Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2012:BY8411

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
28-09-2012
Datum publicatie
15-01-2013
Zaaknummer
11/1211
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het weigeren van de chipknip door de parkeerautomaat ontslaat belanghebbende niet van zijn verplichting de verschuldigde parkeerbelasting te voldoen, hij had namelijk ook op andere wijze kunnen betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2013/84
V-N 2013/10.18.11
Belastingblad 2013/111
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 11/1211

Uitspraakdatum: 28 september 2012

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen

[belanghebbende], wonende te [woonplaats],

belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van de [gemeente X],

de heffingsambtenaar.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van de heffingsambtenaar van 22 oktober 2010 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting (aanslagnummer [nummer]).

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 september 2012 te Middelburg.

Aldaar is verschenen en gehoord, namens de heffingsambtenaar, [gemachtigde].

Belanghebbende is, met kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen.

1. Beslissing

De rechtbank

- verklaart het beroep ongegrond;

- gelast dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 41 aan deze vergoedt;

2. Gronden

2.1. Op 19 juli 2010 omstreeks 12.06 uur stond belanghebbendes auto, merk Skoda met kenteken [kenteken] geparkeerd op een parkeerplaats aan [adres] te [plaats X], [gemeente X].

2.2. Bij een controle op voormelde datum en voornoemd tijdstip is door een parkeercontroleur geconstateerd dat er geen geldig betaalbewijs of geldige parkeervergunning zichtbaar aanwezig was. Naar aanleiding hiervan is aan belanghebbende een naheffingsaanslag opgelegd.

2.3. In geschil is of de onderhavige naheffingsaanslag terecht is opgelegd.

2.4. Belanghebbende stelt dat hij, nadat hij zijn auto had geparkeerd, een kaartje had willen kopen bij de parkeerautomaat met zijn chipknip, maar dat de parkeerautomaat zijn chipknip niet accepteerde. Hiervan heeft belanghebbende direct melding gemaakt bij de gemeenteambtenaar. Volgens belanghebbende verscheen op het moment dat zijn chipknip niet geaccepteerd werd in het display van de parkeerautomaat ‘iets in de trend van “automaat defect”’. Voorts had belanghebbende niet voldoende contant geld bij zich om de parkeerbelasting te voldoen.

2.5. Vast staat dat het bij de betreffende parkeerautomaat mogelijk was te betalen met chipknip of met contant geld.

2.6 De heffingsambtenaar heeft met hetgeen hij ter zitting en in zijn stukken heeft aangevoerd gemotiveerd en onvoldoende weersproken gesteld dat op het moment dat belanghebbendes chipknip niet geaccepteerd werd door de parkeerautomaat, de volgende tekst op het display verscheen: “Storing, betaal anders”. Daarnaast is door de betreffende gemeenteambtenaar, bij het melden van de storing, aan belanghebbende gevraagd of hij al had geprobeerd te betalen met contant geld. Nu belanghebbende dit – om hem moverende redenen – bewust niet heeft gedaan, dienen de daaruit voortvloeiende gevolgen, naar het oordeel van de rechtbank, voor zijn rekening te blijven. Het niet accepteren van de chipknip door de parkeerautomaat ontslaat belanghebbende immers niet van zijn verplichting de verschuldigde parkeerbelasting bij aanvang van het parkeren te voldoen, met name daar hij ook op andere wijze had kunnen betalen. De naheffingsaanslag is derhalve terecht opgelegd.

2.7. Gelet op het vorenstaande is het beroep ongegrond verklaard.

2.8. In de overweging van de uitspraak op bezwaar heeft de heffingsambtenaar geconcludeerd dat bij een niet functionerende parkeerautomaat, belanghebbende andere automaten diende te proberen of belanghebbende desnoods de auto diende te verplaatsen. In het verweerschrift heeft de heffingsambtenaar zijn standpunt gewijzigd. Belanghebbende hoefde niet op zoek te gaan naar een andere parkeerautomaat, nu er slechts één parkeerautomaat op het parkeerterrein aanwezig was en in de nabije omgeving ook geen andere parkeerautomaat beschikbaar was. Belanghebbende had volgens de heffingsambtenaar wel op andere wijze moeten betalen, nu die mogelijkheid voor hem openstond. De rechtbank acht dit nadere standpunt van de heffingsambtenaar juist. De rechtbank ziet in de onjuiste motivering van de uitspraak aanleiding om te gelasten dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht aan hem vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan op 28 september 2012 door mr.drs. M.M. de Werd, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. T.A. Mandemakers, griffier.

De griffier, De rechter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: 8 oktober 2012

Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist (artikel 27h, vijfde lid en artikel 28, zevende lid AWR).

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,

5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.