Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:3402

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
28-06-2013
Datum publicatie
16-08-2013
Zaaknummer
C-16-344559 - KG ZA 13-363
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Merkinbreuk na einde distributie-overeenkomst. Onjuiste en misleidende mededelingen aan voormalige klanten distributeur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/344559 / KG ZA 13-363

Vonnis in kort geding van 28 juni 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ALP LIFT B.V.,

gevestigd te De Meern (gemeente Utrecht),

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. I.I.L. Jansen te Utrecht,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BÖCKER NEDERLAND B.V.,

statutair gevestigd te Culemborg,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. C.M. Brouwers te Horst.

Partijen zullen hierna Alp Lift en Böcker genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    het herstelexploit

  • -

    de conclusie van antwoord tevens conclusie van eis in reconventie

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van Alp Lift

  • -

    de pleitnota van Böcker.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Alp Lift is een onderneming die zich bezig houdt met de productie, verkoop en distributie van liften en hoogwerksystemen alsmede de verhuur en het onderhoud daarvan.

2.2.

Böcker heeft dezelfde bedrijfsactiviteiten als Alp Lift. Zij maakt deel uit van de Böcker-groep, waartoe ook Böcker AG (als moedermaatschappij) en Böcker Maschinen-werke GmbH (hierna: Böcker Duitsland) behoren.

2.3.

Op 20 februari 1987 heeft de vennootschap onder firma Alpas (hierna: Alpas) bij het Benelux Merkenbureau het woordmerk ALP geregistreerd.

2.4.

Bij brief van 4 januari 1988 heeft de rechtsvoorgangster van Böcker Duitsland (Robert Böcker GmbH) aan Alpas bevestigd dat het Alpas is toegestaan om in de Benelux en Frankrijk zogenaamde ALP-liften te distribueren, die werden geproduceerd door de firma Th. Niehues te Münster (hierna: Niehues).

2.5.

Op enig moment na 1995 heeft Alp Lift deze distributie, met stilzwijgende toestemming van de Böcker-groep, overgenomen.

2.6.

Alp Lift heeft de volgende merken ingeschreven in het Benelux Merkenregister:

  • -

    het woordmerk ALP voor klassen 7 en 9 (inschrijvingsnummer 0426754),

  • -

    het woordmerk ALP voor klassen 7, 35 en 37 (inschrijvingsnummer 0599589),

  • -

    het woordmerk ALP LIFT voor klassen 7, 9, 35 en 37 (inschrijvingsnummer 0685756)

  • -

    het volgende beeldmerk voor de klassen 7, 9, 35 en 37 (inschrijvingsnummer 0701141):

2.7.

Op 3 april 2006 heeft Böcker AG bij het Deutsches Patent und Markenamt het volgende merk gedeponeerd (hierna ook te noemen: het logo):

2.8.

Bij brief van 14 mei 2012 heeft Böcker Duitsland de distributie-overeenkomst met Alp Lift opgezegd.

2.9.

Op 30 augustus 2012 hebben Alp Lift, Böcker AG en Böcker Duitsland een vaststellingsovereenkomst gesloten met - voor zover relevant - de volgende inhoud:

“(…)

3. The parties agree that they are in open commercial competition with each other regarding the sale of the Niehues produced Alp Lifts by Böcker Maschinenwerke and Böcker Nederland.

(…)

5. Böcker Maschinenwerke and Böcker Nederland will refrain from using the trade marks ALP and ALP Lift in the Benelux and France.

6. Böcker Maschinenwerke and Böcker Nederland will refrain from using the following pictural trade mark in the Benelux and France:

7. AL [Alp Lift; toevoeging voorzieningenrechter] will withdraw the registration numbered nr 1251133 of the following pictorial trade mark and refrain from using this pictorial trade mark except in the course of the sale of Alp Lifts purchased with Niehues or currently available in the stock of AL:

(…)

9. Parties agree that with the above arrangements they have come to a mutually satisfactory agreement on the change of the sales structure in the Benelux and France and they herewith release one another of any obligations other than the obligations contained in this settlement agreement.

(…)”

2.10.

In de uitgave van september 2012 van het vakblad Verticaal van RENTIT is het volgende artikel opgenomen:

2.11.

Op 9 oktober 2012 heeft Böcker AG bij het Merkenbureau van de Europese Unie een aanvraag ingediend voor registratie van het teken ALP-LIFT als merk. Alp Lift heeft daartegen oppositie ingesteld.

2.12.

In februari 2013 heeft Böcker op haar stand op de Bouwbeurs in de Jaarbeurs Utrecht een brochure uitgereikt met de volgende inhoud:

2.13.

In mei 2013 heeft Böcker aan diverse ondernemingen een mailing gestuurd met de volgende inhoud:

3 Het geschil in conventie

3.1.

Alp Lift vordert  samengevat - dat Böcker:

  • -

    bevolen wordt iedere verdere inbreuk op de merkrechten van Alp Lift te staken en gestaakt te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom,

  • -

    bevolen wordt het doen van onrechtmatige uitlatingen ten aanzien van Alp Lift jegens klanten en andere relevante partijen in de markt van liften en hoogwerkers te staken en gestaakt te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom,

  • -

    bevolen wordt een door Alp Lift in de dagvaarding geformuleerde rectificatie te plaatsen op haar website,

  • -

    bevolen wordt een door Alp Lift in de dagvaarding geformuleerde rectificatie te laten plaatsen in het vakblad Verticaal,

  • -

    veroordeeld wordt in de proceskosten conform artikel 1019h Rv.

3.2.

Böcker voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

Böcker vordert  samengevat - in reconventie:

primair: dat Alp Lift veroordeeld wordt om te gehengen en te gedogen dat Böcker het logo inschrijft bij het BBIE en zich te onthouden van het voeren van oppositie bij het BBIE, op straffe van verbeurte van een dwangsom,

subsidiair: dat Alp Lift veroordeeld wordt te gehengen en te gedogen dat Böcker het logo zal gebruiken in andere zin dan het inschrijven bij het BBIE, totdat de procedure inzake de Europese registratie is beslecht tot in de hoogste instantie,

primair en subsidiair: dat Alp Lift veroordeeld wordt in de kosten van de procedure conform artikel 1019h Rv.

4.2.

Alp Lift voert verweer.

4.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling in conventie

Bezwaar tegen producties

5.1.

Böcker heeft bezwaar gemaakt tegen overlegging door Alp Lift van haar producties 20 tot met 26, aangezien deze te laat in het geding zijn gebracht.

De voorzieningenrechter heeft dit bezwaar ter zitting afgewezen, omdat de producties eerder zijn overgelegd dan de door het Procesreglement kort geding en de Richtlijnen indicatietarieven in IE-zaken toegestane 24 uur voor de zitting en niet gebleken is dat Böcker door de late indiening in zijn verdediging is geschaad.

Inbreuk op merkrechten

5.2.

De kern van het geschil tussen partijen betreft het antwoord op de vraag of Böcker door het gebruik van het logo inbreuk maakt op de merkrechten van Alp Lift met betrekking tot de door haar in het Benelux Merkenregister gedeponeerde woord- en beeldmerken.

5.3.

Böcker betwist op zich niet dat Alp Lift merkrechten heeft met betrekking tot de door haar gedeponeerde woord- en beeldmerken. Zij stelt zich weliswaar op het standpunt dat de merken te kwader trouw zijn gedeponeerd althans dat de inschrijving van het woordmerk ALP (inschrijvingsnummer 0426754) is vervallen, maar erkent dat de vordering tot het aantasten van de geldigheid van deze merken is verjaard.

5.4.

Wel handhaaft Böcker haar stelling dat zij in een bodemprocedure de merken van Alp Lift nietig kan laten verklaren op grond van het bepaalde in artikel 2.4 sub e BVIE, aangezien sprake is van een algemeen bekend merk in de zin van artikel 6bis van het Verdrag van Parijs.

5.5.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat een beroep op nietigheid op grond van artikel 2.4 sub e BVIE moet worden gedaan binnen een termijn van vijf jaar te rekenen vanaf de datum van inschrijving. Die termijn is ruimschoots verstreken. De termijn van vijf jaar geldt alleen dan niet, indien het betreffende merk te kwader trouw is gedeponeerd (artikel 2.28 lid 3 BVIE). Gelet op het feit dat Alpas, de voorganger van Alp Lift als distributeur van de in opdracht van de Böcker-groep vervaardigde liften, in 1987 van de directeur van de groep toestemming heeft gekregen voor het deponeren van het teken ALP-LIFT (zie productie 7 van Böcker), acht de voorzieningenrechter het niet waarschijnlijk dat de bodemrechter zal oordelen dat Alp Lift de merken te kwader trouw heeft gedeponeerd. Afgezien daarvan heeft Böcker ook niet voldoende aannemelijk gemaakt dat de merken ten tijde van het deponeren daarvan al bekende merken waren in de zin van artikel 6bis van het Verdrag van Parijs. Dit betekent dat de merken van Alp Lift vooralsnog voor geldig moeten worden gehouden.

5.6.

De voorzieningenrechter kan Böcker evenmin volgen in haar betoog dat de merkrechten van Alp Lift zouden zijn uitgeput door het feit dat Böcker Duitsland de betreffende liften in andere landen dan de Benelux en Frankrijk in het verkeer mag brengen onder haar eigen ALP LIFT merken. Uitputting van het merkenrecht van Alp Lift kan zich immers alleen voordoen bij liften en hoogwerkers die rechtmatig met toestemming van Alp Lift in de Benelux (of Frankrijk) op de markt zijn gebracht.

5.7.

Vervolgens dient beoordeeld te worden of Böcker door het gebruik van het logo inbreuk maakt op de merkrechten van Alp Lift. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is sprake van schending van het bepaalde in artikel 2.20 lid 1 sub b BVIE, nu het kenmerkende bestanddeel van het logo van Böcker bestaat uit de woorden ALP en LIFT en deze woorden auditief en begripsmatig volledig overeenstemmen met het woordmerk ALP LIFT van Alp Lift. Ook in visuele zin is er sprake van een grote mate van overeenstemming. Gelet op deze grote mate van overeenstemming en de door Alp Lift overgelegde verklaringen van (voormalige) klanten van Alp Lift acht de voorzieningenrechter in hoge mate aannemelijk dat door het gebruik van het logo door Böcker bij het publiek verwarring is ontstaan.

5.8.

De stelling van Böcker dat het gebruik van het logo niet aangemerkt kan worden als gebruik van de merken van Alp Lift, kan de voorzieningenrechter niet volgen. Door het gebruik van het logo wordt immers in het economisch verkeer gebruik maakt van een teken dat ertoe strekt om de waren en diensten van een andere onderneming te onderscheiden. Daarmee is sprake van gebruik van een teken als merk.

5.9.

Böcker zou door het gebruik van het logo alleen dan geen inbreuk maken op de merkrechten van Alp Lift, indien zij daarvoor toestemming zou hebben verkregen van Alp Lift als merkhouder (conform de aanhef van lid 1 van artikel 2.20 BVIE). Van een dergelijke toestemming is evenwel niets gebleken. In ieder geval kan uit de door partij gesloten vaststellingsovereenkomst een dergelijke toestemming niet worden afgeleid. In de artikelen 5 en 6 bevestigt Böcker expliciet dat zij zich zal onthouden van het gebruik van de woord- en beeldmerken van Alp Lift. Uit de omstandigheid dat in artikel 3 is bepaald dat partijen in “open commerciële concurrentie” met elkaar staan en dat Alp Lift zich conform artikel 7 zal onthouden van gebruik van het logo van Böcker buiten de verkoop van van Niehues afgenomen liften, kan een dergelijke toestemming niet worden afgeleid met betrekking tot de verkoop van de door Niehues geproduceerde ALP-liften in de Benelux en Frankrijk. Uit artikel 3 van de vaststellingsovereenkomst volgt - anders dan Böcker stelt - alleen dat het Böcker vrijstaat om de door Niehues geproduceerde ALP-liften in de Benelux te verkopen, maar dat reikt - in het licht van de artikelen 5 en 6 - niet zo ver dat zij dat mag doen onder de benaming ALP LIFT, dat onderdeel uitmaakt van de merken van Alp Lift.
Gelet op het feit dat het logo in hoge mate overeenstemt met het woordmerk ALP LIFT van Alp Lift noopte het bepaalde in artikel 5 van de vaststellingsovereenkomst ertoe om - indien partijen daadwerkelijk zouden hebben beoogd om gebruik van het logo door Böcker toe te staan in de Benelux en Frankrijk - dit uitdrukkelijk in de vaststellingsovereenkomst te bepalen. Daarvan is evenwel geen sprake.

5.10.

Dit betekent dat Böcker door het gebruik van het logo inbreuk maakt op de rechten van Alp Lift met betrekking tot het woordmerk ALP LIFT.

5.11.

Volgens Böcker zijn alle rechtsvorderingen met betrekking tot deze inbreuk evenwel verjaard op grond van de algemene verjaringstermijn van artikel 3:306 BW.

5.12.

Met deze stelling miskent Böcker evenwel dat deze termijn begint te lopen bij elke inbreuk op het merkrecht van Alp Lift, zodat de vorderingen ten aanzien van de door Alp Lift in de onderhavige procedure aan de orde gestelde inbreuken niet verjaard kunnen zijn.

5.13.

Van misbruik van bevoegdheid als bedoeld in artikel 3:13 BW, strijd met de redelijkheid en billijkheid of onrechtmatig handelen door Alp Lift door zich te beroepen op haar merkrechten, is - anders dan Böcker stelt - geen sprake. De merkrechten van Alp Lift moeten in ieder geval in het kader van dit kort geding als geldig worden aangemerkt en Alp Lift heeft een gerechtvaardigd belang bij het handhaven van deze merkrechten, namelijk het voorkomen van het gevaar van verwarring in de markt. De omstandigheid dat de Böcker-groep toestemming heeft gegeven voor de registratie van de betreffende merken “als een extra zekerheid voor de distributeur om haar merken in Nederland steviger neer te zetten”, doet hieraan niet af. De Böcker-groep had er immers niet voor hoeven kiezen om de registratie door de distributeur te laten verrichten, maar had de merken ook op eigen naam in het Benelux Merkenregister kunnen registreren. Nu zij heeft toegelaten dat de (toenmalige) distributeur tot het deponeren van de merken is overgegaan, kan zij Alp Lift niet verwijten van haar rechten met betrekking tot deze merken gebruik te maken.

5.14.

De omstandigheid dat (Alp Lift weet dat) het logo van Böcker standaard in enkele liften en hoogwerkers afkomstig van producent Niehues wordt gestanst en daarmee een onlosmakelijk onderdeel uitmaakt van de betreffende producten, maakt het voorgaande niet anders. Door toestemming te verlenen tot het deponeren door haar distributeur van het met het logo overeenstemmende woordmerk ALP LIFT had de Böcker-groep zich moeten realiseren dat daarmee het gebruik van dit logo door haar voor de Beneluxmarkt zou zijn afgesneden en dat zij het productieproces daarop zou moeten (laten) aanpassen. Indien zij na opzegging van de distributieovereenkomst gebruik van het logo voor de Beneluxmarkt had willen voortzetten, had zij dit in de vaststellingsovereenkomst moeten bedingen. Dat heeft zij echter niet gedaan.

5.15.

Nu Böcker heeft erkend dat zij het logo in Nederland heeft gebruikt voor haar onderneming en de daarvan afkomstige liften en hoogwerkers, staat vast dat zij daarmee inbreuk heeft gemaakt op de rechten van Alp Lift met betrekking tot haar woordmerk ALP LIFT. Gelet hierop is het gevorderde bevel om verdere inbreuk op de merkrechten van Alp Lift te staken en gestaakt te houden toewijsbaar. De termijn ex artikel 1019i Rv zal worden bepaald op zes maanden na betekening van het onderhavige vonnis. De voorzieningen-rechter ziet wel aanleiding om Böcker een termijn te geven om ervoor zorg te dragen dat er in de Benelux en Frankrijk geen inbreuk meer op deze merkrechten wordt gemaakt. Daarbij zal evenwel niet uitgegaan worden van een periode van zes maanden, zoals Böcker wenst, omdat Böcker zich al eerder heeft moeten realiseren dat zij met het gebruik van het logo inbreuk maakte op de merkrechten van Alp Lift. Voorts zal de gevorderde dwangsom worden gematigd op de wijze als in het dictum is aangegeven.

Onrechtmatige uitlatingen

5.16.

Ter onderbouwing van haar vordering strekkende tot het staken en gestaakt houden van het doen van onrechtmatige uitlatingen heeft Alp Lift aangevoerd dat Böcker in de afgelopen maanden in diverse uitingen, zoals een persbericht in het vakblad Verticaal, in een op de Bouwbeurs in Utrecht uitgereikte brochure en in haar mailings aan klanten, feitelijk onjuiste mededelingen heeft gedaan, waarmee zij heeft gesuggereerd dat de onder de naam ALP LIFT verkochte liften en hoogwerkers voortaan enkel door Böcker zullen worden verkocht, althans dat de activiteiten van Alp Lift in Nederland worden voortgezet door Böcker, althans dat Alp Lift niet langer actief zal zijn op de Nederlandse markt. Met deze mededelingen zaait zij verwarring onder klanten van Alp Lift en profiteert zij op onrechtmatige wijze van de door Alp Lift in Nederland opgebouwde goodwill, aldus Alp Lift.

5.17.

De voorzieningenrechter constateert dat in de door Alp Lift bedoelde mailing (productie 13 van Alp Lift) het volgende is opgenomen:

“Böcker als enige actief met

Montage en Theater Liften

&

Eenpersoons Hoogwerkers”.

De in deze zinsnede van de mailing opgenomen mededeling is feitelijk onjuist, omdat ook Alp Lift in Nederland actief is en blijft met de verkoop en het onderhoud van liften en hoogwerkers onder de naam ALP LIFT. Bovendien gebruikt Böcker in de Benelux als naam voor de door haar geleverde liften en hoogwerkers de term ALU LIFT en niet ALP LIFT, zodat niet valt in te zien waarom Böcker - anders dan om verwarring te zaaien onder de klanten van Alp Lift of te profiteren van de goodwill van Alp Lift - in deze mailing haar logo met de woorden ALP LIFT zou moeten gebruiken. Een gebruik overigens dat - zoals hiervoor reeds is overwogen - ook in strijd is met de merkrechten van Alp Lift. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter handelt Böcker daarmee in strijd met de zorgvuldig-heid die in het maatschappelijk verkeer betaamt en daarmee dus onrechtmatig. Zij acht aannemelijk dat Alp Lift hierdoor schade lijdt, nu uit de overgelegde verklaringen van (voormalige) klanten van Alp Lift (producties 15 tot met 17 van Alp Lift) blijkt dat deze op basis van de ontvangen mailing inderdaad dachten dat Alp Lift door Böcker was overgenomen dan wel geen ALP-liften meer verkocht. De omstandigheid dat maar drie klanten daadwerkelijk richting Alp Lift op de mailing hebben gereageerd, betekent niet dat moet worden aangenomen dat de verwarring in omvang zeer beperkt is gebleven. In veel gevallen zullen klanten immers niet door hebben gehad dat zij door de mailing op het verkeerde been werden gezet.

5.18.

Ook de brochure die Böcker tijdens de Bouwbeurs van 4 tot en met 9 februari 2013 in de Jaarbeurs Utrecht heeft uitgereikt (zie onder 2.12), acht de voorzieningenrechter misleidend. In die brochure is (na het logo) de volgende tekst opgenomen:

“Al meer dan 25 jaar is het merk ALP-lift bekend door de betrouwbare en efficiënte materiaal en personen liften, die gemaakt worden door Böcker. In Nederland zullen deze liften onder de naam Böcker ALU Lift verkocht worden.”

Daarmee suggereert Böcker ten onrechte dat er in Nederland geen liften onder de naam ALP LIFT meer verkocht zullen worden en dat zij de opvolger is van degene die de verkoop van ALP-liften in het verleden in Nederland heeft verzorgd. Ook dit is onrechtmatig jegens Alp Lift.

5.19.

Ten aanzien van het door Alp Lift als productie 6 overgelegde persbericht in vakblad Verticaal van RENTIT (zie onder 2.10) overweegt de voorzieningenrechter dat het opnemen van het logo daarin ten onrechte suggereert dat Böcker in Nederland liften en hoogwerkers op de markt mag brengen onder de naam ALP LIFT, of zelfs dat Böcker Alp Lift in zijn geheel heeft overgenomen. Ook indien het zo is dat het betreffende artikel geen advertentie maar een artikel van de redactie van het vakblad betreft, moet de opname daarbij van het logo met de tekst ALP LIFT aan Böcker worden toegerekend, aangezien Böcker dit logo ook in Nederland is gaan gebruiken en daarmee in de markt heeft gesuggereerd dat zij daartoe gerechtigd was.

5.20.

Gelet op het voorgaande acht de voorzieningenrechter de vordering strekkende tot het staken en gestaakt houden van het doen van onrechtmatige uitlatingen in beginsel toewijsbaar. Wel zal het begrip “onrechtmatige uitlatingen” worden verduidelijkt en zal de gevorderde dwangsom worden beperkt op de wijze als in het dictum is bepaald. Ook de gevorderde rectificaties zullen op grond van het voorgaande worden toegewezen.

Uitvoerbaarverklaring bij voorraad

5.21.

Böcker heeft niet onderbouwd waarom geen uitvoerbaarverklaring bij voorraad (althans uitvoerbaarverklaring onder voorwaarde van zekerheidstelling) zou moeten plaatsvinden, zodat de voorzieningenrechter het verzoek van Böcker op dit punt passeert.

De proceskosten

5.22.

Böcker zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Alp Lift heeft gevorderd dat deze kosten worden begroot op grond van het bepaalde in artikel 1019h Rv, en wel in die zin dat 75% van de totale gemaakte kosten wordt toegerekend aan de IE-grondslag van de onderhavige zaak. Böcker stelt zich op het standpunt dat hooguit 25% betrekking heeft op handhaving van rechten van intellectuele eigendom.

5.23.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat de volledige door Alp Lift gemaakte kosten in de eerste plaats moeten worden verdeeld over de conventie en de reconventie. Nu partijen over deze verdeling niets naar voren hebben gebracht, zal de voorzieningenrechter daarvan zelf een schatting maken en de volledige gemaakte kosten voor 10% relateren aan de reconventie.

5.24.

De overige 90% dient naar het oordeel van de voorzieningenrechter voor 60% te worden toegerekend aan de handhaving van intellectuele eigendom, nu ook een deel van de zaak betrekking heeft op onrechtmatige uitlatingen waarbij de handhaving van rechten van intellectuele eigendom slechts zijdelings een rol speelt. Voor het overige zal de voorzieningenrechter het liquidatietarief toepassen.

5.25.

De voorzieningenrechter deelt niet de kritiek van Böcker dat de kostenspecificatie van Alp Lift onduidelijk is althans dat er teveel uren in rekening zijn gebracht. Nu het totale bedrag aan kosten inclusief BTW (€ 13.262,91+ € 2.375,84 + € 323,98 = € 15.962,73) het indicatietarief voor een niet-eenvoudig kort geding nauwelijks overstijgt, ziet de voorzieningenrechter geen noodzaak voor matiging.

5.26.

De kosten aan de zijde van Alp Lift worden in het licht van het voorgaande als volgt begroot:

  • -

    dagvaarding €  84,25

  • -

    griffierecht 589,00

  • -

    salaris advocaat 8.800,67 (€ 15.962,73x90%x60%) + (€452,-- x 40%)

Totaal €  9.473,92

6 De beoordeling in reconventie

6.1.

Ter onderbouwing van haar reconventionele vorderingen heeft Böcker aangevoerd dat zij, mede gelet op haar merk- en auteursrechten met betrekking tot het logo, gerechtigd is het logo te gebruiken.

6.2.

Zoals in conventie reeds is overwogen, maakt Böcker door gebruik van het logo inbreuk op het woordmerk ALP LIFT van Alp Lift. Gelet hierop kan Alp Lift niet veroordeeld worden om te gedogen dat Böcker het logo inschrijft bij het BBIE en daartegen geen oppositie te voeren, dan wel om ander gebruik van het logo toe te staan. De reconventionele vorderingen moeten ook worden afgewezen.

6.3.

Böcker zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Alp Lift heeft ook ten aanzien van de reconventie gevorderd dat proceskostenveroordeling plaatsvindt conform artikel 1019h Rv. Partijen verschillen ten aanzien van de reconventie niet van mening over het feit dat deze ziet op (het voeren van verweer tegen de) handhaving van rechten van intellectuele eigendom, zodat aan kosten aan de zijde van Alp Lift het volgende toewijsbaar is:

- salaris advocaat € 1.596,27 (€ 15.962,73x10%)

Totaal €  1.596,27

7 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

7.1.

beveelt Böcker om met ingang van 14 dagen na betekening van dit vonnis te staken en gestaakt te houden iedere verdere inbreuk op de merkenrechten van Alp Lift, met name het gebruik van enig met de ALP LIFT merken van Alp Lift overeenstemmend teken,

7.2.

beveelt Böcker om onmiddellijk na betekening van dit vonnis te staken en gestaakt te houden het doen van onrechtmatige uitlatingen ten aanzien van Alp Lift jegens klanten en andere relevante partijen in de markt van liften en hoogwerkers, zowel publiekelijk als één op één, met name uitlatingen waarmee gesuggereerd wordt dat:

  • -

    Alp Lift geen liften en hoogwerkers meer in Nederland verkoopt of

  • -

    Böcker (als enige) gerechtigd is liften en hoogwerkers onder de naam ALP LIFT in de Benelux en Frankrijk te verkopen, te onderhouden etc. of

  • -

    Böcker de bedrijfsactiviteiten van Alp Lift heeft overgenomen,

7.3.

beveelt Böcker om binnen 7 werkdagen na betekening van dit vonnis te bewerkstelligen dat de volgende rectificatietekst

  • -

    zonder enige toevoeging in woord en/of beeld en/of begeleidend commentaar,

  • -

    opgemaakt op een wijze en in een lettergrootte en -type zoals op de betreffende website gebruikelijk is, en

  • -

    in een duidelijk kader,

geplaatst wordt in het midden aan de bovenzijde van alle speciaal voor Böcker ingerichte Nederlandse pagina's van de website www.boecker-group.com, waarnaar de website van Böcker www.boecker.nl direct doorlinkt, op zodanige wijze dat

  • -

    deze tekst in zijn geheel tenminste tweederde van de breedte van het beeld beslaat en tenminste 20% van de hoogte en

  • -

    goed zichtbaar en leesbaar is zonder naar beneden te hoeven scrollen,

alsmede te bewerkstelligen dat deze tekst minimaal drie maanden op deze pagina's blijft staan:

In het vonnis van 28 juni 2013 heeft de Nederlandse rechter geoordeeld dat in door ons, Böcker Nederland B.V., verspreide brochures, mailings en andere reclame-uitingen ten onrechte gebruik is gemaakt van de benaming “Alp Lift”. De rechten op de benaming “Alp Lift” komen in de Benelux enkel en alleen toe aan Alp Lift B.V., zodat wij de benaming “Alp Lift” niet mogen gebruiken.

Bovendien heeft de rechter geoordeeld dat wij ten onrechte de suggestie hebben gewekt, dat Alp Lift B.V. niet langer actief zou zijn in Nederland, dan wel door ons zou zijn overgenomen. Ook dit is geheel onjuist.

7.4.

beveelt Böcker om binnen 7 werkdagen na betekening van dit vonnis te bewerkstelligen dat dezelfde rectificatietekst als weergegeven onder 7.3

  • -

    zonder enige toevoeging in woord en/of beeld en/of begeleidend commentaar,

  • -

    opgemaakt op een wijze en in een lettergrootte en -type zoals in het vakblad Verticaal van RENTIT gebruikelijk is,

  • -

    ter grootte van een gehele pagina,

geplaatst wordt in het eerstvolgende nummer van dit vakblad,

7.5.

veroordeelt Böcker om aan Alp Lift een dwangsom te betalen van:

  • -

    € 5.000,-- per keer of per product dat Böcker het onder 7.1 of 7.2 bepaalde overtreedt en

  • -

    € 1.000,-- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat de overtreding voortduurt,

tot een maximum van € 500.000,-- is bereikt,

7.6.

veroordeelt Böcker in de proceskosten, aan de zijde van Alp Lift tot op heden begroot op € 9.473,92, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

7.7.

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.8.

bepaalt de termijn ex artikel 1019i Rv op zes maanden na betekening van dit vonnis,

7.9.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

7.10.

wijst de vorderingen af,

7.11.

veroordeelt Böcker in de proceskosten, aan de zijde van Alp Lift tot op heden begroot op € 1.596,27, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

7.12.

verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.V.M. Veldhoen, bijgestaan door mr. W.A. Visser als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2013.