Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:6149

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
06-12-2013
Datum publicatie
06-12-2013
Zaaknummer
16/701384-12 & 16/659922-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft, samen met anderen met geweld/bedreiging, op 4 en 12 januari 2012, in Houten en Nieuwegein twee pizzakoeriers en één slachtoffer gedwongen tot afgifte van geld en goederen onder bedreiging van een mes. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 165 dagen waarvan 90 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Veroordeelt de verdachte ook tot het verrichten van onbetaalde arbeid van 200 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht

Parketnummers: 16/701384-12 & 16/659922-13 (ter terechtzitting gevoegd) (P)

Datum vonnis: 6 december 2013

Vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak gewezen in de zaken tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende op het adres[adres 1], [postcode] [woonplaats].

Als raadsvrouwe van verdachte is mede ter zitting verschenen mr. E. Kolokatsi, advocaat te Amsterdam.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaken zijn inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 22 november 2013, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

De behandeling van deze zaak heeft gelijktijdig, doch niet gevoegd, plaatsgevonden met de zaken tegen medeverdachten [medeverdachte 1] (parketnummer 16/701042-13), [medeverdachte 2] (parketnummer 16/701107-12) en [medeverdachte 3] (parketnummer 16/700240-12).

2 De tenlastelegging

De tenlasteleggingen zijn als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer:

Parketnummer 16/701384-12:

feit 1: dat verdachte, met anderen, op 4 januari 2012 in Nieuwegein pizzakoerier[slachtoffer 1] van [bedrijf 1] Nieuwegein heeft overvallen, zijn tas hebben afgenomen en het slachtoffer onder bedreiging hebben opgedragen zijn geld af te geven;

feit 2: dat verdachte, met anderen, op 12 januari 2012 in Houten, pizzakoerier [slachtoffer 2] van [bedrijf 2] heeft gedwongen tot afgifte van een geldbedrag door het slachtoffer vast te pakken en een mes te tonen;

feit 3 A: dat verdachte, met een ander, [slachtoffer 3] onverhoeds heeft benaderd, met kracht aan haar tas heeft getrokken en de tas met geweld van het slachtoffer heeft afgenomen;

feit 3 B: dat verdachte, met een ander, op 4 januari 2012 in Vianen heeft geprobeerd om [slachtoffer 4] van haar tas te beroven door het slachtoffer onverhoeds te benaderen en met kracht aan haar tas te trekken waardoor het slachtoffer ten val kwam.

Parketnummer 16/659922-13

dat verdachte getuige [getuige] heeft beïnvloed in haar verklaringsvrijheid.

3 De voorvragen

Preliminair verweer in de zaak met parketnummer 16/6599220-13

De verdediging heeft primair betoogd dat de dagvaarding nietig is. De raadsvrouw voert aan dat de dagvaarding had moeten worden betekend aan het bekende feitelijke woonadres van verdachte, te weten [adres 2] te [woonplaats]. Nu er alleen een griffiebetekening heeft plaatsgevonden is er sprake van een foutieve betekening hetgeen nietigheid van deze dagvaarding tot gevolg moet hebben.

Subsidiair is de raadsvrouw van mening dat de officier van justitie niet ontvankelijk is in de vervolging omdat het openbaar ministerie heeft verzuimd onverwijld een afschrift aan de raadsvrouw te doen toekomen, met als bijkomend gevolg dat de getuige niet ondervraagd kon worden.

De rechtbank overweegt als volgt.

De rechtbank stelt vast dat zowel verdachte als zijn raadsvrouw ter terechtzitting zijn verschenen. Voor zover er al sprake zou zijn van een gebrek in de betekening van de dagvaarding, wordt dit gebrek gecompenseerd door de aanwezigheid van verdachte en zijn raadsvrouw. Het verweer wordt dan ook verworpen.

Ten aanzien van hetgeen de raadsvrouw heeft opgemerkt over de ontvankelijkheid van de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat dit verweer evenmin doel treft, nu aan de vereiste criteria voor niet-ontvankelijkheid geenszins is voldaan. Ook dit verweer wordt dan ook verworpen.

De rechtbank stelt vast dat de dagvaardingen geldig zijn, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 Vrijspraak

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 16/701384-12 onder 3 A en 3 B ten laste gelegde

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor een bewezenverklaring ten aanzien van de onder deze feiten ten laste gelegde diefstal en poging tot diefstal op 4 januari 2012 in Vianen. Verdachte zal hiervan dan ook worden vrijgesproken.

5 De beoordeling van het bewijs

5.1.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 16/701384-12, onder 1 en 2 ten laste gelegde

De officier van justitie acht beide feiten wettig en overtuigend bewezen en verwijst hiertoe naar de aangiften en de bekennende verklaringen van de bij deze berovingen betrokken medeverdachten.

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 16/659922-13 ten laste gelegde

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de getuige [getuige] heeft geprobeerd te beïnvloeden toen hem ter ore kwam dat zij een getuigenverklaring ten overstaan de rechter-commissaris zou gaan afleggen. Op grond van de inhoud van het gesprek tussen verdachte en [getuige] is duidelijk dat verdachte haar op ontoelaatbare wijze heeft beïnvloed.

5.2.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 16/701384-12, onder 1 en 2 ten laste gelegde

De verdediging heeft betoogd dat verdachte hooguit heeft geroepen: “als je geen geld hebt ga je …. maar doen”, niet meer dan dat. Verdachte was niet in de buurt, verdachte vormde geen getalsmatige versterking. Verdachte bekent dat hij op de heen- en terugweg in de auto was. De verdediging stelt dat er ten aanzien van feit 1 hooguit sprake is van medeplichtigheid en ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging bepleit verdachte vrij te spreken.

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 16/659922-13 ten laste gelegde

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Daarbij heeft de raadsvrouw betoogd dat geen sprake is van beïnvloeding ten aanzien van het getuigenverhoor bij de rechter-commissaris. Verdachte is [getuige] toevallig tegengekomen op Cityplaza en heeft haar gevraagd de waarheid te vertellen. Verdachte ontkent dat hij haar continue heeft lastiggevallen. Van bedreiging is geen sprake.

5.3.

Het oordeel van de rechtbank

De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de doorlopende paginanummers 1 tot en met 144 van het persoonsdossier met dossiernummer PL0960/2012091173 en de doorlopende paginanummers 1 tot en met 336 van het zaaksdossier met dossiernummer PL0960/2012091173, wat betreft het parketnummer 16/701384-12. In de zaak met parketnummer 16/659922-13 wordt verwezen naar de doorlopende paginanummers 1 tot en met 51 van zaaksdossier PL0960-2013234875.

De door de rechtbank in de voetnoten aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij de wet gestelde eisen.

Parketnummer 16/701384-12:

Bewijsmiddelen feit 1.

Aangever [slachtoffer 1] heeft tegenover de politie – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard.1 [slachtoffer 1] reed op 4 januari 2013 naar het adres [adres 3] te Nieuwegein ter bezorging van een pizza. Hij had gehoord dat er met een bankbiljet van 100 euro betaald zou worden en had daarom extra wisselgeld meegekregen. Aldaar aangekomen liep hij met zijn bestelling over het tuinpad naar de voordeur. Op dat moment hoorde [slachtoffer 1] iets achter zich. Hij draaide zich om en zag twee jongens op zich af komen lopen. [slachtoffer 1] hoorde dat een van die jongens of misschien wel allebei tegen hem zeiden dat hij zijn geld moest afgeven. [slachtoffer 1] schrok daar ontzettend van en liet de tas met pizza’s met daarop de papieren zak met blikjes cola op de grond vallen. [slachtoffer 1] zei tegen de jongens: “pak mijn portemonnee maar”. [slachtoffer 1] hoorde ook nog een van de jongens zeggen: “Je hebt extra geld meegenomen.” [slachtoffer 1] pakte de portemonnee van de zaak uit zijn linker broekzak en gaf de portemonnee aan de jongen die voor hem stond. [slachtoffer 1] zag dat de andere jongen toen ook het tuinpad op kwam lopen. Die jongen zei ook nog tegen aangever: “Als je me verraadt dan kom ik je opzoeken.”.

Medeverdachte [medeverdachte 4] heeft tijdens zijn verhoor bij de politie op 11 maart 2012 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:2

Een andere jongen en hij zaten bij [verdachte] in de auto. Zij hadden geen geld en wilden wel geld lenen, maar dat lukte niet. [verdachte] zei toen dat zij dan een pizzakoerier moesten bellen. [medeverdachte 4] wist wat [verdachte] daarmee bedoelde, want hij kent hem heel goed. [medeverdachte 4] begreep dat ze dan een pizzakoerier zouden beroven. [verdachte] belde toen de pizzazaak, [bedrijf 1], deed een bestelling en vroeg of hij met een briefje van 100 kon betalen, om te zorgen dat de pizzakoerier extra wisselgeld mee zou nemen. [verdachte] zat achter het stuur, [medeverdachte 4] en de andere jongen zaten achterin.

[verdachte] parkeerde de auto en alle drie zijn uitgestapt en gingen op de hoek staan wachten op de pizzakoerier.De pizzabezorger stond stil en was de pizza’s aan het pakken uit de kist achterop de scooter. Toen renden [medeverdachte 4] en de andere jongen naar hem toe. [medeverdachte 4] riep tegen hem: “portemonnee” en die andere jongen riep: “hoeveel zit er in”, en “geef je pizza’s”. De pizzakoerier gaf de portemonnee aan hem af en de andere jongen pakte de pizza’s, waarna zij naar de auto van [verdachte] zijn gerend en gedrieën zijn vertrokken en de buit hebben verdeeld.Het muntgeld en het bankbiljet van 50 euro heeft[verdachte] genomen. 3

Medeverdachte [medeverdachte 4] verklaart tijdens zijn verhoor bij de politie op 12 maart 2012 – zakelijk weergegeven – als volgt: “[medeverdachte 5] is ook mee geweest met de overval op de pizzakoerier en in mijn eerdere verklaring noemde ik hem die andere jongen”. 4

Op 13 november 2013 verklaart [medeverdachte 5] tijdens zijn verhoor bij de rechter-commissaris dat hij bij de overval op de pizzakoerier op 4 januari 2012 is geweest, samen met [verdachte] en[medeverdachte 4]. Hij stond samen met [verdachte] om de hoek van waar [medeverdachte 4] de tas met geld heeft afgepakt.5

Op 4 januari 2012 werd er om 20.18.47 uur met op naam gestelde telefoon van verdachte gebeld met[bedrijf 1].6

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de andere verdachten gereden heeft en dat hij wist wat ze gingen doen.7

Bewijsoverwegingen feit 1

De rechtbank acht op grond van het vorenstaande het aan verdachte ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen en overweegt daartoe als volgt. Uit bovenvermelde bewijsmiddelen volgt dat verdachte de initiator was en de pizza’s heeft besteld en gezegd dat er met een biljet van

€ 100 betaald zou worden. Vervolgens heeft verdachte [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] naar[adres 3] gereden. Daarna heeft hij gedeeld in de opbrengst. De ontkennende verklaring van verdachte is niet geloofwaardig in het licht van de overige verklaringen. Dat verdachte bij de overval betrokken was volgt uit de verklaringen van de medeverdachten die op elkaar aansluiten en elkaar ondersteunen, en tevens uit de historische gegevens van het telefoonverkeer van de op verdachte zijn naam gestelde telefoon. Het verweer dienaangaande wordt derhalve verworpen.

Bewijsmiddelen feit 2

Aangever [slachtoffer 2] heeft tegenover de politie – zakelijk weergegeven – als volgt verklaard. [slachtoffer 2] stopte de bromscooter van de pizzeria aan het begin van de oprit van een vrijstaande woning aan [adres 4]. [slachtoffer 2] zag links van hem, net naast de bosjes, twee jongens staan. [slachtoffer 2] hoorde dat beide jongens riepen: “ Geld, geld”. [slachtoffer 2] zag en voelde dat de eerste jongen hem met diens rechter arm om de nek pakte en [slachtoffer 2] hoofd tegen zijn borstkas drukte.[slachtoffer 2] wilde zich losrukken maar zag toen een mes in de linkerhand van de jongen die hem bij de nek beet had. [slachtoffer 2] weet niet wat voor mes het was. Hij heeft de punt van een mes gezien. Gok hoorde toen dat beide jongens weer riepen: “Geld, geld”. Omdat de ene jongen, die [slachtoffer 2] beet had, met dat mes bewegingen maakte werd [slachtoffer 2] bang. [slachtoffer 2] heeft geld uit zijn tasje gehaald en aan een van de jongens gegeven. De eerste jongen hield [slachtoffer 2] toen nog steeds beet. Toen de jongens het geld hadden renden ze gelijk weg. 8

[medeverdachte 1] heeft op 14 mei 2013 verklaard dat hij [slachtoffer 2] heeft overvallen samen met Ricardo (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 6]) en ze zijn met [naam] (de rechtbank begrijpt [verdachte]) in de auto in Houten gekomen. Verdachte wist wat er precies ging gebeuren. 9

Op 13 november 2013 heeft [medeverdachte 6] bij de rechter-commissaris – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard. De overval waarbij mijn telefoon is gebruikt op 12 januari 2012 in Houten, daar ben ik ook bij geweest. Ik was er met [medeverdachte 1] en [verdachte]. We zijn met de auto van[verdachte] naar Houten gegaan. [verdachte] is niet meegegaan naar het adres waar wij hadden afgesproken, hij bleef in de auto zitten. We hebben al het geld aan[verdachte] gegeven omdat hij geen geld had voor eten. Hij kwam er mee dat het best wel makkelijk ging omdat [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] het al een keer eerder hadden gedaan.[verdachte] zei: “Kun jij het niet een keer doen, het is heel makkelijk”. 10

Op 12 januari 2012 om 19.39.39 uur is er met de telefoon van [medeverdachte 6] gebeld met[bedrijf 2].11

Bewijsoverwegingen feit 2

De rechtbank acht op grond van het vorenstaande het aan verdachte ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen en overweegt daartoe als volgt. Uit voormelde bewijsmiddelen volgt dat verdachte de initiator was van de overval op de pizzakoerier, hij heeft [medeverdachte 1] en [medeverdachte 6] naar Houten gereden en hij heeft gedeeld in de opbrengst. De verklaring van verdachte dat hij beide mededaders alleen opgehaald heeft en niet heeft gedeeld in de buit acht de rechtbank niet geloofwaardig in het licht van de andere verklaringen die op elkaar aansluiten en elkaar ondersteunen.

Met betrekking tot het gebruik van het mes volgt de rechtbank de gedetailleerde verklaring van aangever.

Parketnummer 16/659922-13

Bewijsmiddelen

Aangeefster [getuige] heeft op 19 oktober 2013 aangifte gedaan van bedreiging en daartoe – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard.12 Op 16 oktober 2013 was ik samen met mijn vriendin[A] bij de tramhalte bij het winkelcentrum in Nieuwegein. Ik zag dat [B] en verdachte het perron op kwamen lopen en in mijn richting liepen. Ik hoorde verdachte op luide toon zeggen: “Jou moet ik nog effe hebben”. Ik had een vermoeden waarvoor hij mij moest hebben. Ik had ongeveer een week geleden een brief ontvangen om een getuigenverklaring af te leggen in de rechtbank in de zaak tegen verdachte. Ik had het idee dat verdachte mij hierover wilde spreken. Ik hoorde dat verdachte zei dat hij de verhalen wilde afstemmen. Verdachte zei tegen [B] dat ik dat wijf was die tegen hem een getuigenverklaring had afgelegd. Ik zei tegen verdachte dat ik nu echt geen tijd had om de verhalen af te stemmen. Ik hoorde dat verdachte tegen mij zei: “dat gaat toch wel lukken toch?” Ik hoorde dat [B] op een meer dwingende toon zei: “dat gaat wel lukken toch?” Daarna liepen zij weg.

Wat later kwamen [A] en ik verdachte en [B] weer tegen. Verdachte begon tegen[A] te praten. De toon verliep niet heel gezellig. Ik had al een idee waar dit gesprek naar zou leiden en daarom heb ik de dictafoon van mijn telefoon aangezet. Het gesprek verliep nogal rommelig maar het kwam erop neer dat verdachte wilde dat ik mijn getuigenverklaring zou aanpassen. Ik hoorde dat verdachte zei dat ik moest zeggen dat hij gewoon in de auto zat en van niets wist. Kort hierna liepen verdachte en [B] weg. Ik hoorde dat verdachte naar mij riep dat ik maar moest zorgen dat het goed komt omdat ik anders een probleem met hem zou hebben. Ik had het gevoel alsof er iets in mij knapte en ik heb toen geroepen waarom ze mij bedreigden. Ik ben erg bang dat verdachte mij iets gaat aandoen als ik de waarheid ga vertellen.

Uit het afluisteren van het geluidsbestand van aangeefster is – zakelijk weergegeven – het volgende gebleken.13 Verbalisant[verbalisant] hoorde bij deze opname vier verschillende stemmen en herkende twee stemmen als de stemmen van aangeefster en verdachte. Uit de verklaringen van aangeefster is af te leiden dat de overige twee stemmen, een onbekende mannenstem en een onbekende vrouwenstem, de stemmen van [B] en [A] betreffen.

Verbalisant hoorde verdachte zeggen nadat aangeefster hem zei dat hij haar niet continue met dit hele verhaal moet lastigvallen: “ja dat snap ik maar ga eerst maar dat oplossen. Dan laat ik je voor de rest je hele kankerleven met rust”. Nadat aangeefster zegt dat hij haar niet moet lastigvallen zegt verdachte: “doe niet zo kankerstoer. Want als jij nu gaat zeggen dat ik je lastig val, dan heb je echt een groot probleem met mij hoor” en “Ik hoop dat je je verklaring gaat aanpassen want anders heb je echt een groot probleem”

De onbekende mannenstem zei: “Als hij door jullie in de problemen komt, heb je ook een probleem met mij! En dat is niet zo gemakkelijk! Gewoon je kankersmoel houden” en “daar blijven of ik sla je kop” en “ik pak jou en je hele kankerfamilie”.

Bewijsoverwegingen

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat er geen sprake is geweest van bedreiging. Uit het ten laste gelegde blijkt echter dat verdachte verweten wordt dat hij aangeefster heeft willen beïnvloeden bij het in vrijheid naar waarheid en geweten afleggen van een verklaring bij de rechter-commissaris. Van dergelijke beïnvloeding is zonder meer sprake.De rechtbank stelt vast dat uit de hierboven genoemde bewijsmiddelen duidelijk blijkt dat verdachte aangeefster onder druk wilde zetten om haar verklaring aan te passen. Uit het opgenomen telefoongesprek blijkt tevens dat zowel verdachte als zijn vriend [B] om dit doel te bereiken dreigende bewoordingen hebben geuit in de richting van aangeefster.

6 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 5. vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

Parketnummer 16/701384-12

1. Primair (zaaksdossier 1)

hij op 04 januari 2012 te Nieuwegein, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en een anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee en geld, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of[bedrijf 1] Nieuwegein,

en

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas, geheel toebehorende aan [bedrijf 1] Nieuwegein, welke diefstal werd voorafgegaan van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken,

welke bedreiging met geweld hierin bestond dat zijn mededaders (dreigend) op die [slachtoffer 1] af zijn gelopen en die [slachtoffer 1] hebben opgedragen zijn geld af te geven;

2. Primair (zaaksdossier 2)

hij op 12 januari 2012 te Houten, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (42,50 euro), geheel of ten dele toebehorende aan[bedrijf 2], welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat zijn mededaders die [slachtoffer 2] bij diens nek vastgepakt en vastgehouden en daarbij aan die [slachtoffer 2] een mes getoond en die[slachtoffer 2] gesommeerd geld af te geven;

Parketnummer 16/659922-13

op 16 oktober 2013 te Nieuwegein, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen,

telkens opzettelijk mondeling zich jegens [getuige] heeft geuit, kennelijk om diens vrijheid om naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter een verklaring af te leggen te beïnvloeden, immers hebben hij, verdachte en zijn mededader mondeling voornoemde [getuige] de volgende woorden, toegevoegd:

"je krijgt een uitnodiging om een getuigenverklaring af te leggen" en "maar ga eerst dat maar oplossen, dan laat ik je voor de rest je hele kankerleven met rust" en "doe niet zo kankerstoer, want als jij nu gaat zeggen dat ik je lastig val, dan heb je echt een groot probleem" en "ik hoop dat je je verklaring gaat aanpassen want anders heb je echt een groot probleem" en "als hij door jullie in problemen komt, heb je ook een probleem met mij. En dat is niet zo gemakkelijk. Gewoon je kankersmoel houden" en "daar blijven anders sla ik je op je kop" en”ik pak jou en je hele kankerfamilie"

terwijl hij, verdachte en zijn mededader wisten dat die verklaring zou worden afgelegd;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

7 De strafbaarheid

7.1.

De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

16/701384-12

feit 1 primair en feit 2 primair: afpersing en diefstal vergezeld van bedreiging met geweld terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;

16/659922-13

Medeplegen van beïnvloeding van een getuige in diens verklaringsvrijheid.

7.2.

De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 De strafoplegging

8.1.

De vordering van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd:

een gevangenisstraf van 164 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met voorwaarden zoals voorgesteld door de reclassering en ambulante behandeling.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht bij de strafmaat rekening ermee te houden dat verdachte zijn leven weer opgepakt heeft. Verdachte is bereid mee te werken aan reclasseringstoezicht.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte is betrokken bij twee overvallen op pizzakoeriers, hij is initiator en heeft anderen aangezet om de koeriers daadwerkelijk te overvallen. Verdachte bagatelliseert zijn aandeel door te verklaren dat hij slechts heeft gereden en te ontkennen dat hij in de buit gedeeld heeft. Blijkens een door de voorzitter ter terechtzitting voorgelezen verklaring van een van de slachtoffers heeft een dergelijke ervaring enorme gevolgen, niet alleen voor slachtoffers zelf maar ook voor hun naasten. Door zijn houding heeft verdachte geen blijk gegeven van enig inzicht in de ernst van de misdrijven en de impact die dit heeft op slachtoffers. Dat verdachte daarna geprobeerd heeft om een getuige te beïnvloeden om haar verklaringen in een voor hem gunstiger zin aan te passen is hem zwaar aan te rekenen.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op:

- de pro-justitiarapportage d.d. 10 juni 2013 van GZ-psycholoog F.A.T. Maarschalkerweerd;

- een verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële documentatie d.d. 23 oktober 2013;

- het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland d.d. 3 juli 2013;

- het voortgangsverslag toezicht van Reclassering Nederland d.d. 21 november 2013.

De rechtbank is van oordeel dat de bewezen verklaarde feiten in beginsel een forse gevangenisstraf rechtvaardigen. Daarnaast is een hoge werkstraf aangewezen. De rechtbank zal bij het bepalen van de strafmaat rekening houden met de houding van verdachte ter terechtzitting, zijn justitiële documentatie en met het feit dat verdachte reeds 75 dagen voorlopige hechtenis heeft ondergaan.

De rechtbank is op grond van het voorgaande ook van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen indien er geen behandeling of begeleiding van de verdachte plaatsvindt. De rechtbank acht het om die reden geboden de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden te bevelen.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14e, 22c, 22d, 45, 57, 285a, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder feit 3A en B van parketnummer 16/701384-12 ten laste gelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

parketnummer 16/701384-12

feit 1 primair en feit 2 primair: afpersing en diefstal vergezeld van bedreiging met geweld terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;

parketnummer 16/659922-13

medeplegen van beïnvloeding van een getuige in diens verklaringsvrijheid.

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 165 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk;

- stelt daarbij vast een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht op de opgelegde gevangenisstraf;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 200 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 100 dagen;

- bepaalt dat de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

- bepaalt dat de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke deel van de straf kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende

algemene voorwaarden houdt:

1. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit:

2. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1van de wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

en als bijzondere voorwaarde:

1. dat de veroordeelde zich binnen twee dagen na deze veroordeling meldt bij Reclassering Nederland, Vivaldiplantsoen 200, Utrecht en zich gedurende door die instelling bepaalde perioden blijft melden zo frequent als deze instelling dat gedurende deze perioden nodig acht;

2. dat de veroordeelde wordt verplicht zich te laten behandelen voor zijn psychische problematiek, beperkte coping en de keuzes die hij maakt en daarmee gepaard gaande delictgedrag bij een forensische polikliniek of soortgelijke ambulante forensische zorg, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de behandelaar zullen worden gegeven. Hierbij wordt Reclassering Nederland opdracht gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

- beveelt dat de op grond van artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;

Voorlopige hechtenis

Heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.P.C.M. Waarts, voorzitter, mr. E.A. Messer en mr. J.M.L.van Mulbregt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.P. Wismeijer, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 december 2013.

BIJLAGE: De tenlastelegging

aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

Parketnummer 16/701384-12

1. Primair (zaaksdossier 1)

hij op of omstreeks 04 januari 2012 te Nieuwegein, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee en/of geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of [bedrijf 1] Nieuwegein, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s),

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een tas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of [bedrijf 1] Nieuwegein, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij en/of zijn mededader(s) (dreigend) op die [slachtoffer 1] af zijn gelopen en/of die [slachtoffer 1] hebben opgedragen zijn geld af te geven;

art 317 wetboek van strafrecht

art 312 wetboek van strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair (zaaksdossier 1)

[medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] op of omstreeks 04 januari 2012 te Nieuwegein, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van een portemonnee en/of geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of [bedrijf 1] Nieuwegein, in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en / of zijn/hun mededader(s),

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een tas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of [bedrijf 1] Nieuwegein, in elk geval aan een ander of anderen dan aan die[medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en / of zijn/hun mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en / of zijn/hun mededader(s), (dreigend) op die [slachtoffer 1] af zijn gelopen en/of die [slachtoffer 1] hebben opgedragen zijn geld af te geven;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 04 januari 2012 te Nieuwegein en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk die [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] (met de auto) te vervoeren;

art 317 wetboek van strafrecht

art 312 wetboek van strafrecht

art 48 wetboek van strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2. Primair (zaaksdossier 2)

hij op of omstreeks 12 januari 2012 te Houten, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (42,50 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij en/of zijn mededaders die [slachtoffer 2] (bij diens nek) vastgepakt en/of vastgehouden en/of (daarbij) aan die [slachtoffer 2] een mes getoond en/of die [slachtoffer 2] gesommeerd geld af te geven;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 6] op of omstreeks 12 januari 2012 te Houten, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (42,50 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of diens mededader(s), welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 6] en/of diens mededaders die [slachtoffer 2] (bij diens nek) vastgepakt en/of vastgehouden en/of (daarbij) aan die [slachtoffer 2] een mes getoond en/of die [slachtoffer 2] gesommeerd geld af te geven

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 12 januari 2012 te Houten en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 6] (met de auto) te vervoeren;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3. A.

hij op of omstreeks 04 januari 2012 te Vianen, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een tas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of (één of meer van) zijn mededader(s) (onverhoeds) die [slachtoffer 3] heeft benaderd en/of (met kracht) aan haar tas heeft getrokken;

(art 312 Wetboek van strafrecht)

en/of

B.

hij op of omstreeks 04 januari 2012 te Vianen, althans in het arrondissement Utrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een tas, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s) (onverhoeds) die [slachtoffer 4] benaderd en/of (met kracht) aan haar tas getrokken (waardoor die [slachtoffer 4] ten val kwam) en/of aan haar tas getrokken terwijl zij op de grond lag, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

(art 312 Wetboek van strafrecht jo. art 45 Wetboek van strafrecht)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Parketnummer 16/659922-13

dat hij op of omstreeks 16 oktober 2013 te Nieuwegein, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,(telkens) opzettelijk mondeling zich jegens[getuige] heeft geuit, kennelijk om diens vrijheid om naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of ambtenaar een verklaring af te leggen te beïnvloeden, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader mondeling voornoemde [getuige] (terwijl [getuige] -meermalen- heeft aangegeven niet lastig gevallen te willen worden) de volgende woorden, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, toegevoegd:

-"je krijgt een uitnodiging om een getuigenverklaring af te leggen" en/of

-"jij moet er voor zorgen dat je jouw verhaal veranderd, zodat ik niet alles kwijt raak" en/of

-"je zorgt gewoon dat ik nergens bij sta" en/of

-"maar ga eerst dat maar oplossen, dan laat ik je voor de rest je hele kankerleven met rust" en/of

-"doe niet zo kankerstoer, want als jij nu gaat zeggen dat ik je lastig val, dan heb je echt een groot probleem" en/of

-"Ik hoop dat je je verklaring gaat aanpassen want anders heb je echt een groot probleem" en/of

-"als hij door jullie in problemen komt, heb je ook een probleem met mij. En dat is niet zo gemakkelijk. Gewoon je kankersmoel houden" en/of

-"daar blijven anders sla ik je op je kop" en/of

-Ik pak jou en je hele kankerfamilie"

terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat die verklaring zou worden afgelegd;

artikel 285a Wetboek van Strafrecht.

art 285a lid 1 Wetboek van Strafrecht

PROCES-VERBAAL van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de rechtbank te Utrecht, enkelvoudige kamer in strafzaken, van -

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende op het adres [adres 1], [postcode] [woonplaats].

Aanwezig:

mr. , rechter, als lid van de enkelvoudige kamer,

mr. , officier van justitie

en als griffier

De rechter doet de zaak uitroepen.

In de zaal van de terechtzitting zijn verder aanwezig:

0 de verdachte

0 de raadsman/vrouwe van verdachte mr.

0 een tolk in de taal, genaamd
die in handen van de rechter op de bij de wet voorgeschreven wijze de eed/belofte aflegt zijn/haar taak als tolk naar zijn/haar geweten te zullen vervullen. Al hetgeen ter terechtzitting is gesproken of voorgelezen is door voornoemde tolk vertolkt.

0 De rechter spreekt het vonnis uit.

0 De rechter spreekt het vonnis uit en geeft verdachte kennis, dat hij/zij daartegen binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat door de rechter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

1 Het proces-verbaal van aangifte d.d. 4 januari 2012, opgenomen op pagina 13 tot en met 15 van het zaaksdossier, met name pagina 13 onderaan en 14 bovenaan.

2 Het proces-verbaal van verhoor d.d. 11 maart 2012, opgenomen op pagina 39 tot en met 41 van het zaaksdossier, met name pagina 39 onderaan.

3 Het proces-verbaal van verhoor d.d. 11 maart 2012, pagina 40.

4 Het proces-verbaal van verhoor d.d. 12 maart 2012, opgenomen op pagina 45 tot en met 46 van het zaaksdossier, met name pagina 45.

5 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] bij de rechter-commissaris op 13 november 2013.

6 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 april 2012, opgenomen op pagina 27 en 28 van het zaaksdossier.

7 Het proces-verbaal van de zitting van 22 november 2013.

8 Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 12 januari 2012, opgenomen op pagina 71 tot en met 73 van het zaaksdossier, met name pagina 72.

9 Het proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 14 mei 2013, opgenomen op pagina 113 tot en met 120 in het persoonsdossier, met name pagina 117 in het midden, pagina 118 onderaan en pagina 119 bovenaan.

10 Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 13 november 2013.

11 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 februari 2012, opgenomen op pagina 82 tot en met 83 van het zaaksdossier, juncto het proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 mei 2012, opgenomen op pagina 88 van het zaaksdossier.

12 Proces-verbaal van aangifte[getuige] d.d. 19 oktober 2013, opgenomen op pagina 36-38 van het zaaksdossier met parketnummer 659922-13.

13 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 oktober 2013, opgenomen op pagina 45 tot en met 48 van het zaaksdossier met parketnummer 16.659922-13