Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:5400

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
31-10-2013
Datum publicatie
31-10-2013
Zaaknummer
16/702093-12 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld tot 24 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk voor het medeplegen van een overval op een juwelier.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/702093-12 (P)

vonnis van de meervoudige strafkamer van 31 oktober 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op[geboortedatum] te [geboorteplaats]

wonende te [adres 1], [postcode] te [woonplaats].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 14 oktober 2013, 16 oktober 2013 en 17 oktober 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de advocaat, mr. P.S.A. Bovens, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

samen met anderen een juwelier heeft overvallen.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen te verklaren.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat de handelingen die door verdachte zijn verricht geen medeplegen, maar medeplichtigheid opleveren. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat verdachte niet naar binnen is gegaan bij de juwelier, maar op de uitkijk heeft gestaan. Verder is zij bij de voorbesprekingen aanwezig geweest, heeft zij bivakmutsen en handschoenen gekocht, is zij een paar keer gaan posten en is zij met [medeverdachte 1] op voorverkenning geweest in de juwelier. Ook is zij na de overval naar de afgesproken plek gegaan om de buit te bekijken en heeft zij na afloop 50 euro gekregen. De verdediging heeft aangevoerd dat deze handelingen niet zonder meer een nauwe en bewuste samenwerking opleveren. Nu medeplichtigheid niet ten laste is gelegd, heeft de verdediging verzocht verdachte vrij te spreken.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen op grond van het navolgende.1

[slachtoffer] (hierna te noemen: [slachtoffer]) heeft aangifte gedaan van een overval op 7 december 2012 op zijn juwelierszaak [juwelierszaak] aan [adres 2] te Utrecht. Op 5, 6 en 7 december 2012 kwamen steeds een meisje en een jongen afwisselend samen en alleen om trouwringen te bekijken. Op 7 december 2012 tussen 16.55 en 17.00 uur kwam de jongen die eerder met een meisje voor trouwringen was komen kijken, alleen zijn zaak binnen. De jongen wilde een aanbetaling voor trouwringen doen, maar het lukte niet om te pinnen. Hij heeft meerdere bedragen geprobeerd te pinnen. Vervolgens wilde de jongen de zaak verlaten. De jongen liep richting de voordeur, draaide de sleutel in de voordeur om en opende de voordeur. [slachtoffer] keek richting de jongen en zag een persoon op de jongen springen. De jongen viel. De persoon, verdachte 1, kwam in de richting van [slachtoffer] rennen. Verdachte 1 duwde [slachtoffer], waardoor [slachtoffer] ten val kwam achter de toonbank. Op dat moment hoorde [slachtoffer] een stem die zei “allemaal liggen, blijven liggen”. Deze stem kwam vanuit de richting van de voordeur, maar [slachtoffer] kon niet zien waar de stem vandaan kwam. Hierop zag en voelde [slachtoffer] dat verdachte 1 hem op zijn hoofd sloeg. [slachtoffer] voelde hevige pijn. [slachtoffer] zag en voelde dat verdachte 1 met één van zijn handen met hevige kracht op zijn nek drukte, waardoor zijn hoofd naar beneden ging. Hierdoor kwam [slachtoffer] met zijn buik op de grond te liggen. Verdachte 1 duwde met zijn knie op de rechterknie van [slachtoffer]. [slachtoffer] voelde pijn. De persoon die riep “allemaal liggen” was niet verdachte 1, die op [slachtoffer] zat. Die persoon riep dat met een Surinaams accent. Kort daarop hoorde [slachtoffer] klappen. Daarna zei een persoon “gooi het in de tas” of “doe maar in de tas”. Die stem had een Surinaams accent. Daarna hoorde [slachtoffer] niets meer. Toen hij omhoog keek, zag hij dat de jongen, de klant, met zijn armen en handen ineengekropen op de grond lag. Daarna stond de jongen op en keek geschrokken. Hierna heeft [slachtoffer] de alarmknop ingedrukt en geprobeerd 112 te bellen.

Verdachte 1 was een man, 1,70 – 1,80 meter lang en een mager postuur. De woorden die [slachtoffer] heeft gehoord, werden gesproken met een Surinaams / Antilliaans accent. [slachtoffer] heeft maar één verdachte gezien en weet niet wie de woorden heeft uitgesproken.

[slachtoffer] denkt dat er wel een tweede verdachte was, omdat hij de stem hoorde terwijl verdachte 1 hem duwde en de stem niet van verdachte 1 vandaan kwam. De waarde van de weggenomen goederen schat [slachtoffer] op 50.000 tot 60.000 euro.2

[slachtoffer] omschrijft de weggenomen goederen als 30 gouden armbanden en 15 gouden zegelringen en 75 diamantenringen en 50 ringen voorzien van zirkonia-steen en 50 zilveren ringen en 100 stuks gouden oorringen en 60 stuks zilveren oorringen en 30 gouden hangers

en 30 gouden bedels en 5 stuks gouden kettingen en 1 gouden tientje en 2 zilveren ringen en 2 zilveren oorbellen en 1 zilveren armband en 5 plateaus waarop sieraden lagen.3

In de winkel werd op de grond een nog opgevouwen canvas Jumbo-tas aangetroffen.4

Getuige [getuige 1] (hierna te noemen: [getuige 1]) heeft verklaard dat zij op vrijdag 7 december 2012 omstreeks 17.29 uur op de stoep van de Amsterdamsestraatweg te Utrecht liep. Op dat moment werd zij ingehaald door twee rennende mannen. [getuige 1] zag dat beide mannen zwarte kleding droegen. Verder zag ze dat één van de mannen een plastic tas bij zich had. [getuige 1] zag dat beide mannen een slank postuur hadden en dacht dat ze tussen de 20 en 26 jaar oud waren. Eén van de mannen was best wel lang, tussen de 1.85 en 1.90 groot. De andere was iets kleiner, ongeveer 1.80 groot. Een paar seconden later werd [getuige 1] door nog twee rennende personen ingehaald. Deze personen waren ook allebei in het zwart gekleed. [getuige 1] zag dat één van de twee personen een blank meisje was met heel blond gebleekt haar. [getuige 1] zag dat het blonde haar van onder een zwart mutsje tot op de schouders van het meisje kwam.5

Getuige [getuige 2] (hierna te noemen: [getuige 2]) heeft verklaard dat hij op 7 december 2012 bij zijn woning aan de Amsterdamsestraatweg in Utrecht kwam. Hij zag vier personen staan op het trottoir ter hoogte van nummer [nummer]. Deze vier personen waren allen in het zwart gekleed. Sommigen droegen een muts en anderen hadden een capuchon op.6

Hierna is [getuige 2] zijn woning binnen gegaan. Toen [getuige 2] naar buiten keek, zag hij dat drie van de vier personen nog op het trottoir stonden. De negroïde persoon, persoon 1, was er niet meer bij. Persoon 3 ging vervolgens tegen een muurtje staan dat nagenoeg direct grenst aan de voordeur van de juwelierszaak. Hij keek om zich heen. Persoon 2 stond nog op het trottoir en persoon 4 zag [getuige 2] niet meer.

Vervolgens zag [getuige 2] een persoon voorbij rennen vanuit de richting van de juwelierszaak. De persoon hield iets in beide handen vast. Gelijk achter deze persoon, kwam een ander persoon rennen die ook iets in de handen hield. Daarna is [getuige 2] helemaal uit het raam gaan kijken om de andere personen te zoeken. Hij zag toen drie of vier personen rennen in de richting van de Hubert Duijfhuisstraat.7

Getuige [getuige 3] heeft op 7 december 2012 tussen 17.30 en 18.00 vanuit zijn woning vier jongens gezien op de Amsterdamsestraatweg. Eén van de jongens zocht steeds oogcontact met hem. Dit was een hele donkere jongen, van een Antilliaan tot een Ghanees. Hij had een wollen muts op en was tussen de 1.70 en 1.80 meter lang.8

[medeverdachte 1] (hierna te noemen: [medeverdachte 1]) heeft het volgende verklaard.

(De cursieve gedeelten met inspringing zijn bewijsmiddelen die met de weergegeven verklaring overeenstemmen)

Hij is op 7 december 2012 vier keer bij de juwelier is geweest. Die vier keer heeft hij gekeken waar camera’s hingen en waar dure spullen stonden. Hij moest naar binnen gaan en zich als klant voordoen. Hij heeft daarna de deur geopend voor de overvallers.9

[medeverdachte 2] kwam met het idee. [verdachte] kwam vervolgens met dat idee naar [medeverdachte 1] toe. [medeverdachte 2] heeft [medeverdachte 1] gevraagd of hij de deur open wilde maken. [medeverdachte 1] zou daarvoor € 10.000,-- krijgen. In totaal waren er zeven mensen bij betrokken, te weten [medeverdachte 1] zelf, [verdachte], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3], twee donkere jongens en een Nederlandse jongen. [medeverdachte 2] en de grote neger hadden de regie. Op donderdag 6 december 2012 hebben [verdachte] en [medeverdachte 1] overnacht in Utrecht bij [medeverdachte 3] in Lunetten. Ze hebben alles op 7 december 2012 doorgesproken op verschillende plekken, waaronder in de woning tegenover[supermarkt]. Dat was de woning van de lange, gespierde, donkere jongen. [medeverdachte 1] heeft jumbo tas gekocht die is aangetroffen in de juwelier.10

Van rekeningnummer [rekeningnummer], op naam van [verdachte], is op 6 december 2012 € 15,-- en € 3,36 gepind bij de [supermarkt]. Op 7 december 2012 is er van hetzelfde rekeningnummer € 46,30 gepind bij de [supermarkt].11

[verdachte] heeft op 7 december 2012 samen met [medeverdachte 3] bivakmutsen en zwarte kleding gekocht.12

Van rekeningnummer [rekeningnummer], op naam van [verdachte], is op 7 december 2012 € 15,-- gepind bij de[winkel] Utrecht.13

In de woning aan de [adres 3] te Utrecht zijn door de politie twee bivakmutsen aangetroffen.14

De vluchtauto stond om de hoek bij een bouwkeet.15

De afspraak was dat een neger en nog een jongen naar binnen zouden gaan bij de juwelier. De Nederlandse jongen heeft [medeverdachte 1] op de grond geduwd en geroepen “dit is een overval”. [medeverdachte 2] zou zelfgemaakte krammetjes strooien om de politie op te houden. [medeverdachte 2] liet de avond na e overval een eastpack tas zien en daar zaten de krammetjes nog in, dus hij had niet gestrooid.16

In de tuin van de woning aan de [adres 3] te Utrecht, de woning van [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5], is een rugzak met daarin 50 zelf gemaakte kraaienpoten aangetroffen.17

Dit heeft [medeverdachte 2] uiteindelijk niet gedaan.

[medeverdachte 1] heeft uiteindelijk van [medeverdachte 2] 500 euro gekregen.18

Op rekeningnummer [rekeningnummer], op naam van [medeverdachte 1] en/of [verdachte] is op 10 december 2012 met pasnummer 006 € 500,-- gestort met behulp van een stortingsapparaat.19

[medeverdachte 2] is met de twee negers eerst naar België gegaan en daarna naar Afrika vertrokken.20

In de paspoorten van [medeverdachte 2], [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] staan twee stempels afkomstig uit Tanger (Marokko). De datum binnenkomst in Marokko is 9 december 2012 en de datum verlaten Marokko is 13 december 2012.21

In de mobiele telefoon van [medeverdachte 6] zijn sms-berichten aangetroffen, te weten op 9 december 2012 “welkom in België” en daarna” welkom in Marokko” en op 13 december 2012 “welkom in België”.22

[medeverdachte 1] denkt (een foto van) [medeverdachte 7] te herkennen als één van de overvallers. Hij is degene die [verdachte] [naam] noemt. Dat is degene die als eerste naar binnen is gegaan bij de juwelier en die over de toonbank sprong.23

In de blackberry van [verdachte] staat het telefoonnummer[nummer] opgeslagen onder de naam “[naam]”. Uit onderzoek blijkt dat [medeverdachte 7] dit telefoonnummer eerder heeft opgegeven als zijn telefoonnummer bij de politie.24

[medeverdachte 1] herkent (een foto van) [medeverdachte 6] als de persoon die bij de bespreking op de dag zelf was.25

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat de vriendin van neger 1 een Aziatisch meisje was dat zich afzijdig hield van het gesprek. Zij zou op de uitkijk staan. Als er iets opvallends was, zou zij bellen.26

[medeverdachte 1] heeft voorts verklaard dat [medeverdachte 3] het vervoer zou doen. Hij zat in de vluchtauto.27

[medeverdachte 3] heeft het volgende verklaard. Zijn telefoonnummer is [nummer]. [medeverdachte 2] is een goede vriend van hem en logeert af en toe bij hem. Als [verdachte] over [medeverdachte 3] spreekt, is dat [medeverdachte 3]. [medeverdachte 2] kwam met het initiatief voor de overval. [verdachte], twee donkere jongens en een blanke jongen deden mee met het plegen van de overval. Eén van de negroïde jongens die bij [medeverdachte 3] in de auto zijn gestapt, is [medeverdachte 5]. [medeverdachte 5] heeft deelgenomen aan de overval. De andere negroïde jongen is de lange jongen uit de hoge flat. [medeverdachte 2] zou kraaienpoten strooien en [medeverdachte 3] was de chauffeur. De overvallers zouden bij [medeverdachte 3] in de auto stappen om weg te komen. [medeverdachte 3] kon daar geld mee verdienen.

Voor de overval is [medeverdachte 3] bij [medeverdachte 5] thuis geweest met [medeverdachte 2] en de anderen. Daar hebben ze gepraat over de overval. De lange negroïde jongen uit Overvecht was ook bij de voorbespreking bij [medeverdachte 5]. Ook de vrouw van [medeverdachte 5] was erbij. De nacht voor de overval hebben [verdachte] en [medeverdachte 1] bij [medeverdachte 3] overnacht. [medeverdachte 3] heeft met [verdachte] bivakmutsen gekocht voor de overval bij de[winkel] op de Amsterdamsestraatweg. [medeverdachte 3] moest na de overval naar een woning in Overvecht rijden. Dat was de woning van de negroïde jongen die langer is dan [medeverdachte 5]. Die woning was bij de bloemenstal.

Aan de [adres 4] in Utrecht bevindt zich een flat van tien verdiepingen hoog met daarvoor een bloemenstal. [medeverdachte 6] woont op de [adres 4] 154.28

In die woning heeft [medeverdachte 3] het goud in boodschappentassen gezien. [medeverdachte 2] kwam ook naar die woning. [medeverdachte 3] is daarna met [verdachte] naar zijn woning gereden. [medeverdachte 2], de negroïde jongens en de blanke jongen zijn in Overvecht gebleven. Uiteindelijk hebben [verdachte], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] op het geld gewacht in de woning van [medeverdachte 3]. [medeverdachte 3] heeft 700 euro gekregen voor het chauffeuren. [medeverdachte 2] vertelde later dat ze het goud in België hebben verkocht. [medeverdachte 3] stond met de vluchtauto in de Hubertus Duijfhuisstraat geparkeerd. De overval is gepleegd door [verdachte], de blanke jongen en de twee negroïde jongens. Deze vier personen zijn daarna bij [medeverdachte 3] in de auto gestapt.

[medeverdachte 3] verklaart dat (de foto van) [medeverdachte 7] een beetje lijkt op de blanke jongen die ook in de auto van de overval stapte).29

[verdachte] heeft het volgende verklaard.30

[verdachte] is gebeld door [medeverdachte 2] met de mededeling dat hij een klusje had. [medeverdachte 1] heeft toen gezegd dat ze dat gingen doen. [medeverdachte 2] heeft hen toen verteld over de overval op de juwelier. [medeverdachte 2] wilde een persoon hebben die de deur opendeed. [medeverdachte 1] heeft aangeboden dat te doen. De nacht voor de overval hebben zij, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bij [medeverdachte 3] in Lunetten geslapen. Op vrijdag 7 december was [medeverdachte 1] in Oudenoord bij [medeverdachte 5], een grote Antilliaanse jongen met een gouden tand, bij [supermarkt]. Hij woont daar met zijn Chinese vriendin. [medeverdachte 3], [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 6]. [medeverdachte 5] en zijn vriendin waren er. Omdat er maar één overvalmuts was, is [verdachte] met [medeverdachte 3] nog mutsen gaan halen. [verdachte] moest drie overvalmutsen met gaten voor de ogen en handschoenen gaan kopen voor de overval aan het eind van de Amsterdamsestraatweg in de[winkel]. Ze heeft die betaald met haar bankpas. Het kostte 15 euro.

[medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] zouden de overval plegen. [medeverdachte 2] heeft alles opgezet, hij zou kraaiepoten strooien en zout en hij had mensen bij het politiebureau staan om de banden van de politieauto’s lek te steken.

Ze hadden het verhaal dat ze naar een trouwring gingen kijken. [verdachte] is met [medeverdachte 1] naar de juwelier geweest en toen hebben ze gezegd dat ze erover na moesten denken.

Eerst hebben ze bij [medeverdachte 5] in huis gezeten en over de overval gepraat. Ze zijn een paar keer gaan posten. Er waren acht mensen betrokken, te weten [verdachte], [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3], [medeverdachte 5], de Chinese vriendin van [medeverdachte 5], [medeverdachte 6] en een Nederlandse jongen, een vriend van [medeverdachte 6].

Tegen de tijd van de overval heeft [medeverdachte 3] iedereen afgezet met een auto van een vriend van hem. In de auto zaten [medeverdachte 1], [medeverdachte 6], [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3]. [verdachte] heeft zelf aan de overkant bij het Julianapark gestaan op de uitkijk. De Chinese vriendin van [medeverdachte 5] stond op de uitkijk tegenover de juwelier in een bushokje. [medeverdachte 3] stond de tweede straat rechts geparkeerd met de auto en [medeverdachte 2] heeft rondgereden op zijn brommer. [medeverdachte 6], [medeverdachte 5] en de Nederlandse vriend van [medeverdachte 6] zouden de overval plegen.

[medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] hebben de helft naar België gebracht. [verdachte] heeft ook tickets naar Afrika gezien om het goud daar verder te verhandelen.

De Nederlandse jongen was een vriend van [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6]. [verdachte] en [medeverdachte 1] hebben uiteindelijk € 50,-- gekregen.31

Op rekeningnummer [rekeningnummer], op naam van [medeverdachte 1] en/of [verdachte] is op 13 december 2012 met pasnummer 006 € 50,-- gestort met behulp van een stortingsapparaat.32

[verdachte] is ook in Overvecht geweest met [medeverdachte 3], [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5], na de overval. Dit was aan het eind van Overvecht in een hele hoge flat bij een bloemenkiosk. Dit was de woning van [medeverdachte 6].33

[verdachte] heeft na haar verhoor op 28 januari 2013 de flat aangewezen waarin de woning van [medeverdachte 6] zich bevindt. Dit is de flat op de [adres 4]. Uit vergelijking met het GBA-register komt één naam naar voren die overeenkomsten vertoont met de naam [medeverdachte 6]. Dit is [medeverdachte 6].34

Daar hebben ze de bakken uit de plastic tas gehaald en de ringen, kinderringen, witgoud, goud, armbanden en oorbellen bekeken. [medeverdachte 2] kwam later, [verdachte] heeft hem gebeld. Degene die als [naam] in de telefoon van [verdachte] is opgeslagen, is de Hollandse jongen die bij de overval betrokken was.

[verdachte] herkent (een foto van) [medeverdachte 7] als zijnde de [naam]. Zij herkent (een foto van) [medeverdachte 5] ook als betrokkene bij de overval. De foto van [medeverdachte 6] vindt zij sprekend lijken op [medeverdachte 6].35

De mastlocatie Amsterdamsestraatweg 441A wordt op 7 december 2012 aangestraald door de telefoonnummers van:

- [medeverdachte 1] (11.18 uur, 11.49 uur, 11.56 en 17.18 uur)

- [verdachte] (12.16 uur tot 12.33 uur en 14.19 tot 17.22 uur)

- [medeverdachte 2] (17.44 en 17.45 uur)

- [medeverdachte 3] (14.35 tot 14.51 uur)

- [medeverdachte 4] (17.33 uur).36

De mastlocatie Vlampijpstraat,(telefoons op de locaties Amsterdamsestraatweg en/of [adres 4] stralen deze waarschijnlijk aan), wordt door [medeverdachte 7] aangestraald op 7 december 2012 om 14.58 uur. Tussen 14.58 en 18.17 uur is er geen telefonisch contact.37

De mastlocatie aan de Kaap Hoorndreef of de Nigerdreef of de Perudreef (deze mastlocatie is gelegen nabij de [adres 4])of de[adres 5] wordt op 7 december 2012 aangestraald door de telefoonnummers van:

- [verdachte] (17.44 uur tot 19.10 uur)

- [medeverdachte 2] (17.33 uur, 18.13 uur en 18.48 uur)

- [medeverdachte 5] (18.14 uur tot en met 19.25 uur)

- [medeverdachte 7] (18.17 uur, 19.24 uur)

- [medeverdachte 6] (20.40 uur).38

Het telefoonnummer van [medeverdachte 1] heeft op 7 december 2012 om 11.18 uur, 11.49 uur en 11.56 uur telefonisch contact met het telefoonnummer van [medeverdachte 7].39

Het telefoonnummer van [verdachte] heeft op 7 december 2012 om 17.44 uur, 17.45 uur en 18.13 uur uitgebeld naar het telefoonnumer van [medeverdachte 2]. Het telefoonnummer van [verdachte] heeft op 7 december 2012 contact gehad met de telefoonnummers van [medeverdachte 2], [medeverdachte 7] en [medeverdachte 5].40

Het telefoonnummer van [medeverdachte 3] heeft op 7 december 2012 contact gehad met het telefoonnummer van [medeverdachte 5].41

Het telefoonnummer van [medeverdachte 5] heeft op 7 december 2012 tussen 16.06 uur en 18.14 uur geen telefonische contacten gehad. Op 7 december 2012 heeft het telefoonnummer van [medeverdachte 5] contact gehad met het telefoonnummer van [medeverdachte 4] en met het telefoonnummer van [medeverdachte 7].42

Het telefoonnummer van [medeverdachte 7] heeft op 7 december 2012 contact gehad met de telefoonnummers van [verdachte], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5].43

Het telefoonnummer van [medeverdachte 6] heeft op 7 december 2012 tussen 16.40 uur en 20.40 uur geen telefonische contacten.44

Bewijsoverweging

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of er sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten en of er sprake is geweest van een gezamenlijke uitvoering. Daarbij is van belang de intensiteit van de samenwerking, een taakverdeling, de rol in de voorbereiding, uitvoering of afhandeling en het belang van die rol, het zich al dan niet distantiëren en aanwezigheid op belangrijke momenten.

Uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen valt af te leiden dat [verdachte], [medeverdachte 1], [medeverdachte 5], [medeverdachte 6], [medeverdachte 2], [medeverdachte 7] en [medeverdachte 3] de overval samen hebben gepland in de woning van [medeverdachte 5]. Voorts blijkt uit de bewijsmiddelen dat [verdachte], [medeverdachte 5], [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] de overval daadwerkelijk hebben uitgevoerd. [medeverdachte 1] bevond zich op dat moment ook in de juwelier en deed zich voor als klant. Hij heeft de deur geopend voor de vier overvallers.

De rechtbank laat in het midden wie van de vier daadwerkelijk naar binnen zijn gegaan in de juwelier, maar stelt vast dat alle vier een gelijkwaardig aandeel hebben gehad in de overval. Voor de bewijsvraag is het niet noodzakelijk vast te stellen wie naar binnen is geweest en wie niet. In ieder geval blijkt uit de bewijsmiddelen dat er sprake is geweest van een duidelijke taakverdeling en dat [verdachte], [medeverdachte 5], [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] naast [medeverdachte 1] aanwezig zijn geweest in of bij de juwelier ten tijde van de overval.

De door de verdediging genoemde handelingen, zoals die bevestigd worden in de bewijsmiddelen leveren, in onderling verband en samenhang beschouwd, medeplegen op.

Verdachtes betrokkenheid is zo groot dat voor dat oordeel geen verschil meer maakt of zij bij de uiteindelijke overval mee naar binnen is geweest (zoals in de vluchtauto is besproken volgens [medeverdachte 3] en zoals [medeverdachte 1] heeft verklaard) dan wel op de uitkijk heeft gestaan.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

op 07 december 2012 te Utrecht, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 30 gouden armbanden en 15 gouden zegelringen en 75 diamantenringen en 50 ringen voorzien van zirkoniasteen en 50 zilveren ringen en 100 stuks gouden oorringen en 60 stuks zilveren oorringen en 30 gouden hangers

en 30 gouden bedels en 5 stuks gouden kettingen en 1 gouden tientje en 2 zilveren ringen en 2 zilveren oorbellen en 1 zilveren armband en 5 plateaus sieraden, toebehorende aan [slachtoffer], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat een van haar mededaders voornoemde [slachtoffer]

- heeft geduwd waardoor deze ten val is gekomen en

- vervolgens op zijn hoofd heeft geslagen en

- vervolgens met kracht bij zijn nek heeft vastgepakt waardoor zijn hoofd naar beneden werd gedrukt en

- vervolgens met een knie op zijn rechterknie heeft geduwd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

Uit het psychiatrisch onderzoek van M.F. de Vries d.d. 25 maart 2013 blijkt dat er bij verdachte sprake is van een post traumatische stresstoornis met een chronisch beloop, alsmede van een gebrekkige ontwikkeling in de vorm van een licht verstandelijke beperking, ofwel een lichte zwakzinnigheid. Deze stoornis en gebrekkige ontwikkeling kunnen aanwezig worden geacht ten tijde van het ten laste gelegde en hebben invloed gehad op haar keuzes en gedragingen. Verdachte is volgens de psychiater beïnvloedbaar en stelt zich afhankelijk en onderdanig op. De psychiater adviseert verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

De rechtbank neemt de conclusies van de psychiater over en maakt deze tot de hare. De rechtbank zal verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar beschouwen.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door hem bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en bijzondere voorwaarden zoals genoemd in het rapport van de reclassering, inclusief de klinische opname voor de duur van maximaal 12 maanden.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft een zeer complexe chronische psychische problematiek en heeft behandeling nodig. De verdediging heeft verzocht verdachte niet terug te sturen naar de gevangenis en geen langere gevangenisstraf op te leggen dan de duur van het voorarrest. Voor het overige kan volgens de verdediging worden volstaan met een voorwaardelijke gevangenisstraf met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een overval op een juwelier. Hierbij is de juwelier met geweld naar de grond gewerkt en op de grond gehouden. Vervolgens zijn de vitrines kapot geslagen en zijn er gouden en zilveren sieraden weggenomen.

De verdachten hebben er bewust voor gekozen deze juwelier te overvallen, omdat de juwelier slecht ter been was. Zij hebben de overval voorbereid door middel van voorbesprekingen en voorverkenningen. Daarnaast hebben zij bivakmutsen gekocht en kraaienpoten meegenomen om te kunnen strooien als de politie zou komen. Ook hebben de verdachten een vluchtroute bedacht en geregeld dat er een vluchtauto klaar stond. De overvallers hebben de buit meegenomen in door hen meegebrachte boodschappentassen en zijn in de vluchtauto gestapt. Daarna zijn de verdachten bijeen gekomen om de buit te sorteren en vervolgens zijn de sieraden verkocht in België.

Alle verdachten hebben deelgenomen aan de overval om er zelf financieel op vooruit te gaan.

Uit de schriftelijke slachtofferverklaring van de juwelier blijkt dat de overval ernstige gevolgen voor hem heeft gehad en dat hij deze gevolgen nog steeds met zich meedraagt. De juwelier heeft nog steeds angstgevoelens en zijn winkel is sinds de overval nog steeds gesloten.

Ook zorgt een overval voor gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij.

Voor wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op:

- een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 1 augustus 2013, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor geweld- en vermogensdelicten;

- een de verdachte betreffend reclasseringsadvies d.d. 15 februari 2013, opgesteld door H. Afellay;

- een de verdachte betreffend psychologisch onderzoek d.d. 15 maart 2013, opgesteld door B. van Giessen, klinisch psycholoog;

- een de verdachte betreffend psychiatrisch onderzoek d.d. 25 maart 2013, opgesteld door M.F. de Vries, psychiater;

- een de verdachte betreffend reclasseringsadvies d.d. 12 april 2013, opgesteld door H. Afellay;

- een de verdachte betreffend beknopt reclasseringsadvies d.d. 25 juli 2013.

Uit het psychiatrisch onderzoek van M.F. de Vries blijkt dat zonder behandeling het risico op recidive verhoogd is. De psychiater adviseert een deels voorwaardelijke straf op te leggen met een behandeling met een klinische start.

De reclassering geeft in het rapport van 12 april 2013 het advies een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met een meldingsgebod, behandelverplichting met een klinische start en een locatiegebod.

Verdachte heeft op zitting verklaard mee te willen werken aan een behandeling met een klinische start.

De rechtbank is van oordeel dat op een dergelijk feit niet anders kan worden gereageerd dan met een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Een uitgangspunt voor bestraffing van een overval waarbij licht geweld wordt toegepast is reeds 24 maanden.

De rechtbank zal een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen om te voorkomen dat verdachte in de toekomst opnieuw strafbare feiten zal plegen.

Bij de strafoplegging zal rekening worden gehouden met het feit dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was ten tijde van het ten laste gelegde.

Verdachtes beperkte vermogens en het kleine bedrag dat zij ontving maken aannemelijk dat haar rol een ondergeschikte was en dat zij zich (ook) heeft laten manipuleren.

Daar staat tegenover dat zij meermalen en op meer dagen de foute keuze heeft gemaakt om zich voor te doen als klant om zo voor te verkennen.

Dat haar keuzes fout waren besefte ze terdege.

In het voordeel van de verdachte pleit, dat zij in enige mate verantwoordelijkheid neemt voor het gepleegde delict en openheid van zaken heeft gegeven.

De hierna te noemen bijzondere voorwaarde van klinische opname brengt zodanige vrijheidsbeneming mee, dat dit in de lengte van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf tot uitdrukking komt.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en de hierna te noemen bijzondere voorwaarden passend en geboden en deze straf zal zij dan ook aan verdachte opleggen.

Verdachte heeft aangegeven zich aan die voorwaarden te willen houden.

9 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De behandeling van de vordering van [slachtoffer], levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden.

De verdediging heeft wel bepleit het toe te wijzen bedrag te beperken tot het door de officier van justitie genoemde bedrag, maar er is in wezen geen (gemotiveerd) verweer gevoerd.

De rechtbank waardeert de schade op € 34.450,-- (vierendertigduizendvierhonderdvijftig euro), te weten € 1.750,-- aan immateriële schade en € 32.700,-- aan materiële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 7 december 2012.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht) aan verdachte opgelegd.

Wel ziet de rechtbank aanleiding de vervangende hechtenis te beperken als hierna aangegeven.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 36f, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen

11 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 (vierentwintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 10 (tien) maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde

1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast indien veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde

1. zich zal gedragen naar de aanwijzingen gegeven door of namens Reclassering Nederland, zolang de reclassering dat wenselijk acht.

2. aansluitend aan haar detentie zal verblijven in en zal meewerken aan een klinische behandeling in een voor de veroordeelde meest geschikte behandelsetting in een inrichting te bepalen door het NIFP/IFZ, voor de duur van maximaal 12 maanden.

3. zich na afloop van de klinische behandeling op een door de reclassering te bepalen tijdstip op/bij een bepaalde locatie of gebied bevindt, zolang de reclassering dat noodzakelijk acht.

Geeft aan genoemde instelling opdracht veroordeelde toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot € 34.450,-- (vierendertigduizendvierhonderdvijftig euro), te weten € 1.750,-- aan immateriële schade en € 32.700,-- aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 7 december 2012.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer], aan de Staat € 34.450,-- (vierendertigduizendvierhonderdvijftig euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 7 december 2012, behalve voor zover dit bedrag al door of namens anderen is betaald, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 60 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Voorlopige hechtenis

Heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Grapperhaus, voorzitter, mr. N.E.M. Kranenbroek en mr. N.H.J.M. Veldman-Gielen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Willemsen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 31 oktober 2013.

Mr. Veldman-Gielen is buiten staat dit vonnis mee te ondertekenen.

BIJLAGE: De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

zij op of omstreeks 07 december 2012 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen 30

gouden armbanden en/of 15 gouden zegelringen en/of 75 diamantenringen en/of 50

ringen voorzien van zirkoniasteen en/of 50 zilveren ringen en/of 100 stuks

gouden oorringen en/of 60 stuks zilveren oorringen en/of 30 gouden hangers

en/of 30 gouden bedels en/of 5 stks gouden kettingen en/of 1 gouden tientje

en/of 2 zilveren ringen en/of 2 zilveren oorbellen en/of 1 zilveren armband

en/of 5 plateaus sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en / of

vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen die

[slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor

te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op

heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit

van het gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke bedreiging met

geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of (een van) haar mededader(s)

voornoemde [slachtoffer]

- heeft/hebben geduwd (waardoor deze ten val is gekomen) en/of

- ( vervolgens) op zijn hoofd heeft/hebben geslagen en/of

- ( vervolgens) (met kracht) bij zijn nek en/of zijn hoofd heeft/hebben

vastgepakt waardoor zijn hoofd naar beneden werd gedrukt en/of

- ( vervolgens) met een knie op zijn (rechter)knie heeft/hebben geduwd;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Dit betreft het dossier 09BRUILOFT12, procesnummer 2012274267. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om stukken als bedoeld in artikel 344.1.5º van het Wetboek van Strafvordering wordt daarop alleen acht geslagen in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

2 Het proces-verbaal van aangifte, gedaan door [slachtoffer], pagina 596 tot en met 599.

3 Het proces-verbaal van aangifte, gedaan door [slachtoffer], pagina 601.

4 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 619.

5 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1], pagina 606.

6 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2], pagina 608.

7 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2], pagina 608 en 609.

8 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3], pagina 613.

9 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1], pagina 277 tot en met 291.

10 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1], pagina 300 tot en met 304.

11 Pagina 1437.

12 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1], pagina 300 tot en met 304.

13 Pagina 1437.

14 Pagina 509 en 753.

15 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1], pagina 300 tot en met 304.

16 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1], pagina 300 tot en met 304.

17 Pagina 509 en 753.

18 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1], pagina 300 tot en met 304.

19 Pagina 1437.

20 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1], pagina 300 tot en met 304.

21 Pagina 711, 715 en 718.

22 Pagina 707

23 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1], pagina 317.

24 Pagina 637.

25 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1], pagina 318.

26 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1], pagina 320.

27 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1], pagina 321.

28 Pagina 1506.

29 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 3], pagina 120 tot en met 150.

30 Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte], pagina 206 tot en met 233.

31 Pagina 230, pagina 407, pagina 228 en pagina 233.

32 Pagina 1437.

33 Pagina 230, pagina 407, pagina 228 en pagina 233.

34 Pagina 639.

35 Pagina 230, pagina 407, pagina 228 en pagina 233.

36 Pagina 1443 tot en met1454.

37 Pagina 1449.

38 Pagina 1443 tot en met1454.

39 Pagina 1443.

40 Pagina 1444 en 1445.

41 Pagina 1446.

42 Pagina 1448.

43 Pagina 1449.

44 Pagina 1451.