Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:3814

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
20-09-2013
Datum publicatie
20-09-2013
Zaaknummer
07.662170-12; 07.690701-12 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Woningoverval, verboden wapenbezit. De rechtbank hanteert bij het bepalen van de hoogte van de straf als uitgangspunt een gevangenisstraf van 4 jaar voor een overval op een woning met meer dan licht geweld. Rekening houdend met de jeugdige leeftijd van een van de slachtoffers, met het letsel dat de andere slachtoffers, in het bijzonder de bewoonster, opgelopen hebben en met het strafrechtelijk verleden van verdachte acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar een passende straf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 07.662170-12; 07.690701-12 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 20 september 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1989] te [vestigingsplaats],

thans verblijvende in de Penitentiaire Inrichting Almere.

1 HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het onderzoek ter terechtzitting is aangevangen op 11 september 2012, waarbij verdachte en zijn toenmalige raadsman mr. A. Taner, advocaat te Lelystad, niet zijn verschenen. Het onderzoek ter terechtzitting is opnieuw aangevangen op 4 december 2012, waarbij verdachte en zijn toenmalige raadsman mr. Taner zijn verschenen. Het onderzoek ter terechtzitting is voortgezet op 29 januari 2013, waarbij verdachte en zijn huidige raadsman mr. A.S. van der Biezen, advocaat te ’s-Hertogenbosch, zijn verschenen. Het onderzoek ter terechtzitting is hervat op 19 maart 2013, op welke datum de inhoudelijke behandeling van de strafzaak heeft plaatsgevonden. Verdachte en zijn raadsman mr. Van der Biezen zijn toen wederom verschenen. Bij vonnis van 2 april 2013 is het onderzoek ter terechtzitting heropend en geschorst voor onbepaalde tijd.

Het onderzoek ter terechtzitting heeft daarna plaatsgevonden ter openbare terechtzitting van 6 september 2013 te Lelystad, waarbij de verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A.S. van der Biezen .

Ter terechtzitting van 4 december 2012 heeft de rechtbank de voeging in het belang van het onderzoek bevolen van de zaak met parketnummer 07.662.170-12 en de zaak met parketnummer 07.690.701-12

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.C.M. Poland en van de standpunten die door de raadsman van verdachte naar voren zijn gebracht.

2 DE TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

07.662170-12

hij op of omstreeks 25 november 2011 in de gemeente Almere tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een portemonnee (met daarin onder andere een geldbedrag en/of (een) bankpas(sen) en/of identiteitsdocument(en)) en/of één of meerdere huissleutel(s) en/of autosleutel(s) en/of een mobiele telefoon (merk: Nokia), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), meermalen, in ieder geval éénmaal, (met kracht)

- via de voordeur van voornoemde woning de woning is/zijn binnengedrongen en/of

- op/tegen/in het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geduwd, waardoor die [slachtoffer 1] tegen een kast en/of (vervolgens) op de grond is gevallen en/of

- die [slachtoffer 1] bij de nek vast heeft/hebben gepakt en/of gehouden en/of

- op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of

- een stroomstootwapen/taser op/tegen/in de rug, in ieder geval op/tegen/in het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gebruikt en/of gedrukt en/of

- diverse vertrekken en/of verdiepingen van voornoemde woning heeft/hebben betreden en/of - (met een voorwerp) op/tegen het (achter)hoofd van die [slachtoffer 2] heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of

- met (een) tie-rip(s), in ieder geval met (een) soortgelijk(e) voorwerp(en), de pols(en) van die [slachtoffer 2] heeft/hebben vastgebonden en/of

- op/tegen/in/aan het lichaam van die [slachtoffer 3] heeft geduwd en/of getrokken, waardoor die [slachtoffer 3] op de grond terechtkwam en/of

- een stuk (duck)tape op de mond van die [slachtoffer 3] heeft geplakt, terwijl die [slachtoffer 3]zich al liggend op de grond bevond en/of

- (daarbij/daarna) die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] de volgende woorden heeft/hebben toegevoegd:

* "Als je je bek niet houdt, dan steek ik je dood."en/of

* "Als je gaat schreeuwen, dan steek ik je dood."en/of

* "Sta op en ga naar beneden.",

althans(telkens) woorden van gelijke aard of strekking, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zijn/hun gezicht en/of hoofd had(den) gecamoufleerd/bedekt door het dragen van (een) capuchon(s)/muts(en) en/of een panty/maillot over/op het hoofd.

07.690701-12

hij op of omstreeks 02 juli 2012 in de gemeente Almere tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen een of meer wapens van categorie III, te weten een start/alarmpistool (merk: BBM (Bruni), model: New Police, kaliber 8mm Knal), en/of munitie van categorie III, te weten vier (scherpe) patronen (merk: GFL, kaliber 8mm Knal), voorhanden heeft gehad.

3 DE VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

De raadsman heeft ter terechtzitting van 6 september 2013 gesteld dat de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard moet worden in de vervolging van verdachte, omdat hij processen-verbaal van verhoor van [getuige] van de Regiopolitie IJsselland d.d. 5 juli 2012 en 19 juli 2012 niet tijdig heeft ontvangen en omdat de officier van justitie zijn verhoorrecht ten aanzien van [getuige] stelselmatig heeft ondermijnd door geen inzicht te verschaffen in de gang van zaken met betrekking tot de verhoren door de politie van [getuige] en niet tijdig stukken die daar betrekking op hebben aan het dossier toe te voegen.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Weliswaar heeft de officier van justitie genoemde processen-verbaal pas kort voor de terechtzitting van 6 september 2013 aan de verdediging toegestuurd, maar geen aanknopingspunt bestaat voor de stelling dat de officier van justitie daarmee de verdediging heeft gedwarsboomd, te minder nu in genoemde processen-verbaal de betrokkenheid van verdachte bij hetgeen tenlastegelegde is niet rechtstreeks aan de orde komt. Naar het oordeel van de rechtbank is er evenmin sprake van een strategie van ondermijnen van het hoorrecht van de raadsman. Op verzoek van de verdediging zijn in de loop van procedure processen-verbaal van de politie betreffende verhoren van de getuige [getuige] aan het dossier toegevoegd en is de getuige [getuige] door de rechter-commissaris gehoord. Daardoor is meer inzicht verkregen in de gang van zaken rond de politieverhoren van [getuige]. Niet gebleken is echter dat het openbaar ministerie in dit verband bewust een onjuiste voorstelling van zaken gegeven heeft, informatie achter gehouden heeft of anderszins de verwezenlijking van de betrokken verdedigingsrechten heeft belemmerd. De rechtbank concludeert dan ook dat er geen sprake is van een doelbewuste of grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte.

4 DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft naar voren gebracht dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde te komen. De door [getuige] afgelegde verklaringen dienen niet voor het bewijs te worden gebezigd, omdat de verklaringen van die [getuige] niet betrouwbaar, maar leugenachtig zijn en omdat zij daderkennis had die zij via de politie had verkregen.

Het oordeel van de rechtbank 1

De rechtbank acht het met parketnummer 07.662170-12 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Zij baseert haar oordeel op de volgende bewijsmiddelen.

1. de aangifte van [slachtoffer 1]2 , wonende te [woonplaats] aan de [adres], voor zover die inhoudt:

Op 25 november 2011 opende ik de voordeur van mijn woning en werd direct naar binnen geduwd. Ik viel naar achteren tegen de schoenenkast. Ik zag drie mannen naar binnen komen. Ik werd op de grond geduwd. Ik hoorde iets knetteren en voelde geduw in mijn rug. Ik werd in mijn nek vastgehouden. Ik werd ook geslagen op mijn hoofd. Ik hoorde een van die mannen zeggen:"Als je je bek niet houdt, dan steek ik je dood." Ik kreeg toen nog een harde klap op mijn hoofd. Ik hoorde voetstappen op de trap. Daardoor wist ik dat er een van die mannen naar boven was gegaan. De buurvrouw is naar binnen gegaan om bij mijn vrouw te kijken. Die lag bewusteloos bij de huiskamerdeur. De portemonnee van mijn vrouw is van de keukentafel of uit de la gepakt. In de portemonnee zaten de id-kaarten van mijzelf en mijn vrouw, ING bankpas, wat kleingeld, AGIS pas. Verder mis ik mijn mobiele telefoon. Er is wel iemand boven geweest. Mijn kleinzoon heeft dat gezien. Die man heeft mijn kleinzoon op de grond gegooid en zijn mond afgeplakt met tape. Ik hoorde van mijn kleinzoon dat die man een soort kous over zijn hoofd had. Bij het wegrennen van de mannen droegen ze hun capuchons. De mannen droegen sweaters met capuchons op.

2. de aangifte van [slachtoffer 2]3, wonende te [woonplaats] aan de [adres], opgenomen op 25 november 2011, voor zover die inhoudt:

Vanochtend ben ik samen met mijn partner [slachtoffer 1] opgestaan. [slachtoffer 1] liep de kamer uit om naar zijn werk te gaan. Ik zat aan de eettafel en hoorde gerommel in de gang. Vanaf dat moment weet ik niets meer. Ik ben kennelijk doordat er tegen mijn wil opzettelijk en met kracht geweld op mij is uitgeoefend direct bewusteloos geraakt. Ik hoorde in het ziekenhuis dat er om een van mijn polsen een tie-rip zat. Verder heb ik een wond op mijn achterhoofd.

Mijn kleinzoon [slachtoffer 3] vertelde mij toen ik uit het ziekenhuis thuis kwam dat hij [slachtoffer 1] hoorde schreeuwen. Hierop kwam er iemand naar boven toe die [slachtoffer 3] in mijn slaapkamer op de grond heeft gelegd en zijn mond met tape afplakte. [slachtoffer 3] vertelde mij dat deze man toen zei dat hij niet mocht bewegen anders zou hij [slachtoffer 3] dood steken. Op dit moment ontbreekt de mobiele telefoon van [slachtoffer 1], een Nokia. Mijn portemonnee is weg met daarin diverse pasjes waaronder mijn ziekenfondspas, ID-kaart en bankpas. Ook is een huissleutel en een autosleutel van ons weggenomen.

3. de verklaring van [slachtoffer 3]4, samengevat5, voor zover die inhoudt:

Toen hoorde ik geschreeuw van mijn opa. Ik ging kijken wat er was. Toen kwam er een omhoog hij had een capuchon op. Ik liep achteruit naar de kamer van mijn oma. Ik werd door die man achteruit de kamer van mijn oma in geduwd. De man legde mij op de grond. Hij zei: “Ga liggen”. De man zei: “als je blijft schreeuwen dan steek ik je dood”. Ik zag dat hij een rol tape pakte. De man scheurde een stuk tape af met zijn mond. Hij plakte de tape op mijn mond. Ik heb zijn mond niet gezien, daar zat wat voor. Daarna deed hij een witte majo op.

4. het relaas van verbalisanten[verbalisant 1] en [verbalisant 2]6, voor zover inhoudende:

Op 25 november 2011 heeft er een overval plaats gevonden in een woning aan de [adres] te [woonplaats]. Wij hebben een onderzoek verricht op de plaats delict. Wij zagen in de hal een kast staan met daarop een stuk grijs duct-tape. De duct-tape was door de daders gebruikt om de mond van slachtoffer 3 te tapen. Op de plakzijde van het stuk duct-tape werd een “vingertopje” van een latex handschoen aangetroffen (SIN AAAW1540NL). Op 21 december 2011 werd het topje van de latex handschoen (SIN AAAW1540NL) voor onderzoek verzonden naar het NFI.

5. het rapport van het NFI7, voor zover inhoudende:

De binnenzijde van het stukje latex handschoen is bemonsterd. Van het DNA in de bemonstering van AAAW1540NL (stukje latex handschoen) is een DNA profiel verkregen. Het celmateriaal kan afkomstig zijn van een man, waarbij de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met dit DNA-profiel kleiner is dan één op één miljard. Het verkregen profiel is vergeleken met de DNA-profielen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken en de uitkomst daarvan is dat het celmateriaal afkomstig kan zijn van [verdachte], DNA-profielcluster 19624.

6. de verklaring van [getuige]8, op 16 juli 2012 afgelegd tegenover de politie Flevoland met betrekking tot een overval in Almere gepleegd in november 2011, voor zover inhoudende:

Ik wil meewerken omdat er een kind bij betrokken is geweest en er geweld is gebruikt. Dit heeft [verdachte] toen verteld. Het was 26 november toen ik [verdachte] zag. [verdachte] vertelde dat zij met zijn drieën bij de deur waren. Een man deed open. Zij wilden gelijk met zijn allen naar binnen. Toen werd de man getaserd. [verdachte] ging naar boven. Toen hij boven kwam zag hij plots het kind.

7. de verklaring van [getuige], afgelegd tegenover de rechter-commissaris op 27 juni 2013, voor zover inhoudende:

Door de politie Flevoland ben ik een keer gehoord. Ik heb toen verteld hoe het is gegaan.

Op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen komt de rechtbank tot de conclusie dat verdachte een van de drie mannen was die de overval op 25 november 2011 te Almere heeft gepleegd.

De raadsman heeft ter terechtzitting van 6 september 2013 als verweer gevoerd dat de verklaringen van [getuige] niet als bewijs gebezigd mogen worden, omdat die [getuige] leugenachtig en onbetrouwbaar heeft verklaard, hetgeen ingegeven is door haar wens te ontkomen aan de verplichting om een schuld aan verdachte in te lossen. Daarnaast is zij bij de bevraging door de politie op ongeoorloofde wijze gestuurd, onder meer door aan te geven dat verdachte een bekennende verklaring afgelegd had.

De rechtbank verwerpt dit verweer.

Wat er ook zij van een schuld van de getuige aan de verdachte, onvoldoende aannemelijk is geworden dat bijzondere redenen bestonden voor de getuige om een belastende verklaring voor verdachte af te leggen, die niet op waarheid berust.

Uit de verklaring die zij bij de rechter-commissaris afgelegd heeft, valt niet af te leiden dat de politie tegen de getuige heeft gezegd dat verdachte een bekennende verklaring afgelegd had, hooguit dat bij de getuige zelf de gedachte postgevat heeft, dat hij een bekennende verklaring afgelegd had. Dat sluit uit dat de politie de getuige een belastende verklaring tegen verdachte in de mond gelegd heeft.

Eveneens in de verklaring, die de getuige bij de rechter-commissaris heeft afgelegd, geeft zij aan dat de politie tijdens de verhoren als eerste de naam van verdachte genoemd heeft en daarbij het in zaak 07.662170-12 ten laste gelegde ter sprake gebracht heeft. Dat betekent in de ogen van de rechtbank nog niet dat de politie de getuige zodanig van informatie voorzien heeft, dat haar verklaring niet als bewijs te gebruiken zou zijn.

De rechtbank vindt daarentegen dat de getuige tijdens de verhoren door de politie en bij de rechter-commissaris consistent verklaard heeft over de betrokkenheid van verdachte bij voornoemd ten laste gelegd feit.

De rechtbank komt tot de slotsom dat de verklaringen van de getuige [getuige] als bewijsmiddel gebruikt kunnen worden

De rechtbank acht het in de zaak met parketnummer 07.690701-12 ten laste gelegde eveneens wettig en overtuigend bewezen. Zij baseert haar oordeel op het aantreffen van het wapen en de munitie9, het onderzoek naar het wapen en de munitie10 en de bekennende verklaring van verdachte11.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat:

07.662170-12

hij op 25 november 2011 in de gemeente Almere tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een portemonnee (met daarin onder andere een geldbedrag en een bankpas en identiteitsdocumenten) en één huissleutel en autosleutel en een mobiele telefoon (merk: Nokia), toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, en/of zijn mededaders, (met kracht)

- via de voordeur van voornoemde woning de woning is/zijn binnengedrongen en

- op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geduwd, waardoor die [slachtoffer 1] tegen een kast en vervolgens op de grond is gevallen en

- die [slachtoffer 1] bij de nek vast heeft/hebben gepakt en/of gehouden en

- op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geslagen en

- een stroomstootwapen/taser tegen/in de rug van die [slachtoffer 1] gedrukt en

- diverse vertrekken en/of verdiepingen van voornoemde woning heeft/hebben betreden en

- (met een voorwerp) op/tegen het achterhoofd van die [slachtoffer 2] heeft/hebben geslagen en

- met (een) tie-rip(s) de pols(en) van die [slachtoffer 2] heeft/hebben vastgebonden en

- tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] heeft geduwd, waardoor die [slachtoffer 3] op de grond terechtkwam en

- een stuk (duck)tape op de mond van die [slachtoffer 3] heeft geplakt, terwijl die [slachtoffer 3]zich al liggend op de grond bevond en

- (daarbij/daarna) die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] de volgende woorden heeft/hebben toegevoegd:

* "Als je je bek niet houdt, dan steek ik je dood."en/of

* "Als je gaat schreeuwen, dan steek ik je dood."en/of

* "Sta op en ga naar beneden.",

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededaders zijn/hun gezicht en hoofd had(den) gecamoufleerd/bedekt door het dragen van een capuchons en/of een panty/maillot over/op het hoofd.

07.690701-12

hij op of omstreeks 02 juli 2012 in de gemeente Almere tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen een of meer wapens van categorie III, te weten een start/alarmpistool (merk: BBM (Bruni), model: New Police, kaliber 8mm Knal), en/of munitie van categorie III, te weten vier (scherpe) patronen (merk: GFL, kaliber 8mm Knal), voorhanden heeft gehad.

Van het meer of anders ten laste gelegde zal verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

6 KWALIFICATIE

Het bewezene levert op:

07.662170-12: Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

07.690701-12: Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

7 STRAFBAARHEID

De feiten en verdachte zijn strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

8 STRAFOPLEGGING

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaar, met aftrek van voorarrest. Zij heeft voorts gevorderd de in beslag genomen voorwerpen te onttrekken aan het verkeer.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor vrijspraak en heeft zich ten aanzien van een op te leggen straf niet uitgelaten, anders dan dat hij de vordering van de officier van justitie draconisch vindt.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een lange onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, gelet ook op het strafrechtelijk verleden van de verdachte, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.

Ten aanzien van de hoogte van de op te leggen vrijheidsstraf heeft de rechtbank meegewogen dat verdachte samen met anderen een zeer gewelddadige overval op een woning heeft gepleegd. Daarbij is jegens een oudere vrouw zodanig geweld gebruikt dat zij buiten bewustzijn is geraakt en in het ziekenhuis aan haar verwondingen is behandeld. Bij een jongen van 10 jaar is de mond getaped en tegen hem zijn doodsbedreigingen geuit. De geborgenheid, waarin de bewoners zich in hun eigen woning moesten kunnen koesteren, is bij de overval op grove wijze aangetast. De slachtoffers hebben, zo blijkt uit hun slachtofferverklaringen, langdurig nadelige psychische gevolgen, onder meer bestaande uit sterke gevoelens van angst en onveiligheid, ondervonden van hetgeen hun aangedaan is door verdachte en zijn mededaders. De rechtbank rekent dit verdachte zeer zwaar aan.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank eveneens rekening gehouden met een uittreksel justitiële documentatie van verdachte d.d. 19 juli 2013, waaruit blijkt dat verdachte eerder met politie en justitie in aanraking is geweest ter zake van vermogensdelicten, waaraan een gewelddadig karakter niet ontzegd kan worden.

De rechtbank zal bij het bepalen van de hoogte van de straf als uitgangspunt een gevangenisstraf van 4 jaar voor een overval op een woning met meer dan licht geweld hanteren. Rekening houdend met de jeugdige leeftijd van een van de slachtoffers, met het letsel dat de andere slachtoffers, in het bijzonder de bewoonster, opgelopen hebben en met het strafrechtelijk verleden van verdachte acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar een passende straf.

9 BESLAG

De rechtbank is van oordeel dat de op de beslaglijst vermelde wapens moeten worden onttrokken aan het verkeer, omdat met betrekking tot die voorwerpen het bewezen verklaarde feit (parketnummer 07.690701-12) is begaan, dan wel omdat die aan de verdachte toebehorende voorwerpen bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit, dan wel het feit waarvan hij wordt verdacht, is aangetroffen, terwijl het voorwerp kan dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke misdrijven dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan en die voorwerp van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

10 DE BENADEELDE PARTIJ

Voor aanvang van de terechtzitting hebben [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3]

zich als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit met parketnummer 07.662170-12 . De hoogte van die schade wordt door de benadeelde partijen begroot op respectievelijk een bedrag van € 1.287,55 , € 1.16276 en € 1.150,-.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat de hierboven genoemde benadeelde partijen rechtstreeks schade hebben geleden ten gevolge van het onder parketnummer 07.662170-12 bewezen verklaarde feit. De hoogte van die schade is genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van respectievelijk € 1.287,55 , € 1.162,76 en € 1.150,-, vermeerderd met de kosten die – tot op heden – worden begroot op nihil.

De vorderingen van de benadeelde partijen, die in die vordering ontvankelijk zijn, zijn in dier voege toewijsbaar.

Als extra waarborg voor betaling aan de benadeelde partij zal de rechtbank overeenkomstig artikel 36 f van het Wetboek van Strafrecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom ten behoeve van de benadeelde partij.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

11 TOEPASSELIJKHEID WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 10, 27, 36f, 57, 91, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart de bewezen verklaarde feiten strafbaar;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Beslag

- verklaart onttrokken aan het verkeer de op de “Lijst van inbeslaggenomen voorwerpen” vermelde voorwerpen, te weten

* een wapen, kleur zwart, inclusief een patroonhouder en 1 knalpatroon;

* een wapen, gelijkend op een bijl met 2 messen;

* een wapen, sierwapen, dolkachtig met 2 messen;

Benadeelde partijen

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], wonende te [woonplaats], van een bedrag van € 1.287,55 (zegge: eenduizendtweehonderdzevenentachtig euro en vijfenvijftig eurocent), waarvan € 1.150 wegens immateriële schade, hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover verdachtes mededader/mededaders betaalt/betalen, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd, vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop het thans bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten 25 november 2011, tot die van de voldoening;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], wonende te [woonplaats], van een bedrag van € 1.162,76 (zegge: eenduizendeenhonderdtweeenzestig euro en zesenzeventig eurocent), waarvan € 1.150 wegens immateriële schade, hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover verdachtes mededader/mededaders betaalt/betalen, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd, vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop het thans bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten 25 november 2011, tot die van de voldoening;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3], wonende te [woonplaats], van een bedrag van € 1.150 (zegge: eenduizendeenhonderdtvijftig euro) wegens immateriële schade, hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover verdachtes mededader/mededaders betaalt/betalen, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd, vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop het thans bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten 25 november 2011, tot die van de voldoening;

- veroordeelt de verdachte voorts in de kosten, door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

- legt op aan de verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 1.287,55 ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] voornoemd, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 25 dagen hechtenis;

- legt op aan de verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 1.162,76 ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] voornoemd, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 23 dagen hechtenis;

- legt op aan de verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 1.150,- ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] voornoemd, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 23 dagen hechtenis;

- bepaalt dat, indien de verdachte en/of zijn mededader/mededaders (gedeeltelijk) heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen (in zoverre) komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte en/of zijn mededader/mededaders (gedeeltelijk) heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat (in zoverre) komt te vervallen;

Dit vonnis is gewezen door mr. C.A. de Beaufort, voorzitter, mrs. Z.J. Oosting en H. Vegter, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.H. Ruitenbeek, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 september 2013.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het zaaksdossierdossier met het nummer 2011081372, doorgenummerd 001 tot en met 499.

2 Pagina 27-31.

3 Pagina 37- 39

4 Pagina 43-67

5 Pagina 68

6 Pagina 155-157

7 Pagina 194-202

8 Pagina 280-286

9 Pagina 299

10 Pagina 321

11 Pagina 22