Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:5217

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
16-10-2013
Datum publicatie
28-10-2013
Zaaknummer
C-16-350365 - HA RK 13-226
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek terzijdestelling statutaire blokkeringsregeling ex artikel 2:195 lid 7 BW (na de wetswijziging in verband met de flexibilisering van het BV-recht)

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2
Burgerlijk Wetboek Boek 2 195
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RO 2014/10
RN 2014/8
JONDR 2014/30
JIN 2013/201 met annotatie van R.A. Wolf
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/16/350365 / HA RK 13-226

Beschikking van 16 oktober 2013

in de zaak van

MR. DIMITRY ENGELBERTUS ANTHONIUS FRANCISCUS AERTSSEN Q.Q.,

in zijn hoedanigheid van curator van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Libridis Participaties BV,

kantoorhoudende te Maastricht,

verzoeker,

advocaat mr. K.J.S. Berg te Maastricht,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RDC HOLDING B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

belanghebbende,

advocaat mr. A.H.F. Beiboer te Rotterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AANWAS B.V.

gevestigd te Amsterdam,

belanghebbende,

advocaat mr. P.P.J. Jongen te Amsterdam,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

B.V. BELEGGINGS- EN ONTWIKKELINGSMAATSCHAPPIJ REMBRANDT I,

statutair gevestigd te Arnhem,

belanghebbende,

advocaat mr. P.P.J. Jongen te Amsterdam,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

N.P.J.M. VENTURE B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

belanghebbende,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als de curator, de vennootschap, Aanwas, Rembrandt en Venture.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift

  • -

    de verweerschrift van de vennootschap

  • -

    de mondelinge behandeling ter gelegenheid waarvan Aanwas en Rembrandt een verweerschrift hebben ingediend.

2 De feiten

2.1.

Aanwas, Rembrandt, Venture en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Libridis Participaties BV (hierna: de failliete vennootschap) houden 100% van de aandelen in de vennootschap, bestaande uit zowel gewone als preferente aandelen. De stichting Stichting Management Participatie RDC Holding (hierna: de Stichting) is houdster van de certificaten van aandelen.

2.2.

De statuten van de vennootschap houden - voor zover relevant - het volgende in:

“(…)

Blokkeringsregeling

Artikel 13.

1. Overdracht van aandelen kan slechts geschieden nadat voor de voorgenomen overdracht de goedkeuring van de algemene vergadering is verkregen.

Beperking omtrent de overdraagbaarheid van aandelen zoals bedoeld in dit artikel geldt niet indien de houder krachtens de wet tot overdracht van zijn aandeel aan een eerdere houder verplicht is.

De overdracht van aandelen krachtens legaat geldt voor de toepassing van dit artikel als een overdracht door de erflater.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder aandelen tevens begrepen het recht tot het nemen van aandelen.

2. De goedkeuring wordt verzocht bij schrijven gericht aan de vennootschap, onder opgave van het aantal aandelen waaromtrent de beslissing wordt verzocht en van de naam van degene aan wie hij wenst over te dragen.

3. Op het verzoek moet binnen drie maanden na ontvangst van het in het vorige lid bedoelde schrijven worden beslist.
De vennootschap zelf kan slechts met instemming van de verzoeker als gegadigde optreden.

Indien reeds voor het verstrijken van voormelde termijn zekerheid wordt verkregen dat zich omstandigheden voordoen op grond waarvan het verzoek geacht moet worden te zijn ingewilligd, zal de vennootschap zulks zo spoedig mogelijk ter kennis van de verzoeker brengen.

4. De prijs van de aandelen waaromtrent de beslissing is verzocht zal door partijen in onderling overleg worden vastgesteld.

Indien partijen het niet eens worden over de prijs zal de prijs worden vastgesteld door één of meer onafhankelijke deskundigen die door de verzoeker en de gegadigden in gemeenschappelijk overleg zullen werden benoemd.

Komen zij hieromtrent binnen één maand na de verzending door de vennootschap van de kennisgeving aan de verzoeker van de gegadigde(n) en de aan deze(n) toegewezen aandelen niet tot overeenstemming, dan zal de meest gerede partij aan de kantonrechter van de Rechtbank, binnen wiens arrondissement de vennootschap haar zetel heeft, binnen wiens arrondissement de vennootschap haar zetel heeft, de benoeming van drie onafhankelijke deskundigen verzoeken.

De deskundigen zijn gerechtigd tot inzage van alle boeken en bescheiden van de vennootschap en tot het verkrijgen van alle inlichtingen, waarvan kennisneming voor hun taxatie dienstig is.

De door deskundigen vastgestelde prijs wordt ter kennis gebracht van de vennootschap, die deze prijs meedeelt aan de verzoeker en de gegadigde(n).

5. De verzoeker is bevoegd zijn verzoek in te trekken binnen één maand nadat hem de kennisgevingen omtrent gegadigde(n) en prijs zijn gedaan.

Een gegadigde is bevoegd zich als zodanig terug te trekken binnen één maand nadat hem de kennisgeving omtrent de prijs is gedaan.

Na terugtrekking van één of meer gegadigden vindt opnieuw toewijzing van de aandelen waarop het verzoek betrekking heeft plaats, waarvan aan de verzoeker wordt kennisgegeven.

De verzoeker is bevoegd alsnog zijn verzoek in te trekken binnen één maand nadat hem de kennisgeving omtrent de tweede toewijzing is gedaan.

6. De gekochte aandelen moeten tegen gelijktijdige betaling van de koopsom worden geleverd binnen één maand na verloop van de termijn, gedurende welke het aanbod kan worden ingetrokken.

7. De verzoeker, die zijn verzoek niet heeft ingetrokken, kan de aandelen waarop het verzoek betrekking heeft op de wijze als in het verzoek kenbaar gemaakt, vrijelijk overdragen binnen drie maanden, nadat de goedkeuring is verleend, geacht wordt te zijn verleend of nadat de (laatste van de) gegadigde(n) zich heeft teruggetrokken.

8. De kosten van de benoeming van de in lid 4 bedoelde deskundigen en hun honorarium komen ten laste van:

a. de verzoeker, indien deze zijn verzoek intrekt;

b. de gegadigde, indien deze zich terugtrekt en dientengevolge de verzoeker vrij is dan wel indien er meer gegadigden waren die zich allen hebben teruggetrokken, ten laste van de gegadigden naar rato van het aantal aandelen waarop zij hadden gereflecteerd;

c. de verzoeker voor de helft en de koper(s) voor de helft, indien de aandelen door aandeelhouders zijn gekocht, met dien verstande dat iedere koper in de kosten bijdraagt in verhouding tot het aantal door hem gekochte aandelen.

9. Indien en voor zover een aandeelhouder enige verplichting ingevolge dit artikel niet tijdig nakomt, is de vennootschap onherroepelijk gemachtigd namens deze aandeelhouder alle hiervoor omschreven verplichtingen na te komen.

De vennootschap zal van de volmacht, voor zover betrekking hebbende op de overdracht, geen gebruik maken dan nadat de verschuldigde koopprijs ten behoeve van de rechthebbende ten kantore van de vennootschap is gedeponeerd.

10. De aan de aandelen verbonden vergaderrechten worden gedurende de periode waarin de betrokkene enige op hem ingevolge het vorenstaande rustende verplichting niet nakomt, opgeschort.

11. Alle kennisgevingen en mededelingen krachtens dit artikel en artikel 12 dienen schriftelijk te geschieden.

Artikel 14.

1. Ingeval van:

• verkrijging van aandelen onder algemene titel, anders dan door boedelmenging;

• faillissement van of verlening van surséance van betaling aan een aandeelhouder;

• ondercuratelestelling van een aandeelhouder;

• verkrijging, door overdracht of andere overgang van aandelen dan wel door overgang van stemrecht op aandelen of door het nemen van aandelen, door een of meer anderen van de zeggenschap over de onderneming van de aandeelhouderrechtspersoon zoals bedoeld in het SER-besluit Fusiegedragsregels 2000, ook indien die regels niet van toepassing zijn,

moeten de betreffende aandelen, respectievelijk alle aandelen van de betreffende aandeelhouder, te koop worden aangeboden aan (een) door de algemene vergadering daarvoor aangewezen gegadigde(n) die bereid en in staat is (zijn) al die aandelen tegen contante betaling over te nemen.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder aandelen tevens begrepen het recht tot het nemen van aandelen.

2. Uiterlijk dertig dagen nadat een in lid 1 bedoeld geval zich voordoet moet de betrokken aandeelhouder dan wel moeten zijn rechtverkrijgenden schriftelijk mededeling daarvan doen aan de vennootschap.

De algemene vergadering dient binnen één maand na ontvangst van de mededeling als bedoeld in de vorige zin ter zake te besluiten, bij gebreke waarvan de betrokken aandeelhouder de betreffende aandelen kan behouden.

3. De aandelen moeten aan de aangewezen gegadigde(n) worden overgedragen binnen één maand nadat de vennootschap aan degene(n), die tot overdracht verplicht is (zijn), zowel de namen van de gegadigde(n) als de voor de overdracht vastgestelde vergoeding schriftelijk heeft medegedeeld.

4. De verplichting tot aanbieding bestaat niet ingeval van een juridische fusie als bedoeld in artikel 2:333 Burgerlijk Wetboek of ingeval van een splitsing als bedoeld in artikel 2:334hh Burgerlijk Wetboek.

De verplichting tot aanbieding wordt gedurende twee jaar opgeschort, indien van de nieuwe gerechtigden (deel uitmaakt) deel uitmaken de perso(o)n(en) te wiens (wier) name de aandelen bij de overgang onder algemene titel stonden.

De verplichting tot aanbieding vervalt, indien de aandelen binnen twee jaar zijn toegedeeld en overgedragen aan de perso(o)n(en) bedoeld in de vorige zin.

5. Het bepaalde in het vorige artikel is voor zover mogelijk van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de tot overdracht verplichte niet bevoegd is zijn aanbod in te trekken en dat, indien de algemene vergadering geen gegadigden) aanwijst als bedoeld in lid 1 van dit artikel, de aanbieder slechts bevoegd is de betreffende aandelen te houden. (…)”

(…)

Artikel 17.

(…)

11. Aan de goedkeuring van de raad van commissarissen zijn onderworpen alle besluiten van het bestuur omtrent zodanige rechtshandelingen als door de raad van commissarissen duidelijk omschreven en schriftelijk ter kennis van het bestuur zijn gebracht.

12. Aan de goedkeuring van de algemene vergadering zijn onderworpen alle besluiten van het bestuur omtrent zodanige rechtshandelingen als door de algemene vergadering duidelijk omschreven en schriftelijk ter kennis van het bestuur zijn gebracht.

13. Voor de toepassing van lid 11 en 12 wordt een besluit van het bestuur tot het aangaan van een rechtshandeling gelijk gesteld aan een besluit van het bestuur tot het nemen of goedkeuren van een besluit van enig orgaan van een vennootschap waarin de vennootschap deelneemt, mits laatstbedoeld besluit aan goedkeuring als hiervoor bedoeld in lid 11 of 12 is onderworpen.

Het ontbreken van de goedkeuring zoals bedoeld in lid 11 en 12 tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur of bestuurders niet aan. (…)”

2.3.

Op 22 augustus 2007 hebben de onder 2.1 bedoelde partijen een aandeelhoudersovereenkomst gesloten die - voor zover relevant - luidt als volgt:

“(…)

Artikel 3 – Bestuur

(…)

3.8

Binnen één maand na het einde van ieder kalenderkwartaal zal de Directie van Holding de volgende gegevens betreffende de RDC Groep opstellen en aan de Raad van Commissarissen en ieder van de Aandeelhouders van Holding doen toekomen:

a) een tussentijdse balans en verlies- en winstrekening;

b) overzichten van cash flow en schuld positie;

c) overzichten van personeel;

d) een vergelijking van de resultaten met het budget; en

e) een overzicht van herkomst en besteding der middelen over de genoemde periode. (…)

Artikel 6bis - Adviesraad

Bij de RDC Groep wordt een adviesraad ("de Adviesraad") ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van de directie van de RDC Groep en haar Aandeelhouders en Libridis.

De Adviesraad komt tweemaal per jaar bijeen: in het voorjaar en in september. In het voorjaarsoverleg wordt de meerjarenplanning van de RDC Groep besproken. In september wordt het Jaarplan van RDC Groep voor het daaropvolgende jaar besproken. De Adviesraad brengt via de Directie van Holding advies uit aan de Raad van Commissarissen van Holding en ontvangt hiervan terugkoppeling. (…)

Artikel 9 – Exitbepalingen

(..)

9.16

Holding heeft het recht de preferente aandelen van Libridis tot uiterlijk zes jaar na ondertekening van deze overeenkomst in te kopen (mits daartoe toestemming wordt verkregen van de financierende bank). De door Libridis gehouden preferente aandelen zullen uiterlijk na zes jaar na ondertekening van deze overeenkomst worden overgenomen door Aanwas en Rembrandt, pro rata parte met hun respectievelijke belang in de gewone aandelen van Holding, indien op dat moment nog geen exit is bereikt. De prijs van de preferente aandelen bij inkoop door Holding en bij aankoop door Aanwas en Rembrandt is gelijk aan de nominale waarde, gestorte agio en bijgeschreven rente.

(…)

Artikel 10 – Duur, beëindiging, gevolgen beëindiging

10.1

Deze overeenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en kan niet door een Partij worden opgezegd zolang deze aandeelhouder in Holding is.

10.2

Partijen doen afstand van hun recht deze overeenkomst te ontbinden.

10.3

Indien een Aandeelhouder failliet wordt verklaard, of surséance van betaling aanvraagt of wordt ontbonden, of indien met betrekking tot die Aandeelhouder een 'fusie" plaatsvindt in de zin van de SER Fusiecode 2000, of indien die aandeelhouder toerekenbaar tekortschiet in de nakoming van een wezenlijke verplichting onder deze overeenkomst en deze tekortkoming niet heeft hersteld binnen 14 dagen na daartoe schriftelijk in gebreke te zijn gesteld, is de betreffende Aandeelhouder verplicht terstond haar aandelen in Holding aan de overige aandeelhouders aan te bieden, in overeenstemming met de statuten van Holding, tenzij de bepalingen van artikel 9.5 en 9.6 van toepassing zijn.

(…)

Artikel 16 – Toepasselijk recht en geschillenbeslechting

(…)

Het bepaalde in deze overeenkomst prevaleert boven hetgeen in de statuten van Holding, RDC of de Deelnemingen is bepaald.

(…)”

2.4.

Als bijlage 1 bij de aandeelhoudersovereenkomst is een lijst met goedkeuringsplichtige besluiten conform artikel 17 lid 11 van de statuten opgenomen, waarin onder meer is vermeld “het optreden in rechte, met uitzondering van rechtsmaatregelen die geen uitstel kunnen lijden”.

2.5.

Op 11 december 2012 is de failliete vennootschap in staat van faillissement verklaard en is de curator tot curator benoemd.

2.6.

Bij e-mail van 11 januari 2013 heeft de curator aan de vennootschap het faillissement van de failliete vennootschap bevestigd.

2.7.

In een buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van de vennootschap op 8 februari 2013 is de vennootschap aangewezen als eerste gegadigde voor het overnemen van de aandelen van de failliete vennootschap, en Aanwas en Rembrandt gezamenlijk als tweede gegadigde.

2.8.

Bij e-mail van 29 maart 2013 heeft de curator aan de vennootschap meegedeeld dat hij van mening is dat de blokkeringsregeling van de statuten niet in werking is getreden en dat daarom het benoemen van deskundigen ter vaststelling van de prijs van de aandelen van de failliete vennootschap zinloos is.

2.9.

Bij brief van 6 mei 2013 heeft de curator aan de vennootschap en de aandeelhouders meegedeeld de aandeelhoudersovereenkomst gestand te doen.

3 De beoordeling

3.1.

Het verzoek van de curator strekt er primair toe om de artikelen 13 en 14 van de statuten van de vennootschap op grond van artikel 2:195 lid 7 BW geheel terzijde te stellen en subsidiair om deze artikelen terzijde te stellen voor zover op basis van deze bepalingen de waarde van de aandelen lager uitvalt dan op basis van de waardebepaling ex artikel 9.16 van de aandeelhoudersovereenkomst.

3.2.

Dit verzoek is gezamenlijk behandeld met het verzoek in de kantonzaak met zaaknummer 2022236/UE VERZ 13-315 omdat beide verzoeken zien op dezelfde kwestie en dezelfde partijen. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben partijen ermee ingestemd om al hetgeen zij in één van beide procedures hebben aangevoerd ook aan te merken als aangevoerd in de andere procedure.

3.3.

De vennootschap heeft als meest verstrekkend verweer tegen het verzoek van de curator aangevoerd dat hij daarin niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat hij niet alle belanghebbenden (in het bijzonder niet Venture en de Stichting) in zijn verzoekschrift heeft vermeld, zodat deze belanghebbenden ook niet voor de behandeling van het onderhavige verzoek zijn opgeroepen.

3.4.

De rechtbank constateert dat Venture wel als belanghebbende in het verzoekschrift is vermeld. Volgens de vennootschap is daarbij evenwel ten onrechte vermeld dat haar raadsvrouwe ook optreedt als advocaat voor Venture. Indien dat inderdaad onjuist was, had de vennootschap de rechtbank daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte moeten stellen, zodat de rechtbank alsnog voor separate oproeping van Venture zorg kon dragen. Niet gesteld of gebleken is dat zij dat heeft gedaan. Daarom kan zij zich niet op niet-ontvankelijkheid van de curator op dit punt beroepen.

3.5.

Als onweersproken staat voorts vast dat Aanwas en Rembrandt de enige bestuurders zijn van de Stichting en dat de Stichting, nu Aanwas en Rembrandt correct zijn opgeroepen en in deze procedure zijn verschenen, eveneens op de hoogte moet worden geacht van de onderhavige procedure. Zij heeft evenwel geen aanleiding gezien om in deze procedure als belanghebbende te verschijnen. Gelet hierop is er geen aanleiding om aan het niet vermelden van de Stichting als belanghebbende in het verzoekschrift consequenties te verbinden. Het verzoek tot niet-ontvankelijkverklaring van de curator wordt dan ook afgewezen.

3.6.

Aangezien het verzoek is ingediend na 1 oktober 2012, is op grond van artikel V.1 Invoeringswet vereenvoudiging en flexibilisering BV-recht (Stb. 2012, 300) op het verzoek van de curator artikel 2:195 lid 7 BW van toepassing zoals dat luidt na de wetswijziging in verband met de flexibilisering van het BV-recht:

Ingeval van (…), faillissement, (…) kan de rechter lid 1, alsmede bepalingen in de statuten omtrent overdraagbaarheid, geheel of gedeeltelijk buiten toepassing verklaren. Het verzoek daartoe kan worden gedaan door (…), de curator, (…). De rechter wijst het verzoek, zonodig in afwijking van artikel 474g, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, slechts toe indien de belangen van de verzoeker dat bepaaldelijk vorderen en de belangen van anderen daardoor niet onevenredig worden geschaad. (…)”

3.7.

Volgens de curator moet de blokkeringsregeling van de artikelen 13 en 14 van de statuten van de vennootschap terzijde worden gesteld, omdat daarmee artikel 9.16 van de aandeelhoudersovereenkomst (die de curator na het faillissement bij brief van 6 mei 2013 heeft verklaard gestand te zullen doen) wordt gefrustreerd. Deze bepaling legt volgens de curator op de vennootschap, Aanwas en Rembrandt de verplichting om uiterlijk op 21 augustus 2013 de door de failliete vennootschap gehouden cumulatief preferente aandelen in de vennootschap over te nemen tegen een prijs die op de in die bepaling opgenomen wijze is berekend, welke methode afwijkt van de methode die in de blokkeringsregeling is opgenomen. Het passeren van artikel 9.16 van de aandeelhoudersovereenkomst leidt ook tot extra kosten voor de boedel en tot vertraging, omdat de prijs alsdan door drie onafhankelijke deskundigen moet worden bepaald, aldus de curator.

3.8.

Naar het oordeel van de rechtbank kan de onderbouwing van het verzoek door de curator niet de conclusie rechtvaardigen dat voldaan is aan het vereiste van artikel 2:195 lid 7 BW dat de belangen van de verzoeker het terzijde stellen van de blokkeringsregeling in de statuten bepaaldelijk vorderen. Daarvoor zou immers tenminste vereist zijn dat indien de betreffende blokkeringsregeling buiten toepassing zou worden verklaard, de curator de weg van artikel 9.16 van de aandeelhoudersovereenkomst zou kunnen volgen voor het overdragen van de aandelen van de failliete vennootschap aan de vennootschap, Aanwas en/of Rembrandt. Daarvan is evenwel geen sprake. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

3.9.

Uit artikel 9.16 van de aandeelhoudersovereenkomst vloeit voor de vennootschap geen plicht voort om de preferente aandelen van de failliete vennootschap te kopen, maar alleen een recht, zodat de prijsbepalingsmethode van artikel 9.16 niet aan de vennootschap kan worden tegengeworpen.

3.10.

Bovendien geldt dat bij het buiten toepassing verklaren van de statutaire blokkeringsregeling artikel 10.3 van de aandeelhoudersovereenkomst van toepassing blijft, waarin de verplichting is opgenomen voor een aandeelhouder die failliet wordt verklaard, om haar aandelen terstond aan alle overige aandeelhouders aan te bieden. Bij gebreke van een statutaire blokkeringsregeling geldt alsdan artikel 2:195 lid 1 BW dat (evenals de statutaire blokkeringsregeling) prijsbepaling door een deskundige vereist. De rechtbank constateert dat de curator niet om het buiten toepassing verklaren van deze wettelijke blokkeringsregeling heeft verzocht.

3.11.

Aan toepassing van artikel 9.16 aandeelhoudersovereenkomst wordt dan niet toegekomen, omdat de faillietverklaring heeft plaatsgevonden vóór het ontstaan van de (in artikel 9.16 vastgelegde) verplichting voor Aanwas en Rembrandt om de door de failliete vennootschap gehouden preferente aandelen over te nemen, en de aanbiedingsplicht van artikel 10.3 aandeelhoudersovereenkomst dus is ontstaan vóór de overnameplicht van artikel 9.16.

3.12.

Dit zou alleen anders zijn, indien in de aandeelhoudersovereenkomst zou zijn overeengekomen om artikel 9.16 ook bij faillissement van een aandeelhouder te laten prevaleren boven artikel 10.3 van de aandeelhoudersovereenkomst. Dat is een kwestie van uitleg van de overeenkomst.

3.13.

Tussen partijen staat vast dat de aandeelhoudersovereenkomst een overeenkomst betreft tussen professionele partijen die bij de totstandkoming ervan allen zijn bijgestaan door advocaten. Gelet hierop ligt het voor de hand om uit te gaan van een grammaticale uitleg van de bepalingen van de aandeelhoudersovereenkomst.

3.14.

De rechtbank constateert dat in artikel 10.3 van de aandeelhoudersovereenkomst wel enkele onderdelen van artikel 9 van de aandeelhoudersovereenkomst zijn uitgesloten van de aanbiedingsplicht (artikelen 9.5 en 9.6), maar niet artikel 9.16. Indien de aandeelhouders destijds daadwerkelijk de bedoeling zouden hebben gehad om ook in faillissement de regeling van artikel 9.16 en de daarin vastgelegde prijsberekeningsmethode van toepassing te laten zijn, had het voor de hand gelegen om ook deze bepaling van de aanbiedingsplicht van artikel 10.3 uit te zonderen. Daarvan is evenwel geen sprake.

De door de curator ter gelegenheid van de mondelinge behandeling aangevoerde bedoeling van de aandeelhouders met artikel 9.16, namelijk het in het leven roepen van een zogenaamde bodemprijs, betekent niet automatisch dat partijen die situatie ook hebben willen laten gelden voor faillissement. Immers, bij faillissement is het belang van de overige aandeelhouders erin gelegen om zo spoedig mogelijk de aandelen van de failliete vennootschap te laten overdragen aan een andere partij, zodat deze aandeelhouder weer een bijdrage kan leveren aan het voortbestaan van de vennootschap. In een dergelijk geval ligt het niet voor de hand om daarmee te moeten wachten totdat de zeer ruime termijn van zes jaar na ondertekening van de overeenkomst (die geldt voor de afnameplicht van Aanwas en Rembrandt) is verstreken. Weliswaar is in die bepaling tevens aan de vennootschap het recht toegekend om de aandelen binnen die termijn in te kopen, maar ten eerste is daarbij (zoals hiervoor reeds is overwogen) sprake van een recht en geen plicht, en ten tweede is de uitoefening daarvan afhankelijk van toestemming van de financierende bank en daarmee van de op dat moment bestaande financiële situatie van de vennootschap. Die situatie is dermate onzeker dat ook daarmee het belang van spoedige overdracht van de aandelen bij faillissement niet zeker zou zijn gesteld.

Daarbij komt dat de failliete vennootschap beschikt over zowel preferente aandelen als gewone aandelen waarvoor artikel 9.16 niet geldt. In een dergelijk geval zou derhalve voor de overdracht van alle aandelen van de failliete vennootschap een tweesporenbeleid moeten worden gevolgd: artikel 9.16 voor de waardering van de preferente aandelen en de regeling van artikel 10.3 en de statuten voor de waardering van de gewone aandelen. De rechtbank acht niet aannemelijk dat de aandeelhouders destijds een dergelijke complexe regeling bij faillissement voor ogen heeft gestaan.

3.15.

Gelet op het voorgaande heeft de failliete vennootschap er in ieder geval niet op mogen vertrouwen dat de regeling van artikel 9.16 aandeelhoudersovereenkomst ook zou gelden in het geval dat zij failliet zou gaan vóór het verstrijken van de daarin bepaalde termijn van zes jaar na ondertekening van de overeenkomst.

3.16.

De rechtbank begrijpt dat de curator zich subsidiair op het standpunt stelt dat artikel 9.16 aandeelhoudersovereenkomst moet worden aangemerkt als een overeenkomst met betrekking tot de berekening van de prijs van de preferente aandelen in het geval Aanwas en Rembrandt als gegadigden zouden worden aangewezen conform artikelen 13 en 14 van de statuten.

3.17.

Voor zover de curator hiermee beoogt te betogen dat de blokkeringsregeling van de statuten terzijde moet worden gesteld voor zover deze in de weg staat aan toepassing van deze prijsberekeningsmethode, geldt hiervoor hetzelfde als hiervoor is overwogen. Omdat de failliete vennootschap er niet op heeft mogen vertrouwen dat artikel 9.16 ook zou gelden ingeval van voortijdig faillissement, kan zij zich in een dergelijk geval ook niet beroepen op een prijsberekeningsmethode die zou gelden buiten een dergelijk voortijdig faillissement. Ook niet in het geval Aanwas en Rembrandt overeenkomstig de statuten zouden worden aangewezen als gegadigden.

3.18.

Op grond van het voorgaande moet geconcludeerd worden dat niet voldaan is aan het in artikel 2:195 lid 7 BW gestelde vereiste dat de belangen van verzoeker terzijdestelling van de statuten bepaaldelijk vorderen.

3.19.

Overigens kan ook niet geconcludeerd worden dat de belangen van anderen door een dergelijke terzijdestelling niet onevenredig zouden worden geschaad. De vennootschap zelf is immers overeenkomstig de statutaire blokkeringsregeling aangewezen als eerste gegadigde voor het overnemen van de aandelen van de failliete vennootschap en heeft mitsdien als eerste het recht om de aandelen over te nemen tegen een marktconforme prijs die door drie onafhankelijke deskundigen wordt vastgesteld. Indien de statuten terzijde zouden worden gesteld, zou deze status komen te vervallen en zou de curator in beginsel vrij zijn om haar aandelen conform artikel 10.3 aandeelhoudersovereenkomst jo artikel 2:195 lid 1 BW aan de aandeelhouders aan te bieden. Door terzijdestelling van de statuten wordt dan ook het belang van de vennootschap om de aandelen van de failliete vennootschap in te kopen onevenredig geschaad.

3.20.

De rechtbank wijst het verzoek van de curator dan ook af. De curator zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding.

4 De beslissing

De rechtbank

4.1.

wijst het verzoek af,

4.2.

veroordeelt de curator in de kosten van het geding, aan de zijde van:

  • -

    belanghebbende RDC Holding begroot op € 589,-- aan griffierecht en € 904,-- aan salaris advocaat

  • -

    belanghebbenden Aanwas en Rembrandt begroot op € 589,-- aan griffierecht en € 904,-- aan salaris advocaat.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Steenbergen en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2013.1

1 type: WV(4208) coll: