Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:7040

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
09-10-2013
Datum publicatie
12-07-2018
Zaaknummer
C-16-335415 - HL ZA 13-9
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:RBMNE:2014:7696
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

uitleg ontbindende voorwaarde

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/335415 / HL ZA 13-9

Vonnis van 9 oktober 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. C.J. de Tombe te Utrecht,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. P. Wanders te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 24 april 2013

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 12 juni 2013.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] is gespecialiseerd in het initiëren, ontwerpen, realiseren en beheren van infrastructurele projecten.

2.2.

[gedaagde] is een Projectontwikkeling- en Beleggingsmaatschappij.

2.3.

[gedaagde] heeft de aandelen van [bedrijfsnaam] B.V. (hierna: [bedrijfsnaam] ) overgenomen. Daardoor zijn alle rechten en plichten van [bedrijfsnaam] jegens het Bouwfonds betreffende een toekomstig bouwplan te Drachten Oost overgegaan op [gedaagde] .

2.4.

In een brief van het Bouwfonds aan [gedaagde] van 24 mei 2004 is onder meer geschreven:

Graag willen wij de volgende kanttekeningen maken c.q. al in 2000 met (…) [bedrijfsnaam] gemaakte afspraken bevestigen.

[gedaagde] verklaart getreden te zijn in alle rechten en plichten van [bedrijfsnaam] en al deze rechten en plichten te willen overdragen aan [eiseres] bv. Bouwfonds wil hieraan haar medewerking verlenen ervan uitgaande dat [gedaagde] verklaart niets meer van Bouwfonds te vorderen te hebben en Bouwfonds vrijwaart van eventuele aanspraken van [bedrijfsnaam] .

Destijds is (…) het volgende afgesproken.

Indien Bouwfonds tot een samenwerking zou komen met de gemeente Smallingerland inzake Drachten Oost, zou door Bouwfonds een uiterste inspanning worden gedaan, dat in geval van een gezamenlijke grondexploitatie [bedrijfsnaam] civieltechnische werken (bouw- en woonrijpmaken) zou mogen uitvoeren. Dit zou gebeuren tegen een marktconforme prijs en kwaliteit op basis van afstandsverklaring en naar rato van de door haar ingebrachte grondpositie (ca. 80 ha.).

Indien Bouwfonds tot een volledig private exploitatie zou komen zou aan [bedrijfsnaam] de volledige civieltechnische productie worden gegund, één en ander eveneens tegen een marktconforme prijs en kwaliteit op basis van afstandsverklaring en met inbegrip van de engineering voor zover wettelijk mogelijk. Indien deze afspraken met betrekking tot de te leveren productie niet kunnen worden nagekomen treden partijen met elkaar in overleg om tot een oplossing te komen. Zonder dat daar voor het Bouwfonds enige verplichting uit voortvloeit.

2.5.

[gedaagde] heeft daarop bij brief van 1 oktober 2004 geantwoord, voor zover hier van belang:

Naar aanleiding van uw schrijven van 24 september jl. doen wij u de navolgende opmerkingen toekomen.

[gedaagde] BV is niet in de rechten en plichten van [bedrijfsnaam] getreden. [gedaagde] BV heeft de aandelen van [bedrijfsnaam] BV overgenomen waarin alle rechten en plichten betreffende Drachten Oost tussen [bedrijfsnaam] BV en Bouwfonds Ontwikkeling BV zitten en blijven. [bedrijfsnaam] BV wil alleen de afspraak met Bouwfonds Ontwikkeling BV over de infra aanleg Drachten Oost overdragen aan [eiseres] BV.

2.6.

[gedaagde] heeft in 2005 het door het Bouwfonds verleende recht tot realisering van de infrastructuur in het bouwplan te Drachten Oost overgedragen aan [eiseres] . De afspraken omtrent de overdracht en levering zijn vastgelegd in een notariële akte van 10 juni 2005. Voormelde brief van Bouwfonds aan [gedaagde] van 24 mei 2004 is als bijlage bij de akte gevoegd. In de akte zijn de volgende bepalingen opgenomen:

II. (…)

  1. [gedaagde] draagt bij deze over aan [eiseres] , die bij deze van [gedaagde] in eigendom aanvaardt: het recht tot realisering van de infrastructuur in een bouwplan te Drachten Oost (één en ander zoals nader omschreven in een deze akte gehechte bijlage).

  2. De hiervoor vermelde levering vindt plaats tegen betaling van een koopsom door [eiseres] aan [gedaagde] groot driehonderdvijftigduizend euro (€ 350.000,00), belast met negentien procent (19%) omzetbelasting, zijnde zesenzestigduizend vijfhonderd euro (€66.500,00), welke koopsom met omzetbelasting (…) is voldaan.

  3. De hiervoor vermelde levering is aangegaan onder de ontbindende voorwaarde van het niet bereiken van inhoudelijke overeenstemming tussen [eiseres] en het Bouwfonds met betrekking tot de uitvoering van de voormelde infrastructuur te Drachten Oost, danwel bij het niet bereiken van de bedoelde inhoudelijke overeenstemming het niet kunnen leveren door het Bouwfonds van een vervangend project realisering infrastructuur. Indien op 1 oktober 2009, danwel op elk moment daarna, [eiseres] geen overeenstemming als hiervoor bedoeld heeft kunnen bereiken danwel geen vervangend project als hiervoor bedoeld heeft geleverd gekregen, heeft [eiseres] het recht – en [gedaagde] alsdan de plicht om mee te werken – de hiervoor onder II.1. omschreven overdracht te ontbinden, onder de verplichting voor [gedaagde] om alsdan onverwijld aan [eiseres] de voormelde koopsom groot driehonderdvijftigduizend euro (€ 350.000,00) te restitueren. Indien alsdan omzetbelasting is verschuldigd, is deze door [gedaagde] verschuldigd boven de genoemde te restitueren koopsom ad driehonderdvijftigduizend euro (€ 350.000,00).

  4. [eiseres] zal al het mogelijke doen, inspanningsverbintenis als bedoeld in artikel 6:74 e.v. Burgerlijk Wetboek, om te komen tot de hiervoor onder II.3. bedoelde overeenstemming.

  5. Indien [eiseres] zich beroept op de hiervoor onder II.3. omschreven ontbindende voorwaarde, zal hij [gedaagde] daarvan in kennis stellen middels een aangetekend schrijven met bericht van ontvangst. Wordende onder “onverwijld” als hiervoor onder II.3. omschreven alsdan verstaan: “binnen veertien dagen na de datum van het voormelde aangetekend schrijven”.

2.7.

Bij een brief van 1 juni 2012 heeft het Bouwfonds aan [eiseres] geschreven:

Vanaf 24 september 2004 tot op heden is het niet gekomen tot een samenwerking tussen Bouwfonds en de gemeente Smallingerland inzake Drachten Oost. Datzelfde geldt voor een volledige private grondexploitatie door Bouwfonds inzake Drachten Oost. Gezien de huidige economische vooruitzichten laat het zich ook niet aanzien dat een samenwerking met de gemeente Smallingerland, dan wel een private exploitatie door Bouwfonds, tot stand zal komen. Het gunnen van de volledige civieltechnische productie aan [eiseres] tegen marktconforme prijs en kwaliteit op basis van afstandsverklaring is derhalve niet aan de orde geweest en zal, zoals het zich laat aanzien, niet aan de orde komen.

Bouwfonds en [eiseres] zijn conform de gemaakte afspraken van 24 september 2004 diverse malen met elkaar in overleg getreden om tot een oplossing te komen, zonder dat daar voor Bouwfonds enige verplichting uit voortvloeit. Deze overleggen hebben niet geresulteerd in civieltechnische productie voor [eiseres] .

2.8.

Bij aangetekende brief van 19 maart 2012 aan [gedaagde] heeft [eiseres] een beroep gedaan op de ontbindende voorwaarde en meegedeeld dat zij gebruik maakt van haar recht tot ontbinding van de overeenkomst tot overdracht.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. zal verklaren voor recht dat de in artikel II sub 3 van de akte van 10 juni 2005 opgenomen ontbindende voorwaarde is vervuld en dat [eiseres] de ontbindende voorwaarde terecht op 19 maart 2012 jegens [gedaagde] heeft ingeroepen;

  2. [gedaagde] zal veroordelen om aan [eiseres] een bedrag te betalen van EUR 350.000,- te vermeerderen met 21% BTW, te vermeerderen met de handelsrente ex artikel 6:119a BW, dan wel de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 2 april 2012, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot de dag der volledige betaling;

  3. [gedaagde] zal veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de datum van dit vonnis tot de dag der volledige betaling.

3.2.

[gedaagde] voert gemotiveerd verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[eiseres] baseert haar vordering op de volgende stellingen.

[eiseres] heeft van [gedaagde] het recht gekocht om met Bouwfonds direct te onderhandelen over de realisatie van de infrastructuur van het nog te bouwen project Drachten Oost. In de overeenkomst tot overdracht is een ontbindende voorwaarde opgenomen dat de overeenkomst kon worden ontbonden wanneer het project Drachten Oost niet door zou gaan en geen vervangend project door Bouwfonds zou worden aangeboden. Inmiddels is duidelijk geworden dat Drachten Oost niet doorgaat en dat ook geen vervangend project wordt aangeboden. Dat betekent dat de ontbindende voorwaarde is vervuld en dat [eiseres] terecht de overeenkomst heeft ontbonden. [gedaagde] dient het betaalde bedrag van EUR 350.000,- incl BTW terug te betalen.

4.2.

[gedaagde] voert het volgende aan. In de ontbindende voorwaarde is een inspanningsverplichting opgenomen. Deze inspanningsverplichting ziet op de overeenstemming tussen [eiseres] en het Bouwfonds ten aanzien van (1) het recht op realisering van infrastructuur dan wel (2) het leveren van een vervangend project door Bouwfonds. [eiseres] dient derhalve al het mogelijke te doen om overeenstemming met Bouwfonds te bereiken over beide onderdelen.

[eiseres] heeft zich echter slechts geconcentreerd op het project Drachten Oost en zich niet ingespannen voor een vervangend project. Zij heeft dan ook niet aan haar inspanningsverplichting voldaan, zodat de ontbindende voorwaarde niet is vervuld.

4.3.

[gedaagde] beoogt dat de uitleg die [eiseres] voorstaat niet strookt met wat partijen met de inspanningsverplichting hebben beoogd.

In dat verband voert zij aan dat het opnemen van een bepaling die de strekking heeft dat op [eiseres] slechts een inspanningsverplichting rust ten aanzien van de inhoudelijke overeenstemming tussen haar en Bouwfonds over de marktconforme prijs en kwaliteit zinloos zou zijn. Op grond van die inspanningsverplichting zou [eiseres] het recht tot realisering van infrastructuur niet mogen frustreren, en daardoor de ontbindende voorwaarde teweegbrengen. Volgens [gedaagde] volgt die verplichting om (zich in te spannen om de voorwaarde niet teweeg te brengen) reeds uit artikel 6:23 lid 2 BW. Op grond van artikel 6:23 lid 2 BW geldt een ontbindende voorwaarde immers als vervuld -indien redelijkheid en billijkheid dit verlangen- indien een partij die bij de niet-vervulling belang had, de vervulling heeft belet.

4.4.

Daarnaast is ter comparitie aan de zijde van [gedaagde] opgemerkt dat zakelijk gezien de uitleg van [eiseres] onlogisch is omdat niet waarschijnlijk of aannemelijk is dat men met een wederpartij over een ander project tot overeenstemming komt als de onderhandelingen over een eerste project zijn vastgelopen.

4.5.

Ter comparitie is door de advocaat van [gedaagde] verklaard dat de notaris die de akte heeft verleden jegens [gedaagde] heeft aangegeven dat partijen destijds de tekst van de akte hebben aangeleverd en dat alleen partijen, dat wil zeggen de partijen die in de akte zijn genoemd ( [A] en [B] ) op de hoogte zijn van de bedoeling van de ontbindende voorwaarde. Helaas is de heer [B] overleden. Bij het bedrijf werkt niemand meer die indertijd bij de totstandkoming van de afspraken betrokken is geweest.

4.6.

De rechtbank stelt het volgende voorop. De bewijslast van het vervuld zijn van een ontbindende voorwaarde rust op de partij die zich op de voorwaarde beroept. In de onderhavige zaak rust de bewijslast dan ook op [eiseres] , aangezien zij zich op het vervuld zijn van de ontbindende voorwaarde beroept.

4.7.

In deze zaak gaat het om de uitleg van de ontbindende voorwaarde in een commerciële overeenkomst gesloten tussen twee professionele partijen die over de inhoud van de overeenkomst hebben onderhandeld terwijl de overeenkomst ertoe strekt de wederzijdse rechten en verplichtingen nauwkeurig vast te leggen. Onder deze omstandigheden komt aan de taalkundige betekenis van de gekozen bewoordingen grote betekenis toe. De omstandigheden van het geval kunnen echter meebrengen dat een andere dan de taalkundige betekenis aan de bepalingen van de overeenkomst moeten worden gehecht. Beslissend blijft immers de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

4.8.

[gedaagde] heeft terecht opgemerkt dat uit de overeenkomst blijkt dat de ontbindende voorwaarde slechts kan worden ingeroepen indien:

  1. er geen inhoudelijke overeenstemming wordt bereikt tussen [gedaagde] en Bouwfonds met betrekking tot de uitvoering van de infrastructuur te Drachten Oost, dan wel

  2. Bouwfonds geen vervangend project realisering infrastructuur kan leveren.

Enkel indien aan beide voorwaarden is voldaan, kan [gedaagde] de overeenkomst ontbinden.

4.9.

De rechtbank kan [gedaagde] echter niet volgen in haar verweer dat, op grond van een taalkundige uitleg, de in de akte opgenomen inspanningsverplichting van [eiseres] niet alleen ziet op de overeenstemming tussen [gedaagde] en Bouwfonds.

In de overeenkomst is in II.3. immers bepaald:

“ Indien (…) [eiseres] geen overeenstemming als hiervoor bedoeld heeft kunnen bereiken danwel geen vervangend project als hiervoor bedoeld heeft geleverd gekregen, heeft [eiseres] het recht de (…) overdracht te ontbinden.”

Een zuiver taalkundige uitleg van de hiervoor geciteerde passage brengt mee dat het bereiken van overeenstemming alleen ziet op de realisatie van de infrastructuur in het project Drachten Oost en niet op het verkrijgen van een vervangend project. Dat betekent dat ook de door [eiseres] te leveren inspanning om te komen tot overeenstemming alleen ziet op de realisatie van de infrastructuur in het project Drachten Oost en niet op het verkrijgen van een vervangend project.

4.10.

Gelet op het in 4.7. weergegeven uitgangspunt dat in de onderhavige zaak aan de taalkundige uitleg grote betekenis toekomt acht de rechtbank voorshands, behoudens tegenbewijs, bewezen dat de inspanningsverplichting enkel ziet op het verkrijgen van overeenstemming over het project Drachten Oost.

4.11.

Nu [gedaagde] bewijs heeft aangeboden van haar gemotiveerde verweer dat de inspanningsverplichting ook ziet op het verkrijgen van een ander project, zal zij tot dit bewijs worden toegelaten.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

laat [gedaagde] toe tot het leveren van tegenbewijs van het voorshands bewezen geachte feit dat de inspanningsverbintenis, genoemd in artikel II. 4 van de akte van 10 juni 2005, alleen ziet op het bereiken van inhoudelijke overeenstemming tussen [eiseres] en Bouwfonds over de marktconforme prijs en kwaliteit met betrekking tot het realiseren van het project Drachten Oost;

5.2.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 23 oktober 2013 voor uitlating door [gedaagde] of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en / of door een ander bewijsmiddel;

5.3.

bepaalt dat [gedaagde] , indien zij geen bewijs door getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen;

5.4.

bepaalt dat [gedaagde] , indien zij getuigen wil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden november 2013 tot en met januari 2014 direct zal opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald;

5.5.

bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van

mr. J.M. van Jaarsveld in het gerechtsgebouw te Lelystad aan het Stationsplein 15;

5.6.

bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen;

5.7.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Jaarsveld en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2013.