Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:3131

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
04-04-2013
Datum publicatie
03-09-2013
Zaaknummer
16-656572-12 en 15-700520-12 (TUL)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

diefstal met geweld, bedreiging en beschadiging; verminderde toerekeningsvatbaarheid; deels voorwaardelijke gevangenisstraf met klinische opname als bijzondere voorwaarde

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummers: 16/656572-12 en 15/700520-12 (TUL) (P)

vonnis van de meervoudige strafkamer van 4 april 2013.

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te[geboorteplaats],

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Utrecht, locatie Wolvenplein te Utrecht.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 maart 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman, mr. R.F. Ronday, advocaat te Mijdrecht, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd.

De tenlastelegging is, met wijziging, als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

onder 1: op 7 december 2012 in Utrecht drie vesten, een set handschoenen en vijf sets van

vier paar sokken heeft gestolen bij V&D en daarbij geweld heeft gebruikt, dan wel

heeft gedreigd met geweld;

onder 2: op 7 december 2012 in Utrecht [verbalisant] heeft bedreigd;

onder 3: op 7 december 2012 in Utrecht een raamkozijn van een ophoudcel heeft vernield,

beschadigd, dan wel onbruikbaar heeft gemaakt.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft gepleegd, met dien verstande dat hij bewezen acht dat verdachte de in de tenlastelegging vermelde goederen heeft gestolen en daarbij geweld heeft gebruikt tegen[slachtoffer]. Daarnaast acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 en 3 tenlastegelegde heeft gepleegd.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen ten aanzien van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde. Wel heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte zich niet kan herinneren dat het gebeurd is en ook niet begrijpt dat het heeft kunnen gebeuren.

4.3

Het oordeel van de rechtbank1

De aangever[slachtoffer] heeft verklaard dat op 7 december 2012 bij V&D in Utrecht drie vesten, een set handschoenen en vijf sets van vier paar sportsokken waren weggenomen2. De verkoopmedewerkster [A] hoorde de alarmpoortjes afgaan en sprak de man aan die op dat moment langs de alarmpoortjes liep3. De aangever heeft verklaard dat hij van de winkelmedewerkers hoorde dat de verdachte sokken had gepakt en dat hij er niet voor betaald had4. De aangever heeft verder verklaard dat de verdachte de inhoud van zijn schoudertas op de balie van de kassa legde en dat hij aan de vesten die uit de tas kwamen schade zag op de plaatsen waar de 'webers' (alarm-tags) bevestigd zaten5. De aangever heeft hierop de verdachte aangehouden en geprobeerd hem naar de ophoudruimte te begeleiden6. De aangever zag echter dat de verdachte zich weer tussen het winkelend publiek wilde begeven en weg wilde lopen7. De aangever heeft de verdachte bij één van zijn armen beetgepakt en hij voelde dat de verdachte zich losrukte8. De aangever zag dat de verdachte in zijn richting kwam en direct hierop voelde hij een stekende pijn aan de rechterzijde van zijn gelaat, op zijn wang, kaak en kies9. De getuige [getuige] heeft gezien dat de aangever een klap kreeg van de verdachte10.

Vervolgens kwam de verbalisant [verbalisant] bij de ophoudruimte van V&D en hij heeft verklaard dat de verdachte tegen hem zei: "ik maak je dood kanker blauwe!", "als je nog één keer aan mij zit, maak ik je dood!" en "als ik jou tegenkom, maak ik je dood kanker blauwe!"11. De verbalisant voelde zich hierdoor bedreigd12.

De verdachte heeft vervolgens in de ophoudcel op het politiebureau met kracht aan een stuk van de deur getrokken13. Het metalen raamkozijn in de deur van de cel was hierdoor ontzet en verbogen14.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij die dag zin had om te stelen en dat hij toen gepakt werd15. Ook heeft verdachte verklaard dat hij een man een paar tanden uit zijn mond heeft geslagen16. Verdachte heeft verder verklaard dat hij tegen een politieman heeft gezegd dat hij hem neer zou schieten en dat hij dat ook doet als hij de politieagent tegenkomt17. Ten slotte heeft verdachte verklaard dat hij in de ophoudcel een stuk ijzer heeft losgetrokken18.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

op 07 december 2012 te Utrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 3 vesten en een set handschoenen en 5 sets van 4 paar sportsokken, toebehorende aan V&D, welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen[slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat verdachte die [slachtoffer] een of meer malen op/tegen het hoofd/lichaam heeft geslagen en/of gestompt;

2.

op 07 december 2012 te Utrecht, [verbalisant] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [verbalisant] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik maak je dood kanker blauwe" en "Als je nog één keer aan mij, zit maak ik je dood" en "Als ik jou tegenkom, maak ik je dood kanker blauwe";

3.

op 07 december 2012 te Utrecht opzettelijk en wederrechtelijk een metalen raamkozijn van een ophoudcel, toebehorende aan Politie Utrecht, heeft beschadigd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte is volgens de wet strafbaar als

onder 1: Diefstal gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken;

onder 2: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

onder 3: Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich moet houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als dat inhoudt een klinische opname in de Piet Roordakliniek of een soortgelijke instelling door de reclassering in samenwerking met het IFZ (Indicatiestelling Forensische Zorg) nader te regelen, zolang de reclassering een dergelijke opname nodig vindt.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat volstaan kan worden met een deels voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich moet houden aan de aanwijzingen van de reclassering. De verdediging vindt een opname van verdachte niet noodzakelijk, aangezien verdachte heeft aangegeven dat hij gemotiveerd genoeg is om het zelf te doen.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld. Verdachte heeft in een winkel goederen gestolen en toen dat ontdekt werd heeft hij geweld gebruikt. Verdachte heeft zich nadat hij betrapt was erg agressief gedragen. Hij heeft een beveiliger geslagen en vervolgens heeft hij een opsporingsambtenaar bedreigd. Slachtoffers van geweldsmisdrijven kunnen nog lange tijd last hebben van angstgevoelens. Daarnaast zorgen dergelijke feiten voor een gevoel van onveiligheid in de maatschappij.

Tevens heeft verdachte het raamkozijn in de deur van de ophoudcel beschadigd door het metalen kozijn te verbuigen. Dit is een vervelend feit dat financiële schade veroorzaakt.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met het de verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, d.d. 13 februari 2013, waaruit blijkt dat verdachte eerder straffen opgelegd heeft gekregen voor het plegen van strafbare feiten, hetgeen hem er niet van weerhouden heeft de onderhavige feiten te plegen.

Ook heeft de rechtbank rekening gehouden met een omtrent verdachte opgemaakt psychologisch rapport d.d. 20 februari 2013, opgemaakt door drs. G.A.M. Mensing, klinisch psycholoog, inhoudende als conclusie dat bij verdachte ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten - indien bewezen - sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en een persoonlijkheidspathologie, zodat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht.
De rechtbank neemt de conclusie van deze deskundige over.

Verder heeft de rechtbank rekening gehouden met het reclasseringsadvies d.d. 14 maart 2013, waaruit blijkt dat er over een lange periode verschillende pogingen zijn gedaan verdachte in de hulpverlening te krijgen, maar dat tot nu toe niet heeft geleid tot gedragsverandering. Ook blijkt uit genoemd advies dat doordat verdachte zich niet laat sturen, met regelmaat dominant en agressief gedrag vertoont en in grote mate middelen blijft gebruiken, hulpverlening tot nu toe weinig effect heeft gehad. Om toch gedragsverandering te kunnen realiseren en verdachte binnen de hulpverlening te krijgen, lijkt volgens het advies een strakker kader op zijn plaats.

Alles afwegende, is de rechtbank van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf noodzakelijk is. De rechtbank acht het wenselijk dat verdachte aansluitend aan de detentie zal worden opgenomen in de Piet Roordakliniek of een soortgelijke instelling. De rechtbank is van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden noodzakelijk is. Een gedeelte van deze straf, te weten 5 maanden, zal zij voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Hierbij zal de rechtbank voor de noodzakelijk geachte begeleiding van verdachte de hierna vermelde bijzondere voorwaarde opleggen. De rechtbank legt daarmee een zwaardere sanctie op dan door de officier van justitie is geëist vanuit de wetenschap dat een klinische opname vanuit een situatie van voorarrest enige voorbereidingstijd met zich meebrengt.

9 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij[slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 1.380,78 voor feit 1, waarvan € 880,78 in verband met geleden materiële schade en € 500,- in verband met geleden immateriële schade.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard voorzover deze vordering ziet op de materiële schade, aangezien dit deel van de vordering niet eenvoudig is. Ten aanzien van de immateriële schade heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat dit deel van de vordering dient te worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de vordering van de benadeelde partij voor toewijzing vatbaar is voorzover deze vordering ziet op de immateriële schade. Voor zover de vordering ziet op materiële schade heeft de verdediging niet-ontvankelijkheid bepleit op de grond dat dit deel een onevenredige belasting voor het strafgeding vormt; de verdediging heeft daartoe aangevoerd dat zij niets van dat deel van de vordering begrijpt.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De behandeling van de vordering van de benadeelde partij leent zich voor behandeling in de onderhavige strafzaak en levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1 bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank acht die schade voldoende en ook begrijpelijk onderbouwd tot het gevorderde bedrag van € 1.380,78 (dertienhonderdtachtig euro en achtenzeventig cent), te weten € 500,- aan immateriële schade en € 880,78 aan materiële schade. De stelling van de verdediging dat zij niets van het materiële deel van de vordering begrijpt betreft geen rechtens relevante betwisting van de hoogte van de schade. De rechtbank acht verdachte aansprakelijk voor die schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, eveneens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

10 Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling

Bij de stukken bevindt zich de op 20 december 2012 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht in de zaak met parketnummer 15/700520-12, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter in de rechtbank Haarlem van 7 augustus 2012, waarbij verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 14 dagen, met bevel dat deze straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op 2 jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

10.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot tenuitvoerlegging van die niet ten uitvoer gelegde straf dient te worden toegewezen.

10.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de vordering tot tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde straf voor toewijzing vatbaar is.

10.3

Het oordeel van de rechtbank

Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis. De rechtbank ziet hierin aanleiding de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke straf te gelasten.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 36f, 57, 285, 312, 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

12 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

onder 1: Diefstal gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken;

onder 2: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

onder 3: Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden.

Beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 5 maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende voorwaarden houdt.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde

  1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

  3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast indien de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

De veroordeelde moet zich onmiddellijk onder toezicht en leiding van de Reclassering Nederland stellen. Vervolgens moet hij gedurende de proeftijd onder toezicht en leiding van de Reclassering Nederland blijven en zich naar de door of namens die instelling te geven aanwijzingen gedragen, ook als dat inhoudt een klinische opname in de Piet Roordakliniek of een soortgelijke instelling door de reclassering in samenwerking met het IFZ (Indicatiestelling Forensische Zorg) nader te regelen, zolang de reclassering een dergelijke opname nodig vindt met dien verstande dat de klinische opname de duur van 12 maanden niet overstijgt.

Wijst de vordering van[slachtoffer] toe tot € 1.380,78 (dertienhonderdtachtig euro en achtenzeventig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 7 december 2012 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan[slachtoffer] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van[slachtoffer] aan de Staat € 1.380,78 (dertienhonderdtachtig euro en achtenzeventig cent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 7 december 2012 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 27 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Gelast de tenuitvoerlegging van de bij genoemd vonnis van 7 augustus 2012 opgelegde voorwaardelijke straf, namelijk een gevangenisstraf van 14 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.P.W. Helmonds, voorzitter, en mrs. A.M.M.E. Doekes en M.A.A.T. Engbers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Prinsen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 april 2013.

BIJLAGE : De tenlastelegging

1.

hij op of omstreeks 07 december 2012 te Utrecht, althans in het arrondissement

Utrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

3 vesten en/of een set handschoenen en/of 5 sets van 4 paar sportsokken, in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan V&D, in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en /

of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen

[verbalisant] en/of[slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal

voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op

heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit

van het gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke bedreiging met

geweld hierin bestond(en) dat verdachte die [verbalisant] (met twee gestrekte) armen

in een kledingrek heeft geduwd en daaraan voorafgaand dreigend de woorden

heeft toegevoegd: "Als je aan mij zit, sla ik je dood" en/of die [verbalisant] tegen

zijn kaak althans in zijn gezicht heeft geslagen en/of die [slachtoffer] een of meer malen op/tegen het hoofd/lichaam heeft geslagen en/of gestompt;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 07 december 2012 te Utrecht, althans in het arrondissement

Utrecht, [verbalisant] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde

[verbalisant] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik maak je dood kanker blauwe" en/of

"Als je nog één keer aan mij, zit maak ik je dood" en/of "Als ik jou tegenkom,

maak ik je dood kanker blauwe", althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 07 december 2012 te Utrecht opzettelijk en wederrechtelijk

een metalen raamkozijn van een ophoudcel, in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan Politie Utrecht, in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte, heeft vernield en / of beschadigd en / of

onbruikbaar gemaakt, door toen aldaar opzettelijk en wederrechtelijk;

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

1 Indien hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt hierbij telkens verwezen naar de bijlagen bij de in de wettelijke vorm opgemaakt processen-verbaal van de politie Utrecht, met nummer PL091A 2012274775, van 8 december 2012, doorgenummerde pagina's 1 tot en met 44.

2 Een geschrift, te weten een aangifteformulier, doorgenummerde pagina's 23 en 24.

3 Een geschrift, te weten een aangifteformulier, doorgenummerde pagina 32.

4 Een geschrift, te weten een aangifteformulier, doorgenummerde pagina 26.

5 Een geschrift, te weten een aangifteformulier, doorgenummerde pagina 26.

6 Een geschrift, te weten een aangifteformulier, doorgenummerde pagina 26.

7 Een geschrift, te weten een aangifteformulier, doorgenummerde pagina 26.

8 Een geschrift, te weten een aangifteformulier, doorgenummerde pagina 26.

9 Een geschrift, te weten een aangifteformulier, doorgenummerde pagina 27.

10 Een geschrift, te weten een aangifteformulier, doorgenummerde pagina 33.

11 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 20.

12 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 20.

13 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 40.

14 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 40.

15 Proces-verbaal verhoor verdachte, doorgenummerde pagina 43.

16 Proces-verbaal verhoor verdachte, doorgenummerde pagina 43.

17 Proces-verbaal verhoor verdachte, doorgenummerde pagina 43.

18 Proces-verbaal verhoor verdachte, doorgenummerde pagina 43.