Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:5969

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
22-11-2013
Datum publicatie
02-12-2013
Zaaknummer
2493989 UE VERZ 13-782
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst i.v.m. reorganisatie afgewezen. Nieuwe functie regiomanager passend. Volgen van zorgvuldige en objectieve herplaatsingsprocedure door werkgever onvoldoende aannemelijk. Samenhang met kort geding 2445175 UV EXPL 13-44

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2013-0978
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 2493989 UE VERZ 13-782 HV/4486

Beschikking van 22 november 2013

inzake

de besloten vennootschap

SKON Kinderopvang B.V.,

gevestigd te Vianen,

verder ook te noemen SKON,

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. O.J. Rote-de Vries,

tegen:

[verwerende partij] ,

wonende te [woonplaats],

verder ook te noemen [verwerende partij],

verwerende partij,

gemachtigde: mr. M.K. Eijsenga.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift van SKON met producties;

  • -

    de nadere producties aan de zijde van SKON;

- het verweerschrift van [verwerende partij] met producties;

  • -

    de nadere producties aan de zijde van [verwerende partij];

  • -

    de mondelinge behandeling op 8 november 2013, waarvan aantekeningen zijn gehouden;

  • -

    de pleitnota van mr. Rote-de Vries;

  • -

    de pleitnota van mr. Eijsenga.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft gelijktijdig plaatsgevonden met de zitting naar

aanleiding van het bij deze rechtbank onder nummer 2445175 UV EXPL 13-440 aanhangige

kort geding waarbij door [verwerende partij] (onder andere) (weder)tewerkstelling in de functie

van Regiomanager is gevorderd.

1.3.

Ten slotte is in beide zaken gelijktijdig uitspraak bepaald.

2 De feiten

2.1.

[verwerende partij], geboren op [geboortedatum], thans 62 jaar oud, is op 1 maart 1978 in dienst van (de rechtsvoorganger van) SKON getreden. Het dienstverband geldt voor onbepaalde tijd. [verwerende partij] was laatstelijk werkzaam in de functie van Regiomanager voor (gemiddeld) 36 uur per week. Het laatstgenoten brutoloon bedraagt € 5.419,00 per maand, exclusief vakantietoeslag en overige emolumenten. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO Kinderopvang 2012-2014 van toepassing.

2.2.

SKON is een van de drie B.V.’s binnen de holding Kinderopvang Nederland B.V., verder te noemen KN, en houdt zich bezig met het organiseren en aanbieden van kinderopvang. De andere twee B.V.’s zijn Allio Kinderopvang B.V., verder te noemen Allio, en Partou B.V., verder te noemen Partou.

2.3.

KN heeft besloten tot een reorganisatie. Deze houdt in dat SKON, Allio en Partou per 1 januari 2014 worden samengevoegd tot één B.V., met één hoofdkantoor. De betreffende maatregelen zijn beschreven in de “Adviesaanvraag eindbeeld strategie KN 2013-2015 en migratiepad” van 29 maart 2013, welke is voorgelegd aan de Centrale Ondernemingsraad (de COR). De COR heeft bij brief van 8 mei 2013 positief geadviseerd. In deze brief is onder meer vermeld:

“(…)

Verder hebben wij de volgende afspraken gemaakt:

De COR ziet het sociaal plan als onderdeel van de adviesaanvraag op hoofdlijn. (…) De COR ziet dan ook graag een deeladvies tegemoet voor het sociaal plan t.z.t.

Over de volgende onderdelen verwacht de COR nog een officiële adviesaanvraag:

  • -

    1 servicekantoor (organisatie/locatie).

  • -

    Indeling van de marktgebieden.

  • -

    Inrichting stafafdelingen.

  • -

    Bij elke volgende (deel) adviesaanvraag verwachten wij een inzichtelijk personeelsformatieplan zodat oude en nieuwe situaties goed inzichtelijk zijn, inclusief een plaatsingsprocedure, daar waar nodig.

  • -

    (…)”

2.4.

Voorafgaand aan de “Adviesaanvraag eindbeeld strategie KN 2013-2015 en migratiepad” van 29 maart 2013 heeft KN op 22 maart 2013 de “Adviesaanvraag centralisatie aansturing stafafdelingen” gedaan. De COR heeft daarover op 1 juli 2013 positief geadviseerd.

2.5.

Op 14 juni 2013 heeft KN de “Adviesaanvraag indeling marktgebieden” aan de COR voorgelegd. De COR heeft daarover op 1 juli 2013 positief geadviseerd. In deze adviesaanvraag staat onder meer het volgende:

“(…)

2 De huidige situatie/indeling

De indeling in de huidige situatie komt nog grotendeels voort uit de indeling die door de werkmaatschappijen Allio, Partou en skon kinderopvang hanteerden. Er wordt nu gewerkt vanuit 16,5 regio’s. (…)

3 De nieuwe situatie/indeling

De nieuwe indeling omvat twee marktgebieden met daarin in totaal 14 regio’s.

(…)

Uitgangspunt voor regiomanagers is een werkweek van gemiddeld 36 uur per week. (…)”

2.6.

Op 5 juli 2013 heeft er een gesprek tussen [verwerende partij] enerzijds en de heer R.[A], HR manager (verder te noemen[A]), en mevrouw [B], directeur, anderzijds plaatsgevonden. In de daaropvolgende e-mail van 12 juli 2013 van[A] aan [verwerende partij] staat onder meer:

“(…)

In het kader van de strategie 2013-2015 is door Kinderopvang Nederland B.V. besloten een nieuwe organisatiestructuur door te voeren (…)

Er is ook een nieuwe regio indeling gemaakt (…). De nieuwe indeling omvat twee marktgebieden met daarin in totaal 14 regio’s. (…)

(…)

De uitgangspunten voor de functie van regiomanager zijn opnieuw gedefinieerd. Bovendien zijn er ook competenties aan toegevoegd. De functie van regiomanager is hierdoor op essentiële onderdelen veranderd. Hieruit is ook een nieuw functieprofiel ontstaan. Op basis van de geformuleerde resultaatgebieden zullen jaarlijks targets worden vastgesteld die een andere maar ook zwaardere inhoud krijgen dan tot op heden gebruikelijk was.

Op vrijdag 5 juli jl. hebben [B] en ik jou medegedeeld dat jij niet wordt benoemd in de nieuwe functie van regiomanager. Hieraan ten grondslag ligt een unaniem advies van de collega’s die met jou hebben gewerkt c.q. nog werken. Bij de bespreking tijdens het gezamenlijke directieoverleg hebben wij heel zorgvuldig per kandidaat de geschiktheid besproken en alle afwegingen gemaakt om tot een goede besluitvorming te komen. Hierbij is het voornoemde besluit genomen. Jouw reactie hierop was dat je teleurgesteld bent maar hiermee wel rekening hebt gehouden.

Vervolgens hebben wij de afspraak gemaakt dat jij, na enkele dagen van bezinning, met mij in contact zou treden om gezamenlijk te bespreken wat, in de ontstane situatie, de mogelijkheden kunnen zijn. [B] en ik vonden het ook beter dat je even niet zou werken. Na het weekend heb je ons laten weten gewoon aan het werk te gaan. Op mijn uitnodiging voor een gesprek komt de reactie dat het door jou blijkbaar noodzakelijk wordt geacht dat er een adviseur bij het gesprek aanwezig moet zijn. Ik heb hiertegen geen bezwaar (…). Het gaat immers alleen maar om het met elkaar bespreken van de mogelijkheden als gevolg van het voornoemde besluit. Ik verneem graag.

(…)”

2.7.

[verwerende partij] heeft op de e-mail van 12 juli 2013 van[A] gereageerd bij haar e-mail en brief van 15 juli 2013 en wel als volgt:

“(…)

Ten eerste, ik ben verbaasd, geschokt en teleurgesteld over de inhoud van je e-mail, mede omdat het geen weergave is van de inhoud van ons gesprek op 5 juli jongstleden.

Wat daar van zij, ik zal hierna puntsgewijs ingaan op je e-mail, (…).

1. E-mail [A] 12 juli 2013 17:29 “In het kader van de strategie 2013-2015 (…) Op basis van de geformuleerde resultaatgebieden zullen jaarlijks targets worden vastgesteld die een andere maar ook zwaardere inhoud krijgen dan tot op heden gebruikelijk was.”

Mijn reactie:

Deze informatie is mij als zodanig niet bekend en is ook niet aan mij op 5 juli 2013 meegedeeld. Aan mij is bovendien niet bekend, dit is ook niet aan mij meegedeeld, dat de functie regiomanager opnieuw is gedefinieerd. Ik verzoek je mij de betreffende stukken waar dit uit blijkt te doen toekomen.

2. E-mail [A] 12 juli 2013 17:29 “Op vrijdag 5 juli jl. hebben [B] en ik jou medegedeeld dat jij niet wordt benoemd in de nieuwe functie van regiomanager. Hieraan ten grondslag ligt een unaniem advies van de collega’s die met jou hebben gewerkt c.q. nog werken.”

Mijn reactie :

Aan mij is meegedeeld dat ik niet zal worden benoemd in de nieuwe functie van regiomanager, echter op mijn vraag op basis waarvan deze beslissing was genomen, kreeg ik te horen dat hierover geen mededelingen gedaan konden worden. Ik maak bezwaar tegen het feit dat de grondslag van het besluit een unaniem advies van de collega’s zou zijn die met mij hebben gewerkt zeker nog werken. Het subjectieve standpunt van collega’s kan geen rechtsgeldige grond zijn voor een dergelijk besluit. Ik verzoek je mij de organisatorische en juridische argumenten schriftelijk mee te delen (…).

3. E-mail [A] 12 juli 2013 17:29 “Bij de bespreking tijdens het gezamenlijke directieoverleg hebben wij heel zorgvuldig per kandidaat de geschiktheid besproken en alle afwegingen gemaakt om tot een goede besluitvorming te komen. Hierbij is het voornoemde besluit genomen. Jouw reactie hierop was dat je teleurgesteld bent maar hiermee wel rekening hebt gehouden.”

Mijn reactie:

Tijdens het gesprek is door jou aan mij gevraagd of ik dit had verwacht. Ik heb gezegd dat ik wel weet dat er een reorganisatie plaats vind, iedereen, ik dus ook, een mogelijk exit dus kon verwachten, maar het helemaal niet leuk vind en het ook niet wil. Ik heb toen naar de argumenten gevraagd, en die kon je mij niet geven.

4. E-mail [A] 12 juli 2013 17:29 “Vervolgens hebben wij de afspraak gemaakt dat jij, na enkele dagen van bezinning, met mij in contact zou treden om gezamenlijk te bespreken wat, in de ontstane situatie, de mogelijkheden kunnen zijn. [B] en ik vonden het ook beter dat je even niet zou werken.”

Mijn reactie:

Er is mij niet verteld dat het beter was als ik even niet zou werken, evenmin ben ik vrijgesteld om te werken. (…) Ik heb tijdens ons bespreking op 5 juli alleen gezegd dat ik tijd nodig heb om dit op een rijtje te zetten. (…) Indien SKON van mening was dat ik vrijgesteld was van werkzaamheden dan had mij dat meteen en duidelijk meegedeeld moeten worden.

5. (…)

(…)

Ik zal op dinsdag om 10.00 uur in Amsterdam aanwezig zijn om te vernemen welke mogelijkheden SKON voorstelt.(…), zodat[H] hierop namens mij kan reageren.”

2.7.

In de periode na 15 juli 2013 is er uitgebreid gecorrespondeerd tussen de advocaten van partijen. [verwerende partij] heeft zich – primair – op het standpunt gesteld in aanmerking te komen voor de functie Regiomanager nieuwe stijl nu zij daarvoor geschikt is en zich daartoe bereid houdt.

2.8.

Op verzoek van SKON heeft [C] gerapporteerd omtrent de uitwisselbaarheid van de functies Regiomanager nieuwe stijl en Regiomanager oude stijl. Zijn brief aan de advocaat van SKON van 18 juli 2013 luidt, voor zover relevant:

“(…)

Met andere woorden: de functie is niet zwaarder geworden, maar anders in het licht van een veranderende markt. Dat vereist nieuwe competenties.

De medewerker in kwestie zal ondernemend moeten zijn om zijn organisatieonderdeel zichtbaar in de markt te zetten. Dit is essentieel anders dan het profiel ‘bedrijfsleider’ dat de functie voorheen had. Daar kwam het meer aan op managerial capaciteiten, waar nu ook ondernemende kwaliteiten worden gevraagd.

Mijn conclusie is daarom dat de functie niet uitwisselbaar is.

(…)”

2.9.

In het door [D], HRM Consultant bij Patricia van Petersen HR Consultancy op verzoek van [verwerende partij] uitgebrachte rapport van 20 augustus 2013 omtrent de uitwisselbaarheid van de functies Regiomanager nieuwe stijl en Regiomanager oude stijl is onder meer het volgende opgenomen:

“(…)

Functie wel/niet vervallen

Conclusie is dat de oude functie van Regio Manager niet is komen te vervallen. 4 van de 5 oorspronkelijke resultaatgebieden zijn nog steeds van kracht. De functie is gewijzigd. Gelet op de toevoeging van 1 resultaatgebied en de meer gedetailleerde uitwerking van taken in de nieuwe functiebeschrijving van Regio Manager, kan gesteld worden dat het hier gaat om een passende functie.

Onder een passende functie wordt verstaan: een functie die gelet op het niveau van de huidige functie, salarisschaal, de genoten of binnen afzienbare tijd af te ronden opleiding, werkervaring, persoonlijke competenties en omstandigheden aan de werknemer opgedragen kan worden. Daarbij is inbegrepen dat de werknemer binnen een reële termijn kan voldoen aan de functie-eisen. (…)

Uitwisselbare functie

Volgens de beleidsregels van het UWV zijn uitwisselbare functies, “functies die naar functie-inhoud, vereiste kennis en vaardigheden en vereiste competenties vergelijkbaar en naar niveau en beloning gelijkwaardig zijn”.

(…), dan moet worden vastgesteld dat de oude functie van Regio Manager vergelijkbaar is en naar niveau en beloning gelijkwaardig is met de nieuwe functie van Regio Manager. Dat betekent dat de oude functie van Regio Manager uitwisselbaar is met de nieuwe functie van Regio Manager en dat betrokken werknemers meegenomen dienen te worden in het afspiegelingsbeginsel binnen de kaders van het Sociaal Plan.

Overdrachtsperiode

(…)

De redelijkheid brengt mee dat bij het bepalen van de uitwisselbaarheid van functies een zekere overdrachtsperiode - nodig om in de andere functie ingewerkt te raken – wordt ingecalculeerd. (…) en zou dit ook voor het invullen van de nieuwe functie van Regio Manager van toepassing kunnen zijn.

(…)”

2.10.

In een nieuwsbrief van 15 augustus 2013 van de financieel directeur van KN staat onder meer:

“(…)

Inmiddels is bekend welk directieteam verantwoordelijk is voor marktgebied West-Nederland en welk voor marktgebied Oost-Nederland en welke regiomanagers daarbij horen.

(…)

Op 22 augustus worden de oudercommissies geïnformeerd over de indeling van de marktgebieden en de bijbehorende operationeel regiodirecteuren en regiomanagers.

Samenstellen regioteams

Nu de regiomanagers (…) bekend zijn, is het tijd voor de volgende stap: het samenstellen van de regioteams. (…) De komende weken zullen de nieuwe regiomanagers een voorstel doen voor de invulling van hun regioteams, (…).”

2.11.

Van de voorheen werkzame 16 regiomanagers is een aantal direct in de functie van Regiomanager (nieuwe stijl) geplaatst. SKON heeft enkele andere regiomanagers een assessment aangeboden. SKON heeft aan [verwerende partij] direct, reeds begin juli 2013, de mededeling gedaan dat zij niet in aanmerking komt voor de functie van Regiomanager (nieuwe stijl).

2.12.

KN heeft per 1 september 2013 de reorganisatie doorgevoerd, aldus dat per die datum de stafafdelingen zijn ingericht en KN (in ieder geval) vanaf die datum met 2 marktgebieden en 14 regio’s, onder leiding van 2 directieteams en 14 regiomanagers, is gaan werken.

2.13.

Het door [E], Hoofd Ambtenarenrecht bij Leeuwendaal advies B.V. op verzoek van SKON uitgebrachte advies van 5 november 2013 omtrent de uitwisselbaarheid van de functies Regiomanager nieuwe stijl en Regiomanager oude stijl luidt onder meer als volgt:

“(…)

Marktgerichtheid is naast apart resultaatsgebied ook opgenomen als aparte competentie. Daarnaast worden met de Regiomanagers afspraken gemaakt over het behalen van targets, hetgeen een nieuw element is.

Analyse

Juist de toevoeging van dit nieuwe resultaatsgebied marktgerichtheid maakt het verschil in vergelijking met de oude functie. Hierdoor zijn aanvullende competenties nodig, met name commercieel handelen en ondernemerschap. De nieuwe Regiomanager, meer dan de oude Regiomanager, is gericht op actieve marktbenadering en acquisitie.

Conclusie

(…) Aan de functie is een extra dimensie toegevoegd, waardoor de functie niet meer hetzelfde en niet uitwisselbaar is.

(…)”

2.14.

De onderhandelingen met vakbonden hebben (nog) niet geleid tot definitieve overeenstemming over het Sociaal Plan.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

SKON verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van verandering van omstandigheden. Zij voert daartoe aan dat de functie van [verwerende partij] – Regiomanager oude stijl – wegens een door SKON noodzakelijk geachte reorganisatie is komen te vervallen, [verwerende partij] niet in aanmerking komt voor de functie van Regiomanager nieuwe stijl en er voor [verwerende partij] geen andere passende functie beschikbaar is. Nu [verwerende partij] van de ontstane situatie geen verwijt kan worden gemaakt, biedt SKON een ontbindingsvergoeding van € 99.615,58 aan.

[verwerende partij] heeft gemotiveerd verweer gevoerd op de inhoud waarvan hierna - voor zover van belang - zal worden ingegaan. [verwerende partij] concludeert primair tot afwijzing van het verzoek en subsidiair tot ontbinding per 1 december 2013 onder toekenning van een vergoeding van € 489.600,- bruto, althans een in goede justitie te bepalen vergoeding, met veroordeling van SKON in de kosten van het geding.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter heeft zich ervan vergewist of het verzoek verband houdt met het bestaan van enig opzegverbod, hetgeen niet het geval is.

4.2.

Het verzoek van SKON is gegrond op bedrijfseconomische omstandigheden. Hoewel de kantonrechter niet rechtstreeks gebonden is aan het toetsingskader dat door het UWV wordt gehanteerd, zoals neergelegd in de Beleidsregels Ontslagtaak UWV, neemt de kantonrechter die normen wel mede tot uitgangspunt bij de beoordeling van de vraag of zich een noodzaak voordoet voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst om een bedrijfseconomische reden.

4.3.

Ingevolge de Beleidsregels Ontslagtaak UWV dient SKON niet alleen voldoende aannemelijk te maken dat in redelijkheid tot de voorgenomen reorganisatie is besloten, gelet op haar bedrijfseconomische omstandigheden, maar ook dat aanvaardbaar is dat de arbeidsplaats van [verwerende partij] als gevolg van die reorganisatie zal vervallen en dat met in achtneming van het afspiegelingsbeginsel en andere redelijkerwijs te hanteren criteria, [verwerende partij] niet in aanmerking kan komen voor herplaatsing in enige andere functie binnen de nieuwe organisatie.

4.4.

Anders dan door [verwerende partij] is aangevoerd, is naar het oordeel van de kantonrechter op grond van hetgeen SKON heeft gesteld en de door haar overlegde stukken de gegronde reden voor de reorganisatie voldoende aannemelijk geworden. SKON heeft toegelicht waarom een reorganisatie gegeven het huidige economische en politiek-maatschappelijke klimaat door haar noodzakelijk wordt geacht en heeft terecht opgemerkt dat de Beleidsregels Ontslagtaak UWV met betrekking tot deze situatie aangeven dat een financiële onderbouwing minder van belang is, nu het gaat om een strategische heroriëntatie op de markt om flexibeler te kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen. Aan een werkgever komt daarbij voorts een zekere mate van beleidsvrijheid toe ten aanzien van de wijze waarop die reorganisatie vorm wordt gegeven. Aan de algemene bezwaren van [verwerende partij] op dit punt gaat de kantonrechter derhalve voorbij.

4.5.

SKON heeft ter onderbouwing van haar verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst voorts aangevoerd, dat de functie van [verwerende partij] – Regiomanager oude stijl – als gevolg van de reorganisatie is komen te vervallen en er sprake is van een nieuwe functie Regiomanager nieuwe stijl, voor welke functie [verwerende partij] volgens SKON niet in aanmerking komt en er bovendien voor [verwerende partij] geen andere passende functie beschikbaar is. SKON stelt zich in dat verband op het standpunt dat alle arbeidsplaatsen van de Regiomanagers oude stijl boventallig zijn geworden, nu de functies Regiomanager oude stijl en Regiomanager nieuwe stijl niet uitwisselbaar zijn. De functie van Regiomanager nieuwe stijl dient wel als een passende functie te worden gekwalificeerd, maar volgens SKON komt [verwerende partij] daarvoor niet in aanmerking.

4.6.

Daartegen richt zich het verweer van [verwerende partij]. Volgens [verwerende partij] zijn de functies van Regiomanager oude stijl en Regiomanager nieuwe stijl wel uitwisselbare functies, althans moet de functie van Regiomanager nieuwe stijl in ieder geval als een voor haar passende functie worden aangemerkt en heeft SKON haar ten onrechte, op voorhand, voor die functie uitgesloten. Inmiddels zijn de betreffende arbeidsplaatsen voor de functie van Regiomanager nieuwe stijl al ingevuld. De kantonrechter overweegt als volgt.

4.7.

Het begrip uitwisselbare functie dient te worden onderscheiden van het begrip passende functie. Of er sprake is van uitwisselbare functies moet getoetst worden aan de hand van de factoren functie-inhoud, vereiste kennis en vaardigheden, vereiste competenties, niveau en beloning, in onderlinge samenhang. Het is aan de werkgever om aannemelijk te maken dat de nieuwe functie in voldoende mate verschilt van de vervallen functie. Het begrip passende functie is bepalend bij de herplaatsinginspanningen die op een werkgever rusten in het kader van ontslag wegens bedrijfseconomische redenen, nadat de selectie van voor ontslag voorgedragen werknemers heeft plaatsgevonden. Tegenover de door SKON in het geding gebrachte adviezen van [C] en [E], beide met de conclusie dat geen sprake is van uitwisselbare functies, heeft [verwerende partij] het door haar overgelegde rapport van[D] gesteld. In het rapport van[D] is weliswaar als conclusie vermeld dat het uitwisselbare functies betreft, maar is daarentegen ook opgemerkt dat “gelet op de toevoeging van 1 resultaatgebied en de meer gedetailleerde uitwerking van taken in de nieuwe functiebeschrijving van Regio Manager, (…) gesteld (kan; toevoeging ktr.) worden dat het hier gaat om een passende functie”. Op grond van hetgeen op dit punt over en weer naar voren is gebracht, is de kantonrechter van oordeel dat SKON aannemelijk heeft gemaakt, dat de functie van Regiomanager nieuwe stijl in voldoende mate verschilt van de functie van Regiomanager oude stijl en er dus geen sprake is van uitwisselbare functies, zodat het afspiegelingsbeginsel niet aan de orde is.

4.8.

Dat de functie van Regiomanager nieuwe stijl wel als een passende functie in de hiervoor bedoelde zin moet worden gekwalificeerd is op zichzelf door SKON erkend. Daarmee gaat dit geschil om beantwoording van de vraag of SKON op goede gronden in juli 2013 is gekomen tot haar conclusie dat [verwerende partij] niet in aanmerking komt voor de op zichzelf passende functie van Regiomanager nieuwe stijl. Vast staat dat [verwerende partij] zich vanaf het begin op het standpunt heeft gesteld wel aan de functie-eisen te voldoen, althans daaraan binnen afzienbare tijd te kunnen voldoen en aanspraak op de functie Regiomanager nieuwe stijl heeft gemaakt. Op dit punt overweegt de kantonrechter als volgt.

4.9.

Bij de vraag aan wie de 14 beschikbare plaatsen in de functie van Regiomanager nieuwe stijl (hadden) moeten worden aangeboden, bestaat in beginsel de ruimte om de in de (gezamenlijke) visie van SKON (en de andere directies) meest geschikte kandidaat te selecteren, met dien verstande dat daarbij een zorgvuldige procedure en deugdelijke onderbouwing van de beslissing mag worden verwacht. Volgens SKON heeft zij zich, samen met de directies van Allio en Partou en de afdeling HR, op “zorgvuldige en objectieve wijze” over alle Regiomanagers een oordeel gevormd en hield dit oordeel (mede) in dat [verwerende partij] niet voor de functie van Regiomanager nieuwe stijl in aanmerking komt. Deze wijze van beoordeling hield volgens SKON in, dat alle personeelsdossiers en de cv’s van de 16 Regiomanagers naast elkaar zijn gelegd, teneinde de competenties en capaciteiten te vergelijken. Volgens SKON was KN met die competenties en capaciteiten van iedere individuele Regiomanager al op de hoogte en kon zij op basis daarvan tot een juiste keuze komen. Dat aan twee andere Regiomanagers een assessment is aangeboden kwam omdat deze twee werknemers “het voordeel van de twijfel” kregen. [verwerende partij] kwam zonder meer niet in aanmerking voor de functie, omdat zij “juist met betrekking tot onderwerpen gerelateerd aan de nieuw gevraagde vaardigheden en competenties in het verleden zwak heeft gescoord”, aldus SKON.

4.10.

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft SKON onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is geweest van de vereiste en door haar gestelde zorgvuldige en objectieve selectiewijze en dat zij [verwerende partij] terecht direct voor de functie van Regiomanager nieuwe stijl heeft mogen uitsluiten. SKON heeft haar stelling dat [verwerende partij] “juist met betrekking tot onderwerpen gerelateerd aan de nieuw gevraagde vaardigheden en competenties in het verleden zwak heeft gescoord” op geen enkele wijze onderbouwd. SKON heeft het op dit punt gelaten bij de enkele stelling dat tijdens de beoordelingen van [verwerende partij] in de afgelopen jaren juist de competenties ondernemerschap en visie, volgens SKON beiden gerelateerd aan het nieuwe resultaatsgebied en de competentie marktgerichtheid, aandachts- en ontwikkelpunten waren. Nu SKON haar beslissing met betrekking tot [verwerende partij] in juli 2013 kennelijk hierop heeft gebaseerd, had van haar een concrete nadere toelichting, aan de hand van functioneringsverslagen, mogen worden verwacht. SKON heeft in dit verband aangevoerd dat dit zou zijn bevestigd door de directieleden de heer [F] en mevrouw [G], die volgens SKON met [verwerende partij] hebben gewerkt, maar ook van zodanige bevestiging is in deze procedure niet gebleken. Daar komt bij dat [verwerende partij] op dit punt heeft aangevoerd dat mevrouw [G] al 4 jaar niet meer haar leidinggevende was en de heer [F] nooit haar leidinggevende is geweest, hetgeen door SKON niet is betwist, zodat alleen al om die reden aan eventuele zodanige verklaringen van deze personen geen, althans onvoldoende betekenis toekomt.

4.11.

Evenmin heeft SKON gemotiveerd gesteld dat zij zich wegens de volgens haar al jarenlang bestaande aandachts- en ontwikkelpunten voldoende inspanningen heeft getroost om [verwerende partij] zich daarin te laten verbeteren en verder te ontwikkelen en dat [verwerende partij] niet binnen afzienbare termijn aan de functievereisten zal kunnen voldoen. In dat licht had van SKON ook een nadere toelichting mogen worden verwacht met betrekking tot het onderscheid dat zij tussen de Regiomanagers heeft gemaakt inzake het wel of niet laten doen van een assessment. Dit had in de gegeven situatie en gezien het verweer van [verwerende partij] ook op de weg van SKON gelegen. Dat SKON aan [verwerende partij], nadat al feitelijk tot invulling van de arbeidsplaatsen Regiomanager nieuwe stijl was overgegaan, een assessment heeft aangeboden en [verwerende partij] daar niet op ingegaan is, doet daar gegeven de omstandigheden in dit geval niet aan af en daarvan treft [verwerende partij] geen verwijt.

4.12.

SKON heeft aldus onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is geweest van de vereiste en door haar gestelde zorgvuldige en objectieve selectiewijze. Dat maakt dat er niet vanuit mag worden gegaan dat [verwerende partij] bij toepassing van een zorgvuldige en objectieve selectiewijze niet voor deze functie in aanmerking komt. Het ontbindingsverzoek van SKON, voor zover daarop gebaseerd, dient derhalve te worden afgewezen.

4.13.

Een andere grondslag voor ontbinding is niet, althans niet gemotiveerd gesteld. Dat de basis voor een verdere samenwerking tussen partijen zou ontbreken, heeft SKON met name gebaseerd op het door haar veronderstelde standpunt dienaangaande van [verwerende partij], welke veronderstelling [verwerende partij] met haar verweer heeft weersproken. In het feit dat de arbeidsplaatsen Regiomanager nieuwe stijl binnen KN al zijn ingevuld, ziet de kantonrechter evenmin reden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verwerende partij], nu dit onder de gegeven omstandigheden aan SKON als werkgever moet worden toegerekend. Tot slot kan het feit dat [verwerende partij] geheel subsidiair, voor het geval de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ondanks het primaire verweer van [verwerende partij] zou ontbinden , toekenning van een al dan niet hoge vergoeding heeft gevraagd uiteraard geen grond vormen voor zodanige ontbinding.

4.14.

De overige stellingen en verweren van partijen behoeven gezien het voorgaande geen verdere bespreking

4.15.

SKON zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

5 De beslissing

De kantonrechter:

wijst het verzoek af;

veroordeelt SKON in de proceskosten aan de zijde van [verwerende partij], tot de uitspraak van deze beschikking begroot op € 400,00 aan salaris gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.J.M. de Laat, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 22 november 2013.