Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:2782

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
02-04-2013
Datum publicatie
05-08-2013
Zaaknummer
16-656449-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte veroordeeld voor diefstal met geweld en bedreiging en medeplegen van afpersing, tot gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 6 voorwaardelijk met aftrek. Benadeelde partijen deels toegewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/656449-12 (P)

vonnis van de meervoudige strafkamer van 2 april 2013.

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te[geboorteplaats] op [geboortedatum],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres 1]([postcode]) in [woonplaats].

Thans verblijvende in de PI Nieuwegein, Huis van Bewaring Nieuwegein.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 19 maart 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de advocaat, mr. I.P.J. Beerens, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

primair: samen met anderen een diefstal met geweld dan wel bedreiging met geweld heeft gepleegd,

en/of

samen met anderen de medewerkers van een winkel heeft gedwongen tot de afgifte van geld en mobiele telefoons door te dreigen met, dan wel gebruik te maken van geweld;

subsidiair: medeplichtig is aan samen met een ander diefstal met geweld dan wel bedreiging met geweld te plegen.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht medeplegen van het primair tenlastegelegde bewezen en baseert zich hierbij op het volgende.

Allereerst baseert zij zich op de verklaringen van medeverdachte[medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en[medeverdachte 3]. Dat de verklaringen over de rol van[verdachte] niet direct door deze personen zijn afgelegd, doet niet af aan de betrouwbaarheid ervan. Kennelijk wilden zij Jakhrie in eerste instantie uit de wind houden. [medeverdachte 1] verklaart dat hij alsnog over de rol van[verdachte] wil praten, wanneer hij erachter komt dat deze aangifte tegen hem heeft gedaan en hij zich hierdoor verraden voelt. Dit is blijkbaar voor de andere twee jongens ook de aanleiding om zich niet meer in te houden en volledige verklaringen af te leggen. De verklaringen worden ondersteund door het volgende. Uit de telefoons van alle jongens blijkt dat zij elkaar kennen. Daar komt bij dat[verdachte] aanwezig was in de Frontrunner op de avond van de overval terwijl hij daar al niet eens meer werkzaam was. Ook is er op die avond whats app verkeer geweest betreffende de overval tussen[verdachte] en [medeverdachte 1]. Het is waarschijnlijk dat[verdachte] vooraf informatie over de Frontrunner heeft gegeven, omdat de daders precies wisten waar de kassa, de kluis en de sleutels waren. Ten slotte is het erg onwaarschijnlijk dat[verdachte] tijdens de overval [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] niet zou hebben herkend, terwijl hij zelf aangeeft de mannen wel te kennen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit. Haar pleitnota komt samengevat op het volgende neer.

De verklaringen die[medeverdachte 1],[medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] hebben afgelegd dienen niet geloofwaardig geacht te worden, omdat niet kan worden vastgesteld dat deze op basis van de eigen beleving zijn afgelegd. Alle drie hebben zij namelijk kennis kunnen nemen van de inhoud van het (op dat moment) aanwezige dossier. Tevens hebben zij en hun naasten regelmatig contact gehad over de inhoud van het dossier. Essentiële belastende elementen uit de verklaringen zijn te herleiden uit de inhoud van het dossier.

De verdediging is van mening dat [medeverdachte 1] de naam van[verdachte] heeft genoemd omdat hij boos was omdat[verdachte] aangifte tegen hem had gedaan. De verklaring dat[verdachte] buiten de Albert Heijn een seintje zou hebben gegeven met zijn horloge wordt daarnaast niet ondersteund door de camerabeelden, omdat deze handeling niet te zien is op de beelden. Dit onderdeel van de verklaring is dus in strijd met een objectief bewijsmiddel. Bovendien blijkt uit de beschrijving van eenieder in combinatie met de inrichting van de winkel dat het bijna onmogelijk is geweest dat[verdachte] de overvallers heeft gezien en herkend. Ten slotte komen de verklaringen van[verdachte] wel overeen met de inhoud van het dossier. Dat op de ov-kaart van[verdachte] niet kan worden uitgelezen dat hij die avond met de bus naar de stad is gekomen, laat zich verklaren uit het feit dat de busautomaat wellicht kapot is geweest en het dan beleid is van de busmaatschappij dat mensen zonder te betalen kunnen meereizen. Voorts blijft hij consequent hetzelfde verklaren, ondanks het feit dat hij voor het eerst in zijn leven gedetineerd is.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.1

Bewijsmiddelen

Op 25 oktober 2012 doen [slachtoffer 1]2 en [slachtoffer 2]3 aangifte van diefstal met geweld. Zij waren die dag werkzaam bij de Frontrunner in Utrecht en rond sluitingstijd kwamen 3 jongens de winkel in lopen. Op een gegeven moment werd [slachtoffer 2] besprongen en hoorde hij de persoon die hem besprong zeggen dat het een overval was en dat hij moest meekomen. [slachtoffer 1] verklaart dat hij daarbij het geluid van een stroomstootwapen hoorde. Hij en zijn collega’s[slachtoffer 2] en [verdachte] moesten op de grond gaan liggen, waarbij ze onder dreiging van stroomstootwapens de sleutels van de kluis, de kassa en hun telefoons hebben afgegeven.4 Dit alles verklaart ook [slachtoffer 2].5

De politie komt ter plaatse en houdt daar de verdachten[medeverdachte 3], [medeverdachte 2] en[medeverdachte 1] aan.6 De mannen verklaren in eerste instantie dat zij de overval met z’n drieën hebben gepleegd. Echter verklaart[medeverdachte 1] bij de rechter-commissaris op 29 oktober 2012 dat niet hijzelf maar [verdachte] degene is geweest die het initiatief had genomen om de Frontrunner te gaan overvallen. Volgens [medeverdachte 1] is [verdachte] naar hem toegekomen met het idee en heeft hij gezegd dat de beveiliging erg slecht was en dat het bijna niet mis kon gaan.7 Uit tapgesprekken tussen[medeverdachte 1] en zijn moeder blijkt dat hij erachter is gekomen dat [verdachte] aangifte tegen hem en de andere twee mannen had gedaan. Hier was[medeverdachte 1] boos over en besloot daarom te gaan verklaren.8 Als de andere twee mannen worden geconfronteerd met de verklaring van[medeverdachte 1], geven zij ook toe dat [verdachte] betrokken is geweest bij de overval. [medeverdachte 2] verklaart dat [verdachte] de tip heeft gegeven en ook aanwezig was in de Frontrunner toen zij deze gingen overvallen.9[medeverdachte 1] verklaart dat [verdachte] degene is geweest die hen belangrijke informatie heeft gegeven, bijvoorbeeld waar de sleutel van de kassa lag.10 Ook[medeverdachte 3] verklaart dat [verdachte] betrokken is geweest bij de overval en dat het idee van [verdachte] afkomstig was.11

De telefoon van[medeverdachte 1] wordt in beslag genomen en uitgelezen. Hieruit blijkt dat er telefonisch contact en contact via what’s app is geweest tussen[medeverdachte 1] en [verdachte] op de avond van 25 oktober 2012. Ook staat het telefoonnummer van [verdachte] opgeslagen onder de naam [naam]’ op de telefoon van[medeverdachte 1].12

Bewijsoverwegingen

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem primair ten laste gelegde heeft begaan. Verdachte heeft verklaard dat hij het slachtoffer is geweest van de overval en niet één van de daders. Ter zitting heeft de verdediging aangevoerd dat de drie mannen verdachte erin proberen te luizen en hem de schuld in de schoenen proberen te schuiven. De verklaringen van [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] dienen mede daarom niet betrouwbaar te worden geacht volgens de verdediging. De rechtbank heeft voor een complot tegen verdachte geen enkel aanknopingspunt in het dossier aangetroffen. De rechtbank is van oordeel dat uit de stukken blijkt dat de mannen verdachte in eerste instantie hebben proberen te beschermen door zijn naam niet te noemen. Echter wanneer blijkt dat verdachte aangifte tegen hen doet en dat medeverdachten de verdachte [medeverdachte 1] het initiatief in de schoenen schuiven, keren zij zich uiteindelijk tegen hem en verklaren vervolgens hoe het werkelijk gegaan is. De verdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] geven pas geleidelijk toe dat er een vierde verdachte is als zij daarmee worden geconfronteerd door de politie. Dat zij dit doen om verdachte de schuld in de schoenen te schuiven is volstrekt onaannemelijk, nu zij geen van allen hun eigen aandeel in de overval ontkennen en vanaf het eerste moment de verantwoordelijkheid hiervoor hebben genomen. Dit maakt dat de rechtbank deze verklaringen betrouwbaar acht. Verdachte heeft voorts aangegeven dat hij in de winkel aanwezig is geweest omdat hij nog iets wilde drinken met zijn ex-collega’s en toen, in afwachting daarvan, in de winkel klanten is gaan helpen. Daarnaast verklaart hij de overvallers niet te hebben herkend. Verdachte werkte niet meer bij de Frontrunner en de rechtbank acht het onaannemelijk dat hij, buiten dienstverband en dus onbetaald, werkzaamheden heeft verricht in de winkel zonder dat hier een nadere reden voor was. Daar komt bij dat de rechtbank het tevens onaannemelijk acht dat verdachte de overvallers niet heeft herkend, en de medeverdachten verdachte[verdachte] niet terwijl ze elkaar kenden.[verdachte] en medeverdachte [medeverdachte 1] hebben elkaar ’s middags nog gezien en gesproken. Hierdoor en op basis van de hierboven genoemde bewijsmiddelen in het dossier acht de rechtbank het door de verdediging gegeven alternatieve scenario niet aannemelijk.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

op omstreeks 25 oktober 2012 te Utrecht tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld en mobiele telefoons, in elk geval enig goed, toebehorende aan de winkel "Frontrunner" (vestiging gelegen aan de [adres 2]) en[slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] en[slachtoffer 2], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen[slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] en[slachtoffer 2] (medewerkers van de "Frontrunner") gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken,

en

op omstreeks 25 oktober 2012 te Utrecht, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld[slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] en[slachtoffer 2] (medewerkers van winkel "Frontrunner") heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld en mobiele telefoons, geheel toebehorende aan winkel "Frontrunner" (vestiging gelegen aan de [adres 2]en[slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] en[slachtoffer 2],

welk geweld en bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte en zijn mededaders

  • -

    die [slachtoffer 1] (van achteren) hebben besprongen en vastgepakt en tegen die [slachtoffer 1] hebben geroepen: "Overval meekomen" en "Loop naar de kluis", en

  • -

    Tasers (stroomstootwapen) hebben getoond (zichtbaar en hoorbaar) een stroomstoot hebben laten produceren en

  • -

    vervolgens onder bedreiging met die Tasers die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] hebben gedwongen naar boven te gaan, naar de ruimte waar de kluis van die winkel aanwezig was en

  • -

    tegen die [slachtoffer 1] hebben gezegd dat hij de kluis moest openmaken en

  • -

    nogmaals hoorbaar die Taser een stroomstoot hebben laten produceren en tegen die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] hebben gezegd dat zij op de grond moesten blijven liggen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

medeplegen van diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

en

medeplegen van afpersing.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en als bijzondere voorwaarde de verplichting dat verdachte zich houdt en gedraagt naar de aanwijzingen van Reclassering Nederland en met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Met name wijst de verdediging op het feit dat het op school goed gaat met verdachte en op de lichamelijke gesteldheid van verdachte (diabetes).

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een overval op een sportwinkel. Verdachte en zijn mededaders hebben hierbij een van de medewerkers van de winkel besprongen en beetgepakt. Ook hebben zij tasers gebruikt om de aanwezigen in de sportwinkel te bedreigen. Verdachte en zijn mededaders zijn puur uitgegaan van eigen financieel gewin en hebben niet stil gestaan bij de gevolgen die een dergelijke daad voor anderen heeft. Slachtoffers van geweldsmisdrijven kunnen nog lange tijd last hebben van angstgevoelens en ook in dit geval heeft een van de slachtoffers in de toelichting van de vordering als benadeelde partij aangegeven hier last van te hebben. Daarnaast zorgen dergelijke feiten voor een gevoel van onveiligheid in de maatschappij. De rechtbank weegt in haar oordeel mee dat de rol van verdachte ten aanzien van het geweld kleiner is geweest dan die van zijn mededaders. Echter rekent de rechtbank het verdachte wel aan dat hij deze situatie mede heeft veroorzaakt tegen ex-collega’s. Hij heeft hen om de tuin geleid door hen te laten geloven dat hij na sluitingstijd nog gezellig wat met ze wilde gaan drinken. Dit was echter louter en alleen een aanleiding om de overval mogelijk te maken. Daarnaast neemt verdachte geen enkele verantwoordelijkheid voor zijn handelen. Dit alles maakt dat de rechtbank van oordeel is dat de strafmaat van verdachte gelijk gesteld kan worden met die van zijn mededaders.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met het de verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, d.d. 20 december 2012, waaruit blijkt dat verdachte nooit eerder met justitie in aanraking is geweest.

Voorts heeft de rechtbank kennis genomen van het reclasseringsadvies d.d. 6 februari 2013, waaruit blijkt dat er hoogstwaarschijnlijk sprake is geweest van beïnvloeding van sociale contacten. Er wordt geadviseerd om verdachte een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf op te leggen met daarbij als bijzondere voorwaarden een meldingsgebod, een locatiegebod en andere voorwaarden het gedrag van verdachte betreffende.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden noodzakelijk is. Een gedeelte van deze straf, te weten 6 maanden, zal zij voorwaardelijk opleggen om de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

9 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij[slachtoffer 2] vordert een schadevergoeding van € 1.393,30, waarvan € 593,30 in verband met geleden materiële schade en € 800,00 in verband met geleden immateriële schade.

De benadeelde partij[slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van €1719,00 inzake immateriële schade.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2] verzoekt de officier van justitie deze vordering toe te wijzen voor een bedrag van € 84,30 aan materiële schade en € 500,00 immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Daarbij verzoekt de officier van justitie de vordering hoofdelijk op te leggen.

Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] verzoekt de officier van justitie deze vordering toe te wijzen voor een bedrag van € 750,00 immateriële schade en het overige deel niet-ontvankelijk te verklaren, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Daarbij verzoekt de officier van justitie de vordering hoofdelijk op te leggen.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van de vorderingen benadeelde partij geen standpunt ingenomen, nu zij heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de vordering benadeelde partij van[slachtoffer 2]

De behandeling van de vordering van[slachtoffer 2] levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op.

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade tot een bedrag van € 84,30 en de immateriële schade tot een bedrag van € 500,00 een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde feit en acht verdachte hoofdelijk aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is tot die bedragen voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering in zoverre zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

De door de benadeelde partij gevorderde schade ten aanzien van de mobiele telefoon en simkaart, begroot op € 509,00 is naar het oordeel van de rechtbank geen rechtstreekse schade van het hiervoor bewezen geachte feit. De rechtbank overweegt daartoe dat de mobiele telefoon door verdachte en zijn mededaders in de winkel is achtergelaten. De telefoon is vervolgens door de politie in beslag genomen en bij de politie verloren gegaan. Daarom is de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan zich in dat verband met dit deel van de schade wenden tot de politie Utrecht. De benadeelde partij kan desgewenst zijn vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Verdachte zal worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank bepalen dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan benadeelde partij te betalen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens –eveneens hoofdelijk- de schademaatregel opleggen, eveneens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

Ten aanzien van de vordering benadeelde partij van[slachtoffer 1]

De behandeling van de vordering van [slachtoffer 1] levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op.

De rechtbank is van oordeel dat de immateriële schade tot een bedrag van € 750,00 een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde feit en acht verdachte hoofdelijk aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is tot die bedragen voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering in zoverre zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade. Voor het overige deel zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren.

Verdachte zal worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank bepalen dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan benadeelde partij te betalen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens –eveneens hoofdelijk- de schademaatregel opleggen, eveneens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 36f, 47, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11 Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal voorafgegaan en vergezeld met geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

en

medeplegen van afpersing

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- De tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke deel van de straf kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende voorwaarden houdt.

Stelt als algemene voorwaarden dat de verdachte

o zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

o Ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

o Medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Vorderingen benadeelde partijen

- Ten aanzien van[slachtoffer 2]

o Wijst de vordering van de benadeelde partij[slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 584,30 (vijfhonderd vierentachtig euro en dertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 25 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

o Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan[slachtoffer 2], behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.

o Bepaalt dat de benadeelde partij[slachtoffer 2] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is.

o Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

o Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van[slachtoffer 2], € 584,30 (vijfhonderd vierentachtig euro en dertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 25 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening aan de Staat te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander of anderen is betaald. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt de betalingsverplichting door hechtenis van 11 dagen vervangen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

o Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

o Bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen.

- Ten aanzien van[slachtoffer 1]

o Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 750,00 (zevenhonderd vijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 25 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

o Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 1], behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.

o Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is.

o Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

o Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1], € 750,00 (zevenhonderd vijftig euro) vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 25 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening aan de Staat te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander of anderen is betaald. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt de betalingsverplichting door hechtenis van 11 dagen vervangen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

o Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

o Bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. P.W.G. de Beer, voorzitter,

mrs. P.K, van Riemsdijk en Y.M. Vanwersch, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S. Capitano, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 april 2013.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

Primair

hij op of omstreeks 25 oktober 2012 te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld en/of een of meer mobiele telefoon(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de winkel "Frontrunner" (vestiging gelegen aan de [adres 2]en/of[slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] en/of[slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen[slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] en/of[slachtoffer 2] (medewerkers van de "Frontrunner") gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

hij op of omstreeks 25 oktober 2012 te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld[slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] en/of[slachtoffer 2] (medewerkers van winkel "Frontrunner") heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld en/of een of meer mobiele telefoon(s), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkel "Frontrunner" (vestiging gelegen aan de [adres 2]en/of[slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] en/of[slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn

mededader(s)

welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte en/of zijn mededader(s)

  • -

    die [slachtoffer 1] (van achteren) hebben/heeft besprongen en/of vastgepakt en/of (op luide en/of dreigende toon) tegen die [slachtoffer 1] hebben/heeft geroepen: "Overval meekomen" en/of "Loop naar de kluis", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

  • -

    een of meer Taser(s) (stroomstootwapen) hebben/heeft getoond (zichtbaar en/of hoorbaar) een stroomstoot hebben/heeft laten produceren en/of

  • -

    vervolgens) (onder bedreiging met die Taser{s}) die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] een trap naar boven hebben/heeft opgeduwd, althans gedwongen naar boven te gaan, naar de ruimte waar de kluis van die winkel aanwezig was en/of

  • -

    op dreigende toon) tegen die [slachtoffer 1] hebben/heeft gezegd dat hij de kluis moest openmaken en/of

  • -

    nogmaals) (zichtbaar en/of hoorbaar) die Taser een stroomstoot hebben/heeft laten produceren en/of tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] hebben/heeft gezegd dat zij op de grond moesten blijven liggen en/of niks moesten doen;

art 317 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 25 oktober 2012 te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening hebben/heeft weggenomen een hoeveelheid geld en/of een of meer mobiele telefoon(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de winkel "Frontrunner" (vestiging gelegen aan de [adres 2]en/of[slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] en/of[slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of die

[medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 2] en/of verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen[slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] en/of[slachtoffer 2] (medewerkers van de "Frontrunner"), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

[medeverdachte 1] en/of[medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 25 oktober 2012 te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld[slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] en/of[slachtoffer 2] (medewerkers van winkel "Frontrunner") hebben/heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld en/of een of meer mobiele telefoon(s), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkel "Frontrunner" (vestiging gelegen aan de [adres 2]en/of[slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] en/of[slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 2] en/of verdachte

welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

  • -

    die [slachtoffer 1] (van achteren) hebben/heeft besprongen en/of vastgepakt en/of (op luide en/of dreigende toon) tegen die [slachtoffer 1] hebben/heeft geroepen: "Overval meekomen" en/of "Loop naar de kluis", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

  • -

    een of meer Taser(s) (stroomstootwapen) hebben/heeft getoond (zichtbaar en/of hoorbaar) een stroomstoot hebben/heeft laten produceren en/of

  • -

    vervolgens) (onder bedreiging met die Taser{s}) die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] een trap naar boven hebben/heeft opgeduwd, althans gedwongen naar boven te gaan, naar de ruimte waar de kluis van die winkel aanwezig was en/of

  • -

    op dreigende toon) tegen die [slachtoffer 1] hebben/heeft gezegd dat hij de kluis moest openmaken en/of

  • -

    nogmaals) (zichtbaar en/of hoorbaar) die Taser een stroomstoot hebben/heeft laten produceren en/of tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] hebben/heeft gezegd dat zij op de grond moesten blijven liggen en/of niks moesten doen;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1 oktober 2012 tot en met 25 oktober 2012 te Utrecht en/of Vleuten en/of De Meern, althans in het arrondissement Utrecht, en / of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en / of inlichtingen heeft verschaft door opzettelijk tegen die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 3] en/of te [medeverdachte 2] te vertellen

- dat er geld te halen was bij voornoemde winkel en/of op welke dag/dagen het

geld gestort werd en/of waar de kluis zich bevond en/of waar de kluissleutel werd bewaard en/of

  • -

    dat die winkel niet beschikte over een alarmknop en/of beveiligingscamera('s), althans (zeer) slecht beveiligd was en/of en/of dat het beleid van de winkel was dat het personeel bij een overval zich niet moest verzetten, maar meewerken met de overvaller(s), (over welke wetenschap hij, verdachte, beschikte omdat hij, verdachte {tot en met 20 oktober 2012} werkzaam was in voornoemde winkel) en/of

  • -

    door kort voor voornoemd(e) misdrijf/misdrijven naar de winkel te gaan en door middel van een afgesproken signaal die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 2] in te lichten over het aantal in de winkel aanwezige werknemer(s) en/of

  • -

    door ten tijde van voornoemd(e) misdrijf/misdrijven in die winkel aanwezig te zijn en/of aldaar bang en/of meewerkend te reageren (ten einde te bevorderen dat ook die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] bang zouden worden en/of zich niet zouden gaan verzetten);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om proces-verbaal nr. 2012239199D, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van aangifte, p. 35 en 36.

3 Proces-verbaal van aangifte, p. 50 en 51.

4 Proces-verbaal van aangifte, p. 35.

5 Proces-verbaal van aangifte, p. 50 en 51.

6 Processen-verbaal van bevindingen, p. 23 en p. 27 en p. 30.

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte - toetsing inverzekeringstelling en vordering tot inbewaringstelling d.d. 29 oktober 2012.

8 Proces-verbaal van bevindingen, uitluisteren gesprekken PI, p.169.

9 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 110.

10 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 183.

11 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 342.

12 Proces-verbaal van bevindingen, p. 72.