Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:5914

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
27-11-2013
Datum publicatie
29-11-2013
Zaaknummer
C/16/342363 / HA ZA 13-291
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Slotervaartziekenhuis stelt dat door Simed ingediende en betaalde facturen ondeugdelijk c.q. valselijk door Simed zijn opgemaakt. Simed heeft nimmer goederen geleverd aan het Slotervaartziekenhuis ten behoeve van de afdeling Radiologie. Het Slotervaartziekenhuis heeft nooit het voornemen gehad het hotel en resort in Turkije aan te kopen. Die aankoop stond los van het project Altinoluk en betrof een privé-investering van de ex-voorzitter van de raad van bestuur. De rechtbank concludeer dat de door de ex-voorzitter met Simed International gemaakte afspraken moeten gelden als door het Slotervaartziekenhuis aangegane verplichtingen. De facturen zijn dus niet ondeugdelijk of valselijk opgemaakt en evenmin door het Slotervaartziekenhuis onverschuldigd betaald. Van onrechtmatig handelen van Simed c.s. is geen sprake.

In reconventie: het Slotervaartziekenhuis is gehouden de schade te vergoeden die Simed c.s. heeft geleden door het moeten stellen van de beslaggarantie. Gelet op haar uitdrukkelijk bewijsaanbod zal Simed c.s. in de gelegenheid worden gesteld bewijs te leveren van deze schade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/342363 / HA ZA 13-291

Vonnis van 27 november 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SLOTERVAARTZIEKENHUIS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. R. Verduijn te Haarlem,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 1] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 2] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

3.[gedaagde sub 3],

wonende te [woonplaats],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. G.A.J. Boekraad te Amsterdam.

Partijen zullen hierna het Slotervaartziekenhuis dan wel het ziekenhuis en [gedaagden c.s.] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 8 mei 2013

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 26 september 2013.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde sub 2] B.V. (hierna: [gedaagde sub 2]) is bestuurder/enig aandeelhouder van [gedaagde sub 1] B.V. (hierna: [gedaagde sub 1]). [gedaagde sub 3] (hierna: [gedaagde sub 3]) is statutair directeur van [gedaagde sub 2] en feitelijk leidinggever van [gedaagde sub 1].

2.2.

[A] (hierna: [A]) is vanaf 2006 (indirect) medeaandeelhouder en voorzitter van de raad van bestuur van het Slotervaartziekenhuis. Leden van deze raad zijn [B] (hierna: [B]) en [C] (hierna: [C]). [A] is omstreeks 19 februari 2013 door de Raad van Commissarissen van het Slotervaartziekenhuis geschorst en later ontslagen.

2.3.

Het Slotervaartziekenhuis en [gedaagde sub 1] hebben in 2008 meermalen contact gehad over het afbouwen, inrichten en exploiteren van een ziekenhuis in [woonplaats] in Turkije (hierna ook: het project [woonplaats]). Op 12 maart 2008 heeft een eerste bespreking plaatsgevonden, waarbij aanwezig waren: de raad van bestuur van het Slotervaartziekenhuis ([A], [C] en [B]), [gedaagde sub 3] namens [gedaagde sub 2] en de heer [D] namens Philips Medical Systems (hierna: [D]). In de periode daarna tot en met juni 2008 hebben nog verschillende besprekingen plaatsgevonden tussen het Slotervaartziekenhuis en [gedaagde sub 2], waarbij namens het Slotervaartziekenhuis (onder meer) [A] en/of [B] aanwezig waren. Ook is op 19 april 2008 een bezoek aan Turkije gebracht door een delegatie van [gedaagden c.s.] en (onder meer) [A] en [B] namens het Slotervaartziekenhuis. De plannen voor een ziekenhuis in [woonplaats] zijn in de zomer dan wel het najaar van 2008 stopgezet.

2.4.

[A] was in 2008 huurder/pachter en exploitant van een hotel en resort in [woonplaats] (Turkije). In het voorjaar van 2008 heeft zij zich beziggehouden met (de voorbereiding van) de aankoop van het hotel en resort (althans de percelen grond waarop het hotel en resort gevestigd waren), mede ten behoeve van het verblijf van patiënten van het ziekenhuis in [woonplaats] en/of hun familieleden.

2.5.

Een e-mailbericht d.d. 13 maart 2008 aan [gedaagde sub 3], op naam van [B] verzonden vanaf het e-mailadres van [A] met cc. aan [C], [A], [B] en [D], luidt, voor zover relevant:
“Onder dankzegging van het prettige onderhoud van gisteren, treft u bijgaand de tekeningen zoals afgesproken aan. (…)
Zoals beloofd nog enige opmerkingen n.a.v. de patiënten categorieën die in het ziekenhuis (www.[naam].com) opgenomen kunnen gaan worden. (…)
Specifieke ruimte is bedacht voor verslavingsgeneeskunde. (…) De bedoeling is dat de meeste patiënten uit deze categorie zullen verblijven in het huidige resort (moet nog verder verbouwd en aangepast worden) op 20 minuten rijafstand. (www.[naam].com)
Bovenste verdieping appartementen die ook voor patiënten geschikt gemaakt moet worden (hotelmatig is dit reeds piekfijn in orde) zullen m.n. voor verslavingsgeneeskunde gebruikt kunnen worden.
(…)
Vooralsnog is dit in grote lijnen de bedoeling. In geval van inhoudelijke vragen is het rechtstreekse mobilenummer: (…) ([B], internist).”

2.6.

Op 15 mei 2008 heeft [gedaagde sub 1] op verzoek van [A] een bedrag van € 200.000,00 overgemaakt op een privérekening van [A]. Die betaling vond plaats ten behoeve van de aankoop van het onder 2.4 vermelde onroerend goed in [woonplaats].

2.7.

Op 22 mei 2008 heeft ABN AMRO Bank N.V. (hierna: de bank) op verzoek van [gedaagde sub 1], die op haar beurt handelde op verzoek van [A], een bankgarantie (nr. [nummer]) afgegeven van € 800.000,00 ten behoeve van de onder 2.4 vermelde aankoop van grond in Turkije. Deze bankgarantie is afgegeven door een Rotterdamse vestiging van de bank en is op 28 mei 2008 vervangen door een bankgarantie (performance bond nr. [nummer]) van een vestiging van de bank in Istanbul (beide bankgaranties worden hierna samen aangeduid als: de bankgarantie).

2.8.

Bij e-mail van 4 juni 2008, verzonden vanaf zijn e-mailadres bij [gedaagde sub 2], bericht [gedaagde sub 3] aan [A], in antwoord op een vraag van [A], dat de aankoop van het resort het beste door een op te richten vennootschap kan gebeuren en niet door haar privé. Op 12 juni 2008 heeft [A] [gedaagde sub 3] per e-mail verzocht aan een fiscalist in Turkije de vraag voor te leggen wat de fiscale verplichtingen voor haar zijn indien het resort wordt aangekocht en verhuurd aan een eigen bedrijf in Turkije en het pand na 6 jaar met winst aan een derde wordt verkocht.

2.9.

Bij e-mail van 23 juni 2008, verzonden vanaf zijn e-mailadres bij [gedaagde sub 2], bericht [gedaagde sub 3] aan [A], voor zover relevant:
"Ik heb even intern de kwestie besproken en het lijkt ons meest voor de hand liggen nu een factuur uit te maken aan Slotervaart voor 5 ton met als omschrijving "voorschot zekerstelling aankoop goederen". (...) Als je mee eens bent zal ik je morgen gescande versie factuur sturen, zodat die deze week kan worden betaald. Mee eens??"
reageert diezelfde datum per e-mail als volgt:
"voorschot zekerstelling aankoop goederen t.b.v. afdeling radiologie" lijkt mij een goede omschrijving. (...)"

2.10.

Vervolgens heeft [gedaagde sub 1] bij facturen van 24 juni 2008 en 7 augustus 2008 geadresseerd aan “Slotervaartziekenhuis attn. Raad van Bestuur Mrs. [A]” telkens een bedrag van € 500.000,00 in rekening gebracht onder de vermelding “Betreft: Voorschot zekerstelling aankoop goederen t.b.v. afdeling Radiologie” respectievelijk “Betreft: Tweede voorschot zekerstelling aankoop goederen t.b.v. afdeling Radiologie” (hierna: de facturen). De facturen zijn door het Slotervaartziekenhuis voldaan. De facturen zijn opgesteld als zekerheidstelling voor de onder 2.6 vermelde betaling en de onder 2.7 genoemde bankgarantie. Door [gedaagde sub 1] zijn aan het Slotervaartziekenhuis geen goederen geleverd als bedoeld in de facturen.

2.11.

Blijkens een brief d.d. 16 oktober 2008 van de bank aan [gedaagde sub 1] heeft de verkoper van de percelen grond de bankgarantie ingeroepen en heeft de bank een bedrag van € 800.000,00 aan hem betaald en de rekening van [gedaagde sub 1] daarvoor gedebiteerd.

2.12.

[A] heeft op 18 maart 2009 per e-mail aan [gedaagde sub 3] gevraagd of [gedaagde sub 1] het door het Slotervaartziekenhuis op de facturen betaalde bedrag wil crediteren en terugbetalen aan het ziekenhuis, onder de voorwaarde dat zij dit bedrag binnen enkele maanden zal betalen aan [gedaagde sub 1]. [gedaagde sub 3] heeft daarop geantwoord bij e-mail, van 19 maart 2009, verzonden vanaf zijn e-mailadres bij [gedaagde sub 1]:
"Als ik je nu financieel kon helpen zou ik het doen (vorig jaar ook gedaan zoals je gemerkt hebt), maar op dit moment zitten wij zelf uiterst krap. (...)"

2.13.

Het Slotervaartziekenhuis heeft [gedaagde sub 1] bij brief van 5 maart 2013 gesommeerd het totaalbedrag van de facturen als zijnde onverschuldigd betaald terug te betalen, vermeerderd met wettelijke rente. [gedaagde sub 1] heeft aan deze sommatie niet voldaan.

2.14.

Ter voorkoming van conservatoire beslaglegging door het Slotervaartziekenhuis ten laste van [gedaagden c.s.] heeft de bank op verzoek van [gedaagden c.s.] op 16 april 2013 een bankgarantie (nr. [nummer]) afgegeven voor een bedrag van € 1.445.000,00 (hierna: de beslaggarantie). Deze beslaggarantie is gewijzigd bij aanhangsel no. 1 d.d. 18 april 2013.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

Het Slotervaartziekenhuis vordert uitvoerbaar bij voorraad voor recht te verklaren dat (samengevat):
- de facturen ondeugdelijk c.q. valselijk door [nummer] zijn opgemaakt;

- [gedaagde sub 2] nimmer goederen heeft geleverd aan het Slotervaartziekenhuis ten behoeve van de afdeling Radiologie en dat de door het Slotervaartziekenhuis op basis van die facturen aan [gedaagde sub 2] betaalde bedragen onverschuldigd zijn betaald, met veroordeling van [gedaagde sub 2] om deze bedragen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van betaling, aan het Slotervaartziekenhuis te betalen;

- [gedaagden c.s.] onrechtmatig jegens het Slotervaartziekenhuis heeft gehandeld, met hoofdelijke veroordeling van [gedaagden c.s.] om de schade te vergoeden die het Slotervaartziekenhuis als gevolg daarvan heeft geleden, welke schade nader dient te worden opgemaakt bij staat en te worden vereffend bij wet;
met veroordeling van [gedaagden c.s.] in de proceskosten.

3.2.

Het Slotervaartziekenhuis stelt daartoe uiteindelijk (samengevat) het volgende:

Er bestaat geen rechtsgrond voor de betaling van de facturen door het Slotervaartziekenhuis omdat de facturen niet zijn gebaseerd op een overeenkomst tussen het Slotervaartziekenhuis en [gedaagde sub 1] en de in de facturen genoemde goederen niet door [gedaagde sub 1] zijn geleverd. Het Slotervaartziekenhuis heeft nooit het voornemen gehad het hotel en resort in Turkije aan te kopen. Die aankoop stond los van het project [woonplaats] en betrof een privé-investering van [A]. Het Slotervaartziekenhuis heeft nooit aan [gedaagde sub 1] gevraagd betalingen te verrichten aan of ten behoeve van [A] privé. [A] heeft ter dekking van de hiervoor onder 2.6 respectievelijk 2.7 vermelde betaling en bankgarantie in overleg met [gedaagde sub 3] valse facturen gericht aan het Slotervaartziekenhuis doen opstellen en ervoor gezorgd dat deze facturen door het Slotervaartziekenhuis werden voldaan. [gedaagde sub 1], haar bestuurder [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] (in privé en als bestuurder van [gedaagde sub 2] en feitelijk bestuurder van [gedaagde sub 1]) hebben aldus onrechtmatig gehandeld jegens het Slotervaartziekenhuis en zijn gehouden de schade die het ziekenhuis daardoor heeft geleden te vergoeden.

3.3.

[gedaagden c.s.] voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.5.

[gedaagden c.s.] vordert - samengevat - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
1. het Slotervaartziekenhuis te veroordelen om binnen 48 uur na betekening van het vonnis:
a) aan de bank schriftelijk, ondubbelzinnig en onvoorwaardelijk mee te delen dat zij is ontslagen uit haar verplichtingen onder de (bij aanhangsel no. 1 van 18 april 2013 gewijzigde) beslaggarantie;

b) aan de bank het origineel van de beslaggarantie en genoemd aanhangsel terug te geven;

c) aan de advocaat van [gedaagden c.s.] per koerier een gewaarmerkt afschrift (de rechtbank begrijpt gezien de verklaring van [gedaagden c.s.] ter comparitie: een waarheidsgetrouwe kopie) van de sub a bedoelde mededeling en schriftelijk bewijs van de sub b bedoelde teruggave te bezorgen;
alles op straffe van een dwangsom van € 5.000,- per dag(deel), tot een maximum van € 1.500.000,-;
2. voor recht te verklaren dat het Slotervaartziekenhuis onrechtmatig heeft gehandeld jegens [gedaagden c.s.] door onder dreiging met beslaglegging de beslaggarantie met aanhangsel af te dwingen en het Slotervaartziekenhuis te veroordelen tot vergoeding van de schade die het Slotervaartziekenhuis daardoor heeft geleden en nog zal lijden, bestaande uit:
a. € 100,00 aan vaste provisie;

b. een bedrag gelijk aan 1% rente op jaarbasis over het maximumbedrag van de beslaggarantie van € 1.445.000,00 berekend over de periode vanaf 16 april 2013 tot en met de dag van volledige voldoening aan de veroordeling onder 1 a tot en met c;

c. andere schade, waaronder schade die [gedaagden c.s.] lijdt doordat zij vanwege de beslaggarantie is beperkt in haar kredietruimte bij de bank, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

met veroordeling van het Slotervaartziekenhuis in de proceskosten.

3.6.

Het Slotervaartziekenhuis voert verweer.

3.7.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

4.1.

Kern van het geschil betreft de vraag of [A] bij haar activiteiten ten behoeve van de aankoop van het hotel en resort in Turkije is opgetreden namens het Slotervaartziekenhuis, althans of [gedaagden c.s.] daarvan mocht uitgaan.

4.2.

Bij de beantwoording van die vraag stelt de rechtbank voorop dat een rechtspersoon niet zelf kan handelen en dat het bestuur de vennootschap vertegenwoordigt voor zover uit de wet niet anders voortvloeit. Die vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur of een bestuurder is in beginsel onbeperkt en onvoorwaardelijk (artikel 2:240 van het Burgerlijk Wetboek). Eén en ander leidt tot het uitgangspunt dat een (rechts)handeling verricht door een persoon die optreedt als bestuurder van een besloten vennootschap, heeft te gelden als (rechts)handeling van die vennootschap en dat de vennootschap daaraan in beginsel gebonden is.

4.3.

Vaststaat dat op 12 maart 2008 tussen de voltallige raad van bestuur van het Slotervaartziekenhuis en [gedaagde sub 1] is gesproken over het project [woonplaats]. In de onder 2.5 vermelde e-mail zijn vervolgens naar aanleiding van die bespreking de plannen nog eens op een rijtje gezet. Gezien die e-mail, waarvan de inhoud door [B] ter comparitie als juist is erkend, staat vast dat in het kader van de eerste contacten tussen het bestuur van het ziekenhuis en [gedaagde sub 1] ook het plan aan de orde is geweest om patiënten van het ziekenhuis in [woonplaats] te laten verblijven in het hotel/resort te [woonplaats]. Of dit plan is geopperd door [A], zoals het Slotervaartziekenhuis stelt, is niet relevant. Bepalend is dat niet is gesteld of gebleken dat daarbij is gezegd dat dit plan een privévoornemen van [A] betreft en dat zij ten behoeve van dat plan niet optreedt als bestuurder van het Slotervaartziekenhuis. Een dergelijke beperking blijkt ook niet uit de inhoud van de e-mail. Integendeel, de zinsneden dat het de bedoeling is dat de meeste patiënten uit de categorie verslavingsgeneeskunde zullen verblijven in het resort en dat appartementen op de bovenste verdieping van het resort vooral voor verslavingsgeneeskunde gebruikt kunnen worden, wijzen erop dat het Slotervaartziekenhuis bij dit plan betrokken is. Van belang is voorts dat [gedaagde sub 1] er - gezien de onder het e-mailbericht vermelde afzender en het feit dat daarop van de zijde van het Slotervaartziekenhuis geen correctie is gevolgd - van uit mocht gaan dat de e-mail was verzonden door [B], lid van de raad van bestuur van het Slotervaartziekenhuis. Voorts is niet gesteld of gebleken dat de leden van de raad van bestuur van het Slotervaartziekenhuis in reactie op de ontvangst van bedoelde e-mail (en overigens ook later niet) aan [gedaagde sub 1] kenbaar hebben gemaakt dat de inhoud van de e-mail niet juist was en dat het plan [woonplaats] een privéproject van [A] was. Dit alles brengt mee, in het licht van wat hiervoor onder 4.2 is overwogen, dat [gedaagde sub 1] er in de verdere contacten met het Slotervaartziekenhuis van uit mocht gaan dat het plan [woonplaats] (evenals de plannen voor het ziekenhuis in [woonplaats]) een plan van het Slotervaartziekenhuis was en dat [A] bij de bespreking en uitvoering van het plan [woonplaats] optrad namens het Slotervaartziekenhuis.

4.4.

Het voorgaande leidt tot het oordeel dat ook het verzoek van [A] om een betaling te doen en een bankgarantie te stellen ten behoeve van de aankoop van het onroerend goed alsmede haar afspraken over de ter zekerheidstelling voor deze betalingen te sturen facturen jegens [gedaagde sub 1] hebben te gelden als namens het Slotervaartziekenhuis gedaan. Dit wordt niet anders doordat [A] kennelijk heeft verzocht de betaling over te maken op haar privébankrekening en doordat in ieder geval op het moment dat de bankgarantie werd opgesteld voor [gedaagde sub 1] duidelijk was dat de grond door [A] privé werd aangekocht. Zoals [gedaagden c.s.] betoogt, heeft [A] immers ook (indirect) in het Slotervaartziekenhuis geïnvesteerd en is zeer wel denkbaar dat [A] (al dan niet omdat zij de Turkse nationaliteit heeft) de grond privé aankoopt ter uitvoering van de plannen van het Slotervaartziekenhuis en dat zij deze grond eventueel later overdraagt aan het Slotervaartziekenhuis. Gelet hierop volgt uit het feit dat het onroerend goed werd aangekocht op naam van [A] privé en uit de onder 2.8 vermelde e-mailwisseling waarin [A] vraagt naar de fiscale gevolgen indien zij het aangekochte resort na een aantal jaren verkoopt aan een derde, niet - althans heeft [gedaagde sub 1] daaruit niet hoeven begrijpen - dat [A] niet meer optrad namens het Slotervaartziekenhuis en ten behoeve van de plannen van het Slotervaartziekenhuis. Hetzelfde geldt voor de onder 2.9 vermelde e-mails inzake de facturen, mede omdat die facturen dienen tot zekerheidstelling voor genoemde betaling en bankgarantie. Weliswaar roepen de e-mails de vraag op waarom in de omschrijving niet wordt verwezen naar de plannen voor Turkije, maar daaruit kan niet zonder meer worden geconcludeerd dat [A] niet meer optrad namens en ten behoeve van het Slotervaartziekenhuis. Dit geldt te meer nu [gedaagde sub 3] er blijkens zijn e-mail van uitgaat dat de facturen moeten worden gericht aan het Slotervaartziekenhuis. Anders dan het Slotervaartziekenhuis kennelijk meent hoeft dit niet per sé te betekenen dat [gedaagde sub 3] met [A] onder één hoedje speelt, maar kan dit er ook op wijzen dat [gedaagde sub 3]/[gedaagde sub 1] in de veronderstelling verkeerde dat [A] handelde namens het Slotervaartziekenhuis.
Voor de volledigheid overweegt de rechtbank nog dat de onder 2.12 vermelde e-mails van [A] en [gedaagde sub 3], waaruit kan worden opgemaakt dat het bedrag van de facturen voor rekening van [A] privé komt, aan het vorenstaande niet kunnen afdoen. Deze e-mails dateren van ver na de betaling door [gedaagde sub 1] aan [A], de bankgarantie en het opstellen en de betaling van de facturen. Verder bevat de inhoud van de e-mailberichten onvoldoende concrete aanwijzingen om tot het oordeel te komen dat [A] bij genoemde (rechts)handelingen niet optrad namens het Slotervaartziekenhuis en dat dit ten tijde van deze rechtshandelingen aan [gedaagde sub 1] bekend was, reeds omdat niet blijkt waarop [gedaagde sub 3] doelt met zijn opmerking dat hij [A] vorig jaar ook geholpen heeft.

4.5.

[B] heeft ter comparitie nog opgemerkt dat [A] bevoegd was te tekenen tot € 100.000,00 en dat bij grotere uitgaven goedkeuring van de aandeelhouders nodig is. Voor zover het Slotervaartziekenhuis hiermee wil betogen dat de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [A] door een interne regeling is beperkt en het ziekenhuis daarom niet is gebonden aan de door [A] gemaakt afspraken over de betaling van twee maal € 500.000,00, faalt deze stelling. Zoals hiervoor onder 4.2 al is overwogen, is ingevolge lid 3 van artikel 2:240 BW de vertegenwoordigingsbevoegdheid van een bestuurder onbeperkt en onvoorwaardelijk, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit. Dit brengt mee dat het niet naleven van een interne goedkeuringsregeling ertoe leidt dat de bestuurder in beginsel jegens de vennootschap aansprakelijk is voor eventuele door de vennootschap geleden schade. De vennootschap wordt echter door de betreffende rechtshandeling wel gebonden. Dit laatste kan anders zijn in uitzonderlijke gevallen, indien het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is de vennootschap aan de rechtshandeling te houden. Daarvoor is, naast andere omstandigheden, in ieder geval vereist dat de wederpartij wist dat de bestuurder bij zijn handelen een interne goedkeuringsregeling overschreed. Dat [gedaagde sub 1] dit in casu wist, is echter niet gesteld.

4.6.

Uit het vorenstaande volgt dat de door [A] met [gedaagde sub 1] gemaakte afspraken moeten gelden als door het Slotervaartziekenhuis aangegane verplichtingen. De facturen zijn dus niet ondeugdelijk of valselijk opgemaakt en evenmin door het Slotervaartziekenhuis onverschuldigd betaald. Ook volgt uit wat hiervoor is overwogen dat van onrechtmatig handelen van [gedaagden c.s.] geen sprake is. Op de overige stellingen en verweren zal daarom niet meer worden ingegaan.

4.7.

De vordering in conventie zal worden afgewezen, met veroordeling van het Slotervaartziekenhuis in de proceskosten aan de zijde van [gedaagden c.s.]


in reconventie

4.8.

Nu in conventie is geoordeeld dat het Slotervaartziekenhuis geen vordering op [gedaagden c.s.] heeft, is de reconventionele vordering onder 1 gegrond en zal deze worden toegewezen zoals hierna vermeld. [gedaagden c.s.] heeft ook voldoende belang bij de onder c gevorderde bezorging, nu zij zich daardoor ervan kan overtuigen dat (op de juiste wijze) aan de onder a en b bedoelde veroordeling is voldaan. Wel zal het onder c gevorderde worden afgewezen voor zover het betreft de woorden "per koerier". Het is aan het Slotervaartziekenhuis te bepalen hoe het de stukken wil (doen) bezorgen. De gevorderde dwangsom, welke niet is bestreden, zal worden toegewezen.

4.9.

Voor wat betreft de vordering onder 2 wordt overwogen dat als onvoldoende weersproken vaststaat dat [gedaagden c.s.] de beslaggarantie heeft moeten stellen om conservatoire beslaglegging door het Slotervaartziekenhuis te voorkomen. Nu beslaglegging onrechtmatig is omdat vast is komen te staan dat het Slotervaartziekenhuis geen vordering heeft, is ook de in plaats van beslaglegging gestelde beslaggarantie onrechtmatig. Het Slotervaartziekenhuis is gehouden de schade te vergoeden die [gedaagden c.s.] heeft geleden door het moeten stellen van de beslaggarantie. De onder 2 sub a en b gevorderde schade (provisie plus rente over het bedrag van de beslaggarantie) is door het Slotervaartziekenhuis betwist. Gelet op haar uitdrukkelijk bewijsaanbod zal [gedaagden c.s.] in de gelegenheid worden gesteld bewijs te leveren van deze schade. De rechtbank gaat er voorshands van uit dat dit bewijs zal kunnen worden geleverd door middel van stukken. Zij zal daarom de zaak naar de rol verwijzen opdat [gedaagden c.s.] bij akte bewijsstukken in het geding kan brengen. Indien [gedaagden c.s.] (mede) op andere wijze bewijs wil leveren, dient zij dit in haar akte te vermelden, onder opgave van de verhinderdata van beide partijen, hun advocaten en - zo mogelijk - van de getuigen over de maanden februari tot en met april 2014. Daarna zullen datum en tijdstip van het getuigenverhoor worden bepaald. Het Slotervaartziekenhuis zal uiteraard in de gelegenheid worden gesteld op de bewijslevering te reageren.
Ter zake de onder 2 sub c gevorderde schade wordt overwogen dat door [gedaagden c.s.] geen concrete feiten en omstandigheden zijn gesteld op grond waarvan aannemelijk is dat andere schade is opgetreden/zal optreden, waaronder schade doordat [gedaagden c.s.] vanwege de beslaggarantie is beperkt in haar kredietruimte bij de bank. Dit deel van de vordering zal dus worden afgewezen.

4.10.

De rechtbank verwerpt het verweer van het Slotervaartziekenhuis dat er geen grond is een veroordeling in reconventie uitvoerbaar bij voorraad te verklaren en dat [gedaagden c.s.] onvoldoende belang heeft bij het opheffen en retourneren van de beslaggarantie terwijl het vonnis nog niet onherroepelijk is. Door het Slotervaartziekenhuis is onvoldoende gesteld dat haar belangen in dezen zwaarder wegen dan die van [gedaagde sub 2] c.s, mede nu het Slotervaartziekenhuis niet onderbouwt dat er sprake is van een restitutierisico.

4.11.

Gelet op de onder 4.9 vermelde rolverwijzing zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.

5 De beslissing

De rechtbank

in reconventie

5.1.

verwijst de zaak naar de rol van 8 januari 2014 opdat [gedaagden c.s.] bij akte bewijsstukken kan overleggen en/of zich kan uitlaten, zoals hiervoor onder 4.9 vermeld,

5.2.

bepaalt, voor het geval [gedaagden c.s.] (mede) bewijs wenst te leveren door middel van getuigen, dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van een nog nader te bepalen rechter in het gerechtsgebouw te Utrecht aan Vrouwe Justitiaplein 1, op een nader te bepalen datum en tijdstip,

5.3.

bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

in conventie en in reconventie

5.4.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.A.C. de Vaan, mr. S.H. Gaertman en mr. G.A. Bouter-Rijksen en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2013.1

1 type: gabr 4312 coll: