Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:5710

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
20-11-2013
Datum publicatie
27-11-2013
Zaaknummer
856260
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering verwijdering schotelantenne. Recht op vrije nieuwsgaring. Omdat verhuurder zich beroept op de uitzondering van art 10 lid 2 EVRM dient verhuurder die uitzondering aannemelijk te maken. In feite wenst verhuurder geen uitzondering toe te staan op haar schotelantennebeleid. Art 10 lid 2 EVRM vergt echter een individuele afweging. In dit geval geen redelijk alternatief voorhanden: Russische zenders zijn niet via kabel-tv te ontvangen, van haar mag niet verlangd worden dat zij deze zenders via internet bekijkt: zij is een 84-jarige Russische alleenstaande vrouw, zij heeft geen computer, zij spreekt geen Nederlands, door artrose is zij niet in staat een laptop te bedienen, zij lijdt aan Parkinson en heeft een slecht gezichtsvermogen waardoor zij praktisch niet buiten komt. De verhuurder heeft niet aangegeven waarom wel toestemming is gegeven voor het plaatsen van een veel grotere (GSM-)mast. Huurster dient zich echter wel tegen aansprakelijkheid voor de schotelantenne te verzekeren en mag daarover een akte nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

kantonrechter

zittinghoudende te Utrecht

zaaknummer: 856260 UC EXPL 13-2718 RD/4459 PK

Vonnis van 20 november 2013

inzake

de stichting

Woonstichting SSW,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Bilthoven,

verder ook te noemen SSW,

eisende partij,

gemachtigde: mr. T. de Nijs,

tegen:

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats],

verder ook te noemen [gedaagde],

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. V. Tuchkova.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding, met producties, van 21 februari 2013;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties;

  • -

    de aanvulling op voornoemd stuk met een productie;

  • -

    de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie met producties;

  • -

    de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie met producties;

  • -

    de conclusie van dupliek in reconventie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

SSW is een toegelaten instelling krachtens artikel 70 van de Woningwet en is uitsluitend werkzaam op het gebied van de volkshuisvesting. [gedaagde] huurt vanaf 10 juli 2008 de flatwoning aan de [adres] te [woonplaats] van SSW.

2.2.

In artikel 9.1 van de op de huurovereenkomst van toepassing zijnde "ALGEMENE HUURVOORWAARDEN HUUROVEREENKOMST ZELFSTANDIGE WOONRUIMTE" (hierna: de algemene huurvoorwaarden) is het volgende bepaald: “Het is huurder toegestaan veranderingen en toevoegingen die zonder noemenswaardige kosten weer ongedaan kunnen worden gemaakt aan de binnenzijde van het gehuurde aan te brengen, behalve indien het gaat om veranderingen die gevaar, overlast of hinder voor verhuurder of derden opleveren. Voor overige veranderingen en toevoegingen heeft huurder vóóraf schriftelijke toestemming van de verhuurder nodig.

2.3.

In artikel 9.3 van de algemene huurvoorwaarden is het volgende bepaald: “Alle veranderingen die in strijd met de voorwaarden van verhuurder zijn aangebracht dienen op eerste aanzegging van verhuurder ongedaan te worden gemaakt door huurder.

2.4.

Op 19 juni 2008 heeft [gedaagde] toestemming gevraagd voor het plaatsen van een schotelantenne binnen de grenzen van het balkon of op het balkon.

2.5.

Bij brief van 24 juni 2008 schrijft SSW onder andere aan [gedaagde]: “Ik kan niet akkoord gaan met uw aanvraag. U mag de schotelantenne alleen plaatsen aan de achterzijde binnen de gevellijn bij het balkon. Ik moet u er op wijzen dat u dan waarschijnlijk geen bereik heeft voor de Astra satelliet.

2.6.

Op 10 juli 2008 heeft [gedaagde] toestemming gevraagd voor het plaatsen van een schotelantenne op het dak van het complex waarin zij woont.

2.7.

Bij brief van 21 juli 2008 schrijft SSW onder andere aan [gedaagde]: “Tijdens dit gesprek heb ik u uitgelegd dat wij niet kunnen toestaan dat u een schotelantenne boven op het complex [complex] plaatst of laat plaatsen. De redenen hiertoe zijn: de door u aangegeven plek behoord niet tot het door u gehuurde ruimte, de veiligheid en het eventueel aanbrengen van beschadigingen van het dak.

2.8.

In maart 2012 constateert SSW dat [gedaagde] een schotelantenne heeft geplaatst op haar balkon. De schotelantenne steekt boven het dak van het complex uit.

2.9.

Bij brief van 14 maart 2012 schrijft SSW onder andere aan [gedaagde]: “Wij verzoeken u om binnen vier weken na verzenddatum van deze brief de plaatsing van de schotelantenne alsnog ongedaan te maken en deze in zijn geheel te verwijderen. Wij zullen na het verstrijken van de vervaldatum komen controleren of de aanpassingen door u zijn gedaan. Mochten wij constateren dat de schotelantenne niet conform onze voorwaarden is geplaatst zijn wij genoodzaakt om juridische stappen te ondernemen.

2.10.

SSW en haar gemachtigde hebben [gedaagde] bij herhaling verzocht om de schotelantenne te verplaatsen dan wel te verwijderen.

2.11.

[gedaagde] heeft geen gehoor gegeven aan voornoemde brieven.

2.12.

Bij schriftelijke verklaring van 22 februari 2013 verklaart een medewerker van [bedrijf] het volgende: “Er is geen andere plaatsing plaats mogenlijk om de schotel te plaatsen om de ontvangst mogenlijk te maken.

2.13.

Een schriftelijke verklaring van de huisarts van [gedaagde] van 25 februari 2013 vermeldt onder meer: "Mevrouw kan geen laptop bedienen i.v.m. arthrose".

2.14.

Een schriftelijke verklaring van 27 februari 2013 van de neuroloog die [gedaagde] onder behandeling heeft vermeldt onder meer: "Ik ken u sinds 2002 in verband met de Ziekte van Parkinson. Deze ziekte wordt bij u gekenmerkt door zowel tremoren als hypokinetisch-rigide verschijnselen. Er is in de loop van de jaren een geleidelijke verslechtering opgetreden, onder meer bij het lopen, ondanks het gebruik van medicijnen. Mede door de medicijnen zijn zogenaamde dyskinesieen opgetreden.

Daarnaast heeft u pijnen in de rug en in de benen door spondylartrotische veranderingen in de wervelkolom met een toenemende kyfoscoliose ("gibbus"). De intensiteit van deze pijnen neemt toe in de loop van de dag en door de veranderingen van de wervelkolom worden uw bewegingsmogelijkheden verder beperkt".

3 Het geschil in conventie

3.1.

SSW vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] om binnen zeven dagen na betekening van het vonnis de schotelantenne, die bevestigd is aan een stang aan het balkon aan de achterzijde van de door [gedaagde] gehuurde woning aan de [adres] te Bilthoven, te verwijderen en verwijderd te houden, dan wel te verplaatsen conform het schotelantennebeleid van SSW. Verder vordert SSW om haar te machtigen om, indien [gedaagde] in gebreke blijft om de schotelantenne te verwijderen dan wel te verplaatsen, dit zelf, eventueel met behulp van de deurwaarder en de sterke arm, op kosten van [gedaagde] te (laten) doen. Zij verzoekt daarbij machtiging om de woning van [gedaagde] daartoe te betreden. Voorts vordert SSW [gedaagde] te verbieden om na betekening van het vonnis zonder toestemming van SSW een schotelantenne aan de buitenzijde van haar woning te plaatsen met machtiging van SSW om die aldus geplaatste schotelantenne wederom op haar kosten, eventueel met behulp van de deurwaarder en de sterke arm te (laten) verwijderen en daartoe haar woning te betreden.

Ten slotte vordert SSW [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de (na)kosten van de procedure.

3.2.

Ter onderbouwing van die vordering stelt SSW dat zij wildgroei van schotels, ontsiering van haar complexen en schade wenst tegen te gaan dan wel te voorkomen. Verder dient SSW de leefbaarheid van de buurt te beschermen en te bevorderen. De plaatsing van een schotelantenne kan afbreuk doen aan het uiterlijk van het complex. De schotel van [gedaagde] is vanaf de openbare weg zichtbaar. Het ontsierende aspect van een schotelantenne is een relevant en zwaarwegend belang. Het antwoord op de vraag of een verbod tot plaatsing van een schotelantenne stand zal houden is afhankelijk van de concrete feiten, omstandigheden en belangen van de huurder en de verhuurder. Om discussies met individuele huurders te voorkomen voert SSW met betrekking tot schotelantennes vanaf 2004 een strikt beleid. Dit beleid bestaat niet uit een absoluut verbod, maar uit een toestemming onder voorwaarden. Door het voeren van een strikt beleid wenst SSW precedentwerking te voorkomen. In een vergelijkbaar geval heeft de kantonrechter in december 2012 bepaald dat de schotelantenne van een andere huurder in hetzelfde complex verwijderd moest worden. Indien SSW voor [gedaagde] een uitzondering zou maken, dan zou dit niet alleen haar beleid ondergraven, maar ook strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel jegens voornoemde huurder. SSW heeft haar beleid bij [gedaagde] toegepast. Het beleid is redelijk en billijk en maakt geen onevenredige inbreuk op het recht op vrije informatie. [gedaagde] is bij aanvang van de huurovereenkomst over dit beleid geïnformeerd. Het was toen ook op internet te raadplegen. Verder wordt ook aandacht aan het onderwerp besteed in nieuwsbrieven en de woonkrant. [gedaagde] handelt, door het desondanks in strijd met de regels plaatsen van een schotelantenne, niet als goed huurder. Zij behoort niet tot een kwetsbare groep die bijzondere bescherming behoeft. Niet is vast komen te staan dat [gedaagde] bij een toegestane plaatsing van de schotel geen nieuws kan ontvangen in haar eigen taal. De door [bedrijf] overgelegde verklaring is daarvoor onvoldoende. Hetzelfde geldt voor haar stelling dat er geen alternatieven zijn. Via internet zijn steeds meer mogelijkheden om diverse zenders op de televisie te ontvangen. Dat [gedaagde] mogelijk niet met internet om kan gaan kan SSW niet worden tegengeworpen. SSW betwist dat [gedaagde] mondeling toestemming heeft gehad om de schotel op de huidige wijze te plaatsen. Door de wijze waarop de schotel is vastgemaakt valt verder niet uit te sluiten dat deze als gevolg van weersomstandigheden naar beneden valt. SSW wenst deze gevaarzetting als aansprakelijke opstaleigenaar te voorkomen.

3.3.

[gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vordering met als conclusie dat de kantonrechter deze zal afwijzen, met veroordeling van SSW in de proceskosten. [gedaagde] voert aan dat haar bij aanvang van de huur niet is gemeld dat de schotel binnen de gevellijn gemonteerd diende te worden. Bij een dergelijke montage is ontvangst van Russische zenders onmogelijk, hetgeen SSW ook heeft erkend. Het gedetailleerde beleid met betrekking tot schotelantennes is pas later opgesteld en gepubliceerd. Verder is door een medewerker van SSW toegezegd dat er geen stappen ondernomen zouden worden als de schotel aan de zijkant van het balkon gemonteerd zou worden. Na de plaatsing op deze wijze rond 1 september 2008 heeft SSW de situatie tot maart 2012 gedoogd. Het zou in strijd zijn met de redelijkheid en de billijkheid als afwijking van het beleid niet mogelijk zou zijn. [gedaagde] heeft recht op vrije nieuwsgaring. Dit geeft iedereen recht op gebruik van een satellietschotel. Beperkingen zijn hierop slechts mogelijk als zeer zwaarwegende belangen het verbod rechtvaardigen. De belangen van [gedaagde] bij behoud van de schotel wegen zwaarder dan die van SSW bij de verwijdering daarvan. [gedaagde] is 84 jaar oud en alleenstaand. Als gevolg van haar slechte gezondheid (Parkinson, slecht gezichtsvermogen, artrose) brengt zij het grootste deel van haar tijd binnenshuis door. Zij is volledig op de televisie aangewezen. Russische televisie is, nu zij alleen de Russische taal machtig is, voor haar het middel om contact te houden met de buitenwereld. Russische zenders worden niet via de kabel aangeboden. [gedaagde] heeft geen internetaansluiting en kan geen computer bedienen. Internettelevisie is te ingewikkeld voor haar. Bovendien zijn de kosten daarvan, gelet op het feit dat zij op bijstandsniveau leeft, veel te hoog. De schotelantenne biedt voor haar de meeste programma’s tegen de laagste kosten en is de meest betrouwbare manier om signalen op te vangen. Het vonnis van december 2012 is op meerdere punten niet te vergelijken met de situatie van [gedaagde]. Bij een zorgvuldige afweging van belangen is er geen sprake van precedentwerking. De satellietschotel is vanaf de straat niet goed waarneembaar. Het complex waarin [gedaagde] woont heeft geen bijzondere esthetische aspiraties. De schotel is gemonteerd door een erkend bedrijf waardoor geen valgevaar bestaat.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling in conventie

4.1.

Los van de bepalingen met betrekking tot de zelf aangebrachte veranderingen is op grond van de algemene huurvoorwaarden voor veranderingen en toevoegingen, waaronder een schotelantenne valt te begrijpen, aan de buitenkant van het gehuurde schriftelijke toestemming van SSW vereist. Vaststaat dat deze schriftelijke toestemming ontbreekt. [gedaagde] stelt verder weliswaar dat namens SSW toegezegd zou zijn dat de huidige plaatsing van de schotelantenne niet op problemen zou stuiten, maar tegenover de betwisting van SSW heeft zij dit standpunt niet nader met feiten onderbouwd. Zij heeft evenmin op dit punt een bewijsaanbod gedaan. De kantonrechter zal dit verweer dan ook passeren.

4.2.

SSW beroept zich erop (cvr punt 7) dat de door [gedaagde] overgelegde verklaring van de firma [bedrijf] onvoldoende bewijs oplevert voor haar stelling dat zij geen Russische zenders kan ontvangen indien zij zich houdt aan het schotelantennebeleid van SSW (waarmee SSW kennelijk bedoelt: indien zij de schotelantenne binnen de gevellijn zou plaatsen). In haar afwijzingsbrief van 24 juni 2008 geeft SSW immers zelf al aan: "dat u dan waarschijnlijk geen bereik heeft voor de Astra satelliet". Gelet hierop is de verklaring van de firma [bedrijf] naar het oordeel van de kantonrechter voldoende.

4.3.

Op grond van artikel 10 EVRM heeft een huurder recht op vrijheid van meningsuiting, waaronder begrepen de vrijheid om inlichtingen te ontvangen, zonder inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen. Hieronder valt het ontvangen van televisieprogramma’s door middel van een ontvangstschotel, zonder dat nodig is te achterhalen om welke reden of voor welk doel dit recht wordt uitgeoefend. Dit recht is echter niet onbeperkt. Het tweede lid van artikel 10 EVRM laat beperkingen toe, indien deze zijn voorzien bij wet en noodzakelijk zijn in een democratische samenleving, onder meer ter bescherming van de rechten van anderen. Er dient een belangenafweging plaats te vinden tussen enerzijds het belang van de huurder en anderzijds het belang van de verhuurder. Daarbij verdient opmerking dat het recht op vrije informatievergaring fundamenteel en zwaarwegend is.

4.4.

De kantonrechter overweegt het volgende.

Nu SSW zich beroept op de beperking van artikel 10 lid 2 EVRM, ligt het op haar weg aannemelijk te maken dat zij zich terecht op die uitzondering beroept.

In dit verband heeft SSW het volgende aangevoerd (cvr punt 16 e.v.). Het maken van een uitzondering voor [gedaagde] brengt het risico van precedentwerking mee, in het bijzonder ten aanzien van een andere huurder tegen wie al met succes een procedure is gevoerd.

Met het maken van een uitzondering zou het beleid van SSW worden ondergraven. SSW wil voorkomen dat zij steeds per individuele huurder een discussie zou moeten voeren over de mate van ontsiering, de onveiligheid van de schotelantenne, alsmede de persoonlijke belangen van een huurder. Persoonlijke belangen zijn immers lastig te objectiveren. Heeft een huurder van 84 jaar dan bijvoorbeeld een groter of een ander belang dan een huurder van 79 jaar? Welke rol speelt de gezondheid van een huurder, of het niet/slecht beheersen van de Nederlandse taal? Om die reden heeft ook de verwijzing naar diverse uitspraken van lagere rechters door [gedaagde] weinig toegevoegde waarde: het blijven individuele situaties.

Zij is dan ook van mening dat zij als uitgangspunt kan en mag hanteren dat schotelantennes slechts zijn toegestaan onder de voorwaarden zoals gesteld in haar beleid.

4.5.

Dit standpunt van SSW komt er naar het oordeel van de kantonrechter op neer, dat zij geen individuele afweging wenst te maken maar verzoeken om een schotelantenne te mogen plaatsen buiten de gevellijn categorisch afwijst, ook indien dit meebrengt dat de betreffende huurder door die afwijzing bepaalde zenders niet zal kunnen ontvangen. Dit standpunt van SSW blijkt ook uit haar brief aan [gedaagde] van 13 april 2012, waarin zij schrijft: "Hoewel de uitspraak van de kantonrechter Utrecht inderdaad gelijkenissen vertoont met uw situatie, is dit voor ons geen reden om een uitzondering te maken op ons beleid. Indien wij een uitzondering zouden maken voor u zet dit de deur open voor andere vergelijkbare gevallen en ondergraven zij daarmee ons eigen beleid. Dit geldt te meer nu het complex waarin u woont een seniorencomplex betreft en er meer huurders zijn die op leeftijd zijn, de Nederlandse taal niet of slecht beheersen en graag buitenlandse zenders via een schotelantenne willen ontvangen".

Een beroep op de uitzondering van artikel 10 lid 2 EVRM brengt echter mee dat een dergelijke individuele afweging juist wel moet worden gemaakt. De vordering van SSW tot verwijdering van de schotelantenne komt daarom in beginsel niet voor toewijzing in aanmerking.

4.6.

Voorts neemt de kantonrechter het volgende in aanmerking.

SSW beroept zich erop dat [gedaagde] bij het aangaan van de huurovereenkomst akkoord is gegaan met de algemene huurvoorwaarden, en dat zij daarbij een brochure heeft ontvangen waarin het schotelantennebeleid uiteen is gezet. [gedaagde] heeft de ontvangst van deze brochure echter betwist. Uit het in 2010 gewijzigde logo van SSW blijkt volgens haar namelijk, dat deze brochure dateert van na het aangaan van de huurovereenkomst. SSW heeft dit bij repliek niet betwist. Zij voert echter aan dat het op de weg van [gedaagde] had gelegen om bij het sluiten van de huurovereenkomst na te gaan welk beleid SSW met betrekking tot schotelantennes voerde, bijvoorbeeld door nadere vragen te stellen of nader onderzoek te plegen door bijvoorbeeld de website van SSW te raadplegen.

4.7.

Dit standpunt is naar het oordeel van de kantonrechter onjuist. Het is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat de verhuurder zich erop beroept, dat een huurder op voorhand afstand heeft gedaan van door het EVRM toegekende rechten. Hier komt nog bij dat in de algemene huurvoorwaarden slechts in algemene termen wordt gesproken over "veranderingen en toevoegingen", zonder dat schotelantennes specifiek worden genoemd. Onder deze omstandigheden mocht SSW niet van [gedaagde] verwachten dat deze daarnaast op de website van SSW op zoek zou gaan naar eventueel duidelijkere regels.

4.8.

Volgens [gedaagde] zijn er (in tegenstelling tot Arabische/Turkse zenders) geen alternatieven om zenders in het Russisch via kabel- of digitale tv te ontvangen. SSW heeft dit niet betwist, zodat de kantonrechter van de juistheid van die stelling uitgaat.

Volgens SSW zijn Russische zenders echter ook via internet te ontvangen. Volgens [gedaagde] is dit geen werkbaar alternatief voor haar. Een pc en/of internet-tv kan zij niet zelfstandig bedienen vanwege haar leeftijd (84 jaar), fysieke beperkingen (Parkinson, artrose en beperkt gezichtsvermogen) en mentale beperkingen. Zij woont alleen, en kan daarom niet op elk (willekeurig) moment van de dag hulp van kinderen of derden inroepen.

SSW voert hiertegen aan (cvr punt 8), dat deze omstandigheden haar niet kunnen worden tegengeworpen. De instellingen moeten toch zodanig kunnen worden voorgeprogrammeerd, dat [gedaagde] ook voor het bekijken van zenders via internet, maar enkele knoppen hoeft te bedienen.

De kantonrechter volgt SSW hierin niet. Hij acht het voldoende aannemelijk dat [gedaagde] gelet op haar leeftijd (en naar de kantonrechter aanneemt: zonder enige computerervaring) en fysieke beperkingen (dat zij aan Parkinson lijdt en dat zij door artrose niet in staat is een laptop te bedienen, is niet door SSW betwist) er niet in zal slagen voldoende vertrouwd te raken met een pc en/of interactieve tv.

4.9.

De kantonrechter stelt verder vast dat SSW niet heeft betwist, dat [gedaagde] er groot belang bij heeft dat zij Russische zenders kan ontvangen, mede omdat zij rolstoelgebonden is, afleiding voor haar belangrijk is in verband met dagelijkse pijn, en zij praktisch geen Nederlands spreekt.

4.10.

Met betrekking tot het door SSW gestelde ontsierende aspect van de schotel stelt [gedaagde] dat haar schotelantenne vanaf de straat niet goed waarneembaar is, omdat deze zich aan de achterzijde van het gebouw bevindt. Uit de door beide partijen overgelegde foto's leidt de kantonrechter af, dat de schotelantenne van [gedaagde] vanaf de openbare weg inderdaad nauwelijks te zien is. Anderzijds voert SSW blijkens de foto's terecht aan, dat niet-bewoners toegang hebben tot de achterzijde van het gebouw, en zij aldus de schotelantenne wel duidelijker dan vanaf de openbare weg kunnen zien.

4.11.

[gedaagde] wijst er verder op dat zich twee grotere antennes op het dak van het gebouw bevinden, die een meer ontsierend effect hebben dan haar schotelantenne. Zij heeft hiertoe diverse foto's overgelegd.

SSW is hierop bij repliek in het geheel niet ingegaan.

De kantonrechter stelt vast dat uit de door [gedaagde] overgelegde foto's van deze masten blijkt dat deze vanaf de openbare weg zeer duidelijk te zien zijn (zij bevinden zich ook min of meer op de hoek van het gebouw, bij een kruising van wegen). Voorts blijkt uit deze foto's dat deze masten vele malen groter zijn dan de schotelantenne van [gedaagde]. Naar het zich laat aanzien betreffen het GSM-masten.

Bij deze stand van zaken had het op de weg van SSW gelegen uiteen te zetten op grond van welke afwegingen zij voor het plaatsen van deze veel grotere antennes wel toestemming heeft gegeven (bijvoorbeeld: in hoeverre dienen deze masten het belang van de bewoners van de flat).

4.12.

SSW beroept zich op een uitspraak van de kantonrechter te Utrecht van 12 december 2012, gewezen tussen haar en een huurder die in hetzelfde complex als [gedaagde] woonachtig was. In deze uitspraak is haar vordering tot verwijdering van de schotelantenne toegewezen.

Anders dan in de onderhavige uitspraak is in het daar berechte geval niet komen vast te staan dat de schotelantenne binnen de gevellijn geen ontvangst had, en was er kennelijk geen sprake van bijzondere omstandigheden zoals hoge leeftijd en diverse lichamelijke beperkingen. SSW kan zich daarom niet op die uitspraak beroepen.

4.13.

SSW stelt dat zij beducht is voor "wildgroei" indien zij [gedaagde] toestemming zou geven de schotelantenne te handhaven. Ook dit argument gaat niet op. Ten eerste heeft SSW niet onderbouwd om welke reden zij voor wildgroei beducht zou moeten zijn. Ten tweede volgt uit het voorgaande dat in dit geval sprake is van zeer bijzondere omstandigheden.

4.14.

SSW stelt nog dat de schotel is vastgemaakt aan een stang aan het balkon, en dat het niet uit te sluiten is dat deze bij een hevige windvlaag of noodweer naar beneden valt, met alle gevolgen en mogelijke schade van dien. [gedaagde] brengt hier tegenin dat de schotel door een erkend installatiebedrijf is geplaatst.

In het kader van de belangenafweging tussen partijen is de kantonrechter van oordeel dat SSW er een redelijk belang bij heeft dat zij er zeker van kan zijn dat zij niet de kosten van schade door een eventueel mankement van de satellietschotel behoeft te dragen. In het geval van schade, geleden door derden, kan zij op grond van artikel 6:174 BW immers rechtsreeks worden aangesproken. In het voorkomende geval zal zij deze derde niet kunnen verwijzen naar [gedaagde]. Waarschijnlijk heeft SSW in het voorkomende geval wel verhaal op [gedaagde], maar het risico dat zij dit verhaal wellicht niet geldend kan maken en/of dat zij ter zake kosten moet maken, behoort niet bij SSW te liggen. Zij mag daarom van [gedaagde] verwachten dat deze met betrekking tot de schotelantenne een aansprakelijkheidsverzekering heeft afgesloten, of - indien dit laatste nog niet is geschied - dat [gedaagde] een dergelijke verzekering alsnog afsluit.

De zaak zal daarom naar de rol worden verwezen voor het nemen van een akte door [gedaagde], waarbij zij hetzij stukken kan overleggen waaruit onomstotelijk blijkt dat eventueel door de schotelantenne veroorzaakte schade onder een reeds lopende aansprakelijkheidsverzekering valt, hetzij dat een dergelijke verzekering alsnog is afgesloten. SSW zal vervolgens bij antwoordakte mogen reageren.

4.15.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5 Het geschil in reconventie

5.1.

[gedaagde] vordert SSW te veroordelen tot betaling van € 1.500,00 aan immateriële schadevergoeding. [gedaagde] stelt daartoe dat zij als gevolg van de onbehoorlijke handelwijze van SSW in haar eer en goede naam is geschaad en in haar persoon is aangetast.

5.2.

SSW stelt dat artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek drie gevallen opsomt waarin sprake kan zijn van vergoeding van immaterieel nadeel. Deze vergoeding wordt beperkt tot gevallen waarin de aansprakelijke persoon het oogmerk heeft immaterieel nadeel toe te brengen, de benadeelde letsel heeft opgelopen of dat de nagedachtenis van een overledene is aangetast. Nu geen van deze gronden toepassing is dient de vordering van [gedaagde] afgewezen te worden.

5.3.

[gedaagde] stelt weliswaar dat zij in haar eer en goede naam is geschaad en in haar persoon is aangetast, maar zij onderbouwt dit standpunt niet. Niet is vast komen te staan dat [gedaagde] door toedoen van SSW immaterieel nadeel heeft geleden. De vordering van [gedaagde] zal daarom bij het te zijner tijd te wijzen eindvonnis worden afgewezen.

5.4.

Gelet op de uitkomst van de procedure zal [gedaagde] worden veroordeeld in de proceskosten gevallen aan de zijde van SSW, welke tot op heden worden begroot op nihil.

6 De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 27 november 2013 te 9.30 uur, waar [gedaagde] zich schriftelijk dient uit te laten omtrent hetgeen in 4.14 is vermeld;

SSW zal vervolgens in de gelegenheid worden gesteld om daarop schriftelijk te reageren;

houdt iedere verdere beslissing aan;

in reconventie

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Krepel en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 20 november 2013.