Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:3024

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
13-02-2013
Datum publicatie
29-07-2013
Zaaknummer
16-656416-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens diefstal met geweld in verening gepleegd. Verdachte heeft zich samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een poging tot woningoverval, waarbij de 65-jarige bewoonster is mishandeld, waarbij zij zeer pijnlijk letsel heeft opgelopen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/656416-12 (P)

vonnis van de meervoudige strafkamer van 14 februari 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te Utrecht op [geboortedatum]

wonende te [woonplaats],

gedetineerd in PI Nieuwegein, Huis van Bewaring locatie ‘PI Nieuwegein’.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 31 januari 2013. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. P.J. de Pree, advocaat te Amersfoort.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen verdachte en de raadsman, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd.

De tenlastelegging is, met wijziging, als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

op 23 oktober 2012 te Utrecht samen met anderen heeft geprobeerd een woningoverval te plegen.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.2

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en baseert zich daarbij op de inhoud van de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat enkel medeplichtigheid aan een poging tot inbraak in vereniging bewezen kan worden, zodat -nu de tenlastelegging is gewijzigd- verdachte moet worden vrijgesproken.

De verdediging betoogt dat indien de rechtbank toch tot een bewezenverklaring van een poging tot diefstal in vereniging komt, verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde geweld dat daarmee gepaard zou zijn gegaan. De verdediging heeft daartoe in het bijzonder aangevoerd dat verdachte de wapens niet heeft gezien en voorts dat hij in de fase dat het geweld is gebruikt niet in de woning aanwezig was en daar dus geen invloed op uit heeft kunnen oefenen.

4.4

Het oordeel van de rechtbank1

Bewijs

Op 23 oktober 2012 omstreeks 06.25 uur wilde aangeefster[slachtoffer] naar buiten gaan om naar haar werk te gaan. Toen zij de voordeur opende zag zij drie gemaskerde personen. Zij sprongen meteen naar binnen. Zij werd vastgegrepen bij haar schouders en bovenarmen en tegen haar borstbeen naar binnen geduwd, door de gang, de woonkamer in waar zij -door op haar hoofd te duwen- op de grond werd geduwd. Toen zij op de grond lag voelde zij dat zij werd geschopt en geslagen. Zij voelde pijn in haar beide bovenbenen. Ook kreeg zij klappen op haar hoofd. Aangeefster was woedend en heeft hard geschreeuwd en gegild. 2

Bij de politie hebben de medeverdachten[medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]verklaard over hun eigen rol bij de overval en over de rol van hun mededaders.

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hadden een tip gekregen dat er veel contant geld en goud was. Op het adres woonden Indische mensen van in de 60. De tipgever zei dat de vrouw altijd rond 6.15-6.30 uur naar haar werk ging. [medeverdachte 1]en [medeverdachte 2] hebben het plan bedacht. Vervolgens hebben zij[verdachte] gevraagd. Zij zijn driemaal met een andere auto langs de woning gereden, waaronder een keer met[verdachte]. Zij keken hoe het huis lag, hoe zij er moesten komen en weg moesten komen.[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben in die week drie wapenstokken en drie bivakmutsen, pepperspray en tieraps gekocht om daarmee de overval te plegen.[medeverdachte 2], [medeverdachte 2] en verdachte sliepen de avond van tevoren bij [medeverdachte 3] om de overval te kunnen plegen. Zij hebben de hele avond over de overval gepraat.3Met zijn vieren hadden zij het erover, “stel dat je zoveel kon pakken”. Het was een gezamenlijk plan, als één van de vier het niet wilde, zouden zij het niet doen.4 Het plan was als volgt:[medeverdachte 2] zou eerst naar binnen gaan om de vrouw op de grond te leggen.5[medeverdachte 2] zou het pistool gebruiken om te dreigen. Met de tieraps zouden zij de handen van het slachtoffer aan elkaar vastmaken.6 [medeverdachte 3] zou bij het slachtoffer blijven.[medeverdachte 2] en [medeverdachte 2] zouden naar boven gaan om te kijken of er nog iemand was.[verdachte] zou op de buurt letten.7 Zij zouden de auto van[medeverdachte 2] gebruiken als vluchtauto en de kleren en buit in deze auto leggen.8 Zij zouden zich vervolgens in twee groepen splitsen en weggaan. De buit zou worden verdeeld onder hen vieren.9[medeverdachte 2] heeft de auto op maandagavond met verdachte vanuit [medeverdachte 3] weggebracht. Verdachte was chauffeur en wist hoe zij daar weer moesten komen.10[medeverdachte 2] heeft het telefoonnummer van verdachte op maandagavond in zijn telefoon gezet. Het was het nummer van een ander toestel omdat verdachte dat wilde.11

Op 23 oktober 2012 zijn [medeverdachte 2],[medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en verdachte om 6.00 uur de deur uit gegaan.12 Verdachte reed. [medeverdachte 2] had een bivakmuts, knuppel en tieraps bij zich, [medeverdachte 3] een bivakmuts en een koevoet en[medeverdachte 2] een balletjespistool, een gummiknuppel, tieraps en een bivakmuts.13 Ze waren er om 6.05 uur. Rond 6.15 uur zijn [medeverdachte 2],[medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] uit de auto gestapt en achter enkele kliko’s gaan zitten.[medeverdachte 2] had een oortje in zijn telefoon onder zijn bivakmuts. Daarmee stond hij de hele tijd in verbinding met verdachte.14[medeverdachte 2] heeft de verbinding met verdachte net voor de overval tot stand gebracht. Hij had eerst gebeld om te checken of dit het goede nummer was.15 Verdachte was chauffeur en lette op de buurt.16[medeverdachte 2] heeft de vrouw vastgepakt toen zij naar buiten kwam en haar naar binnen geduwd.17 Zij is daarbij naar de grond gegaan. Zij gilde.18[medeverdachte 2] ging als eerste naar binnen, toen [medeverdachte 2] en als laatste [medeverdachte 3].19 [medeverdachte 3] heeft het slachtoffer stevig vastgehouden toen zij op haar buik op de grond lag. De vrouw was hysterisch en aan het gillen.20[medeverdachte 2] en [medeverdachte 2] zijn naar boven gegaan. Bij het opgaan van de 2e trap hoorden zij van verdachte dat er iemand voor de deur stond. Zij zijn vervolgens weggerend. [medeverdachte 2] heeft 3x op de auto geslagen als teken dat zij weggingen.21 Zij zijn de wijk in gerend en daarna zijn zij bij verdachte in de auto gestapt.22

Het slachtoffer heeft als gevolg van de overval meerdere grote bloeduitstortingen

op haar bovenbenen opgelopen en kleinere bloeduitstortingen op haar billen, rug, en linkerarm.23

Arts-patholoog F.R.W. Van de Goot verklaart dat het letsel aan de benen het gevolg was van herhaaldelijke inwerking van uitwendig botsend mechanisch geweld.24

In de auto van verdachten werden in het zitgedeelte 4 bivakmutsen (waarvan 1 in het bestuurdersportiervak), 3 wapenstokken, een pistool, pepperspray, messen, tieraps (tot boeien gemaakt) en ducttape aangetroffen.25

Nadere bewijsoverweging ten aanzien van het medeplegen:

Verdachte heeft ter terechtzitting bevestigd dat hij op de zaterdagavond voor de overval door[medeverdachte 2] en [medeverdachte 2] werd gevraagd of hij hen wilde rijden voor een inbraak bij een huis waar geld te halen was. Hij is op zondag met hen mee gegaan om bij de woning te kijken. Op maandagavond heeft hij met[medeverdachte 2] diens auto weggezet, waarin zij na de inbraak konden overstappen. Nadat de auto was weggezet, stapte[medeverdachte 2] bij hem in de auto en reden zij terug naar het huis van [medeverdachte 3].[medeverdachte 2], [medeverdachte 2] en hij zijn die nacht bij [medeverdachte 3] blijven slapen, omdat zij de volgende morgen naar de woning zouden gaan. Hij was daar omdat hij zou rijden. Hij heeft toen ook iets over het verdelen van de buit horen zeggen. Ten aanzien van het plan heeft verdachte verklaard dat hij die avond bij [medeverdachte 3] wel wat gehoord heeft. Zij hebben de wekker gezet en zijn vroeg opgestaan. De anderen deden donkere kleding aan. Verdachte heeft de auto schuin tegenover de woning neergezet. Hij zag de anderen richting de woning lopen. Verdachte had een telefoonverbinding met[medeverdachte 2]. Hij had[medeverdachte 2] zijn reservenummer gegeven. Hij zou de anderen waarschuwen als hij iets verdachts zou zien. Dat heeft hij ook gedaan. Op een bepaald moment heeft hij[medeverdachte 2] bericht dat er een man voor de woning stond. Toen verdachte de anderen zag weg rennen, heeft hij hen verderop weer in de auto meegenomen.

De verklaring van verdachte, dat hij nooit heeft gedacht dat daadwerkelijk een inbraak of overval zou worden gepleegd, dat hij pas op het moment dat het slachtoffer gilde door had dat het serieus was en dat hij niet wist van bivakmutsen en de wapens, acht de rechtbank in het licht van de bewijsmiddelen en zijn eigen verklaring niet aannemelijk.

De rechtbank overweegt dat uit de verklaringen van de medeverdachten bij de politie en van verdachte ter terechtzitting ten aanzien van de deelname van verdachte aan de overval blijkt dat verdachte:

  • -

    op zondagavond met twee van de mededaders is meegegaan op voorverkenning,

  • -

    op de avond voor de overval,

* met de mededaders de hele avond over de overval heeft gesproken: over het gezamenlijk plan, de taakverdeling, de wapens en het verdelen van de buit,

*met de mededaders bij [medeverdachte 3] heeft geslapen, omdat zij de volgende morgen naar de woning zouden gaan,

* met één van de mededaders de vluchtauto heeft weggezet,

* zijn (reserve)telefoonnummer aan één van de mededaders heeft gegeven,

- op de dag van de overval,

* de mededaders -met de auto van zijn vader- naar de woning heeft gereden,

- en terwijl zij de woning binnengedrongen, het slachtoffer naar de grond hebben geduwd en vastgehouden en geweld jegens haar hebben gepleegd -

* tegenover de woning op de uitkijk heeft gestaan;

* via een telefoonverbinding contact heeft gehouden met de mededaders,

zodat hij hen kon waarschuwen;

* de mededaders heeft gewaarschuwd dat er iemand voor de deur stond;

* de mededaders weer heeft opgepikt en hen in de auto heeft meegenomen.

De rechtbank overweegt dat verdachte zelf geen uitvoeringshandelingen heeft verricht voor de diefstal danwel het geweld, maar dat uit de gemaakte afspraken en taakverdeling, zijn rol bij de voorbereiding, zijn rol voor, na en ten tijde van het delict, en het gegeven dat verdachte zich ook overigens niet van de handelingen van de anderen heeft gedistantieerd, blijkt dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tot het plegen van de overval. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de feitelijke handelingen zoals vermeld in de tenlastelegging ook aan verdachte kunnen worden toegerekend in de zin van het tezamen en in vereniging plegen van een strafbaar feit.

Nadere bewijsoverweging ten aanzien van het geweld

Arts-patholoog F.R.W. Van de Goot verklaart dat het letsel aan de benen van het slachtoffer het gevolg was van herhaaldelijke inwerking van uitwendig botsend mechanisch geweld. Uit zijn rapport valt niet met zekerheid af te leiden of het op de benen en op de rest van het lichaam aangetroffen letsel is toegebracht door het slaan met een knuppel en/of door het slaan met het breekijzer. Bovendien kan het letsel aan de bovenbenen deels zondermeer zijn opgelopen toen het slachtoffer op haar buik lag, terwijl het voor het overige deel waarschijnlijker is toegebracht toen zij op haar rug lag of rechtop stond.26

Op grond van de stukken kan niet worden vastgesteld door wie en met welk voorwerp het letsel is toegebracht. De rechtbank acht dit echter voor de beantwoording van de bewijsvraag ook niet relevant. Het toegepaste geweld is de verdachte en de mededaders, al dan niet in de vorm van voorwaardelijk opzet, gezamenlijk toe te rekenen.

Verdachte en zijn mededaders wisten dat op het moment dat zij naar de woning toe gingen de bewoners thuis waren. Het plan was om op het moment dat de vrouw de woning zou verlaten, met zijn drieën - gemaskerd en bewapend - naar binnen te gaan, de vrouw te overmeesteren, op de grond te leggen en vast te houden. De verdachten droegen bivakmutsen, hadden wapens aangeschaft (om af te schrikken) en tieraps om de handen van het slachtoffer mee vast te binden. Voorts hadden zij een breekijzer bij zich (om een eventuele kluis open te breken).

Verdachte en zijn mededaders hebben door volgens vooropgezet plan met zijn drieën –voorzien van ondermeer bivakmutsen, knuppels en een breekijzer - naar binnen te stormen en het slachtoffer te overmeesteren, willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat hun handelen zou uitlopen op het gebruik van geweld. Dat het geweld ook heeft plaatsgevonden is -gezien het letsel dat het slachtoffer heeft opgelopen- evident.

Partiële vrijspraak

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de bedreiging met het pistool niet bewezen kan worden verklaard, zodat verdachte van dat onderdeel moet worden vrijgesproken.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

op 23 oktober 2012 te Utrecht, ter uitvoering van het door verdachte en zijn medeverdachten voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning (gelegen aan de[adres]) weg te nemen goud en geld, geheel of ten dele toebehorende aan[slachtoffer],

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen vergezellen van geweld en bedreiging met geweld tegen die[slachtoffer], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en

gemakkelijk te maken, tezamen en in vereniging met anderen, als volgt heeft gehandeld:

hebbende hij, verdachte, en/of één of meer van zijn mededaders

  • -

    bivakmutsen opgedaan en

  • -

    op het moment dat die[slachtoffer] haar woning wilde verlaten de schouders en bovenarmen van die[slachtoffer] vastgepakt en vervolgens de woning van die[slachtoffer] binnengedrongen en

  • -

    tegen het borstbeen van die[slachtoffer] geduwd en/of die[slachtoffer]

naar binnen en door de gang naar de kamer van haar woning geduwd en

  • -

    die[slachtoffer] op de grond geduwd en op het hoofd van die[slachtoffer] geduwd teneinde die[slachtoffer] te dwingen op de grond te blijven liggen en

  • -

    terwijl die[slachtoffer] op de grond lag met een wapenstok en/of een koevoet, althans een hard voorwerp, meermalen tegen het lichaam van die[slachtoffer] geslagen en

  • -

    terwijl die[slachtoffer] op bovenomschreven wijze in bedwang werd gehouden de

woning van die[slachtoffer] ingelopen teneinde de woning van die[slachtoffer] te kunnen doorzoeken op zoek naar goud en geld.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op.

Poging tot diefstal vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar, met aftrek van voorarrest, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, met de bijzondere voorwaarden zoals door Reclassering Nederland geadviseerd.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft een strafmaatverweer gevoerd.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een ernstig strafbaar feit. Hij heeft, samen met zijn mededaders, de 65-jarige mevrouw[slachtoffer] overvallen toen zij haar woning wilde verlaten om naar haar werk te gaan. Nadat het slachtoffer de deur had geopend, is zij door drie gemaskerde daders -met knuppels en een breekijzer in de hand- weer naar binnen geduwd en naar de grond geduwd. Terwijl zij door één van de daders in bedwang werd gehouden, zijn twee mededaders naar boven gegaan. De vierde dader wachtte buiten in de auto en ‘stond’ op de uitkijk. Nadat hij zijn mededaders waarschuwde dat er iemand voor de deur stond, zijn zij gevlucht. Het is daardoor weliswaar bij een poging gebleven, maar er is wel fors geweld toegepast.

Aangeefster is bij de overval mishandeld, waarbij zij zeer pijnlijk letsel heeft opgelopen. De gevolgen van de woningoverval zijn voor aangeefster buitengewoon ernstig geweest, zo blijkt uit haar schriftelijke slachtofferverklaring. Zij heeft nog dagelijks last van de overval, zowel lichamelijk als geestelijk, en voelt zich enorm beperkt in haar vrijheid.

De eigen woning is bij uitstek een plek waar men zich veilig moet kunnen voelen. Dat aangeefster zich volgens haar verklaring niet langer veilig voelt in haar woning, rekent de rechtbank verdachte en zijn medeverdachten zwaar aan. Verdachte heeft geen oog gehad voor het gegeven dat een dergelijk feit bijdraagt aan gevoelens van onveiligheid bij het slachtoffer in het bijzonder en in de maatschappij in het algemeen. Het is een feit van algemene bekendheid dat woningovervallen ernstige en langdurige psychische schade aan kunnen richten bij de slachtoffers.

Voor wat betreft de ernst van de feiten houdt de rechtbank voorts rekening met de omstandigheid dat het om een goed voorbereide woningoverval gaat. Er is een tip geweest, waarna verdachte het plan hebben opgevat de woningoverval te plegen en het plan zijn gaan bespreken en voorbereiden. Dit blijkt uit de omstandigheid dat er tevoren bivakmutsen, knuppels, tieraps en ducttape zijn aangeschaft, dat er meerdere voorverkenningen hebben plaatsgevonden, dat er de avond tevoren een vluchtauto is neergezet en dat is nagedacht over een telefoonverbinding voor tijdens de overval.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de strafoplegging acht geslagen op de zogenaamde LOVS-richtlijnen. In deze richtlijnen is voor diverse delicten een oriëntatiepunt voor de op te leggen straf geformuleerd. Voor een woningoverval met geweld, wordt in de oriëntatiepunten als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie tot vijf jaren gehanteerd, afhankelijk van de ernst van het geweld.

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de strafoplegging in de zaken van de medeverdachten en de rol die ieder van hen in het geheel van de feiten heeft gespeeld.

De rechtbank weegt ten voordele van verdachte mee dat hij niet zelf de woning is binnengedrongen en zelf geen geweld jegens het slachtoffer heeft gebruikt, en daardoor een kleinere rol dan de drie hoofddaders heeft vervuld.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op

  • -

    een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 14 december 2012.

  • -

    een verdachte betreffend reclasseringsadvies d.d. 30 januari 2013, waaruit volgt dat

bij verdachte sprake is van een beperkt probleembesef en een beperkt inzicht in de ernst van de feiten en de negatieve consequenties van het delict. Voorts is er sprake van impulsiviteit, een behoefte aan spanning en sensatie, en mogelijk naïviteit en beïnvloedbaarheid. Onderzocht zal moeten worden in hoeverre een (bedreigde) persoonlijkheidsontwikkeling of psychische problemen in verband staan met de verdenking.

Geadviseerd wordt tot het opleggen van reclasseringstoezicht, met als bijzondere voorwaarden: een meldingsgebod, deelname aan gedragsinterventie en een behandelverplichting.

De rechtbank neemt de conclusies en adviezen van de deskundigen over en maakt deze tot de hare.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op een door de verdediging overgelegde brief van de geestelijk verzorger van PI Nieuwegein.

Ten voordele van verdachte houdt de rechtbank rekening met zijn nog jonge leeftijd en het ontbreken van (noemenswaardige) documentatie. Voorts heeft verdachte excuses aan het slachtoffer aangeboden en verklaard bereid te zijn tot een slachtoffergesprek.

Naar het oordeel van de rechtbank is er sprake van een atypische verdachte, die in groepsverband ernstig de fout in is gegaan, zonder goed na te denken over de gevolgen daarvan. De rechtbank ziet daarom aanleiding verdachte een kans te bieden aan te tonen dat dit een eenmalige misstap is geweest.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd.

De rechtbank acht een gevangenisstraf van 24 maanden passend en geboden. De rechtbank ziet aanleiding een gedeelte daarvan ter grootte van 10 maanden in voorwaardelijke vorm op te leggen. Dit voorwaardelijk deel maakt een verplichte begeleiding en/of behandeling door de Reclassering onder de hierna genoemde voorwaarden mogelijk. Voorts wordt met deze voorwaardelijke straf beoogd verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

9 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij[slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 3.589,43.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 2.271,- een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, waarvan € 15,- ter zake van materiële schade (waarde fotolijst) en € 2.256,- ter zake van immateriële schade. De rechtbank acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en de rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente.

Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering omdat de behandeling van de vordering in zoverre een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

De rechtbank acht de mededaders eveneens aansprakelijk voor de schade, zodat de vordering hoofdelijk zal worden toegewezen.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45 en 312 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Poging tot diefstal vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 (vierentwintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 10 (tien) maanden van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende voorwaarden houdt.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

Veroordeelde moet zich na afloop van zijn detentie onmiddellijk onder toezicht en leiding van de Reclassering Nederland stellen.

Veroordeelde moet zich houden aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft, voor zover deze niet reeds zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde.

Veroordeelde moet zich melden bij Reclassering Nederland zo frequent en zolang als Reclassering Nederland dit nodig acht.

Veroordeelde moet deelnemen aan de volgende gedragsinterventie: cognitieve vaardigheidstraining.

Veroordeelde wordt verplicht om mee te werken aan nadere diagnosiek tijdens het toezicht, om te onderzoeken of eventuele psychische problematiek in relatie tot het delict aanwezig is, en een behandeling te volgen indien nodig.

Geeft aan genoemde instelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Benadeelde partij

Wijst de vordering van de benadeelde partij[slachtoffer], wonende te Utrecht, toe tot een bedrag van € 2271,-, waarvan € 15,- ter zake van materiële schade en € 2256,- ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 23 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan[slachtoffer] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van[slachtoffer] € 2271,- aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 23 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting vervangen door hechtenis van 45 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Perrick, voorzitter, mr. S. Wijna en mr. P.L.C.M. Ficq, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.M. Westerhout, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 februari 2013.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

hij op of omstreeks 23 oktober 2012 te Utrecht, althans in het arrondissement

Utrecht, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn medeverdachte(n)

voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een

woning (gelegen aan de[adres]) weg te nemen goederen van hun/zijn gading

en/of goud en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s)

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen

vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen

die[slachtoffer], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/

of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf

hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te

verzekeren, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of (één of

meer van) zijn mededader(s)

  • -

    bivakmuts- bivakmutsen opgedaan en/of

  • -

    op het moment dat die[slachtoffer] haar woning wilde verlaten) de schouder(s)

en/of bovenarm(en) van die[slachtoffer] vastgepakt en/of (vervolgens) en/of de

woning van die[slachtoffer] binnengedrongen en/of

- tegen de borstbeen van die[slachtoffer] geduwd en/of (vervolgens) die[slachtoffer]

naar binnen en/of door de gang van haar woning en/of naar de kamer/keuken van

haar woning geduwd en/of

- die[slachtoffer] op de grond geduwd en/of op het hoofd van die[slachtoffer] geduwd

teneinde die[slachtoffer] te dwingen op de grond te blijven liggen en/of

- dreigend een pistool, althans een op een pistool gelijkend voorwerp, op die

Samoedjh gericht en/of aan die[slachtoffer] getoond en/of

- ( terwijl die[slachtoffer] op de grond lag) meermalen tegen de (boven)benen,

althans het lichaam van die[slachtoffer] geschopt en/of getrapt en/of met een

wapenstok en/of een koevoet, althans een (hard) voorwerp meermalen tegen het

hoofd en/of (elders tegen) het lichaam van die[slachtoffer] geslagen en/of

gestompt en/of

  • -

    dreigend een breekijzer vlak voor die[slachtoffer] gehouden, en/of

  • -

    terwijl die[slachtoffer] op bovenomschreven wijze in bedwang werd gehouden) de

woning van die[slachtoffer] ingelopen teneinde de woning van die[slachtoffer] te

kunnen doorzoeken op zoek naar goederen van hun/zijn gading en/of goud en/of

geld

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar paginanummers betreffen dit de paginanummers van het proces-verbaal van politie Regio Utrecht, met dossiernummer 2012 236529, doorgenummerd van pagina 1 tot en met 286.

2 Proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer], pagina 13.

3 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2], pagina 120.

4 Proces-verbaal van verhoor van[medeverdachte 1], pagina 142.

5 Proces-verbaal van verhoor van[medeverdachte 1], pagina 144.

6 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2], pagina 123.

7 Proces-verbaal van verhoor van[medeverdachte 1], pagina 144.

8 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2], pagina 123.

9 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2], pagina 122.

10 Proces-verbaal van verhoor van[medeverdachte 1], pagina 146.

11 Proces-verbaal van verhoor van[medeverdachte 1], pagina 150.

12 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2], pagina 119.

13 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2], pagina 121.

14 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2], pagina 122.

15 Proces-verbaal van verhoor van[medeverdachte 1], pagina 151.

16 Proces-verbaal van verhoor van[medeverdachte 1], pagina 144.

17 Proces-verbaal van verhoor van[medeverdachte 1], pagina 144.

18 Proces-verbaal van verhoor van[medeverdachte 1], pagina 145.

19 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2], pagina 119.

20 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3]164-176.

21 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2], pagina 122.

22 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2], pagina 119.

23 PV sporenonderzoek d.d. 24 oktober 2012, pagina 191 met fotobijlage pagina’s 193-211.

24 Rapport van arts-patholoog F.R.W. van de Goot.

25 Proces-verbaal sporenonderzoek (onderzoek voertuig) p. 214-235.

26 Rapport van arts-patholoog F.R.W. van de Goot.