Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:4826

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
10-10-2013
Datum publicatie
10-10-2013
Zaaknummer
16/700853-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden voor het plegen van poging tot diefstallen door middel van valse sleutels.

Spreekt verdachte vrij van deelname aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het plegen van autodiefstallen in de periode van 3 december 2012 tot en met 18 maart 2013.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

parketnummer: 16/700853-13

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 10 oktober 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1985] te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats], [adres].

1 Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 september 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de advocaat, mr. I.P.J. Beerens, advocaat te De Meern, naar voren hebben gebracht.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1 op 18 maart 2013 samen met anderen heeft geprobeerd een personenauto te stelen;

Feit 2 op 16 of 17 maart 2013 samen met anderen een personenauto met goederen daarin heeft gestolen dan wel heeft geheeld;

Feiten 3 t/m 6 op 15 of 16 maart 2013, 15 of 16 februari 2013, 27 of 28 februari 2013 en 5 of 6 maart 2013 telkens samen met anderen een personenauto met goederen daarin heeft gestolen;

Feit 7 in de periode van 3 december 2012 tot en met 18 maart 2013 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het plegen van autodiefstallen.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte alle ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. De officier van justitie baseert zich daarbij op de inhoud van de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen van de feiten 1 tot en met 6. Van het onder 7 ten laste gelegde feit dient verdachte echter te worden vrijgesproken. De niet als aparte feiten op de tenlastelegging genoemde, maar wel in het dossier opgenomen autodiefstallen, worden door verdachte ontkend. Ten aanzien van de feiten 1 tot en met 6 is onvoldoende sprake van een gestructureerd duurzaam samenwerkingsverband zodat niet kan worden gekomen tot het oordeel dat sprake is van een criminele organisatie.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Ten aanzien van de feiten 1 tot en met 6

De verdachte heeft bij de politie een verklaring afgelegd over de feiten 1 tot en met 6.

Ter terechtzitting heeft hij verklaard bij die verklaring te blijven en gezegd dat het klopt dat hij de feiten 1 tot en met 6 bekent.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat deze feiten zijn begaan als hierna bewezen verklaard mede op de aangiftes in deze zaken12, op de processen-verbaal van bevindingen met betrekking tot telefoonverkeer3 en op processen-verbaal inzake het terugvinden van enkele auto’s.4

4.3.2

Ten aanzien van feit 7

Aan verdachte wordt verweten dat hij samen met zijn medeverdachte(n) heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die tot oogmerk had autodiefstallen te plegen.

Ter zitting is door de officier van justitie uitdrukkelijk verzocht de niet als aparte feiten op de tenlastelegging genoemde, maar wel in het dossier opgenomen autodiefstallen, buiten beschouwing te laten. De verdediging heeft zich bij dit standpunt aangesloten.

De rechtbank zal gevolg geven aan dit verzoek en haar oordeel baseren op de (poging tot) autodiefstal(len), zoals hiervoor onder de feiten 1 tot en met 4 en 6 uitgewerkt.

Over de overige in het dossier genoemde zaken wordt in dit vonnis dus geen oordeel gegeven.

Dat betekent dat het subsidiaire verzoek van de raadsvrouwe om aanhouding voor het geval deze zaken in de beoordeling betrokken worden geen bespreking behoeft.

Volgens vaste rechtspraak wordt onder organisatie in de zin van artikel 140 Sr verstaan ‘een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen verdachte en ten minste één andere persoon’.

Voor duurzaamheid of bestendigheid is een zekere duur van het samenwerkingsverband een aanwijzing.

In de onderhavige zaak betreft het vijf feiten gepleegd door verdachte en de twee medeverdachten en één feit begaan door verdachte met één medeverdachte.

Deze zes gelijksoortige feiten zijn gepleegd in een periode van ruim vier weken.

Het kan goed zijn dat zonder ingrijpen van politie en justitie de samenwerking langdurig(er) zou zijn voortgezet. Dat is echter niet of onvoldoende komen vast te staan.

Hoewel aannemelijk lijkt dat sprake is van een zekere rolverdeling op grond van ieders mogelijkheden, heeft de rechtbank te weinig inzicht gekregen in enige verdergaande structuur van het samenwerkingsverband tussen verdachte en zijn medeverdachte(n) .

De grens tussen het met meerdere personen meerdere incidentele strafbare feiten plegen en het vormen van een criminele organisatie is dun.

De telefoongesprekken lijken af en toe te wijzen in de richting van een lukraak plegen.

De rechtbank is van oordeel dat wat in deze zaak is komen vast te staan onvoldoende is om te spreken van een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur en daarmee te komen tot het oordeel dat sprake is van een criminele organisatie. Verdachte zal dan ook van dit feit worden vrijgesproken.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat

1.

hij op 18 maart 2013 te Bilthoven, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een personenauto (merk BMW) en/of een of meer goed(eren) en/of geld (uit

voornoemde personenauto), toebehorende aan [benadeelde 1] en/of[benadeelde 2], en

die weg te nemen personenauto en/of goed(eren) en/of geld onder hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel, immers hebben hij, verdachte en/of zijn mededaders,

- een koplamp en achterlicht van voornoemde auto afgeplakt met duct-tape en

- portieren en ramen van voornoemde personenauto geopend,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

2.

Primair

hij op of omstreeks 17 maart 2013 te Bosch en Duin, tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een personenauto (merk BMW) (met daarin kentekenpapier(en), toebehorende aan [benadeelde 3], waarbij verdachte en/of zijn

mededaders de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

3.

hij op of omstreeks 16 maart 2013 te Baarn, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een personenauto (merk Mini Cooper) (met daarin cd's en een broek), toebehorende aan [benadeelde 4], waarbij verdachte en/of zijn

mededaders de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

4.

hij op of omstreeks 16 februari 2013 te Soest, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een personenauto (merk BMW) (met daarin kleding en toiletartikelen en documenten en een navigatiesysteem (merk Navigon) en een sim-kaart en een usb-stick en een telefoonkaart), toebehorende aan[benadeelde 5], waarbij verdachte en/of zijn mededaders de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

5.

hij op of omstreeks 28 februari 2013 te Soest,tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een personenauto (merk Mini Cooper) (met daarin meer golfclubs), toebehorende aan [benadeelde 6], waarbij verdachte en/of zijn mededader de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

6.

hij op of omstreeks 6 maart 2013 te [geboorteplaats], tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een personenauto (merk BMW) (met daarin een rijbewijs en een navigatiesysteem (merk TomTom) en een document en sleutels en kentekenplaat-onderdelen eneen acculader-computer en kentekenbewijzen), toebehorende aan[benadeelde 7], waarbij verdachte en /of zijn mededaders de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1

De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezen verklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Feit 1 poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

Feiten 2, 3, 4, 5 en 6 telkens, diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

5.2

De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, met aftrek van het voorarrest.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat een lagere straf dan door de officier van justitie is gevorderd, dient te worden opgelegd.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en ook met de persoon van de verdachte, zoals dat uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op het uittreksel justitiële documentatie met betrekking tot verdachte d.d. 2 augustus 2013 en op het reclasseringsadvies van 13 juni 2013.

Verdachte heeft samen met zijn medeverdachten in een relatief korte periode van ruim vier weken een vijftal dure auto’s gestolen en een keer geprobeerd dat te doen.

Zij gebruikten hiervoor geavanceerde apparatuur/programmatuur waarmee de digitale gegevens behorend bij de (sleutel van de) auto kon worden gelezen, gemanipuleerd en vervolgens teruggeplaatst. Op die manier kon de auto worden geopend, gestart en weggenomen.

De rechtbank is van oordeel dat de bewezen verklaarde feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen, met name gelet op de waarde van de gestolen auto’s en professionaliteit waarmee dit gebeurde.

Daar staat echter het volgende tegenover:

Verdachte is niet eerder veroordeeld.

Voorafgaande aan de aanhouding leidde hij een stabiel leven leidde en de reclassering heeft op geen van de leefgebieden problemen geconstateerd

Hoewel verdachte ter terechtzitting, waar ook de medeverdachten aanwezig waren, niet geheel openheid van zaken heeft willen geven, heeft hij wel de verantwoording voor zijn daden genomen. Verdachte heeft ook duidelijk gemaakt dat hij inziet dat zijn handelen verkeerd was.

Daarom zal de rechtbank hem een lagere straf opleggen dan aan zijn medeverdachten.

De rechtbank acht het opleggen van een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden passend en geboden. Om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen, zal de rechtbank een deel van deze straf, te weten 3 maanden, voorwaardelijk opleggen.

Daarnaast zal aan verdachte een werkstraf van na te noemen duur worden opgelegd.

7 De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van oordeel dat zowel de vordering van benadeelde [benadeelde 6] als die van [benadeelde 7] kan worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit beide vorderingen af te wijzen nu onvoldoende vaststaat dat sprake is van rechtstreekse schade en een goede onderbouwing van de schade ontbreekt.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde 6], als gevolg van het hiervoor onder 5 bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 703,-- (zegge zevenhonderddrie euro). De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

De gestolen golftas wordt ook al in de bijlage bij de aangifte genoemd. Dat de goederen alleen in de bijlage bij de aangifte worden omschreven is een gebruikelijke gang van zaken.

De veroordeling is hoofdelijk: als en voor zover een mededader betaalt hoeft verdachte niet te betalen.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de benadeelde partij[benadeelde 7] als gevolg van het hiervoor onder 6 bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert dit deel op € 1.058,40 (zegge eenduizend achtenvijftig euro en veertig eurocent). De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

De vordering is in zoverre onvoldoende weersproken. Het enkele feit dat enkele (kleine) schadeposten worden opgevoerd in verband met ontvreemde goederen die niet op de aangifte staan is daartoe onvoldoende: het gaat deels om goederen die veelal aanwezig zijn in auto’s (CD’s, gereedschap, kabels). Het ligt ook op de weg van de dief, die spullen van een ander onder zich heeft genomen, om gemotiveerd te betwisten dat de gestelde waarde juist is, de dief kan immers in concreto aangeven wat de waarde zou kunnen zijn van het ontvreemde. Nu dit is nagelaten is het verweer ook in zoverre onvoldoende onderbouwd.

Dat aangever bepaalde papieren met spoed heeft vervangen is niet ongebruikelijk en blijft voor rekening van de dief.

De veroordeling is hoofdelijk: als en voor zover een mededader betaalt hoeft verdachte niet te betalen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

Wat betreft het restant van de vordering, te weten de reparatiekosten van € 986,15 waarvoor een factuur is overgelegd geldt het volgende. Dat benadeelde deze schade heeft geleden is thans onvoldoende komen vast te staan nu de factuur betrekking heeft op een auto met ander kenteken dan de auto welke betrokken was bij het bewezen verklaarde feit en deze factuur dateert bovendien van vier maanden na het bewezen verklaarde feit.

Een nadere beoordeling in zoverre levert een onevenredige belasting van het strafgeding.

Daarom is de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

8 Het beslag

De onder verdachte in beslag genomen en hem toebehorende auto, te weten de Audi A3 voorzien van het kenteken[kenteken], dient aan verdachte te worden terug gegeven.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24c, 36f, 45, 47, 57, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 7 ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Feit 1 poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

Feiten 2, 3, 4, 5 en 6 telkens, diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft door middel van valse sleutels

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 3 maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van honderdtachtig (180) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 dagen.

Gelast de teruggave aan verdachte van:

de personenauto, merk Audi, type A3, voorzien van het kenteken [kenteken].

Benadeelde partij, ten aanzien van feit 5

Wijst de vordering van [benadeelde 6] toe tot een bedrag van € 703,-- (zegge zevenhonderddrie euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 28 februari 2013 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde 6] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 6], aan de Staat € 703,-- (zegge zevenhonderddrie euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander/anderen is betaald, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 14 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Benadeelde partij, ten aanzien van feit 6

Wijst de vordering van[benadeelde 7] toe tot een bedrag van € 1.058,40 (zegge eenduizend achtenvijftig euro en veertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 6 maart 2013 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde 7] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander/anderen is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 7], € 1.058,40 (zegge eenduizend achtenvijftig euro en veertig eurocent) aan de Staat te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 20 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Voorlopige hechtenis

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Grapperhaus, voorzitter, mrs. E.W. Akkerman en E.M. de Stigter, rechters, in tegenwoordigheid van D.G.W. van de Haar-Kleijer, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 10 oktober 2013.

Mr. Akkerman is buiten staat mede te ondertekenen.

BIJLAGE : De tenlastelegging

1.

hij op of omstreeks 18 maart 2013 te Bilthoven, gemeente De Bilt, althans in

het arrondissement Midden-Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen

een personenauto (merk BMW) en/of een of meer goed(eren) en/of geld (uit

voornoemde personenauto),

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] en/of[benadeelde 2], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s) en

zich daarbij de toegang tot voornoemd(e) personenauto en/of goed(eren) en/of

geld te verschaffen en / of die / dat weg te nemen personenauto en/of

goed(eren) en/of geld onder zijn / hun bereik te brengen door middel van braak

en/of verbreking en/of inklimming en/of valse sleutel,

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s),

- een of meer (kop)lamp(en) en/of (achter)licht(en) van voornoemde auto

afgeplakt (met duct-tape) en/of

(vervolgens) met behulp van een laptop en/of software en/of een of meer

kabel(s) waarmee hij, verdachte en/of zijn mededader(s), informatie uit een

chip van de personenauto kunnen (uit)lezen en/of bewerken en/of

- data (te weten: informatie voor het plaatsen van een nieuwe sleutel)

teruggeplaatst op voornoemde chip en/of

- ( aldus) een nieuwe sleutel, in het bezit van hem, verdachte en/of zijn

mededader(s) toegevoegd aan de personenauto, welk de betreffende sleutel na

voornoemde procedure zal herkennen als een geautoriseerde sleutel en/of

- ( aldus) een of meer portier(en) en/of ra(a)m(en) van voornoemde personenauto

geopend,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

(ZAAK 1)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

Primair

hij op of omstreeks 16 maart 2013 en/of 17 maart 2013 te Bosch en Duin,

althans in het arrondissement Midden-Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft

weggenomen een personenauto (merk BMW) (en/of [met daarin] een of meer

boekje(s) en/of kentekenpapier(en)), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [benadeelde 3], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben

verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik

heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of

inklimming en/of valse sleutel;

(ZAAK 2)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op of omstreeks 18 maart 2013 te Bilthoven, gemeente De Bilt, in elk geval

in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, een personenauto (merk BMW) (en/of [met daarin] een of meer boekje(s)

en/of kentekenpapier(en)) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft

overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven

of het voorhanden krijgen van voornoemde personenauto (merk BMW) (en/of [met

daarin] voornoemd(e) boekje(s) en/of kentekenpapier(en)), wist(en), althans

redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen

goed(eren) betrof;

art 417bis Wetboek van Strafrecht

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 15 maart 2013 en/of 16 maart 2013 te Baarn,

althans in het arrondissement Midden-Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft

weggenomen een personenauto (merk Mini Cooper) (en/of [met daarin] een of meer

cd('s) en/of een broek), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [benadeelde 4], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben

verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik

heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of

inklimming en/of valse sleutel;

(ZAAK 3)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 15 februari 2013 en/of 16 februari 2013 te Soest,

althans in het arrondissement Midden-Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft

weggenomen een personenauto (merk BMW) (en/of [met daarin] een hoeveelheid

kleding en/of een hoeveelheid toiletartikelen en/of een of meer document(en)

en/of een navigatiesysteem (merk Navigon) en/of een sim-kaart en/of een

usb-stick en/of een telefoonkaart), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan[benadeelde 5], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben

verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik

heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of

inklimming en/of valse sleutel;

(ZAAK 4)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op of omstreeks 27 februari 2013 en/of 28 februari 2013 te Soest,

althans in het arrondissement Midden-Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft

weggenomen een personenauto (merk Mini Cooper) (en/of [met daarin] 13, althans

een of meer golfclub(s)), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [benadeelde 6], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben

verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik

heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of

inklimming en/of valse sleutel;

(ZAAK 5)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op of omstreeks 5 maart 2013 en/of 6 maart 2013 te [geboorteplaats] althans in

het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

heeft weggenomen een personenauto (merk BMW) (en/of [met daarin] een

rijbewijs en/of een navigatiesysteem (merk TomTom) en/of een document en/of

een of meer sleutel(s) en/of een of meer kentekenplaat-onderde(e)l(en) en/of

een acculader-computer en/of een of meer kentekenbewijs/-zen), in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan[benadeelde 7], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij

verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren)

onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of

verbreking en/of inklimming en/of valse sleutel;

(ZAAK 6)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

7.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 3 december

2012 tot en met 18 maart 2013 te De Bilt en/of Zeist en/of Bunnik en/of Soest

en/of [geboorteplaats], althans in het arrondissement Utrecht en/of

Midden-Nederland, in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een

organisatie, die werd gevormd door hem, verdachte en/of[verdachte] en/of[medeverdachte]

en/of een of meer ander(en), welke organisatie tot oogmerk had het

plegen van misdrijven, namelijk het plegen van diefstallen in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, van personenauto's en/of een of meer

goed(eren) en/of geld (uit personenauto's), al dan niet gepleegd door middel

van braak, verbreking, inklimming of valse sleutels;

(ZAAK 8)

art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om proces-verbaal 2013060329.eind, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Feit 1: pagina 474; feit 2: pagina 543; feit 3: pagina 567; feit 4: pagina 590; feit 5: pagina 657; feit 6: pagina 679.

3 Feit 1: pagina 534; feit 2: pagina 556; feit 3: pagina 579; feit 4: pagina 645; feit 5: pagina 669; feit 6: pagina 699.

4 Feit 2: pagina 548; feit 3: pagina 575; feit 4: pagina 598; feit 5: pagina 669; feit 6: pagina 684.