Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:6153

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
06-12-2013
Datum publicatie
06-12-2013
Zaaknummer
16/700489-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft, samen met anderen, op 27 januari 2012 in Nieuwegein een pizzakoerier heeft overvallen en gedwongen tot afgifte van zijn portemonnee door, terwijl hij zijn gezicht bedekt had, op het slachtoffer af te rennen, hem bij de kraag vast te pakken, vast te houden en een vuist te tonen. Daarnaast heeft de verdachte op 5 maart 2012 in Nieuwegein ingebroken en in de periode van 5 april tot en met 1 mei 2013 samen met anderen heeft verkocht/afgeleverd/verstrekt/vervoerd/aanwezig gehad een hoeveelheid amfetamine en/of MDMA. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 182 dagen waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Veroordeelt de verdachte ook tot het verrichten van onbetaalde arbeid van 140 uu

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/700489-12

Datum vonnis: 6 december 2013

Vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak gewezen in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende op het adres [adres 1], [postcode] [woonplaats].

Als raadsman van verdachte is mede ter zitting aanwezig mr. C.T.W. van Dijk, advocaat te Utrecht.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 22 november 2013, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

feit 1.

op 27 januari 2012 in Nieuwegein aan [adres 2] met anderen met geweld/bedreiging pizzakoerier[slachtoffer] van[bedrijf] Nieuwegein heeft gedwongen tot afgifte van zijn portemonnee en/of geld € 30, met bedekt gezicht op het slachtoffer is afgerend, het slachtoffer bij de kraag heeft vastgepakt/vastgehouden, en een vuist heeft getoond;

feit 2.

op 5 maart 2012 in Nieuwegein met anderen heeft ingebroken bij [benadeelde], [adres 3], en heeft weggenomen computers, camera’s, geld en/of sieraden;

feit 3.

in de periode 5 april 2013 tot en met 1 mei 2013 samen met anderen heeft

verkocht/afgeleverd/verstrekt/vervoerd/aanwezig gehad een hoeveelheid amfetamine en/of MDMA.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan.

4.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

4.3.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft het ten laste gelegde bekend en de verdediging heeft geen vrijspraak bepleit. Onder deze omstandigheden zal de rechtbank met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen.

De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de doorlopende paginanummers 1 tot en met 113 van het persoonsdossier met dossiernummer PL0960/2012091173 en de doorlopende paginanummers 1 tot en met 336 van het zaaksdossier met dossiernummer PL0960/2012091173.

De door de rechtbank in de voetnoten aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij de wet gestelde eisen.

Bewijsmiddelen

feit 1

 de bekennende verklaring van verdachte;1

 het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] d.d. 27 januari 2012;2

feit 2

 de bekennende verklaring van verdachte;3

 het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde] dd. 5 maart 2012;4

feit 3

 de bekennende verklaring van verdachte;5

 het proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 mei 2013;6

 het rapport identificatie van drugs en precursoren van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 15 mei 2013;7

5 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

feit 1

op 27 januari 2012 te Nieuwegein aan [adres 2], tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee en geld (30 euro), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] Nieuwegein, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij en/of zijn mededader (terwijl zij het gezicht bedekt hadden) op die [slachtoffer] af renden en die [slachtoffer] bij diens kraag hebben vastgepakt en vastgehouden en daarbij een vuist getoond en die [slachtoffer] gesommeerd geld te geven;

feit 2

op 05 maart 2012 te Nieuwegein, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan [adres 3]) heeft weggenomen computers, camera's, geld en sieraden, geheel toebehorende aan [benadeelde], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

feit 3

in de periode van 05 april 2013 tot en met 01 mei 2013 te Nieuwegein, althans in Nederland, opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

6 De strafbaarheid

6.1.

De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

feit 1: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

feit 3: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet.

6.2.

De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 De strafoplegging

7.1.

De vordering van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht de verdachte volledig toerekeningsvatbaar voor zijn handelen en heeft gevorderd:

- gevangenisstraf van 182 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren;

- onder de voorwaarden zoals genoemd in het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland d.d. 30 juli 2013, met dadelijke uitvoerbaarheid;

- een taakstraf van 100 uren, met bevel, voor het geval verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat een vervangende hechtenis zal worden toegepast van 50 dagen;

7.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd voor het opleggen van een passende straf rekening te houden met het feit dat verdacht first offender is, dat hij zichzelf heeft aangegeven, dat hij heeft bekend, dat hij een goede proceshouding heeft, dat hij heel veel spijt heeft van zijn daden en dat zijn behandeling bij De Waag is gestart. Daarnaast verzoekt de verdediging er bij de strafmaat rekening mee te houden dat verdachte zijn schoolopleiding weer heeft opgepakt, dat hij op basis van de uitgebrachte psychologische rapportage als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd en dat er sprake is van een gedragsstoornis ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde.

7.3.

Het oordeel van de rechtbank

Op 27 januari 2012 heeft verdachte samen met een ander een pizzakoerier overvallen. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij naar een club wilde en geen geld had. Hij blowde toen veel. Verdachte had eerder een pizzakoerier overvallen en heeft zijn mededader gevraagd mee te gaan omdat het een makkelijke manier bleek om aan geld te komen.

Op 5 maart 2012 heeft verdachte met een ander ingebroken in de woning van de ouders van een vriendin. Behalve een aantal goederen heeft hij ook € 2000,00 uit een naaimandje meegenomen. Het bedrag heeft hij gedeeld met zijn mededader.

Met betrekking tot de verkochte pillen heeft verdachte gesteld dat hij wel eens iets verkocht, maar dat hij geen grote dealer is.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op:

- een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële documentatie d.d. 11 juli 2013;

- een rapport d.d. 14 juni 2013 naar aanleiding van een psychologisch onderzoek uitgevoerd door M.G.H. van Willigenburg, klinisch psycholoog;

- het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland d.d. 30 juli 2013;

- een voortgangsverslag van Reclassering Nederland d.d. 21 november 2013.

Anders dan de raadsman van verdachte op basis van de psychologische rapportage betoogt, ziet de rechtbank in het planmatige karakter van de bewezen verklaarde feiten en de onderliggende financiële motieven geen aanleiding om deze feiten aan verdachte in verminderde mate toe te rekenen. Ondanks zijn jeugdige leeftijd, zijn impulsiviteit, zijn zwakke frustratietolerantie en zijn angst kwetsbaar of zwak over te komen moet verdachte immers toch de laakbaarheid van de gedragingen waarvoor hij wordt veroordeeld, hebben kunnen inzien. Daarnaast speelt mee dat verdachte er kennelijk niet voor terugdeinsde om naast de overvallen ook nog andere delicten van verschillende aard te plegen, op eigen initiatief De rechtbank is van oordeel dat er op grond van het voorgaande redenen zijn om van de door de officier van justitie gevorderde straf af te wijkenis.

De rechtbank is op grond van het voorgaande ook van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen indien er geen behandeling of begeleiding van de verdachte plaatsvindt. De rechtbank acht het om die reden geboden de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden te bevelen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 14e, 22c, 22d, 47, 57, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

feit 3: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet.

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 182 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk;

- stelt daarbij vast een proeftijd van 2 jaar;

- bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht op de opgelegde gevangenisstraf;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 140 uren, met bevel, voor het geval de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 70 dagen;

- bepaalt dat de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

- bepaalt dat de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke deel van de straf kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende algemene voorwaarden houdt:

 zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

 ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; en

 medewerking verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

en de volgende bijzondere voorwaarden:

 dat de veroordeelde zich binnen twee dagen na deze veroordeling meldt bij Reclassering Nederland, Vivaldiplantsoen 200 te 3533 JE Utrecht en zich gedurende door Reclassering Nederland bepaalde perioden blijft melden zo frequent als Reclassering Nederland dat gedurende deze perioden nodig acht;

 dat de veroordeelde zal deelnemen aan gedragsinterventies, bestaande uit GI-RN Cognitieve Vaardigheden en GI-RN Budgetteren, waarbij de veroordeelde zich dient te houden aan de aanwijzingen zoals die gedurende door of namens voornoemde instelling aan veroordeelde zullen worden gegeven;

 dat veroordeelde zich ambulant moet laten behandelen bij de polikliniek De Waag te Utrecht of een vergelijkbare instelling, ter beoordeling van de reclassering, indien en voor zolang als de reclassering dit nodig acht. De veroordeelde zal zich dan houden aan de regels die door of namens de leiding van de polikliniek zullen worden gegeven;

- geeft opdracht aan de Reclassering Nederland om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

- beveelt dat de op grond van artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Voorlopige hechtenis

Heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.P.C.M. Waarts, voorzitter, mr. E.A. Messer en mr. J.M.L.van Mulbregt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.P. Wismeijer, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 december 2013.

BIJLAGE: De tenlastelegging

aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

(zaaksdossier 3)

hij op of omstreeks 27 januari 2012 te Nieuwegein (aan [adres 2]), althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld[slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee en/of geld (30 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] Nieuwegein, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij en/of zijn mededader(s) (terwijl hij/zij het gezicht bedekt hadden) op die [slachtoffer] af renden en/of die[slachtoffer] (bij diens kraag) heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden en/of (daarbij) een vuist getoond en/of die[slachtoffer] gesommeerd geld te geven;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 05 maart 2012 te Nieuwegein, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een woning (gelegen aan [adres 3]) heeft weggenomen computers, camera's, geld en/of sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks de periode van 05 april 2013 tot en met 01 mei 2013 te Nieuwegein, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of MDMA, zijnde amfetamine en/of MDMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

art 2 ahf/ond B Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10 lid 4 Opiumwet

PROCES-VERBAAL van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de rechtbank te Utrecht, enkelvoudige kamer in strafzaken, van 6 december 2013

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende op het adres [adres 1], [postcode] [woonplaats].

Aanwezig:

mr. , rechter, als lid van de enkelvoudige kamer,

mr. , officier van justitie

en als griffier

De rechter doet de zaak uitroepen.

In de zaal van de terechtzitting zijn verder aanwezig:

0 de verdachte

0 de raadsman/vrouwe van verdachte mr.

0 een tolk in de taal, genaamd
die in handen van de rechter op de bij de wet voorgeschreven wijze de eed/belofte aflegt zijn/haar taak als tolk naar zijn/haar geweten te zullen vervullen. Al hetgeen ter terechtzitting is gesproken of voorgelezen is door voornoemde tolk vertolkt.

0 De rechter spreekt het vonnis uit.

0 De rechter spreekt het vonnis uit en geeft verdachte kennis, dat hij/zij daartegen binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat door de rechter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

1 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 november 2013.

2 Het proces-verbaal van aangifte, opgenomen op pagina 94 tot en met 98 van het zaaksdossier.

3 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 november 2013.

4 Het proces-verbaal van aangifte, opgenomen op pagina 236 tot en met 240 van het zaaksdossier.

5 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 november 2013.

6 Het proces-verbaal van bevindingen, opgenomen op pagina 182 tot en met 183 van het zaaksdossier.

7 Het rapport van het NFI, opgenomen op pagina 191 tot en met 192 van het zaaksdossier.