Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:6154

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
06-12-2013
Datum publicatie
10-07-2014
Zaaknummer
16/653198-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft, samen met anderen met geweld/bedreiging, op 4 januari 2012, in Houten en Vianen één pizzakoerier en twee slachtoffers gedwongen tot afgifte van geld en goederen. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot 47 dagen jeugddetentie waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Veroordeelt de verdachte ook tot het verrichten van onbetaalde arbeid van 80 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/653198-13

Datum vonnis: 6 december 2013

Vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak gewezen in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende op het adres[adres 1], [postcode] [woonplaats].

Als raadsman van verdachte is mede ter zitting aanwezig mr. C.T.W. van Dijk, advocaat te Utrecht.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 22 november 2013, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

feit 1.

met anderen, op 4 januari 2012 in Nieuwegein pizzakoerier[slachtoffer 1] van [bedrijf] Nieuwegein heeft overvallen, zijn tas hebben afgenomen en het slachtoffer onder bedreiging hebben opgedragen zijn geld af te geven;

feit 2.A.

met een ander, [slachtoffer 2] onverhoeds heeft benaderd, met kracht aan haar tas heeft getrokken en de tas met geweld van het slachtoffer heeft afgenomen;

feit 2.B.

met een ander, op 4 januari 2012 in Vianen heeft geprobeerd om [slachtoffer 3] van haar tas te beroven door het slachtoffer onverhoeds te benaderen en met kracht aan haar tas te trekken waardoor het slachtoffer ten val kwam.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan.

4.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank tot een bewezen verklaring kan komen van de ten laste gelegde feiten gelet op de bekennende verklaring van verdachte.

4.3.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft het ten laste gelegde bekend en de verdediging heeft geen vrijspraak bepleit. Onder deze omstandigheden zal de rechtbank met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen.

De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de doorlopende paginanummers 1 tot en met 113 van het persoonsdossier met dossiernummer PL0960/2012091173 en de doorlopende paginanummers 1 tot en met 336 van het zaaksdossier met dossiernummer PL0960/2012091173.

De door de rechtbank in de voetnoten aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij de wet gestelde eisen.

Bewijsmiddelen feit 1, 2.A en 2.B

 de bekennende verklaring van verdachte;1

 het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer 1] d.d. 4 januari 2012;2

 het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer 2] d.d. 5 januari 2012;3

 het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer 3] d.d. 5 januari 2012.4

Nadere bewijsoverweging

Verdachte heeft de feiten bekend en ten aanzien van de afpersing is geen vrijspraak bepleit. Wel is door de verdediging vrijspraak van de diefstal met geweld bepleit omdat er anders sprake zou zijn van een overlap tussen de afpersing en de diefstal met geweld. De feitelijke handeling van het wegnemen van de tas wordt door verdachte ook bekend. Nu de door de rechtbank bewezenverklaarde afpersing betrekking heeft op de portemonnee en het geld en de diefstal met geweld de tas betreft, is er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van enige overlap.

5 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1. zaaksdossier 1)

op 04 januari 2012 te Nieuwegein (aan [adres 2]), tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee en geld, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of[bedrijf] Nieuwegein, en

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas, geheel of ten dele toebehorende aan die [bedrijf] Nieuwegein, welke diefstal werd voorafgegaan van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken,

welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij en zijn mededader dreigend op die [slachtoffer 1] af zijn gelopen en die [slachtoffer 1] hebben opgedragen zijn geld af te geven;

2. A.

op 04 januari 2012 te Vianen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas, geheel toebehorende aan [slachtoffer 2], welke diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken,

welk geweld hierin bestonden dat verdachte en/of zijn mededader onverhoeds die [slachtoffer 2] heeft benaderd en met kracht aan haar tas heeft getrokken;

B.

op 04 januari 2012 te Vianen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een tas, geheel toebehorende aan [slachtoffer 3], tezamen en in vereniging met een ander, als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en zijn mededader onverhoeds die [slachtoffer 3] benaderd en met kracht aan haar tas getrokken waardoor die [slachtoffer 3] ten val kwam en aan haar tas getrokken terwijl zij op de grond lag, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid

6.1.

De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

feit 1: afpersing en diefstal vergezeld van bedreiging met geweld, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 2.A.: diefstal vergezeld van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal makkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

feit 2.b.: poging diefstal vergezeld van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal makkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

6.2.

De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 De strafoplegging

7.1.

De vordering van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht de verdachte volledig toerekeningsvatbaar voor zijn handelen en heeft gevorderd:

een jeugddetentie van 30 dagen geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en

een taakstraf van 80 uren, met bevel, voor het geval verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat een vervangende hechtenis zal worden toegepast van 40 dagen.

7.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft met betrekking tot de door de officier van justitie gevorderde straf op basis van de uitgebrachte psychologische rapportage de rechtbank verzocht rekening te houden met enigszins verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte en de duur van de werkstraf met de helft te matigen.

7.3.

Het oordeel van de rechtbank

Op 4 januari 2012, vroeg op de avond, is verdachte (een dag voor zijn 18e verjaardag), samen met een ander, op twee joggende dames afgerend en heeft geprobeerd deze dames te beroven. In één geval lukte dat, in het andere geval lukte dat niet, zelfs niet toen een van de verdachten aan de tas van het slachtoffer bleef rukken terwijl zij op de grond was gevallen. Op dezelfde dag - minder dan een uur later - heeft verdachte met zijn mededader een pizzakoerier overvallen. Ter terechtzitting heeft verdachte daar vrijelijk over gesproken: hij had geld nodig. Blijkens een door de voorzitter ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring heeft een dergelijke ervaring voor de slachtoffers enorme gevolgen, niet alleen voor henzelf maar ook voor hun naasten. Dat verdachte zijn persoonlijke geldbehoefte tracht te bevredigen door op één dag in minder dan één uur drie medeburgers zo te traumatiseren is hem zeer aan te rekenen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat hiervoor, naast een werkstraf, een gevangenisstraf is aangewezen.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op:

- een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële documentatie d.d. 11 juli 2013;

- een rapport d.d. 14 juni 2013 naar aanleiding van een psychologisch onderzoek uitgevoerd door M.G.H. van Willigenburg, klinisch psycholoog;

- het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland d.d. 30 juli 2013;

- een voortgangsverslag van Reclassering Nederland d.d. 21 november 2013.

Anders dan de raadsman van verdachte op basis van de psychologische rapportage betoogt, ziet de rechtbank in het planmatige karakter van de bewezen verklaarde feiten en de onderliggende financiële motieven geen aanleiding om deze feiten aan verdachte in verminderde mate toe te rekenen. Ondanks zijn jeugdige leeftijd, zijn impulsiviteit, zijn zwakke frustratietolerantie en zijn angst kwetsbaar of zwak over te komen moet verdachte immers toch de laakbaarheid van de gedragingen waarvoor hij wordt veroordeeld hebben kunnen inzien., De rechtbank is van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden is.

In strafmatigende zin zal de rechtbank rekening houden met het tijdsverloop in deze zaak. .

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 45, 47, 57, 77a, 77g, 771, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77gg, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: afpersing en diefstal vergezeld van bedreiging met geweld, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 2.A.: diefstal vergezeld van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal makkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

feit 2.B.: poging diefstal vergezeld van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal makkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 30 dagen geheel voorwaardelijk;

- stelt daarbij vast een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat deze voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt verdachte voorts tot een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 80 uren, met bevel, voor het geval de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat een vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 40 dagen;

Dit vonnis is gewezen door mr. P.P.C.M. Waarts, voorzitter tevens kinderrechter, mr. E.A. Messer en mr. J.M.L.van Mulbregt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.P. Wismeijer, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 december 2013.

.

BIJLAGE: De tenlastelegging

aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1. zaaksdossier 1)

hij op of omstreeks 04 januari 2012 te Nieuwegein (aan [adres 2]), althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee en/of geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of[bedrijf] Nieuwegein, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s),

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een tas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of [bedrijf] Nieuwegein, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die[slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van hetgestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij en/of zijn mededader(s) (dreigend) op die [slachtoffer 1] af zijn gelopen en/of die [slachtoffer 1] hebben opgedragen zijn geld af te geven;

art 317 wetboek van strafrecht

art 312 wetboek van strafrecht

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2. A.

hij op of omstreeks 04 januari 2012 te Vianen, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een tas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan[slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of (één of meer van) zijn mededader(s) (onverhoeds) die [slachtoffer 2] heeft benaderd en/of (met kracht) aan haar tas heeft getrokken;

(art 312 Wetboek van strafrecht)

B.

hij op of omstreeks 04 januari 2012 te Vianen, althans in het arrondissement Utrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een tas, geheel of ten dele toebehorende aan[slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s) (onverhoeds) die [slachtoffer 3] benaderd en/of (met kracht) aan haar tas getrokken (waardoor die [slachtoffer 3] ten val kwam) en/of aan haar tas getrokken terwijl zij op de grond lag, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

(art 312 Wetboek van strafrecht jo. art 45 Wetboek van strafrecht)

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

PROCES-VERBAAL van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de rechtbank te Utrecht, enkelvoudige kamer in strafzaken, van 6 december 2013

in de zaak tegen de verdachte:

LET OP: KINDERRECHTER IN DEZE ZAAK

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende op het adres [adres 1],[postcode] [woonplaats].

Aanwezig:

mr. , rechter, als lid van de enkelvoudige kamer,

mr. , officier van justitie

en als griffier

De rechter doet de zaak uitroepen.

In de zaal van de terechtzitting zijn verder aanwezig:

0 de verdachte

0 de raadsman/vrouwe van verdachte mr.

0 een tolk in de taal, genaamd
die in handen van de rechter op de bij de wet voorgeschreven wijze de eed/belofte aflegt zijn/haar taak als tolk naar zijn/haar geweten te zullen vervullen. Al hetgeen ter terechtzitting is gesproken of voorgelezen is door voornoemde tolk vertolkt.

0 De rechter spreekt het vonnis uit.

0 De rechter spreekt het vonnis uit en geeft verdachte kennis, dat hij/zij daartegen binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat door de rechter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

1 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 november 2013.

2 Het proces-verbaal van aangifte, opgenomen op pagina 13 tot en met 15 van het zaaksdossier.

3 Het proces-verbaal van aangifte, opgenomen op pagina 221 tot en met 223 van het zaaksdossier.

4 Het proces-verbaal van aangifte, opgenomen op pagina 225 tot en met 227 van het zaaksdossier.