Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:3231

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
19-07-2013
Datum publicatie
07-08-2013
Zaaknummer
C-16-346992 - KG ZA 13-451
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Opheffen conservatoir beslag. Onjuist en/of onvolledig informeren van beslagrechter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/346992 / KG ZA 13-451

Vonnis in kort geding van 19 juli 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VSTELECOM B.V.,

gevestigd te Veenendaal,

eiseres,

advocaat mr. A.A. Bart te Veenendaal,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TECHWARE SALES B.V.,

gevestigd te Veenendaal,

gedaagde,

advocaat mr. R.C.W. van der Zande te Utrecht.

Partijen zullen hierna VST en Techware genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties 1 tot en met 10 van 28 juni 2013,

  • -

    de brief met producties A, B, en C, van Techware van 3 juli 2013,

  • -

    de brief met productie D van Techware van 4 juli 2013,

  • -

    de brief met producties 11 tot en met 15 van VST van 5 juli 2013,

  • -

    de brief met productie E van Techware van 5 juli 2013,

  • -

    de mondelinge behandeling van 8 juli 2013,

  • -

    de pleitnota van VST,

  • -

    de pleitnota van Techware.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[A] (verder: [A]) is op 1 maart 2004 bij Techware in dienst getreden in de functie van adviseur mobiele telefonie. In de tussen hen gesloten arbeidsovereenkomst was een concurrentie- en een relatiebeding opgenomen. Op 25 februari 2011 heeft [A] het dienstverband per 1 april 2011 opgezegd.

2.2.

[B] (verder: [B]) is schriftelijk per 1 oktober 2005 een overeenkomst aangegaan met Techware voor de duur van drie maanden op grond waarvan [B] als ZZP’er werkzaamheden zou verrichten en waarin een concurrentie- en relatiebeding was opgenomen. Nadien zijn [B] en Techware mondeling een arbeidsovereenkomst aangegaan. Bij beschikking van 11 november 2009 is de arbeidsovereenkomst tussen [B] en Techware door de kantonrechter ontbonden. [B] drijft een onderneming in de vorm van een eenmanszaak onder de naam “VSTelecom”. Op 19 november 2012 is VST opgericht en ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel, waarvan AMNI Beheer B.V. enig aandeelhouder en bestuurder is, waarvan op zijn beurt [B] enig aandeelhouder en bestuurder is.

2.3.

Techware heeft op 10 juni 2011 na daartoe verkregen verlof ten laste van [B] conservatoir beslag laten leggen op de woning van [B], de bankrekening(en) van [B] en onder een zakenrelatie van [B] (T-Mobile). Techware heeft haar vordering jegens [B] gegrond op het standpunt dat hij het tussen Techware en [B] overeengekomen relatiebeding zou hebben overtreden.

2.4.

[B] heeft Techware in kort geding gedagvaard en gevorderd de onder 2.3. genoemde beslagen op te heffen. Voor aanvang van het kort geding van 7 juli 2011 heeft Techware de beslagen opgeheven. De vordering is niet door [B] ingetrokken en daarop heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank Utrecht de gelegde beslagen - voor zover nog niet opgeheven - opgeheven bij vonnis van 8 juli 2011.

2.5.

[B] is een bodemprocedure gestart tegen Techware en heeft daarin gevorderd haar te veroordelen tot vergoeding van de schade die [B] naar aanleiding van het onrechtmatig gelegde beslag heeft geleden. In reconventie heeft Techware verwijzing naar de schadestaatprocedure gevorderd stellende dat Techware schade heeft geleden omdat [B] in strijd met het relatiebeding heeft gehandeld. Bij vonnis van 13 juni 2012 heeft de kantonrechter in conventie de vordering van [B] tot schadevergoeding tot een bedrag van € 8.359,49, vermeerderd met rente en kosten, toegewezen en de vordering van Techware in reconventie afgewezen. In dat vonnis is overwogen dat [B] het relatiebeding niet heeft overtreden (r.o. 1.5.).

2.6.

Techware heeft hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis. Bij arrest van 11 december 2012 is [B] door het gerechtshof Arnhem ontslagen van deze instantie, nu Techware het griffierecht niet heeft voldaan.

2.7.

Vanaf medio september 2012 heeft [A] werkzaamheden verricht als consultant voor de eenmanszaak VSTelecom van [B] en/of (de besloten vennootschap) VST. Met ingang van 1 januari 2013 is [A] in dienst getreden bij VST als commercieel directeur.

2.8.

Op 5 februari 2013 heeft Techware, nadat zij daartoe verlof had verkregen, ten laste van [A] conservatoir beslag gelegd onder de Coöperatieve Rabobank Vallei en Rijn e.a., op het (onverdeelde aandeel van) de woning van [A] aan de De Clercqstraat 14 te Veenendaal en de roerende zaken die zich daar bevinden, alsmede onder VST. De vordering waarvoor Techware beslag heeft laten leggen, ziet op boetes die volgens Techware op grond van het concurrentie- en relatiebeding door [A] zijn verbeurd.

2.9.

[A] heeft Techware in kort geding gedagvaard en in conventie gevorderd de onder 2.6. genoemde beslagen op te heffen. In reconventie heeft Techware gevorderd [A] te veroordelen tot het verstrekken van inzage en afschrift van diverse stukken en tot betaling van € 25.000,00 als voorschot op de boete/schadeloosstelling in verband met het overtreden door [A] van het concurrentie- en relatiebeding. Bij vonnis van 3 april 2013 heeft de voorzieningenrechter zowel de vorderingen in conventie als in reconventie afgewezen.

2.10.

Techware heeft op 14 juni 2013 na daartoe verkregen verlof conservatoir derdenbeslag laten leggen onder de ING Bank N.V., Coöperatieve Rabobank Vallei en Rijn U.A., T-Mobile Netherlands B.V. en KPN B.V. ten laste van VST. In het verzoekschrift tot het leggen van het beslag dat gericht is tegen [B], tevens handelende onder VSTelecom en GBT Consultancy, en VST heeft Techware gesteld dat [B] onrechtmatig en in strijd met het relatiebeding handelt, dat [A] in strijd met het relatiebeding handelt en dat VST onrechtmatig handelt omdat zij profiteert van de wanprestatie van [B] en van [A].

3 Het geschil

3.1.

VST vordert  samengevat - de opheffing van het op 14 juni 2013 gelegde beslag.

Zij heeft gesteld dat Techware in het beslagrekest niet aan artikel 21 Rv heeft voldaan, specifiek niet aan de in de beslagsyllabus (versie januari 2013, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl) voorgeschreven formaliteiten, dat de vordering van Techware ondeugdelijk is en dat het beslag buitenproportioneel is gelet op het reeds onder [A] gelegde beslag.

3.2.

Techware voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De opheffing van een conservatoir beslag kan onder meer worden bevolen, indien op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen zijn verzuimd, summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag, of, zo het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid is gesteld.

4.2.

Ter zitting heeft VST betoogd dat het beslagrekest op essentiële punten niet aan de voorgeschreven formaliteiten voldoet en alleen al om die reden het beslag zou moeten worden opgeheven. Zij heeft gesteld dat Techware niet heeft voldaan aan artikel 21 Rv, dat zij niet de door VST aangevoerde verweren tegen de vordering en de gronden daarvoor heeft vermeld, dat zij geen feitelijke omschrijving van de vordering en de grondslag daarvan heeft gegeven en daarnaast dat zij geen melding heeft gemaakt van de doorlopen of beëindigde procedures die van belang zijn voor een goede beoordeling van de zaak, waaronder eerder ingediende beslagrekesten.

4.3.

Zeker nu ex parte (zonder dat degenen tegen wie het verzoek zich richt eerst wordt gehoord) op een beslagrekest wordt beslist, kan misleiding door onvoldoende toelichting in het beslagrekest de voorzieningenrechter reden geven om een latere vordering tot opheffing van het beslag reeds om die reden toewijzen (gerechtshof Amsterdam van 22 november 2011, LJN: BV7108 en gerechtshof Amsterdam van 10 januari 2012, LJN: BV0477).

4.4.

Het beslagrekest richt zich tegen [B], tevens als eenmanszaak, h.o.d.n. VSTelecom en GBT Consultancy en tegen VST. In het beslagrekest wordt onder de punten 2. tot en met 4. gesteld dat volgens Techware [B] onrechtmatig en in strijd met een relatiebeding heeft gehandeld en dat VST profiteert van die wanprestatie van [B]. Op de grondslag dat [B] het relatiebeding zou hebben overtreden heeft Techware al eerder een verzoek tot beslaglegging ingediend en na verkregen verlof op 10 juni 2011 beslag gelegd. In het beslagrekest wordt dit eerdere beslagrekest niet genoemd. Ook heeft Techware verzuimd hierbij te vermelden dat tussen Techware en [B] al procedures zijn doorlopen die relevant zijn voor de door Techware ingeroepen rechtsverhoudingen. Op grond van het vonnis van de kantonrechter van 13 juni 2012 (en het daarop volgende ontslag van instantie) staat immers in rechte vast dat [B] het relatiebeding niet heeft overtreden en dat het eerder gelegde beslag onrechtmatig is geweest. Door het eerdere beslagrekest en de doorlopen procedures tussen [B] en Techware te verzwijgen heeft Techware de beslagrechter bij het onderhavige beslagrekest onjuist althans onvolledig geïnformeerd.

4.5.

Daarnaast heeft Techware in het beslagrekest gesteld dat [A] zijn relatiebeding heeft overtreden en dat VST profiteert van die wanprestatie van [A]. Onder punt 7. van het verzoekschrift is het kort geding van 3 april 2013 genoemd waarin op vordering van [A] is besloten de door Techware gelegde beslagen ten laste van hem niet op te heffen. Daarbij staat vermeld dat die beslagen “klevend tot slechts € 3.000,00” zijn. Die € 3.000,00 komt overeen met, zo blijkt uit het vonnis in kort geding van 3 april 2013, het saldo van een spaarrekening van [A].

Niet weersproken is echter dat ook beslag ligt op de woning van [A] alsmede alle zich daarin bevindende roerende zaken. In deze procedure heeft VST een overzicht van de op de woning rustende hypotheek en de aanslag voor de onroerend zaakbelasting overgelegd waarin de WOZ-waarde van de woning is vastgesteld. VST heeft gesteld dat daaruit blijkt dat sprake is van een overwaarde van de woning van circa € 100.000,00.

4.6.

Techware heeft aangevoerd dat VST in deze procedure onvoldoende heeft onderbouwd voor welk bedrag de gelegde beslagen ten laste van [A] hebben gekleefd. Wat er ook van zij van de stellingen van Techware op dit punt, gelet op de door de beslagrechter mede te beoordelen proportionaliteit van te leggen beslagen had het op de weg van Techware gelegen om de beslagrechter deugdelijk en volledig te informeren omtrent de eerdere beslagrekesten. Nu Techware voor die beoordeling van belang zijnde informatie achter heeft gehouden en nu zij niet heeft aangevoerd en niet aannemelijk heeft gemaakt dat de beslagrechter in het geval deze informatie wel was verstrekt evenzeer verlof tot het leggen van beslag onder VST zou hebben gegeven, zal de voorzieningenrechter de op 14 juni 2013 gelegde beslagen opheffen.

4.7.

Techware zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van VST worden begroot op:

  • -

    dagvaarding €  79,21

  • -

    griffierecht € 589,00

  • -

    salaris advocaat € 816,00

Totaal €  1.484,21

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

heft op het op 14 juni 2013 ten laste van VST onder ING Bank N.V., Rabobank Vallei en Rijn U.A., T-Mobile Netherlands B.V. en KPN B.V. gelegde beslag,

5.2.

veroordeelt Techware in de proceskosten, aan de zijde van VST tot op heden begroot op € 1.484,21,

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. Phaff en in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2013.