) ander(en) dan aan hem, verdachte, welk(e)

goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, onder zich had, wederrechtelijk

zich heeft toegeëigend, immers was verdachte als vinder/houder van deze

OV-chipkaart gehouden deze OV-chipkaart binnen afzienbare tijd af te geven aan

de daartoe bevoegde instanties.

art 321 Wetboek van Strafrecht

Parketnummer 16/661692-13

hij op of omstreeks 23 juni 2013 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een (heren)fiets (merk: Hollandia), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan een tot nu toe onbekend gebleven persoon, in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij

verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren)

onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of

verbreking, hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) met een baksteen,

in elk geval een hard voorwerp, (op) het slot van deze fiets (kapot) geslagen.

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3], doorgenummerde pagina 20, opgenomen in het dossier met nummer PL091A 2012216712 en proces-verbaal verhoor van getuige [slachtoffer 3], opgenomen in het proces-verbaal PL091A 2012215870-11, doorgenummerde pagina 30.

3 Proces-verbaal verhoor van getuige [slachtoffer 3], opgenomen in het proces-verbaal PL091A 2012215870-11, doorgenummerde pagina 30.

4 Proces-verbaal verhoor van aangifte van [slachtoffer 3], doorgenummerde pagina 21.

5 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2], doorgenummerde pagina 23.

6 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3], doorgenummerde pagina 21 en proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2], doorgenummerde pagina 23.

7 Proces-verbaal van aangifte van W. [slachtoffer 2], doorgenummerde pagina 23.

8 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 25.

9 Proces-verbaal van aanhouding door burger, doorgenummerde pagina 7.

10 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], doorgenummerde pagina 6, opgenomen in het dossier met nummer PL091A 2013029183.

11 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], doorgenummerde pagina 7.

12 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1], doorgenummerde pagina 10.

13 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, doorgenummerde pagina 17.

14 Proces-verbaal van aangifte, opgenomen in proces-verbaal PL0910 2013077363-1.

15 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2], doorgenummerde pagina 15, opgenomen in het dossier met nummer PL0910 2013075676.

16 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 19.

17 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4], doorgenummerde pagina 26, opgenomen in het dossier met nummer PL091A 2013139231.

18 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4], doorgenummerde pagina 26 en proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3], doorgenummerde pagina 23.

19 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3], doorgenummerde pagina 23.

20 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 33.

21 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 37.

22 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 33.

23 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 33 en proces-verbaal van bevindingen, pagina 37.

24 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 33-34.

25 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 37-38.

26 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 35.

27 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte], doorgenummerde pagina 21.