Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:3022

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
11-06-2013
Datum publicatie
29-07-2013
Zaaknummer
16-700494-13 en 16-146824-11 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich op een avond schuldig gemaakt aan drie straatroven. Verdachte wordt wegens afpersing (meermalen gepleegd) veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Voorts wordt tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf van 2 weken opgelegd wegens overtreding tijdens proeftijd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/700494-13 en 16/146824-11 (vordering tenuitvoerlegging) (P)

vonnis van de meervoudige strafkamer van 11 juni 2013.

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te Utrecht,

gedetineerd in het Huis van Bewaring “Nieuwegein” te Nieuwegein.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 28 mei 2013. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. M.N. Guntenaar, advocaat te Zeist.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht. Ter terechtzitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

op 12 februari 2013 in De Bilt drie straatroven heeft gepleegd.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde afpersingen heeft begaan en baseert zich daarbij op de inhoud van de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de ten laste gelegde afpersingen bewezen kunnen worden. De verdediging voert aan dat verdachte voor de bedreiging echter niet een balletjespistool heeft gebruikt, maar een tentstok van een partytent, waarvan het de bedoeling was dat het er ‘echt’ uitzag en dat er kennelijk ook zo ‘echt’ uitzag dat de slachtoffers het idee hadden dat zij met een vuurwapen werden bedreigd.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijs 1

Aangezien verdachte de ten laste gelegde feiten heeft bekend en de verdediging geen vrijspraak heeft bepleit, volstaat de rechtbank met toepassing van het bepaalde in artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de bewijsmiddelen:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting op 28 mei 2013;

  • -

    het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer 1]2;

- het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer 2]3;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3]4.

Bewijsoverweging ten aanzien van het ‘op een vuurwapen gelijkend voorwerp’

De verklaring van verdachte dat hij bij de straatroven een partytentstok heeft gebruikt, die door moest gaan voor vuurwapen - hetgeen overigens kennelijk door de verdediging is aangevoerd met het oog op de strafmaat, zonder dat daaraan door de verdediging juridische consequenties zijn verbonden  acht de rechtbank niet aannemelijk.

De drie aangevers verklaren eenduidig dat verdachte hen heeft bedreigd met een pistool. Zij hebben alle drie een duidelijke omschrijving van het pistool gegeven wat betreft de kleur (zilvergrijs), de vorm (hoekig) en de omvang (groot) daarvan. Aan aangeefsters[slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] is vervolgens door de politie een zilverkleurig gasdrukpistool getoond, dat door de verdachte mogelijk bij de straatroven is gebruikt. [slachtoffer 3] verklaart dat zij denkt dat dit het pistool is waarmee zij is bedreigd.[slachtoffer 1]verklaart dat zij de kleur en grootte van het wapen herkent als het wapen dat bij de straatroof is gebruikt.

De rechtbank heeft op grond van het voorgaande geen reden aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangevers te twijfelen, inhoudende dat verdachte de afpersingen met gebruik van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft begaan.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

op 12 februari 2013 te De Bilt, op de openbare weg, te weten op of nabij de Burgemeester de Withstraat, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld (te weten 15 euro), toebehorende aan die[slachtoffer 1], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft gericht op die[slachtoffer 1]en vervolgens tegen die[slachtoffer 1] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Geef me al je geld" en/of "Pak het geld" en/of "Geef het snel".

2.

op 12 februari 2013 te De Bilt, op de openbare weg, te weten op of nabij de Burgemeester de Withstraat, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld[slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee met inhoud, toebehorende aan die [slachtoffer 2], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft gericht op die [slachtoffer 2] en vervolgens (nadat die [slachtoffer 2] op de vlucht is geslagen) met een scooter achter die [slachtoffer 2] is aangereden en vervolgens een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer 2] heeft gericht en vervolgens tegen die [slachtoffer 2] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Geld, geld".

3.

op 12 februari 2013 te De Bilt, op of aan de openbare weg, te weten op de Alfred Nobellaan, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld[slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon (Motorola), toebehorende aan die[slachtoffer 3], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, zijn scooter voor die[slachtoffer 3] heeft geplaatst en vervolgens een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft gericht op die[slachtoffer 3] en vervolgens tegen die[slachtoffer 3] dreigend de woorden heeft toegevoegd "Geef je geld" en vervolgens (nadat die[slachtoffer 3] op de vlucht is geslagen) met een scooter achter die[slachtoffer 3] is aangereden en vervolgens een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft gericht op die[slachtoffer 3] en vervolgens tegen die[slachtoffer 3] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "godverdomme, geef nu je geld" en "geef je telefoon".

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte is volgens de wet strafbaar als

Afpersing, meermalen gepleegd.

7 De strafbaarheid van verdachte

De raadsvrouw van verdachte heeft namens verdachte een beroep gedaan op psychische overmacht, zodat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging. De raadsvrouw heeft daartoe in het bijzonder aangevoerd dat de benarde omstandigheden, waarmee verdachte te maken kreeg, maakten dat hij voor zijn gevoel op dat moment niet anders kon dan zwichten voor de drang die [A], een drugsdealer die een schuld van

€ 65,00 bij verdachte kwam incasseren, uitoefende. Het was de netelige situatie, die door uitwendige omstandigheden gedurende een langere tijd is veroorzaakt, waaruit verdachte zichzelf en zijn familie probeerde te redden door het plegen van de feiten.

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat - indien het verhaal van verdachte juist is - er geen sprake is geweest van overmacht, nu er geen sprake was van een van buiten komende drang, waaraan verdachte redelijkerwijs geen weerstand heeft kunnen of behoren te bieden. Verdachte had naar de politie kunnen gaan of hij had het door hem verschuldigde bedrag van € 65,00 van zijn ouders of iemand anders kunnen lenen. Het beroep op psychische overmacht wordt derhalve verworpen.

Er is ook overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem onder 1, 2 en 3 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, met reclasseringstoezicht zoals geadviseerd in het reclasseringsrapport.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair een beroep op overmacht gedaan en subsidiair een strafmaatverweer gevoerd.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich - kennelijk volgens hem ter aflossing van een schuld van € 65,00 - op één avond schuldig gemaakt aan drie straatroven, waarbij hij zijn slachtoffers heeft bedreigd met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. Twee van de drie slachtoffers heeft hij, nadat zij probeerden te vluchten, achtervolgd. Zij zijn bang geweest dat verdachte daadwerkelijk op hen zou schieten. De straatroven hebben op aangevers een grote impact gehad, zo blijkt uit hun schriftelijke slachtofferverklaringen. Zij ervaren nog steeds de gevolgen daarvan en voelen zich beperkt in hun vrijheid. Hun eigen woonomgeving, waar zij zich veilig waanden, voelt voor hen opeens niet veilig meer. Dat rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.

Verdachte heeft slechts aan zijn eigen financieel gewin gedacht en geen oog gehad voor het gegeven dat dergelijk feiten bijdragen aan gevoelens van onveiligheid bij het slachtoffer in het bijzonder en in de maatschappij in het algemeen. Het is een feit van algemene bekendheid dat straatroven langdurige psychische schade bij de slachtoffers aan kunnen richten.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de strafoplegging acht geslagen op de zogenaamde LOVS-richtlijnen. Voor een enkele straatroof wordt in de oriëntatiepunten als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden gehanteerd. Het feit dat sprake is van recidive en van bedreiging met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, werkt strafverzwarend. De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat bij het bepalen van de strafmaat uitgegaan moet worden van drie separate feiten, maar nu de straatroven binnen een tijdsbestek van een half uur hebben plaatsgevonden, kan niet worden gezegd dat verdachte op drie verschillende momenten (uren of dagen) tot zijn strafbaar handelen is gekomen en aldus een gewoonte maakt van het plegen van straatroven.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op:

  • -

    een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 19 april 2013, waaruit blijkt dat verdachte eerder wegens vermogensdelicten is veroordeeld;

  • -

    een verdachte betreffend reclasseringsadvies d.d. 26 maart 2013. Uit het advies blijkt van de volgende criminogene factoren: sociale netwerk, alcoholgebruik, financiële situatie, huisvesting, dagbesteding en drugsgebruik. Het advies vermeldt verder dat de oorzaak van de hoeveelheid aan problematiek en de aanhoudende problemen in de mogelijke psychiatrische problematiek van verdachte ligt en dat verder onderzoek en behandeling een positief effect zou kunnen hebben op alle leefgebieden en daarmee het recidiverisico zou kunnen doen afnemen. Wat volgens het advies verder zorgen baart, is dat verdachte aangeeft veel te liegen en dit ook blijkt uit de informatie die hij verstrekt, die niet klopt of maar half blijkt te kloppen.

De reclassering adviseert als bijzondere voorwaarden: meldingsgebod, deelname aan gedragsinterventie, behandelverplichting, drugs- of alcoholverbod, locatiegebod en andere voorwaarden het gedrag van de veroordeelde betreffende op het gebied van werk, scholing en schuldhulpverlening.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd.

De rechtbank acht een gevangenisstraf van 18 maanden passend en geboden. De rechtbank ziet aanleiding een gedeelte daarvan ter grootte van 6 maanden in voorwaardelijke vorm op te leggen. Dit voorwaardelijk deel maakt een verplichte begeleiding en/of behandeling door de Reclassering onder de hierna genoemde voorwaarden mogelijk. Voorts wordt met deze voorwaardelijke straf beoogd verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De behandeling van de vordering van [slachtoffer 1] levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1 bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 1.715,00, te weten € 1.700,00 aan immateriële schade en € 15,00 aan materiële schade, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

De behandeling van de vordering van [slachtoffer 2], levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 2 bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 1.925,24, te weten € 1.700,00 aan immateriële schade en

€ 225,24 aan materiële schade, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

De behandeling van de vordering van[slachtoffer 3][slachtoffer 3], levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 3 bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 1.894,92, te weten € 1.700,00 aan immateriële schade en € 194,92 aan materiële schade, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

10.Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling

Bij de stukken bevindt zich de op 19 april 2013 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht in de zaak met parketnummer 16/146824-11, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis d.d. 24 oktober 2011 van de rechtbank Utrecht, waarbij verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken, met bevel dat deze straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op 2 jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Tevens bevindt zich bij de stukken een akte waaruit blijkt dat de kennisgeving, bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering, op 4 april 2012 in persoon aan verdachte is uitgereikt.

Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis. De rechtbank ziet hierin aanleiding de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke straf te gelasten.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 36f, 57, 317 van het Wetboek van Strafrecht. 

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

12 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Afpersing, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 6 maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 3 jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende voorwaarden houdt.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde

1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

en

3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast indien veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

  • -

    Veroordeelde moet zich binnen 5 dagen na afloop van zijn detentie voor 17.00 uur melden bij Reclassering Nederland, Vivaldiplantsoen 200, 3353 JE Utrecht en zich onder toezicht en leiding van deze instelling stellen. Vervolgens moet hij zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht en zich naar de door of namens de reclassering te geven aanwijzingen gedragen.

  • -

    Veroordeelde moet deelnemen aan de Arbeidsvaardighedentraining.

- Veroordeelde moet zich verder laten diagnosticeren en indien nodig laten behandelen voor ADHD, verslaving en een antisociale gedragsstoornis bij Victas of een soortgelijke ambulante instelling voor forensische zorg, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die opname door of namens de instelling/behandelaar worden gegeven. Veroordeelde wordt verplicht tot een kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal zeven weken, als de reclassering dit noodzakelijk acht, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die opname door of namens de instelling/behandelaar worden gegeven.

- Veroordeelde moet zich voor de duur van zes maanden bevinden op zijn woonadres aan de[adres] te De Bilt, waarbij veroordeelde op doordeweekse dagen een blok van 14 aaneengesloten uren ter invulling van zijn dagbesteding heeft en in het weekend acht uur per dag vrij te besteden heeft. Wanneer veroordeelde geen dagbesteding heeft, krijgt hij twee uur vrij te besteden. Alle uren worden vooraf, in overleg met de reclassering, vastgesteld. Het locatiegebod wordt gecontroleerd door middel van het elektronisch controlemiddel de enkelband RFID.

- Veroordeelde moet meewerken aan het verkrijgen en behouden van een dagbesteding in de vorm van werk en/of scholing. Veroordeelde wordt verplicht mee te werken aan een schuldhulpverleningstraject, indien de reclassering dit nodig acht.

Geeft aan genoemde instelling opdracht om op veroordeelde toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Benadeelde partijen

Wijst de vordering van[slachtoffer 1] toe tot € 1.715,00 (zegge zeventienhonderd en vijftien euro euro) te weten € 1.700,00 aan immateriële schade en € 15,00 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 12 februari 2013 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 1]voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 1.715,00 (zegge zeventienhonderd en vijftien euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 12 februari 2013 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 34 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot € 1.925,24 (zegge negentienhonderd vijfentwintig euro en vierentwintig eurocent), te weten € 1.700,00 aan immateriële schade en € 225,24 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 12 februari 2013 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 2] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 1.925,24 (zegge negentienhonderd vijfentwintig euro en vierentwintig eurocent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 12 februari 2013 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 38 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Wijst de vordering van[slachtoffer 3] toe tot € 1.894,92 (zegge achttienhonderd vierennegentig euro en tweeënnegentig eurocent) te weten € 1.700,00 aan immateriële schade en € 194,92 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 12 februari 2013 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan[slachtoffer 3] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van[slachtoffer 3] aan de Staat tot € 1.894,92 (zegge achttienhonderd vierennegentig euro en tweeënnegentig eurocent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 12 februari 2013 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 37 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Tenuitvoerlegging parketnummer 16/146824-11

Gelast de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf van 2 weken, voorwaardelijk opgelegd bij genoemd vonnis van 24 oktober 2011.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Wijna, voorzitter, mr. J.R. Krol en mr. J.P.H. van Driel van Wageningen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.M. Westerhout, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 juni 2013.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

hij op of omstreeks 12 februari 2013 te De Bilt, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, op of aan de openbare weg, te weten op of nabij de

Burgemeester de Withstraat, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

heeft weggenomen een hoeveelheid geld (te weten 15 euro), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan[slachtoffer 1], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en / of

vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk

te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk

geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp

heeft getoond aan en/of gericht op die[slachtoffer 1] en/of (vervolgens) tegen die[slachtoffer 1]

dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Geef me al je geld" en/of "Pak het geld" en/of "Geef het snel", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

en/of

hij op of omstreeks 12 februari 2013 te De Bilt, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, op of aan de openbare weg, te weten op of nabij de

Burgemeester de Withstraat, met het oogmerk om zich en / of een ander

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld[slachtoffer 1]

heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld (te weten 15

euro) , in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die

[slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, een vuurwapen, althans een

op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getoond aan en/of gericht op die

[slachtoffer 1] en/of (vervolgens) tegen die Lind dreigend de woorden heeft toegevoegd:

"Geef me al je geld" en/of "Pak het geld" en/of "Geef het snel", althans

woorden van gelijke aard en/of strekking

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 12 februari 2013 te De Bilt, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, op of aan de openbare weg, te weten op of nabij de

Burgemeester de Withstraat, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

heeft weggenomen een portemonnee (met inhoud), in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan[slachtoffer 2] in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld

en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen die[slachtoffer 2]

, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of

gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf

hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te

verzekeren, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)

dat hij, verdachte, een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp, heeft getoond aan en/of gericht op die [slachtoffer 2] en/of

(vervolgens) (nadat die [slachtoffer 2] op de vlucht is geslagen) met een scooter

achter die [slachtoffer 2] is aangereden en/of (vervolgens) een vuurwapen,

althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getoond aan en/of

gericht op die [slachtoffer 2] en/of (vervolgens) tegen die [slachtoffer 2] dreigend

de woorden heeft toegevoegd: "Geld, geld", althans woorden van gelijke aard

en/of strekking

en/of

hij op of omstreeks 12 februari 2013 te De Bilt, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, op of aan de openbare weg, te weten op of nabij de

Burgemeester de Withstraat, met het oogmerk om zich en / of een ander

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld[slachtoffer 2]

heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee (met inhoud) ,

in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die[slachtoffer 2]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, een vuurwapen, althans een

op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getoond aan en/of gericht op die[slachtoffer 2]

en/of (vervolgens) (nadat die [slachtoffer 2] op de vlucht is geslagen)

met een scooter achter die [slachtoffer 2] is aangereden en/of (vervolgens) een

vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getoond aan

en/of gericht op die [slachtoffer 2] en/of (vervolgens) tegen die [slachtoffer 2]

dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Geld, geld", althans woorden van

gelijke aard en/of strekking

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 12 februari 2013 te De Bilt, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, op of aan de openbare weg, te weten op of nabij de Alfred

Nobellaan, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een mobiele telefoon (Motorola), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan[slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd

van geweld en / of bedreiging met geweld tegen die[slachtoffer 3], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of

om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te

maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en / of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, zijn

scooter voor die[slachtoffer 3] heeft geplaatst en/of (vervolgens) een vuurwapen,

althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getoond aan en/of

gericht op die[slachtoffer 3] en/of (vervolgens) tegen die[slachtoffer 3] dreigend de woorden

heeft toegevoegd "Geef je geld" en/of (vervolgens) (nadat die[slachtoffer 3] op de

vlucht is geslagen) met een scooter achter die[slachtoffer 3] is aangereden en/of

(vervolgens een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp

heeft getoond aan en/of gericht op die[slachtoffer 3] en/of (vervolgens) tegen die[slachtoffer 3]

dreigend de woorden heeft toegevoegd: "godverdomme, geef nu je geld" en/of

"geef je telefoon", althans woorden van gelijke aard en/of strekking

en/of

hij op of omstreeks 12 februari 2013 te De Bilt, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, op of aan de openbare weg, te weten op of nabij de Alfred

Nobellaan, met het oogmerk om zich en / of een ander wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] heeft gedwongen

tot de afgifte van een mobiele telefoon (Motorola), in elk geval van enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan die[slachtoffer 3], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en / of welke bedreiging

met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, zijn scooter voor die[slachtoffer 3]

heeft geplaatst en/of (vervolgens) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen

gelijkend voorwerp heeft getoond aan en/of gericht op die[slachtoffer 3] en/of

(vervolgens) tegen die[slachtoffer 3] dreigend de woorden heeft toegevoegd "Geef je

geld" en/of (vervolgens) (nadat die[slachtoffer 3] op de vlucht is geslagen) met een

scooter achter die[slachtoffer 3] is aangereden en/of (vervolgens een vuurwapen, althans

een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getoond aan en/of gericht op die

Mook en/of (vervolgens) tegen die[slachtoffer 3] dreigend de woorden heeft toegevoegd:

"godverdomme, geef nu je geld" en/of "geef je telefoon", althans woorden van

gelijke aard en/of strekking

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

1 Indien hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt hierbij telkens verwezen naar de bijlagen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van Politie Utrecht, genummerd PL0920 2013034357-1, doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 282.

2 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], doorgenummerde pagina’s 26 ev.

3 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2], doorgenummerde pagina’s 32 ev.

4 Proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer 3], doorgenummerde pagina’s 38 ev.