Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:4842

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
26-09-2013
Datum publicatie
11-10-2013
Zaaknummer
16-661621-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal bij een juwelier. Veroordeling tot een gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/661621-13 (P)

vonnis van de meervoudige strafkamer van 26 september 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te Cacuta (Colombia),

thans gedetineerd in P.I.V. HvB Nieuwersluis te Nieuwersluis.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 september 2013.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de advocaat, mr. H.G. Koopman, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Samen met een ander of anderen op 14 mei 2013 te Baarn 39 kettingen (ter waarde van 20.896 euro) heeft weggenomen.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen te verklaren. De officier van justitie heeft zich daarbij gebaseerd op de camerabeelden, de aangifte en de getuigenverklaringen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit, omdat verdachte ontkent in Baarn te zijn geweest en heeft verklaard dat zij op 14 mei 2013 in Italië was.

Subsidiair heeft de verdediging vrijspraak bepleit, omdat er uit het dossier niet valt af te leiden dat er een nauwe en bewuste samenwerking is geweest tussen verdachte en de personen die feitelijk de diefstal hebben gepleegd.

4.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Het bewijs

De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen op grond van het navolgende.

[benadeelde ] (hierna te noemen: [benadeelde ]) heeft aangifte gedaan van diefstal, mede namens [benadeelde partij]. Op dinsdag 14 mei 2013 omstreeks 17.00 uur was [benadeelde ] samen met zijn collega [A]in zijn juwelierswinkel aan de[adres] te Baarn. Op een gegeven moment hoorde [benadeelde ] de bel. Nadat de deur was opengedaan kwam een man binnen. Zijn collega [A] heeft deze man geholpen. Drie tot vier minuten later hoorde [benadeelde ] weer de bel. Er kwamen een man en een vrouw binnen. Zij waren op zoek naar een horloge. [benadeelde ] is met de man en de vrouw naar de kast waarin de horloges liggen gelopen. Zowel [benadeelde ] en zijn collega waren bezig en hadden geen zicht op de deur waarachter de kluis zich bevindt. Drie tot vier minuten later kwamen er weer een man en een vrouw binnen, het zogenaamde verliefde stel. Zij liepen meteen naar achteren toe. Het verliefde stel liep na een paar minuten weer de winkel uit. Enkele minuten later verlieten ook de mensen die [benadeelde ] had geholpen en de man die zijn collega[A] had geholpen de winkel.[benadeelde ] is naar achteren gelopen en merkte dat de kluis nog open stond. Hij zag dat er verschillende mappen met sieraden weg waren.2

[benadeelde ] heeft de camerabeelden bekeken en zag dat de man van het verliefde stel een stap naar binnen deed waar de kluis staat en [benadeelde ] zag dat hij met zijn rechterarm een greep deed naar de kluis. De man deed daarna iets in de tas en verliet met de vrouw de winkel.[benadeelde ] zag dat de vijf personen in de winkel met elkaar te maken hadden. De sieraden die zijn weg genomen betreffen alle halskettingen. De totale inkoopwaarde betreft 20.897,00 euro.3

Uit de goederenbijlage blijkt dat er 39 kettingen zijn weggenomen.4

Verbalisant [verbalisant 1] heeft de camerabeelden van de diefstal op de [adres] te Baarn bekeken. Zij ziet het volgende. Stel 1 komt aanlopen en blijft buiten staan (17:02:00 uur). Man 1 komt binnen (17:02:43 uur). Stel 2 komt binnen om 17:03:17 uur. Man van stel 1 maakt hoofdknik (17:03:36 uur) en een handkusgebaar (17:04:50 uur). Stel 1 komt binnen om 17:03:53 uur. Stel 1 loopt naar de achterkant van de winkel. Man van stel 1 kijkt heel veel om zich heen. Man van stel 1 gaat het kamertje met de kluis binnen. Man van stel 1 komt het kamertje weer uit. Zijn linkerhand heeft hij in de zwarte tas. Man van stel 1 loopt naar de vrouw toe en fluistert wat in haar oor. Stel 1 verlaat de winkel om 17:07:55 uur. Man 1 verlaat de winkel om 17:08:44 uur. Stel 1 verlaat de winkel om 17:09:11 uur.5

Getuige[getuige 1] heeft verklaard dat zij op 14 juni 2013 bij een juwelier in Amsterdam in de etalage en naar binnen keek en daar een groepje mensen zag. Zij herkende het groepje, dat uit vier à vijf personen bestond, direct als het groepje dat een paar weken geleden bij haar ouders in de winkel was geweest en daar een diefstal had gepleegd. Zij herkende vooral één van de vrouwen voor 100%. Dit is de vrouw die is aangehouden.6

Verbalisant[verbalisant 2] heeft de bewegende camerabeelden van de juwelier[juwelier ] bekeken. Hij herkent het jonge stel als het jonge stel dat hij eerder heeft gezien op de beelden van de juwelier in Baarn. Hij herkent het oudere stel als de man die alleen naar binnen is gegaan bij de juwelier in Baarn en de vrouw als verdachte.7

Getuige[getuige 2], eigenaar van de [juwelier ], heeft de camerabeelden van de juwelier in Baarn gezien. Hij ziet een man de winkel binnen komen. Hij herkent de man die de winkel in komt lopen als de man van het oude stel dat bij hem in de winkel was. Hij ziet dan een man en een vrouw de winkel binnen komen. Hij herkent de vrouw als de vrouw die bij hem in de zaak is geweest. Hij ziet later een andere man en vrouw de winkel binnen komen. Hij herkent ze allebei als het jonge stel dat bij hem in de zaak is geweest.8

Verdachte heeft verklaard dat zij degene is die te zien is op de beelden van de juwelier in Amsterdam.9

De rechtbank heeft ter terechtzitting waargenomen dat de schoenen die verdachte aan had sterke gelijkenissen vertonen met de schoenen die de vrouw die op de beelden van de juwelier in Baarn te zien is, aan heeft. De rechtbank heeft waargenomen dat deze veterschoenen een lichte neus hebben en een opvallend kenmerkende lichte verticale streep aan de achterkant.10

Bewijsoverwegingen

De rechtbank stelt vast dat verdachte niet alleen degene is die in Amsterdam de juwelier is binnen gegaan, maar dat verdachte ook degene is die bij de juwelier in Baarn binnen is geweest. De rechtbank stelt dit vast op basis van de diverse herkenningen die hiervoor zijn beschreven en op basis van haar eigen waarneming ter terechtzitting. De rechtbank acht de ontkenning van verdachte kennelijk leugenachtig en gaat hieraan voorbij.

De rechtbank stelt vast dat verdachte en vier andere personen gelijktijdig bij de juwelier in Baarn binnen waren. Zij waren in drie groepjes opgesplitst, zijn de juwelier kort na elkaar binnen gegaan en verlieten, nadat de diefstal is gepleegd, ook weer kort na elkaar de juwelier.

Daarnaast is verdachte later met drie van deze vier personen in een juwelier in Amsterdam gezien. Verdachte was bij de juwelier in Amsterdam niet met dezelfde man als met wie zij in Baarn samen was naar binnen gegaan, maar met de man die alleen was in de juwelier in Baarn. De rechtbank leidt hieruit af dat de vijf personen elkaar kennen en bij elkaar horen.

Op basis van deze bevindingen in combinatie met de camerabeelden van de juweliers in Baarn en Amsterdam, zoals die ter zitting zijn getoond, is de rechtbank van oordeel dat de vijf personen in Baarn nauw en bewust hebben samengewerkt. De rechtbank acht de rol van verdachte, te weten het afleiden van de verkopers in de winkel, zodanig dat zij als medepleger kan worden beschouwd. Zonder haar had de diefstal niet kunnen worden voltooid. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte de diefstal tezamen en in vereniging met anderen heeft gepleegd.

Voorwaardelijk verzoek tot nader onderzoek

De raadsman heeft voorwaardelijk verzocht, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring zou komen, de vluchtgegevens van alle vluchten die op 5 juni 2013 van Italië naar Nederland zijn gevlogen te onderzoeken. De rechtbank wijst dit verzoek af, omdat het verzochte onderzoek niet noodzakelijk is voor enig te nemen beslissing, omdat uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte op 14 mei 2013 in Nederland was.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

op 14 mei 2013 te Baarn, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 39 kettingen (ter waarde van in totaal 20.896 euro), toebehorende aan [benadeelde partij] [adres]).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

Diefstal door twee of meer verenigde personen.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot gevangenisstraf van zeven maanden met aftrek van voorarrest.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft de verdediging verzocht van de gevorderde zeven maanden gevangenisstraf een groot deel voorwaardelijk op te leggen.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een zeer geraffineerde diefstal in vereniging. Bij deze diefstal zijn sieraden weggenomen die een hoge waarde vertegenwoordigen. Deze sieraden zijn niet terug gevonden en ook de mededaders zijn niet aangehouden.

Voor wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 26 juli 2013, waaruit blijkt dat zij in Nederland niet eerder voor strafbare feiten is veroordeeld.

De rechtbank houdt er rekening mee dat verdachte verklaard heeft dat zij voor het eerst in Nederland was. De rechtbank houdt daarom in het nadeel van verdachte rekening met de mogelijkheid dat verdachte samen met haar mededaders uitsluitend naar Nederland is gekomen met het doel om diefstallen te plegen.

De rechtbank overweegt dat voor een diefstal die zodanig geraffineerd is en waarbij goederen met zo een hoge waarde zijn weggenomen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is. De rechtbank ziet ook geen enkel aanknopingspunt om daarvan af te wijken. De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de officier van justitie recht doet aan de ernst van het feit en de persoon van de verdachte. De rechtbank zal dan ook conform de vordering van de officier van justitie een gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden met aftrek van het voorarrest aan verdachte opleggen.

9 Ten aanzien van de benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering van [benadeelde partij] een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Daarom is de benadeelde partij daarin niet-ontvankelijk. De rechtbank overweegt daartoe dat het op de weg van de benadeelde partij had gelegen om haar vordering nader te onderbouwen met inkoopfacturen. Nu dit niet is gebeurd, kan de rechtbank niet de concrete schade vaststellen. Het is voor de benadeelde partij wel mogelijk om alsnog de vordering met onderbouwing in te dienen bij de burgerlijke rechter.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Diefstal door twee of meer verenigde personen.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 7 (zeven) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Benadeelde partij[benadeelde partij]

Verklaart [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Bepaalt dat verdachte en de benadeelde partij ieder de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.P.H. van Driel Van Wageningen, voorzitter, mr. M.C. Oostendorp en mr. S. Wijna, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Willemsen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 september 2013.

Mr. Oostendorp is buiten staat dit vonnis mee te ondertekenen.BIJLAGE: De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt ten laste gelegd dat

zij op of omstreeks 14 mei 2013 te Baarn, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

39 kettingen (ter waarde van in totaal 20.896 euro), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij] ([adres]), in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of haar mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden met proces-verbaal nummer PL0920 2013109097, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Het proces-verbaal van aangifte, gedaan door [benadeelde ], mede namens [benadeelde partij], pagina 10 en 11.

3 Het proces-verbaal van aangifte, gedaan door [benadeelde ], mede namens [benadeelde partij], pagina 10 en 11.

4 De bijlage weggenomen goederen, opgenomen op pagina 14 tot en met 20 bij het proces-verbaal van aangifte, gedaan door [benadeelde ], mede namens [benadeelde partij].

5 Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door[verbalisant 1], pagina 21 en 22.

6 Het proces-verbaal van verhoor van getuige[getuige 1], pagina 65 en 66.

7 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 53.

8 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2], pagina 70 en 72.

9 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 12 september 2013.

10 De eigen waarneming van de rechtbank ter terechtzitting van 12 september 2013.