Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:5596

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
13-11-2013
Datum publicatie
13-11-2013
Zaaknummer
16/702114-13 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft op 29 juli 2013 en 4 augustus 2013, samen met een ander en met geweld, twee tankstations beroofd. De rechtbank veroordeeld de verdachte tot een gevangenisstraf van 5 jaar

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

parketnummer: 16/702114-13 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 13 november 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te[geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in Huis van Bewaring Wolvenplein te Utrecht.

Raadsman mr. E.H. Bokhorst, advocaat te Veenendaal.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 30 oktober 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en diens advocaat, mr. E.H. Bokhorst, naar voren hebben gebracht.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1 primair: op 4 augustus 2013 samen met een ander tankstation Esso/[slachtoffer 1] heeft beroofd.

Feit 1 subsidiair: op 4 augustus 2013 samen met een ander tankstation Esso/[slachtoffer 1] heeft afgeperst.

Feit 2 primair: op 29 juli 2013 samen met een ander tankstation [tankstation ]/[slachtoffer 2] heeft beroofd.

Feit 2 subsidiair: op 29 juli 2013 samen met een ander tankstation [tankstation ]/[slachtoffer 2] heeft afgeperst.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de aan hem onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte]).

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de aan verdachte ten laste gelegde feiten. Hiertoe heeft de raadsman – onder meer – aangevoerd dat:

Ten aanzien van feit 1

Het feit dat DNA-materiaal van verdachte is aangetroffen op de kassalade van de Esso en op een grijs vest, is onvoldoende om tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit te kunnen komen. Verdachte ontkent bij de overval betrokken te zijn geweest. Het DNA-materiaal van verdachte zal op andere wijze op de kassalade terecht zijn gekomen.

De vergelijking van de camerabeelden van de Esso ten tijde van de overval met foto’s aangetroffen in een telefoon, die volgens de politie aan verdachte toebehoort, zegt niets. Dat één van de personen op de camerabeelden verdachte zou kunnen zijn, kan immers ook betekenen dat het verdachte juist niet is.

Bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs, dient verdachte vrij te worden gesproken van het primair aan hem ten laste gelegde feit.

Ten aanzien van feit 2

Hetgeen is aangevoerd ten aanzien van feit 1, geldt onverkort voor feit 2.

Daarnaast is verdachte, anders dan zijn medeverdachte [medeverdachte], niet door agenten van politie herkend op de camerabeelden van [slachtoffer 2]. Wel, is verdachte op de camerabeelden herkend door de ouders van medeverdachte [medeverdachte]. Deze herkenning dient echter als onbetrouwbaar terzijde te worden geschoven. De ouders van medeverdachte [medeverdachte] hebben er belang bij om verdachte aan te wijzen als een van de daders. Uit de verklaringen van de ouders van medeverdachte [medeverdachte] volgt immers dat zij het verdachte – ten onrechte – verwijten dat hun eigen zoon zich bezig houdt met criminele activiteiten.

Gelet op vorenstaande, en bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs, dient verdachte tevens vrij te worden gesproken van het aan hem onder 2 ten laste gelegde feit.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte de aan hem onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan.

4.3.1

De feiten blijkend uit de bewijsmiddelen betreffende feit 1

Op 4 augustus 2013 verklaart aangever[slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1]) dat hij op deze dag werkzaam was bij tankstation Esso te Amersfoort. Er kwamen twee jongens met bivakmutsen binnen.1 Dit was om 11:40:31 uur.2 De jongens kwamen naar de balie en hij hoorde de jongen met het lichte beige vest op een agressieve manier roepen: ‘Geld en sloffen Marlboro’. Vervolgens zag hij dat een van de jongens een mes bij zich had. Deze jongen gaf aan dat [slachtoffer 1] moest opschieten.3 [slachtoffer 1] maakte de kassa open en plaatste de kassalade op de balie. Tevens pakte hij een aantal sloffen Marlboro sigaretten en legde deze op de balie. De jongen met het licht gekleurde vest hield een zwarte rugzak open. [slachtoffer 1] zag dat de andere jongen de rugzak vulde met het geld en de sloffen sigaretten die hij op de balie had geplaatst. [slachtoffer 1] hoorde dat de jongens de kassalade in de kassaruimte gooiden. Vervolgens zag hij dat de jongens de winkel verlieten.4 De jongens verlieten om 11:41:02 de shop.5

De kassalade werd veiliggesteld en onderzocht op aanwezigheid van dactyloscopische sporen.6 De onderzijde van de geldlade werd bemonsterd.7 Deze bemonstering werd vergeleken met het DNA-profiel van verdachte. De matchkans van het DNA-profiel van verdachte is kleiner dan 1 op 1 miljard.8

Op 4 augustus 2013 is medeverdachte [medeverdachte] aangehouden.9 Hij reed op dat moment in een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken].10 Om 11:42 uur zien verbalisanten de betreffende auto rijden en werd een stopteken gegeven. Hieraan werd niet voldaan. Verbalisanten zagen dat de bestuurder zijn snelheid verhoogde.11 Vervolgens zagen verbalisanten dat het voertuig langs de Piramide van Austerlitz reed, op de Traayweg snelheid minderde, het voertuig werd stilgezet en dat er een jongen vanaf de passagiersstoel, de deur opende en het dichte bos in rende. De bestuurder van de Golf gaf gas en reed met hoge snelheid richting Austerlitz.12 Omstreeks 14.28 uur werd de Golf in Hilversum klem gezet.13

Medeverdachte [medeverdachte] heeft ten overstaan van de politie verklaard dat hij bij de overval aanwezig was met een maatje waar hij de naam niet van wil noemen.14 Hij had een vleesmes van huis meegenomen.15 Hij hield het mes in zijn hand en sloeg daarmee op de toonbank.16

Medeverdachte [medeverdachte] maakt gebruik van telefoonnummer [telefoonnummer].17 In de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] staat onder de naam ‘[verdachte]’ telefoonnummer [telefoonnnummer] opgeslagen.18 Op 4 augustus 2013 tussen 13:54:06 en 14:40:13 uur heeft het nummer van medeverdachte [medeverdachte] via Whats App contact met het nummer [telefoonnnummer].19 In dit gesprek wordt onder andere het volgende gezegd20:

2013-08-0414:16:14 [verdachte] ‘Hilversum daar zit je toch’

2013-08-0414:16:16 me ‘Ja’

2013-08-0414:16:36 me ‘rijden ze in de bis’

2013-08-0414:16:37 me ‘Bos’

2013-08-0414:16:54 [verdachte] ‘Jaa ouwee’

2013-08-0414:17:45 me ‘Zwaar de lul’

2013-08-0414:27:26 me ‘k hep nieuwe plek gevonde’

2013-08-0414:27:31 me ‘Lay low’

2013-08-0414:28:58 [verdachte] ‘Wollah dit is niet normaal alle bomen waien weg zo hier’

2013-08-0414:29:02 [verdachte] ‘Door die kk hellie’

In de auto waarin verdachte werd aangetroffen tijdens zijn aanhouding werd onder andere een iPhone 4 aangetroffen voorzien van een SIM-kaart met het telefoonnummer [telefoonnnummer].21 De Iphone heeft als naam ‘iPhone van [verdachte]’.22 Op deze telefoon bevinden zich diverse foto’s gelijkend op de verdachte en/of waar de naam “[verdachte]” opstaat,,23 onder meer twee foto’s waarop de gefotografeerde een vest draagt, soortgelijk aan het in het bos aangetroffen vest.24 Van deze telefoon werden de aanwezige Whatsapp-gesprekken inzichtelijk gemaakt.25 Het eerste Whatsapp-gesprek was tussen nummer [telefoonnnummer] en [telefoonnummer]. Dit gesprek heeft plaatsgevonden op 4 augustus 2013 tussen 13.54.06 en 14.40.13 uur.26 In dit gesprek wordt onder andere het volgende gezegd27:

4-8-201312:16:14 [telefoonnnummer] ‘Hilversum daar zit je toch’

4-8-201312:16:16 [telefoonnummer] ‘Ja’

4-8-201312:16:36 [telefoonnummer] ‘rijden ze in de bis’

4-8-201312:16:37 [telefoonnummer] ‘Bos’

4-8-201312:16:54 [telefoonnnummer] ‘Jaa ouwee’

4-8-201312:17:45 [telefoonnummer] ‘Zwaar de lul’

4-8-201312:27:26 [telefoonnummer] ‘k hep nieuwe plek gevonde’

4-8-201312:27:31 [telefoonnummer] ‘Lay low’

4-8-201312:28:58 [telefoonnnummer] ‘Wollah dit is niet normaal alle bomen waien weg zo hier’

4-8-201312:29:02 [telefoonnnummer] ‘Door die kk hellie’

De weergegeven tijd dient gecorrigeerd te worden naar UTC+2.28 Er dient zodoende twee uur te worden opgeteld.29

De camerabeelden die op 4 augustus 2013 bij tankstation Esso zijn gemaakt zijn onderzocht. Dader 2 heeft een grijs vest aan met capuchon. Op de linkermouw van het grijze vest is het cijfer 2 te zien. Op de voorzijde van het grijze vest staat “Cape Town”.30

Een grijs vest met het opschrift Cape Town (SIN: AAGI0440NL) en het nummer 2 op de linkermouw werd op 8 augustus 2013 op aanwijzingen van een speurhond aangetroffen op een parkeerplaats annex bospad met een ANWB paddestoel nummer 624888/001 richting Austerlitz, staand aan de Arnhemsebovenweg te Driebergen-Rijsenburg ter hoogte van de Groene Entree Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug.31

AAGI0440NL#01: Bemonstering van de binnenzijde van de kraag van het vest.

Uit deze bemonstering werd een mengprofiel opgemaakt van minimaal drie personen. Er kon een DNA-hoofdprofiel worden onderscheiden. Dit DNA-hoofdprofiel komt overeen met het DNA-profiel van verdachte [verdachte]. De matchkans is kleiner dan 1 op 1 miljard. Dit betekent dat de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig ander persoon dan verdachte overeenkomt met dit DNA-hoofdprofiel kleiner dan 1 op 1 miljard is.

AAGI0440NL#02: bemonstering van de binnenzijde van de rechtermanchet en AAGI0440NK#03: bemonstering van een bloedspoor aan de rand van de linkersteekzak van het vest.

Voor beide bemonsteringen geldt dat er een DNA-profiel kon worden opgemaakt welke overeenkomt met het DNA-profiel van verdachte [verdachte]. In beide gevallen is sprake van een matchkans van kleiner dan 1 op 1 miljard.32

4.3.2

Aanvullende bewijsoverweging met betrekking tot feit 1

Zeer kort na de overval, omstreeks 11:42 uur, wordt de auto van medeverdachte [medeverdachte] door de politie gezien. Na een stopteken te hebben gegeven, zet de politie de achtervolging in. Tijdens deze achtervolging zien verbalisanten dat de auto afremt en dat een passagier uitstapt en het bos in rent. Uiteindelijk wordt medeverdachte [medeverdachte] omstreeks 14:28 uur aangehouden.

Tussen 13.54.06 en 14.40.13 uur is er telefonisch (Whatsapp) contact tussen het telefoonnummer van medeverdachte [medeverdachte] en het telefoonnummer [telefoonnnummer]. De rechtbank stelt vast dat dit telefoonnummer in gebruik is bij verdachte. Immers, op deze telefoon staan diverse foto’s van verdachte ook heeft de iPhone als naam ‘Iphone van [verdachte]’. Daarbij staat het telefoonnummer [telefoonnnummer] in de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] eveneens opgeslagen onder de naam [verdachte]. In het Whatsapp gesprek tussen verdachte en diens medeverdachte wordt kennelijk gesproken over de achtervolging door de politie en het uit handen blijven van de politie. Welk gesprek, gelet op de tijdsaanduiding, wordt gevoerd in de periode tussen de vlucht voor de politie en de aanhouding van medeverdachte [medeverdachte].

Voorts is DNA-materiaal van verdachte aangetroffen op de geldlade van de kassa van de Esso. Deze geldlade is door de daders van de overval vastgehouden en weggegooid. Dat het DNA-materiaal van verdachte op enige andere wijze dan tijdens de overval op de geldlade terecht is gekomen, is niet gesteld, laat staan aannemelijk geworden.

Daarnaast is op het grijze vest met de opdruk Cape Town DNA-materiaal van verdachte aangetroffen. Op de camerabeelden die zijn gemaakt bij het Esso tankstation is te zien dat een dergelijk vest door een van de daders wordt gedragen. Het vest met daarop het DNA-materiaal van verdachte is aangetroffen in het bos bij Austerlitz, op de route waar medeverdachte [medeverdachte] reed en waar een jongen vanaf de passagiersstoel, de deur van het voertuig opende en het dichte bos in rende. Gelet op het bovenstaande, mede in samenhang met het Whatsapp-gesprek tussen verdachte en medeverdachte en de DNA-match met verdachte, is de rechtbank van oordeel dat dit vest hetzelfde vest betreft als is gedragen door een van de daders bij de overval op het Esso tankstation en dat deze dader verdachte betreft.

Gelet op bovenstaande feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte samen met zijn medeverdachte [medeverdachte] de overval op het Esso tankstation in Amersfoort heeft gepleegd.

4.3.3

De herkenning van verdachte in verband met feit 2

Voorafgaand aan de bespreking van de bewijsmiddelen ten aanzien van feit 2 acht de rechtbank het van belang stil te staan bij de herkenning van verdachte op de camerabeelden van [tankstation ] te Soesterberg door de ouders van medeverdachte [medeverdachte]. Immers, door de verdediging is aangevoerd dat deze herkenningen als onbetrouwbaar terzijde dienen te worden geschoven.

De rechtbank overweegt hiertoe als volgt:

Aan zowel de vader als de moeder van medeverdachte [medeverdachte] zijn de camerabeelden van de overval op [tankstation ] te Soesterberg getoond. De ouders hebben zonder enige twijfel en afzonderlijk van elkaar verklaard dat de personen die op de beelden te zien zijn, verdachte en hun zoon [medeverdachte] zijn. De ouders van medeverdachte [medeverdachte] hebben verklaard verdachte al van kleins af aan te kennen. Dat de ouders van [medeverdachte] verdachte als een van de daders zouden aanwijzen uit rancune, blijkt in zijn geheel niet. Sterker nog, de ouders van medeverdachte [medeverdachte], gewezen op hun verschoningsrecht, wijzen ook hun zoon aan als een van de daders van de overval.

De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding de herkenningen door de ouders van medeverdachte [medeverdachte] als onbetrouwbaar te waarderen. Deze kunnen derhalve voor het bewijs gebezigd worden.

4.3.4

De feiten blijkend uit de bewijsmiddelen betreffende feit 2

Door [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2]) is op 29 juli 2013 aangifte gedaan namens [tankstation ] te Soesterberg.33 Op 29 juli 2013 zag [slachtoffer 2] twee jongens de shop binnen komen. De jongens liepen naar de balie.34 Aangeefster beschrijft dat dader 1 een grijs vest met capuchon aan heeft met opschrift iets van ?Town?.35

Dader 1 zei: ‘Ik wil het geld en alles hebben’. [slachtoffer 2] zag dat dader 2 een bijl in zijn rechterhand vast had en voor zich hield op haar gericht.36 Dader 2 zei: ‘Geef geld, schiet op.’ [slachtoffer 2] pakte toen het geld uit de kassalade. Dader 2 trok het meekijkscherm van de kassalade omver. [slachtoffer 2] stopte geld in de rugtas. Dader 1 riep: ‘Gooi sigaretten, gooi sigaretten’ en ‘schiet op, ik maak je kapot.’Aangeefster [slachtoffer 2] pakte sigaretten uit de stelling. Dader 2 deed dit ook. Vervolgens gingen de twee daders samen weg.37

Aan [getuige 1], de vader van medeverdachte [medeverdachte], werden foto’s getoond van de overval op het BP tankstation in Soesterberg. Hij verklaarde direct dat de persoon op de foto’s verdachte was. Voorts herkende hij het bijltje.[getuige 1] verklaarde dat dit bijltje van hem was en dat zij het sinds korte tijd kwijt waren.38

Ook aan [getuige 2] werden foto’s van de camerabeelden van het tankstation in Soesterberg getoond. [getuige 2] herkende haar zoon (de rechtbank begrijpt medeverdachte [medeverdachte]) en verdachte op de getoonde foto’s.

Op de camerabeelden van het Tankstation [tankstation ] is te zien dat een van de daders een grijs vest droeg met een cijfer 2 op de linkermouw en o.a. het woord “Town”op de voorzijde.39

Gelet op bovenstaande feiten en omstandigheden, mede in samenhang met het gegeven dat is gebleken dat verdachte bij feit 1 een zelfde vest droeg en de vergelijkbare modus operandi, is de rechtbank van oordeel dat verdachte tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte de overval op [tankstation ] te Soesterberg heeft begaan.

Bewijsoverweging met betrekking tot beide feiten

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de feiten en omstandigheden zoals genoemd onder 4.3, de gedragingen van verdachte en diens medeverdachte aangemerkt kunnen worden als wegnemingshandelingen.

Overeenkomstig Hoge Raad 2 juni 2009, NJ 2009, 281 overweegt de rechtbank dat tussen de inhoud van de begrippen ‘wegnemen’ als bedoeld in artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht en ‘afgifte’ als bedoeld in artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht geen scherpe grens bestaat. Zo kan onder bepaalde omstandigheden het gedogen van wegnemen zowel ‘wegnemen’ als ‘afgifte’ opleveren. In onderhavige zaak heeft de rechtbank vastgesteld dat verdachte en diens medeverdachte goederen hebben weggenomen uit het Esso tankstation en [tankstation ]. Om deze goederen te kunnen wegnemen hebben verdachten de pompbedienden bedreigd en hen gesommeerd geld en sigaretten voor hen beschikbaar te stellen. Vervolgens hebben de verdachten deze goederen in een rugzak gedaan en zijn weggevlucht. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat sprake is geweest van ‘wegnemen’ in de zin van artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht, zodat het primair tenlastegelegde bewezen is. Voor de waardering van het feit maakt dit geen verschil.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

Primair

op 4 augustus 2013 te Amersfoort, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aantal sloffen sigaretten en een hoeveelheid geld toebehorende aan Esso tankstation, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of zijn mededader

-aan die [slachtoffer 1] een mes, toonde en op een agressieve manier riep om geld en sloffen sigaretten af te geven;

2.

Primair

op 29 juli 2013 in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

hoeveelheid geld en een hoeveelheid sigaretten, toebehorende aan tankstation [tankstation ], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, en/of zijn mededader tegen die [slachtoffer 2] riep om geld en sigaretten af te geven en daarbij dreigend een bijl, in de hand vasthield en/of een beeldscherm omvertrok en/of tegen die [slachtoffer 2] riep "schiet op, ik maak je kapot".

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid

5.1

De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op.

Feit 1 primair en feit 2 primair: Telkens, diefstal; voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

5.2

De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren.

6.2

Het standpunt van de verdediging

Van de zijde van de verdediging is geen strafmaat verweer gevoerd. Door de verdediging is vrijspraak bepleit.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft samen met zijn medeverdachte in een week tijd twee gewapende overvallen gepleegd op twee tankstations. Het plegen van een gewapende overval is een zeer ernstig feit dat gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij in het algemeen en bij de slachtoffers in het bijzonder veroorzaakt. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van een dergelijke gebeurtenis deze als zeer traumatisch ervaren en nog geruime tijd daarvan de nadelige gevolgen ondervinden. Dit volgt ook uit de schriftelijke slachtofferverklaring van [slachtoffer 2], waarin zij tot uitdrukking brengt welke gevolgen de overval op haar functioneren heeft gehad en welke gevolgen deze ook nu nog heeft. Hierbij heeft verdachte kennelijk in het geheel niet stilgestaan. Het heeft hem er in ieder geval niet van weerhouden om, ten koste van een ander, op deze manier snel aan geld te komen. Naast de nadelige gevolgen die een gewapende overval voor de direct betrokkene heeft, levert het ook aanzienlijke schade op voor de tankstationhouder. Door een dergelijk feit lijdt de onderneming immers financiële schade. Kennelijk heeft verdachte zijn eigen (financiële) gewin laten prevaleren. De rechtbank rekent dit zeer verdachte aan.

De rechtbank neemt het verdachte daarbij in het bijzonder kwalijk dat hij op geen enkele manier verantwoordelijkheid heeft genomen voor de door hem gepleegde strafbare feiten en evenmin berouw heeft getoond.

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met het strafblad van verdachte d.d. 19 september 2013. Hieruit volgt dat verdachte op 2 februari 2010 nog is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren voor – onder andere – een woningoverval.

Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op een over verdachte opgemaakt Reclasseringsadvies d.d. 28 oktober 2013. Volgens de inhoud van het advies bestaan er problemen op een aantal leefgebieden, waaronder ‘opleiding, werk en leren’, ‘relaties met vrienden en kennissen’ en ‘denkpatronen, gedrag en vaardigheden’. Verdachte heeft geen inzicht gegeven in zijn problemen, is vooral op zichzelf gericht en blijft in probleemsituaties terecht komen. Over de kans op recidive kan de Reclassering niet adviseren, omdat verdachte de aan hem ten laste gelegde feiten ontkent.

In het kader van het bepalen van de op te leggen straf, heeft de rechtbank rekening gehouden met de straffen die over het algemeen in vergelijkbare zaken worden opgelegd. Verdachte heeft geen persoonlijke omstandigheden naar voren gebracht die moeten leiden tot matiging van de bij dit soort delicten gebruikelijk op te leggen straf.

Alles afwegend komt de rechtbank tot het oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf voldoende recht doet aan de ernst van de feiten en de persoon van de verdachte.

7 De benadeelde partij

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering van zowel de benadeelde partij [slachtoffer 2], alsmede de vordering van benadeelde partij [benadeelde 1] wordt toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van ontstaan van de schade en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de beide vorderingen hoofdelijk worden toegewezen, gelet op de gevorderde veroordeling van medeverdachte [medeverdachte].

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair verzocht de beide vorderingen af te wijzen, gelet op de bepleitte vrijspraak van verdachte.

Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft de raadsman subsidiair verzocht het gevorderde bedrag bestaande uit immateriële schade te matigen tot € 950,00.

Ten aanzien van de vordering van [benadeelde 1] heeft de raadsman verzocht de vordering af te wijzen, dan wel niet-ontvankelijk te verklaren. Het ligt, aldus de verdediging, voor de hand dat het tankstation verzekerd is tegen schade ontstaan door een strafbaar feit. De geleden schade zou zodoende reeds vergoed zijn, dan wel vergoed worden.

Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat de onderbouwing van de vordering onnavolgbaar en vaag is, zodat de vordering ook om die reden niet-ontvankelijk verklaart dient te worden.

Meer subsidiair heeft de raadsman verzocht enkel het gevorderde schadebedrag betreffende het mislopen van de dagomzet, groot € 119,18 toe te wijzen.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij heeft overeenkomstig artikel 51f van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering.

De vordering strekt tot vergoeding van geleden schade ten gevolge van het onder 2 primair ten laste gelegde feit, te weten een totaalbedrag van € 1.273,66, bestaande uit € 1.250,00 aan immateriële schade en € 23,66 betreffende materiële schade.

De rechtbank is van oordeel dat het gevorderde schadebedrag van € 1.273,66 een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde schadebedrag is, mede gelet op de schriftelijke slachtofferverklaring, voldoende aannemelijk gemaakt en de rechtbank zal de vordering volledig toewijzen inclusief de wettelijke rente over de gevorderde bedragen.

Nu de rechtbank wettig en overtuigend bewezen heeft verklaard dat verdachte het feit tezamen en in vereniging met een ander heeft begaan, zal de rechtbank de vordering hoofdelijk toewijzen.

Met betrekking tot de toegekende vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2] zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De vordering van benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft overeenkomstig artikel 51f van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering.

De vordering strekt tot vergoeding van geleden schade ten gevolge van het onder 1 primair ten laste gelegde feit, te weten een totaalbedrag van € 960,02 betreffende materiële schade.

De rechtbank is allereerst van oordeel dat de enkele algemene stelling van de verdediging dat tankstations in het algemeen verzekerd zijn ten aanzien van jegens haar gepleegde strafbare feiten onvoldoende is om genoemd standpunt te weerleggen en dus om hieraan de gevolgtrekking te kunnen verbinden dat in onderhavige zaak de geleden schade reeds vergoed is, dan wel vergoed wordt. Daarbij vermeldt het schadeopgaveformulier dat schade kan worden opgegeven die door het misdrijf is geleden en die nog niet is vergoed. In de opgave van schade ligt dus het standpunt besloten dat de schade niet is vergoed. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde schadebedragen betreffende de schadeposten ‘inhoud kassalade’ en ‘5 sloffen Marlboro’ voldoende aannemelijk zijn gemaakt. Ook al zijn 2 sloffen sigaretten door de politie teruggevonden nabij de plaats delict, de rechtbank acht niet aannemelijk dat deze – na inbeslagneming en forensisch onderzoek – nog verkocht kunnen worden.

De vordering ten aanzien van de inhoud van de kassa komt overeen met het overgelegde schriftelijke stuk, waaruit aanwezigheid van cash geld tot dit bedrag van € 455,84 blijkt.

Als een ander (een deel van) dit bedrag betaalt aan de benadeelde is de verdachte gekweten. Dat is de kern van het hoofdelijk karakter van de veroordeling.

De rechtbank zal de vordering (betreffende de schadeposten ‘inhoud kassalade’ en ‘5 sloffen Marlboro’), groot € 755,84 toewijzen inclusief de wettelijke rente over dit bedrag.

Ten aanzien van de gevorderde schadebedragen betreffende de schadeposten ‘gemiste dagomzet’ en ‘inzetten extra personeel’, is de rechtbank van oordeel dat deze schadeposten onvoldoende zijn onderbouwd en onvoldoende duidelijk zijn. De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Om die reden verklaart de rechtbank dit deel van de vordering, groot € 204,18 niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij dit deel van haar vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Nu de rechtbank wettig en overtuigend bewezen heeft verklaard dat verdachte het feit tezamen en in vereniging met een ander heeft begaan, zal de rechtbank de vordering, voor zover deze wordt toegewezen, hoofdelijk toewijzen.

Met betrekking tot de deels toegekende vordering van benadeelde partij [benadeelde 1] zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f, 57 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Feit 1 primair en feit 2 primair: Telkens, diefstal; voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 (vijf) jaren;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van € 1.273,66, bestaande uit:

* € 1.250,00 betreffende immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 29 juli 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;

* € 23,66 betreffende materiële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 29 juli 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 1] van € 755,84 ter zake van materiële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 4 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen slachtoffers de daarbij vermelde bedragen te betalen, bij niet betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

- benadeelde partij [slachtoffer 2], € 1.273,66/ 23 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [benadeelde 1], € 755,84/ 16 dagen hechtenis,

met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Grapperhaus, voorzitter, mr. N.H.J.M. Veldman-Gielen en mr. C.S.K. Fung Fen Chung, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.P. Stapel, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 13 november 2013.

Mr. M.J. Grapperhaus en mr. N.H.J.M. Veldman-Gielen zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

Primair

hij op of omstreeks 4 augustus 2013 te Amersfoort, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

heeft/hebben weggenomen een aantal sloffen sigaretten en/of een hoeveelheid

geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Esso

tankstation en/of[benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en / of

vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen[slachtoffer 1]

[slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of

gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en /

of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk

geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, en/of zijn mededader

-aan die [slachtoffer 1] een mes, in ieder geval een daarop gelijkend voorwerp,

toonde en (op een agressieve manier) riep(en) om geld en sloffen sigaretten

af te geven;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op of omstreeks 4 augustus 2013 te Amersfoort, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweldS.

[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een aantal sloffen sigaretten

en/of een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan Esso tankstation en/of[benadeelde 2], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), welk geweld en /

of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of

zijn mededader

-aan die [slachtoffer 1] een mes, in elk geval een daarop gelijkend voorwerp,

toonde en (op een agressieve manier) riep(en) om geld en sloffen sigaretten

af te geven;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

Primair

hij op of omstreeks 29 juli 2013 te Amersfoort, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een

hoeveelheid geld en/of een hoeveelheid sigaretten, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan tankstation[tankstation ], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal

werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of

bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer(s) van

voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld

hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader

tegen die [slachtoffer 2] riep(en) om geld en sigaretten af te geven en daarbij

(dreigend) een bijl, in elk geval een daarop gelijkend voorwerp, in de

hand(en) vasthield(en) en/of (met kracht) een beeldscherm omvertrok(ken) en/of

tegen die [slachtoffer 2] riep(en) "schiet op, ik maak je kapot";

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op of omstreeks 29 juli 2013 te Amersfoort, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft

gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld en/of een hoeveelheid

sigaretten, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

tankstation [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en / of zijn mededader(s), welk geweld en / of welke bedreiging met

geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader

tegen die [slachtoffer 2] riep(en) om geld en sigaretten af te geven en daarbij

(dreigend) een bijl, in elk geval een daarop gelijkend voorwerp, in de

hand(en) vasthield(en) en/of (met kracht) een beeldscherm omvertrok(ken) en/of

tegen die [slachtoffer 2] riep(en) "schiet op, ik maak je kapot";

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

1 Indien hierna wordt verwezen naar processen-verbaal wordt hierbij telkens verwezen naar de bijlagen van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van politie, genummerd 2013174696 E, gesloten en ondertekend op 30 september 2013 door[verbalisant 1], brigadier van Politie Midden Nederland. De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], p. 197.

2 Het proces-verbaal van onderzoek camerabeelden Tankstation Esso Isselt, Amersfoort, p. 201.

3 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], p. 197.

4 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], p. 198.

5 Het proces-verbaal van onderzoek camerabeelden Tankstation Esso Isselt, Amersfoort, p. 206.

6 Het in de wettelijke vorm opgemaakte Forensisch Dossier, genummerd PL0981 2013174710 en 2013174696, gesloten en ondertekend op 25 september 2013 door [A], inspecteur van politie Midden-Nederland, forensisch coördinator, waarvan onderdeel uitmaakt het proces-verbaal sporenonderzoek, p. 14.

7 Het in de wettelijke vorm opgemaakte Forensisch Dossier, genummerd PL0981 2013174710 en 2013174696, gesloten en ondertekend op 25 september 2013 door [A], inspecteur van politie Midden-Nederland, forensisch coördinator, waarvan onderdeel uitmaakt het proces-verbaal sporenonderzoek, p. 16.

8 Het in de wettelijke vorm opgemaakte Forensisch Dossier, genummerd PL0981 2013174710 en 2013174696, gesloten en ondertekend op 25 september 2013 door [A], inspecteur van politie Midden-Nederland, forensisch coördinator, waarvan onderdeel uitmaakt het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 18 september 2013, p. 34 en 35.

9 Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] en [verbalisant 3], p. 226.

10 Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] en [verbalisant 3], p. 224 en 226.

11 Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 4] en [verbalisant 5], p. 211.

12 Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 4] en [verbalisant 5], p. 212.

13 Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 6] en [verbalisant 7], p. 227.

14 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte], p. 52.

15 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte], p. 53.

16 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte], p. 56.

17 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte], p. 36.

18 Het proces-verbaal van bevindingen van[verbalisant 8], p. 321.

19 Het proces-verbaal sporenonderzoek, bijlage, p. 234.

20 Het proces-verbaal sporenonderzoek, bijlage, p. 236 tot en met 238.

21 Het proces-verbaal van bevindingen van[verbalisant 8], p. 321 en 322.

22 Het proces-verbaal van bevindingen van[verbalisant 8], p. 323.

23 Het proces-verbaal van bevindingen van[verbalisant 8], p. 323.

24 Het proces-verbaal van bevindingen van[verbalisant 8], p. 319

25 Het proces-verbaal Digitaal onderzoek mobiele telefoons van [verbalisant 9], p. 245.

26 Het proces-verbaal Digitaal onderzoek mobiele telefoons van [verbalisant 9], p. 246.

27 Het proces-verbaal Digitaal onderzoek mobiele telefoons van [verbalisant 9], bijlage 1, p. 251 en 525.

28 Het proces-verbaal Digitaal onderzoek mobiele telefoons van [verbalisant 9], p. 246.

29 Het proces-verbaal van [verbalisant 9], p. 242.

30 Het proces-verbaal van onderzoek van camerabeelden Tankstation Esso[benadeelde 1], Amersfoort, p. 111.

31 Het in de wettelijke vorm opgemaakte Forensisch Dossier, genummerd PL0981 2013174710 en 2013174696, gesloten en ondertekend op 25 september 2013 door [A], inspecteur van politie Midden-Nederland, forensisch coördinator, waarvan onderdeel uitmaakt het proces-verbaal sporenonderzoek, p. 20-21.

32 Het in de wettelijke vorm opgemaakte Forensisch Dossier, genummerd PL0981 2013174710 en 2013174696, gesloten en ondertekend op 25 september 2013 door [A], inspecteur van politie Midden-Nederland, forensisch coördinator, waarvan onderdeel uitmaakt het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 18 september 2013, p. 34 en 35.

33 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2], namens [tankstation ], p. 333.

34 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2], namens [tankstation ], p. 334.

35 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2], namens [tankstation ], p. 334.

36 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2], namens [tankstation ], p. 336; het proces-verbaal van onderzoek camerabeelden Tankstation [tankstation ], Soesterberg, p. 348.

37 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2], namens [tankstation ], p. 336.

38 Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] en[verbalisant 8], p. 366.

39 Het proces-verbaal van bevindingen van[verbalisant 8], p. 410