Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:5395

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
31-10-2013
Datum publicatie
31-10-2013
Zaaknummer
16/661042-13 (P)
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2014:5717, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor poging diefstal en poging doodslag op twee Plus supermarktmedewerkers

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/661042-13 (P)

vonnis van de meervoudige strafkamer van 31 oktober 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [verdachte] te Aruba

wonende te [adres 1], [postcode] [woonplaats]

thans verblijvende te PI Nieuwegein, HvB locatie Nieuwegein.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 14 oktober 2013, 16 oktober 2013 en 17 oktober 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de advocaat, mr. W. Drummen, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd.

De tenlastelegging is, met wijziging, als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: samen met een ander of anderen heeft geprobeerd de Plus supermarkt te overvallen;

Feit 2 primair: heeft geprobeerd [slachtoffer 1] en[slachtoffer 2] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen;

Feit 2 subsidiair: [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bedreigd.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd feit 1 en feit 2 primair wettig en overtuigend bewezen te verklaren.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van beide feiten. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat verdachte op de plaats delict was toen de auto de Plus binnen reed, maar dat hij niet degene was die in de auto zat en dat verdachte ook niet op een andere manier met het delict te maken heeft gehad. Hij had een afspraak met een persoon. De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte weg is gegaan en zich in de bosjes heeft verstopt, omdat hij erg geschrokken was en vreesde dat hij als verdachte aangemerkt zou worden.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Het bewijs ten aanzien van feit 1 en feit 2 primair

De rechtbank acht het onder feit 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen op grond van het navolgende.1

[A] (hierna te noemen: [A]) heeft namens Plus Supermarkt, [adres 2]te Utrecht, aangifte gedaan. [A] was tijdens de overval niet aanwezig. Wel aanwezig waren [B ], [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [C] en [D]. [A] is op 9 januari 2013 omstreeks 20.15 uur gebeld door [B ] dat er een auto de winkel in was gereden. Er waren geen gewonden en er is geen geld meegenomen. Er is een rode auto de winkel ingereden. Toen [A] bij de winkel aankwam, draaide de motor van deze auto nog.

De procedure is dat 2 mensen in de zaak staan met uitzicht naar buiten als de geldautomaat geleegd wordt. Die 2 jongens zijn duidelijk te zien vanuit buiten: het was donker buiten en het licht was aan in de supermarkt.2

[slachtoffer 1] (hierna te noemen: [slachtoffer 1]) heeft aangifte gedaan van poging doodslag/moord. [slachtoffer 1] was op 9 januari 2013 aan het werk in de Plus Supermarkt. De supermarkt is geopend tot 20.00 uur. Daarna gaan zij (de rechtbank begrijpt: de medewerkers) opruimen en de kassa’s legen. De vakkenvullers doen de veiligheidstaak als de pin-automaat wordt geleegd. Dat wil zeggen dat zij naar buiten kijken of er verdachte situaties ontstaan. [slachtoffer 1] deed op 9 januari 2013 de veiligheidstaak samen met [slachtoffer 2]. Zij moesten op de uitkijk staan. [slachtoffer 1] stond voor de voor hem linker schuifdeur.[slachtoffer 2] stond naast hem. [slachtoffer 2] vertelde dat hij een rode Opel Corsa zag. [slachtoffer 1] zag de Opel staan zonder lichten aan. De Opel stond vanuit [slachtoffer 1] gezien links op de parkeerplaats. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] stonden in het licht van de tl lampen van de supermarkt. Toen [B ] met de pinautomaat bezig was, zag [slachtoffer 1] dat de Opel bewoog. Het zag eruit alsof iemand in die auto aan het springen was. Heel kort daarna hoorde [slachtoffer 1] piepende banden. [slachtoffer 1] weet vervolgens niets meer van het binnen rijden of op hem afrijden. De auto is binnengereden op nog geen meter afstand van waar hij stond. Hij zag de Opel pas toen hij de winkel invluchtte en [slachtoffer 2] daar zag staan.3

[slachtoffer 2] (hierna te noemen: [slachtoffer 2]) heeft aangifte gedaan van poging doodslag. Hij was op 9 januari 2013 omstreeks 20.00 werkzaam bij de Plus Supermarkt. [slachtoffer 2] stond samen met [slachtoffer 1] bij de ingang om uit te kijken over het pleintje en trottoir voor de Plus. Op een bankje links zaten drie of vier meisjes. Op een gegeven moment zag [slachtoffer 2] een rode Opel Corsa. [slachtoffer 2] dacht dat het een vriend van hem was, maar dat bleek niet zo te zijn. Op een gegeven moment zag [slachtoffer 2] de auto met hoge snelheid naar de afgesloten toegangsdeuren van de Plus rijden. Kort daarna zag [slachtoffer 2] dat de auto door de afgesloten glazen deur heen reed en de Plus binnen reed. [slachtoffer 2] werd toen weggetrokken door [slachtoffer 1] die hem in de richting van de toegangspoort trok. Op het moment dat de auto naar binnen reed, was [B ] net klaar met het leeghalen van het mobiele pinapparaat. Hij was net bezig om met beide geldcassettes langs de kassa’s naar achteren te lopen. [slachtoffer 2] zag dat hij de geldcassettes liet vallen op het moment dat hij bij kassa twee was. [slachtoffer 2] hoorde [B ] nog roepen “rennen!:”. Kassa 6 is het dichtste bij de ingang en kassa 2 ligt daar behoorlijk ver vanaf. [slachtoffer 2] weet niet of er geld mee is genomen. Hij is met [slachtoffer 1] samen naar de kantine gerend en heeft 112 gebeld.4

Op de camerabeelden is te zien dat een rode auto door de deur van de Plus supermarkt heen naar binnen rijdt. Een persoon met iets zwarts op het hoofd is te zien, laag bij het voorportier.

Iemand met een donkere jas met een witte rand aan de capuchon en licht gekleurde handschoenen beweegt zich bij de auto, deze komt in beeld vanaf de achterkant van de auto.

Er is zichtbaar dat twee supermarktmedewerkers op het moment dat de auto naar binnen rijdt door de ingang, zichtbaar worden, een voor en een achter het reclamebord, en dat dezen heftig weg bewegen als de auto binnenrijdt.5

Op 9 januari 2013 te 20.08 uur komt verbalisant [verbalisant 1] ter plaatse bij de Plus. Hij ziet een rode personenauto in de gevel van de Plus staan. Hij hoort dat de motor nog stationair draait. De auto is voorzien van kenteken [kenteken] en staat als gestolen gesignaleerd.

Vier vrouwen verklaren dat ze hebben gezien dat de rode auto de Plus inreed en dat de bestuurder uit de auto sprong. Ze zagen dat er een tweede persoon naar de auto kwam rennen en dat beide personen wegrenden in de richting van de Ahornstraat.

Verdachte 1 was een man met een blauwe glimmende jas met capuchon en horizontaal genaaide strepen. Verdachte 2 was een man met een zwart masker, een donkere grijze jas en dreadlocks. Verbalisant [verbalisant 1] ziet een muts achter de rode auto op de grond liggen en stelt deze veilig.6 Het betrof een muts, gemaakt van een panty.7

Getuige [getuige 1] zag een man vanuit de Plus rennen. Dit was een negroïde man van ongeveer 1.80 meter lang met een normaal postuur. De man had een donkergrijze jas en een donkergrijze broek aan. De man had zwarte dreadlocks, vermoedelijk lang. De persoon die eerder tegen de muur stond, een man met een donkerblauwe jas met muts of capuchon, begon ook te rennen. De mannen renden samen weg. De man bij het muurtje ging pas rennen toen de andere man de supermarkt uit kwam rennen. De mannen renden richting het plantsoen. Ze renden in de richting van het parkje.8

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat zij met drie vriendinnen op een bankje tegenover de Plus zat. Zij zag een rode auto die opviel omdat de motor liep en de verlichting aan was. Zij zag dat de auto met hoge snelheid richting de Plus reed. Zij zag en hoorde dat de auto de schuifdeuren van de Plus ramde. Zij zag twee mannen staan bij de Plus die weg renden in de richting van de Plantage, richting de flat naast de supermarkt.9

Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat de auto opviel omdat hij stotterde. Er zat een donker getinte man achter het stuur met een donkerkleurig bomberjack. Ze hoorde dat de auto hard optrok, de motor maakte veel toeren. Ze keek en zag dat de auto met hoge snelheid in de richting van de Plus reed. Ze zag en hoorde dat de auto tegen de deuren van de Plus aanreed en met de voorzijde naar binnen reed. Ze weet nog dat ze twee medewerkers van de Plus in de Plus zag staan. Ze zag dat deze medewerkers vlakbij de schuifdeuren stonden op het moment dat de auto de Plus binnen reed.10

Getuige [getuige 4] heeft verklaard dat de auto opviel, omdat hij stotterend over de parkeerplaats reed. Ze is er vrijwel zeker van dat er maar één persoon in de auto zat. Ze hoorde dat de auto veel toeren maakte en met piepende banden de toegangsdeuren van de Plus in reed. Ze zag dat die deuren er volledig uit lagen. Ze zag een man met versnelde pas naar de auto lopen. Deze man was 20 tot 25 jaar, 1.80 meter lang, donker getint en droeg donkerkleurige glimmende gewatteerde heupjas met capuchon. Ze zag deze man weer wegrennen met de bestuurder van de auto, de hoek om richting de mimosastraat. De bestuurder was een man van 20 tot 30 jaar oud, 1.80 meter lang en donker getint. De bestuurder was breder dan de andere man en droeg een grijs vest of een heupjas met capuchon.11

Getuige [getuige 5] heeft verklaard dat ze een geparkeerde auto zag en hoorde dat de motor draaide. Ze hoorde de motor gieren, afslaan en weer starten. Ze zag dat de auto naar voren schoot, recht op de ingang van de Plus af. Ze zag dat voor de ingang van de winkel twee medewerkers van de Plus stonden. Ze zag de auto bij de Plus naar binnen rijden, maar kon niet zien of de medewerkers geraakt waren. Ze zag twee personen wegrennen. De ene man droeg een donkerblauwe gewatteerde glimmende jas, kort model, op de rug met opdruk. De andere man was donker gekleed. Ze droegen allebei een capuchon over hun hoofd.12

Verbalisant [verbalisant 2] treft op de Plantage in Utrecht een snorfiets aan. Een getuige zegt tegen verbalisant [verbalisant 2] dat een man de scooter van zich af had gegooid en was weggerend in de richting van de Mimosastraat. Verbalisant [verbalisant 2] neemt de snorfiets in beslag. Er komen drie getuigen naar verbalisant [verbalisant 2] toe. Getuige [getuige 6] verklaart dat hij rond 20.00 uur piepende banden hoorde, een harde klap hoorde en naar buiten is gaan kijken vanaf zijn balkon. Hij zag toen twee mannen rennen vanuit de richting van de Plus Supermarkt. Eén van de mannen probeerde op de scooter weg te rijden, dit lukte kennelijk niet en de man gooide de scooter om. Beide mannen renden weg in de richting van de Mimosastraat. Ze waren beiden jong en donker gekleed. Getuige [getuige 7] verklaart dat hij had gezien dat de rode Opel Corsa op de parkeerplaats stond met een zwarte scooter ernaast. Een blanke man, 22/23 jaar oud, met een donkere jas, zwarte pet en een grijzige broek, zat op de scooter. Getuige [getuige 7] heeft niet gezien hoe de persoon eruit zag die in de rode Corsa zat, maar dit was zeker niet iemand met een blanke huidskleur. Hij weet bijna zeker dat de aangetroffen scooter dezelfde scooter betreft. Getuige [getuige 8] verklaart dat zij vlak voor het incident twee lange mannen had zien staan.13

Verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] gaan zoeken met honden in de omgeving van de Plantage. Diensthond Aaron begint een spoor uit te lopen en loopt de bosschages in. In de bosschages treft verbalisant [verbalisant 3] vervolgens een groene jas aan. Vanaf de plek waar de jas is aangetroffen zijn [verbalisant 3] en [verbalisant 4] verder gaan zoeken. Diensthond Aaron begint wederom een spoor uit te lopen. [verbalisant 3] treft vervolgens een blauwkleurig kledingstuk aan. [verbalisant 4] treft met diensthond Caro een paar zwarte stoffen handschoenen en een stoffen muts in dezelfde bosschages aan als waar de groene jas is aangetroffen.14 Het betrof een bivakmuts.15

Verbalisant [verbalisant 5] ziet dat de grond bij de bosschages waar de jas is aangetroffen helemaal nat is. Vervolgens wordt hij aangesproken door een mevrouw [E] die zegt dat ze een man uit de bosjes heeft zien komen waar de andere politieman nu met zijn hond staat. De man had een donkere huidskleur en lang zwart haar tot halverwege zijn rug. De man liep weg in de richting van de pizzeria of is de pizzeria in gegaan. Verbalisant [verbalisant 5] gaat naar de pizzeria. In de pizzeria treft hij [verdachte] aan, die voldoet aan het signalement. [verdachte] draagt onder meer een blauw-grijs vest. Op het moment dat verbalisant verdachte wil boeien, voelt hij dat verdachte [verdachte] helemaal klam is en kennelijk helemaal bezweet. De telefoon die bij [verdachte] op tafel ligt, wordt in beslag genomen.16

De man in de pizzeria is volgens de eigenaar rond 20.30 uur binnengekomen. Een medewerker van de pizzeria vond het vreemd dat de man meteen het toilet in was gegaan en ongeveer vijf minuten in het toilet was gebleven. Nadat de man het toilet had verlaten, lag er een zwarte lederen broeksriem in het prullenbakje, die er daarvoor nog niet lag.17

Tijdens de insluitingsfouillering om 21.15 uur zegt [verdachte] dat de zwarte ceintuur van hem is. Daarnaast valt het op dat [verdachte] zijn broek binnenstebuiten draagt. Uit de broekzak van [verdachte] valt een wit papiertje met daarop de getallen [nummer]. Zijn broek en schoenen zijn nat en zitten onder de modder.18

Het telefoonnummer [nummer] is in gebruik bij [medeverdachte 1].19

[verdachte] heeft verklaard dat jij zich op 9 januari 2013 bevond bij de Plus-supermarkt aan de Plantage, dat hij een klap hoorde en toen is weggelopen. Hij heeft zich verscholen in struiken, waardoor zijn kleren vies werden. Hij is een pizzeria binnengegaan en heeft daar een bestelling gedaan. Hij heeft zijn broek in het toilet binnenste buiten aangetrokken. Daarom heeft hij zijn riem in de prullenbak gedaan.20

De mastlocaties aan de Daalsesingel 1 of Nijenoord 1, beiden locaties die vanuit de [adres 2]worden aangestraald, worden op 9 januari 2013 aangestraald door het telefoonnummer van [verdachte] (19.10 uur tot 20.34 uur).21

De aangetroffen kledingstukken zijn onderzocht op DNA-materiaal. Op de muts is DNA-materiaal aangetroffen dat van [verdachte] zou kunnen zijn. Het betreft een complex mengprofiel van ten minste drie personen. Op de bivakmuts is DNA-materiaal aangetroffen dat van [verdachte] zou kunnen zijn. Het betreft een complex mengprofiel van ten minste twee personen. Voorts is het niet uit te sluiten dat het DNA-materiaal op de kraag en het manchet van het vest van [verdachte] is.22

[benadeelde] heeft aangifte gedaan van diefstal van zijn rode Opel Corsa met kenteken [kenteken]. Hij is tussen 6 januari 2013 te 15.00 uur en 7 januari 2013 te 07.30 uur gestolen voor zijn woning op [adres 3] te Utrecht.23

[medeverdachte 1] (S) belt op 9 januari 2012 om 21.09 uur naar [medeverdachte 2] (H). Het volgende gesprek vindt plaats:

S: Hee [naam], was het goed?

H: Ehh nee.

S: Niet gelukt?

H: Nee.

S: Nee?

H: Nee.

S: Meen je dat nou?

H: Ja.

S: Maar dan staat mijn brommer daar die verdenken ze daarvan voor vervoer weet je?
H: Ja, ja, ja.

S: Begrijp je?

H: Daar zat ik ook al over na te denken maar ehhh.

S: Dus dan moet je [naam] ehh bellen, en die moet naar jou toe en dan moet je hierheen komen want dan kan ze die brommer pakken of aangifte doen van die brommer.24

Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 1 en feit 2 primair

De rechtbank stelt op basis van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen vast dat [verdachte] de bestuurder van de auto is geweest en dat hij met opzet met een auto de Plus Supermarkt is binnen gereden.

Op de camerabeelden is te zien dat er kort na het binnenrijden van de auto twee personen bij de auto zijn en zij verdwijnen kort na elkaar uit beeld. In combinatie met de verschillende getuigenverklaring stelt de rechtbank vast dat de bestuurder alleen in de auto zat, dat een ander op de uitkijk stond en daarna naar de auto is gerend en dat de bestuurder en de ander vervolgens samen zijn weggerend. Degene die, komend vanaf de achterzijde van de auto in beeld verschijnt, draagt een capuchon met een opvallende witte rand. De kledingstukken die in de struiken zijn aangetroffen op de loop/vluchtroute van [verdachte] en ook de kleding die hij draagt in de pizzeria vertonen dit kenmerk niet.

Op grond van de getuigenverklaringen en de aangiftes van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] staat vast dat het niet anders kan dan dat [verdachte] de twee jongens heeft zien staan. Zij stonden bij de ingang in het licht en waren van buitenaf duidelijk zichtbaar. Door met een auto met hoge snelheid op hen af te rijden, heeft [verdachte] de aanmerkelijke kans dat zij aangereden zouden worden en hierdoor zouden komen te overlijden willens en wetens aanvaard.

Uit het moment waarop dit is gebeurd, vlak na sluitingstijd en op het moment dat de geldautomaat geleegd werd, leidt de rechtbank af dat er sprake was van een poging om geld weg te nemen.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van een poging tot diefstal met bedreiging met geweld.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

op 09 januari 2013 te Utrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een hoeveelheid geld en/of goederen van hun gading, toebehorende aan Plus supermarkt, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en andere medewerkers van die supermarkt, te plegen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk

te maken, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, als volgt heeft gehandeld: zijnde hij, verdachte, met een gestolen personenauto met hoge snelheid door de toegangsdeur van voornoemde Plus supermarkt gereden, waar voornoemde medewerkers stonden en liepen, zijnde de uitvoering van dat misdrijf niet voltooid;

2.

Primair

op 09 januari 2013 te Utrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf

om opzettelijk [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] van het leven te beroven met dat opzet als volgt heeft gehandeld:

zijnde hij, verdachte met een personenauto met hoge snelheid door de toegangsdeur van de Plus supermarkt gereden waarachter, althans in de directe nabijheid waarvan die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] stonden, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

Feit 1: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken;

Feit 2 primair: poging tot doodslag, meermalen gepleegd.

Er is ten aanzien van feit 1 (de bedreiging met geweld) en feit 2 primair sprake van eendaadse samenloop.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8. Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door hem bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaren, met aftrek van voorarrest.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit en voor het overige geen strafmaatverweer gevoerd.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich samen met een ander of anderen schuldig gemaakt aan een poging tot een overval op de Plus supermarkt. Daarmee heeft hij ook twee pogingen tot doodslag gepleegd, door met een auto met hoge snelheid de Plus supermarkt binnen te rijden terwijl op die plek op dat moment twee medewerkers van de Plus supermarkt stonden.

Voor verdachte is kennelijk het roven van een kas belangrijker dan het leven van twee jonge mensen.

Een dergelijk ernstig en levensgevaarlijk geweldsdelict levert een ernstige aantasting op van de lichamelijke integriteit van de slachtoffers en draagt een voor de rechtsorde zeer schokkend karakter. Daarnaast brengt dit bij burgers angstgevoelens teweeg, temeer nu deze feiten zijn gepleegd openlijk en voor veel mensen zichtbaar.

Voor wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op een de verdachte betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 1 augustus 2013, waaruit blijkt dat verdachte eerder meermalen is veroordeeld voor het plegen van geweldsmisdrijven.

In het dossier bevinden zich brieven van de reclassering en van I. Maksimovic, psychiater, waaruit blijkt dat verdachte niet heeft willen meewerken aan onderzoeken.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf recht doet aan de ernst en de aard van de gepleegde feiten. De rechtbank zal dan ook een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van de duur van het voorarrest aan verdachte opleggen.

9 Het beslag

Verbeurdverklaring

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

1. STK Muts, gemaakt van panty / goednummer 805384

2. 1.00 STK Handschoen Kl: zwart, NIKE, goednummer 805383

3. 1.00 STK Muts Kl: zwart, gebreide bivakmuts, goednummer 805360

4. 1.00 STK Jas Kl: beige, vest/jack rits kapot / goednummer 805377.

Nu met behulp van die voorwerpen het onder feit 1 en 2 primair bewezen geachte is begaan, worden deze voorwerpen verbeurdverklaard.

10 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

De behandeling van de vordering van [slachtoffer 1], levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder feit 2 primair bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 600,-- (zeshonderd euro), te weten € 550,-- aan immateriële schade en € 50,-- aan materiële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag – hoofdelijk - worden toegewezen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht) aan verdachte opgelegd.

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

De behandeling van de vordering van [slachtoffer 2], levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder feit 2 primair bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 550,-- (vijfhonderdvijftig euro) aan immateriële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag – hoofdelijk - worden toegewezen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht) aan verdachte opgelegd.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f, 45, 55, 287, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen

12 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Feit 1: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken;

Feit 2 primair: poging tot doodslag, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 (vijf) jaren.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beslag

Verklaart verbeurd:

1. STK Muts, gemaakt van panty / goednummer 805384

2. 1.00 STK Handschoen Kl: zwart, NIKE, goednummer 805383

3. 1.00 STK Muts Kl: zwart, gebreide bivakmuts, goednummer 805360

4. 1.00 STK Jas Kl: beige, vest/jack rits kapot / goednummer 805377.

Benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 2 primair)

Wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot € 600,-- (zegge zeshonderd euro).

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 1] voornoemd, behalve voor zover de vordering door of namens een ander is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 600,-- (zegge zeshonderd euro) te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 12 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Benadeelde partij [slachtoffer 2] (feit 2 primair)

Wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot € 550,-- (zegge vijfhonderdvijftig euro).

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 2] voornoemd, behalve voor zover de vordering door of namens een ander is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 550,-- (zegge vijfhonderdvijftig euro) te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 11 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Grapperhaus, voorzitter, mr. N.E.M. Kranenbroek en mr. N.H.J.M. Veldman-Gielen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Willemsen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 31 oktober 2013.

Mr. Veldman-Gielen is buiten staat dit vonnis mee te ondertekenen. BIJLAGE: De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 09 januari 2013 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een

hoeveelheid geld en/of goederen van zijn/hun gading,

geheel of ten dele toebehorende aan Plus supermarkt, in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s),

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en / of te doen

vergezellen en / of te doen volgen van geweld en / of bedreiging met geweld

tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of andere medewerkers van die

supermarkt,

te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk

te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of (een) aan

andere deelnemer(s) van dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of

hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s)

met een (gestolen) personenauto (met hoge snelheid) (door) de toegangsdeur,

althans de gevel van voornoemde Plus supermarkt (in)gereden, waar voornoemde

medewerkers stonden en/of liepen en/of een of meer malen geduwd en/of getrapt

tegen die toegangsdeuren en/of geramde pui, zijnde de uitvoering van dat

misdrijf niet voltooid;

artt. 45 jo 47 jo 312 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

Primair

hij op of omstreeks 09 januari 2013 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf

om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] van het leven te beroven,

althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet als volgt heeft gehandeld:

zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn

mededader(s) met een personenauto (met hoge snelheid) (door) de

(toegangs)deur, althans de voorgevel van de Plus supermarkt (in)gereden

waarachter, althans in de directe nabijheid waarvan die [slachtoffer 1]

en/of [slachtoffer 2] stonden,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 302 Wetboek van Strafrecht

art 289 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op of omstreeks 09 januari 2013 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling, immers heeft/hebben/is/zijn verdachte en/of (een of meer van)

zijn mededader(s) met een personenauto (met hoge snelheid) (door) de

toegangsdeur, althans de voorgevel van een Plus supermarkt (in)gereden,

waarachter, althans in de directe nabijheid waarvan die [slachtoffer 1]

en/of [slachtoffer 2] stonden;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Dit betreft het dossier 09BRUILOFT12, procesnummer 2012274267. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Het proces-verbaal van aangifte, gedaan door [A], namens Plus Supermarkt, pagina 1116.

3 Het proces-verbaal van aangifte, gedaan door [slachtoffer 1], pagina 1123.

4 Het proces-verbaal van aangifte, gedaan door [slachtoffer 2], pagina 1126,

5 Eigen waarneming van de rechtbank ter terechtzitting van 16 oktober 2013.

6 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1128.

7 Pagina 1278

8 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1], pagina 1162.

9 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2], pagina 1167.

10 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3], pagina 1169.

11 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4], pagina 1171.

12 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 5], pagina 1173.

13 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1131.

14 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1135.

15 Pagina 1277

16 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1138.

17 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1141.

18 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1143.

19 Pagina 1212.

20 De verklaring van [verdachte], afgelegd ter terechtzitting van 14 oktober 2013.

21 Pagina 1441 tot en met 1453.

22 Het rapport van het NFI, pagina 1471.

23 Het proces-verbaal van aangifte, gedaan door [benadeelde], pagina 1209.

24 Tapgesprek 287422753, pagina 172 uit de bijlage bij pagina 791.