Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:6148

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
06-12-2013
Datum publicatie
06-12-2013
Zaaknummer
16/701383-12 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft, samen met anderen met geweld/bedreiging, op 4 januari 2012, in Houten en Vianen één pizzakoerier en twee slachtoffers gedwongen tot afgifte van geld en goederen. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot 47 dagen jeugddetentie waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Veroordeelt de verdachte ook tot het verrichten van onbetaalde arbeid van 80 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/701383-12 (P)

Datum vonnis: 6 december 2013

Vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak gewezen in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te[geboorteplaats],

wonende op het adres [adres 1], [postcode] [woonplaats],

Als raadsvrouwe van verdachte is mede ter terechtzitting aanwezig, mr. M. Tukker, advocaat te Nieuwegein.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 22 november 2013, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1.

op 4 januari 2012 in Nieuwegein samen met anderen met geweld/bedreiging pizzakoerier [slachtoffer 1] van [bedrijf] Nieuwegein heeft gedwongen zijn portemonnee, geld en tas af te geven;

feit 2.A.

op 4 januari 2012 te Vianen, samen met anderen met geweld/bedreiging, een tas heeft weggenomen van [slachtoffer 2], het slachtoffer onverhoeds heeft benaderd en met kracht aan de tas heeftgetrokken;

feit 2.B.

op 4 januari 2012 te Vianen, samen met anderen heeft geprobeerd een tas een tas weg te nemen van[slachtoffer 3], het slachtoffer onverhoeds heeft benaderd en met kracht aan de tas heeft getrokken waardoor het slachtoffer ten val kwam en/of aan de tas getrokken toen het slachtoffer op de grond lag;

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan.

4.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging refereer zich aan het oordeel van de rechtbank. Verdachte bekent dat hij bij de overval op de pizzakoerier bijgestaan heeft. Hij was niet bij de overval op de dames in Vianen.

4.3.

Het oordeel van de rechtbank

De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de doorlopende paginanummers 1 tot en met 113 van het persoonsdossier met dossiernummer PL0960/2012091173 en de doorlopende paginanummers 1 tot en met 136 van het zaaksdossier met dossiernummer PL0960/2012091173.

De door de rechtbank in de voetnoten aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij de wet gestelde eisen.

Bewijsmiddelen feit 1.

Aangever [slachtoffer 1] heeft tegenover de politie – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard.1 [slachtoffer 1] reed op 4 januari 2013 naar het adres[adres 2] te Nieuwegein ter bezorging van een pizza. Hij had gehoord dat er met een bankbiljet van 100 euro betaald zou worden en had daarom extra wisselgeld meegekregen. Aldaar aangekomen liep hij met zijn bestelling over het tuinpad naar de voordeur. Op dat moment hoorde [slachtoffer 1] iets achter zich. Hij draaide zich om en zag twee jongens op zich af komen lopen. [slachtoffer 1] hoorde dat een van die jongens of misschien wel allebei tegen hem zeiden dat hij zijn geld moest afgeven. [slachtoffer 1] schrok daar ontzettend van en liet de tas met pizza’s met daarop de papieren zak met blikjes cola op de grond vallen. [slachtoffer 1] zei tegen de jongens: “pak mijn portemonnee maar”. [slachtoffer 1] hoorde ook nog een van de jongens zeggen: “Je hebt extra geld meegenomen.” [slachtoffer 1] pakte de portemonnee van de zaak uit zijn linker broekzak en gaf de portemonnee aan de jongen die voor hem stond. [slachtoffer 1] zag dat de andere jongen toen ook het tuinpad op kwam lopen. Die jongen zei ook nog tegen aangever: “Als je me verraadt dan kom ik je opzoeken.”.

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft tijdens zijn verhoor bij de politie op 11 maart 2012 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:2

Een andere jongen en hij zaten bij [medeverdachte 2] in de auto. Zij hadden geen geld en wilden wel geld lenen, maar dat lukte niet. [medeverdachte 2] zei toen dat zij dan een pizzakoerier moesten bellen. [medeverdachte 1] wist wat [medeverdachte 2] daarmee bedoelde, want hij kent hem heel goed. [medeverdachte 1] begreep dat ze dan een pizzakoerier zouden beroven. [medeverdachte 2] belde toen de pizzazaak, [bedrijf], deed een bestelling en vroeg of hij met een briefje van 100 kon betalen, om te zorgen dat de pizzakoerier extra wisselgeld mee zou nemen. [medeverdachte 2] zat achter het stuur, [medeverdachte 1] en de andere jongen zaten achterin.

[medeverdachte 2] parkeerde de auto en alle drie zijn uitgestapt en gingen op de hoek staan wachten op de pizzakoerier.De pizzabezorger stond stil en was de pizza’s aan het pakken uit de kist achterop de scooter. Toen renden [medeverdachte 1] en de andere jongen naar hem toe. [medeverdachte 1] riep tegen hem: “portemonnee” en die andere jongen riep: “hoeveel zit er in”, en “geef je pizza’s”. De pizzakoerier gaf de portemonnee aan hem af en de andere jongen pakte de pizza’s, waarna zij naar de auto van [medeverdachte 2] zijn gerend en gedrieën zijn vertrokken en de buit hebben verdeeld.Het muntgeld en het bankbiljet van 50 euro heeft [medeverdachte 2] genomen. 3

Medeverdachte [medeverdachte 1] verklaart tijdens zijn verhoor bij de politie op 12 maart 2012 – zakelijk weergegeven – als volgt:4 “[verdachte] is ook mee geweest met de overval op de pizzakoerier en in mijn eerdere verklaring noemde ik hem die andere jongen”.

Op 22 mei 2013 verklaart verdachte tijdens zijn verhoor bij de politie nadat hij geconfronteerd is met de verklaring van [medeverdachte 1] dat [medeverdachte 1] de overval samen met verdachte heeft gepleegd: “Ja, dat kan ik moeilijk meer ontkennen.”5

Bewijsoverwegingen feit 1

De rechtbank acht op grond van het vorenstaande het aan verdachte ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen en overweegt daartoe als volgt.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte actief bij de overval betrokken was en er niet alleen heeft bijgestaan. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij het allemaal niet meer zo goed weet omdat hij dronken was. Echter, de verklaringen van de pizzakoerier en van medeverdachte [medeverdachte 1] zijn eenduidig. [medeverdachte 2] heeft de pizza’s besteld en heeft verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte 1] naar [adres 2] gereden, verdachte en [medeverdachte 1] zijn op de pizzakoerier afgelopen en hebben hem gedwongen zijn geld en pizza’s af te geven.

Bewijsmiddelen feit 2.A en 2.B.

Aangeefster [slachtoffer 2] heeft op 5 januari 2012 bij de politie – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard.6 Op woensdag 4 januari 2012 tussen 19.45 uur en 19.50 uur liep [slachtoffer 2] samen met haar vriendin op [straatnaam] te Vianen. Toen zij harde voetstappen achter zich hoorde, keek zij achterom en zag twee jongens lopen. [slachtoffer 2] zag dat een van de jongens naar haar toe sprong. De andere jongen sprong naar haar vriendin. [slachtoffer 2] zag dat de jongen haar tas vastpakte. [slachtoffer 2] voelde dat hij daaraan trok. Doordat [slachtoffer 2] bang was om te vallen heeft zij haar tas losgelaten. [slachtoffer 2] zag dat de jongen de tas pakte en wegliep. Toen [slachtoffer 2] naar haar vriendin keek zag zij dat haar vriendin op de grond lag met de andere jongen bovenop haar. Zij zag dat haar vriendin haar tas vasthield en verzet pleegde. Zij zag dat de jongen op een gegeven moment van haar vriendin af ging en samen met de andere jongen wegliep.

Aangeefster[slachtoffer 3] heeft op 5 januari 2012 bij de politie – zakelijk weergegeven – als volgt verklaard.7 Op 4 januari 2012 tussen 19.45 uur en 19.50 uur liep [slachtoffer 3] met haar vriendin op [straatnaam] te Vianen. Op een gegeven moment zag [slachtoffer 3] dat een jongen aan de tas van haar vriendin stond te trekken. Opeens voelde [slachtoffer 3] dat er iemand aan haar tas begon te trekken. [slachtoffer 3] wilde de tas niet loslaten. Doordat de jongen hard trok viel [slachtoffer 3] op de grond. De jongen liet los en ging er vandoor richting de Lek.

Op 13 mei 2013 heeft [medeverdachte 1] bij de politie – zakelijk weergegeven – als volgt verklaard.8 V: Wat kun je verklaren over de beroving van de vrouwen? A: Ik heb het wel gedaan. [naam] (de rechtbank begrijpt dat bedoeld wordt [verdachte]) gaat me afmaken als hij dit hoort. (…) We reden rond in Vianen, toen één van ons zei dat we vrouwen gingen beroven. Toen zijn we gaan lopen en uiteindelijk zagen we twee vrouwen lopen op de dijk. Toen heb ik van één vrouw de tas gepakt. Bij de andere tas lukte het niet. [medeverdachte 2] had [verdachte] en [medeverdachte 1] afgezet voor de dijk en die gingen dus kijken of er een persoon rondliep.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] die dag in Vianen in de auto van [medeverdachte 2] zat9.

Bewijsoverweging

De rechtbank acht op grond van het vorenstaande het aan verdachte ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Aangeefsters beschrijven dat er twee jongens waren. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij het delict samen met een van de medepassagiers heeft gepleegd. De verklaring van verdachte dat alleen [A] en [medeverdachte 1] uit de auto zijn geweest, zoals afgelegd ter terechtzitting, is daarmee niet aannemelijk geworden. Naar het oordeel van de rechtbank volgt hieruit dat verdachte samen met [medeverdachte 1] op [straatnaam] uit de auto zijn geweest en daar geprobeerd hebben[slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] van hun tassen te beroven.

5 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1. zaaksdossier 1)

op 04 januari 2012 te Nieuwegein (aan [adres 2]), tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee en geld, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of [bedrijf] Nieuwegein, en

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas, geheel of ten dele toebehorende aan die [bedrijf] Nieuwegein, welke diefstal werd voorafgegaan van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken,

welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij en zijn mededader dreigend op die [slachtoffer 1] af zijn gelopen en die [slachtoffer 1] hebben opgedragen zijn geld af te geven;

2. A.

op 04 januari 2012 te Vianen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas, geheel toebehorende aan [slachtoffer 2], welke diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken,

welk geweld hierin bestonden dat verdachte en/of zijn mededader onverhoeds die [slachtoffer 2] heeft benaderd en met kracht aan haar tas heeft getrokken;

B.

op 04 januari 2012 te Vianen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een tas, geheel toebehorende aan [slachtoffer 3], tezamen en in vereniging met een ander, als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en zijn mededader onverhoeds die [slachtoffer 3] benaderd en met kracht aan haar tas getrokken waardoor die [slachtoffer 3] ten val kwam en aan haar tas getrokken terwijl zij op de grond lag, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid

6.1.

De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

feit 1: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 2.A.: diefstal vergezeld van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal makkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

feit 2.B.: poging diefstal vergezeld van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal makkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

6.2.

De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 De strafoplegging

7.1.

De vordering van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd:

Jeugddetentie voor de duur van 47 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren onder voorwaarden zoals door de reclassering voorgesteld en opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis bij onherroepelijk worden van het vonnis.

7.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich met betrekking tot de door de officier van justitie gevorderde straf niet uitgelaten.

7.3.

Het oordeel van de rechtbank

Op 4 januari 2012, vroeg op de avond, is verdachte, samen met een ander, op twee joggende dames afgerend en heeft geprobeerd deze dames te beroven. In één geval lukte dat, in het andere geval lukte dat niet, zelfs niet toen een van de verdachte aan de tas van het slachtoffer bleef rukken terwijl zij op de grond was gevallen. Op dezelfde dag - minder dan een uur later - heeft verdachte met zijn mededader een pizzakoerier overvallen. Geconfronteerd met de verklaring van de medeverdachte erkent verdachte dat hij betrokken is bij de overval op de pizzakoerier. Met betrekking tot de beroving van de dames ontkent verdachte dat hij de auto heeft verlaten en insinueert daarmee dat de beroving door medeverdachte [medeverdachte 1] samen met een meisje[A] is gepleegd. Door zijn houding heeft verdachte de gevolgen voor de slachtoffers fors miskend. Blijkens een door de voorzitter ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring heeft een dergelijke ervaring voor de slachtoffers enorme gevolgen, niet alleen voor henzelf maar ook voor hun naasten. Dat verdachte op één dag in minder dan één uur drie medeburgers zo traumatiseert is hem zeer aan te rekenen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat hiervoor, naast de periode dat verdachte in voorarrest heeft gezeten een voorwaardelijke gevangenisstraf alsmede een werkstraf, is aangewezen. De rechtbank zal verder ten voordele van verdachte, die ten tijde van de delicten nog minderjarig was, het tijdsverloop in deze zaak laten meewegen.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op:

- een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële documentatie d.d. 11 juli 2013;

- het reclasseringsadvies van Reclassering Leger des Heils d.d. 19 november 2013.

De rechtbank is op grond van het voorgaande ook van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen indien er geen behandeling of begeleiding van de verdachte plaatsvindt. De rechtbank acht het om die reden geboden de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden te bevelen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 45, 47, 77a, 77g, 771, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77gg, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 2.A.: diefstal vergezeld van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal makkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

feit 2.B.: poging diefstal vergezeld van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal makkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot 47 dagen jeugddetentie, waarvan 30 dagen voorwaardelijk;

- stelt daarbij vast een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht op de opgelegde gevangenisstraf;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 80 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 40 dagen;

- bepaalt dat de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

- bepaalt dat de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke deel van de straf kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende algemene voorwaarden houdt:

1. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit:

2. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1van de wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

en als bijzondere voorwaarde:

1. dat de veroordeelde zich binnen twee dagen na deze veroordeling meldt bij reclassering Leger des Heils, Zeehaenkade 30, 3526 LC Utrecht en zich gedurende door Reclassering Leger des Heils bepaalde perioden blijft melden zo frequent als deze instelling dat gedurende deze perioden nodig acht;

2. dat de veroordeelde zal deelnemen aan gedragsinterventies, bestaande uit GI-LdH CoVaplus (IQ 70-90) of GI-RN CoVa training afhankelijk van de uitkomsten van een IQ-test, waarbij de veroordeelde zich dient te houden aan de aanwijzingen zoals die gedurende door of namens de reclassering aan veroordeelde zullen worden gegeven;

3. dat de veroordeelde meewerkt aan een intakegesprek, en indien geadviseerd, ambulante begeleiding bij het Leger des Heils of soortgelijke hulpverleningsinstelling, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

waarbij Reclassering Leger des Heils opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

- beveelt dat de op grond van artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;

Voorlopige hechtenis

Heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.P.C.M. Waarts, voorzitter tevens kinderrechter, mr. E.A. Messer en mr. J.M.L.van Mulbregt, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. J.P. Wismeijer en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 6 december 2013.

BIJLAGE: De tenlastelegging

aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

(zaaksdossier 1)

hij op of omstreeks 04 januari 2012 te Nieuwegein (aan [adres 2]), althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee en/of geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of [bedrijf] Nieuwegein, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s),

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een tas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of [bedrijf] Nieuwegein, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij en/of zijn mededader(s) (dreigend) op die [slachtoffer 1] af zijn gelopen en/of die [slachtoffer 1] hebben opgedragen zijn geld af te geven;

art 317 wetboek van strafrecht

art 312 wetboek van strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

A.

hij op of omstreeks 04 januari 2012 te Vianen, althans in het arrondissement Utrecht,tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een tas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of (één of meer van) zijn mededader(s) (onverhoeds) die [slachtoffer 2] heeft benaderd en/of (met kracht) aan haar tas heeft getrokken;

(art 312 Wetboek van strafrecht)

en/of

B.

hij op of omstreeks 04 januari 2012 te Vianen, althans in het arrondissement Utrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een tas, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s) (onverhoeds) die [slachtoffer 3] benaderd en/of (met kracht) aan haar tas getrokken (waardoor die [slachtoffer 3] ten val kwam) en/of aan haar tas getrokken terwijl zij op de grond lag, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

(art 312 Wetboek van strafrecht jo. art 45 Wetboek van strafrecht)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

PROCES-VERBAAL van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de rechtbank te Utrecht, enkelvoudige kamer in strafzaken, van -

in de zaak tegen de verdachte:

KINDERRECHTER!

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende op het adres [adres 1], [postcode] [woonplaats],

Aanwezig:

mr. , rechter, als lid van de enkelvoudige kamer,

mr. , officier van justitie

en als griffier

De rechter doet de zaak uitroepen.

In de zaal van de terechtzitting zijn verder aanwezig:

0 de verdachte

0 de raadsman/vrouwe van verdachte mr.

0 een tolk in de taal, genaamd
die in handen van de rechter op de bij de wet voorgeschreven wijze de eed/belofte aflegt zijn/haar taak als tolk naar zijn/haar geweten te zullen vervullen. Al hetgeen ter terechtzitting is gesproken of voorgelezen is door voornoemde tolk vertolkt.

0 De rechter spreekt het vonnis uit.

0 De rechter spreekt het vonnis uit en geeft verdachte kennis, dat hij/zij daartegen binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat door de rechter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

1 Het proces-verbaal van aangifte d.d. 4 januari 2012, opgenomen op pagina 13 tot en met 15 van het zaaksdossier, met name pagina 13 onderaan en 14 bovenaan.

2 Het proces-verbaal van verhoor d.d. 11 maart 2012, opgenomen op pagina 39 tot en met 41 van het zaaksdossier, met name pagina 39 onderaan.

3 Het proces-verbaal van verhoor d.d. 11 maart 2012, pagina 40.

4 Het proces-verbaal van verhoor d.d. 12 maart 2012, opgenomen op pagina 45 tot en met 46 van het zaaksdossier, met name pagina 45.

5 Het proces-verbaal van verhoor d.d. 22 mei 2013, opgenomen op pagina 27 tot en met 37 van het persoonsdossier, met name pagina 32 bovenaan.

6 Het proces-verbaal van aangifte d.d. 5 januari 2012, opgenomen op pagina 221 tot en met 223 van het zaaksdossier.

7 Het proces-verbaal van aangifte d.d. 5 januari 2012, opgenomen op pagina 225 tot en met 227 van het zaaksdossier, met name pagina 225 onderaan en pagina 226 bovenaan.

8 Het proces-verbaal verhoor getuige d.d. 13 mei 2013, opgenomen op pagina 52 tot en met 58 van het persoonsdossier van [medeverdachte 1], met name pagina 56.

9 Verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 22 november 2013.