Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:5427

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
04-11-2013
Datum publicatie
04-11-2013
Zaaknummer
07.662706-12 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Overval op woning.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Lelystad

Parketnummer: 07.662706-12 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 4 november 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op[1971] te Distrikt [district] (Suriname),

thans verblijvende in de P.I. Amsterdam Over-Amstel,

locatie Demersluis, te Amsterdam.

1 HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzitting van 25 juni 2013, 3 september 2013 en 21 oktober 2013, op welke laatste zitting de verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.M. Keizer, advocaat te Amsterdam.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. D. van der Zwan en van de standpunten die door de raadsman van verdachte naar voren zijn gebracht.

2 DE TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 26 november 2012 in de gemeente gemeente Almere, in de periode van ongeveer 02.55 tot 04.55 uur, in elk geval in de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats ] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (zegel)ring, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van een (zegelring), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s)

- de woning aan de [adres] is/zijn binnengedrongen terwijl zijn/hun gezicht(en) bedekt was/waren met (een) bivakmuts(en) althans met gezichtsbedekking en/of

- die [slachtoffer 2] heeft/hebben wakker gemaakt en/of (vervolgens) haar handen met tie-wraps op haar rug heeft/hebben vastgebonden/vastgemaakt en/of

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben wakker gemaakt en/of die [slachtoffer 1] een vuistslag in het gezicht, in elk geval tegen het hoofd heeft/hebben gegeven en/of (vervolgens) de handen van die [slachtoffer 1] op de zijn rug met tie-wraps heeft/hebben vastgebonden/vastgemaakt en/of

- [slachtoffer 3] (met kracht) bij de pols heeft/hebben gepakt en/of die [slachtoffer 3] op de grond in de badkamer heeft/hebben gezet/geplaatst en/of

- die [slachtoffer 4] aan de haren uit haar bed heeft/hebben getrokken en/of (vervolgens) met kracht) bij de pols heeft/hebben gepakt en/of haar heeft/hebben gedwongen op de knieen te gaan zitten en/of tegen de [slachtoffer 4] heeft/hebben gezegd "Waar is het geld" en/of "Waar zijn de juwelen", althans woorden van een dergelijke aard en/of strekking en/of (vervolgens) die [slachtoffer 4] in de badkamer heeft/hebben gezet/geplaatst en/of

- een of meermalen (telkens) tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd "we willen geld, veel geld" en/of "waar is het geld" en/of "[slachtoffer 1], wij weten dat je hier geld hebt" en/of "[slachtoffer 1] anders gaan we je pijn doen" en/of "[slachtoffer 1], we weten dat je het geld hebt, maak het ons niet moeilijk" en/of "als het het geld niet geeft, dan gaan we vingertjes knippen" en/of "dan gaan we met je dochters een spelletje spelen" en/of "Dit gebeurt er nu als je niks

zegt, dit gebeurt er met je vrouw, [slachtoffer 1]. Vertel waar de kluis is", althans woorden van een dergelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer 2] hard bij de nek heeft/hebben gepakt en/of met kracht naar beneden heeft/hebben geduwd en/of (vervolgens) tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd "[slachtoffer 2], hoe gaan we dit nu oplossen, want [slachtoffer 1] werkt niet mee" en/of "Je man liegt, dan moeten we maar vingertjes gaan knippen", althans woorden van een dergelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- met een priem en/of een mes, in elk geval met een scherp voorwerp in het gezicht/tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] heeft/hebben geslagen;

2.

hij op of omstreeks 26 november 2012 in de gemeente Almere tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden met het oogmerk om voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] te dwingen iets te doen of niet te doen, immers heeft (hebben) hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) met dat opzet

- de handen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] op de rug met tie-wraps vastgebonden/vastgemaakt en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] in de badkamer van hun woning aan de [adres] in Almere gedwongen te blijven door bij de deur van die badkamer te posten en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] in hun woning aan de [adres] in [woonplaats ] gedwongen te blijven door die die [slachtoffer 1] en/op [slachtoffer 2] in de woning te begeleiden en/of

- meermalen tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gezegd dat hij en/of zijn mededader(s) geld willen hebben;

3.

hij in of omstreeks de periode van 15 november 2009 tot en met 19 januari 2013 in de gemeente Amsterdam, in elk geval in Nederland, een fotocamera (Nikon D 80) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die fotocamera wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

De rechtbank verbetert in de tenlastelegging een aantal kennelijke schrijffouten. De verdachte wordt daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

3 DE VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 VRIJSPRAAK

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 3 ten laste is gelegd. Tijdens de doorzoeking van de woning waar verdachte verbleef, op 29 januari 2013, is een fotocamera aangetroffen. Deze camera bleek afkomstig van diefstal, gepleegd in de periode van 15 tot en met 25 november 2009, uit een woning in Amsterdam. De eigenaar van de camera, [benadeelde], heeft aangegeven de camera in december 2007 te hebben aangeschaft. Verdachte heeft verklaard de camera een paar jaar geleden te hebben gekocht op de zwarte markt te Beverwijk voor een bedrag van € 290,- of € 390,-. Verder heeft verdachte verklaard dat hij niet wist of vermoedde dat de camera van diefstal afkomstig was. Hij heeft aangegeven te weten dat de nieuwwaarde van een dergelijke camera ongeveer € 600,- is.

Weliswaar heeft de partner van verdachte verklaard dat verdachte de camera via via heeft gekocht van iemand die op straat dingen verkoopt, maar naast het feit dat de partner niet verklaart hoe zij aan deze wetenschap komt en zij evenmin aangeeft voor welk bedrag de camera zou zijn gekocht, valt op basis van het dossier niet vast te stellen of en zo ja welke van deze twee verklaringen, die van verdachte of die van diens partner, juist is. Bij gebreke van duidelijkheid over de marktwaarde van de camera ten tijde van de aankoop door verdachte kan ook op basis van verdachtes eigen verklaring niet worden vastgesteld dat de door hem betaalde prijs zodanig laag is dat verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat die camera van diefstal afkomstig was.

Verdachte moet dan ook van het onder 3 ten laste gelegde worden vrijgesproken.

5 DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN 1

Op 26 november 2012 om ongeveer 4.55 uur is er bij de politie Flevoland een melding binnengekomen dat er een woningoverval zou hebben plaatsgevonden in een woning aan de [adres] te [woonplaats ]. De verbalisanten [verbalisant 8] en [verbalisant 9]2 zijn ter plaatse gegaan en troffen voor de woning een vrouw aan, [slachtoffer 2], die gekleed was in een pyama. De verbalisanten zagen dat de vrouw een wond in haar linkerwang had. Zij troffen in de woning een man en twee jonge vrouwen aan: [slachtoffer 1], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4]. De verbalisanten zagen dat [slachtoffer 1] zichtbaar letsel had in zijn gezicht en dat hij bloed had op zijn linkeroog en op zijn wang. Op zijn onderarm had hij rode plekken en bulten. Bij [slachtoffer 2] werd gezien dat haar linkerhand rood en opgezet was en dat er om haar linkerpols een lange zwarte tyrap (lees: tiewrap) zat.

De verbalisanten zagen dat er een raam aan de achterzijde van de woning open stond. Verbalisant [verbalisant 8] is naar de achterzijde van de woning gelopen en zag dat het raamkozijn geforceerd was en dat er meerdere afdrukken van een breekvoorwerp in het hout zaten.

Op 26 november 2012 heeft [slachtoffer 2] een verklaring3 afgelegd tegenover de hoofdagent van politie Flevoland, die onder meer het volgende inhoudt:

Ik doe hierbij aangifte van diefstal of poging diefstal met geweld, daarbij ben ik geslagen en werd er gedreigd bij mijn kinderen vingertjes af te knippen.

Ik werd vandaag 26 november 2012, midden in de nacht wakker gemaakt door iemand. Ik keek in een flits op de klok. Het was toen 02:55 uur. Er werd tegen mij gezegd word wakker en op je knieën. Ik lag op dat moment in bed samen met mijn man [slachtoffer 1].

(……)

Wij wonen in een twee onder 1 kap woning aan de [adres] in [woonplaats ]. Op de eerste

verdieping slapen mijn man en ik en mijn oudste dochter [slachtoffer 3]. [slachtoffer 3] is 17 jaar. Mijn jongste dochter [slachtoffer 4] slaapt op de tweede verdieping.

(…..)

Ik heb vanaf het begin tegen de overvallers gezegd dat ik mee wilde werken. Toen ik wakker was gemaakt zag en hoorde ik dat ook mijn man [slachtoffer 1] wakker werd gemaakt en dat hij tegenstribbelde. Ik zag dat hij werd geslagen. Ik heb regen [slachtoffer 1] gezegd: “[slachtoffer 1] we gaan meewerken“ of woorden van gelijke strekking. We werden allemaal met tie-rips vast gebonden. Bij mij werden mijn handen op mijn rug vastgebonden, met een zwarte tie-rip. Het was een hele dikke, wel 8 mm breed en ongeveer een halve meter lang. Ze werden behoorlijk strak omgedaan. We werden allemaal naar de badkamer gebracht. Daar zag ik ook dat [slachtoffer 3] er was. Er werd vanaf het begin gevraagd naar geld. Veel geld.

(…..)

Toen ik in de badkamer zat kon ik horen dat alles overhoop gehaald werd in het huis. Er waren 4 overvallers die allemaal een zwarte bivakmuts op hadden. Ik heb wel de ogen gezien maar weet niet meer of er ook een gat zat voor de mond. Verder waren ze donker gekleed. Er waren 2 overvallers die hadden een Hindostaans accent.

(…..)

Ik herken het Hindoestaanse accent direct omdat ik samenwerk met een Hindoestaanse collega. De andere twee overvallers waren van Surinaamse komaf. Ik heb gezien dat de huid rond hun ogen heel donker was. Ik hoorde wel dat zij een Surinaams accent hadden. Ik werk ook samen met een Surinaamse collega.

(…..)

Een van de Surinaamse overvallers was erg lang ik schat hem wel 1.65—1.95 cm. Deze overvaller heeft steeds op de overloop van de eerste etage gestaan bij de badkamer deur en

mijn slaapkamer deur.

Na een tijdje kwam de leider van de overvallers naar de badkamer. Ik hoorde dat hij zei: “We hebben de kluis gevonden, mee naar beneden”.

(…..)

Ik ben toen mee naar beneden gegaan. Ik heb toen in de keuken het potje gewezen waar de sleutel van de kluis in zat.

(…..)

Ik ben toen naar de garage gebracht en moest daar op mijn knieën gaan zitten. Ik heb toen gevraagd of de tie-rips wat losser konden omdat ik bijna geen gevoel meer in mijn handen had. Er werden toen nieuwe tie-rips aan gedaan. De tie-rips werden nu iedere aan een pols gedaan en aan elkaar. Mijn handen werden nu voor mij vastgebonden.

Ik werd vervolgens weer naar boven gebracht. Ik hoorde dat er gezegd werd dat we

allemaal boven bij elkaar in de badkamer moesten zijn.

(…..)

Ik werd weer naar boven gebracht naar de badkamer bij mijn man en kinderen.

(…..)

Ik zat weer bij mijn man en kinderen in de badkamer toen ik weer naar de slaapkamer gehaald werd. Ik werd weer door de leider van de overvallers meegenomen. Ik werd toen een paar keer zittend op het bed een paar keer flink bij de achterzijde van mijn nek vastgepakt en hard naar beneden gedrukt. Daarbij hoorde ik dat die overvaller zei: “[slachtoffer 2] hoe gaan we dit nu oplossen want [slachtoffer 1] werkt niet mee”, of woorden van gelijke strekking. Ik heb toen gezegd dat er niets op te lossen viel omdat we geen geld hadden. Die overvaller liep vervolgens naar richting de overloop en zei:” Je man liegt dan moeten we maar vingertjes gaan knippen” of woorden van gelijke strekking. Ik voelde toen zoveel woede in mij opkomen. Ik wilde niet dat mijn kinderen iets aangedaan werd. Ik sprong op en heb die overvaller bij zijn keel gepakt. Ik voelde en zag dat hij dat hij mij sloeg op mijn gezicht aan mijn rechterkant. Ik voelde dat ik werd geraakt op mijn kaak. Ik voelde dat dat pijn deed. Vervolgens werd ik ook op de andere kant van mijn gezicht geslagen. Ook daar werd ik op mijn kaak geraakt. Ik was me toen niet bewust van het feit dat er een gat in mijn

gezicht was gekomen. Ik zag en voelde dat pas later. Ik wilde alleen maar voorkomen

dat mijn kinderen iets aangedaan werd. Daarna werd ik weer in de badkamer bij mijn man en kinderen gezet.

(…..)

Ik heb veel last van mijn kaken. Heb een gat in mijn wang. Ook mijn polsen doen pijn. Ik ben misselijk en heb nu overal pijn, vooral in mijn nek.

Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.”

Op 29 november 2012 is [slachtoffer 2] nader gehoord door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2]4, waarbij zij verklaarde:

Ik had een blauwe zegelring. Deze zegelring is nog niet teruggevonden. We missen alleen nog de zegelring.

Op 26 november 2012 is [slachtoffer 1]gehoord door de brigadier van politie Flevoland5. Hij verklaarde onder meer:

Ik wil graag aangifte doen van een diefstal of poging diefstal met geweld en bedreiging

met geweld, dwang en vrijheidsberoving, welke vannacht 26 november 2012 omstreeks

03.00

uur werd gepleegd in mijn woning aan de [adres] in [woonplaats ].

(…..)

We lagen te slapen in ons huis, aan de [adres].

(…..)

Plotseling werd ik wakker van licht dat er op mij geschenen werd. Ik zag iemand naast mij staan. Ik hoorde dat de persoon direct naast mijn kant van het bed iets tegen mij zei. Ik hoorde een mannenstem en zag ook aan zijn postuur dat het een man was. Ik weet niet meer precies wat, maar hij noemde mij ook [slachtoffer 1]. Ik noem deze persoon dader 1.

Ik zag ook een persoon aan de bedzijde bij mijn vrouw staan. Ik zag dit omdat het licht in de

hal ook aan was. Ik zag aan zijn postuur ook dat dit een man was. Ik noem hem dader 2.

De man aan de zijde van mijn bed, dader 1, vroeg:’Waar is het geld?”.

(…..)

Ik draaide mij om en deed vervolgens mijn lampje aan. Ik zei ook tegen hem: “Donder op, ik

ben je zat”. Hij zei vervolgens tegen mij, omdraaien, omdraaien, op je rug. Hij stond voorovergebogen over mij heen en ik probeerde hem weg te drukken. Op dit moment zei hij wat tegen zijn dader 2, iets in de trant van; waar is het pistool? Dit zei hij wel twee keer en klonk naar mijn idee gestrest. Op datzelfde moment gaf hij mij een vuistslag met zijn rechterhand tegen de zijkant van mijn linkeroog. Ik zag dat het een vierkante vuist leek. Het leek iets hoekiger dan een normale vuist. Ik zag de vuist kort aankomen maar wat ik zag en voelde leek het om een boksbeugel te gaan of in ieder geval iets hoekigs.

(…..)

De man aan mijn zijde van het bed zei dat ik op mijn buik moest gaan liggen. Hij zei letterlijk:”Op je buik, op je buik.”. Ik hoorde duidelijk een accent. Naar mijn idee was het

Antilliaans of Surinaams. Ik rolde mij op mijn buik. Volgens mij kwam er op dat moment nog

een andere persoon binnen. Ik noem hem dader 3. Dader 1 vroeg toen tie-rips aan de andere persoon. Dader 3 had een hele bos tie-rips bij zich. Dit waren zwarte tierips van wel een halve meter. Volgens mij deed dader 1 bij mij de tierips om. Ik hoorde dat mijn vrouw ook tierips om kreeg. Ik zag niet wie dat deed. Mijn vrouw zei dat ze te strak zaten.

(…..)

Dader 3 kwam samen met mijn dochter [slachtoffer 4] de slaapkamer binnen, Ik had haar daarvoor de trap af zien komen die naar de zolder gaat. Dader 3 dirigeerde haar de slaapkamer in. Wat hij precies zei weet ik niet. Het effect was wel dat zij ging zitten bij de deur van de slaapkamer. Snel daarachteraan kwam mijn dochter [slachtoffer 3] naar binnen. Zij ging bij [slachtoffer 4] zitten.

Ik moest van dader 1, mijn bed uit. Ik weet niet precies wat hij zei maar het was dwingend

instructief. Volgens mij was hij de baas, hij deed steeds het woord met mij en stuurde de

anderen aan die daarnaar luisterden. Ik liep om het bed heen. Ik zag op dat moment op mijn wekker dat het 03.10 uur was. Dader 1 instrueerde dat mijn vrouw [slachtoffer 2] en mijn dochters in de badkamer gingen. Mijn vrouw had toen ook tie-rips om.

(…..)

Ik werd naar de toilet gebracht. Ik werd, volgens mij, door dader 1 gebracht. Hij had zijn

hand op mijn schouder en duwde mij die richting uit. Met name dader 1 zei geregeld tegen

mij: ‘[slachtoffer 1], we willen het geld hebben, we weten dat je het hebt, maak het ons niet moeilijk.’

(…..)

Ik voelde mij met name bedreigd door het feit dat ze steeds mijn naam noemden, omdat ze zeiden dat als ik het geld niet gaf ze me pijn zouden doen en dat ze vingertje gingen knippen. Dit gaven ze bij mij en bij [slachtoffer 2] aan. Hij zei; dan gaan we een spelletje spelen. Erger nog; hij zei dan gaan we met je dochters een spelletje spelen. Het staat mij bij dat dit vrijwel allemaal door dader 1 werd gezegd. dader 2 papegaaide het af en toe na. De andere daders zeiden af en toe; kop houden, bek dicht of stil. Ik hoorde dat mijn vrouw vanuit de badkamer meegenomen werd richting de trap naar beneden. Dader 2 bleef op dat moment bij het toilet en de badkamer. Hij hield de wacht.

(…..)

Door dader 2 werd ik op een gegeven moment vanuit de toilet naar de badkamer geduwd. Hij pakte mij bij de schouder, half struikelend kwam ik de badkamer binnen.

(…..)

Dader 2 hield wel scherp in de gaten wat we deden. Als ik iets ging verzitten kwam hij weer kijken wat er gebeurde. Hij riep dan weer; bek dicht en stil.

Op een gegeven moment komt dader 1 naar mij toe. Hij zegt; [slachtoffer 1], hoe ga je dit nu

oplossen, zeg nou waar het geld is. Toen moest ik mee van dader 1, hij duwde mij mijn

slaapkamer weer in. Hij herhaalde weer dat hij alleen geld en de juwelen wilde.

(…..)

Ik werd toen door dader 1 terug geduwd naar de badkamer. Dader 2 stond nog in de gang op wacht. In de badkamer zaten nog steeds mijn dochters.

Het duurde ongeveer een kwartier dat ik de mannen hoorde rommelen in huis. Dit was door het hele huis. Na dat kwartier komt dader 1 weer naar mij toe in de badkamer, hij vroeg mij weer dat ik het op moest lossen en vertellen waar het geld was. Ik moest meekomen. Hij duwde mij in de kamer van [slachtoffer 3]. Dader 2 bleef weer staan in de gang. Hij zei toen tegen mij: ”als ik het niet op zou lossen zou het vingertje knip worden”.

(…..)

Hij bleef echter herhalen dat hij vingertje ging knippen. Ik had het idee dat ze bij mij dan een vinger wilde knippen. Maar hij gaf ook aan dat ze met mijn dochters een spelletje wilden spelen.

(…..)

Toen hoorde ik aan [slachtoffer 2] dat ze boos werd. Ze begon met stemverheffing te praten. Ze zei; Ophouden, jullie zijn gek, ik ben nu pislink. Er werd gelijk weer door de daders gezegd: bek houden, stil zijn. Toen ging ze echter door en kreeg ze die klap. Ik hoorde een harde klap. Ik hoorde bij [slachtoffer 2] een geluid als ‘oempf’, waardoor het duidelijk was dat zij die klap ontving.

Toen zei één van de daders: “Ze is out”. Ik zag dat ze toen aan haar oksels de gang in werd

gesleept.

(…..)

Plotseling ging de telefoon van dader 1. Dit is ongeveer anderhalf uur later dan de tijd dat ik naar de badkamer moest vanaf bed. Dus dit zal ongeveer 04.30 uur zijn geweest. Hij nam hem op, hij zei zijn naam niet. Ik hoorde hem zeggen:”Wat doen we nou, wat doen we nou?”

(…..)

Ik hoorde van [slachtoffer 2] later dat zij de kluis hadden omgekeerd in de tas.

Op 30 november 2012 is [slachtoffer 1] nader gehoord door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2]6, waarbij hij verklaarde:

De zegelring lag in onze kluis, maar die hebben we tot nu toe nog niet gevonden. Het is een ring van [slachtoffer 2].

Op 26 november 2012 is [slachtoffer 3] door de brigadier van politie Flevoland [verbalisant 3] gehoord7, waarbij zij onder meer heeft verklaard:

Hierbij doe ik aangifte van een overval in mijn woning op de [adres] te [woonplaats ]. Daarbij ben ik bedreigd.

(…..)

Ik wordt [slachtoffer 3] genoemd.

Op zondag 25 november 2012 ben ik rond 23.30—24.00 uur gaan slapen. (…..) Ik schat dat ik rond 03.00 uur wakker werd gemaakt. Ik weet dat omdat mijn moeder me heeft verteld dat ze op de klok had gezien dat het 02.55 uur was. (…..) Ik hoorde dat er iemand naar boven kwam. (…..) Ik zag dat deze persoon geheel in het donker gekleed was. Op de overloop brandde er licht, zo kon ik dat zien. Ik zag dat deze persoon een muts over zijn gezicht droeg. Hij had iets van sjaal/kol over zijn gezicht droeg. De man zei op een dwingende toon dat ik naar beneden moest komen. Ik voelde dat de man mijn pols vastpakte en hij leidde mij via de trapje naar beneden. Daarna moest ik naar de badkamer. De man zei dat we geen lichten aan mochten doen en dat we laag moesten blijven. We moesten gebukt lopen. In de hal, op de eerste verdieping, zag ik mijn ouders en [slachtoffer 4]. We moesten in de badkamer op de grond zitten. Ik besefte nog niet echt wat er gaande was. Wel begreep ik dat er iets gaande was qua overval of iets dergelijks. Op dat moment zag ik 2 a 3 mannen. Totaal heb ik 4 overvallers

gezien tijdens de overval. Allemaal waren in het zwart gekleed en ze droegen

gezichtsbedekkende kleding. Een van de mannen hield de wacht. (…..) Deze man heeft mij uit bed gehaald en hield de wacht over ons. (…..) Deze man, die dus de wacht hield, stond in de hal op de eerste verdieping bij de slaapkamer van mijn ouders. (…..) Mijn ouders zijn aan het begin vastgebonden. Hun polsen werden met ty-rips aan elkaar vastgebonden. Mijn moeder heeft tijdens de overval gezegd dat ze zo strak waren. Toen heeft andere ty-rips gekregen. (…..) Ik zat met mijn zusje naast het bad. Mijn vader moest meekomen van de overvallers. Ik hoorde dat hij naar beneden moest gaan. Zowel mijn vader als mijn moeder werden verschillende keren meegenomen uit de badkamer. Mijn vader moest dan iets aanwijzen of werd ondervraagd. Mijn moeder werd ook ondervraagd. (…..) Ze vroegen steeds naar “het geld”, en dat ze wisten dat het ergens in huis ligt. Ik begreep dat de mannen de opdracht hadden gekregen om het geld te halen. Ik hoorde de mannen zeggen dat ze

voor [slachtoffer 1] kwamen. Op een gegeven moment wisten ze ook de naam van mijn moeder. Mijn moeder heet [slachtoffer 2]. Mijn moeder zei wanhopig en bang dat ze mee zou werken. Ik hoorde een van de mannen toen zeggen: “[slachtoffer 2], [slachtoffer 2], [slachtoffer 2]”. Dit werd op dreigende

toon gezegd. (…..) Op een gegeven moment zei de aanvoerder tegen mijn vader: “[slachtoffer 1] dit is je laatste kans”. Mijn vader zei dat hij het geld niet had. Ik hoorde de aanvoerder toen tegen

de persoon die de wacht hield zeggen: “Zullen we dan maar beginnen met vingers afknippen”, of zoiets dergelijks. (…..) Mijn vader werd toen weer binnen gebracht. Ik zag dat zijn oog bloedde. Mijn moeder werd toen weer meegenomen. Mijn moeder heeft de kluis laten zien. De kluis staat in de berging. Mijn moeder heeft de kluissleutel gegeven. (…..) Kort daarna kwamen de mannen weer naar boven. Mijn moeder moest op het bed in hun slaapkamer zitten. Mijn moeder zei steeds dat ze mee wilde werken. We hoorden dat mijn moede in paniek raakte en riep dat ze geen geld had. Ik hoorde een harde klap alsof er iemand hard werd geslagen. Ik kon vanuit de badkamer zien dat mijn moeder op de grond lag en ik zag dat mijn moeder aan haar gezicht bloedde. Ik zei tegen [slachtoffer 4] dat ze even niet moest kijken. Mijn moeder werd door twee mannen omhoog getild en werd ze weer bij ons in de badkamer gesleept waar ze kon zitten. Mijn vader zat toen ook al in de badkamer. Ik zag dat de deur werd dicht gedaan. (…..) Ik zag dat er 2 a 3 keer de deur werd open gedaan om te

kijken waar we mee bezig waren. Op een gegeven moment was het stil. De overvallers

hebben daarvoor nog meerdere malen gezegd dat er geen politie gewaarschuwd mocht

worden. (…..) Tijdens de overval werd een van de overvallers gebeld op diens telefoon. Volgens mij werd de aanvoerder gebeld. Ik denk dat het toen half vier moet zijn geweest

omdat ik ongeveer een kwartier daarvoor aan de wachter had gevraagd hoe laat het was. De wachter vertelde mij hoe laat het toen was. Zodoende kan ik de tijd een beetje inschatten. De aanvoerder stond toen op de overloop. Ik hoorde een oude ringtoon, niet van een nieuwe telefoon of zo. Aan de ringtoon te horen was het een oude telefoon. Ik hoorde hem opnemen met “he swa”. Ik heb deze persoon nog een keer horen bellen, toen belde hij zelf. (…..)

Ik heb dus een van de overvallers met een priem gezien. De man ging naar de tweede

verdieping en ging later op de trap zitten. Ik heb kunnen zien dat hij de priem met zijn rechterhand vasthield. Ik schat de priem ongeveer 30 centimeter lang. Toen we dus met zijn allen in de badkamer zaten kregen we door dat de mannen weg waren. Ik heb op mijn slaapkamer een schaar gehaald om de tyrips door te knippen en toen is de politie gebeld.

Op 26 november 2012 is [slachtoffer 4] door de hoofdagent van politie Flevoland [verbalisant 4] gehoord, waarbij zij onder meer verklaarde:

Op zondag 25 november 2012 ben ik om 23.00 uur naar bed gegaan. Ik woon op de [adres] te [woonplaats ]. Ik woon met mijn vader genaamd [slachtoffer 1], moeder genaamd[slachtoffer 2], en zus genaamd [slachtoffer 3]. Ik doe aangifte van bedreiging. (…..) Ik werd wakker gemaakt door een onbekend persoon. Ik denk dat het rond 03.00 uur is geweest. (…..) Door een hele lange man. Hij had een bivak muts op. (…..) Ik voelde dat de man mij aan mijn haren mee trok mijn bed uit. Ik stond op en hij pakte mij aan mijn polsen vast. Hij pakte mij vast met een hand aan mijn rechter pols. Ik moest van hem mee naar beneden. Ik werd naar mijn ouders slaapkamer gebracht. (…..) Ik moest op mijn knieën zitten. Ik hoorde dat iemand zei:”Waar is het geld. Dit zei de kleinste van de vier mannen. Waar zijn de juwelen”. (…..) Ik zag dat mijn vader en moeder in de slaapkamer waren. Ik zag mijn vader nog in bed.Ik zag dat mijn moeder naast mij op de grond zat. (…..) Ik zag dat de daders met elkaar spraken. Ik hoorde dat ze zeiden: Waar gaan we kijken, waar zetten wij ze neer”. Ik zag dat dader 1 dit vooral zei. Ik zag dat hij dit besprak met dader 3 en 4. Mijn moeder, vader en ik werden door dader 2 naar de badkamer gebracht. (…..) We moesten aan de achterzijde van de badkamer zitten. We mochten niet spreken of bewegen. Ze vroegen:” Waar is het geld. Waar is de kluis”. Ik zag dat mijn vader mee werd genomen door dader 1 en 3. (…..) Ik zag dat mijn zus en mijn vader terug de badkamer ingebracht werden. We moesten op de grond zitten. Ik zag dat mijn vader en moeder ty raps om hun polsen hadden zitten. (…..) Mijn moeder en vader werden elke keer uit de badkamer gehaald. Ze moesten elke keer dingen aanwijzen. Ik zag dat dader 1 telkens terug kwam en zei:” Als jullie het nu niet vertellen dan gaan er dingen gebeuren. Je wil toch niet dat er wat gebeurd met je vrouw en kinderen”. Dit zei dader 1 tegen mijn vader. Mijn moeder werd in de slaapkamer van mijn ouders gehouden. Ik hoorde dat dader 1 tegen mijn moeder zei:” [slachtoffer 1] heeft geld achter liggen. Laat zien waar de kluis is. We weten dat jullie geld hebben.[slachtoffer 2] als je niet verteld dan wordt het alleen maar erger voor jullie”. (…..) Twee of drie keer werd dader 1 gebeld. Ik hoorde de telefoon van die dader 1 ook af gaan. (…..) Ik zag dat mijn vader was geslagen, omdat hij bloed op zijn hoofd had. Ook zag ik dat mijn moeder was geslagen. Ze had dikke plekken op haar kaken. Ook zag ik bloed op haar pyjama jas zitten. Ik hoorde dader 1 zeggen tegen mijn vader:”Dit gebeurd er nou als je niks zegt. Dit gebeurd er met je vrouw [slachtoffer 1]. Vertel waar de kluis is.

(…..) Het begon om drie uur ‘s nachts. Rond 04.45 uur is mijn zus naar de telefoon gelopen om de politie te bellen. (…..)

Ik hoorde dat dader 1 zei:” Ja als je niet mee werkt moeten we consequenties nemen. We moeten jullie vingers gaan knippen. Er zullen doden vallen dus jullie zullen dan wel gaan praten”. De dader 1 zei dit vooral tegen mijn moeder en mijn vader, maar het was ook voor ons bedoelt. Ik was echt heel erg bang geworden. Ik was echt bang dat ze het echt zouden gaan doen.

Op grond van het bovenstaande stelt de rechtbank vast dat er op 26 november 2012 een woningoverval te Almere aan de [adres] heeft plaatsgevonden door vier daders die hun hoofd bedekt hadden, waarbij het in de tenlastelegging genoemde geweld en bedreiging met geweld door die daders is gebruikt en waarbij een zegelring die aan [slachtoffer 2] toebehoorde is weggenomen. De rechtbank stelt tevens vast dat door genoemde vier daders de bewoners van de woning op 26 november 2012 wederrechtelijk van de vrijheid beroofd en beroofd gehouden zijn met het oogmerk om [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] te dwingen iets te doen of niet te doen.

De vraag die vervolgens beantwoord moet worden is of verdachte deel heeft genomen aan de woningoverval. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend en overweegt daartoe het volgende.

Gezien het feit dat een van de daders volgens de verklaring van de aangevers ten tijde van de overval werd gebeld en heeft gebeld, werden de historische verkeersgegevens opgevraagd van de masten in de directe omgeving van de plaats delict. Door de afdeling analyse van politie Flevoland werden deze gegevens nader bekeken. Uit deze analyse kwam een opvallend telefonisch contact naar voren.

Op maandag 26 november 2012 omstreeks 04.42.58 uur wordt door het nummer [telefoonnummer] ingebeld naar het nummer [telefoonnummer]. Aan deze nummers zijn respectievelijk de imeinummers [nummer] en [nummer]verbonden.

Van zowel de 06 nummers als de imeinummers werden vervolgens de historische verkeersgegevens opgevraagd. Hieruit bleek dat beide nummers op maandag 26 november 2012 omstreeks 02.30 uur werden geactiveerd en dat de telefoontoestellen na het laatste onderlinge gesprek van 04.44 uur, zijn uitgezet. De bewoners van perceel [adres] te [woonplaats ] werden diezelfde nacht tussen 02.55 uur en 05.00 uur overvallen.

Op vrijdag 30 november 2012 is door verbalisant [verbalisant 5] telefonisch contact opgenomen met zijn collega [A]. [A] is werkzaam als specialist en expert telecom bij het DSRT van het Korps Landelijk Politie Diensten. Op zijn vraag welke toestellen behoren bij de imeinummers [nummer]en [nummer] deelde hij mede dat deze beide behoren bij het telefoontoestel merk Alcatel type one touch 217.

Verbalisant [verbalisant 6] heeft een onderzoek ingesteld naar de distributie van de mobiele telefoons van het merk Alcatel, type one touch 217. Uit dit onderzoek bleek dat toestellen van Alcatel in Nederland worden geleverd via het bedrijf TOT Mobile Netherlands B.V. Uit e-mail contact met dit bedrijf bleek dat genoemde imeinummers bij hen bekend waren onder de nummers [nummer] en [nummer]. Deze imeinummers waren in een partij van 3000 stuks op 17-09-2012 geleverd aan het bedrijf Tech Data Mobile Netherlands BV te Naarden. Hierop werd contact opgenomen met het bedrijf Tech Data. Via de mail werd aangegeven dat de toestellen uitsluitend geleverd waren aan de bedrijven Mediamarkt, Saturn en Belcompany.

Op zondag 2 december 2012 werd door de politie Flevoland een onderzoek ingesteld bij de Belcompany gevestigd aan de Traverse 7 te Almere. Aldaar werden de beide imeinummers ingevoerd in hun verkoopbestand. Hierbij werd vastgesteld dat de beide imeinummers op 22 november 2012 waren verkocht bij de Belcompany gevestigd aan het Buiksloterrmeerplein 200b te Amsterdam. Naar aanleiding van bovenstaande werden de beelden opgevraagd van de Belcompany gevestigd aan het Buikslotermeerplein 200b te Amsterdam. Daarnaast werden ook de beelden van cameratoezicht aldaar bekeken. Op de beelden van Belcompany is te zien dat een negroïde man met een kind op genoemde datum en tijdstip twee telefoontoestellen koopt. Op de beelden van camera toezicht is verder te zien dat deze man met het kind vermoedelijk ook bij de Mediamarkt, gevestigd aan het Buikslotermeerplein 226 te Amsterdam, is geweest. Vervolgens werden ook de beelden van de Mediamarkt opgevraagd en bekeken. Op deze beelden is te zien dat de negroïde man met het kind de winkel van de Mediamarkt in loopt en deze korte tijd later weer verlaat8.

Op 11 december 2012 heeft verbalisant [verbalisant 7], hoofdagent van Politie Amsterdam Amstelland, een onderzoek ingesteld, waarbij hij heeft verklaard9:

“Ik bevond mij, verbalisant, in het Hoofdbureau van Politie, Elandsgracht 117 te Amsterdam.

Ik bekeek hier de briefing van bureau Waddenweg, en zag dat er een herkenning werd verzocht van een man die mogelijk betrokken is bij een overval woning gepleegd in de nacht van zondag 25 op maandag 26 in Almere. Van deze man zijn beelden beschikbaar afkomstig van de beveiligingscamera’s van de Belcompany en Mediamarkt aan het Buikslotermeerplein te Amsterdam Noord. Ik herken de man als zijnde [verdachte], geboren op[1971] te Distrikt [district] in Suriname. Ik herken [verdachte] aan zijn gezicht, namelijk zijn profiel, neus, opvallende wenkbrauwen, mond, oogopslag, huidplooien, kin en haargrens. In de hoedanigheid als informatiespecialist ben ik, verbalisant,

[verdachte] regelmatig tegengekomen.”

Verdachte heeft zowel tegenover de politie10 als ter terechtzitting van 21 oktober 2013 toegegeven dat hij die telefoons op 22 november 2012 in Amsterdam bij de Belcompany heeft gekocht. Verdachte heeft aanvankelijk verklaard dat hij er thuis achter kwam dat hij het tasje met daarin de gekochte telefoons bij een snackbar had laten staan en dat hij toen is teruggereden, waarna bleek dat de telefoons al weg waren11. Geconfronteerd met de camerabeelden waarop te zien is dat hij de snackbar verlaat met het tasje, heeft verdachte gesteld dat hij “ niet specifiek heeft gezegd dat hij het (tasje) in de snackbar had achtergelaten en dat hij het overal kwijt kan zijn geraakt, waarbij hij aangeeft dat hij het tasje misschien op het dak van zijn auto heeft laten liggen12. De rechtbank is van oordeel dat verdachte met deze tegenstrijdige verklaringen het door hem gestelde scenario dat de twee door hem gekochte telefoons op 26 november uit zijn bezit zijn geraakt, niet aannemelijk heeft gemaakt. .Ook anderszins is dat niet aannemelijk geworden.

Uit het bovenstaande leidt de rechtbank af dat verdachte op 26 november 2012 in het bezit was van twee telefoons met de nummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer], waarmee in de periode waarin de overval gepleegd is, gebeld is. Uit de historische mastgegevens13 is bovendien gebleken dat genoemde telefoonnummers gedurende vrijwel de gehele periode masten hebben aangestraald die zich bevonden in de directe nabijheid van de overvallen woning. Verdachte heeft daarvoor geen aannemelijke verklaring gegeven.

De raadsman heeft aangevoerd dat de door de aangevers genoemde tijden, waarop de telefooncontacten zouden hebben plaatsgevonden, niet overeenkomen met de door de politie vastgestelde tijdstippen van de twee telefooncontacten. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat uit de historische mastgegevens blijkt dat de genoemde telefoons in de nacht in kwestie niet steeds dezelfde mast aanstralen, maar steeds een andere, hetgeen zich niet verdraagt met de veronderstelling dat een van deze telefoons zich in de woning, dus op een vaste plek, zou hebben bevonden.
De rechtbank overweegt als volgt.

De politie is weliswaar via de verklaringen van aangevers over door hen waargenomen belcontacten (uiteindelijk) op de twee genoemde telefoons uitgekomen, maar daarmee is nog niet gezegd dat aangevers ook juist de twee uit de technische gegevens blijkende telefooncontacten hebben waargenomen.

Ook moet de raadsman worden toegegeven dat het door beide telefoons aanstralen van steeds verschillende palen zich, mede gelet op hetgeen de deskundige daarover ter terechtzitting heeft verklaard, niet goed verdraagt met de veronderstelde permanente aanwezigheid van een van die telefoons in de woning. De rechtbank leidt echter uit het feit dat deze telefoons in het tijdvak van de overval zijn gebruikt in de onmiddellijke omgeving van de overval, dat zij zijn geactiveerd kort voor de aanvang van de overval en zijn gedeactiveerd kort daarna, af dat deze naar alle waarschijnlijkheid - door verdachte en/of zijn mededaders - zijn gebruikt bij de overval.

In de overvallen woning is een aantal kabelbinders, tiewraps, aangetroffen14, waarmee de slachtoffers zijn vastgebonden. Deze kabelbinders zijn veiliggesteld, genummerd en bemonsterd voor DNA-onderzoek. Een van deze kabelbinders is genummerd AAFG4316NL#1.

In zijn (herzien) rapport van 29 januari 2013 heeft het NFI het volgende gerapporteerd:

Het afgeleide onvolledige DNA-hoofdprofiel van het DNA in de bemonstering

AAFG4316NL#01 van de kabelbinder is op 9 januari 2013 opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken en wordt sindsdien vergeleken met daarin aanwezige DNA profielen.

Hierbij is een match gevonden met de DNA-profielen in DNA-profielcluster [nummer]. Het DNA profiel van [verdachte] [nummer] (geboren op [1971]) maakt deel uit van dit DNA-profïelcluster. Dit betekent dat een relatief groot gedeelte van het DNA (bloed en/of celmateriaal) in deze bemonstering afkomstig kan zijn van [verdachte].

De berekende frequentie van het afgeleide onvolledige DNA-hoofdprofiel van het DNA in de bemonstering AAFG4316NL#1 is kleiner dan één op één miljard. Ofwel, de kans dat het

DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met dit afgeleide onvolledige DNA

hoofdprofiel is kleiner dan één op één miljard.

Verdachte heeft er geen verklaring voor gegeven hoe zijn DNA-profiel op de onderzochte kabelbinder terecht is gekomen.

De raadsman heeft gesteld dat het DNA-profiel van verdachte is aangetroffen op een tiewrap, een verplaatsbaar object, die van buiten de woning zal zijn meegenomen, hetgeen de mogelijkheid openlaat dat verdachtes DNA daar op andere wijze en op een andere plaats dan bij de overval op terecht gekomen kan zijn. Ook verdraagt de geringe hoeveelheid aangetroffen DNA materiaal zich naar het oordeel van de raadsman niet met het beweerde aantrekken van de tiewrap.

De rechtbank verwerpt dit verweer. De onderzochte tiewrap is in de woning aangetroffen en bevatte op het uiteinde, daar waar die tiewrap wordt aangetrokken, het DNA van verdachte. De deskundige heeft ter zitting verklaard dat de hoeveelheid en de plaats van het aangetroffen DNA past bij het achterblijven van DNA bij het aantrekken van de tie-wrap.

Bij gebreke van een plausibele verklaring van verdachte hoe zijn DNA op de tiewrap terecht gekomen kan zijn (de mogelijkheid dat de tiewraps door anderen in aanraking zijn gebracht met de (verpakking van) de door verdachte gekochte telefoons, nadat deze van verdachte waren ontvreemd of waren gevonden, kan gelet op het over de telefoons overwogene worden uitgesloten), in combinatie met het gegeven dat de twee door verdachte aangeschafte telefoons bij de overval zijn gebruikt, is de rechtbank van oordeel dat de door verdachte geopperde mogelijkheid dat zijn DNA op andere wijze dan bij de overval op de tiewrap terecht is gekomen, geen geloof verdient.

Op grond van het hiervoor overwogene met betrekking tot de aanschaf van voornoemde telefoons, het gebruik van die telefoons enkel en alleen in het nachtelijke tijdsbestek gedurende de overval, het dan aanstralen van die telefoons van palen in de nabije omgeving van de overval en het aantreffen van het DNA van verdachte op een tiewrap die gebruikt is ten tijde van de overval, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank bewezen dat verdachte één van de personen is die de overval heeft gepleegd.

6 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

hij op of omstreeks 26 november 2012 in de gemeente Almere, in de periode van ongeveer 02.55 tot 04.55 uur, in een woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats ] tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (zegel)ring, toebehorende aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of een of meer van zijn mededaders

- de woning aan de [adres] zijn binnengedrongen terwijl hun gezichten bedekt waren met een bivakmuts en

- die [slachtoffer 2] heeft/hebben wakker gemaakt en (vervolgens) haar handen met tiewraps op haar rug heeft/hebben vastgebonden/vastgemaakt en

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben wakker gemaakt en die [slachtoffer 1] een vuistslag in het gezicht, in elk geval tegen het hoofd heeft/hebben gegeven en (vervolgens) de handen van die [slachtoffer 1] op zijn rug met tiewraps heeft/hebben vastgebonden/vastgemaakt en

- [slachtoffer 3] (met kracht) bij de pols heeft/hebben gepakt en die [slachtoffer 3] op de grond in de badkamer heeft/hebben gezet/geplaatst en

- die [slachtoffer 4] aan de haren uit haar bed heeft/hebben getrokken en (vervolgens) met kracht) bij de pols heeft/hebben gepakt en haar heeft/hebben gedwongen op de knieën te gaan zitten en tegen die [slachtoffer 4] heeft/hebben gezegd "Waar is het geld" en/of "Waar zijn de juwelen", althans woorden van een dergelijke aard en/of strekking en (vervolgens) die [slachtoffer 4] in de badkamer heeft/hebben gezet/geplaatst en

- tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd "we willen geld, veel geld" en "waar is het geld" en "[slachtoffer 1], wij weten dat je hier geld hebt" en "[slachtoffer 1] anders gaan we je pijn doen" en "[slachtoffer 1], we weten dat je het geld hebt, maak het ons niet moeilijk" en "als je het geld niet geeft, dan gaan we vingertjes knippen" en "dan gaan we met je dochters een spelletje spelen" en "Dit gebeurt er nu als je niks zegt, dit gebeurt er met je vrouw, [slachtoffer 1]. Vertel waar de kluis is", althans woorden van een dergelijke (dreigende) aard en/of strekking en

- die [slachtoffer 2] hard bij de nek heeft/hebben gepakt en met kracht naar beneden heeft/hebben geduwd en (vervolgens) tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd "[slachtoffer 2], hoe gaan we dit nu oplossen, want [slachtoffer 1] werkt niet mee" en "Je man liegt, dan moeten we maar vingertjes gaan knippen", althans woorden van een dergelijke dreigende aard en/of strekking en

- met een priem en/of een mes, in elk geval met een scherp voorwerp in het gezicht/tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] heeft/hebben geslagen.

2.

hij op 26 november 2012 in de gemeente Almere tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden met het oogmerk om voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] te dwingen iets te doen of niet te doen, immers heeft hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededaders met dat opzet

- de handen van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] op de rug met tiewraps vastgebonden/vastgemaakt en

- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] in de badkamer van hun woning aan de [adres] in [woonplaats ] gedwongen te blijven door bij de deur van die badkamer te posten en

- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in hun woning aan de [adres] in [woonplaats ] gedwongen te blijven door die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in de woning te begeleiden en

- meermalen tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gezegd dat hij en/of zijn mededaders geld willen hebben.

Van het onder 1 en 2 meer of anders ten laste gelegde zal verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

7 KWALIFICATIE

Het bewezene levert op:

Feit 1: Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Feit 2: Medeplegen van gijzeling.

8 STRAFBAARHEID

De feiten en verdachte zijn strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

9 STRAFOPLEGGING

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaar, met aftrek van voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van een op te leggen straf, onder verwijzing naar door hem aangehaalde jurisprudentie, gepleit voor een gevangenisstraf die in ieder geval de duur van 24 maanden niet te boven gaat.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf

noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, gelet ook op het strafrechtelijk verleden van de verdachte zoals blijkt uit een uittreksel justitiële documentatie van verdachte d.d. 19 juli 2013, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.

Ten aanzien van de duur van de op te leggen vrijheidsstraf heeft de rechtbank het volgende overwogen.

Verdachte heeft deelgenomen aan een gewelddadige overval op een woning waarin zich een echtpaar en hun twee tienerdochters bevonden. Die overval vond plaats tijdens de voor de nachtrust bestemde tijd. De slachtoffers zijn ruw uit hun slaap gewekt, waarna het echtpaar is geslagen en waarbij de vrouw bovendien met een scherp voorwerp door haar wang is gestoken en buiten bewustzijn is geraakt. Zij heeft zich in het ziekenhuis moeten laten helpen aan haar verwondingen. De armen van het echtpaar werden met tiewraps vastgebonden en zijn vastgebonden gebleven gedurende de gehele periode van ongeveer twee uur de overval heeft geduurd. De slachtoffers werden gedurende de overval in hun woning vastgehouden, meestentijds in de badkamer met een bewaker voor de deur. Er werd gedreigd met het afknippen van de vingers en met het “spelen van een spelletje” met de dochters. De slachtoffers hebben doodsangsten uitgestaan. Het geweld en de bedreigingen met geweld zijn uitgeoefend uit geldelijk gewin. Verdachte heeft zich op geen enkel moment bekommerd om het welzijn van de slachtoffers. De rol van verdachte in het geheel van de gebeurtenissen is niet duidelijk geworden, vooral niet omdat verdachte daarover geen openheid van zaken heeft gegeven. Er is in het dossier geen enkele aanwijzing te vinden waaruit kan blijken dat verdachte zich van het toegepaste geweld heeft gedistantieerd, zodat dit geweld mede aan verdachte kan worden toegeschreven. De slachtoffers kampen nog steeds met de lichamelijke en geestelijke gevolgen van de overval.

De oriëntatiepunten van het LOVS noemen voor een overval als de onderhavige een gevangenisstraf van 5 jaar. Gelet op het buitensporige toegepaste geweld, de bedreigingen, de lange duur van de overval en daarmee de impact op de - kwestbare - slachtoffers, het samenwerkingsverband tussen de daders, de professionele werkwijze en het strafrechtelijk verleden van verdachte, is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf passend en geboden is.

10 BESLAG

De rechtbank is van oordeel dat de op de beslaglijst vermelde boksbeugel moet worden onttrokken aan het verkeer, omdat dit aan de verdachte toebehorende voorwerp bij gelegenheid van het onderzoek naar de door hem begane feiten is aangetroffen, terwijl het voorwerp kan dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke misdrijven dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan en dit voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de overige aan hem toebehorende en in beslag genomen voorwerpen, aangezien deze niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.

11 DE BENADEELDE PARTIJEN

Voor aanvang van de terechtzitting heeft [slachtoffer 1] zich als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van materiële schade ten gevolge van de aan verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. De hoogte van die schade wordt door de benadeelde partij begroot op een bedrag van € 5.000,- wegens omzetderving.

De beoordeling van deze vordering van de benadeelde partij levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij in die vordering niet-ontvankelijk is en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Voor aanvang van de terechtzitting hebben [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] zich elk als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van immateriële schade ten gevolge van de aan verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. De hoogte van die schade wordt door de benadeelde partijen begroot op telkens een bedrag van € 2.500,-

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat genoemde benadeelde partijen rechtstreeks schade hebben geleden ten gevolge van de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten. De hoogte van die schade is genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van

€ 2.500,-, vermeerderd met de kosten die – tot op heden – worden begroot op nihil.

De vorderingen van de benadeelde partijen, die in die vordering ontvankelijk zijn, zijn toewijsbaar.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

Als extra waarborg voor betaling aan de benadeelde partijen zal de rechtbank overeenkomstig artikel 36 f van het Wetboek van Strafrecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsommen ten behoeve van de benadeelde partijen.

12 TOEPASSELIJKHEID WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 10, 27, 36b, 36d, 36f, 47, 57, 282a, 310 en 312, van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

13 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart niet bewezen hetgeen onder 3 aan verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 6 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart de bewezen verklaarde feiten strafbaar;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaar;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Beslag

- verklaart onttrokken aan het verkeer de op de “Lijst van inbeslaggenomen voorwerpen” vermelde voorwerp, te weten een boksbeugel;

- gelast de teruggave aan de verdachte van de overige op de “Lijst van inbeslaggenomen voorwerpen” vermelde voorwerpen;

Benadeelde partij

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], wonende te [woonplaats ], van een bedrag van € 2.500,- (zegge: tweeduizendvijfhonderd euro), hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover verdachtes mededader/mededaders betaalt/betalen, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd, vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop het thans bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten 26 november 2012, tot die van de voldoening;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], wonende te [woonplaats ], van een bedrag van € 2.500,- (zegge: tweeduizendvijfhonderd euro), hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover verdachtes mededader/mededaders betaalt/betalen, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd, vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop het thans bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten 26 november 2012, tot die van de voldoening;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3], wonende te [woonplaats ], van een bedrag van € 2.500,- (zegge: tweeduizendvijfhonderd euro), hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover verdachtes mededader/mededaders betaalt/betalen, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd, vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop het thans bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten 26 november 2012, tot die van de voldoening;

- veroordeelt de verdachte voorts in de kosten, door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

- legt op aan de verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, telkens groot € 2.500,- ten behoeve van de slachtoffers [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] voornoemd, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door telkens 50 dagen hechtenis;

- bepaalt dat, indien de verdachte en/of zijn mededader/mededaders (gedeeltelijk) heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen (in zoverre) komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte en/of zijn mededader/mededaders (gedeeltelijk) heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat (in zoverre) komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor wat het meer gevorderde betreft in zijn vordering niet-ontvankelijk is en dat hij zijn vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Iedema, voorzitter, mr. drs. S.M. van Lieshout en mr. drs. H. Vegter, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.T. Feenstra, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 november 2013.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het dossier met het nummer 2012084243

2 Pagina 44-46.

3 Pagina 48-50

4 Pagina 66 en 79

5 Pagina 90-95

6 Pagina 128

7 Pagina 158-162

8 Pagina 207-209, 213 en 214

9 Pagina 284

10 Pagina 641

11 Pagina 629

12 Pagina 642

13 Pagina 213 en 214

14 Pagina 11 van het FO-dossier behorende bij het proces-verbaal met nummer 2012084243