Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:5909

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
14-11-2013
Datum publicatie
27-11-2013
Zaaknummer
351978 / HARK 13-247
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wrakingszaak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingslocatie Lelystad

Rekestnummer: 351978 / HARK 13-247

beslissing van 14 november 2013 van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken

op het verzoek in de zin van artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van:

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats],

verder ook te noemen [verzoekster],

vezoekster,

gemachtigde R. Koster.

1 De procedure

1.1.

Bij de Rechtbank Midden-Nederland, sector Kanton, locatie Utrecht, is tussen Agis Zorgverzekeringen N.V. als eiseres en verzoekster als gedaagde een procedure aanhangig met rolnummer 818013 UC EXPL 12-9117. De zaak is in behandeling bij de kantonrechter mr. D.C.P.M. Straver. Op 26 augustus 2013 heeft verzoekster (wederom) een verzoek tot wraking van de kantonrechter ingediend.

1.2.

Voormeld verzoek is bij de rechtbank geregistreerd onder rekestnummer 351439 / HA RK 13-241 en zou worden behandeld ter terechtzitting van 3 september 2013 om 10.30 uur. Verzoekster is bij brief (zowel per aangetekende post als per e-mail verzonden) van 26 augustus 2013 opgeroepen voor de behandeling.

1.3.

Per e-mail van 2 september 2013 heeft verzoekster een schriftelijk verzoek tot wraking van de leden van de wrakingskamer, belast met de behandeling van het verzoek tot wraking van de kantonrechter, ingediend. Dit verzoek, bij de rechtbank geregistreerd onder rekestnummer 351978 / HA RK 13-247, zou worden behandeld ter terechtzitting van 12 september 2013 om 10.00 uur. Verzoekster is bij brief (zowel per aangetekende post als per e-mail verzonden) van 5 september 2013 opgeroepen voor de behandeling.

1.4.

Per e-mail van 12 september 2013, om 8.53 uur verzonden, heeft verzoekster een schriftelijk verzoek tot wraking van de leden van de wrakingskamer, belast met de behandeling van het verzoek tot wraking van de wrakingskamer, ingediend. Daarop is een meervoudige kamer samengesteld voor de behandeling van dit verzoek, welk verzoek is geregistreerd onder rekestnummer 352481 / HA RK 13-255. Bij beslissing van 20 september 2013 heeft de wrakingskamer verzoekster niet ontvankelijk verklaard in haar verzoek en bepaald dat een volgend verzoek van verzoekster tot wraking van leden van de rechtbank belast met de behandeling van het verzoek tot wraking van de kantonrechter niet in behandeling wordt genomen.

1.5.

Bij brief van 3 oktober 2013, welke tevens per e-mail is verzonden, is verzoekster opgeroepen voor de behandeling van het onderhavige wrakingsverzoek op 31 oktober 2013. Verzoekster is niet verschenen ter zitting.

1.6.

Bij brief van 12 september 2013 hebben mrs. L.E. Verschoor-Bergsma, J. Sap en J.W.F. Houthoff bericht dat zij niet in de wraking berusten.

2 De gronden van het verzoek

2.1.

Verzoekster heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor in het geding is gebracht, waardoor de schijn van partijdigheid is gewekt. Verzoekster stelt dat zij in haar belangen is geschaad doordat:

1. zij geen verweerschrift heeft ontvangen, waardoor het onduidelijk is of mrs. L.E. Verschoor-Bergsma, J. Sap en J.W.F. Houthoff berusten in het wrakingsverzoek en bij de behandeling aanwezig zullen zijn,

2. de namen van de behandelde rechters niet bekend zijn gemaakt, waardoor het onmogelijk is om de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de wrakingskamer te controleren, en

3. de tijdsduur van de behandeling op 3 september 2013 niet bekend is gemaakt.

3 De beoordeling van het verzoek

3.1.

Voor de beoordeling van dit wrakingsverzoek is de toepasselijke norm gegeven in artikel 36 Rv. Daarin is bepaald dat op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Voor de beoordeling van het wrakingsverzoek wordt de toepasselijke norm voorts gegeven door artikel 6 EVRM, in samenhang met de door de Hoge Raad en het Europese Hof voor de rechten van de Mens ontwikkelde criteria. Van een gebrek aan onpartijdigheid kan sprake zijn indien de rechter vanwege een persoonlijke overtuiging vooringenomen is.

Ook kan daarvan sprake zijn indien zich feiten of omstandigheden voordoen die objectief bezien de (subjectieve) vrees bij de rechtzoekende rechtvaardigen dat het de rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt.

3.2.

Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de hiervoor bedoelde zin dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij de partij bestaande vrees dienaangaande objectief gerechtvaardigd is.

3.3.

In casu heeft hetgeen verzoekster heeft aangevoerd ter onderbouwing van haar verzoek geen betrekking op de betrokken leden van de wrakingskamer, maar ziet geheel op de procedurele gang van zaken. De rechtbank is van oordeel dat zulks onvoldoende is om aan te nemen dat sprake is van een persoonlijke vooringenomenheid van mrs. L.E. Verschoor-Bergsma, J. Sap en J.W.F. Houthoff jegens verzoekster en ook onvoldoende is om de bij verzoekster bestaande vrees dat het mrs. L.E. Verschoor-Bergsma, J. Sap en J.W.F. Houthoff aan onpartijdigheid ontbreekt objectief gerechtvaardigd te achten.

3.4.

De rechtbank zal het verzoek dan ook afwijzen.

4 De beslissing

De rechtbank

4.1.

wijst het verzoek tot wraking van mrs. L.E. Verschoor-Bergsma, J. Sap en J.W.F. Houthoff af;

4.2.

draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoekster en mrs. L.E. Verschoor-Bergsma, J. Sap en J.W.F. Houthoff;

4.3.

bepaalt dat de behandeling van het wrakingsverzoek met rekestnummer

351439 / HA RK 13-241 dient te worden voorgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.

Deze beslissing is gegeven door mrs. O.E. Mulder, M.C.P. de Ridder en A.E. The-Kouwenhoven in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. Weistra en in openbaar uitgesproken op 14 november 2013.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.