Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:5935

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
12-11-2013
Datum publicatie
27-11-2013
Zaaknummer
C/16/356444 / KL ZA 13-405
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eiseres vordert dat een item van het programma Tros Opgelicht niet wordt uitgezonden.

De rechter wijst de vordering af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2014/19
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling civielrecht

Zittingsplaats Lelystad

zaaknummer / rolnummer: C/16/356444 / KL ZA 13-405

Vonnis in kort geding van 12 november 2013

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. M. Dorgelo te Amsterdam,

tegen

de vereniging

TROS

gevestigd te Hilversum,

gedaagde,

advocaat mr. H.A.J.M. van Kaam te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiseres] en de Tros genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 11 november 2013;

  • -

    de fax van 11 november 2013 van de Tros met producties;

  • -

    de mondelinge behandeling op 12 november 2013;

  • -

    de pleitnota van de Tros.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

1.3.

In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 12 november 2013 vonnis uitgesproken. Het onderstaande vormt hiervan de nadere schriftelijke uitwerking en is op 26 november 2013 opgemaakt.

2 De feiten

2.1.

Op 22 oktober 2013 zijn van [eiseres] op verschillende momenten opnamen gemaakt door een cameraploeg van de Tros, waarbij onder meer gebruik is gemaakt van een verborgen camera.

2.2.

Uit hetgeen door de verborgen camera is opgenomen, blijkt dat [eiseres] onder meer het volgende verteld:

“Dus ben ik in mijn oude patroon gevallen. Ik ben naar [bedrijf] gegaan. Heb daar een auto gekocht die ik helemaal niet kon betalen. Voor 138.000 euro.”

2.3.

De Tros is voornemens delen van voormelde opnames uit te zenden op 12 november 2013 in haar televisieprogramma Opgelicht?! [eiseres] is eerder onderwerp van dat programma geweest, te weten in de uitzendingen op 8 september 2009 en 25 oktober 2011. De Tros is eveneens voornemens beeldmateriaal uit die vorige uitzendingen op 12 november 2013 opnieuw te tonen.

2.4.

In het programma van 12 november 2013 komen derden aan het woord, waaronder mevrouw [A], mevrouw [B], de heer [C], mevrouw [D] en een medewerker van een autobedrijf waar [eiseres] een Land Rover heeft gekocht. De strekking van de door deze derden gedane uitlatingen zal zijn dat [eiseres], al dan niet onder gebruikmaking van een valse naam, misbruik van de relatie maakt om ten koste van hen financieel gewin te halen.

2.5.

De advocaat van [eiseres] heeft de Tros verzocht af te zien van het uitzenden van beelden waarop [eiseres], al dan niet herkenbaar, te zien zal zijn. De Tros heeft deze verzoeken afgewezen.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert, na wijziging van eis en samengevat weergegeven:

  • -

    primair, dat de Tros wordt verboden om de oude en nieuwe beelden van [eiseres] uit te zenden of te doen uitzenden, op straffe van een dwangsom;

  • -

    subsidiair, dat er ordemaatregelen worden getroffen gericht op het waarborgen van de privacy van [eiseres];

  • -

    primair en subsidiair, dat de Tros wordt veroordeeld in de kosten van de procedure.

3.2.

[eiseres] heeft het navolgende aan haar vordering ten grondslag gelegd. De Tros maakt door uitzending van de opgenomen beelden van [eiseres] inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer, zoals gewaarborgd in artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), alsmede op haar portretrecht als neergelegd in artikel 21 Auteurswet (Aw). Het belang van de Tros bij een maatschappelijk debat en het aan de kaak stellen van misstanden is niet in proportie met de onnodige schending van de privacy van [eiseres]. Volgens [eiseres] zijn de in de uitzending over haar gedane uitlatingen bovendien niet juist en wordt haar leven door het uitzenden van beelden waarop zij herkenbaar in beeld is gebracht, opnieuw op de kop gezet. Volgens [eiseres] handelt de Tros daarmee onrechtmatig jegens haar.

3.3.

De Tros voert verweer, met conclusie tot afwijzing van de vordering en tot veroordeling van [eiseres] in de kosten.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De spoedeisendheid van de zaak is in voldoende gebleken nu de Tros tijdens de mondelinge behandeling heeft medegedeeld voornemens te zijn beeldmateriaal van [eiseres] op dinsdagavond 12 november 2013 in het programma Opgelicht?! te zullen uitzenden.

4.2.

Toewijzing van de vordering van [eiseres] levert een beperking op van het in artikel 7 Grondwet (Gw) en artikel 10 lid 1 EVRM neergelegde recht van de Tros op vrijheid van meningsuiting. Een dergelijk recht kan slechts worden beperkt indien dit bij de wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij de wet is voorzien is sprake, anders dan de Tros stelt, wanneer de uitzending van de Tros een zodanige inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van [eiseres] dat die als onrechtmatig kan worden aangemerkt in de zin van artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek (BW).

4.3.

Voor het antwoord op de vraag welk recht - het recht op vrije meningsuiting of het recht op privacy - zwaarder weegt, moeten de wederzijdse belangen worden afgewogen. Welke van deze belangen, die in beginsel gelijkwaardig zijn, de doorslag behoort te geven hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Op grond van vaste jurisprudentie dient eenzelfde belangenafweging te worden gemaakt indien een beroep wordt gedaan op het portretrecht van artikel 21 Aw (HR 5 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9230).

4.4.

Er bestaat daarbij geen afzonderlijk recht op hoor en wederhoor, zoals [eiseres] lijkt te betogen. Het recht op wederhoor dient te worden meegenomen bij de wederzijdse belangenafweging in verband met de vraag of het recht op vrijheid van meningsuiting bescherming behoeft. Weliswaar vindt de voorzieningenrechter het zeer voorstelbaar dat [eiseres] tijdens de voor haar volstrekt onverwachte confrontatie met een cameraploeg op 22 oktober 2013 niet direct ten volle gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid tot het geven van een weerwoord, dit laat echter onverlet dat [eiseres] nadien, al dan niet via haar advocaat, alsnog de gelegenheid had kunnen nemen om te reageren op hetgeen haar werd verweten. Dit heeft zij niet gedaan. Ook ter zitting is door [eiseres] er slechts op gewezen dat haar geen wederhoor is gegund.

4.5.

Het belang van [eiseres] is dat zij niet dient te worden blootgesteld aan meer publiciteit dan voor het onderwerp van het item strikt noodzakelijk is.

4.6.

Het belang van de Tros is dat zij zich in haar programma Opgelicht?! kritisch, informerend en waarschuwend moet kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken. In dit geval gaat het om de vermeende en voortdurende oplichtingspraktijken van [eiseres].

4.7.

Door de Tros is naar voren gebracht dat [eiseres] sinds de uitzendingen 2009 en 2011 is doorgegaan met oplichtingspraktijken, waarvan bedrijven en particulieren op grotere schaal dan in 2009 en 2011 de dupe zijn geworden. In dit verband wijst de Tros op een Land Rover van € 138.000,00 en een woonhuis van € 398.000,00 waarvan de verkopers (bijna) de dupe zijn geworden van oplichting (mede) door [eiseres]. Volgens de Tros richt [eiseres], anders dan in 2009 en 2011, zich thans ook op een uiterst kwetsbare groep personen. Personen waarvan zij weet dat zij veel hebben meegemaakt, persoonlijke en psychische problemen hebben en om die reden (extra) kwetsbaar zijn. Deze personen, waaronder mevrouw [A], de heer [C], mevrouw [B] en mevrouw [D], zouden in het programma verklaren dat zij slachtoffers van [eiseres] zijn geworden. Volgens de Tros past het in de rol van het programma Opgelicht?! als ‘public watchdog’ om aandacht aan dergelijke misstanden te besteden. Om het publiek goed te informeren over en te waarschuwen tegen de praktijken van [eiseres], acht de Tros het van belang dat [eiseres] herkenbaar in beeld wordt gebracht, te meer nu [eiseres] volgens de Tros gebruik maakt van valse namen, haar uiterlijk steeds aanpast en door heel Nederland opereert. Daarbij is voor de Tros ook van belang geweest dat [eiseres] op geen enkele wijze inziet dat haar gedrag verwerpelijk is en zij de schuld bij de slachtoffers zelf legt.

4.8.

De voorzieningenrechter overweegt dat ter zitting door [eiseres] niet is betwist dat zij (onder de valse naam [naam 1]) betrokken is geweest bij de aanschaf van een Land Rover ter waarde van € 138.000,00 en evenmin dat zij (onder de valse naam [naam 2] en onjuiste geboortedatum) een koopovereenkomst betreffende een woonhuis in Oud-Beijerland ten bedrage van € 398.000, ondertekend heeft. De omstandigheid dat dit niet heeft geleid tot een koopovereenkomst (Land Rover), dan wel dat de koopovereenkomst wel is gesloten, maar vervolgens ‘ongedaan’ is gemaakt (woonhuis in Oud-Beijerland) betekent geenszins dat de Tros deze handelingen van [eiseres] niet terecht en op goede grond heeft kunnen aanmerken als oplichtingshandelingen.

4.9.

Voorts telt aan de zijde van de Tros dat naast het onderwerp van de Land Rover en de koopwoning nog een groot aantal andere situaties aan bod komen waarbij [eiseres] opnieuw misbruik van derden gemaakt zou hebben. Daar zal volgens de Tros ook door een aantal direct betrokkenen in de uitzending over worden verklaard. Als voorbeelden van de gebeurtenissen van na de tweede uitzending in 2011 is door de Tros onder meer het volgende naar voren gebracht:

  • -

    [A], van wie [eiseres] een bedrag van € 2.000,-- zou hebben geleend zonder dit terug te betalen. [A] zou daartoe zijn overgegaan nadat [eiseres] valse geschriften aan [A] getoond heeft waaruit zou moeten blijken dat [eiseres] recht heeft op € 43.000,-- aan schadevergoeding van haar vorige werkgever;

  • -

    [C], die door [eiseres] zou zijn overgehaald om zijn afkickprogramma bij de instelling De Hoop voortijdig af te breken. Ook zou [eiseres] aan hem vervalste documenten hebben getoond waaruit zou blijken dat zij € 25.000,00 op zijn rekening had gestort. Alsmede het bedrag van € 500,-- die [eiseres] van zijn gehandicapte moeder zou hebben ‘afgetroggeld’;

  • -

    [B], bij wie [eiseres] is gaan wonen na haar gedwongen vertrek bij [A]. [eiseres] zou op naam van [B] diverse geldleningen hebben afgesloten, waaronder een consumptief krediet van € 14.000,00. Ook zou [eiseres] het kredietlimiet van de bankrekening van [B] hebben gewijzigd van € 0,00 naar € 1.000,--. Voorts zou [eiseres] haar hebben verteld dat zij een erfenis zal ontvangen van € 30.000,00 en dat zij dit bedrag op de rekening van [B] zal storten, wat niet is gebeurd;

  • -

    [D] die bij [eiseres] is gaan wonen in Limburg. Van de door [D] meegebrachte (nagenoeg volledige) inboedel zouden diverse waardevolle spullen verdwenen zijn. [D] heeft aangifte gedaan tegen [eiseres], die zich overigens aan [D] heeft voorgesteld als [naam 1].

4.10.

Hetgeen [eiseres] over de hiervoor genoemde voorbeelden van de Tros heeft gesteld, noopt niet tot bijstelling van het door de Tros geschetste beeld van [eiseres]. Zo heeft [eiseres] terzake de geldlening gesteld dat zij niet € 2.000,00 maar € 1.400,00 van [A] geleend heeft en dat zij, omdat [A] de geldlening zou hebben kwijtgescholden, al meer aan [A] terugbetaald heeft dan zij verschuldigd was. Over de door de Tros naar aanleiding van deze betwisting ter zitting getoonde geldleningsovereenkomst, die in aanwezigheid van een medewerker van de instelling De Hoop opgesteld en ondertekend is en waarop een geldbedrag van € 2.000,00 vermeld staat, heeft [eiseres] gesteld dat [A] achteraf het bedrag van € 1.400,00 moet hebben veranderd in € 2.000,00. Volgens [eiseres] is dit gebeurd om haar er toe te bewegen ‘juist niets over de criminele activiteiten van’ [A] te zullen melden. De logica van dit laatste kan de voorzieningenrechter niet inzien en [eiseres] heeft daaromtrent ter zitting ook geen bevredigende verklaring voor kunnen geven. Als [A] iets van [eiseres] te vrezen heeft ligt het immers niet voor de hand [eiseres] ten onrechte te beschuldigen van het bewust niet terug betalen van een geldlening.

4.11.

Uit de hiervoor genoemde bloemlezing ontstaat het door de Tros geschetste beeld dat [eiseres] sinds de eerste uitzending in 2009 met enige regelmaat de spil is in situaties waarbij derden door haar handelwijze (ernstig) worden gedupeerd. Tevens wordt het beeld bevestigd dat [eiseres] zich recentelijk mede richt op een meer kwetsbare groep mensen in de Nederlandse samenleving en dat zij haar eigen betrokkenheid en verantwoordelijkheid ten onrechte bagatelliseert. Ook lijkt het ‘werkterrein’ van [eiseres] zich niet (meer) te beperken tot een bepaald deel van Nederland en maakt zij gebruik van valse namen.

4.12.

[eiseres] heeft gesteld de nieuwe uitzending op 12 november 2013 juist tegen te willen gaan, omdat zij niet wenst dat haar leven opnieuw ‘op z’n kop’ wordt gezet. Hoewel er van uit kan worden gegaan dat het herkenbaar in beeld brengen van een persoon die er van beticht wordt mensen op te lichten diffamerend kan zijn, heeft [eiseres] echter niet concreet aangegeven welke nadelige gevolgen de eerdere uitzendingen voor haar heeft gehad en welke gevolgen zij thans (opnieuw) vreest.

4.13.

Gelet op het door de Tros gestelde doel en de strekking van het programma alsmede de hiervoor besproken inhoud over het item over [eiseres], acht de voorzieningenrechter de door [eiseres] gestelde belangen niet van zodanig gewicht dat de voormelde belangenafweging met zich brengt dat de Tros de oude en nieuwe beelden van [eiseres] niet mag uitzenden, daaronder begrepen het [eiseres] herkenbaar in beeld brengen. Reden waarom het gevorderde dient te worden afgewezen.

4.14.

Ook het feit dat er opnames van [eiseres] met een verborgen camera zijn gemaakt leidt niet tot een ander oordeel. Weliswaar is het uitzenden van dergelijke beelden slechts in uitzonderlijke gevallen toelaatbaar, een ieder moet er immers op vertrouwen dat geen misbruik wordt gemaakt van vertrouwen dat hem of haar aan een ander wordt geschonken, maar onvoldoende aannemelijk is geworden dat het door de Tros beoogde doel zonder dit middel had kunnen worden bereikt. De voorzieningenrechter acht gelet op de wijze waarop [eiseres] tijdens de mondelinge behandeling heeft geantwoord op de aan haar gestelde vragen voldoende aannemelijk geworden dat [eiseres], indien zij in het openbaar bevraagd zou worden naar haar handelswijze, slechts zou zwijgen, ontkennen of een ander de schuld geven, zoals door de Tros betoogd.

4.15.

Het oordeel van de voorzieningenrechter dat de vordering in deze procedure niet kan worden toegewezen, laat onverlet dat [eiseres] na de gewraakte uitzending alsnog schadevergoeding en/of rectificatie kan vorderen, indien zij van mening is dat de inhoud en vorm van de uitzending jegens haar onrechtmatig is.

4.16.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Tros worden begroot op:

- griffierecht €  589,00

- salaris advocaat 904,00

Totaal €  1.493,00

4.17.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van de Tros tot op heden begroot op € 1.493,00,

5.3.

veroordeelt [eiseres] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiseres] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C.P. de Ridder en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2013.