Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:3151

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
09-07-2013
Datum publicatie
05-08-2013
Zaaknummer
13-909 en 13-911
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoekschriften ex artikel 89 sv en artikel 591a sv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: -
Rekestnummer: 13/909 en 13/911

Beschikking van de enkelvoudige raadkamer in strafzaken, op het op 11 april 2013 ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoekschrift, op grond van het bepaalde in de artikelen 89 (rekestnummer 13/909) en 591a (rekestnummer 13/911) van het Wetboek van Strafvordering (Sv), van

[verzoekster], (hierna te noemen: verzoekster),

geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedatum],

domicilie kiezende ten kantore van haar raadsman, mr. P.D. Popescu, advocaat te Amsterdam.

Het verzoekschrift is in openbare raadkamer behandeld op 25 juni 2013.

Voorafgaand aan de zitting is door de griffier aan de raadsman medegedeeld dat het verzoek op voorhand geheel zal worden toegewezen, waardoor de raadsman en verzoekster niet meer hoeven te verschijnen ter zitting van de raadkamer.

Het verzoekschrift ex artikel 89 Sv strekt er toe dat de rechtbank een vergoeding toekent voor de schade die verzoekster tengevolge van ondergane verzekering stelt te hebben geleden tot een bedrag van € 210,-.

Het verzoekschrift ex artikel 591a Sv strekt er toe dat de rechtbank een vergoeding toekent voor de kosten van de raadsman ten bedrage van € 121,- en de kosten voor het opstellen en indienen van het onderhavige verzoekschrift.

De rechtbank heeft kennis genomen van een afschrift van het proces-verbaal in de strafzaak tegen verzoekster als verdachte (met proces-verbaalnummer PL091A 2013071474) en van voornoemd verzoekschrift.

De rechtbank gaat bij de beoordeling van de onderhavige verzoeken uit van de navolgende feiten en omstandigheden:

1.

verzoekster is op 1 april 2013 in verzekering gesteld, en is op 3 april 2013 heengezonden;

2.

in totaal gaat het om 2 (hele) dagen, doorgebracht in een politiebureau;

3.

op 16 april 2013 is aan verzoekster een kennisgeving van niet verdere vervolging verstuurd, inhoudende dat zij niet verder vervolgd zal worden.

Overwegingen

Nu de strafzaak van verzoekster is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel, kan zij aanspraak maken op een vergoeding zoals hierna is vermeld.

Ter zake het verzoekschrift ex artikel 89 Sv

Verzoekster kan aanspraak maken op een vergoeding van de schade die is geleden ten gevolge van ondergane verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis. Schadevergoeding wordt toegekend indien en voorzover daartoe, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.

De rechtbank is van oordeel dat verzoekster alles in aanmerking genomen een vergoeding toekomt van € 210,-. De rechtbank gaat daarbij uit van de dagen doorgebracht in verzekering en voorlopige hechtenis als hierboven opgenomen en van de bedragen die over het algemeen worden toegekend als vergoeding daarvoor, te weten 2 dagen à € 105,-.

Ter zake het verzoekschrift ex artikel 591a Sv



Voorzover het verzoek ziet op kosten van de raadsman is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de aard en de omvang van de strafzaak, gronden van billijkheid aanwezig zijn het verzoek toe te wijzen tot een bedrag van € 121,-. Voorts is de rechtbank van oordeel dat aan kosten van de raadsman voor het indienen van het verzoekschrift een vergoeding op zijn plaats is zoals die gewoonlijk wordt toegewezen, te weten € 280,00 (inclusief BTW).

In totaal is derhalve naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking nemend, een vergoeding toewijsbaar tot een bedrag van € 611,-.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt:

Op de voet van artikel 89 Sv:

kent verzoekster ten laste van de Staat een vergoeding toe ten bedrage van € 210,- (zegge: tweehonderdtien euro);

Op de voet van artikel 591a Sv:

kent toe aan verzoekster uit 's Rijks kas een vergoeding ten bedrage van € 401,- (zegge: vierhonderdéén euro);

beveelt de griffier van deze rechtbank voormelde bedragen aan verzoekster uit te betalen op rekeningnummer 43 70 84 442, t.n.v.[Stichting], o.v.v.[verzoekster].

Deze beslissing is gewezen door mr. C.A.M. van Straalen, rechter, als lid van de enkelvoudige raadkamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van Elk, griffier en uitgesproken in openbare raadkamer van deze rechtbank van 9 juli 2013.