Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:2775

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
20-06-2013
Datum publicatie
06-08-2013
Zaaknummer
16-661205-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte veroordeeld voor diefstal in vereniging en schuldheling tot gevangenisstraf van 3 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/661205-13 (P)

vonnis van de meervoudige strafkamer van 20 juni 2013.

in de strafzaak tegen

Remie Louis[verdachte],

geboren te [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Suriname)

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres] ([postcode]) in[woonplaats].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 juni 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat de advocaat, mr. A.F. Hof, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

samen met een ander goederen uit verschillende winkels heeft gestolen op 23 februari 2013 in Utrecht

en/of

samen met een ander goederen voorhanden heeft gehad terwijl hij had moeten weten dat deze van misdrijf afkomstig waren op 23 februari 2013 in Utrecht.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie is van mening dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde goederen samen met een ander heeft gestolen. Zij verwijst hiervoor naar de camerabeelden waarop twee personen te zien zijn en het feit dat de goederen in de auto zijn aangetroffen waar verdachte in reed. Verdachte bekent een deel van de hem verweten feiten, namelijk de diefstallen bij de Albert Heijn en het Kruidvat. Daarnaast verklaart verdachte dat hij wel degelijk in de andere winkels is geweest, maar dat niet hijzelf heeft gestolen. Deze verklaring acht de officier van justitie onaannemelijk, nu ook deze goederen in de auto zijn aangetroffen en de medeverdachte verklaart de hele dag samen te zijn geweest met verdachte.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat ten aanzien van de diefstallen gepleegd bij de Albert Heijn en het Kruidvat een bewezenverklaring kan volgen, mede gezien de bekennende verklaring van verdachte.

Echter is de verdediging van mening dat dit niet geldt voor de overige goederen op de tenlastelegging. De winkels hebben niet uit zichzelf doorgehad dat de goederen weg waren, de politie heeft hen actief benaderd. In het dossier wordt niet genoemd dat de winkels daarna hun voorraad hebben nagekeken. Daar komt bij dat er geen camerabeelden beschikbaar zijn van het eventueel wegnemen van de goederen uit de winkels. Hierdoor kan niet komen vast te staan dat de goederen ook daadwerkelijk uit die betreffende winkels op die betreffende dag zijn gestolen door verdachte. Verdachte dient voor de hem ten laste gelegde diefstallen dan ook te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van de hem daarnaast verweten schuldheling, is de verdediging van mening dat verdachte daarvan ook dient te worden vrijgesproken. Om tot een bewezenverklaring te komen moet vaststaan dat verdachte wist dat de gestolen goederen in zijn auto lagen. Verdachte verklaart zelf dat hij dit niet wist en uit het dossier blijkt niet dat hij het wel wist of had moeten weten. Aangezien deze wetenschap ontbreekt, dient vrijspraak te volgen.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte bij de Albert Heijn en het Kruidvat de in de tenlastelegging genoemde goederen samen met een ander heeft gestolen. Ten aanzien van de overige in de tenlastelegging genoemde goederen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan schuldheling van deze goederen.

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.

Ten aanzien van de diefstallen waarvoor verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd en de verdediging geen vrijspraak heeft bepleit, zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen.

Ten aanzien van de diefstal bij de Kruidvat en de Albert Heijn: 1

- bekennende verklaring verdachte;2

- aangifte Kruidvat;3

- aangifte Albert Heijn;4

Ten aanzien van de schuldheling van de overige goederen:

Bewijsmiddelen

Op 23 februari 2013 vindt een winkeldiefstal plaats bij het Kruidvat waarbij wordt gezien dat de verdachten van die diefstal wegrijden in een Volkswagen Golf met het kenteken [kenteken].5 De auto wordt aangehouden en in die auto blijken verschillende goederen te liggen, waaronder kleding met verkooplabels en parfums in geprepareerde tassen.6 De bestuurder van de auto is[verdachte]7 (hierna: verdachte) en naast hem zit [medeverdachte] (hierna: medeverdachte). Verdachte verklaart dat hij de auto van zijn dochter heeft geleend en op het moment dat hij de auto van haar kreeg, de goederen er nog niet in lagen.8 De politie achterhaalt waar de goederen vandaan komen en hierop volgen aangiften van diefstal van kleding van de volgende winkels: Vero Moda (diefstal van twee shirts en twee broeken)9, Steps (vier shirts)10, Douglas (acht parfums)11, Pieces (vier broeken)12, Chasin (vier broeken)13, Didi (drie shirts, twee rokken en een jurk)14 en Anna van Toor (twee jurken).15 Verdachte verklaart dat hij heeft gezien dat medeverdachte een paar zakken met kleding in de auto heeft gezet.16 Daarnaast verklaart hij met medeverdachte binnen te zijn geweest bij (een aantal van) de winkels die ook aangifte hebben gedaan.17

Bewijsoverwegingen

Verdachte geeft toe dat hij samen met medeverdachte goederen heeft gestolen bij de Albert Heijn en het Kruidvat. Op diezelfde dag is hij met medeverdachte in (een aantal van) de winkels geweest waar volgens de aangiftes ook goederen worden gestolen en welke goederen worden gevonden in de auto die verdachte in zijn bezit heeft. Verdachte zegt zelf de goederen niet te hebben gestolen, maar wel te hebben gezien dat zakken met kleding in de auto lagen, terwijl er volgens verdachte nog geen kleding in de auto lag voordat hij medeverdachte ontmoette. Als verdachte wordt gevraagd van wie die zakken waren, verklaart verdachte: “dat moet je aan die ander (de rechtbank begrijpt: medeverdachte) vragen, ik verklaar gewoon mijn aandeel”. Dit samenstel van omstandigheden maakt dat verdachte een onderzoeksplicht had wat betreft de herkomst van de goederen in zijn auto en hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de goederen gestolen waren.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

op 23 februari 2013 te Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen de hierna te noemen goederen, toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbenden, en wel:

  • -

    uit winkelbedrijf Kruidvat, gelegen aan de Amsterdamsestraatweg 69, 34 bussen deodorant (Dove) en 2 flessen mondwater (Listerine) en een bus vitaminepillen (Centrum), toebehorende aan de Kruidvat en

  • -

    uit supermarkt Albert Heijn, gelegen aan de Amsterdamsestraatweg 56, een hoeveelheid levensmiddelen toebehorende aan Albert Heijn

en

op 23 februari 2013 te Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander

  • -

    twee shirts en twee broeken afkomstig van Vero Moda en

  • -

    vier shirts afkomstig van Steps en

  • -

    acht parfums afkomstig van Douglas en

  • -

    vier broeken afkomstig van Pieces en

  • -

    vier broeken afkomstig van Chasin en

  • -

    drie shirts en twee rokken en een jurk afkomstig van Didi en

  • -

    twee jurken afkomstig van Anna van Toor

voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van voornoemde kledingstukken en parfums redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als:

diefstal in vereniging en schuldheling.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar bewezen geachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van de strafmaat naar voren gebracht dat verdachte in 2009 voor het laatst is veroordeeld en dat dit geen vermogensdelict is geweest. Daarnaast heeft verdachte de zorg voor zijn kleinkinderen, waardoor het wenselijk is om te kijken naar een alternatief voor de geëiste gevangenisstraf of de straf voor een groot gedeelte voorwaardelijk op te leggen. Ten slotte voert de verdediging aan dat verdachte ziek is en medicatie moet nemen voor zijn ziekte, waardoor hij in hoge mate detentieongeschikt moet worden geacht.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft samen met een ander goederen gestolen bij de Albert Heijn en het Kruidvat. Winkeldiefstallen zijn ergerlijke feiten, die naast schade vaak veel hinder opleveren voor de gedupeerde bedrijven. Diefstallen kosten winkels, en daardoor ook het publiek, jaarlijks veel geld. Verdachte heeft hier niet bij stilgestaan en alleen gedacht aan zijn eigen gewin. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan schuldheling door een hoeveelheid gestolen kleding en parfums die een behoorlijke waarde vertegenwoordigen, in bezit te hebben. Verdachte heeft op deze wijze bijgedragen aan de instandhouding van vermogenscriminaliteit. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

De rechtbank houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en heeft daarbij gelet op een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 26 april 2013 waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor vermogensdelicten en wel voor het laatst in 2009. Hiervoor heeft verdachte destijds een gevangenisstraf opgelegd gekregen.

Verdachte heeft niet mee willen werken aan het opstellen van een rapportage over zijn persoon. De rechtbank heeft geen informatie voorhanden waaruit zou blijken dat verdachte detentieongeschikt is.

Alles overziende is de rechtbank van oordeel dat voor het bewezen geachte feit passend is een gevangenisstraf van 3 maanden met aftrek van de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 310, 311, 417bis van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal in vereniging en schuldheling.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

- legt aan verdachte op een gevangenisstraf van 3 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Voorlopige hechtenis

- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het moment waarop deze gelijk is aan het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.P.H. van Driel van Wageningen, voorzitter,

mrs. H.A. Brouwer en E.M. de Stigter, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S. Capitano, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 juni 2013.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

zij op of omstreeks 23 februari 2013 te Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, in elk geval eenmaal, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen de hierna te noemen goederen en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of en dele toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbende(n), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), en wel:

  • -

    in/uit winkelbedrijf Kruidvat, (gelegen aan de Amsterdamsestraatweg 69),

  • -

    bussen deodorant (Dove) en/of 2 flessen mondwater (Listerine) en/of een bus

vitaminepillen (Centrum), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan de Kruidvat en/of

  • -

    in/uit supermarkt Albert Heijn, (gelegen aan de Amsterdamsestraatweg 56), een hoeveelheid levensmiddelen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Albert Heijn en/of - in/uit winkelbedrijf Vero Moda (gelegen aan de Lange Elisabethstraat 37),

  • -

    twee shirt(s) en/of twee broeken, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Vero Moda en/of

  • -

    in/uit winkelbedrijf Steps (gelegen aan de Vredenburg 11), vier shirt(s) (merk steps) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Steps

en/of

  • -

    in/uit winkelbedrijf Douglas, acht parfums, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Douglas en/of

  • -

    in/uit winkelbedrijf Pieces, vier broeken, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Pieces en/of

  • -

    in/uit winkelbedrijf Chasin, vier broeken, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Chasin en/of

  • -

    in/uit winkelbedrijf Didi, drie shirts en/of twee rokken en/of een jurk in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Didi en/of - in/uit winkelbedrijf Anna van Toor (gelegen aan de Oudegracht 127), twee jurken, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Anna van Toor en/of

en/of

hij op of omstreeks 23 februari 2013 te Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen

  • -

    twee shirt(s) en/of twee broeken (afkomstig van Vero Moda) en/of

  • -

    vier shirt(s) (afkomstig van Steps) en/of

  • -

    acht parfum(s) (afkomstig van Douglas en/of

  • -

    vier broeken (afkomstig van Pieces) en/of

  • -

    vier broeken (afkomstig van Chasin) en/of

  • -

    drie shirt(s) en/of twee rokken en/of een jurk (afkomstig van Didi) en/of

  • -

    twee jurken (akomstig van Anna van Toor),

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde kledingstukken en/of parfum(s) wist, althans redelijkewijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof

art 416 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 417bis Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om proces-verbaal met nr. PL091A 2013044195, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal met nr. PL091A 2013044195A, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, proces-verbaal van verhoor verdachte (tweede en derde pagina van het verhoor), niet genummerd.

3 Proces-verbaal van aangifte, p. 99.

4 Proces-verbaal van aangifte, p. 109

5 Proces-verbaal van bevindingen, p. 94.

6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 95.

7 Proces-verbaal van bevindingen, p, 94.

8 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 71.

9 Proces-verbaal van aangifte, p. 113.

10 Proces-verbaal van aangifte, p. 117 en 119.

11 Proces-verbaal van aangifte, p. 167.

12 Proces-verbaal van aangifte, p. 174.

13 Proces-verbaal van aangifte, p. 179.

14 Proces-verbaal van aangifte, p. 186.

15 Proces-verbaal van aangifte, p. 193.

16 Proces-verbaal met nr. PL091A 2013044195, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, proces-verbaal van verhoor verdachte, niet genummerd.

17 Proces-verbaal met nr. PL091A 2013044195, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, proces-verbaal van verhoor verdachte, niet genummerd.