Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2012:BY0653

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
23-05-2012
Datum publicatie
19-10-2012
Zaaknummer
78828 / HA ZA 11-259
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiser laat aangifte inkomstenbelasting verzorgen door gedaagde.

Hij stelt dat gedaagde een fout heeft gemaakt en schadeplichtig is.

Eiser is door de belastingdienst gehoord.

Van dat verhoor is een verslag gemaakt.

Op basis van dat verslag concludeert de rechtbank dat gedaagden niet volledig op de hoogte was gesteld door eiser van diens financiële situatie. Het verwijt aan gedaagden is onterecht.

Vordering afgewezen. Op grond van in het geding gebrachte producties.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 78828 / HA ZA 11-259

Vonnis van 23 mei 2012

in de zaak van

1. [eiser sub 1],

wonende te Vlissingen,

2. de besloten vennootschap

[eiser sub 2] BEHEER B.V.,

gevestigd te Vlissingen,

eisers,

advocaat mr. drs. M.J. Wolf te Vlissingen,

tegen

1. de vennootschap onder firma BELTRA V.O.F.,

wonende te Oost-Souburg,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te Oost-Souburg,

3. [gedaagde sub 3],

wonende te Oost-Souburg,

gedaagden,

advocaat mr. B.H. Vader te Oost-Souburg.

Partijen zullen hierna [eisers] en Beltra V.O.F. c.s. genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek.

- de akte uitlating producties

2. De feiten

2.1. [eiser sub 1] is enig aandeelhouder van [gedaagde sub 2] Beheer B.V.. Tot 31 juli 2002 hield [eiser sub 1] tevens 48 % van de aandelen in [naam eiser sub 1] B.V. en [gedaagde sub 2] Beheer B.V. hield 52% van de aandelen in [naam eiser sub 1] B.V.. [eiser sub 1] heeft de aangifte inkomstenbelasting laten verzorgen door Beltra V.O.F. c.s.. [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] (hierna gezamenlijk: [gedaagden]) zijn de vennoten van Beltra V.O.F. c.s.. De aandeelhouders in [naam eiser sub 1] B.V. ([eiser sub 1] en [gedaagde sub 2] Beheer B.V.) hebben op 31 juli 2002 de aandelen in [naam eiser sub 1] B.V. verkocht aan [A.] B.V. voor € 1.533.731,00. [eiser sub 1] heeft door die verkoop een inkomen uit aanmerkelijk genoten van € 737.638,00. [eiser sub 1] heeft zijn aangiften inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen sinds 1992, en dus ook over 2002 door Beltra V.O.F. c.s. laten verzorgen. De aangifte heeft geleid tot een door de Belastingdienst opgelegde naheffingsaanslag van € 184.409,00 en een vergrijpboete van € 92.204,00, wegens persoonlijke omstandigheden later verminderd tot € 46.102,00. [eiser sub 1] heeft op 23 mei 2006 volgens de door Beltra V.O.F. c.s. als productie overgelegde “Pleitnota belastingdienst Ondernemingen Goes” tegenover de Belastingdienst ondermeer verklaard:”Ik had alles voorbereid voor [gedaagden] en zo meegegeven en heb er absoluut niet bij stilgestaan dat hij moest weten van winst uit het aanmerkelijk belang”.

3. Het geschil

3.1. [eisers] vordert samengevat - veroordeling van Beltra V.O.F. c.s. tot betaling van € 76.040,26 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dagvaarding tot de dag der voldoening, vermeerderd voorts met € 1.788,00 als vergoeding van buitengerechtelijke kosten met veroordeling van Beltra V.O.F. c.s. hoofdelijk in de kosten van de procedure, vermeerderd met de wettelijke rente na de vijtiende dag na betekening van het vonnis alsmede in de nakosten te begroten op € 131,00 en indien Beltra V.O.F. c.s. niet binnen veertien dagen na het wijzen van het vonnis hebben voldaan, te vermeerderen met € 68,00 wegens betekeningskosten.

3.2. [eisers] legt het volgende aan zijn vordering ten grondslag. [gedaagden] heeft na de ontvangst van de stukken geconstateerd dat sprake was van een enorme toename in box 3 die hij niet kon verklaren. Niettemin heeft hij de aangifte IB/PVV over 2002 ingevuld, ondertekend en omstreeks 18 april 2004 ingediend. In de aangifte heeft [gedaagden] verzuimd het inkomen uit aanmerkelijk belang te vermelden. Wel bleek uit de aangifte een aanzienlijke toename van het vermogen in box 3van € 11.264,00 naar € 547.468,00. Naar aanleiding van de aangifte Vpb heeft de Belastingdienst vervolgens vragen gesteld over de verkoop van de aandelen in [naam eiser sub 1] B.V.. Vervolgens heeft hij geconstateerd dat het inkomen uit aanmerkelijk belang van € 737.638,00 niet in de aangifte was vermeld. Dat heeft geleid tot een navorderingsaanslag van € 184.409,00 en een vergrijpboete van € 46.102,00,00. In beroep heeft de rechtbank Den Haag de navorderingsaanslag gehandhaafd maar de boete niet. [eisers] heeft door de fout van [gedaagden] schade geleden. De schade omvat de volgende posten:

- de vermogensrendements heffing van € 8.851,63

- accoutantskosten € 19.222,00

- advocaatkosten € 40.466,63

- urenvergoeding [eiser sub 1] € 7.500,00

in totaal € 76.040,26

3.3. Beltra V.O.F. c.s. voert verweer. Op 18 november 2003 heeft [eiser sub 1] stukken aan [gedaagden] gegeven voor het verzorgen van de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. [eiser sub 1] heeft bij die gelegenheid geen jaarrekeningen van de diverse vennootschappen, tussentijdse cijfers of akten van notariële aandelenoverdracht verstrekt. Hij heeft wel een grote vermogenstoename vastgesteld in box 3. Vragen daarover heeft [eiser sub 1] niet beantwoord. [gedaagden] heeft [eiser sub 1] daarover gebeld op 30 maart, 2 april en op 8 april 2004, maar steeds geen gehoor gekregen. Vervolgens heeft [eiser sub 1] opdracht gegeven om de aangifte onmiddellijk in te dienen vanwege de afwikkeling van de successie aangifte van de overleden echtgenote van [eiser sub 1] door [B.]. [gedaagden] treft geen enkel verwijt: hij was nergens van op de hoogte. Hij heeft pas jaren later gehoord dat [eiser sub 1] zijn aanmerkelijk belang aandelen in [naam eiser sub 1] B.V. in 2002 had verkocht en daarbij een winst heeft gerealiseerd van € 737.638,00. [gedaagden] verwijst naar de verklaring van [eiser sub 1], afgelegd tegenover de Belastingdienst, als productie 16 gehecht aan de dagvaarding, waarin [eiser sub 1] verklaart dat de bedrijfsaccountant van [B.] naar de toekomst keek en voorts: “Ik had alles voorbereid en zo meegegeven en heb er absoluut niet bij stilgestaan dat hij moest weten van winst uit aanmerkelijk belang. Ik dacht, dat is een bedrijfsgebeuren”. En voorts: “Ik was van mening dat de afwikkeling van de zaak door [B.] zou gebeuren.” Beltra V.O.F. c.s. verwijst voorts naar het antwoord van [eiser sub 1] in het verslag van het verhoorgesprek met de Belastingdienst, gehouden op 23 mei 2007, productie 1 bij de conclusie van antwoord, op de vraag: “Heeft u de heer [gedaagde sub 2] van Beltra Belastingadvies bij het ophalen van de bescheiden voor de aangifte inkomstenbelasting 2002 de verkoopakte van de aandelentransactie meegegeven? De heer [eiser sub 1] heeft de akte niet meegegeven. Hij ging er van uit dat de overdracht van het bedrijf door kantoor [B.] en de privé aangelegenheden door de heer [gedaagde sub 2] werden geregeld. De heer [eiser sub 1] heeft er niet bij stil gestaan dat de privéverkoop van de aandelen in de aangifte inkomstenbelasting moest worden verwerkt. Betreft eigenlijk een stomme fout”. Subsidiair betwist Beltra V.O.F. c.s. de gestelde accountants-, adviseur-, en advocaatkosten.

4. De beoordeling

4.1. Bij de beoordeling van het geschil gaat de rechtbank ondermeer uit van de verklaring die [eisers] heeft afgelegd ter gelegenheid van het verhoorgesprek met de Belastingdienst op 23 mei 2007. Zowel uit het door de belastingdienst gemaakte verslag als uit de door [eiser sub 1] bij die gelegenheid overgelegde pleitnota blijkt dat [eiser sub 1] er van uitging dat de privé aangelegenheden door Beltra V.O.F. c.s. werden geregeld en dat de opdracht van [eiser sub 1] aan Beltra V.O.F. c.s. zich beperkte tot de aangifte inkomstenbelasting en dat de overdracht van het bedrijf door [B.] werd geregeld en dat hij om die reden de verkoopakte van de aandelentransacties niet aan [gedaagden] heeft meegegeven. Die gedachtegang vindt bevestiging in de eveneens als productie overgelegde pleitnota. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien op grond waarvan Beltra V.O.F. c.s. zich niettemin bewust had moeten zijn van een in de aangifte inkomstenbelasting op te nemen inkomen uit aanmerkelijk belang. De rechtbank is derhalve van oordeel dat van een toerekenbare tekortkoming geen sprake is en zal de vordering afwijzen.

4.2. Zij zal [eisers] als de in het ongelijk te stellen partij veroordelen in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van Beltra V.O.F. c.s. worden begroot op:

- griffierecht € 588,00

- salaris advocaat € 1.788,00 (2.0 x tarief € 894,00)

Totaal € 1.788,00

5. De beslissing

De rechtbank

- wijst de vorderingen van [eisers] af;

- veroordeelt [eisers] in de proceskosten aan de zijde van Beltra V.O.F. c.s. gevallen en tot op heden begroot op € 1.788,00;

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. de Regt en in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2012.(