Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:6044

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
28-11-2013
Datum publicatie
23-10-2014
Zaaknummer
C-16-348425 - JE RK 13-1864
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

verlenging ondertoezichtstelling (aangehouden gedeelte)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Familierecht

Locatie Utrecht

Verlenging ondertoezichtstelling (aangehouden gedeelte)

Zaak-/rolnummer: C/16/348425 / JE RK 13-1864

Beschikking van de kinderrechter van 28 november 2013 met betrekking tot de minderjarige:

[minderjarige] , geboren op [1999] te [geboorteplaats],

nader te noemen: [minderjarige].

De kinderrechter merkt naast de verzoeker als belanghebbenden aan:

- [de vader],

wonende te [woonplaats 1],

nader te noemen de vader,

- [de moeder],

wonende te [woonplaats 2],

nader te noemen de moeder.

Het ouderlijk gezag wordt uitgeoefend door de ouders [de moeder] en [de vader].

1 Verloop van de procedure

1.1.

[minderjarige] is onder toezicht gesteld van de Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht (hierna: BJZ). De ondertoezichtstelling loopt tot 3 december 2013.

1.2.

BJZ heeft op 11 juli 2013 een verzoekschrift met bijlagen ingediend, strekkende tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de periode van één jaar.

1.3.

Het verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling en het daarbij behorende hulpverleningsplan zijn bij het verzoekschrift overgelegd.

1.4.

Bij beschikking van 2 augustus 2013 is de ondertoezichtstelling voor vier maanden verlengd en is het verzoek voor het overige aangehouden.

1.5.

Op 28 november 2013 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De griffier heeft van de inhoud daarvan aantekening gehouden. Bij de behandeling zijn verschenen:

  • -

    de vader,

  • -

    de moeder,

  • -

    mevrouw [A] namens BJZ.

[minderjarige] is buiten de aanwezigheid van de overige belanghebbenden gehoord.

2 Vaststellingen en overwegingen

2.1.

BJZ verzoekt om toewijzing van het aangehouden deel van haar verzoek en geeft de volgende toelichting. De gezinsvoogd van [minderjarige] heeft deze week contact gehad met Altrecht over een intakegesprek voor [minderjarige]. Dit zal op korte termijn plaats kunnen vinden. Een afnemen van het persoonlijkheidsonderzoek zal ongeveer twee maanden duren. Het persoonlijkheidsonderzoek zal waarschijnlijk leiden tot een hulpverleningsadvies. BJZ wil deze hulpverlening begeleiden. Daarnaast zijn er de zorgen om [minderjarige] vanuit school toegenomen, waardoor BJZ begeleiding in het gedwongen kader nog steeds noodzakelijk acht.

2.2.

De ouders geven aan graag hulp voor [minderjarige] te willen, bij voorkeur in het vrijwillige kader. De ondertoezichtstelling legt een hoge druk op [minderjarige]. Vooral speelt bij haar de angst om uit huis geplaatst te worden.

2.3.

Op grond van de verkregen informatie van BJZ zoals in genoemde stukken aangegeven en hetgeen tijdens de terechtzitting nog naar voren is gebracht, is de kinderrechter van oordeel dat in het belang van [minderjarige] de termijn van de ondertoezichtstelling dient te worden verlengd, nu de gronden voor de ondertoezichtstelling – zoals bepaald in artikel 1:254 lid 1 Burgerlijk Wetboek – nog aanwezig zijn.

2.4.

De kinderrechter overweegt als volgt. De kinderrechter heeft in de beschikking van 2 augustus 2013 onder meer overwogen dat afhankelijk van de uitkomst van het persoonlijkheidsonderzoek, bekeken kan worden welke vervolgstappen moeten worden gezet en of het daarbij nog noodzakelijk is om het gedwongen kader te handhaven. Nu dit onderzoek nog niet van start is gegaan, is de situatie sindsdien feitelijk onveranderd gebleven. Dit betekent dat op dezelfde gronden als vermeld in de beschikking van 2 augustus jl. een korte voortzetting van de onder toezicht stelling gegeven is. Nu dit onderzoek waarschijnlijk op korte termijn van start zal gaan, is een verlenging van vier maanden wederom geïndiceerd en zal het verzoek van BJZ voor het overige worden aangehouden. De kinderrechter zal het verzoek derhalve voor vier maanden toewijzen, te weten tot 3 april 2014 en de beslissing voor het overige PRO FORMA aanhouden. De kinderrechter verzoekt BJZ om uiterlijk 14 maart 2014 de kinderrechter schriftelijk te informeren over de resultaten van het persoonlijkheidsonderzoek en de eventuele plannen voor verdere hulpverlening. BJZ wordt verzocht daarbij expliciet aan te geven of het resterende deel van het verzoek wordt gehandhaafd, gewijzigd of ingetrokken. Afhankelijk van de verstrekte informatie zal de kinderrechter de griffier verzoeken een nieuwe datum voor verdere behandeling van het aangehouden deel van het verzoek te bepalen en de belanghebbenden in dat geval op te roepen.

3 Beslissing

De kinderrechter

3.1.

verlengt de termijn waarvoor [minderjarige] onder toezicht is gesteld van de Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht, met ingang van 3 december 2013 tot 3 april 2014;

3.2.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.3.

houdt de beslissing op het resterende deel van het verzoek PRO FORMA aan tot

3 april 2014 met het verzoek aan BJZ om uiterlijk 14 maart 2014 de kinderrechter schriftelijk te informeren zoals hierboven onder 2.4. vermeld.

Deze beslissing is gegeven door mr. D.J. van Maanen, kinderrechter, en ter openbare terechtzitting van 28 november 2013 uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. F.W. Zalm, griffier.

Tegen deze uitspraak kan beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze uitspraak is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening van de uitspraak of nadat de uitspraak hun op andere wijze bekend is geworden.