Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:2615

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
27-06-2013
Datum publicatie
04-07-2013
Zaaknummer
16/700673-13 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 24-jarige man uit Assen is door rechtbank veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk voor ontucht met minderjarigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/700673-13 [P]

Vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak gewezen in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1988] te [geboorteplaats],

wonende te [adres], [woonplaats].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 juni 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en zijn raadsman mr. C.N.G.M. Starmans, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd. De tenlastelegging is, met wijziging, als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

t.a.v. feit 1 primair:

ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede hebben bestaan uit seksueel binnendringen, met [slachtoffer 1], die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet de leeftijd van zestien jaren had bereikt;

t.a.v. feit 1 subsidiair:

ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer 1], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt;

t.a.v. feit 2:

[slachtoffer 1] door giften of beloften van geld of goed of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen, terwijl hij wist of moest weten dat die [slachtoffer 1] ten tijde daarvan nog geen achttien jaar was;

t.a.v. feit 3:

[slachtoffer 2] door giften of beloften van geld of goed of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen, terwijl hij wist of moest weten dat die [slachtoffer 2] ten tijde daarvan nog geen achttien jaar was;

t.a.v. feit 4:
ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer 3], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt.

3 Voorvragen

3.1

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

3.1.1

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging van feit 4. Er is volgens de verdediging sprake van ernstige vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek doordat niet is gehandeld conform de ‘Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik 2010A026’ (verder: Aanwijzing), waardoor de belangen van verdachte zijn geschaad.

3.1.2

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het niet-ontvankelijk verklaren van het Openbaar Ministerie niet aan de orde is en wijst daarbij op twee uitspraken van de Hoge Raad (HR 28 mei 2013, LJN: CA0796; HR 20 november 2012, LJN: BY0249).

3.1.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat door de verdediging niet aan de hand van de in artikel 359a lid 2 van het Wetboek van Strafvordering genoemde factoren is gemotiveerd waarom en in hoeverre verdachte door het gestelde niet-naleven van de voorschriften uit de Aanwijzing daadwerkelijk in zijn verdedigingsrechten zou zijn geschaad of is getroffen in belangen die deze voorschriften beogen te beschermen (HR 20 november 2012, LJN: BY0249).

De rechtbank verwerpt het verweer en acht het Openbaar Ministerie ontvankelijk in de vervolging van feit 4.

3.2

Overige voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk in haar vervolging van alle ten laste gelegde feiten. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten 1 primair (met uitzondering van het masseren van de vagina), 2 en 3 heeft begaan en baseert zich daarbij op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen en de verklaring van verdachte ter terechtzitting.
De officier acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte hetgeen onder feit 4 is ten laste gelegd heeft begaan en heeft gevorderd verdachte daarvan vrij te spreken.

4.2

Het standpunt van de verdediging

T.a.v. feit 1:

De verdediging is van mening dat de rechtbank wat betreft feit 1 primair niet tot een bewezenverklaring kan komen van de onderdelen uit de tenlastelegging betreffende het brengen, duwen en houden van de penis in de mond en in de vagina en het masseren van de vagina. Voor het overige kunnen de handelingen volgens de verdediging bewezen worden verklaard, met dien verstande dat slechts sprake is geweest van seksueel binnendringen door de vinger in de anus en in de vagina te brengen, alsmede de tong in de mond te brengen. Wat betreft de verdere handelingen is volgens de verdediging geen sprake van seksueel binnendringen, maar van ontuchtige handelingen in de zin van artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht. Bovendien voert de verdediging aan dat verdachte niets tegen de wil van [slachtoffer 1] (verder: [slachtoffer 1]) heeft gedaan, maar juist heeft gehandeld nadat [slachtoffer 1] daartoe het initiatief heeft genomen.

T.a.v. feit 2

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van hetgeen onder feit 2 is ten laste gelegd. De verdediging voert aan dat verdachte op dat moment geen weet had van de minderjarige leeftijd van [slachtoffer 1]. Ook volgt niet duidelijk uit het dossier wanneer het gesprek op MSN met [slachtoffer 1] heeft plaatsgevonden en dat aangeefster haar benen en haar borsten heeft laten zien. Bovendien is volgens de verdediging geen sprake van ontuchtige handelingen in de zin van artikel 248a van het Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. feit 3:

De verdediging is van mening dat de rechtbank wat betreft feit 3 enkel tot een bewezenverklaring kan komen van het door beloften van geld bewegen tot het plegen van ontuchtige handelingen. Voor de overige feitelijke handelingen dient verdachte te worden vrijgesproken. De verdediging heeft daarnaast aangevoerd dat verdachte niet bekend was met de leeftijd van [slachtoffer 2] (verder: [slachtoffer 2]). Ook heeft [slachtoffer 2] zelf een actieve rol gespeeld, aldus de verdediging.



T.a.v. feit 4:
De verdediging stelt zich op het standpunt dat het ten laste gelegde feit 4 niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. De verdediging verbindt hier primair de consequentie aan dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, zoals hiervoor is besproken bij de voorvragen. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat vrijspraak dient te volgen voor het onder feit 4 ten laste gelegde.

4.3

Het oordeel van de rechtbank1

Vrijspraak feit 4:

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat, nu een eigen verklaring van [slachtoffer 3] en een geboorteakte ontbreken, niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan verdachte onder feit 4 is ten laste gelegd. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.



T.a.v. feit 1, primair:

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 primair tenlastegelegde heeft begaan op grond van het navolgende.

[slachtoffer 1] (verder: [slachtoffer 1]) heeft verklaard dat een jongen die zij kent als ‘[naam]’, op 30 december 2012 te Amersfoort haar rug en kont heeft gemasseerd. Deze [naam] heeft ook zijn vinger in het gat gebracht dat tussen de billen van [slachtoffer 1] zit. [naam] heeft [slachtoffer 1] daarnaast gevingerd en gelikt aan haar clitoris. [slachtoffer 1] heeft ook verklaard dat zij en [naam] hebben getongzoend en dat zij de ontblote piemel van [naam] moest masseren en hem moest pijpen.2

[slachtoffer 1] is geboren op [1999].3

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zichzelf [naam] heeft genoemd tegenover [slachtoffer 1]. Verdachte heeft verder verklaard dat hij op 30 december 2012 te Amersfoort zijn vinger in de anus en vagina en tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 1] heeft gebracht en geduwd en gehouden en dat hij de rug en billen van die [slachtoffer 1] heeft betast en gemasseerd. Verdachte heeft tevens verklaard dat hij zijn tong in de mond van die [slachtoffer 1] heeft gestopt, gebracht en gehouden en dat hij de ontblote borsten van die [slachtoffer 1] heeft betast. Daarnaast heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat [slachtoffer 1] zijn ontblote penis heeft betast en vastgehouden en dat zij daar aan heeft gelikt.4

Bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij met zijn ding voelde dat de schaamlippen van [slachtoffer 1] wijd gingen. Verdachte heeft verder verklaard dat hij met zijn ding tussen haar schaamlippen zat, tegen haar opening aan. Daarnaast heeft verdachte bij de politie verklaard dat hij de vagina van die [slachtoffer 1] heeft betast en dat hij haar begon te likken met zijn tong op haar schaamlippen bij haar klit. Ook heeft verdachte bij de politie verklaard dat hij kusjes op de borsten van die [slachtoffer 1] heeft gegeven.5

Overwegingen ten aanzien van de partiële vrijspraak ten aanzien van feit 1, primair:

De rechtbank acht onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier aanwezig voor het brengen en/of duwen en/of houden van de penis in de mond en in de vagina van [slachtoffer 1]; het masseren van de vagina van [slachtoffer 1]; het houden van de penis tussen de billen van [slachtoffer 1] en het trekken aan de ontblote penis van [slachtoffer 1] en is van oordeel dat dit dient te leiden tot een partiële vrijspraak van deze gedeelten uit de tenlastelegging.

T.a.v. feit 2:

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 2 tenlastegelegde heeft begaan op grond van het navolgende.



[slachtoffer 1] (verder: [slachtoffer 1]), geboren op [1999]6, heeft verklaard dat zij van een jongen die zij kent als ‘[naam]’, voor de webcam haar shirt omhoog moest doen en haar borsten moest laten zien.7

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zichzelf ‘[naam]’ noemde in chatgesprekken op MSN met [slachtoffer 1] en dat hij haar geld heeft beloofd en aan haar heeft gevraagd haar buik voor de webcam te tonen. Verdachte heeft daarnaast verklaard dat hij vermoedde dat [slachtoffer 1] in ieder geval zestien jaar moest zijn, omdat ze het over alcoholische drankjes had.8

Bij het onderzoek naar chatgesprekken op de laptop van verdachte tussen hem en [slachtoffer 1] is een chatgesprek aangetroffen met de naam “[naam]”9:

28-12-2012 22.25 – 22.26 | [naam]
laat me je buik zien dan

Ik geef je nog wel extra geld nog denk ik
doe je bandjes opzij
van je bh schat (…)

28-12-2012 22.31 | [naam]

doe je cam op je borsten

28-12-2012 22.32 | [naam]

ksn jr xirn (de rechtbank leest: kan je zien)


28-12-2012 22.332 | [naam]
oke ius genoeg [naam]

ik ben overtuigd jaa10

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij in Groningen woont en in de weekenden vaak bij zijn ouders in Assen verblijft.11

Overwegingen ten aanzien van de partiële vrijspraak ten aanzien van feit 2

De rechtbank kwalificeert het laten zien van ontblote benen niet als ontuchtig in de zin van artikel 248a Wetboek van Strafrecht en spreekt verdachte partieel vrij van dit gedeelte uit de tenlastelegging.

T.a.v. feit 3:

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 3 tenlastegelegde heeft begaan op grond van het navolgende.



[slachtoffer 2] (verder: [slachtoffer 2]), geboren op [1996]12, heeft verklaard dat zij door een man is benaderd die haar vroeg om contact via MSN. [slachtoffer 2] accepteerde dit en sprak met hem via MSN. De man zei dat ze er geld mee kon verdienen wanneer ze haar kleren uit zou doen en dat heeft ze uiteindelijk gedaan. De man vroeg haar voor hem te dansen, zodat hij kon zien of ze daar geld mee kon verdienen. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij zonder kleding aan voor de webcam heeft gedanst. Ze heeft zich uitgekleed omdat dit van hem moest en omdat anders het verdienen van geld niet door kon gaan. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat ze het eigenlijk niet wilde, maar de man had aangegeven dat hij het had opgenomen en op internet zou zetten. [slachtoffer 2] is toen verder gegaan. Zo heeft zij verklaard dat de man haar vroeg in een potje te plassen en het dan op te drinken. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij dit heeft gedaan en dat de man toen heeft gezegd dat ze er geld voor kon krijgen. De man heeft volgens [slachtoffer 2] gezegd: “ik wil dat je je nu vingert”. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij naakt op een stoel zat tegenover de webcam. Zij wist wat vingeren was en dit is volgens haar ongeveer tien keer gebeurd. Ze heeft verder verklaard dat ze ook een aantal keer haar vagina en kont moest laten zien voor de webcam. Volgens [slachtoffer 2] deed ze dit allemaal omdat ze bang was dat hij het op internet zou zetten en dat zij haar geld niet zou krijgen. Volgens [slachtoffer 2] wilde de man 20 euro storten en zij heeft toen aangegeven dat ze meer verdiende. De man werd toen boos en zei dat hij via Hyves haar contacten had gekopieerd en hij hen haar filmpjes zou sturen. Later heeft [slachtoffer 2] geld gestort gekregen.13

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in de periode van 9 september 2011 tot en met 18 maart 2012 met [slachtoffer 2] heeft gechat op MSN. Verdachte heeft toen meermalen aan [slachtoffer 2] gevraagd of ze haar kleren uit wilde trekken en naakt voor de webcam wilde dansen. [slachtoffer 2] deed dat vervolgens. Op een gegeven moment heeft hij tegen haar gezegd: “Je kan wel heel goed dansen” en toen heeft hij haar geld beloofd. Verdachte heeft daarnaast verklaard dat hij [slachtoffer 2] geld heeft beloofd wanneer zij in een potje zou plassen en dat op zou drinken. Verdachte heeft 25 euro naar [slachtoffer 2] overgemaakt en dit ‘loon’ genoemd. Ook heeft hij [slachtoffer 2] gevraagd zich voor de webcam te vingeren en haar ontblote vagina, billen en lichaam aan hem te tonen.14

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij schat dat [slachtoffer 2] zestien of zeventien jaar oud was.15 Verdachte heeft tevens bij de politie verklaard dat hij drie adressen had in de tijd dat hij een film maakte van het dansen door [slachtoffer 2]. Dit waren het adres bij zijn ouders (de rechtbank begrijpt: in Assen) en twee adressen in Utrecht.16

Uit een dagafschrift van bankrekeningnummer [rekeningnummer] ten name van verdachte is gebleken dat op 26 maart 2012 een bedrag van 25,00 euro van voornoemde bankrekening is overgemaakt op girorekening [rekeningnummer]t.n.v. [slachtoffer 2], o.v.v. “loon”.17

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:

t.a.v. feit 1, primair:

op 30 december 2012 te Amersfoort, met [slachtoffer 1], geboren op [1999], die de leeftijd van twaalf, maar nog niet die van zestien jaren bereikt had, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd die mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij, verdachte, zijn penis tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 1] gebracht; zijn vinger in de anus en vagina en tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 1] gebracht en geduwd en gehouden; zijn tong in de mond van die [slachtoffer 1] gestopt en gebracht en gehouden; de vagina van die [slachtoffer 1] betast en gelikt; de billen en rug van die [slachtoffer 1] betast en gemasseerd; de ontblote borsten van die [slachtoffer 1] betast en gekust en die [slachtoffer 1] zijn ontblote penis laten betasten en vasthouden en likken.

t.a.v. feit 2:

in de periode van 1 juli 2012 tot en met 30 december 2012 te Groningen en/of in Nederland, door beloften van geld of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten het grote leeftijdsverschil en door via MSN tegen [slachtoffer 1] te zeggen dat zij voor de webcam een geldbedrag zou krijgen, althans woorden van gelijke aard of strekking en vervolgens, terwijl hij, verdachte, [slachtoffer 1] kon zien via een webcamverbinding tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat ze haar shirt omhoog moest doen, althans woorden van gelijke aard of strekking, die [slachtoffer 1], geboren op [1999], waarvan verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen, te weten het tonen van haar ontblote borsten.

t.a.v. feit 3:

op meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 september 2011 tot en met 26 maart 2012 in Nederland, meermalen door giften of beloften van geld of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten het grote leeftijdsverschil en de jeugdige leeftijd van die [slachtoffer 2] en het meermalen via MSN tegen die [slachtoffer 2] zeggen dat ze haar kleding uit moest doen en dat ze er geld mee kon verdienen om haar kleding uit te trekken voor de webcam en dat ze in een potje moest plassen en vervolgens dat moest opdrinken en zeggen: “ik wil dat je je nu vingert” en zeggen dat hij haar zou betalen als zij voor de webcam haar kleding uit zou trekken en naakt zou dansen en dat hij, verdachte, via Hyves de contacten van die [slachtoffer 2] heeft gekopieerd en vervolgens heeft gedreigd de contactpersonen filmpjes van die [slachtoffer 2] op te sturen, althans telkens woorden van gelijke aard of strekking, een persoon, [slachtoffer 2], geboren op [1996], waarvan verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, telkens opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen, te weten onder meer: meermalen, terwijl hij, verdachte, [slachtoffer 2] kon zien via een webcamverbinding, zichzelf uit te kleden en vervolgens naakt te gaan dansen en zichzelf te vingeren en het tonen van haar ontblote vagina en ontblote billen en ontblote lichaam en vervolgens in een potje te plassen en vervolgens de inhoud van voornoemd potje op te drinken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

6 De strafbaarheid van de feiten

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

t.a.v. feit 1, primair:
met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen, die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

t.a.v. feit 2:

door beloften van geld of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon, waarvan de dader redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen;


t.a.v. feit 3:

door giften of beloften van geld of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon, waarvan de dader wist dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen, meermalen gepleegd.

7 De strafbaarheid van verdachte

7.1.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging doet ten aanzien van feit 1 een beroep op de afwezigheid van alle schuld van verdachte en heeft daartoe aangevoerd dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat hij verontschuldigbaar heeft gedwaald omtrent de leeftijd van [slachtoffer 1] en deze [slachtoffer 1] degene is geweest die verdachte heeft benaderd voor geld in ruil voor seks.

7.2.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het verweer van de verdediging moet worden verworpen en heeft daarbij op twee uitspraken van de Hoge Raad gewezen (HR 26 februari 2002, gepubliceerd in Opportuun, jaargang 2002, en HR 30 maart 2010, LJN: BK4794).

7.3.

Het oordeel van de rechtbank

De leeftijd van het slachtoffer, in de zin van artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht is geobjectiveerd, zodat opzet of schuld daaromtrent niet vereist is. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad (zie HR 20 januari 1959, NJ 1959, 102 en 103) kan een beroep op dwaling omtrent de leeftijd slechts in uitzonderlijke gevallen worden gehonoreerd.

Blijkens de wetsgeschiedenis strekt artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht tot bescherming van de seksuele integriteit van personen die gelet op hun jeugdige leeftijd in het algemeen geacht moeten worden niet of onvoldoende in staat te zijn zelf die integriteit te bewaken en de draagwijdte van hun gedrag in dit opzicht te overzien. De strafbepaling ziet ook op bescherming van jeugdige personen tegen verleiding die mede van henzelf kan uitgaan. Dit betekent dat een verdachte een vergaande onderzoeksplicht heeft om achter de (werkelijke) leeftijd van de betrokken minderjarige te komen. Het gegeven dat, zoals verdachte stelt, [slachtoffer 1] hem niets heeft verteld over haar leeftijd, ontslaat verdachte niet van een verdere onderzoeksverplichting. Ter terechtzitting heeft verdachte voorts verklaard dat hij dacht dat [slachtoffer 1] zestien jaar oud was, omdat ze over alcoholische drankjes sprak. Verdachte had, zeker nu hij wist dat het slachtoffer aanzienlijk jonger was dan hijzelf, nader onderzoek moeten verrichten naar haar werkelijke leeftijd (zie Rb. Utrecht
28 september 2011, LJN: BU7204).

Daarnaast is niet van belang dat het slachtoffer, aldus verdachte, het initiatief tot de seksuele handelingen heeft genomen. De wetgever heeft er juist voor gekozen dit soort feiten strafbaar te stellen omdat jeugdigen de impact van het handelen nog niet kunnen overzien
(zie Hof Leeuwarden 26 november 2010, LJN: BO6419).

Nu de verdediging, naar het oordeel van de rechtbank, geen andere feiten en omstandigheden naar voren heeft gebracht die een beslissing tot ontslag van alle rechtsvervolging zou kunnen dragen, verwerpt de rechtbank het verweer van de raadsman.

Ook zijn geen andere omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder 1 primair, 2 en 3 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht, ook als dat inhoudt een training of ambulante behandeling bij de Waag of een soortgelijke instelling.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en aan verdachte geen groter deel onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan de tijd die door verdachte in voorlopige hechtenis is doorgebracht. Wat betreft een voorwaardelijk op te leggen deel gevangenisstraf en de bijbehorende duur van de proeftijd refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de hiervoor bewezenverklaarde feiten. Verdachte heeft voor zijn slachtoffers, die als pubers in een zeer kwetsbare fase van hun leven verkeerden, zonder enige schroom het vertrouwen dat deze meisjes in hem hadden beschaamd en misbruik van hen gemaakt door hen de belofte te doen van geld dan wel hen daadwerkelijk geld te verschaffen in ruil voor seks en door het plegen van ontuchtige handelingen. Voorts was er sprake van een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen verdachte en de meisjes en waren de meisjes ten tijde van het plegen van de delicten zeer jong (12 en 14 jaar).

Door de wetgever is de geestelijke en lichamelijke integriteit van jeugdigen uitdrukkelijk beschermd, onder meer op de grond dat zij op seksueel gebied nog niet volgroeid zijn en dat zij worden geacht niet zelfstandig de emotionele gevolgen van seksueel contact voldoende te kunnen overzien. Handelingen zoals de verdachte die heeft gepleegd, vormen een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers en kunnen, naar de ervaring leert, leiden tot blijvende psychische schade. Dat ook bij deze slachtoffers sprake is van psychische schade blijkt, naast hun verklaringen in het dossier, uit de ter terechtzitting besproken onderbouwing van de schadevorderingen. Hieruit wordt duidelijk dat de slachtoffers nog steeds last hebben van hetgeen hun is overkomen.

Verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank op geen enkele wijze rekening gehouden met de mogelijke nadelige gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers. Hij heeft uitsluitend oog gehad voor zijn eigen belang en de bevrediging van zijn eigen behoeften. Door zijn handelwijze heeft verdachte de lichamelijke integriteit van de slachtoffers in ernstige mate aangetast en hun seksuele ontwikkeling verstoord.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

  • -

    de inhoud van een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 29 april 2013, waaruit blijkt dat de verdachte nooit eerder is veroordeeld;

  • -

    een voorlichtingsrapport betreffende de verdachte van de Reclassering Nederland d.d. 24 april 2013, opgemaakt door S. Dijkslag, reclasseringswerkster, inhoudende als conclusie dat aan verdachte een onvoorwaardelijke straf dient te worden opgelegd zonder toezicht op bijzondere voorwaarden en interventies of behandelingen;
    - een omtrent verdachte opgemaakt psychologisch rapport d.d. 17 april 2013 van A. van der Burg, inhoudende als conclusie dat er bij verdachte geen sprake is, ook niet ten tijde van de ten laste gelegde feiten, van een ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens. Verdachte kan derhalve als toerekeningsvatbaar beschouwd worden.

De rechtbank neemt deze conclusies van de psycholoog over en maakt deze tot de hare.

De rechtbank is, gezien de strafmaat in soortgelijke zaken en de ernst van de feiten, van oordeel dat oplegging van een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur onontkoombaar is. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie.

De rechtbank acht gelet op hetgeen hiervoor is overwogen een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest en een proeftijd van drie jaren een passende sanctie. Met de voorwaardelijke gevangenisstraf wordt beoogd verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Naar het oordeel van de rechtbank kan met deze straf, die lager is dan door de officier van justitie is gevorderd, worden volstaan.

9 Het beslag

9.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de inbeslaggenomen laptop dient te worden verbeurd verklaard, aangezien daarmee strafbaar feiten zijn gepleegd.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat het enkele feit dat met de laptop strafbare feiten zijn begaan, onvoldoende reden is deze laptop niet aan verdachte terug te geven.

9.3

Het oordeel van de rechtbank
Het in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp dat aan verdachte toebehoort, te weten de laptop, merk HP, type Presario A900, goednummer PL01VG-2013017548-315677 zal worden verbeurd verklaard, aangezien met betrekking tot dit voorwerp de bewezenverklaarde feiten 2 en 3 zijn begaan.

10 Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een immateriële schadevergoeding van

€2.500,- voor feiten 1 en 2.

De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert een immateriële schadevergoeding van €1.000,- voor feit 3.

De officier van justitie heeft gesteld dat beide vorderingen geheel toegewezen kunnen worden, met toepassing van de maatregel tot schadevergoeding.

De verdediging heeft gesteld dat beide vorderingen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard omdat ze niet door een derde zijn onderbouwd en ze een onevenredige belasting van het strafproces vormen, aangezien niet eenvoudig is vast te stellen welke schade de benadeelde partijen daadwerkelijk door de tenlastegelegde feiten hebben geleden en wat hun eigen aandeel is geweest.


De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De behandeling van de vordering van [slachtoffer 1], levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van de hiervoor onder 1 en 2 bewezen geachte feiten rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze vooralsnog op €2.000,- (zegge: tweeduizend euro) aan immateriële schade. De vordering kan dan ook als voorschot tot dat bedrag worden toegewezen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Wetboek van Strafrecht) aan verdachte opgelegd.

Behandeling van het restant van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. Daarom is de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan het bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

De behandeling van de vordering van [slachtoffer 2], levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 3 bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op €1.000,- (zegge: duizend euro), aan immateriële schade. De vordering kan dan ook worden toegewezen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Wetboek van Strafrecht) aan verdachte opgelegd.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 27, 33, 33a, 36f, 57, 245, 248a van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

12 Beslissing

De rechtbank:

Voorvragen:

- verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging van verdachte.

Vrijspraak:

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 4 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bewezenverklaring:

  • -

    verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid:

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

- feit 1, primair: met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen, die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

- feit 2: door beloften van geld of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon, waarvan de dader redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen;

- feit 3: door giften of beloften van geld of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon, waarvan de dader wist dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen, meermalen gepleegd.

  • -

    verklaart het bewezene strafbaar;

  • -

    verklaart verdachte, daarvoor strafbaar.

Strafoplegging:

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden;

  • -

    bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast;

  • -

    stelt een proeftijd vast van drie jaren;

  • -

    bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast. De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Beslag:

- verklaart verbeurd: laptop, merk HP, type Presario A900, goednummer PL01VG-2013017548-315677.

Vorderingen benadeelde partijen:

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] als voorschot van €2.000,- ter zake van immateriële schade;

  • -

    veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van €1.000,- ter zake van immateriële schade;

  • -

    veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen slachtoffers de daarbij vermelde bedragen te betalen, bij niet betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

  • -

    benadeelde partij [slachtoffer 1], €2.000,-, 30 dagen hechtenis,

  • -

    benadeelde partij [slachtoffer 2], €1.000,-, 20 dagen hechtenis,

met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Voorlopige hechtenis:

- Heft op het - geschorste - bevel voorlopige hechtenis van verdachte met ingang

van het onherroepelijk worden van het vonnis.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.E.M. Kranenbroek, voorzitter, mrs. I.P.H.M. Severeijns en J.P.W. Helmonds, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. Borg, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 27 juni 2013.

BIJLAGE : De tenlastelegging

1.

Primair

hij op of omstreeks 30 december 2012 te Amersfoort, althans in het

arrondissement Utrecht, met [slachtoffer 1], geboren op [1999], die

de leeftijd van twaalf, maar nog niet die van zestien jaren bereikt had, buiten

echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd die hebben bestaan uit of mede

hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft

hij, verdachte, (telkens en/of meermalen)

- zijn penis in de mond van die [slachtoffer 1] gebracht en/of geduwd en/of gehouden

en/of

- zijn penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 1]

gebracht en/of geduwd en/of gehouden en/of

- zijn vinger in de anus en/of vagina en/of tussen de schaamlippen van die

[slachtoffer 1] gebracht en/of geduwd en/of gehouden

- zijn tong in de mond van die [slachtoffer 1] gestopt en/of gebracht en/of gehouden

en/of

  • -

    de vagina van die [slachtoffer 1] betast en/of gemasseerd en/of gelikt en/of

  • -

    de billen en/of rug van die [slachtoffer 1] betast en/of gemasseerd en/of

  • -

    de (ontblote) borsten van die [slachtoffer 1] betast en/of gekust en/of

  • -

    zijn penis tussen de billen van die [slachtoffer 1] gehouden en/of

  • -

    die [slachtoffer 1] (aan) zijn (ontblote) penis laten betasten en/of vasthouden

en/of trekken en/of likken

art 245 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op of omstreeks 30 december 2012 te Amersfoort, althans in

het arrondissement Utrecht, met [slachtoffer 1], geboren op [1999],

die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een

of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande in het ontuchtig

- laten betasten en/of vasthouden en/of trekken en/of likken aan/van de

(ontblote) penis van die [verdachte] en/of

  • -

    betasten en/of likken van de (ontblote) vagina van die [slachtoffer 1] en/of

  • -

    betasten en/of masseren van de (ontblote) billen van die [slachtoffer 1] en/of

  • -

    betasten en/of kussen van de (ontblote) borsten van die [slachtoffer 1]

art 247 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2012 tot

en met 30 december 2012 te Groningen en/of Amersfoort, in elk geval in

Nederland,

een of meermalen door giften of beloften van geld of goed of misbruik van uit

feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding, ( te weten

  • -

    het {grote} leeftijdsverschil en/of

  • -

    door één of meermalen {via msn en/of [een] geautomatiseerd[e] systemen}

tegen [slachtoffer 1] te zeggen/schrijven dat zij voor de webcam 300 euro,

althans een geldbedrag, zou krijgen althans woorden van gelijke aard of

strekking en/of

- { vervolgens{ {terwijl hij, verdachte, [slachtoffer 1] kon zien via een

webcamverbinding en/of videoverbinding en/of [een] geautomatiseerd[e]

syste[e]m[en]} tegen die [slachtoffer 1] te zeggen/schrijven dat ze haar blote benen

moest laten zien en/of haar shirt omhoog moest doen, althans woorden van

gelijke aard of strekking)

die [slachtoffer 1], geboren op [1999] waarvan verdachte

wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren

nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen, te

plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden te weten het tonen van haar (ontblote) benen en/of (ontblote) borst(en);

art 248a Wetboek van Strafrecht

3.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2011

tot en met 27 maart 2012 te Groningen en/of Amersfoort en/of in Nederland,

(meermalen) door giften of beloften van geld of goed of misbruik van uit

feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding, ( te weten:

- het (grote) leeftijdsverschil en/of de jeugdige leeftijd van die de [slachtoffer 2]

en/of

- ( meermalen) (via msn en/of een geautomatiseerd systeem) tegen die [slachtoffer 2] te

zeggen/schrijven dat ze haar kleding uit moest doen en/of dat ze er geld mee

kon verdienen (om te strippen en/of haar kleding uit te trekken voor de

webcam) en/of dat ze in een potje moest plassen en/of (vervolgens) dat moest

opdrinken en/of "ik wil dat je je nu vingert" althans (telkens) woorden van

gelijke aard of strekking) en/of
- (meermalen) (via msn en/of een geautomatiseerd systeem) tegen die de

[slachtoffer 2] te zeggen/schrijven dat hij haar zou betalen als zij (voor de webcam)

haar kleding uit zou trekken en/of zou strippen en/of naakt zou dansen en/of

- dat hij, verdachte, via hyves de contacten van die [slachtoffer 2] heeft gekopieerd

en/of (vervolgens) heeft gedreigd de contactperso(o)n(en) filmpjes van de

[slachtoffer 2] op te sturen, althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking,)

een persoon, [slachtoffer 2], geboren op [1996], waarvan verdachte wist of

redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog

niet had bereikt, (telkens) opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen,

te weten

(onder meer):

(meermalen)(voor de webcam en/of terwijl hij, verdachte, de [slachtoffer 2] kon zien

via een webcamverbinding en/of videoverbinding en/of (een) geautomatiseerd(e)

syste(e)m(en)

  • -

    zichzelf uit te kleden en/of (vervolgens) naakt te gaan dansen en/of

  • -

    zichzelf te vingeren en/of

  • -

    het tonen van haar (ontblote) vagina en/of (ontblote) billen en/of

(ontblote / gedeeltelijk ontblote) lichaam en/of

- het tonen van (een deel van) haar (ontblote) vagina en/of vervolgens in een

potje te plassen en/of (vervolgens) de inhoud van voornoemd potje op te

drinken; te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden;

art 248a Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 05 maart 2012 te Groningen, althans in Nederland, met [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1], geboren op [1998], die toen de leeftijd van zestien jaren nog

niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft

gepleegd, bestaande in het ontuchtig meermalen kussen van die [slachtoffer 1];

art 247 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om het proces-verbaal van de Politie Utrecht, met nummer PL0981 2012292232, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal verhoor getuige [slachtoffer 1] d.d. 18 januari 2013, doorgenummerde pagina’s 100 en 102 tot en met 105.

3 Een afschrift van de geboorteakte van [slachtoffer 1], doorgenummerde pagina 128.

4 De verklaring van verdachte, afgelegd tijdens de terechtzitting van 13 juni 2013.

5 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 5 maart 2013, doorgenummerde pagina’s 58 tot en met 61.

6 Een afschrift van de geboorteakte van [slachtoffer 1], doorgenummerde pagina 128.

7 Proces-verbaal verhoor getuige [slachtoffer 1] d.d. 18 januari 2013, doorgenummerde pagina’s 99 tot en met 100.

8 De verklaring van verdachte, afgelegd tijdens de terechtzitting van 13 juni 2013.

9 Proces-verbaal van bevindingen [naam] d.d. 17 mei 2013, inclusief bijlagen, doorgenummerde pagina’s 217 en 219.

10 Proces-verbaal van bevindingen [naam] d.d. 17 mei 2013, inclusief bijlagen, doorgenummerde pagina’s 217 en 219.

11 Proces-verbaal vehoor verdachte d.d. 4 maart 2013, doorgenummerde pagina 33.

12 Een afschrift van de geboorteakte van [slachtoffer 2], doorgenummerde pagina 259.

13 Proces-verbaal bevindingen [naam] en [naam] d.d. 21 april 2012, doorgenummerde pagina’s 244 tot en met 246.

14 De verklaring van verdachte, afgelegd tijdens de terechtzitting van 13 juni 2013.

15 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 5 maart 2013, doorgenummerde pagina 71.

16 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 5 maart 2013, doorgenummerde pagina 71.

17 Proces-verbaal van bevindingen [naam] d.d. 17 mei 2013, inclusief bijlage, doorgenummerde pagina’s 261 en 263.