Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:5340

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
29-10-2013
Datum publicatie
29-10-2013
Zaaknummer
16/661503-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft (primair) op 24 maart 2013 geprobeerd het slachtoffer te verkrachten. Subsidiair heeft hij haar op 24 maart 2013 aangerand. De rechtbank spreekt verdachte vrij van verkrachting.

De rechtbank verklaart verdachte niet strafbaar voor het bewezen verklaarde subsidiaire feit en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/661503-13

Vonnis van de meervoudige kamer van 29 oktober 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1994] te [geboorteplaats],

wonende te [adres] te[woonplaats]

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 15 oktober 2013. Verdachte is verschenen met zijn raadsvrouw mr. C.H. Dijkstra, advocaat te Amersfoort.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat de verdachte en zijn raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Primair: op 24 maart 2013 heeft geprobeerd [slachtoffer]te verkrachten;

Subsidiair: [slachtoffer]op 24 maart 2013 heeft aangerand.

3 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

De rechtbank heeft aanleiding gezien om artikel 77c Wetboek van Strafrecht toe te passen op onderhavige zaak.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het aan hem primair ten laste gelegde feit heeft begaan en zij heeft gevorderd om verdachte van dat feit vrij te spreken. De officier van justitie acht wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan en baseert zich daarbij op zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de feitelijke handelingen die verdachte gepleegd heeft, gekwalificeerd dienen te worden als de subsidiair ten laste gelegde aanranding en derhalve is de verdediging van mening dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde, ook gelet op de uitspraak van de Hoge Raad van 12 maart 2013, LJN BZ2653.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Vrijspraak

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat de primair ten laste gelegde poging tot verkrachting niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. De rechtbank zal verdachte van voornoemd feit dan ook vrijspreken.

4.3.2

Bewijs

Aangezien verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft bekend en de verdediging geen vrijspraak heeft bepleit, volstaat de rechtbank, met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de bewijsmiddelen.

De rechtbank acht het subsidiair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen gelet op:
- de aangifte van[slachtoffer]1;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting2.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de onder 4. vervatte bewijsmiddelen bewezen dat

Subsidiair

hij op 24 maart 2013 te Woerden, door geweld [slachtoffer]heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, bestaande uit

- het betasten van de borststreek van die [slachtoffer] en

- het meermalen zoenen op de mond van die [slachtoffer]

en bestaande dat geweld uit het

- van achteren benaderen van die [slachtoffer] en vervolgens het plaatsen van een arm om de nek van die [slachtoffer] en vervolgens het vastpakken van de schouders van die [slachtoffer] en vervolgens omdraaien van die [slachtoffer] en

- terwijl die [slachtoffer] met haar rug tegen een muur stond het met kracht vastpakken van de keel van die [slachtoffer] en tegen die [slachtoffer] meermalen zeggen "Neuk me, zoen me" en

- openen van de jas van die [slachtoffer].

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezen verklaarde levert het navolgende strafbare feit op:

Subsidiair: feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

7 De strafbaarheid van verdachte

7.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het minderjarigenstrafrecht op verdachte van toepassing dient te worden verklaard. Verdachte is strafbaar, gelet op de rapporten van de deskundigen, waarin wordt geadviseerd om verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren en niet geheel ontoerekeningsvatbaar.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het minderjarigenstrafrecht op verdachte van toepassing dient te worden verklaard. Daarnaast heeft zij aangevoerd dat verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar dient te worden beschouwd. Indien de rechtbank hier anders over oordeelt, handhaaft zij haar eerder gedane verzoek om de deskundige(n) hierover ter terechtzitting nader te ondervragen.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft kennis genomen van het psychologisch onderzoek pro justitia van 22 mei 2013 van R.M.C. Hoogstraten, GZ-psycholoog. In dit rapport wordt onder meer het volgende geconstateerd.

Er is bij verdachte sprake van een ziekelijke stoornis van de geestesvermogens van verdachte in de vorm van een stoornis in het autisme spectrum en een lees-, reken- en schrijfstoornis. Tevens is er sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens van verdachte in de vorm van lichte zwakzinnigheid. Verdachte loopt op alle leefgebieden fors achter en functioneert op een leeftijd van 7 jaar en jonger. Deze stoornissen waren aanwezig tijdens het tenlastegelegde en deze hebben het tenlastegelegde beïnvloed. Verdachte was, voorafgaand aan het tenlastegelegde, gaan zwemmen en hij heeft daar langere tijd naar een meisje gekeken dat hij mooi vond. Verdachte heeft hier mogelijk seksuele spanning opgebouwd waar hij zich niet van bewust was toen hij weer naar buiten liep. Toen hij het slachtoffer zag, vond hij haar mooi. Verdachte liep door en werd vervolgens overspoeld door lustgevoelens. Het ontbreekt verdachte aan inzicht en een interne rem om deze lustgevoelens te reguleren. Ook is zijn gewetensontwikkeling beperkt gerelateerd aan zijn verstandelijke beperking en de stoornis in het autistische spectrum. Deze sterke lustgevoelens hebben er toe geleid dat hij op het meisje is afgelopen en haar heeft vastgepakt. Zijn doel op dat moment was behoeftebevrediging. Verdachte heeft door zijn verstandelijke beperking, zijn stoornis in het autistische spectrum en zijn sociaal emotionele achterstand geen zicht op de consequenties van zijn gedrag en handelen, is gericht op behoeftebevrediging en kan deze op een dergelijk moment niet uitstellen. Verdachte wist dat het niet mocht, maar hij kan geen weerstand bieden aan zijn lustgevoelens, mede doordat hij niet begrijpt en niet heeft geleerd hoe hij dan moet omgaan met zijn seksuele gevoelens. Het ontbreekt verdachte aan inzicht en de copingvaardigheden om hiermee om te gaan. Deskundige Hoogstraten acht verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar.

De rechtbank heeft daarnaast kennis genomen van het psychiatrisch onderzoek pro justitia van 23 mei 2013 van drs. K.G.M. Schiphorst, (kinder- en jeugd)psychiater. In dit rapport wordt onder meer het volgende geconstateerd.

Verdachte heeft een gegeneraliseerde ontwikkelingsachterstand en een autismespectrumstoornis. Hij is zeer moeilijk lerend. Er zijn problemen op alle ontwikkelingslijnen: cognitief, motorisch, sociaal en emotioneel. Hij heeft een hypotonie van de spieren en zijn grove motoriek is gestoord. Bij psychologisch onderzoek scoort hij cognitief op licht verstandelijk beperkt niveau, maar voor wat betreft zijn functioneren en adaptief vermogen zit hij op matig verstandelijk beperkt niveau. Verdachte kan niet reflecteren op zijn eigen gedrag en kan de gevolgen van zijn gedrag niet overzien. Voor wat betreft zijn ego-ontwikkeling functioneert hij in het impulsieve stadium. Cognitief functioneert hij op/onder groep 3 niveau, sociaal-emotioneel op peuter-kleuterniveau. Zijn gewetensfunctie is beperkt en hij heeft weinig inzicht op zijn eigen beperkingen. Ook zijn seksuele ontwikkeling is heel beperkt. Voorgaande was ook het geval ten tijde van het tenlastegelegde. Deskundige Schiphorst acht verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar.

De rechtbank overweegt dat uit de bovengenoemde rapporten blijkt dat het verdachte volledig ontbreekt aan inzicht in en een rem op het reguleren van lustgevoelens. Hij kan hieraan geen weerstand bieden en hij kan de bevrediging van deze gevoelens niet uitstellen. Hij kan niet reflecteren op zijn eigen gedrag en hij heeft geen zicht op de consequenties van zijn gedrag en handelen.

Verder staat vast dat de verdachte cognitief functioneert op/onder groep 3 niveau, sociaal-emotioneel op peuter-kleuterniveau en dat hij wat betreft zijn ego-ontwikkeling in de impulsieve fase zit.

Hiermee staat voor de rechtbank vast dat verdachte op alle ontwikkelingsgebieden functioneert op een niveau van (ver) onder het gemiddelde niveau van 12-jarigen, de kinderen aan wie strafbare feiten volgens de geldende wettelijke regeling nog niet kunnen worden toegerekend.

Gelet op voornoemde vaststellingen, mede bezien in het licht van het genoemde algemene wettelijke uitgangspunt omtrent toerekening, is de rechtbank van oordeel dat het bewezenverklaarde strafbare feit niet aan verdachte kan worden toegerekend omdat verdachte naar het oordeel van de rechtbank volledig ontoerekeningsvatbaar is.

De (telefonische) toelichting voor de zitting van een van de deskundigen aan de officier van justitie dat er geen sprake zou zijn van een psychose en dat de deskundigen daarom niet hebben geconcludeerd tot volledige ontoerekeningsvatbaarheid doet daar niet aan af omdat een psychose geen noodzakelijke voorwaarde is voor volledige ontoerekeningsvatbaarheid.

De rechtbank acht verdachte niet strafbaar. Verdachte zal dan ook worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Ten overvloede merkt de rechtbank nog op de heer H. Sluiter van de William Schrikker Groep ter zitting heeft verklaard dat buiten twijfel staat dat de hulp die reeds op gang is gekomen voor verdachte en zijn ouders ook buiten het strafrechtelijk kader zal worden gecontinueerd, ter voorkoming van recidive.

8 De benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer]heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 51f van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering.

De benadeelde partij vordert in totaal een bedrag van € 767,10, bestaande uit € 267,10 aan materiële schade en € 500,00 euro aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De officier van justitie heeft integrale toewijzing gevorderd van de vordering van de benadeelde partij, vermeerderd met de wettelijke rente en met daarbij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij integraal kan worden toegewezen, echter dat ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel de vervangende jeugddetentie op 0 dagen moet worden gesteld, gelet op de persoonlijke omstandigheden (in het bijzonder de detentieongeschiktheid) van verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. De rechtbank zal de gevorderde schade in zijn geheel toewijzen, omdat deze voldoende is onderbouwd en niet is weersproken. De rechtbank zal geen schadevergoedingsmaatregel opleggen nu een ontslag van alle rechtsvervolging geen veroordeling is in de zin van artikel 36f Wetboek van Strafrecht. De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen vanaf 24 maart 2013.

De verdachte zal worden verwezen in de tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten, die worden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 77a, 77c en 246 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het subsidiair tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Subsidiair: feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

- verklaart verdachte niet strafbaar voor het bewezen verklaarde en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging;

Benadeelde partij

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer]van een bedrag van € 767,10, bestaande uit € 267,10 aan materiële schade en € 500,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, te berekenen vanaf 24 maart 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Voorlopige hechtenis

- Heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Messer, voorzitter en tevens kinderrechter, mrs. P.J.M. Mol en G.A. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van der Meulen, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 oktober 2013.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

Primair

hij op of omstreeks 24 maart 2013 te Woerden, althans in het arrondissement

Midden-Nederland ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om door

geweld en / of een andere feitelijkheid en / of door bedreiging met geweld en

/ of een andere feitelijkheid [slachtoffer]te dwingen tot het ondergaan van

handelingen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van

het lichaam, opzettelijk

- die [slachtoffer] van achteren heeft benaderd en/of (vervolgens) een arm om de

nek van die [slachtoffer] heeft geplaatst en/of (vervolgens) die [slachtoffer] bij

haar schouders heeft vastgepakt en/of (vervolgens) heeft omgedraaid en/of

- ( terwijl die [slachtoffer] met haar rug tegen een muur/ruit stond) die [slachtoffer]

met kracht bij haar keel heeft vastgepakt en/of heeft vastgehouden en/of

(vervolgens die [slachtoffer] meermalen tegen een deur heeft geduwd en/of

(vervolgens) tegen die [slachtoffer] meermalen heeft gezegd "Neuk me, zoen me"

en/of

- die [slachtoffer] heeft meegenomen naar een steegje en/of

- de jas van die [slachtoffer] heeft geopend en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] bij de borststreek heeft betast/gestreeld en/of

- die [slachtoffer] meermalen een zoen op de mond heeft gegeven

, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 242 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op of omstreeks 24 maart 2013 te Woerden, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, door geweld en / of een andere feitelijkheid en / of door

bedreiging met geweld en /of een andere feitelijkheid [slachtoffer]heeft

gedwongen tot het plegen en / of dulden van een of meer ontuchtige

handelingen, bestaande uit

- het betasten en/of strelen van de borststreek van die [slachtoffer] en/of

- het meermalen zoenen op de mond van die [slachtoffer]

en bestaande dat geweld of die feitelijkhei(i)d(en) en/of die bedreiging met

geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit het

- van achteren benaderen van die [slachtoffer] en/of (vervolgens) het plaatsen

van een arm om de nek van die [slachtoffer] en/of (vervolgens) het vastpakken van

de schouders van die [slachtoffer] en/of (vervolgens) omdraaien van die [slachtoffer]

en/of

- ( terwijl die [slachtoffer] met haar rug tegen een muur/ruit stond) het met

kracht vastpakken van de keel van die [slachtoffer] en/of tegen die [slachtoffer]

meermalen zeggen "Neuk me, zoen me" en/of

- meenemen van die [slachtoffer] naar een steegje en/of

- openen van de jas van die [slachtoffer]

art 246 Wetboek van Strafrecht

1 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer], opgenomen op pagina 26-28 van het proces-verbaal dossiernummer PL0981 2013065687, in de wettelijke vorm opgemaakt en doorgenummerd van 1 tot en met 46.

2 De verklaring van verdachte ter zitting d.d. 15 oktober 2013.