Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:3139

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
25-06-2013
Datum publicatie
05-08-2013
Zaaknummer
96-103110-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Rekest artikel 164 Wegenverkeerswet 1994

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 96/103110-13
Rekestnummer: 13/1413

Beschikking van de enkelvoudige raadkamer in strafzaken, op het op 3 juni 2013 ter griffie van deze rechtbank ingekomen klaagschrift op grond van artikel 164, achtste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW) van:

[klager], (hierna te noemen: klager),

geboren te [geboorteplaats] op[geboortedatum],

wonende te[adres], [postcode] te[woonplaats].

Het klaagschrift is in openbare raadkamer behandeld op 25 juni 2013.

Gehoord zijn de officier van justitie en klager.

Het klaagschrift richt zich tegen de invordering en inhouding van het rijbewijs van klager.

De rechtbank heeft kennis genomen van de inhoud van het dossier in de strafzaak tegen klager als verdachte (met bovenvermeld parketnummer) en van voornoemd klaagschrift.

De rechtbank gaat bij de beoordeling van het onderhavige klaagschrift uit van de navolgende feiten en omstandigheden:

1.

tegen klager is proces-verbaal opgemaakt ter zake van overtreding van de maximumsnelheid met 53 kilometer per uur, gepleegd op 2 juni 2013 te Zijderveld, gemeente Vianen;

2.

een proces-verbaal van invordering van het rijbewijs van klager d.d. 2 juni 2013;

3.

een beslissing van de officier van justitie d.d. 5 juni 2012 tot inhouding van het rijbewijs van klager voor de duur van 2 maanden;

4.

een afschrift van een uittreksel uit het Justitiƫle Documentatieregister betreffende klager d.d. 6 juni 2013 waaruit blijkt dat klager niet eerder is veroordeeld ten aanzien van een soortgelijk feit.

Overwegingen

Maatstaf bij de beoordeling van het onderhavige klaagschrift is allereerst of in dit geval het rijbewijs terecht is ingevorderd en ingehouden, voorts of het voortduren van de inhouding terecht is.

Het rijbewijs van klager is naar het oordeel van de rechtbank gelet op het bepaalde in artikel 164 WVW op goede gronden ingevorderd, nu moet worden aangenomen dat hij de maximumsnelheid heeft overschreden met 50 kilometer per uur of meer, namelijk dat hij 173 kilometer per uur heeft gereden, waar een maximumsnelheid van 120 kilometer per uur gold.

Vervolgens heeft de officier gelet op het bepaalde in lid 4 van artikel 164 WVW op goede gronden het rijbewijs ingehouden nu de overschrijding van de maximumsnelheid meer dan 50 kilometer per uur was.

De rechtbank is echter van oordeel dat ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat aan klager in geval van veroordeling geen langere onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen zal worden opgelegd, dan voor de duur dat klagers rijbewijs thans ingehouden is geweest.

Daarbij is van belang dat klager niet eerder voor een overtreding van de WVW is veroordeeld, terwijl klager voor het uitoefenen van zijn werkzaamheden als vertegenwoordiger in ICT-diensten zijn rijbewijs nodig heeft en aannemelijk is dat klager zijn werk zou verliezen als hij zijn rijbewijs moet missen.

Het beklag zal daarom gegrond worden verklaard.

Beslissende:

De rechtbank:

verklaart het beklag gegrond;

gelast de teruggave van het rijbewijs aan klager met ingang van heden.

Deze beslissing is gewezen door mr. C.A.M. van Straalen, rechter, als lid van de enkelvoudige raadkamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van Elk, griffier en uitgesproken in openbare raadkamer van deze rechtbank van 25 juni 2013.